Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 23 juli 1998
gepubliceerd op 18 augustus 1998

Besluit van de Waalse Regering betreffende de opleidingscheques

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
1998027478
pub.
18/08/1998
prom.
23/07/1998
ELI
eli/besluit/1998/07/23/1998027478/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

23 JULI 1998. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de opleidingscheques


De Waalse Regering, Gelet op de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, inzonderheid op artikel 7, § 1;

Gelet op het decreet van 16 december 1988 houdende oprichting van de Gewestdienst voor arbeidsbemiddeling, inzonderheid op de artikelen 2 en 23, § 1;

Gelet op het decreet II van de Waalse Gewestraad van 22 juli 1993 betreffende de overheveling van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het advies van de « Conseil économique et social de la Région wallonne » (Sociaal-economische Raad van het Waalse Gewest), gegeven op 6 april 1998;

Gelet op het advies van het beheerscomité van de « Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi » (Gemeenschaps- en Gewestdienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling), gegeven op 10 maart 1998;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 januari 1998;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 10 juli 1998;

Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 2 februari 1998;

Op de voordracht van de Minister van Begroting en Financiën, Tewerkstelling en Vorming, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet.

Het is van toepassing op het grondgebied van het Franse taalgebied.

Art. 2.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « Minister » : de Minister van Tewerkstelling en Vorming;2° « FOREm » : de « Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi »;3° « opleidingscheque » : de cheque waarvan het bedrag in artikel 3 wordt vermeld en waarmee de onderneming via de werknemer één uur opleiding kan betalen die gegeven wordt door een onder de voorwaarden van dit besluit erkende opleidingsoperateur;4° « Erkenningscommissie » : de in artikel 5 bedoelde erkenningscommissie;5° « opleidingsoperateurs » : de opleidingsoperateurs die een activiteitenzetel in het Waalse Gewest hebben, en die binnen een in het Waalse Gewest gelegen activiteitenzetel opleidingen geven die betaalbaar zijn met opleidingscheques.De operateurs worden door de Minister erkend, na advies van de Erkenningscommissie; 6° « onderneming » : natuurlijke of rechtspersoon opgericht in de vorm van een aan de BTW onderworpen handelsvennootschap, met maximum 50 bij de R.S.Z. aangegeven werknemers en een exploitatiezetel in het Waalse Gewest; 7° « uitgever » : de door de Minister aangewezen instelling die belast is met de uitgifte en de betaling van de opleidingscheques;8° « werknemer » : de bij arbeidsovereenkomst tewerkgestelde persoon die zijn activiteit binnen een in het Waalse Gewest gelegen exploitatiezetel uitoefent, alsook de persoon die voornamelijk als zaakvoerder of actieve vennoot aangesloten is bij het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen;9° « Bestuur » : de Afdeling Tewerkstelling en Beroepsopleiding van de Algemene Directie Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest Art.3. De onderneming kan, binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen, jaarlijks maximum 400 opleidingscheques van 600 BEF bij de uitgever verkrijgen.

Zodra de opleidingsoperateur de cheque in ontvangst heeft genomen, wordt deze door de uitgever aan de onderneming terugbetaald ten belope van 1 200 BEF, na aftrek van de kosten van de door de operateur gegeven opleiding.

Als de opleiding meer dan 1 200 BEF per uur kost, moet de onderneming evenwel het saldo betalen.

De opleidingscheque dient om de werknemers van de onderneming, die een opleiding bij een opleidingsoperateur volgen, in staat te stellen de opleidingsuren te betalen.

De Minister kan de toekenning van opleidingscheques beperken tot bepaalde activiteitensectors en types opleiding. In dit geval moet zijn met redenen omklede beslissing uitsluitend rekening houden met de princiepen en doelstellingen inzake de duurzame ontwikkeling of de creatie van nieuwe arbeidsplaatsen.

De opleidingscheque wordt uitsluitend toegekend voor opleidingen die binnen de onderneming tijdens de normale werkuren worden gegeven aan elke werknemer die bij arbeidsovereenkomst tewerkgesteld is.

Art. 4.Binnen het centrale bestuur van de FOREm wordt een cel opgericht om de onderstaande opdrachten te vervullen op de wijze die bij een tussen de FOREm en de Minister gesloten overeenkomst wordt bepaald : 1° de ondernemingen alle gegevens verstrekken i.v.m. de door de opleidingsoperateurs gegeven opleidingen; 2° de ondernemingen in hun opleidingsbehoeften helpen voorzien;3° met de uitgever een overeenkomst uitwerken en een bestek opmaken;4° het stelsel ten uitvoer brengen, bevorderen en coördineren en bijstand verlenen bij de uitdeling van de opleidingscheques;5° de paritaire organen, de vakbondsafvaardiging of het bevoegde subregionale comité voor Arbeidsbemiddeling en Vorming inlichten over de door een onderneming in de vorm van opleidingscheques verkregen hulp.

Art. 5.§ 1. Binnen het Bestuur wordt een Erkenningscommissie opgericht om de Minister advies te geven over de toekenning, de vernieuwing en de intrekking van de erkenning van de opleidingsoperateurs, op grond van de volgende criteria : 1° voor de onderneming, de geschikte aard van de gegeven opleidingen;2° voor de werknemer, de kwalificerende aard van de gegeven opleidingen;3° de inachtneming door de opleidingsoperateur van de sociale en fiscale wetgeving en van de bij dit besluit bepaalde voorwaarden. De Minister kan de in het eerste lid bedoelde criteria nader bepalen op voorstel van de Erkenningscommissie. § 2. De Erkenningscommissie bestaat uit : 1° een voorzitter, die de Minister vertegenwoordigt;2° twee gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, die de representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigen;3° twee gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, die de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen;4° een vertegenwoordiger van het Bestuur, die het secretariaat van de Commissie waarneemt;5° een vertegenwoordiger van de interface cel van de FOREm, die de vergaderingen bijwoont als waarnemer met raadgevende stem. § 3. Het mandaat van de leden duurt drie jaar. Het is vernieuwbaar.

Het eindigt : 1° in geval van ontslagneming;2° wanneer de instelling die een lid voorgedragen heeft, om zijn vervanging vraagt;3° wanneer een lid niet langer deel uitmaakt van de instelling die het vertegenwoordigt. Het lid dat zijn mandaat niet tot het einde uitoefent, wordt voor de overige duur vervangen.

Wat de in § 2, 2° en 3°, bedoelde leden betreft, wijst de Minister de leden van de Commissie aan op de voordracht van de instellingen die ze vertegenwoordigen.

Art. 6.Om erkend te worden moet de opleidingsoperateur een aanvraag bij de Erkenningscommissie indienen aan de hand van een formulier waarvan de Minister het model bepaalt.

Art. 7.De tegemoetkoming in de vorm van opleidingscheques mag in geen geval gecumuleerd worden met een andere hulp die in het kader van dezelfde opleiding ten laste van het Waalse Gewest zou worden verleend.

Art. 8.Het toezicht en de controle op de naleving van dit besluit worden door de sociale inspecteurs van de Algemene Directie Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest uitgeoefend, overeenkomstig de voorschriften bedoeld in het decreet van 5 februari 1998 tot aanwijzing van de sociale inspecteurs die toezicht en controle zullen uitoefenen op de naleving van de wetgeving op de omscholing en de bijscholing.

Art. 9.Dit besluit heeft uitwerking binnen acht dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 10.De Minister van Tewerkstelling en Vorming is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 23 juli 1998.

De Minister-President van de Waalse Regering, belast met Economie, Buitenlandse Handel, KMO's, Toerisme en Patrimonium, R. COLLIGNON De Minister van Begroting en Financiën, Tewerkstelling en Vorming, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE

^