Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 16 juni 2020
gepubliceerd op 30 juni 2020

Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie

bron
waalse overheidsdienst
numac
2020041969
pub.
30/06/2020
prom.
16/06/2020
ELI
eli/besluit/2020/06/16/2020041969/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 JUNI 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie


Verslag aan de Regering De uitzonderlijke gezondheidscrisis COVID-19 waarmee België momenteel wordt geconfronteerd en de huidige en komende maatregelen, genomen om de verspreiding van het virus in de bevolking te beperken, leiden ertoe dat iedere vorm van activiteit op het grondgebied van het Waalse Gewest vertraagt.

Naast de impact op de gezondheid heeft deze gezondheidscrisis ook - en nog steeds - een belangrijke economische en sociale impact in Wallonië, die vooral onze meest kwetsbare burgers treft. Daarom is het in deze context van afbouw van de lockdown van essentieel belang maatregelen te nemen om de activiteiten te hervatten die gericht zijn op het herstel van een positieve, constructieve en transversale dynamiek op het gebied van tewerkstelling, opleiding en sociaal-professionele inschakeling, onder meer op het gebied van de sociale economie, sociale actie, gezondheid en geestelijke gezondheid.

Het gaat er ook om rekening te houden met de dimensie van gelijke kansen en rechten van vrouwen, die met name in deze sectoren vertegenwoordigd zijn.

Sectoren die voorzien in essentiële sociale en maatschappelijke behoeften en/of werkgelegenheid bieden, met name voor kwetsbare werknemers(sters), zijn zwaar getroffen door de crisis. Er is een reeks maatregelen genomen om de gevolgen van de crisis op te vangen, werknemers aan het werk te houden, initiatieven te ondersteunen die het mogelijk maken om diensten aan onze medeburgers te blijven verlenen, sociale banden te onderhouden, ..., en op die manier, grote sociale tragedies te beperken en zoveel mogelijk te voorkomen.

De hervatting of voortzetting van de activiteiten zal moeten worden georganiseerd met strikte inachtneming van de door de Nationale Veiligheidsraad vastgestelde exitstrategie, of het nu gaat om de regels voor fysieke afstand of om de door Sciensano aanbevolen gezondheidsmaatregelen in het kader van een afbouw van de lockdown die noodzakelijkerwijs progressief zal zijn.

Dit ontwerpbesluit van bijzondere machten bevat verschillende specifieke maatregelen op het gebied van gezondheid, sociale actie, waaronder het beleid ten behoeve van gehandicapten, en gelijke kansen.

Het is dus gericht op maatregelen ter ondersteuning van de hervatting van de activiteiten van de operatoren in de gezondheidszorg, de sociale actie en de thuishouding, maar ook op een eerste herschikking van het dienstenaanbod, waarbij zowel de beperkingen die inherent zijn aan de veiligheid op gezondheidsgebied als de mogelijkheden voor de ontwikkeling of bestendiging van nieuwe diensten of processen die tijdens de periode van lockdown worden ontwikkeld of die worden ontwikkeld om het hoofd te bieden aan de crisis na de lockdown, in aanmerking worden genomen. Indien na evaluatie blijkt dat deze nieuwe diensten, methodologieën en processen na de lockdownperiode moeten worden voortgezet, zullen zij zo snel mogelijk worden onderworpen aan structurele wijzigingen van de regelgevingsbasis.

Krachtens artikel 1 van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, is de Regering bevoegd om alle nuttige maatregelen te nemen om iedere situatie te voorkomen en te behandelen die problemen stelt in het strikte kader van de pandemie COVID-19 en haar gevolgen en die dringend moet worden opgelost onder dreiging van ernstig gevaar.

De dringendheid ervan wordt gerechtvaardigd door het feit dat, ondanks de verbetering van de situatie, de strikte naleving van de gezondheidsmaatregelen moet worden gehandhaafd, dat het, om de verspreiding van het virus te vertragen en te beperken, noodzakelijk is de aanbevolen maatregelen die onontbeerlijk blijken te zijn voor de volksgezondheid onmiddellijk te bevelen, dat de directe of indirecte gevolgen van de crisis een snel beheer en een snelle reactie op regionaal niveau vereisen en dat de crisis de gezondheidssectoren en -voorzieningen in gevaar kan brengen ten nadele van de gebruikers en de begunstigden van de structuren en diensten. Het is derhalve aangewezen dit besluit van bijzondere machten zo spoedig mogelijk aan te nemen om te voldoen aan de door de nationale veiligheidsraad vastgestelde termijnen en modaliteiten van afbouw van de lockdown.

Het ontwerpbesluit bevat 16 artikelen en is gestructureerd in 11 hoofdstukken: Artikel 1 verwijst naar de artikelen 128 en 138 van de Grondwet.

Artikel 2 is een algemene bepaling die bepaalt dat voor elk van de subsidieregelingen het bedrag van de subsidie in geen geval hoger mag zijn dan de kosten die daadwerkelijk door de begunstigde worden gedragen.

Artikel 3 voorziet een maatregel betreffende de centra voor hulpcoördinatie en thuisverzorging De financiering van de coördinatiecentra is gebaseerd op zowel een vast als een wisselende deel (gekoppeld aan bepaalde specifieke acties). De genoemde maatregel voorziet in de bevriezing van het wisselende gedeelte voor de berekening van het jaar 2021.

De artikelen 4, 5, 6 en 7 voorzien in maatregelen met betrekking tot de opvang- en huisvestingsinrichtingen voor bejaarden, die voorzien om de periode voor de berekening van het forfait voor 2022 te neutraliseren, voor de subsidies "derde luik" en de subsidies voor het "eindeloopbaan" door rekening te houden met de veranderingen in de opvangcapaciteit (bv. toename van het aantal bedden) die zich in de inrichtingen hebben voorgedaan.

Artikel 8 voorziet in maatregelen met betrekking tot de aangepaste centra voor opleiding en socioprofessionele inschakeling De maatregel voorziet in financiële steun die wordt berekend op 50 % van de opleidingsuren die worden verstrekt om de centra in staat te stellen de extra kosten voor de aanschaf of huur van hygiëne- en sanitair materiaal te dekken.

Artikel 9 voorziet in maatregelen met betrekking tot de diensten voor sociale insluiting.

Voor de toekenning van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020 wordt overeengekomen dat de erkende dienst niet hoeft te rechtvaardigen dat hij tussen 1 juni en 31 december ten minste 19 uur per week aan groepswerk besteedt, op voorwaarde dat tussen 1 juni en 31 december 2020 gemiddeld ten minste 25% van het vereiste aantal uren per week aan collectieve activiteiten wordt besteed.

Artikel 10 voorziet in maatregelen met betrekking tot de opvangtehuizen, gemeenschapshuizen of nachtasielen.

Om het bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 te bepalen en om het saldo van het bedrag van de subsidie voor het jaar 2020 toe te kennen, wordt ervan uitgegaan dat de bezettingsgraad van een opvangtehuis of een gemeenschapshuis voor het jaar 2020 vastgesteld is op het in artikel 16 van het Wetboek bepaalde minimumtarief indien de werkelijke bezettingsgraad voor het jaar 2020 lager is dan het vastgestelde minimumtarief.

Artikel 11 voorziet in maatregelen met betrekking tot de diensten voor schuldbemiddeling.

Het aantal dossiers dat nodig is om de subsidie te verkrijgen, zal gebaseerd zijn op het aantal dossiers dat is opgenomen in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) indien het aantal in 2020 behandelde dossiers lager is dan de in artikel 145, lid 4, van het Wetboek vastgestelde drempels.

Voor het subsidiejaar 2021 wordt het wisselende deel van de subsidie dat gekoppeld is aan het aantal in 2020 behandelde dossiers, ook berekend op basis van het aantal dossiers dat in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) is opgenomen indien dit aantal groter is dan het aantal dossiers dat in 2020 is behandeld.

Bovendien bedraagt het minimumaantal gebeurtenissen (collectieve activiteiten) per jaar dat door de steungroepen voor de preventie van overmatige schuldenlast wordt uitgevoerd, voor de toekenning van het saldo van het bedrag van de subsidie van het jaar 2020 twee.

Artikel 12 voorziet in een maatregel met betrekking tot de diensten en voorzieningen voor de begeleiding van partnergeweld en gendergerelateerd geweld.

Om het bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 en het saldo van de subsidiebedragen voor 2020 van de in dit kader erkende operatoren te bepalen, wordt rekening gehouden met het volume van de activiteiten in 2019, indien het verkregen bedrag groter is dan 2020, op voorwaarde dat de activiteiten worden georganiseerd gedurende ten minste 25 % van het vereiste aantal uren tussen 1 juni en 31 december 2020.

Artikel 13 voorziet in maatregelen met betrekking tot de Gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen.

Er wordt van uitgegaan dat de criteria die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van het variabele bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 die van het jaar 2019 zullen zijn.

Artikel 14 voorziet in maatregelen met betrekking tot de plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen.

In afwijking van artikel 251/1 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25 % van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.

Ook wordt bepaald dat exploitanten tot 31 december 2020 kunnen afwijken van het minimumaantal van 5 deelnemers per groep.

Verder is het de bedoeling dat het bedrag van de subsidie voor 2021 wordt vastgesteld bij een permanentie van een uurvolume van 4 uur per week.

In afwijking van artikel 251/1 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25% van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.

Er wordt ook voorzien dat de subsidies voor het jaar 2019 die ook het jaar 2020 bestrijken, worden gelijkgesteld met subsidies voor het jaar 2020.

In artikel 15 wordt bepaald dat het ontwerp-besluit uitwerking heeft op 1 juni 2020.

Artikel 16 belast de Minister van Gezondheid en Sociale Actie met de uitvoering ervan.

Het advies van de Raad van State is uitgebracht op 10 juni 2020.

De aanhef van het besluit van de Regering van bijzondere machten is aangepast in het licht van de opmerkingen van de Raad van State.

Gelet op de dringende noodzaak heeft het inter-Franstalig overleg niet plaatsgevonden.

Wat de wettelijke grondslag betreft, is de Raad van State van oordeel dat de artikelen 3, 4, 5, 6, 7 en 13 geen rechtsgrond kunnen vinden in het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten. De Regering moet namelijk kunnen aantonen dat elk van de artikelen betrekking heeft op een situatie die dringend moet worden opgelost onder dreiging van ernstig gevaar.

Deze zes artikelen hebben inderdaad betrekking op de vaststelling van een subsidie voor het jaar 2021 of 2022.

De betrokken exploitanten moeten onverwijld over deze informatie over de regelgeving kunnen beschikken om een planning voor de toekomst te waarborgen; anders zouden zij niet op de hoogte zijn van de gevolgen van hun keuzes.

Alleen met een dergelijke anticipatie is het mogelijk om met name hun menselijke hulpbronnen optimaal te beheren en bijgevolg hun opdrachten ten gunste van de begunstigden uit te voeren.

Bovendien is de Raad van State van mening dat de artikelen 10, 11, 12 en 14 slechts gedeeltelijk een rechtsgrond vinden in het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten. Ook voor deze artikelen geldt dat de regering moet kunnen aantonen dat elk van deze artikelen betrekking heeft op een situatie die dringend moet worden opgelost onder dreiging van ernstig gevaar.

Deze vier artikelen hebben dus deels betrekking op de vaststelling van een subsidie voor het jaar 2021.

De betrokken exploitanten moeten onverwijld over deze informatie over de regelgeving kunnen beschikken om een planning voor de toekomst te waarborgen; anders zouden zij niet op de hoogte zijn van de gevolgen van hun keuzes.

Alleen met een dergelijke anticipatie is het mogelijk om met name hun menselijke hulpbronnen optimaal te beheren en bijgevolg hun opdrachten ten gunste van de begunstigden uit te voeren.

Het is duidelijk dat de volwassenheid inzake beheer van een dienst kan worden afgemeten aan het belang dat hij hecht aan het voorspellen van en anticiperen op toekomstige periodes.

Het ontbreken van een strategische visie is niet zonder risico voor het beheer en het voortbestaan van de dienst; daarom wordt de noodsituatie die met ernstig gevaar wordt bedreigd, aangetroffen en zijn de tien hieronder genoemde artikelen in het bijgevoegde besluit van bijzondere machten opgenomen.

Advies van de Raad van State nr. 67.536/4 van 10 juni 2020 Afdeling Wetgeving

Op 4 juni 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Minister-President en Minister van Werk, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten van het Waalse Gewest verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp-besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten `betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie'.

Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 10 juni 2020. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Luc CAMBIER en Bernard BLERO, staatsraden, en Charles-Henri Van Hove, toegevoegd griffier.

Het verslag is uitgebracht door Xavier Delgrange, eerste auditeur afdelingshoofd.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 10 juni 2020.

Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.

De motivering in de brief luidt als volgt: "De reden voor de dringendheid is als volgt: Overwegende dat de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen van de crisis een beheer en een snelle respons op gewestelijk niveau vereisen;

Overwegende dat de crisis de sectoren en de regelingen inzake gezondheid, evenals de daarbij nagestreefde doelstellingen, in gevaar kan brengen;

Overwegende dat de voorziene maatregelen onontbeerlijk zijn om de tewerkstelling in deze sectoren en de instandhouding van de sociale prestaties die uit deze regelingen voortvloeien, te garanderen;

Overwegende dat het dringend is om deze maatregelen uit te voeren om het ermee beoogde doel te bereiken en dat elke vertraging bij het aannemen van deze maatregelen van aard is om de hervatting van de activiteiten in het kader van de afbouw van de lockdown te belemmeren".

Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op grond van artikel 84, § 1, lid 1, 3°, van de wetten op de `Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling wetgeving haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de akte evenals tot het voltooien van de voorafgaande formaliteiten, overeenkomstig artikel 84, § 3, van voornoemde gecoördineerde wetten.

Op deze drie punten dient het ontwerp van volgende bemerkingen te worden voorzien.

WETTELIJKE GRONDSLAG Het project heeft tot doel verschillende teksten van regelgevende aard te wijzigen. Het gebruik van bijzondere machten wordt gerechtvaardigd door de noodzaak, gezien de dringendheid van de zaak, om de regering te ontheffen van de voorafgaande formaliteiten die zonder het gebruik van bijzondere machten vereist zouden zijn geweest. Deze vrijstelling wordt toegelaten door artikel 4, § 1, van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten `tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet'.

Artikel 2, § 1, van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten bepaalt: "Om de Waalse Regering in staat te stellen om te reageren op de pandemie COVID-19, kan de Regering, in de aangelegenheden die onder de bevoegdheid van het Waals Gewest vallen krachtens artikel 138 van de Grondwet, alle nuttige maatregelen nemen om elke situatie te voorkomen en te behandelen die problemen stelt in het strikte kader van de pandemie COVID-19 en de gevolgen ervan en die dringend moet worden opgelost onder dreiging van ernstig gevaar".

Om geldig te kunnen handelen op basis van artikel 2, § 1, van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten, moet de regering kunnen aantonen dat elk van de artikelen van het ontwerp in kwestie betrekking had op een "situatie ... die dringend moet worden opgelost onder dreiging van ernstig gevaar".

Het dossier dat aan de afdeling Wetgeving wordt voorgelegd, bevat geen gedetailleerde motivering in dit verband. De afdeling Wetgeving ziet niet in hoe bij de vaststelling van het subsidiebedrag voor de jaren 2021 (artikelen 3, 10 (partim), 12 (partim) en 13) of 2022 (artikelen 4, 5, 6 en 7) (1) kan worden aangevoerd dat dergelijke maatregelen "onder dreiging van ernstig gevaar" dringend moeten worden opgelost.

De artikelen 3, 4, 5, 6, 7 en 13 kunnen dus geen rechtsgrondslag vinden in het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten. Hetzelfde geldt voor de artikelen 10, 11, 12 en 14, voor zover deze betrekking hebben op de vaststelling van de subsidie voor het jaar 2021. Anderzijds kunnen zij, voor zover zij betrekking hebben op de bepaling van het saldo van de subsidie voor het jaar 2020, worden vastgesteld op basis van artikel 2, § 1, van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten.

Bijgevolg moet er ook rekening mee worden gehouden dat voor de artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 10 (partim), 11 (partim), 12 (partim), 13 en 14 (partim) de urgentie die specifiek wordt gemotiveerd in het verzoek om mededeling van het bericht binnen vijf werkdagen te vragen overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, niet is vastgesteld. Hieruit volgt dat het verzoek om advies met betrekking tot deze bepalingen(2) niet ontvankelijk is.

VOORAFGAANDELIJKE VORMVEREISTEN Artikel 4, § 1, van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten stelt de regering niet vrij van het uitvoeren van het inter-Franstalig overleg bedoeld in artikel 12, § 2, afdeling 1, hoofdstuk V van het samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie `betreffende het inter-Franstalig overleg inzake gezondheid en bijstand aan de personen en betreffende de gemeenschappelijke beginselen die op deze aangelegenheden(3) van toepassing zijn'.

De steller van het ontwerp zal er dan ook voor zorgen dat deze formaliteit wordt nageleefd.

De aanhef zal dan dienovereenkomstig worden ingevuld ONDERZOEK VAN HET ONTWERP AANHEF 1. Het is dienstig zich te beperken tot een verwijzing in de aanhef, als rechtsgrond, naar de bepaling of bepalingen die de rechtsgrond van het ontwerp vormen.Met name in het licht van de opmerking over de rechtsgrond heeft deze zaak alleen betrekking op artikel 2 van het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten. De andere aangevoerde rechtsgronden worden daarom uit de aanhef weggelaten. 2. Het is niet nodig om in de preambule te verwijzen naar de reguleringsnormen waarvan het project slechts afwijkt, zonder deze echter te wijzigen, in te trekken of op te heffen(4).Het visum van deze normen zal dus worden weggelaten. 3. Wat de raadpleging van de Raad van State betreft, is het noodzakelijk om enerzijds de redenen te vermelden die een beroep op de spoedprocedure van artikel 84, § 1, eerste lid, 3, van de gecoördineerde wetten "betreffende de Raad van State" rechtvaardigen, en anderzijds te verwijzen naar het advies van de Raad van State.Dit lid zal als volgt luiden: Gelet op het advies 67.536/4 van de Raad van State, gegeven op 10 juni 2020, overeenkomstig artikel 84 § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;" (5) .

De aanhef zal dienovereenkomstig worden herzien.

DISPOSITIEF Artikel 1 Gelet op artikel 138, lid 1, van de Grondwet is lid 2 overbodig en wordt het weggelaten.

De Griffier, Charles-Henri Van Hove De Voorzitster, Martine Baguet _______ Nota's (1) Volgens de nota aan de regering "is het voor een soepele hervatting van de activiteiten in rusthuizen (en verzorgingstehuizen) en dagverzorgingscentra van essentieel belang de periode voor de berekening van het forfait voor 2022 te neutraliseren, voor de subsidies "derde luik" en de subsidies voor het "eindeloopbaan" door rekening te houden met de veranderingen in de opvangcapaciteit (bv. toename van het aantal bedden) die zich in de inrichtingen hebben voorgedaan de centra voor dagverzorging, de rust- en verzorgingstehuizen". (2) Zie, wat de dringendheid betreft, advies nr.67.267/4 van 22 april 2020 over een voorontwerp dat de wet van 7 mei 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2020 pub. 18/05/2020 numac 2020041193 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 inzake spoorvervoer sluiten `om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 inzake spoorvervoer (I)' en de wet van 7 mei 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/2020 pub. 18/05/2020 numac 2020041193 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 inzake spoorvervoer sluiten `om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus SARS-CoV-2 inzake spoorvervoer (II)' is geworden, Parl.

Stukk., Kamer 2019-2020, n° 1161/2, blz. 3 tot 5, http://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/67267.pdf. (3) De afdeling Wetgeving heeft zich hierover uitgesproken in advies nr.67.385/4 van 13 mei 2020 over een ontwerpbesluit 2020/618 van het College van de Franse Gemeenschapscommissie van bijzondere machten nr. 5 `betreffende de aanneming van buitengewone maatregelen ten behoeve van opvangtehuizen in het kader van de COVID-19 pandemie'. (4) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.conseildetat.be, tab Wetgevingstechniek, aanbeveling nrs. 9 en 30 (5) Ibidem, Aanbeveling nr.36.1 en Formule F 3 5 2.

16 JUNI 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 53 betreffende de verschillende maatregelen die zijn genomen in het kader van de afbouwmaatregelen COVID-19 voor de sectoren van de gezondheid, handicap en sociale actie De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 17 maart 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040688 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 17/03/2020 pub. 18/03/2020 numac 2020040687 bron waalse overheidsdienst Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 type decreet prom. 17/03/2020 pub. 20/03/2020 numac 2020040696 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het Covid-19 coronavirus sluiten tot toekenning van de bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 voor de aangelegenheden geregeld bij artikel 138 van de Grondwet;

Gelet op de wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom. 14/07/1994 pub. 08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 10/07/2014 numac 2014000464 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 20/03/2015 numac 2015000138 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 14/07/1994 pub. 02/02/2018 numac 2018010356 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

Gelet op het ministerieel besluit van 22 juni 2000Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/06/2000 pub. 26/07/2000 numac 2000022531 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging sluiten tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging ;

Gelet op het ministerieel besluit van 6 november 2003Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 06/11/2003 pub. 26/11/2003 numac 2003023017 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden sluiten tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden ;

Gelet op het ministerieel besluit van 18 november 2005Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 18/11/2005 pub. 30/11/2005 numac 2005022938 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Ministerieel besluit tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden waarin een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de verstrekkingen omschreven in artikel 34, eerste lid, 13°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 sluiten tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden waarin een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de verstrekkingen omschreven in artikel 34, eerste lid, 13°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;

Gelet op het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 29/09/2006 numac 2006022989 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft sluiten tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft ;

Gelet op het koninklijk besluit van 17 augustus 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/08/2007 pub. 21/09/2007 numac 2007023291 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's en de loonsverhogingen in bepaalde gezondheidsinrichtingen betreft type koninklijk besluit prom. 17/08/2007 pub. 12/09/2007 numac 2007012359 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het glasbedrijf, betreffende de werkgelegenheidsakkoorden en de vorming, tot vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden in de sector van de spiegelmakerij en van de fabricage van kunstramen en betreffende de risicogroepen en het conventioneel brugpensioen sluiten tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering betreft van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen ;

Gelet op het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, inzonderheid op de artikelen 1591, § 3, 958, § 1, 29, eerste lid, 2°, 116, 145, vierde lid, 149, eerste lid, 1°, 153, eerste lid, 235/10, 237/6, vierde lid, 237/7 vierde lid, 245/1, 245/3, 251, 251, § 1, vijfde lid, 251/1 ;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 juni 2020;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 4 juni 2020;

Gelet op het verslag van 28 april 2020, opgesteld overeenkomstig artikel 4, 2°, van het decreet van 3 maart 2016 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet;

Gelet op het advies 67.536/4 van de Raad van State, gegeven op 10 juni 2020, overeenkomstig artikel 84 § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de overlegvergaderingen tussen de Regeringen van de deelgebieden en de bevoegde federale autoriteiten, in de Nationale Veiligheidsraad die sinds begin maart 2020 bijeenkomt;

Gelet op artikel 191 van het EU-Verdrag waarin het voorzorgsbeginsel vastgeschreven is in het kader van het beheer van een internationale sanitaire crisis en de actieve voorbereiding op het potentieel voorvallen van deze crisissen; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer er een ernstig risico zich naar alle waarschijnlijkheid kan voordoen, de publieke overheden dringende en voorlopige maatregelen dienen te nemen;

Gelet op de beslissing van 18 maart 2020 waarbij de Regering instemt met de steun aan de sectoren van de gezondheid, de sociale actie en de inschakeling in de maatschappij en het beroepsleven;

Gelet op het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, decreetgevend deel en reglementair deel;

Gelet op de verklaring van WHO in verband met de kenmerken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder de sterke besmettelijkheid en het sterfelijkheidsrisico;

Overwegende dat WHO op 11 maart 2020 het coronavirus COVID-19 als een pandemie gelabeld heeft;

Overwegende dat WHO op 16 maart 2020 zijn dreigingsniveau voor het coronavirus COVID-19, die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel over de wereld spreidt, naar de hoogste graad heeft opgetrokken;

Gelet op de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied en in België;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid en het gezondheidsrisico dat het coronavirus COVID-19 voor de Belgische bevolking inhoudt;

Gelet op de evolutie van de COVID-19-epidemie en de beslissingen van de nationale arbeidsraad met betrekking tot de verschillende periodes van de afbouw van de lockdown;

Overwegende dat, ondanks de verbetering van de situatie, de strikte naleving van de gezondheidsmaatregelen moet worden gehandhaafd Overwegende dat het, om de verspreiding van het virus te vertragen en te beperken, nodig is onmiddellijk de in overweging genomen maatregelen te bevelen, welke onontbeerlijk blijken op vlak van volksgezondheid;

Overwegende dat het gevaar zich over het grondgebied van het gehele land verspreidt; dat het in het algemeen belang is dat er samenhang gegeven wordt aan de getroffen maatregelen om de openbare orde in stand te houden, zodat de doeltreffendheid ervan hoogst mogelijk is;

Overwegende dat de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen van de crisis een beheer en een snelle respons op gewestelijk niveau vereisen;

Overwegende dat de crisis de sectoren en de regelingen inzake gezondheid, evenals de daarbij nagestreefde doelstellingen, in gevaar kan brengen;

Overwegende dat de voorziene maatregelen onontbeerlijk zijn om de tewerkstelling in deze sectoren en de instandhouding van de sociale prestaties die uit deze regelingen voortvloeien, te garanderen;

Overwegende dat het dringend is om deze maatregelen uit te voeren om het ermee beoogde doel te bereiken en dat elke vertraging bij het aannemen van deze maatregelen van aard is om de hervatting van de activiteiten in het kader van de afbouw van de lockdown te belemmeren;

Overwegende dat het voor de inachtneming van het continuïteitsbeginsel van de dienstverlening door de overheid passend is de regels aan te passen voor de organisatie van de openbare diensten belast met de regelingen vallend onder het sociale actiebeleid met respect voor de rechten van de rechthebbenden;

Overwegende dat het passend is de toegekende subsidies vrij te stellen en het respect voor de rechten van de rechthebbenden, bepaald in het kader van de regelingen vallend onder het sociale actiebeleid, te garanderen om de onvermijdelijke gevolgen van de COVID-19-epidemie uit te vlakken en de daaruit mogelijks voortvloeiende buitenkanseffecten uit te sluiten;

Overwegende dat de hervatting van de activiteiten in het kader van de afbouw van de lockdown moet voldoen aan de door de Nationale Veiligheidsraad uitgevaardigde gezondheidsnormen;

Gezien het feit dat deze hervatting van de activiteiten de logistieke, organisatorische en psychosociale problemen al aan het licht brengt;

Overwegende dat in deze sectoren de organisatie van de collectieve activiteiten face tot face niet kan worden hervat met het oog op de veiligheidsmaatregelen voor de gezondheid, met inachtneming van de jaarlijks vastgestelde kwantitatieve doelstellingen;

Overwegende dat de behoeften van deze sectoren opnieuw moeten worden beoordeeld in het licht van de ontwikkeling van de crisis ;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Actie en Gezondheid;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128 ervan.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit en voor elke bepaling, genomen inzake subsidiëring, mag het bedrag van de subsidie geenszins hoger zijn dan de daadwekelijk door de begunstigde gedragen kostprijs, voor hetgeen gesubsidieerd wordt. HOOFDSTUK II. - Maatregelen betreffende de centra voor hulpcoördinatie en thuisverzorging

Art. 3.In afwijking van artikel 1595/1, § 3, van het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, hierna "het wetboek" genoemd, wordt voor het jaar 2021 het variabele gedeelte dat aan elk centrum verschuldigd is, voor 100% betaald. De dynamiek van het centrum, bepaald op basis van de in het voorgaande jaar uitgevoerde acties, wordt dus niet in aanmerking genomen. HOOFDSTUK III. - Maatregelen betreffende de opvang- en huisvestingsinrichtingen voor bejaarden

Art. 4.In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 22 juni 2000Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/06/2000 pub. 26/07/2000 numac 2000022531 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging sluiten tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging, in het kader van de COVID-19-crisis, wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli tot 30 september 2020 geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de dagverzorgingscentra voor het jaar 2022 door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.

De modaliteiten voor de berekening van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.

Art. 5.In afwijking van de bepalingen van het ministerieel besluit van 22 juni 2000Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/06/2000 pub. 26/07/2000 numac 2000022531 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Ministerieel besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging sluiten tot vaststelling van het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor bejaarden, in het kader van de COVID-19-crisis, wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli tot 30 september 2020 geneutraliseerd voor de berekening van het forfaitaire bedrag van de rust- en verzorgingstehuizen en de rustoorden voor het jaar 2022 door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.

De modaliteiten voor de berekening van het forfaitaire bedrag voor het jaar 2022 worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.

Art. 6.In afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/09/2006 pub. 29/09/2006 numac 2006022989 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft sluiten tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft, wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli tot 30 september 2020 geneutraliseerd voor de berekening van de subsidies "eindeloopbaan" door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.

De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid.

Art. 7.In afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/08/2007 pub. 21/09/2007 numac 2007023291 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's en de loonsverhogingen in bepaalde gezondheidsinrichtingen betreft type koninklijk besluit prom. 17/08/2007 pub. 12/09/2007 numac 2007012359 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 mei 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het glasbedrijf, betreffende de werkgelegenheidsakkoorden en de vorming, tot vaststelling van sommige arbeidsvoorwaarden in de sector van de spiegelmakerij en van de fabricage van kunstramen en betreffende de risicogroepen en het conventioneel brugpensioen sluiten tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen betreft, wordt de referentieperiode die loopt van 1 juli tot 30 september 2020 geneutraliseerd voor de berekening van de subsidies "derde luik" door rekening te houden met de wijzigingen in de opvangcapaciteit (verhoging) die zich in de instellingen hebben voorgedaan.

De modaliteiten voor deze neutralisatie worden bepaald door de Minister van Sociale Actie en Gezondheid. HOOFDSTUK IV. - Maatregelen betreffende de aangepaste centra voor opleiding en socioprofessionele inschakeling bedoeld in hoofdstuk III van Titel IX van het Wetboek

Art. 8.Er wordt aan de aangepaste centra voor opleiding en socioprofessionele inschakeling voor 2020 een toeslag op hun werkingssubsidie zoals bedoeld in artikel 958, § 1 van het Wetboek, toegekend, die overeenkomt met 0,075 euro per erkend uur en uitsluitend bestemd is voor de aankoop of de huur van gezondheidsbeschermende uitrusting." HOOFDSTUK V. - Maatregelen betreffende de diensten voor sociale insluiting

Art. 9.In afwijking van artikel 29, eerste lid, 2°, van het Wetboek is de erkende dienst voor de toekenning van het saldo van de subsidie voor het jaar 2020 vrijgesteld van de verplichting om tussen 1 juni en 31 december ten minste negentien uur per week aan groepswerk te besteden, op voorwaarde dat de collectieve activiteiten worden georganiseerd tegen een tarief van ten minste 25% van het aantal vereiste uren per week, gemiddeld tussen 1 juni en 31 december 2020. HOOFDSTUK VI. - Maatregelen betreffende opvangtehuizen, gemeenschapshuizen of nachtasielen

Art. 10.In afwijking van artikel 116 van het Wetboek wordt, om het bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 te bepalen en om het saldo van het bedrag van de subsidie voor het jaar 2020 toe te kennen, de bezettingsgraad van een opvangtehuis of een gemeenschapshuis voor het jaar 2020 vastgesteld op het in voormeld artikel bepaalde minimumtarief indien de werkelijke bezettingsgraad voor het jaar 2020 lager is dan het vastgestelde minimumtarief. HOOFDSTUK VII. - Maatregelen betreffende de diensten voor schuldbemiddeling

Art. 11.In afwijking van artikel 145, lid 4, van het Wetboek zal het aantal dossiers dat nodig is om de subsidie te verkrijgen, gebaseerd zijn op het aantal dossiers dat is opgenomen in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) indien het aantal in 2020 behandelde dossiers lager is dan de in artikel 145, lid 4, van het Wetboek vastgestelde drempels.

In afwijking van artikel 149, eerste lid, 1°, van het Wetboek wordt voor het subsidiejaar 2021 het wisselende deel van de subsidie dat gekoppeld is aan het aantal in 2020 behandelde dossiers, berekend op basis van het aantal dossiers dat in de berekening van de subsidie voor 2020 (referentiejaar 2019) is opgenomen indien dit aantal groter is dan het aantal dossiers dat in 2020 is behandeld.

In afwijking van artikel 153, eerste lid, van hetzelfde Wetboek bedraagt het minimumaantal gebeurtenissen (collectieve activiteiten) per jaar dat door de steungroepen voor de preventie van overmatige schuldenlast wordt uitgevoerd, voor de toekenning van het saldo van het bedrag van de subsidie van het jaar 2020 twee. HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen betreffende de diensten en voorzieningen voor de begeleiding van partnergeweld en gendergerelateerd geweld

Art. 12.In afwijking van artikel 235/10 van het Wetboek wordt het volume activiteiten dat in aanmerking wordt genomen voor de bepaling van het bedrag van de subsidie van het jaar 2021 en voor de toekenning van het saldo van het bedrag van de subsidie van het jaar 2020, met betrekking tot de activiteit van de dienst in 2020, berekend op basis van het aantal uren dat in 2019 aan de opdrachten is toegewezen, indien het aldus verkregen bedrag groter is dan het bedrag dat op basis van alle maanden van het jaar 2020 is verkregen, op voorwaarde dat de activiteiten worden georganiseerd tegen een tarief van ten minste 25% van het aantal vereiste uren tussen 1 juni en 31 december 2020. HOOFDSTUK IX. - Maatregelen betreffende de Gewestelijke centra voor de integratie van vreemdelingen

Art. 13.In afwijking van de artikelen 245/1 en 245/3 van het Wetboek zijn de criteria die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van het wisselende bedrag van de subsidie voor het jaar 2021 die voor het jaar 2019. HOOFDSTUK X. - Maatregelen betreffende de plaatselijke initiatieven voor de integratie van vreemdelingen

Art. 14.In afwijking van artikel 251 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25% van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.

In afwijking van artikel 237/6, lid 4, en artikel 237/7, lid 4, van het Wetboek, kunnen operatoren tot 31 december 2020 afwijken van het minimumaantal van 5 deelnemers per groep.

In afwijking van artikel 251, § 1, lid 5 van het Wetboek wordt het bedrag van de subsidie voor 2021 vastgesteld bij een permanentie van een uurvolume van 4 uur per week.

In afwijking van artikel 251/1 van het Wetboek wordt het volume van de collectieve activiteiten waarmee rekening wordt gehouden bij de bepaling van het saldo van het subsidiebedrag voor het jaar 2020, voor de maanden juni tot en met december berekend op basis van het aantal geplande uren, op voorwaarde dat het aantal daadwerkelijk gewerkte uren tussen 1 juni en 31 december 2020 ten minste gelijk is aan 25% van het aantal geplande uren voor het jaar 2020.

Subsidies voor het jaar 2019 die ook het jaar 2020 bestrijken, worden gelijkgesteld met subsidies voor het jaar 2020. HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen

Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2020.

Art. 16.De Minister van Gezondheid en Sociale Actie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 16 juni 2020.

Voor de Waalse Regering : De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Werk, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten, Ch. MORREALE

^