Besluit Van De Waalse Regering van 19 december 2013
gepubliceerd op 16 januari 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van dienstreizen in het buitenland

bron
waalse overheidsdienst
numac
2014200199
pub.
16/01/2014
prom.
19/12/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

19 DECEMBER 2013. - Besluit van de Waalse Regering houdende organisatie van dienstreizen in het buitenland


De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, inzonderheid op de artikelen 68 en 69, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993, en op artikel 87, § 3, vervangen bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988;

Gelet op het decreet van 22 januari 1998 houdende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren, artikel 2, eerste lid;

Gelet op het Waalse wetboek voor toerisme;

Gelet op het Waalse wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw, erfgoed en energie, inzonderheid op de artikelen 217 en volgende;

Gelet op het decreet van 7 juni 1990 houdende oprichting van een « Institut scientifique de Service public (I.S.S.E.P.) (Openbaar Wetenschappelijk Instituut)" in het Waalse Gewest;

Gelet op het decreet van 23 maart 1995 houdende oprichting van een "Centre régional d'Aide aux communes" (Gewestelijk Hulpcentrum voor Gemeenten) dat moet zorgen voor de opvolging van en de controle op de beheersplannen van de gemeenten en provincies en dat het financiële evenwicht van de gemeenten en provincies van het Waalse Gewest moet helpen handhaven;

Gelet op het decreet van 19 december 2002 betreffende de bevordering van de landbouw en de ontwikkeling van landbouwproducten van gedifferentieerde kwaliteit;

Gelet op het decreet van 4 juli 2003 tot oprichting van het « Centre wallon de Recherches agronomiques » (Waals Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek) en van een Oriëntatie- en Evaluatiecomité voor landbouwkundig onderzoek;

Gelet op het decreet van 4 december 2003 betreffende de oprichting van het "Institut wallon de l'évaluation, de la Prospective et de la Statistique" (Waals Instituut voor Evaluatie, Prospectief en Statistiek);

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 20 maart 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen "Wallonie-Bruxelles", inzonderheid op artikel 4;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 7 december 2000 houdende organisatie van dienstreizen in het buitenland;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 14 juli 2013;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 18 juli 2013;

Gelet op de instemming van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 18 juli 2013;

Gelet op het advies nr. 53.845/2/V van de Raad van State, gegeven op 11 september 2013, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, en van de Minister van Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld en definities

Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op dienstreizen in het buitenland, ten laste van de begroting van het Waalse Gewest of van de instelling van openbaar nut van categorie A, die gemaakt worden door een speciaal afgezant, met uitzondering van vormingsreizen in het buitenland.

Art. 2.Er wordt verstaan onder : 1° dienstreis in het kader van het beleid inzake internationale betrekkingen : elke reis in het buitenland met het oog op, rechtstreeks of onrechtstreeks, hetzij de voorbereiding of de uitvoering van bilaterale akkoorden die het Waalse Gewest binden, hetzij de deelname van het Waalse Gewest aan de uitoefening van zijn bevoegdheden in een multilateraal kader, hetzij de internationale bevordering van het Waalse Gewest, hetzij de opsporing of de tenuitvoerlegging van elke vorm van internationale samenwerking waarbij Waalse interveniënten betrokken zijn;2° dienstreis van technische aard : elke dienstreis in het buitenland met het oog op de deelname aan acties of evenementen die niet stroken met de doelstellingen bedoeld onder 1°, met uitzondering van vormingsreizen in het buitenland;3° instelling : de ministeriële kabinetten, de diensten van de Waalse Regering en de instellingen van openbaar nut van categorie A opgesomd in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waalse Gewest ressorteren;4° leidend ambtenaar : de leidend ambtenaar-generaal in de zin van artikel 7 van de Waalse ambtenarencode die instaat voor de directie van de instelling die de dienstreis financiert of elke andere ambtenaar die binnen de instelling over die bevoegdheid beschikt;5° speciaal afgezant : persoon belast met een dienstreis in het buitenland, ongeacht of het gaat om een lid van de Regering, een personeelslid van de instelling of een externe deskundige;6° externe deskundige : elke persoon die geen deel uitmaakt van de ministeriële kabinetten of de instellingen en die met een bijzondere deskundigenopdracht in het buitenland belast is voor rekening van het Waalse Gewest, en niet van de instelling of de vennootschap waaronder hij ressorteert;7° « WBI » : « Wallonie-Bruxelles International » zoals bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 20 maart 2008 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot oprichting van een gemeenschappelijke entiteit voor de internationale betrekkingen "Wallonie-Bruxelles". HOOFDSTUK II. - Toestemming voor de dienstreis

Art. 3.Onverminderd artikel 7, wordt voor elke dienstreis in het buitenland een verzoek om reisopdracht ingediend aan de hand van het dienstreisformulier waarvan het model bepaald wordt door de Minister belast met Internationale Betrekkingen.

Het formulier wordt voorgelegd aan de autoriteit die bevoegd is om krachtens dit besluit toestemming te geven voor de opdracht, uiterlijk op de vijftiende dag voor het vertrek op dienstreis.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

Behalve in behoorlijk gemotiveerde gevallen, hebben de niet-inachtneming van de indieningstermijn of de omissie van één van de rubrieken van het verzoek om opdracht, van de vereiste adviezen of goedkeuringen de weigering van storting van een voorschot aan de speciaal afgezant tot gevolg.

Art. 4.§ 1. Voor dienstreizen in het kader van het beleid inzake internationale betrekkingen, wordt het in artikel 3 van dit besluit bedoelde formulier gericht aan de Minister belast met Internationale Betrekkingen. Een afschrift van het formulier wordt aan de Minister-President en aan "WBI" gericht.

De Minister belast met Internationale Betrekkingen spreekt zich uit over de geschiktheid van de opdracht inzake internationale betrekkingen. § 2. Als de geraamde begroting van de opdracht hoger is dan die van de opdrachten die aan de leidend ambtenaar toegewezen worden, worden de kosten van de opdracht goedgekeurd door de Minister belast met Interrnationale Betrekkingen. In het tegenovergestelde geval worden de begrotingsaspecten door de leidend ambtenaar goedgekeurd. § 3. Het besluit van de Minister belast met Internationale Betrekkingen wordt betekend aan de leidend ambtenaar die het verzoek heeft ingediend. Een afschrift wordt aan « WBI » gericht. § 4. Wanneer het verzoek om reisopdracht goedgekeurd is, wordt de reisopdracht definitief en wordt zij aan de speciaal afgezant overgemaakt voor zijn vertrek.

Art. 5.De verzoeken om reisopdracht van technische aard worden door de leidend ambtenaar toegelaten als ze de perken van de toegewezen opdrachten niet te buiten gaan. In het tegenovergestelde geval wordt de toestemming gegeven door de betrokken functionele Minister, die de desbetreffende geraamde begroting goedkeurt. Elke overeenkomst of weigering wordt meegedeeld aan de leidend ambtenaar van de verzoekende instelling, met informatieverstrekking aan "WBI".

Wanneer het verzoek om reisopdracht goedgekeurd is, wordt de reisopdracht definitief en wordt zij aan de speciaal afgezant overgemaakt voor zijn vertrek.

Art. 6.Elk krachtens de artikelen 4 en 5 vereist advies of akkoord van de Minister of van de leidend ambtenaar dat niet betekend wordt binnen een termijn van tien dagen na ontvangst van het verzoek om opdracht, wordt geacht gunstig te zijn.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

Art. 7.Elke reisopdracht wordt door de betrokken Minister voor elke dienstreis in het buitenland die hij persoonlijk, een lid van zijn kabinet of een externe deskundige maakt, aangevraagd aan de hand van het dienstreisformulier waarvan het model bepaald wordt door de Minister belast met Internationale Betrekkingen.

Het verzoek om reisopdracht wordt aan de Minister-President en aan de Minister voor Internationale Betrekkingen gericht uiterlijk op de tiende dag voor het vertrek op dienstreis.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

De Minister-President en de Minister belast met Internationale Betrekkingen keuren het verzoek om reisopdracht goed binnen vijf dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het verzoek. Als het besluit niet binnen die termijn betekend wordt, wordt het verzoek geacht te zijn goedgekeurd.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

Minstens vijfenzeventig percent van het programma van de opdracht van een Minister of van zijn medewerkers bestaat uit ontmoetingen met een officieel karakter.

Elke Minister mag door drie leden van zijn kabinet begeleid worden, behalve gemotiveerde uitzondering aanvaard door de Minister-President en de Minister belast met Internationale Betrekkingen.

Elke opdracht bedoeld in het eerste lid is het voorwerp van een verslag aan de Regering. HOOFDSTUK III. - Duur van de opdrachten

Art. 8.§ 1. De duur van dienstreizen in het buitenland binnen een straal van 400 kilometer, via wegvervoer, of op minder dan twee uur vliegen, wordt beperkt tot de duur van het programma van de opdracht, behoudens afwijking. § 2. Dienstreizen in het buitenland binnen een straal van 400 kilometer tot 2 000 kilometer, via wegvervoer, of op meer dan twee uur vliegen, beginnen ten vroegste de avond voor de eerste dag van het opdrachtprogramma en eindigen uiterlijk de ochtend van de dag na de laatste dag van het opdrachtprogramma. § 3. Boven 2 000 kilometer of in geval van tijdsverschil van meer dan drie uur, begint de opdracht idealiter de avond van de eerste dag van het opdrachtprogramma en eindigt ze de dag na de laatste dag van het opdrachtprogramma, rekening houdend met de dienstregelingen van beschikbare vluchten.

Elk met redenen omkleed verzoek om afwijking wordt ingediend wanneer de reisopdracht wordt aangevraagd. HOOFDSTUK IV. - In aanmerking komende kosten

Art. 9.§ 1. De autoriteit die bevoegd is om de geraamde begroting krachtens de artikelen 4, §§ 2 en 5, goed te keuren, bepaalt welk vervoersmiddel gebruikt zal worden, met inachtneming van de doelstellingen en modaliteiten van de opdracht en van de hierna vastgelegde regels. Ze bepaalt de duur van de opdracht in het buitenland. Voor zover de reis in het buitenland gemaakt wordt met het vervoermiddel dat het goedkoopst is voor de Schatkist en gekozen wordt voor de meest ecologische vervoermiddel wanneer gebruik gemaakt kan worden van verschillende middelen tegen dezelfde prijs, mogen de volgende vervoermiddelen gebruikt worden : 1° de trein : de speciaal afgezant heeft recht op een biljet eerste klasse;als de reis gedeeltelijk 's nachts plaatsvindt, kan de speciaal afgezant een ligplaats reserveren waarvan de bijkomende kosten ten laste genomen wordt in het kader van de in aanmerking komende kosten; 2° het vliegtuig : voor dienstreizen per vliegtuig wordt gebruik gemaakt van de economische klasse;3° de eigen wagen : voor verplaatsingen in Europa, binnen en buiten de aangrenzende landen, kan toestemming gegeven worden voor het gebruik van de eigen wagen voor zover de afstand heen en terug niet langer is dan tweeduizend kilometer.In dat geval wordt de vergoeding beperkt tot de gemiddelde prijs van het vervoermiddel dat gewoonlijk voorzien wordt, met name de trein of het vliegtuig, eventueel te vermenigvuldigen met het aantal personen die aan de dienstreis deelnemen en die hun wagen gebruiken. Die vergoeding mag evenwel niet hoger zijn dan die welke toegekend wordt voor reizen met een wagen, overeenkomstig de toepassing van de bepalingen houdende algemene regeling inzake reiskosten; 4° het schip : de prijs van een reis per schip wordt ten laste genomen tot het maximum van het bedrag dat overeenstemt met het gunstigste vluchttarief van een luchtmaatschappij die geregelde diensten uitvoert;in geval van combinatie van een diensttraject eigen wagen-schip, blijven de hierboven vermelde bepalingen van toepassing. § 2. In afwijking van § 1, 2° : 1° mogen de Ministers business class gebruiken voor vluchten die meer dan vijf uur duren of minder als er minstens drie uur tijdsverschil is;2° zijn vluchten van meer dan zeven uur dertig in business class toegelaten onder de dubbele voorwaarde dat één van de vluchten (heen of terug) de dag na het begin ervan eindigt en dat de dienstreis niet langer duurt dan vijf kalenderdagen, onverminderd 1°;3° zijn vluchten van meer dan dertien uur in business class toegelaten, onverminderd 1°;4° zijn vluchten in business class, onverminderd 1°, toegelaten in de volgende gevallen : a) de speciaal afgezant heeft een fysische handicap die door een medisch attest bevestigd kan worden;b) buitengewone omstandigheden die rechtvaardigen dat de autoriteit die bevoegd is om de uitgave goed te keuren het toelaat. § 3. De reiskosten worden bij voorkeur rechtstreeks door de instelling aan de schuldeiser betaald na overlegging van facturen. Als de uitgestelde betaling niet mogelijk is, komt de speciaal afgezant in aanmerking voor een voorschot waarin artikel 13 voorziet.

Art. 10.Voor zover het voor de Schatkist goedkoopste vervoermiddel gebruikt wordt voor plaatselijke reizen, worden het traject heen en terug tussen de luchthaven, het station of de haven en de plaats van overnachting of van de dienstopdracht, de voertuigbewakingskosten op de luchthaven, op het station van vertrek of in de haven, de luchthaventaksen die niet in de prijs van het biljet inbegrepen zijn, de visumkosten en de kosten van de verplichte inentingen aan de speciaal afgezant terugbetaald na overlegging van bewijsstukken.

Art. 11.De inschrijvingskosten, de hotelkosten, beperkt tot de overnachting en het ontbijt, alsook eventueel door het hotel aangerekende kosten voor de bewaking van het door de speciaal afgezant gebruikte voertuig worden hem terugbetaald na overlegging van bewijsstukken. Het bedrag van de overnachtingskosten, met uitsluiting van het ontbijt, mag, naar gelang van de geografische bestemming van de opdracht, niet hoger zijn dan de maximale overnachtingsvergoeding bepaald door de FOD Buitenlandse Zaken (bedrag in euro), onverminderd artikel 18.

Behoudens spoedgevallen, worden de boekingen en de inschrijvingskosten geregeld door de instelling die de opdracht financiert.

Art. 12.De speciaal afgezant ontvangt een vaste vergoeding voor verblijfkosten. Die verblijfvergoeding is verschuldigd per schijf van vierentwintig uren die met minstens zes uren aangevat is, waarbij de reisdagen in de duur van het verblijf berekend worden. Het bedrag van de verblijfvergoeding, berekend naar gelang van de geografische bestemming van de opdracht, wordt vastgelegd overeenkomstig de bepalingen van kracht bij de FOD Buitenlandse Zaken. De waarde van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheque waarvoor de speciaal afgezant eventueel in aanmerking komt, wordt van de vaste verblijfvergoeding afgetrokken.

Als het geheel of een deel van de verblijfkosten die normaliter door de verblijfvergoeding gedekt worden, ten laste genomen worden door de partij die de zending ontvangt of door de organisatoren van een evenement of door de instelling zelf, wordt de vergoeding verminderd naar rato van het bedrag dat ten laste genomen wordt door de ontvangende partij, door de organisatoren van een evenement of door de instelling zelf.

De in het eerste lid bedoelde vaste verblijfvergoeding, die toegekend wordt aan een lid van een ministerieel kabinet dat een jaarlijkse vaste vergoeding voor verblijfkosten geniet, wordt verminderd met een bedrag gelijk aan 1/30e van de jaarlijkse vaste vergoeding die maandelijks betaald wordt.

Als een vergoeding door de ontvangende partij gestort wordt, wordt ze in mindering gebracht van de afrekening van de dienstreiskosten.

Art. 13.De speciaal afgezant ontvangt een geldvoorschot dat gelijk is aan de voor de reisopdracht voorziene uitgaven en dat door de leidend ambtenaar tot minimum vijfenzeventig percent beperkt kan worden.

De Ministers bepalen zelf het bedrag van de geldvoorschotten die zij noodzakelijk achten om hun kosten te dekken.

Art. 14.Indien de speciaal afgezant vermoedelijk belangrijke uitgaven i.v.m. de opdracht (ontvangst, geschenken, perskosten, wagenhuur,...), ter plaatse moet doen, mag hem voor die buitengewone uitgaven een geldvoorschot toegekend worden. Die uitgaven moeten voorzienbaar zijn en bijgevolg behoorlijk worden geraamd in de reisopdracht. HOOFDSTUK V. - Rekening en verantwoording

Art. 15.Binnen een termijn van zestig dagen na afloop van de dienstreis en na de verificatie bedoeld in artikel 18, legt de speciaal afgezant desgevallend aan de leidend ambtenaar of aan een lid van de Regering waaronder hij ressorteert, een afrekening van de reiskosten voor d.m.v. het formulier « décompte des frais de missions » waarvan het model bepaald wordt door de Minister belast met Internationale Betrekkingen. Na goedkeuring richt de leidend ambtenaar of het lid van de Regering de afrekening aan de boekhouddienst die op het formulier vermeld wordt.

Als de speciaal afgezant een lid van de Regering is, wordt de in het eerste lid bedoelde afrekening van de dienstreiskosten door de speciaal afgezant zelf ingevuld binnen een termijn van zestig dagen na afloop van de opdracht en rechtstreeks overgemaakt aan de boekhouddienst die op het formulier vermeld wordt.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

Art. 16.Behalve de kosten waarin artikel 12 voorziet, worden alle kosten die in de afrekening vermeld worden bevestigd aan de hand van oorspronkelijke bewijsstukken, genummerd en bij de afrekening gevoegd.

Het programma van de opdracht wordt ook bijgevoegd.

Art. 17.De uitgaven die niet werden geraamd in de reisopdracht, worden in aanmerking genomen, als bewezen wordt dat ze noodzakelijk waren en moeilijk konden worden voorzien bij de indiening van het verzoek om reisopdracht.

Art. 18.De afrekening van de reiskosten wordt nagekeken door de boekhouddienst van de instelling die, desgevallend, het geldvoorschot toegekend heeft. 1° als de bedragen die in het verzoek om reisopdracht voorzien worden overschreden werden terwijl die extra-uitgaven niet gerechtvaardigd zijn door een omstandige motivering;2° als de bewijskracht van de bewijsstukken blijkbaar niet volstaat;3° als de in artikel 17 bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn;4° als de uitgaven niet betrekking hebben op de opdracht;5° als vastgesteld wordt dat de speciaal afgezant misbruik maakt van de rechten die hem bij dit besluit verleend worden;6° als de termijn van zestig dagen waarin artikel 15 van dit besluit voorziet, niet in acht genomen wordt.

Art. 19.Indien de in artikel 15 bedoelde termijn niet in acht wordt genomen, wordt de terugvorderingsprocedure, die georganiseerd wordt bij artikel 55 van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, opgestart door de instelling die het geldvoorschot heeft toegekend.

Er mag geen nieuw geldvoorschot verleend worden aan de speciaal afgezant met een achterstallige rekening en verantwoording zolang hij geen orde op zaken heeft gesteld. HOOFDSTUK VI. - Dienstreisverslag

Art. 20.Onverminderd artikel 7, achtste lid, stuurt de speciaal afgezant binnen dertig dagen na afloop van een dienstreis in het kader van het beleid inzake internationale betrekkingen, een verslag aan de Minister-President en aan de Minister belast met Internationale Betrekkingen, desgevallend via de hiërarchische weg. Laatstgenoemde Minister maakt daarvan een afschrift aan de functionele Ministers en aan "WBI" over.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

Binnen dertig werkdagen na afloop van een dienstreis van technische aard, stuurt de speciaal afgezant een verslag aan de betrokken leidend ambtenaar, die er een afschrift van overmaakt aan de leidend ambtenaar van "WBI". HOOFDSTUK VII. - Modaliteiten tot betaling van de kosten

Art. 21.§ 1. De dienstreiskosten worden door de instelling betaald : 1° hetzij rechtstreeks aan de schuldeisers die een factuur of een aangifte van schuldvordering overleggen;2° hetzij door de toekenning van een geldvoorschot aan de speciaal afgezant vóór of tijdens de dienstreis, overeenkomstig artikel 13;3° hetzij, na afloop van de dienstreis, door storting aan de speciaal afgezant van het eventuele negatieve saldo van het geldvoorschot, op grond van de behoorlijk goedgekeurde afrekening tot staving. § 2. Voor de dienstreiskosten bedoeld in paragraaf 1, 3°, worden de verschuldigde sommen betaald binnen dertig dagen, te rekenen van de datum waarop de met de betaling belaste dienst de behoorlijk goedgekeurde afrekening tot staving in ontvangst neemt. HOOFDSTUK VIII. - Slot- en overgangsbepalingen

Art. 22.§ 1. In afwijking van artikel 4, kan door de Minister van Internationale Betrekkingen een permanente dienstreistoestemming toegekend worden als de speciaal afgezant het Waalse Gewest regelmatig vertegenwoordigt bij internationale instanties. Het verzoek wordt ingediend door de leidend ambtenaar onder wie de speciaal afgezant ressorteert. Elk vereist ministerieel akkoord dat niet betekend wordt binnen een termijn van tien dagen na ontvangst van het verzoek om permanente toestemming, wordt geacht gunstig te zijn. Een afschrift van het akkoord wordt aan « WBI » gericht.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd. § 2. In afwijking van artikel 5, kan door de Minister die toezicht houdt op de instelling een permanente dienstreistoestemming toegekend worden als de speciaal afgezant regelmatig gelijksoortige opdrachten met een technische aard vervult. De aanvraag wordt ingediend door de leidend ambtenaar onder wie de speciaal afgezant ressorteert. Elk vereist ministerieel akkoord dat niet betekend wordt binnen een termijn van tien dagen na ontvangst van het verzoek om permanente toestemming, wordt geacht gunstig te zijn. Een afschrift van het akkoord wordt aan « WBI » gericht.

Als die termijn op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag verstrijkt, wordt hij tot de volgende werkdag verlengd.

Art. 23.Het besluit van de Waalse Regering van 7 december 2000 houdende organisatie van dienstreizen in het buitenland wordt opgeheven.

Art. 24.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2014.

Art. 25.De dienstreizen in het buitenland die nu of voor de inwerkingtreding van dit besluit ondernomen worden, worden verder geregeld bij de bepalingen die op hen toepasselijk waren op het tijdstip van de opdracht.

Art. 26.De Minister-President, de Minister belast met Buitenlandse Betrekkingen en de Minister van Ambtenarenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 19 december 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^