Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 19 maart 2007
gepubliceerd op 25 april 2007

Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van een steunregeling ter compensatie van de gevolgen van de marktverstoring in de pluimveesector tussen 1 januari en 30 april 2006 na het uitbreken van de vogelgriep in sommige lidstaten van de Europese Unie

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2007201283
pub.
25/04/2007
prom.
19/03/2007
ELI
eli/besluit/2007/03/19/2007201283/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 MAART 2007. - Besluit van de Waalse Regering tot vastlegging van een steunregeling ter compensatie van de gevolgen van de marktverstoring in de pluimveesector tussen 1 januari en 30 april 2006 na het uitbreken van de vogelgriep in sommige lidstaten van de Europese Unie


De Waalse Regering, Gelet op de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten, laatst gewijzigd bij de wet van 5 februari 1999 en bij het koninklijk besluit van 22 februari 2002 houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector eieren gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 van de Raad van 25 april 2006 ten aanzien van de toepassing van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 679/2006 van de Raad van 25 april 2006 ten aanzien van de toepassing van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt;

Gelet op Verordening (EG) nr. 1010/2006 van de Commissie van 3 juli 2006 betreffende enige buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt in de sector eieren en slachtpluimvee in sommige lidstaten, laatst gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1629/2006 van de Commissie van 31 oktober 2006;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2003 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van Landbouw en Visserij;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2004 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de uitoefening van de geregionaliseerde bevoegdheden op het gebied van Landbouw en Visserij;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 19 maart 2007 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de gewestelijke verdeling van de steun ter compensatie van de gevolgen van de marktverstoring in de pluimveesector tijdens de periode van 1 januari tot 30 april 2006 na het uitbreken van de vogelgriep in sommige lidstaten van de Europese Unie;

Gelet op het overleg tussen de gewestelijke Regeringen van 14 december 2006 en het overleg met de federale overheid op 11 december 2006;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 7 december 2006;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 21 december 2006;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Overwegende dat artikel 36 van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende steun aan de landbouw, laatst gewijzigd bij het besluit van 27 mei 2004, in gewestelijke maatregelen voorziet ten gunste van bedrijven met financiële problemen;

Overwegende dat de bepalingen die in Verordening (EG) nr. 1010/2006 opgenomen zijn in werking treden op 23 augustus 2006;

Overwegende dat de formulieren voor de indiening van de aanvragen zo spoedig mogelijk naar de producent gestuurd moeten worden;

Overwegende dat de betaling van financiële compensaties aan de begunstigden voor elke buitengewone ondersteuningsmaatregel bedoeld in Verordening (EG) nr. 1010/2006 van de Commissie van 3 juli 2006, uiterlijk vóór 31 maart 2007 moet gebeuren;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat de producenten zo spoedig mogelijk ingelicht moeten worden over de voorwaarden van toekenning van de compensaties en dat deze compensaties, om enig nut te hebben, zo snel mogelijk moeten worden uitbetaald;

Op de voordracht van de Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1°. "Minister" : de Minister van Landbouw; 2° "administratie" : de Afdeling Steun aan de Landbouw van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest; 3 "samenwerkingsakkoord" : het samenwerkingsakkoord van 19 maart 2007 tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met betrekking tot de gewestelijke verdeling van de steun ter compensatie van de gevolgen van de marktverstoring in de pluimveesector tijdens de periode van 1 januari tot 30 april 2006 na het uitbreken van de vogelgriep in sommige lidstaten van de Europese Unie; 4° "compensatie" : financiële hulp voor de drie buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de markt bedoeld in artikel 2 en genomen overeenkomstig Verordening (EG) nr.1010/2006 van de Commissie van 3 juli 2006; 5° "beroepspluimveehouder" : de bij de administratie geïdentificeerde producent die pluimveehouderij als hoofd- of bijberoep uitoefent, met een productiecapaciteit van minstens twee honderd eenheden wat pluimvee betreft;6° "broederij" : centrum voor het inleggen van eieren dat door het Waalse Gewest erkend is;7° "toom" : al het pluimvee van een zelfde beslag, met dezelfde gezondheids- en immuniteitsstatus, dat gemeenschappelijke kenmerken heeft inzake soort, categorie, type, stadium en gezondheidskwalificatie en dat dezelfde plaats in de productie inneemt;8° "gebouw" : landbouwgebouw waar pluimvee wordt gefokt, behalve de sluis en de technische lokalen;9° "productieplaats" : ruimte ingericht in een bepaald gebouw en afgebakend door niet-verwijderbare harde wanden, waarin de tomen worden ondergebracht;de productieplaats komt overeen met het gebouw als de toom de volledige oppervlakte van het gebouw inneemt; 10° "toepassingsperiode" : 1 januari tot en met 30 april 2006; 11°"vernietiging van broedeieren" : handeling waarbij een broederij eieren die tijdens de toepassingsperiode gebroed moeten worden naar het vilbeluik stuurt; 12 "verlenging van de sanitaire leegstand" : vrijwillige verlenging door een beroepspluimveehouder van de sanitaire leegstand na drie weken tijdens de toepassingsperiode; 13° " vermindering van het aantal opfokplaatsen" : vrijwillige verlaging van de productie door een beroepspluimveehouder tijdens de toepassingsperiode, waarbij minder kuikens in opfok geplaatst worden om de bezettingsdichtheid te verlagen.

Art. 2.De beroepspluimveehouders en de broederijen die de marktverstoringen in de pluimveesector tijdens de toepassingsperiode hebben moeten ondergaan ingevolge het uitbreken van de vogelgriep in sommige lidstaten van de Europese Unie kunnen compensaties genieten in het kader van de volgende buitengewone marktmaatregelen : - voor de broederijen, de vernietiging van broedeieren; - voor de beroepspluimveehouders, de verlenging van de sanitaire leegstand na drie weken en - de vermindering van het aantal opfokplaatsen voor kuikens.

Art. 3.De maximale compensatie voor de vernietiging van broedeieren wordt vastgelegd op euro 0,15 per broedei.

De compensatie bedoeld in het eerste lid wordt toegekend binnen de perken van het aantal stuks toegewezen aan het Waalse Gewest overeenkomstig het samenwerkingsakkoord.

Om de in het eerste lid bedoelde compensatie te genieten moeten de broederijen een aanvraagformulier indienen overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 7.

Art. 4.De maximale compensatie voor de verlenging van de sanitaire leegstand na drie weken tussen twee tomen wordt vastgelegd als volgt : - 0,46 euro per m2 en per bijkomende week voor de vleeskuikenbedrijven, naar rato van vier bijkomende weken; - 0,62 euro per m2 en per bijkomende week voor de vleeseendenbedrijven, naar rato van vijf bijkomende weken.

De compensatie bedoeld in het eerste lid wordt toegekend binnen de perken van de oppervlaktes toegewezen aan het Waalse Gewest overeenkomstig het samenwerkingsakkoord.

Om de in het eerste lid bedoelde compensatie te genieten moeten de beroepspluimveehouders een aanvraagformulier indienen overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 7.

Enkel de bijkomende weken verlenging van de sanitaire leegstand na drie weken die in de toepassingsperiode opgenomen worden, geven recht op de compensatie bedoeld in het eerste lid. Elke bijkomende week die tijdens deze periode begonnen of afgelopen is, wordt in aanmerking genomen naar rato van het aantal dagen opgenomen in deze periode.

De oppervlakte die in aanmerking komt voor de betaling van de compensatie bedoeld in het eerste lid, is de oppervlakte van de productieplaatsen waarin de sanitaire leegstand plaatsvindt.

Art. 5.De maximale compensatie voor de vermindering van het aantal opfokplaatsen voor kuikens wordt vastgelegd als volgt : - euro 0,20 per kuiken voor vleeskuikenbedrijven; - euro 0,75 per kuiken voor vleeseendenbedrijven.

De compensatie bedoeld in het eerste lid wordt toegekend binnen de perken van het aantal dieren toegewezen aan het Waalse Gewest overeenkomstig het samenwerkingsakkoord.

Om de in het eerste lid bedoelde compensatie te genieten, moeten de beroepspluimveehouders een aanvraagformulier indienen overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in artikel 7.

De compensatie bedoeld in het eerste lid wordt berekend door, voor elke productieplaats, het aantal opfokplaatsen tot stand gebracht door de aanvrager tijdens de toepassingsperiode te vergelijken met degene die van 1 januari tot en met 30 april, met name de referentieperiode, worden geregistreerd, waarbij rekening wordt gehouden met alle tomen aanwezig op het bedrijf van de aanvrager tijdens de referentieperiode.

Art. 6.Bij overschrijding van de beperkingen bedoeld in de artikelen 2, 4 en 5 van dit besluit worden de compensaties voor elke begunstigde evenredig verminderd om aan die beperkingen te voldoen.

Art. 7.De aanvraagformulieren die specifiek betrekking hebben op de verschillende maatregelen bedoeld in artikel 2 van dit besluit zijn beschikbaar bij de bevoegde Directies van de buitendiensten van de administratie.

De aanvraagformulieren ad hoc worden, behoorlijk ingevuld en vergezeld van de vereiste bewijsstukken, uiterlijk 13 oktober 2006 bij aangetekend schrijven naar de administratie gestuurd, waarbij de poststempel bewijskracht heeft.

Art. 8.Om in aanmerking te komen voor de betaling van de compensatie moeten de ingediende aanvragen per aanvrager aanleiding geven tot een totale compensatie van minstens euro 500.

Art. 9.De aanvrager verstrekt alle door de administratie gevraagde gegevens op grond waarvan hij in aanmerking kan komen voor de compensatie.

Art. 10.De administratie wordt belast met de uitbetaling van de compensaties, alsook met de terugvordering van ten onrechte gestorte bedragen. In geval van ten onrechte gestorte bedrag of in geval van niet aangezuiverde heffing bedoeld in Verordening (EG) nr 1788/2003 van de Raad van 29 september 2003, kan de administratie bij de begunstigde een terugvordering uitvoeren op elk verschuldigd bedrag van de compensatie, ongeacht de steunregeling die zij beheert.

Art. 11.De inspecteur-generaal van de Afdeling Steun aan de Landbouw van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest of, bij diens afwezigheid of verhindering zijn plaatsvervanger, wordt ertoe gemachtigd de uitgaven betreffende de in dit besluit bedoelde compensaties vast te leggen, goed te keuren en te ordonnanceren.

Art. 12.De overtredingen van dit besluit worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.

De overtredingen van dit besluit kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve boete overeenkomstig artikel 8 van voornoemde wet van 28 maart 1975. De directeur-generaal van het Directoraat-generaal Landbouw van het Ministerie van het Waalse Gewest of, bij diens afwezigheid of verhindering zijn plaatsvervanger, wordt aangewezen als ambtenaar bevoegd om de handelingen uit te voeren en de beslissingen te nemen i.v.m. de administratieve boetes bedoeld in het eerste lid.

Art. 13.Dit besluit treedt in werking op 15 september 2006.

Art. 14.De Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 19 maart 2007.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN

^