Besluit Van De Waalse Regering van 22 april 2004
gepubliceerd op 13 augustus 2004

Besluit van de Waalse Regering tot definitieve goedkeuring van de herziening van het gewestplan van Doornik-Leuze-Péruwelz met het oog op de inschrijving van een gemengde bedrijfsruimte en een industriële bedrijfsruimte op het grondgebied van de stad Do

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2004027126
pub.
13/08/2004
prom.
22/04/2004
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

22 APRIL 2004. - Besluit van de Waalse Regering tot definitieve goedkeuring van de herziening van het gewestplan van Doornik-Leuze-Péruwelz met het oog op de inschrijving van een gemengde bedrijfsruimte en een industriële bedrijfsruimte op het grondgebied van de stad Doornik (Blandain en Marquain), in uitbreiding van de bedrijfsruimtes van Doornik Ouest I en II en de inschrijving van een reserveringsoppervlakte voor het tracé van een nieuwe autosnelwegverbinding aan die gebieden (plaat 37/6N)


De Waalse Regering, Gelet op het Waalse Wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium, o.a. artikelen 22, 23, 30, 35, 37, 41 tot 46 en 115;

Gelet op het Schéma de développement de l'espace régional (SDER) goedgekeurd door de Regering op 27 mei 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 juli 1981 tot vaststelling van het gewestplan van Doornik-Leuze-Péruwelz, o.m. gewijzigd door de besluiten van de Waalse Gewestexecutieve van 20/12/1990 (inschrijving van het tracé van de A8), 07/03/1991 (inschrijving van het industriegebied van Doornik-Ouest) en 29/07/1993 (inschrijving van het tracé van de RN511 en ambachtelijke gebieden te Pecq en te Estaimpuis);

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 oktober 2002 tot besluit van de herziening van het gewestplan Doornik-Leuze-Pérulwelz en tot goedkeuring van het voorontwerp van wijziging van plan met het oog op de inschrijving van een gemengde bedrijfsruimte en een industriële bedrijfsruimte op het grondgebied van de stad Doornik, in uitbreiding van de industriegebieden van Doornik Ouest I en II (plaat 37/6N);

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 september 2003 tot goedkeuring van ontwerp tot herziening van het gewestplan van Doornik-Leuze-Pérulwelz met het oog op de inschrijving van een gemengde bedrijfsruimte en een industriële bedrijfsruimte op het grondgebied van de stad DOORNIK, in uitbreiding van de industriegebieden van Doornik Ouest I en II (plaat 37/6N);

Gelet op de klachten en opmerkingen geformuleerd tijdens het openbare onderzoek dat werd gevoerd te Doornik tussen 11 oktober 2003 en 24 november 2003, aangaande volgende thema's : - recht op informatie; - alternatief ontwerp; - gemengde stadscentra; - betwisting van de relevantie van het ontwerp en de werkgelegenheid die het mogelijk kan scheppen; - toepassing van het gebied; - renovatie van oude niet meer in gebruik zijnde sites; - bereikbaarheid van de site; - impact van het ontwerp op de landbouwfunctie; - impact op het landschap en aanleg van milieuoppervlaktes; - waterbeheer; - overlast en risico op vervuiling;

Gelet op het advies onder voorwaarden van de gemeenteraad van Doornik van 15 december 2003;

Gelet op het gunstige advies betreffende de herziening van het gewestplan van Doornik-Leuze-Péruwelz met het oog op de inschrijving van een gemengde bedrijfsruimte en een industriële bedrijfsruimte op het grondgebied van de stad DOORNIK, in uitbreiding van de industriegebieden van Doornik Ouest I en II en een oppervlakte voor reservatie voor het tracé van een nieuwe autosnelwegverbinding aan deze gebieden (plaat 37/6N) uitgevaardigd door de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening op 12 maart 2004;

Gelet op het gunstige advies van de CWEDD Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement Durable (tegenhanger Vlaamse MiNa-raad) van 4 maart 2004;

Validatie van het milieueffectenrapport Overwegende dat, in haar beslissing van 18 september 2003, de Regering heeft gemeend dat in het milieueffectenrapport alle elementen stonden die noodzakelijk waren voor de beoordeling van de opportuniteit en de afstemming van het ontwerp, en heeft het dus als volledig beschouwd;

Overwegende dat klagers wijzen op lacunes in het milieueffectenrapport wat de impact op de landbouw en de werkgelegenheidsgraad betreft; dat een andere meent dat de oppervlakte van de bedrijfsruimte ruim overschat is door het milieueffectenrapport;

Overwegende dat de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening meent dat de kwaliteit van het milieueffectenrapport goed is, ook al staan er enkele fouten in;

Overwegende dat de CWEDD meent dat de auteur een bevredigend werk heeft afgeleverd, ook al is er soms een gebrek aan samenhang en staan er enkele onduidelijkheden in.

Overwegende dat die elementen niet van die aard zijn om de beoordeling van het ontwerp ongeldig te maken, aangezien de Regering over alle noodzakelijke elementen beschikte om een beslissing te nemen;

Overwegende dat het milieueffectenrapport voldoet aan artikel 42 van het CWATUP en aan het lastenboek; dat de Regering voldoende is ingelicht om met kennis van zaken uitspraak te doen;

Afstemming van het ontwerp op de behoeften Overwegende dat het de doelstelling van de Regering is, op korte termijn te voldoen aan de behoeften aan de geschatte nodige ruimte voor economische activiteit naar het jaar 2010 toe;

Overwegende dat, op basis van een door de DGEE (Direction générale de l'économie et de l'emploi) opgemaakt rapport en de analyse ervan, de Regering in haar besluit van 18 oktober 2002, heeft gemeend dat het grondgebied van de Intercommunale d'aménagement et de développement économique van Doornik, Aat en de omliggende gemeentes (IDETA) in twee subruimtes moest worden onderverdeeld : het westen (regio van Doornik) en centrum-oosten (regio's Leuze en Aat, en Edingen); dat hij heeft gemeend dat het westen van het grondgebied van de IDETA, beschouwd als het referentiegebied in voorliggend besluit, globaal genomen op 10 jaar een behoefte aan voor economische activiteit bestemde terreinen vertoont van ongeveer 82 hectare netto-oppervlakte, waarbij nog een forfaitaire 10% bijkomende oppervlakte noodzakelijk is voor de technische uitrusting van het gebied, dus een oppervlakte van ongeveer 90 hectare die als bedrijfsruimte moet worden ingeschreven; dat de grensoverschrijdende dynamiek die wordt gegeneerd door de aan Doornik grenzende polen, de inschrijving rechtvaardigen van een oppervlakte die iets hoger is, nl. 104 ha;

Overwegende dat het milieueffectenrapport deze analyse niet in twijfel heeft getrokken : zowel de relevantie van de afbakening van het referentiegebied, als het bestaan van socio-economische behoeften in dit gebied, binnen het door de Regering bepaalde tijdsbestek, zijn bevestigd;

Overwegende dat de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening, ondanks de klachten tijdens het openbare onderzoek, achter de validatie van de behoeften uit het milieueffectenrapport voor het referentiegebied staat, waarbij ze aangeeft dat de 9,5 ha langs het dorp Blandain is bestemd voor de aanleg van een afzonderingsinfrastructuur;

Overwegende dat indien de CWEDD bepaalde twijfels heeft over de afstemming van de oppervlaktes in verhouding tot de behoeften, waarbij hij betreurt dat de studie vooral werd uitgevoerd via het extrapoleren van situaties die voor Tournai-Ouest I en II golden, deze schattingsmethode enerzijds klassiek en over het algemeen aanvaard is en anderzijds, indien moest blijken dat die angst gedeeltelijk gegrond is, aan die bezwaren zou worden tegemoet gekomen, zoals de CWEDD het zelf voorstelt, via het opleggen van de door het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu geplande fasering;

Validatie van het ontwerp Overwegende dat het besluit van 18 oktober 2002 is gegrond op de beschouwing dat het voorontwerp bijdraagt tot het versterken van de ruimtelijke structuur van het SDER; dat Doornik er wordt beschouwd als een pool gelegen in het transregionale samenwerkingsgebied met de Rijselse agglomeratie en een ankerpunt op de 'eurocorridor Rijsel-Luik;

Overwegende dat het milieueffectenrapport de optie van het voorontwerp van wijzigingplan gegrond heeft geacht voor wat betreft de inschrijving van een bedrijfsruimte van 104 hectare op het grondgebied van de stad Doornik;

Overwegende bijgevolg dat de Regering zijn optie heeft bevestigd in het besluit van 18 september 2003;

Overwegende dat ook de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening deze beslissing valideert;

Onderzoek van de alternatieve locaties Overwegende dat, conform artikel 42, alinea 2, 5° van het Waalse Wetboek, en het speciale lastenboek, het milieueffectenrapport op zoek is gegaan naar alternatieven; dat die alternatieven kunnen slaan op de lokalisatie, de afbakening of de toepassing van het in het ontwerp van het gewestplan in te schrijven gebied;

Overwegende dat de auteur van het milieueffectenrapport geen enkel lokalisatiealternatief heeft gevonden en de voorgestelde site het meest geschikt is om te beantwoorden aan de doelstellingen van de herziening van het gewestplan;

Onderzoek van de alternatieve afbakeningen en toepassingen Overwegende anderzijds dat het milieueffectenrapport heeft aangetoond dat de nadelen van het ontwerpgebied aanzienlijk kunnen worden verminderd indien de afbakening werd gewijzigd, waardoor, via een uitbreiding van de oppervlakte met 6,8 hectare, een nieuwe toegang tot de E42 autosnelweg mogelijk zou zijn, wat de bereikbaarheid van de site zal verbeteren en de veiligheid zal verhogen; dat die bijkomende oppervlakte gecompenseerd wordt door een evenredige uitbreiding van de afzonderingsinfrastructuur in het noordoosten van het activiteitengebied om op die manier beter het dorp Blaindain tegen de overlast te beschermen;

Overwegende bovendien dat het milieueffectenrapport heeft voorgesteld om de lokalisatie van de gemengde bedrijfsruimte te wisselen met die van de industriële bedrijfsruimte om die op die manier rechtstreeks met de spoorweg in het noorden van de site te verbinden; dat de Regering voor deze optie heeft gekozen omdat op die manier een bimodale bediening van het industriële deel mogelijk wordt;

Overwegende dat de Regering in haar besluit van 18 september 2003 dus heeft gemeend dat uit deze vergelijkende studie blijkt dat de beste oplossing om te beantwoorden aan de door de Regering nagestreefde doelstellingen erin bestaat te opteren voor het voorontwerp, door de oppervlakte te herzien volgens de door de auteur van het milieueffectenrapport geformuleerde suggesties en door de ligging van de gemende en industriële bedrijfsruimte om te keren, en dus als herziening van het gewestplan te opteren voor de inschrijving van dit gebied volgens een conform het ontwerp gewijzigde afbakening;

Overwegende dat de CWEDD meent dat de door de auteur van de studie voorgestelde en door de Regering gekozen variante de beste oplossing is voor de inschrijving van een gemengde en industriële bedrijfsruimte op deze plaats;

Overwegende dat de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening geen kritiek heeft geuit op deze oplossing.

Rekening houden met de algemene aanbevelingen van de CWEDD Overwegende dat de CWEDD in zijn verschillende adviezen een reeks algemene beschouwingen heeft geuit inzake de herzienings- en algemene aanbevelingsprocedure betreffende de eventuele toepassing van de ontwerpen;

Overwegende om te beginnen dat hij meent dat het evaluatiewerk voor de uitvoering van het prioritaire plan pas relevant zal zijn indien de inplanting van de structuren afhankelijk wordt gemaakt van een nieuwe evaluatie van de gevolgen eigen aan de bedrijvengroep; dat hij vraagt dat bij de vestiging van bedrijven, er een evaluatie van het milieu wordt uitgevoerd per bezettingsfase van de activiteitenzone om een globale visie te hebben op de schaal ervan;

Overwegende dat het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu waarvan de uitvoering wordt opgelegd door artikel 31bis van het CWATUP, een maximale geldigheidsduur van tien jaar zal hebben; dat de hernieuwing ervan noodzakelijkerwijs een nieuw onderzoek van de situatie zal vergen en een aanpassing van de bepalingen zal mogelijk maken aan de evolutie die op het terrein zal zijn vastgesteld en aan de bijkomende gegevens die intussen zullen zijn verzameld; dat desgevallend van dit nieuwe onderzoek moet worden geprofiteerd om de gepaste procedures in gang te zetten om de bestemming te wijzigen of aan te passen; dat die procedure het dus mogelijk zal maken aan de door de CWEDD geformuleerde suggestie te voldoen;

Overwegende dat de CWEDD vervolgens zijn aanbevelingen over de relatie tussen mobiliteit, transport en ruimtelijke ordening herhaalt; dat hij verheugt is vast te stellen dat via het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu, de uitvoering van een mobiliteitsplan wordt opgelegd, dat het mogelijk zal maken het gebruik van zachte vervoersmodi en openbaar vervoer aan te moedigen; dat hij erop aandringt dat het voetgangers- en fietsverkeer in de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beveiligd;

Overwegende dat deze suggestie opportuun lijkt; dat dient opgelegd te worden dat die beveiliging deel uitmaakt van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu;

Overwegende voor het overige dat de wens om de nieuwe bedrijfsruimtes te bedienen met het openbaar vervoer niet in tegenspraak is met het door de Regering gevoerde beleid; dat het netwerk van de TEC (Waalse vervoersmaatschappij) zodanig is georganiseerd dat de voornaamste plaatsen op het grondgebied die verkeer genereren bediend zijn, en aangezien het essentieel via de weg verloopt, is het zonder hoge investeringen, makkelijk aan te passen in functie van de evolutie van de plaatsen die de stromen genereren; dat anderzijds, gelet op zijn structurele kost, het spoor enkel een oplossing biedt voor de mobiliteitsproblemen als het om lange afstanden en grote volumes gaat; dat voor de meeste individuele transportbehoeften van de KMO's die zich in de nieuw aangelegde bedrijfsruimtes zullen vestigen, het spoor enkel zal kunnen worden gebruikt in combinatie met andere transportmiddelen, vooral via de weg; dat het dus via een intermodaliteit tussen spoor en weg is, die zal worden opgenomen in de door de Lastenboeken inzake stedenbouw en milieu opgelegde plannen, dat de door de CWEDD vooropgestelde duurzame doelstellingen inzake mobiliteit zullen kunnen worden gehaald;

Bijzondere overwegingen Overwegende dat met volgende elementen rekening moet worden gehouden : Gemengde stadscentra In het voorontwerp heeft de Regering gemeend dat de inschrijving van de bedrijfsruimte verenigbaar was met de principes van het SDER omdat : - het ontwerp ingeschreven staat in een gemeente die opgenomen is als ontwikkelingsgebied en interventiegebied van de Europese fondsen voor ontwikkeling; - ook al draagt het ontwerp misschien niet bij tot het herstel van het stadsweefsel, het sluit nochtans aan op de bestaande bebouwing aangezien het gelegen is ten noordwesten van de autosnelweg A17 (Doornik-Brugge), nabij de bestaande activiteitenparken van Tournai Ouest I en II, wat synergieën met de reeds aanwezige bedrijven en een beter gebruik van bepaalde beschikbare uitrustingen zonder gevoelige versterking mogelijk maakt;

Het milieueffectenrapport heeft deze analyse bevestigd.

Meerdere klagers wijzen op de noodzaak de stadscentra te herdynamiseren door de vestiging van kleine handelszaken en diensten aan de bevolking in het stadscentrum te promoten.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening meent dat met deze bezorgdheden passend rekening wordt gehouden door het verbod om de vestiging van kleine handelszaken en diensten aan de bevolking in het gebied te verbieden, om op die manier het stadscentrum van Doornik niet te ontwrichten.

De Regering deelt deze analyse en behoudt dus die verplichting.

Impact op de landbouw Meerdere klagers protesteren tegen de impact van het ontwerp op het landbouwfunctie en wijzen erop dat meerdere exploitanten zullen getroffen zijn. Bepaalde onder hen eisen een passende schadevergoeding.

In het voorontwerp heeft de Regering gemeend dat de herziening van het plan een impact had op de landbouwfunctie, wat gerechtvaardigd was door het marginale karakter ervan in verhouding tot de nuttige landbouwoppervlakte in het referentiegebied, gelet op het aantal gecreëerde arbeidsplaatsen (socio-economische impact van het ontwerp zou zich moeten vertalen in het scheppen van ongeveer 1700 arbeidsplaatsen op de site) en de door de lokalisatie en de voormelde troeven afgeleide economische ontwikkeling. De verzamelde gegevens zorgen niet voor een wijziging van deze beoordeling.

Het milieueffectenrapport heeft eraan toegevoegd dat het ontwerp een impact zou hebben op meer dan twintig exploitaties. Om de impact ervan te beperken en het principe van spaarzaamheid toe te passen, stelt het voor, mocht het gebied niet worden toegepast binnen een periode van drie jaar vanaf datum van voorliggend besluit, het terug in zijn oorspronkelijke bestemming te herstellen.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening vindt dit een interessant voorstel maar voegt eraan toe dat de voorgestelde termijn totaal onrealistisch is gelet op de geldende procedures en de noodzaak het activiteitengebied te verkrijgen via wettelijke procedures van economische expansie.

Door het volledige prioritaire bedrijfsruimteplan zal een maximum van 1200 hectare een bestemming als bedrijfsruimte krijgen, waarvan een aanzienlijk deel dat momenteel als landbouwgebied geklasseerd staat, nl. ongeveer 1,5 % van de nuttige landbouwoppervlakte in het Waalse Gewest (volgens de gegevens van het DGA (Direction Générale de l'Agriculture), 756.567 hectare in 2002, laatste jaar waarvoor cijfers bekend zijn). Gelet op de tijd die nodig is om die nieuwe bestemmingen uit te voeren en de door het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu opgelegde fasering, kunnen we ervan uitgaan dat het proces ter wijziging van de bestemming over een tiental jaar zal worden gespreid.

Het verlies van die oppervlaktes kan op regionaal niveau dus maar een marginale impact hebben op het landbouwbedrijf.

Om te beginnen omdat het verlies van bebouwbare landbouwgrond ruim zal worden goedgemaakt door een verhoging van de landbouwproductie : indien Inter-Environnement-Wallonie en de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening aangeven dat het verlies van landbouwgronden tot een daling van de graanproductie met jaarlijks ongeveer 7.800 ton zou leiden, dan kunnen we, gelet op het aantal in het Gewest bestemde hectares voor deze cultuur (190.000), opmerken dat de stijging van de productiviteit (volgens de DGA, gemiddelde productiviteitswinst van 100 KG/ha/jaar) van die aard zal zijn dat de productiestijging (190.000 ton over 10 jaar) 2,5 maal het aangeklaagde verlies zal bedragen.

Indien er tenslotte een negatief effect van sommige wijzigingen van het gewestplan te vrezen valt voor private bedrijven, dan moet er parallel met het verlies van gronden die ze zullen lijden, de oppervlakte aan landbouwgronden die jaarlijks het voorwerp vormt van een vastgoedmutatie, tegenover worden geplaatst, nl. 9.000 hectare.

Zoals hierboven reeds aangegeven zou de toepassing van het prioritaire plan bedrijfsruimte het landbouwbedrijf over tien jaar jaarlijks ongeveer 120 hectare moeten onttrekken. De compensatie van die verliezen voor de betroffen landbouwers zal dus slechts 1,3 % vertegenwoordigen van het jaarlijkse geheel van vastgoedmutaties van de landbouwgronden, welke zich trouwens inschrijven in een algemene context van hergroepering van geëxploiteerde gronden in bredere gehelen.

Bijgevolg kunnen we dus vooropstellen dat de door de wijziging van de gewestplannen getroffen landbouwers gronden zullen terugwinnen om te kunnen voldoen aan de behoeften van hun bedrijf.

Ook al zullen ze misschien niet dezelfde kenmerken vertonen inzake exploitatiegemak, toch moeten ze het een groot aantal bedrijven mogelijk maken in aanvaardbare omstandigheden te overleven. De aangerichte schade zal via onteigeningsvergoedingen worden gecompenseerd.

De Regering stelt vast dat door het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu een fasering op te leggen van de toepassing van dit gebied, aan deze bezorgdheid zal worden tegemoetgekomen aangezien op die manier het gebied progressief en in functie van de behoeften zal worden toegepast, en dat anderzijds de geldigheidsduur van tien jaar van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu zal leiden tot een nieuwe evaluatie van de bodembezetting, waardoor het mogelijk zal worden een nieuwe bestemming voor te stellen in functie van de behoeften waaraan echt zal moeten worden voldaan. Deze maatregel moet voldoen aan de doelstelling van de CWEDD, nl. een aanvraag tot oprichting van een beheersstructuur en een opvolging van de transfer van landbouwgronden en van de compensaties.

Als natuurlijke en menselijke maatregel zal er een gedetailleerde nota moeten instaan, waarin de middelen staan aangegeven waarover de landbouwers, van wie het voortbestaan van het bedrijf door het ontwerp is bedreigd, zullen kunnen beschikken.

De eventuele aanvragen tot schadevergoeding zullen worden geregeld binnen het kader van de onteigeningsprocedures. Indien die ontoereikend blijken te zijn, ressorteren die aanvragen onder de gerechtelijke instanties, die de landbouwers die zouden zijn benadeeld, de passende schadevergoedingen zullen toekennen, conform het gemeen recht.

Bereikbaarheid en multimodaliteit Klagers stellen voor het gebied te verbinden met de spoorweg. Sommigen herinneren eraan dat die verbinding al sinds 1970 is gepland.

Zoals de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening opmerkt is het net om een aansluiting van de industriële bedrijfsruimte op de spoorweg mogelijk te maken dat op 18 september 2003 werd geopteerd voor een omkering van de gemengde bedrijfsruimte en de industriële bedrijfsruimte.

Wat de bereikbaarheid via de weg en de autosnelweg betreft wijzen meerdere klagers op volgende problemen : - Om de mobiliteit rond Doornik te verhogen moeten de rijstroken op de E42-A17 op drie, of zelf op vier rijstroken worden gebracht, er zou een aansluiting moeten komen richting Douai en het multimodale platform van Dourges, waardoor het verkeer via het oosten of het zuiden rond de stad zou kunnen worden geleid; - De toegang tot het gebied via het zuiden zou kunnen worden geschrapt waardoor het gebied enkel via de bestaande wegen van Tournai I en II bereikbaar zou blijven, waadoor het doorgaande verkeer via de straat « rue du Moulin de Calonne » en het kruispunt van Faisan vermeden wordt; - De nieuwe toegangsweg naar de E42 zou pas in de laatste fase van de toepassing van het gebied worden gebouwd, voor het geval het volledige gebied zou zijn bezet; - Het reserveringsgebied dat is voorzien voor de verlenging van de A17 tot aan de N7 moest worden geschrapt omdat het MET (Le ministère de l'Equipement et des Transports) de ringweg ten zuiden van Doornik heeft opgegeven; - Het ontwerp zou voor een toename van de mobiliteit zorgen, wat in strijd zou zijn met de principes van het gemeentelijke mobiliteitsplan van de stad Doornik.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening heeft vastgesteld dat de meeste van die opmerking niet gegrond waren : - Het Gemeentelijk mobiliteitsplan van Doornik voorziet geen verzadiging van de A8 voor 2015, het ogenblik waarop het aantal rijstroken op 3 kan worden gebracht; - De afbakeningsvariante waarvoor het ontwerp heeft geopteerd vermijdt het dichtslibben van de lokale wegen. Het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu plant anderzijds bepalingen om de veiligheid van het lokale verkeer te garanderen; - Het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu zal de uitvoering van de toegang tot de E42 kunnen faseren, rekening houdend met behoeften; - Het Gemeentelijk mobiliteitsplan van de stad Doornik heeft geen betrekking op de site, die te ver ligt van het stadcentrum.

Een klager stelt voor de haven-, spoor- en autosnelwegmogelijkheden te gebruiken die de Schelde, stroomafwaarts van Doornik biedt.

De Regering ontkent de mogelijkheden van de Schelde niet en ze worden geëxploiteerd binnen het kader van andere ontwerpen te Doornik - Vaulx en Pecq-Herinnes aangezien het voorwerp van voorliggende herziening erin bestaat aan andere behoeften te voldoen, die geen toegang tot de waterweg vereisen, en waaraan ook moet worden voldaan.

Wat de schrapping van het reserveringsgebied betreft die is voorzien voor de verlening van de A7, kan de Regering enkel vaststellen dat ze niet het voorwerp vormt van voorliggende procedure en dat ze dus afzonderlijk zal moeten worden bestudeerd. Ze is niet verbonden met huidig ontwerp.

De opmerkingen betreffende de bereikbaarheid met het openbaar vervoer zullen, zoals de Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening aangeeft, worden geregeld door de verplaatsingsplannen van de bedrijven die door het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu worden opgelegd.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening wijst er overigens op dat het luik mobiliteit van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu het behoud van fiets- en wandelpaden op de site zal mogelijk maken, waarvan sommige klagers de bescherming eisen.

De MET en de operator, elk binnen zijn bevoegdheden, zullen instaan voor een passende signalisatie op de site.

Betwisting van de relevantie van het ontwerp en de werkgelegenheid die het mogelijk kan scheppen Klagers betwisten dat het aantal jobs dat mogelijk zal worden gecreëerd zo hoog zal liggen als aangekondigd. Een van hen vraagt dan ook een beperking van de oppervlakte van het gebied. Andere vrezen er dan weer voor dat de vestigingen in het gebied tijdelijk zullen zijn;

Franse en Vlaamse bedrijven die de terreinen een tijdje zullen bezetten, om te kunnen profiteren van de daarmee verbonden fiscale voordelen en vervolgens terug te vertrekken.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening die erop wijst dat de bestaande parken momenteel bijna verzadigd zijn neemt deze bezorgdheden over en stelt voor bij de eerste verkoop van terreinen een clausule op te leggen die een akkoord over investeringen koppelt aan het scheppen van een bepaald aantal jobs.

De Regering deelt deze bezorgdheid. Ze wijst er nochtans op dat het de opdracht is van de operatoren die de bedrijfsruimtes beheren erover te waken dat de terreinen ter beschikking worden gesteld van ondernemingen die jobs op lange termijn zullen scheppen. Dit is hun opdracht binnen het kader van de bevoegdheden die de wet inzake economische expansie, en meer bepaald art. 32 en 32 bis, hen verleend en waardoor ze verkoopscontracten zullen kunnen opzeggen wanneer aan de opgelegde voorwaarden niet is voldaan. Het is aan de operatoren om erover te waken dat die terreinen ter beschikking van ondernemingen worden gesteld die economische activiteiten ontplooien die jobs op lange termijn scheppen.

Toepassing van het gebied De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening wijst erop dat de verschillende klachten die betrekking hebben op de toepassing van het gebied zullen moeten worden geregeld binnen het kader van de uitwerking van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu. Dit geldt voor opmerkingen die te maken hebben met : - de fasering van de bezetting van het gebied en het opleggen van voorschriften inzake bezettingsdichtheid, om het principe van het spaarzaam omgaan met de bodem te respecteren; - de uitvoeringsmodaliteiten van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu, die worden geregeld door de omzendbrief van 29 januari 2004.

Het is aan de operator om de omwonenden te informeren met de middelen die hij passend zal achten en o.m. via de oprichting van een begeleidingscomité.

Impact op het landschap en aanleg van milieuoppervlaktes Klagers wijzen op de verslechtering van het levenskader. Ze vragen dat regels zouden worden opgelegd om de gebouwen beter te integreren en een vegetatie aan te planten op basis van inheemse plantensoorten.

Een andere vraagt een afzonderingsinfrastructuur aan te leggen want het beschermingsgebied rond het gehucht Touquet is te klein en het centrum van het dorp Blandain is van de site gescheiden door een spoorweg zonder enige andere vorm van bescherming.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening wijst erop dat dankzij de omkering van de gemengde bedrijfsruimte en industriële bedrijfsruimte en de aanleg van een afzonderingsoppervlakte van 50 meter diepte, langs de hele noordwest kant van de gemengde bedrijfsruimte, gekozen door het besluit van 18 september 2003, deels aan die bezwaren wordt tegemoet gekomen. De luiken « landschap » en « bebouwing en architectuur » van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu zullen de resterende bezorgdheden aanpakken.

Renovatie van oude niet meer in gebruik zijnde sites Klagers stellen voor het potentieel van de niet meer in gebruik zijnde sites te exploiteren, meer bepaald dat van de baksteenfabriek van Froyennes, liever dan nieuwe landbouwgronden te bestemmen voor economische activiteit.

De auteur van het milieueffectenrapport heeft de lokalisatiealternatieven geanalyseerd die mogelijks tegemoetkomen aan de doelstellingen van de Regering. Hij is tot het besluit gekomen dat er geen alternatieve site bestond.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening stelt vast dat binnen het referentiegebied, het westelijke gebied van het grondgebied van de IDETA, buiten de groeven, er geen niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimte bestaat met voldoende oppervlakte.

De Regering staat achter deze analyse.

Waterbeheer Wat betreft het beheer van het grond- en oppervlaktewater, het insijpelende water en de risico's op overstroming, worden verschillende opmerkingen geformuleerd. Klagers verwijten het milieueffectenrapport onvoldoende rekening te hebben gehouden met deze fenomenen.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening tempert deze kritieken. Het milieueffectenrapport heeft op een correcte manier rekening gehouden met de verschillende soorten impact die moesten worden bestudeerd.

Door de decretale en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn na te leven, kunnen regenwater en afvalwater passend worden behandeld.

Wat het afvalwater betreft zal het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu bovendien passende oplossingen opleggen om het extreme zuiden van het gebied af te wateren, en om de bedrijfsruimtes aan beide kanten van de waterscheidingslijn efficiënt af te wateren. De studies die zullen worden gevoerd zullen de juiste plaats en afmeting van de stormbekkens bepalen.

Hinder en risico's op vervuiling Verschillende klagers protesteren tegen de hinder die de exploitatie van het gebied voor hen zal veroorzaken : luchtvervuiling, geurhinder, stof, wijziging van het landschap, lawaai, wegverkeer, ... Dit is vooral het geval voor de inwoners van het dorp Touquet.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening ontkent die risico's niet helemaal maar stelt vast dat de omkering van de gemengde bedrijfsruimte en industriële bedrijfsruimte en de aanleg van een afzonderingsoppervlakte die risico's op een efficiënte manier de kop indrukt.

Het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu zal die elementen integreren om te bepalen wat de meest efficiënte afzonderingsoppervlakte is.

Fysische contraintes In het voorontwerp heeft de Regering gemeend dat de site aan geen enkele gerepertorieerde fysische contrainte was onderworpen.

Het milieueffectenrapport heeft erop gewezen dat de site in een gevoelig karstgebied ligt met matige risico's op instortingen. Een klager heeft ernaar verwezen.

Om rekening te houden met de mogelijke moeilijkheden veroorzaakt door de door het milieueffectenrapport aangetoonde karstfenomenen, heeft de Regering via het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu, de uitvoering van een geotechnische studie opgelegd die zal kunnen bepalen aan welke bijzondere voorzorgsmaatregelen de in het gebied op te richten gebouwen zullen moeten beantwoorden.

De Gewestelijke commissie voor ruimtelijke ordening staat achter deze beslissing.

Begeleidende maatregelen Overwegende dat artikel 46, § 1, al. 2, 3° van het CWATUP bepaalt dat de inschrijving van een nieuwe bedrijfsruimte hetzij de bestemmingswijziging van de niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimte, hetzij de goedkeuring van andere maatregelen die gunstig zijn voor de bescherming van het milieu, hetzij een combinatie van die twee begeleidingsmaatregelen inhoudt;

Overwegende dat de begeleidende maatregelen enerzijds moeten afhangen van de intrinsieke milieukwaliteit van de voor bebouwing bestemde oppervlakte en anderzijds van de objectieve inbreng van die begeleidingsmaatregelen;

Overwegende dat de renovatie van niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimtes een van de belangrijkste begeleidingsmaatregelen blijft;

Overwegende dat de Regering, binnen het kader van de begeleidingsmaatregelen bij voorliggende herziening van het gewestplan, een aantal niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimtes een nieuwe bestemming wil geven.

Overwegende dat, bij de evaluatie van de verhouding tussen begeleidingsmaatregelen en de inschrijvingsontwerpen van nieuwe bedrijfsruimtes, het redelijk is rekening te houden met enerzijds de gedifferentieerde impact van de renovatie van niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimtes volgens hun locatie en hun vervuiling, anderzijds met de impact op het milieu van de aanleg van een nieuwe bedrijfsruimte, die verschilt naargelang haar kenmerken en ligging; dat op die manier, mits eerbiediging van het proportionaliteitprincipe, blijkt dat een zware renovatie meer moet wegen dan de renovatie van een minder vervuilde site, dat de impact van voor het milieu gunstige maatregelen moet worden ingeschat in functie van het effect dat men er redelijkerwijze mag van verwachten, en dat die maatregelen des te belangrijker moeten zijn, of minder, dan de aanleg van het nieuwe gebied met al dan niet aanzienlijke impact op zijn omgeving;

Overwegende dat, bij gebrek aan elementen die de factoren kunnen objectiveren, welke die lasten en de impact volledig kunnen beoordelen, de Regering het nuttig acht, zowel om de voorschriften van het artikel 46, § 1, al. 2, 3° van het CWATUP zeker te eerbiedigen en in haar bekommernis om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, de renovatie van niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimtes te promoten, een strikte interpretatie van de tekst goed te keuren, en een verdeelsleutel te hanteren die ongeveer overeenkomt met een m2 renovatie van een niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimte voor een m2 niet bebouwbare ruimte die voortaan is bestemd voor economische activiteit (met aftrok van de oppervlaktes die voorheen voor economische activiteit waren bestemd en die gereclasseerd zijn als niet te bebouwen gebied);

Overwegende dat de door artikel 46, § 1, al. 2, 3° van het CWATUP bepaalde begeleiding op regionaal vlak kan worden ingeschat; dat aangezien voorliggend ontwerp in het raam van een prioritair plan moet worden gezien dat het volledige Gewest wil voorzien van nieuwe ruimtes voor economische activiteit, de voormelde verdeelsleutel dus algemeen kan worden toegepast, waarbij de compensatie kan gebeuren tussen het geheel van oppervlaktes afgezonderd van gebieden die niet als te bebouwen gebied zijn opgenomen om voor economische activiteit te worden bestemd (met aftrok van de oppervlaktes die voorheen voor economische activiteit waren bestemd en die gereclasseerd zijn als niet te bebouwen gebied) enerzijds en het geheel van niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimtes die een nieuwe bestemming hebben gekregen anderzijds;

Overwegende nochtans dat, ten einde een geografische verdeelgelijkheid na te streven, het nuttig lijkt, aangezien de nieuwe ruimtes die het prioritaire plan bestemt voor economische activiteit verdeeld liggen over het hele Gewest, erover te waken dat de niet meer in gebruik zijnde bedrijfsruimtes ook op een gelijke manier zijn verdeeld;

Overwegende dat, om die doelstelling na te streven, het Gewest in vijf evenwichtige en geografisch homogene sectoren werd verdeeld; dat het voorliggende ontwerp bij een geheel van ontwerpen werd gevoegd (Moeskroen, Aat - Gellingen, Leuze-en-Hainaut en Doornik - Vaulx, Pecq - Hérinnes en Pecq - Estaimpuis - Moeskroen);

Overwegende dat als begeleidingsmaatregel, de Regering beslist er rekening mee te houden volgende sites een nieuwe bestemming te geven : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld die een tenminste equivalente oppervlakte totaliseren;

Overwegende dat wat de maatregelen betreft die gunstig zijn voor de bescherming van het milieu zoals het CWEDD heeft onderstreept, artikel 46, § 1er, alinea 2, 3° van het CWATUP het niet mogelijk maakt er de beschermingsmaatregelen die zich opdringen in op te nemen, in toepassing van hetzij het CWATUP, hetzij van een andere van kracht zijnde reglementering; dat de Regering niettemin wil onderstrepen, dat om de bescherming van het milieu te verzekeren, zij parallel met de uitvoering van een prioritair plan binnen het kader waarvan voorliggend besluit kadert, een nieuw artikel 31bis van het CWATUP heeft goedgekeurd, met als voorschrift dat elke nieuwe bedrijfsruimte gepaard gaat met een Lastenboek inzake stedenbouw en milieu dat de compatibiliteit van het gebied met haar omgeving waarborgt;

Overwegende dat op die manier meer dan voldoende is voldaan aan de door dit artikel opgelegde regel;

Lastenboek inzake stedenbouw en milieu Overwegende dat in uitvoering van artikel 31bis van het CWATUP, voorafgaand aan de toepassing van het gebied, een Lastenboek inzake stedenbouw en milieu zal worden opgemaakt, dat de richtlijnen van de ministeriële omzendbrief van 29 januari 2004 zal naleven;

Overwegende dat de CWEDD in zijn verschillende adviezen een reeks algemene aanbevelingen heeft gedaan betreffende de eventuele implementatie van de ontwerpen, o.m. inzake beheer van water, lucht, afval, bodembewegingen, begeleiding van door het ontwerp getroffen landbouwbedrijven, mobiliteit en bereikbaarheid, integratie van landschap en begroeiing;

Overwegende dat de Regering die aanbevelingen ruim voor was, door om te beginnen in het Parlement de goedkeuring voor te stellen van artikel 31bis van het CWATUP, dat bepaalt dat de nieuwe bedrijfsruimtes het voorwerp zullen vormen van een Lastenboek inzake stedenbouw en milieu, en door vervolgens de inhoud van dit Lastenboek inzake stedenbouw en milieu te definiëren via een omzendbrief die zij op 29 januari 2004 heeft goedgekeurd;

Overwegende dat bepaalde door de CWEDD geformuleerde aanbevelingen verduidelijkingen aanbrengen die nuttig lijken, hetzij algemeen, hetzij voor voorliggend ontwerp, in functie van de net beschreven kenmerken; dat ze daarin zullen moeten worden opgenomen door de auteur van het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu;

Overwegende bijgevolg dat in het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu in elk geval de hierna opgesomde elementen zullen moeten staan; - maatregelen die zijn genomen om een passende behandeling van water, en vooral het afvalwater, mogelijk te maken; - nakijken van de geotechnische capaciteit van de bodem en ondergrond; - een progressief bezettingsplan van het gebied, sector per sector, rekening houdend met de huidige bezetting van de site door de landbouwexploitanten; - een nota waarin gedetailleerd de middelen staan aangegeven waarover de landbouwers, van wie het voortbestaan van het bedrijf door het ontwerp is bedreigd, kunnen beschikken; - maatregelen inzake mobiliteit, binnen en buiten het gebied, van goederen en personen, dus ook de fasering van de toegang tot de E42, het behoud op de site van fiets- en wandelpaden en maatregelen om de veiligheid van het lokale verkeer te garanderen; - afzonderingsmaatregelen van het gebied;

Overwegende dat uit het geheel van die ontwikkelingen blijkt dat het voorliggende ontwerp het meest geschikt is om, met eerbied voor de in artikel 1 van het Waalse Wetboek voor ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium opgesomde doelstellingen, te kunnen beantwoorden aan de behoefte aan ruimte bestemd voor economische activiteit, binnen het betroffen referentiegebied;

Na beraadslaging, Op voorstel van de Minister van ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu, Besluit :

Artikel 1.De Regering keurt definitief de herziening van het gewestplan Doornik-Leuze-Péruwelz goed, met de inschrijving, op het grondgebied van de stad DOORNIK, in uitbreiding van de industriegebieden van Tournai Ouest I en II (plaat 37/6N) : - van een gemengde bedrijfsruimte - van een industriële bedrijfsruimte - van een reserveringsoppervlakte voor het tracé van een nieuwe verbinding tussen deze gebieden en de autosnelweg.

Art. 2.Het volgende bijkomende voorschrift, *R 1.1, is van toepassing in de gemengde bedrijfsruimte ingeschreven op het plan door voorliggend besluit : « Kleinhandel en diensten aan de bevolking hebben geen toelating om zich te vestigen binnen het gebied *R 1.1, behalve indien ze verbonden zijn met de binnen het gebied toegelaten activiteiten ».

Art. 3.Volgend bijkomend voorschrift *R 1.5, is van toepassing in de gemengde bedrijfsruimte ingeschreven in het plan door voorliggend besluit : « Het deel van de bedrijfsruimtes *R 1.5 is voorbehouden voor de aanleg van een afzonderingsoppervlakte. »

Art. 4.De herziening is goedgekeurd conform het plan in bijlage.

Art. 5.In het Lastenboek inzake stedenbouw en milieu, opgesteld conform artikel 31bis van het CWATUP, staan in elk geval volgende elementen : - maatregelen die zijn genomen om een passende behandeling van water, en vooral het afvalwater, mogelijk te maken; - nakijken van de geotechnische capaciteit van de bodem en ondergrond; - een progressief bezettingsplan van het gebied, sector per sector, rekening houdend met de huidige bezetting van de site door de landbouwexploitanten; - een nota waarin gedetailleerd de middelen staan aangegeven waarover de landbouwers, van wie het voortbestaan van het bedrijf door het ontwerp is bedreigd, kunnen beschikken; - maatregelen inzake mobiliteit, binnen en buiten het gebied, van goederen en personen, dus ook de fasering van de toegang tot de E42, het behoud op de site van fiets- en wandelpaden en maatregelen om de veiligheid van het lokale verkeer te garanderen; - afzonderingsmaatregelen van het gebied;

Art. 6.De Minister van ruimtelijke ordening is belast met de uitvoering van voorliggend besluit.

Namen, 22 april 2004.

De Minister-president, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu, M. FORET Het plan ligt ter inzage bij het Direktoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium, rue des Brigades d'Irlande 1, te 5100 Jambes, en bij het betrokken gemeentebestuur.

Het advies van de CRAT wordt hieronder bekend gemaakt.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^