Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 23 oktober 2008
gepubliceerd op 13 november 2008

Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 15 juli 2008 betreffende de steunverlening voor het scheppen van activiteit via pre-startpremies en de steunverlening aan ondernemingen door middel van innovatiepremies

bron
waalse overheidsdienst
numac
2008203950
pub.
13/11/2008
prom.
23/10/2008
ELI
eli/besluit/2008/10/23/2008203950/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

23 OKTOBER 2008. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 15 juli 2008 betreffende de steunverlening voor het scheppen van activiteit via pre-startpremies en de steunverlening aan ondernemingen door middel van innovatiepremies


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 15 juli 2008 betreffende de steunverlening voor het scheppen van activiteit via pre-startpremies en de steunverlening aan ondernemingen door middel van innovatiepremies, inzonderheid op de artikelen 1, 5, 6, § 1, 7, § 1, 8, 9, 12, § 1, 13, 14, 15, 16 en 17;

Gelet op het programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de Toekomst van Wallonië, inzonderheid op artikel 2, § 2, tweede lid, en § 4;

Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 10 mei 2001 tot uitvoering van het decreet betreffende de betreffende de pre-startpremies;

Gelet op het advies 45152/2 van de Raad van State, gegeven op 1 oktober 2008, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 4 april 2008;

Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 10 april 2008;

Gelet op het advies A.926 van de "Conseil économique et social de la Région wallonne" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest), gegeven op 5 mei 2008;

Op de voordracht van de Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijving

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° decreet : het decreet van 15 juli 2008 betreffende de steunverlening voor het scheppen van activiteit via pre-startpremies en de steunverlening aan ondernemingen door middel van innovatiepremies;2° Minister : de Minister van Economie, 3° pre-startpremie : de subsidie bedoeld in artikel 1 van het decreet;4° promotor : de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 1 van het decreet;5° Agentschap : de publiekrechtelijke naamloze vennootschap die "Agence de stimulation économique" genoemd wordt, zoals bedoeld in het programmadecreet van 23 februari 2006 betreffende de prioritaire acties voor de Toekomst van Wallonië;6° onderneming : de zeer kleine, kleine en middelgrote onderneming bedoeld in artikel 9 van het decreet, ongeacht of ze een rechtspersoon of een natuurlijke persoon is;7° innovatiepremie : de subsidie bedoeld in artikel 9 van het decreet;8° Comité : het Selectiecomité bedoeld in artikel 14 van het decreet. HOOFDSTUK II. - Pre-startpremies

Art. 2.De Minister kan een pre-startpremie toekennen aan de promotor die een aanvraag bij het Agentschap indient d.m.v. een elektronisch formulier.

Dat formulier bevat o.a. de identificatie van de promotor en, in voorkomend geval, van de begeleider, alsook informatieaanvraag i.v.m. steunverlening verkregen overeenkomstig artikel 3, punt 3, van verordening nr. 1998/2006 van de Europese Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimissteun.

Art. 3.§ 1. Het Agentschap bericht ontvangst van de aanvraag binnen vierentwintig uur na ontvangst van het dossier en legt de datum vast waarop de uitgaven in aanmerking komen voor subsidies. Die datum stemt overeen met de datum van ontvangst van de aanvraag.

Binnen vijf dagen na het bericht van ontvangst gaat het Agentschap na of het dossier volledig is.

Indien het dossier onvolledig is, verwittigt het Agentschap onmiddellijk de promotor, die over een termijn van vijftien dagen beschikt om de aanvullende stukken en gegevens over te maken. Zoniet wordt geen gevolg gegeven aan het dossier.

De promotor mag een termijnverlenging met maximum tien dagen vragen om de aanvullende stukken en gegevens te verstrekken. Dat verzoek moet gemotiveerd zijn. § 2. Wanneer het Agentschap vaststelt dat het dossier volledig is, gaat het binnen vijf dagen van de vaststelling na of de aanvraag ontvankelijk is. Om ontvankelijk verklaard te worden moet de aanvraag aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° artikel 1 van het decreet in acht nemen;2° betrekking hebben op het scheppen van een activiteit in de zin van artikel 2, tweede lid, van het decreet;3° betrekking hebben op pre-activiteit;4° nog geen pre-startpremie voor hetzelfde idee of project ontvangen hebben. Indien de aanvraag niet ontvankelijk verklaard wordt, verwittigt het Agentschap de promotor en wordt geen gevolg aan het dossier gegeven. § 3. Wanneer het dossier ontvankelijk verklaard wordt, beschikt het Agentschap over een termijn van maximum veertien dagen om het te onderzoeken, om een verslag op te maken en aan het Comité over te leggen.

Het Comité neemt kennis van het door het Agentschap opgemaakt onderzoeksrapport, dat vergezeld gaat van het aanvraagdossier, binnen dertig dagen na ontvangst ervan en geeft de Minister advies op grond van de criteria bedoeld in artikel 6, § 2, van het decreet. De Minister beslist en informeert de promotor met elk middel dat een vaste datum verleent.

Als de promotor de aangenomen beslissing binnen vijftien dagen na kennisgeving ervan aanvecht, mag hij vragen dat het dossier nog één keer onderzocht wordt en vult hij het dossier met nieuwe gegevens aan. § 4. Het verzoek om aanvullende gegevens bedoeld in artikel 5 van het decreet wordt onderworpen aan de procedure omschreven in de paragrafen 1 tot 3.

Art. 4.§ 1. Via de begeleiding bedoeld in artikel 7 van het decreet krijgt de promotor de nodige steun bij de uitvoering van zijn taak, o.a. bij de tenuitvoerlegging van het project, bij het opmaken van de rapporten en bij de administratieve opvolging van de toekenning van de subsidie. § 2. De begeleiders worden voor drie jaar erkend op basis van de volgende criteria : 1° beschikken over de kwalificatie en de ervaring vereist om de functie van begeleider uit te oefenen;2° de nodige onafhankelijkheids- en onpartijdigheidsgaranties overleggen;3° niet het voorwerp van een veroordeling hebben uitgemaakt, noch disciplinaire of administratieve sancties hebben opgelopen;4° wat de rechtspersonen betreft, niet het voorwerp uitmaken van een collectieve procedure, zoals gerechtelijke schikking, faillissement;5° aan de fiscale en sociale wetgevingen voldoen. § 3. Dezelfde natuurlijke of rechtspersoon mag voor hetzelfde project niet tegelijkertijd en de begeleidings- en de raadplegingsopdracht zoals bedoeld in artikel 3, § 3, 5° van het decreet vervullen.

Art. 5.§ 1. De erkenningsaanvraag wordt bij het Agentschap ingediend d.m.v. een elektronisch formulier, vergezeld van de bijlagen waaruit blijkt dat de criteria bedoeld in artikel 4, § 2, in acht worden genomen.

Het Agentschap bericht ontvangst binnen vierentwintig na ontvangst van de aanvraag en gaat na of het dossier volledig is.

Indien het dossier volledig is, verwittigt het Agentschap onmiddellijk de aanvrager, die over een termijn van vijftien dagen beschikt om de aanvullende stukken en gegevens over te maken. Zo niet wordt geen gevolg gegeven aan het dossier.

Het Agentschap beschikt over een termijn van dertig dagen om de aanvraag te onderzoeken, om zich over de erkenning uit te spreken en om zijn beslissing aan de aanvrager mee te delen. § 2. De hernieuwing van de erkenning kan aangevraagd worden binnen een termijn van drie maanden vóór het verstrijken van de lopende erkenning. § 3. Na verhoor of voorafgaandelijke opmerkingen van de begeleider kan het Agentschap de erkenning opschorten of intrekken indien de criteria bedoeld in artikel 4, § 2, niet meer in acht genomen worden, waarbij het zijn beslissing aan de begeleider meedeelt bij aangetekend schrijven of via elk ander middel dat een vaste datum verleent.

Art. 6.§ 1. De Minister vermeldt het voorwerp, het bedrag en de begunstigde van de pre-startpremie in de beslissing bedoeld in artikel 3, § 3, tweede lid.

De pre-startpremie, die gebruikt moet worden binnen drie jaar na de datum waarop de uitgaven in aanmerking kunnen komen, wordt door het Agentschap in drie achtereenvolgende schijven gestort : 1° een voorschot van vijftig percent na kennisgeving van het ministerieel besluit;2° een tweede schijf van maximum vijfentwintig percent na overlegging door de promotor van een aangifte van schuldvordering, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de vooraf ontvangen schijf helemaal is gebruikt en van een vereenvoudigd rapport over de evolutie van het idee of project, vergezeld van een overzicht per post van de gemaakte uitgaven en, in voorkomend geval, van de stukken bedoeld in het ministerieel besluit;3° het saldo na overlegging door de promotor van een aangifte van schuldvordering, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de vooraf ontvangen schijf helemaal is gebruikt en van een vereenvoudigd rapport over de evolutie van het idee of project, vergezeld van een overzicht per post van de gemaakte uitgaven en, in voorkomend geval, van de stukken bedoeld in het ministerieel besluit en, in bepaalde gevallen, na advies van het selectiecomité. Als de promotor niet wenst te verzoeken om het maximumbedrag van de pre-startpremie, moeten desalniettemin een eindrapport en de bewijsstukken aan het Agentschap overgemaakt worden.

Het Agentschap onderzoekt en controleert de conformiteit van de uitgaven en de naleving van dit besluit. § 2. Als de persoon zich heeft laten begeleiden, kan de begeleider pas na de opdracht bezoldigd worden. De opdracht wordt uitvoerig omschreven in een rapport en volgens de modaliteiten die nader bepaald worden door de Minister.

Het Agentschap raamt het bedrag van de bezoldiging overeenkomstig artikel 7, § 2, van het decreet, in voorkomend geval na advies van het Comité. HOOFDSTUK III. - Innovatiepremies

Art. 7.De Minister kan oveeenkomstig artikel 9, derde lid, 1°, van het decreet een innovatiepremie toekennen aan de onderneming die een aanvraag bij het Agentschap indient d.m.v. een elektronisch formulier.

Dat formulier bevat de identificatie van de onderneming, alsook informatieaanvraag i.v.m. steunverlening verkregen overeenkomstig artikel 3, punt 3, van verordening nr. 1998/2006 van de Europese commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimissteun.

Art. 8.§ 1. Het Agentschap bericht ontvangst van de aanvraag binnen vierentwintig uur na ontvangst van het dossier en legt de datum vast waarop de uitgaven in aanmerking kunnen komen voor subsidies. Die datum stemt overeen met de datum van ontvangst van de aanvraag.

Binnen vijf dagen na het bericht van ontvangst gaat het Agentschap na of het dossier volledig is.

Indien het dossier onvolledig is, verwittigt het Agentschap onmiddellijk de onderneming, die over een termijn van vijftien dagen beschikt om de aanvullende stukken en gegevens over te maken. Zo niet wordt geen gevolg gegeven aan het dossier.

De onderneming mag een termijnverlenging met maximum tien dagen vragen om de aanvullende stukken en gegevens te verstrekken. Dat verzoek moet gemotiveerd zijn. § 2. Wanneer het Agentschap vaststelt dat het dossier volledig is, gaat het binnen vijf dagen na de vaststelling na of de aanvraag ontvankelijk is. Opdat het dossier ontvankelijk verklaard kan worden, gaat het Agentschap na of de artikelen 9 en 10 van het decreet nageleefd worden en of er nog geen innovatiepremie voor hetzelfde project is toegekend.

Indien de aanvraag niet ontvankelijk is, verwittigt het Agentschap de aanvrager en wordt geen gevolg aan het dossier gegeven. § 3. Wanneer het dossier ontvankelijk verklaard wordt, beschikt het Agentschap over een termijn van maximum veertien dagen om het te onderzoeken, om een verslag op te maken en aan het Comité over te leggen.

Het Comité neemt kennis van het door het Agentschap opgemaakt onderzoeksrapport, dat vergezeld gaat van het aanvraagdossier, binnen dertig dagen na ontvangst ervan en geeft de Minister advies op grond van de criteria bedoeld in artikel 12, § 2, van het decreet. De Minister beslist en informeert de promotor via elk middel dat een vaste datum verleent.

Als de onderneming de aangenomen beslissing binnen vijftien dagen na kennisgeving ervan aanvecht, mag ze vragen dat het dossier nog één keer onderzocht wordt en vult ze het dossier met nieuwe gegevens aan.

Art. 9.De Minister vermeldt het voorwerp, het bedrag en de begunstigde van de innovatiepremie bedoeld in artikel 9, derde lid, 1°, van het decreet in de beslissing bedoeld in artikel 8, § 3, tweede lid.

De innovatiepremie, die gebruikt moet worden binnen drie jaar na de datum waarop de uitgaven in aanmerking kunnen komen, wordt door het Agentschap in drie achtereenvolgende schijven gestort : 1° een voorschot van vijftig percent na kennisgeving van het ministerieel besluit;2° een tweede schijf van maximum vijfentwintig percent na overlegging door de onderneming van een aangifte van schuldvordering, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de vooraf ontvangen schijf helemaal is gebruikt en van een vereenvoudigd rapport over de evolutie van het idee of project, vergezeld van een overzicht per post van de gemaakte uitgaven en, in voorkomend geval, van de stukken bedoeld in het ministerieel besluit;3° het saldo na overlegging door de onderneming van een aangifte van schuldvordering, vergezeld van bewijsstukken waaruit blijkt dat de vooraf ontvangen schijf helemaal is gebruikt en van een vereenvoudigd rapport over de evolutie van het idee of project, vergezeld van een overzicht per post van de gemaakte uitgaven en, in voorkomend geval, van de stukken bedoeld in het ministerieel besluit en, in bepaalde gevallen, na advies van het selectiecomité. Als de onderneming niet wenst te verzoeken om het maximumbedrag van de innovatiepremie, moeten desalniettemin een eindrapport en de bewijsstukken aan het Agentschap overgemaakt worden.

Het Agentschap onderzoekt en controleert de conformiteit van de uitgaven en de naleving van dit besluit.

Art. 10.De Minister kan overeenkomstig artikel 9, derde lid, 2°, van het decreet een innovatiepremie toekennen aan de onderneming die gehoor geeft aan een thematische projectenoproep.

De Minister bepaalt de inhoud en de modaliteiten van die thematische projectenoproep, die door het Agentschap ten uitvoer gebracht zal worden. HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 11.§ 1. De leden van het Comité worden aangewezen en benoemd door de Minister, desgevallend op de voordracht van de instanties die zij vertegenwoordigen.

Het Comité telt evenveel plaatsvervangende als gewone leden. Een plaatsvervangend lid heeft slechts zitting als het gewoon lid dat het vervangt afwezig is.

De voorzitter en de persoon die het secretariaat waarneemt worden aangewezen en benoemd door de Minister.

Behalve de verplaatsingskosten, waarvan het bedrag overeenkomstig de Ambtenarencode bepaald wordt, wordt het mandaat van de leden gratis uitgeoefend. § 2. Elke persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks, i.v.m. zijn vermogen of persoonlijk een belang heeft in het voorwerp van een beraadslaging, mag niet beraadslagen.

Als aftredend wordt beschouwd elk lid : 1° dat meer dan drie achtereenvolgende vergaderingen niet bijwoont zonder rechtvaardiging;2° dat zich niet houdt aan de geheimhouding van de beraadslagingen van het comité;3° dat de hoedanigheid verliest waarin het lid van het comité was. § 3. Het Comité maakt zijn huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Minister. Dat reglement bevat o.a. : 1° de procedure voor de bijeenroeping van de vergaderingen;2° het aanwezigheidsquorum en het stemmingsquorum van het comité;3° de beslissingsprocedure in spoedgevallen. § 4. De Minister kan het Comité belasten met elke andere adviesopdracht i.v.m. pre-startpremies en innovatiepremies.

Art. 12.Na verhoor of voorafgaande opmerkingen van de begunstigde kan de Minister de betaling van de pre-startpremie of innovatiepremie opschorten : 1° indien de bij of krachtens het decreet opgelegde verplichtingen niet nagekomen worden;2° indien de premie gebruikt wordt voor een ander doel dan dat waarvoor ze is toegekend;3° indien de begunstigde de gevraagde bewijsstukken niet overmaakt;4° indien de rapporten niet overgemaakt worden, zoals bepaald bij artikel 6 of 9;5° wat de begunstigde van een innovatiepremie betreft, indien een collectieve procedure tegen hem wordt opgestart.

Art. 13.§ 1. Na verhoor of voorafgaande opmerkingen van de begunstigde kan de Minister verzoeken om de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de pre-startpremie of innovatiepremie indien vastgesteld wordt dat het betaalde voorschot niet is gebruikt in de loop van het jaar dat ingaat op de datum van kennisgeving van het ministerieel besluit, behalve overmacht. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Minister van de terugbetaling afzien wanneer de prijs van de invordering hoger zou kunnen zijn dan het terug te betalen bedrag.

Art. 14.De Minister ziet toe op de toepassing van dit besluit, o.a. wat betreft de naleving van de minimisregel en de verplichting voor de begunstigde tot kennisgeving aan het Agentschap van elke openbare tegemoetkoming ontvangen tijdens een periode van drie jaar na de datum van toekenning van de pre-startpremie en van de innovatiepremie.

Art. 15.De Minister bezorgt het Waals Parlement en de "Conseil économique et social de la Région wallonne" jaarlijks een kwantitatief en kwalitatief rapport over de beleidsvoering inzake de pre-startpremies en de innovatiepremies.

Art. 16.De Minister laat om de drie jaar een externe evaluatie van de beleidsvoering inzake de pre-startpremies en de innovatiepremies uitvoeren. De resultaten worden aan het Waals Parlement en de "Conseil économique et social de la Région wallonne" overgelegd. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 17.Het besluit van de Waalse Regering van 10 mei 2001 tot uitvoering van het decreet betreffende de pre-startpremies wordt opgeheven.

Art. 18.Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2009.

Art. 19.De Minister van Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 23 oktober 2008.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Economie, Tewerkstelling, Buitenlandse Handel en Patrimonium, J.-C. MARCOURT

^