Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 15 november 2012
gepubliceerd op 27 november 2012

Besluit van de Waalse Regering betreffende de energie-audit van een woning

bron
waalse overheidsdienst
numac
2012206685
pub.
27/11/2012
prom.
15/11/2012
ELI
eli/besluit/2012/11/15/2012206685/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

15 NOVEMBER 2012. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de energie-audit van een woning


De Waalse Regering, Gelet op het programmadecreet van 18 december 2003Relevante gevonden documenten type programmadecreet prom. 18/12/2003 pub. 06/02/2004 numac 2004200252 bron ministerie van het waalse gewest Programmadecreet houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken sluiten houdende verschillende maatregelen inzake gewestelijke fiscaliteit, thesaurie en schuld, organisatie van de energiemarkten, leefmilieu, landbouw, plaatselijke en ondergeschikte besturen, erfgoed, huisvesting en ambtenarenzaken, inzonderheid op artikel 36bis;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 1 juni 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 01/06/2006 pub. 14/06/2006 numac 2006201958 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren sluiten tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 juni 2012;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 5 juli 2012;

Gelet op het advies 51.916/2/V van de Raad van State, gegeven op 29 augustus 2012, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Energie;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied en definities

Artikel 1.Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen wordt gedeeltelijk omgezet bij dit besluit.

Art. 2.§ 1. Dit besluit is van toepassing op de woningen waarvan de datum van bericht van ontvangst van de eerste vergunningsaanvraag voorafgaat aan 1 mei 2010. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « vergunning » : de stedenbouwkundige vergunning bedoeld in de artikelen 84, § 1, 89 en 127, van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie of de eenmalige vergunning bedoeld in artikel 1, 12°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning;2° « werkdag » : elke dag van de week, zondagen en wettelijke feestdagen uitgezonderd. Als de termijn op een zaterdag, zondag of feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd; 3° « auditor » : de energie-auditor erkend overeenkomstig de vereisten van dit besluit;4° « procedure » : de energie-adviesprocedure, hierna « EAP » genoemd, van toepassing met het oog op de vastlegging van de energie-audit; 5° « software » : de software i.v.m. de energie-adviesprocedure; 6° « database » : de database i.v.m. de software en de procedure; 7° « certificaat » : Het « PEB »-certificaat voor een bestaand residentieel gebouw, opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 577 en volgende van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie;8° « administratie » : de Waalse Overheidsdienst, Operationeel directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie, Departement Energie en Duurzaam Gebouw;9° « Minister » : de Minister die voor het Energiebeleid bevoegd is;10° « centrum » : het opleidingscentrum erkend overeenkomstig de voorwaarden van dit besluit. HOOFDSTUK II. - Energie-audit van de woningen

Art. 3.Elk houder van een zakelijk recht of huurder van een woning kan verzoeken om de uitvoering van een energie-audit.

Art. 4.§ 1. De energie-audit wordt uitgevoerd door een auditor bedoeld in artikel 2, § 2, 3°.

De audit is het resultaat van de toepassing van de procedure en van het gebruik van de software die ter beschikking van de auditoren gesteld wordt.

De overeenkomstig het tweede lid verzamelde en verwerkte gegevens worden door de auditor geregistreerd op basis van gegevens die ter beschikking van de auditoren gesteld worden voor de uitgave van het auditrapport.

Voor de overlegging van het auditrapport aan de aanvrager alsook voor de uitleg en de toelichting bedoeld in artikel 18, § 2, wordt door de auditeur gezorgd binnen dertig werkdagen, te rekenen van de datum van de registrering bedoeld in het derde lid. § 2. De energie-audit betreft minstens de volgende aspecten : 1° een beoordeling van de energieprestatie die de bestaande toestand van de woning omschrijft, waarbij desgevallend rekening wordt gehouden met de door de aanvrager overwogen wijzigingen van het beschermde volume of van de energiesectoren ;2° bij gebrek aan de beoordeling bedoeld in 1°, een beoordeling van de energieprestatie die de bestaande toestand van de woning omschrijft;3° een gecijferde beoordeling van de door de aanvrager geplande energieverbeteringen, die uitleg en toelichting inhoudt over de overwogen aanbevelingen en uitgaat van de toestand bedoeld in 1° of, zo niet, in 2°;4° een gecijferde beoordeling van de door de auditor aanbevolen energieverbeteringen, met inachtneming van de technische eisen, de verwachte energiewinsten en de geraamde retourtijd, die uitleg en toelichting inhoudt over de overwogen aanbevelingen en uitgaat van de toestand bedoeld in 1° of, zo niet, in 2°;5° de synthese en de vergelijking van de resultaten van de beoordelingen bedoeld in 3° en 4°. § 3. De Minister kan verschillende categorieën van energie-audit vastleggen op basis van de specifieke bestemmingen van de woningen en rekening houdend met het gemeenschappelijke of individuele karakter van de technische installaties.

Rekening houdend met het gemeenschappelijke of individuele karakter van de technische installaties, kan hij ook de inhoud preciseren van de analyses bedoeld in paragraaf 2, de gevallen bepalen waarin de in het kader van de opstelling van een certificaat ingezamelde en verwerkte gegevens gebruikt worden met het oog op de uitvoering van de energie-audit, en de modaliteiten voor het gebruik van die gegevens vastleggen. § 4. In de gevallen die de Minister overeenkomstig paragraaf 3 bepaalt, stelt de auditeur een certificaat op dat hij aan de aanvrager richt in de vormen en binnen de termijnen bepaald bij artikel 598 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie.

Art. 5.§ 1. Het auditrapport bevat minstens de volgende gegevens : 1° het adres van het gebouw;2° een foto van de buitenkant van het gebouw waarop desgevallend de betrokken woning geïdentificeerd wordt;3° de versie van de gebruikte software;4° de datum van het bezoek van de auditor, de datum van opstelling van het auditrapport en, desgevallend, de datum van wijziging;5° de categorie energie-audit en het referentienummer ervan;6° de identificatie van de aanvrager;7° de identificatie van de auditor, zijn erkenningsnummer en handtekening;8° het resultaat van elk van de beoordelingen, syntheses en vergelijkingen bedoeld in artikel 4, § 2;9° uitvoerige gegevens over de rendabiliteit van de aanbevelingen bedoeld in artikel 4, § 2, en de beschikbare hulpmiddelen om die aanbevelingen ten uitvoer te leggen. Het auditrapport gaat vergezeld van een uitlegbrochure. § 2. De Minister bepaalt het model van het auditrapport.

Hij kan de inhoud van het auditrapport nader bepalen met inachtneming van de verschillende categorieën energie-audit.

Art. 6.De objectieve gegevens ingezameld en gebruikt voor de uitvoering van een energie-audit kunnen weer gebruikt worden door een andere auditor om een nieuwe energie-audit uit te voeren. HOOFDSTUK III. - Auditoren Afdeling 1. - Erkenning

Art. 7.§ 1. Om als auditor erkend te worden, voldoet elke natuurlijke persoon aan de volgende voorwaarden : 1° houder zijn van een diploma architect, burgerlijk ingenieur, industrieel ingenieur, bio-ingenieur of een master in de wetenschappen en milieubeheer;2° beschikken over een geldige erkenning als EPB-certificeerder voor bestaande residentiële gebouwen in de zin van artikel 578 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie;3° het geheel van de opleiding gevolgd hebben en geslaagd zijn voor de proeven omschreven in de artikelen 12 en 13. § 2. Diploma's behaald in een andere Staat worden gerechtvaardigd op basis van diploma's gelijkwaardig aan die bedoeld in het eerste lid.

Art. 8.§ 1. Om als auditor erkend te worden, maken de kandidaten gebruik van het formulier dat hen ter beschikking gesteld wordt en dat minstens het volgende inhoudt : 1° de naam, voornaam en personalia van de kandidaat;2° de referentie van de erkenning als EPB-certificeerder voor bestaande residentiële gebouwen;3° de afschrift van het diploma van de kandidaat. De vorm en de inhoud van het formulier bedoeld in het eerste lid kunnen nader bepaald worden door de Minister. § 2. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het kandidatuurdossier richt de Minister of zijn afgevaardigde een bericht van ontvangst aan de kandidaat.

Het bericht van ontvangst vermeldt : 1° de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen;2° de termijn waarin de beslissing genomen moet worden;3° de beroepsmiddelen en de bevoegde instanties almede de in acht te nemen vormen en termijnen. Binnen een termijn van dertig werkdagen, te rekenen van de datum van verzending van het bericht van ontvangst, geeft de Minister of zijn afgevaardigde de kandidaat kennis van zijn beslissing waarbij hij de kandidatuur al dan niet aanneemt.

Als het dossier onvolledig is, wordt de kandidaat zo spoedig mogelijk ingelicht, in afwijking van het derde lid. Deze kennisgeving vermeldt de ontbrekende stukken en verduidelijkt dat de in het derde lid bedoelde termijn bij de ontvangst van het geheel van de ontbrekende stukken begint te lopen.

Na kennisgeving van de aanvaarding van de kandidatuur mag de kandidaat zich inschrijven voor de opleidingen en examens bedoeld in de artikelen 12 en 13. De kennisgeving vermeldt de praktische modaliteiten voor de organisatie van die opleidingen en examens. § 3. Na afloop van de opleidingen en examens bedoeld in de artikelen 12 en 13 en na ontvangst van het rapport bedoeld in artikel 15, tweede lid, erkent de Minister of zijn afgevaardigde de kandidaten die geslaagd zijn voor de proeven bedoeld in artikel 13.

Art. 9.De beslissing tot toekenning van de erkenning vermeldt het erkenningsnummer.

Ze wordt aan de erkende kandidaat meegedeeld binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van het rapport bedoeld in artikel 15, tweede lid.

De modaliteiten betreffende de toegang tot de overeenkomstig artikel 4 aan te wenden hulpmiddelen worden nader bepaald in de kennisgeving.

De erkenning begint te lopen op de datum van de ondertekening van de beslissing.

Art. 10.De Administratie maakt de lijst van de erkende auditeurs bekend op haar website en werkt ze bij. Afdeling 2. - Opleiding van de auditoren

Onderafdeling 1. - Opleiding met het oog op de erkenning

Art. 11.De opleidingen en de examens van de kandidaten-auditoren worden georganiseerd door de erkende opleidingscentra bedoeld in de artikelen 21 en volgende.

De opleidingsdragers worden door de Minister of zijn afgevaardigde ter beschikking gesteld.

Art. 12.§ 1. De inhoud en de opleidingsdragers omvatten : 1° een module theorie van minimum één dag betreffende : a) de werking en de toepassing van de procedure, de software en de databank bedoeld in artikel 4;b) de erkenningsvoorwaarden en -procedure bedoeld in de artikelen 7 en volgende;c) de opdrachten van de auditor bedoeld in de artikelen 18 en volgende;d) de inhoud van de energie-audit en van het auditrapport en het gebruik van de uitlegbrochure, bedoeld in de artikelen in de artikelen 4 en 5;2° een module theorie en praktijk van minimum één dag betreffende de in artikel 4, § 2, 1° en 2° bedoelde beoordelingen van de energieprestatie van de woning;3° een module theorie en praktijk van minimum één dag betreffende de beoordelingen bedoeld in artikel 4, § 2, 3° en 5°;4° een module praktijk van minimum een halve dag, dat minstens drie praktische voorbeelden geeft van het uitvoerig coderen van de energie-audit van een woning. De gezamenlijke opleiding mag niet meer dan vier dagen in beslag nemen. § 2. De kandidaat die de opleiding niet in haar geheel volgt, mag niet deelnemen aan de onderdelen van het examen en moet een volledige nieuwe opleiding volgen.

In afwijking van het eerste lid, kan een afwezigheid, die niet meer dan één dag mag bedragen, gerechtvaardigd worden aan de hand van een medisch certificaat of een bewijsstuk waaruit blijkt dat ze aan overmacht te wijten is.

Art. 13.Het examen bestaat uit een schriftelijke en uit een mondelinge proef. Er wordt voor het examen geslaagd indien minstens 10.00/20 in beide proeven en 12.00/20 in totaal wordt behaald.

De schriftelijke proef wordt georganiseerd op basis van een multiplechoice-vragenlijst en betreft de theoretische en praktische aspecten bedoeld in artikel 12, § 1.

De mondelinge proef slaat op de kennis van de toe te passen regelgeving, de opdrachten van de auditor, de software en de procedure, het auditrapport en de uitlegbrochure.

De kandidaat die niet opdaagt voor een proef moet een volledige nieuwe opleiding volgen en beide proeven afleggen.

De kandidaat die niet voor een proef slaagt moet een volledige nieuwe opleiding volgen en beide proeven afleggen.

In afwijking van het vierde lid, kan een afwezigheid, die niet meer dan één dag mag bedragen, gerechtvaardigd worden aan de hand van een medisch certificaat of een bewijsstuk waaruit blijkt dat ze aan overmacht te wijten is. In dat geval moet de kandidaat de gemiste proef afleggen in het centrum waar hij ingeschreven is.

Behoudens buitengewone, niet te voorziene, niet van de wil van de kandidaat afhankelijke en behoorlijk gemotiveerde omstandigheden, mag de inschrijving voor een nieuwe opleiding niet meer dan één keer hernieuwd worden.

Art. 14.De data van de cursussen en examens worden minstens vijftien werkdagen vóór aanvang ervan door het centrum aan de Minister of zijn afgevaardigde meegedeeld.

De Minister of zijn afgevaardigde mag de opleidingen en examens bijwonen.

Art. 15.Binnen vijftien werkdagen na de mondelinge proef richt het centrum een attest aan de kandidaten die de opleiding in haar geheel gevolgd hebben en voor de proeven geslaagd zijn.

Binnen dezelfde termijn richt het centrum aan de Minister of aan zijn afgevaardigde een rapport waarin de aanwezigheden op de opleidingen en de uitslagen van de schriftelijke en mondelinge proeven van elke kandidaat vermeld worden.

De attesten en het rapport worden door de verantwoordelijke van het centrum getekend.

Art. 16.Om de kosten van de organisatie van de opleidingen en examens te dekken, mag het centrum een inschrijvingsrecht bij de kandidaten innen.

De Minister kan het maximumbedrag van het inschrijvingsrecht vastleggen.

Onderafdeling 2. - Voortgezette opleiding

Art. 17.De auditoren volgen voortgezette opleidingssessies i.v.m. het bijsturen van de procedure, de software en de uitlegbrochure ingevolge de technische ontwikkelingen en de verbeteringen verricht bij het in aanmerking nemen van de gegevens uit de certificering van de woningen.

De sessies worden door de centra georganiseerd. Ze hebben een maximumduur van vier dagen per jaar.

De centra maken gebruik van de voortgezette opleidingsdragers die hen door de Minister of zijn afgevaardigde ter beschikking gesteld worden.

De Minister of zijn afgevaardigde kan aanvullende opleidingssessies in de vorm van seminaria organiseren o.a. met het oog op de mededeling aan de auditoren van algemene informatie over de toepassing van de procedure en de software, alsook over de links tussen de energie-audit en de hulpmechanismen die in Wallonië georganiseerd worden. Afdeling 3. - Opdrachten van de auditoren

Art. 18.§ 1. De auditor vervult persoonlijk alle taken die nodig zijn voor het opmaken van de energie-audit en van zijn rapport, met name : 1° het bezoek van het gebouw, de inzameling en verwerking van de gegevens en de opslag ervan in de databank;2° de beoordelingen bedoeld in artikel 4, § 2. De auditor gebruikt de databank alleen om de energie-audit uit te voeren. § 2. In het kader van de beoordelingen bedoeld in artikel 4, § 2, 1°, 3° en 4°, moeten de auditoren rekening houden met de wens van de aanvrager wat betreft de geplande wijzigingen van het beschermde volume of de energiesectoren, en met de overwogen verbeteringen. Het auditrapport wordt in aanwezigheid van de aanvrager door de auditor uitgelegd aan de hand van de uitlegbrochure bedoeld in artikel 5, § 1.

Art. 19.De auditoren vervullen hun opdracht in alle onafhankelijkheid.

In het kader van hun opdrachten doen de auditoren geen enkel commercieel voorstel betreffende de energievoorziening van het gebouw of de energiebesparingsmaatregelen aanbevolen in de energie-audit.

Onverminderd de controles bedoeld in de artikelen 25 en volgende, verstrekken de auditoren geen informatie aan derden i.v.m. de resultaten van de energie-audit, behoudens voorafgaande toestemming van de aanvrager.

Art. 20.De auditoren geven de Minister of zijn afgevaardigde onmiddellijk kennis van elke wijziging in de gegevens opgenomen in het formulier bedoeld in artikel 8, § 1. HOOFDSTUK IV. - Erkende opleidingscentra Afdeling 1. - Erkenning

Art. 21.Om erkend te worden, organiseert het opleidingscentrum de opleidingen en examens bedoeld in de artikelen 12 en 13 alsook de voortgezette opleidingssessies bedoeld in artikel 17, eerste tot derde lid, en voldoet het aan de volgende voorwaarden : 1° beschikken over de nodige technische en informaticamiddelen en over lokalen geschikt voor het aantal kandidaten; 2° beschikken over onderwijzend personeel dat voldoet aan de volgende voorwaarden : a) sinds minstens twee jaar houder zijn van een geldige erkenning die overeenkomstig dit besluit verkregen werd, minstens 16.00/20 behaald hebben voor het examen bedoeld in artikel 13, niet het voorwerp zijn geweest van een aanmaning of een sanctie bedoeld in artikel 27 en vijf energie-audits uitgevoerd hebben in de loop van de twee jaren die voorafgaan aan de aanwijzing als opleider door het centrum; b) niet het voorwerp zijn geweest van een aanmaning of een sanctie bedoeld in artikel 602 Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie, en vijf certificaten hebben opgesteld in de loop van de twee jaren die voorafgaan aan de aanwijzing als opleider door het centrum;c) de door de Minister of zijn afgevaardigde georganiseerde opleidersopleiding gevolgd hebben die betrekking heeft op de inhoud bedoeld in artikel 12, § 1, en die bestaat uit een module pedagogie besteed aan de onderwijsmethodes en -praktijken eigen aan de opleiding PAE alsook aan de verspreiding van concrete voorbeelden aan de hand waarvan de belangrijke thematieken aangesneden kunnen worden alvorens ze op optimale wijze aan de toekomstige kandidaten overgemaakt worden.

Art. 22.§ 1. De erkenninsgaanvraag wordt door de vertegenwoordiger van het centrum ingediend d.m.v. het ter beschikking gestelde formulier.

Het erkenningsaanvraagformulier vermeldt op zijn minst de volgende gegevens : 1° de identificatie van het centrum en de personalia van de persoon/personen die het vertegenwoordigt/vertegenwoordigen, alsook zijn/hun handtekening;2° de identificatie van de leden van het onderwijzend personeel aangewezen door het centrum en hun handtekening. De vorm en de inhoud van het erkenningsaanvraagformulier worden nader bepaald worden door de Minister. § 2. Binnen tien werkdagen na ontvangst van het kandidatuurdossier richt de Minister of zijn afgevaardigde een bericht van ontvangst aan de kandidaat.

Het bericht van ontvangst vermeldt : 1° de datum waarop de aanvraag in ontvangst is genomen;2° de termijn waarin de beslissing genomen moet worden;3° de beroepsmiddelen en de bevoegde instanties almede de in acht te nemen vormen en termijnen. Binnen een termijn van dertig werkdagen, te rekenen van de datum van verzending van het bericht van ontvangst, geeft de Minister of zijn afgevaardigde de kandidaat kennis van zijn beslissing.

Als het dossier onvolledig is, wordt de kandidaat zo spoedig mogelijk ingelicht, in afwijking van het derde lid. Deze kennisgeving vermeldt de ontbrekende stukken en verduidelijkt dat de in het derde lid bedoelde termijn bij de ontvangst van het geheel van de ontbrekende stukken begint te lopen. § 3. Het ministerieel besluit tot toekenning van de erkenning vermeldt het erkenningsnummer.

De erkenning begint te lopen te rekenen van de datum van ondertekening van het ministerieel besluit.

Art. 23.De administratie maakt de lijst van de erkende opleidingscentra bekend op haar website en werkt ze bij. Afdeling 2. - Opdrachten

Art. 24.De centra geven de kandidaten die de in artikel 8, § 2, vijfde lid, bedoelde kennisgeving van aanvaarding ontvangen hebben, de opleiding met het oog op de erkenning, bedoeld in de artikelen 11 tot 16.

Ze geven ook aan de auditoren de voortgezette opleiding bedoeld in artikel 17.

Ze maken gebruik van de opleidingsdragers bedoeld in de artikelen 11 en 17.

De praktische modaliteiten voor de organisatie van de opleidingen en examens bedoeld in de artikelen 12 tot 13 alsook van de voortgezette opleiding bedoeld in artikel 17 kunnen nader bepaald worden door de Minister.

De modaliteiten bedoeld in het derde lid betreffen op zijn minst de geharmoniseerde organisatie en de coördinatie tussen de centra : 1° de aanwijzing van de leden van het onderwijzend personeel, overeenkomstig artikel 21, 2°; 2° de toegang tot de opleidingen en examens voor de kandidaten toegelaten krachtens artikel 8, § 2, vijfde lid, en de aan die kandidaten te verstrekken informatie i.v.m. de organisatie van die opleidingen en examens; 3° de toegang tot de voortgezette opleiding en de aan de auditoren te verstrekken informatie i.v.m. de organisatie van de voortgezette opleidingssessies; 4° van de pedagogische inhoud van de opleidingsdragers bedoeld in de artikelen 12 en 17;5° de beoordeling bedoeld in artikel 13;6° de procedure voor de mededeling van de resultaten van de beoordelingen door de centra. HOOFDSTUK V. - Controles en sancties Afdeling 1. - Controle van de energie-audits

Art. 25.De Minister of zijn afgevaardigde is gemachtigd om controle te voeren op de energie-audits. Afdeling 2. - Controle op de auditoren

Art. 26.Als een auditor zijn verplichtingen verzuimt na te komen, kan hij een sanctie oplopen.

De bedoelde tekortkomingen zijn : 1° de slechte kwaliteit van de energie-audits, vastgesteld o.a. : a) wegens tekortkomingen op het vlak van de kwaliteit en de volledigheid van de opgenomen gegevens of de resultaten;b) wegens tekortkomingen op het vlak van de kwaliteit, de haalbaarheid en de cohesie van de verbeteringsvoorstellen opgenomen in de aanbevelingen;2° het niet-naleven van de vereisten betreffende het uitwerken van de energie-audit en het desbetreffende rapport;3° het niet-nakomen van de verplichtingen bedoeld in de artikelen 18 tot 20;4° in geval van waarschuwing of tijdelijke opschorting, het niet rechtzetten of aanvullen van de audits waarvan de slechte kwaliteit is vastgesteld of het niet deelnemen aan de opleidingen en examens bedoeld in de artikelen 12 en 13.

Art. 27.Mogelijke sancties zijn de waarschuwing, de tijdelijke opschorting en de intrekking van de erkenning.

De waarschuwing en de tijdelijke opschorting houden voor de auditeur de verplichting in zich naar de bepalingen van dit besluit te richten, de audits waarvan de slechte kwaliteit is vastgesteld bij te sturen of aan te vullen en aan de opleidingen en examens bedoeld in de artikelen 12 en 13 deel te nemen.

Art. 28.Als de Minister van plan is een auditeur te straffen, brengt hij of zijn afgevaardigde hem bij aangetekend schrijven daarvan op de hoogte.

Dat schrijven vermeldt de vastgestelde tekortkomingen, de eventueel overwogen sanctie, de persoon die tot het verhoor zal overgaan, de datum waarop en de plaats waar de auditeur erom verzocht wordt zijn opmerkingen te laten gelden, desgevallend bijgestaan door zijn raadsman, en de wijze waarop de auditeur het volledige dossier betreffende de ten laste gelegde tekortkomingen kan inkijken.

Er wordt proces-verbaal van het verhoor opgemaakt. De auditeur wordt binnen twintig werkdagen na het verhoor in kennis gesteld van dat proces-verbaal.

De Minister stuurt zijn beslissing aan de auditeur binnen een termijn van veertig werkdagen na het verhoor.

Art. 29.In geval van waarschuwing, opschorting of intrekking van de erkenning, verwittigt de auditeur onmiddellijk alle aanvragers met wie contracten lopen met het oog op de uitvoering van een energie-audit. Afdeling 3. - Controle op de erkende opleidingscentra

Art. 30.Als een centrum zijn verplichtingen verzuimt na te komen, kan het een sanctie oplopen.

Mogelijke sancties zijn de waarschuwing, de tijdelijke opschorting en de intrekking van de erkenning.

De waarschuwing en de tijdelijke opschorting houden voor het centrum de verplichting in zich naar de bepalingen van dit besluit te richten.

Art. 31.Als de Minister van plan is een centrum te straffen, brengt hij of zijn afgevaardigde het bij aangetekend schrijven daarvan op de hoogte.

Dat schrijven vermeldt de vastgestelde tekortkomingen, de eventueel overwogen sanctie, de persoon die tot het verhoor zal overgaan, de datum waarop en de plaats waar het centrum erom verzocht wordt zijn opmerkingen te laten gelden, desgevallend bijgestaan door zijn raadsman, en de wijze waarop het centrum het volledige dossier betreffende de ten laste gelegde tekortkomingen kan inkijken.

Er wordt proces-verbaal van het verhoor opgemaakt. Het centrum wordt binnen twintig werkdagen na het verhoor in kennis gesteld van dat proces-verbaal.

De Minister stuurt zijn beslissing aan het centrum binnen een termijn van veertig werkdagen na het verhoor. HOOFDSTUK VI. - Diverse en slotbepalingen

Art. 32.Het besluit van de Waalse Regering van 1 juni 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 01/06/2006 pub. 14/06/2006 numac 2006201958 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren sluiten tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren wordt opgeheven op de datum die door de Minister bepaald wordt.

De resultaten van de bij hetzelfde besluit geregelde audits waarvan de uitvoering begint voor de datum bedoeld in het eerste lid kunnen uiterlijk binnen drie maanden na de in het eerste lid bedoelde datum gestuurd worden naar de databank bedoeld in artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit.

In afwijking van artikel 7, 1° en 3°, vragen en krijgen de personen erkend als auditor voor de uitvoering van energie-audits in de huisvestingssector krachtens het besluit van de Waalse Regering van 1 juni 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 01/06/2006 pub. 14/06/2006 numac 2006201958 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren sluiten hun erkenning voor de uitvoering van energie-audits in de zin van dit besluit uiterlijk binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, op voorwaarde dat ze de in artikel 12 bedoelde opleiding volgen en slagen (minstens 12.00/20) voor de mondelinge proef bedoeld in artikel 13, derde lid.

Art. 33.Artikel 21, 2°, is van toepassing tot 1 januari 2015; ondertussen wordt het onderwijzend personeel gehaald uit de reserve die door de Minister.

De reserve bedoeld in het eerste lid bestaat uit personen die voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° sinds minstens twee jaar houder zijn van een geldige erkenning die verkregen werd overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 1 juni 2006Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 01/06/2006 pub. 14/06/2006 numac 2006201958 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren sluiten tot vastlegging van de erkenningsmodaliteiten voor de auditeurs die energieaudits in de huisvestingssector uitvoeren, na minstens 16.00/20 te hebben behaald voor de beoordeling bedoeld in artikel 4 van hetzelfde besluit, niet het voorwerp zijn geweest van een aanmaning of een sanctie bedoeld in artikel 7 van hetzelfde besluit en vijf energie-audits uitgevoerd hebben overeenkomstig hetzelfde besluit; 2° sinds minstens twee jaar houder zijn van een geldige erkenning, verkregen overeenkomstig de artikelen 583 en volgende van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Erfgoed en Energie, en niet het voorwerp zijn geweest van een aanmaning of een sanctie bedoeld in artikel 602 van hetzelfde Wetboek;3° de door de Minister of zijn afgevaardigde georganiseerde opleidersopleiding gevolgd hebben die betrekking heeft op de inhoud bedoeld in artikel 12, § 1, en die bestaat uit een module pedagogie besteed aan : a) de onderwijsmethodes en -praktijken eigen de opleiding PAE;b) de verspreiding van concrete voorbeelden op grond waarvan de belangrijke thematieken aangesneden worden alvorens ze op optimale wijze aan de toekomstige kandidaten overgemaakt worden. De personen opgenomen in de reserve bedoeld in het eerste lid beschikken over een geldige erkenning als auditeur.

Art. 34.De Minister bevoegd voor het Energiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 15 november 2012.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET

^