Bijzonder Decreet van 07 juli 2006
gepubliceerd op 17 oktober 2006
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Bijzonder decreet over de Vlaamse instellingen

bron
vlaamse overheid
numac
2006036360
pub.
17/10/2006
prom.
07/07/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

7 JULI 2006. - Bijzonder decreet over de Vlaamse instellingen (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Bijzonder decreet over de Vlaamse instellingen. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit bijzonder decreet regelt gemeenschaps- en gewestaangelegenheden.

Art. 2.In dit bijzonder decreet wordt verstaan onder bijzondere wet : de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. HOOFDSTUK II. - Het Vlaams Parlement Afdeling 1. - Naamgeving

Art. 3.Om de Vlaamse parlementaire instelling aan te duiden, wordt de term "Vlaams Parlement" gebruikt en de leden ervan worden "Vlaams volksvertegenwoordiger" genoemd. Afdeling 2. - Samenstelling

Art. 4.Het Vlaams Parlement bestaat uit 118 rechtstreeks gekozen leden en zes leden die hun woonplaats op het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hebben en in die hoedanigheid rechtstreeks verkozen zijn in overeenstemming met artikel 30, § 1, eerste lid, van de bijzondere wet.

Art. 5.§ 1. De uitoefening van het mandaat van lid van het Vlaams Parlement is onverenigbaar met het lidmaatschap van een gemeenschaps- of gewestregering of het ambt van gewestelijk staatssecretaris.

Evenwel kan een regeringslid of een gewestelijk staatssecretaris na de vernieuwing van het Vlaams Parlement tijdelijk de uitoefening van zijn ambt verenigen met het mandaat van lid van het Vlaams Parlement, zolang de betrokken regering ontslagnemend is. § 2. Het lid van het Vlaams Parlement dat de eed aflegt als lid van de Vlaamse Regering, houdt onmiddellijk op zitting te hebben. Hij wordt vervangen door de eerst in aanmerking komende opvolger van de lijst waarop hij gekozen is.

Hij neemt zijn mandaat weer op na ontslag uit zijn functie als lid van de Vlaamse Regering.

Het lid van het Vlaams Parlement dat de eed aflegt als lid van de federale regering wordt vervangen door de eerst in aanmerking komende opvolger van de lijst waarop hij gekozen is. § 3. De in § 2 bedoelde plaatsvervanger behoudt zijn plaats in de volgorde van de opvolgers van de lijst voor het opnemen, binnen zijn lijst, van een definitief vacant mandaat.

De in § 2 bedoelde plaatsvervanger neemt zijn plaats in de volgorde van de opvolgers van de lijst opnieuw in wanneer, bij het ontslag in de loop van de zittingsperiode van een lid van de Vlaamse Regering of van de federale regering, dat lid opnieuw zitting neemt in het Vlaams Parlement.

Art. 6.§ 1. De ambtenaren, stagiairs en contractuele personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering en van de Vlaamse openbare instellingen die de eed afleggen als lid van het Vlaams Parlement of lid van de Vlaamse Regering, genieten van rechtswege een regime van voltijds politiek verlof voor de uitoefening van hun mandaat. § 2. Voor de periode waarin het personeelslid ingevolge § 1 politiek verlof geniet, wordt het personeelslid in non-activiteit geplaatst.

Voor de contractuele personeelsleden wordt de arbeidsovereenkomst voor dezelfde periode geschorst.

De Vlaamse Regering of de Vlaamse openbare instelling in geval deze bevoegd is voor de vaststelling van het statuut van haar personeel, stelt de nadere modaliteiten inzake de administratieve toestand vast. § 3. Het politiek verlof gaat in op de datum van de eedaflegging.

Het politiek verlof eindigt zes maanden na de beëindiging van het mandaat. Vanaf dat ogenblik herkrijgt de betrokkene zijn statutaire of contractuele rechten. Indien de betrokkene niet in zijn betrekking werd vervangen, neemt hij deze betrekking opnieuw op wanneer hij deze activiteit herneemt. Indien hij werd vervangen, wordt hij geaffecteerd in een betrekking overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Vlaamse Regering of de Vlaamse openbare instelling in geval deze bevoegd is voor de vaststelling van het statuut van haar personeel.

Het personeelslid mag na zijn wederopneming zijn salaris niet cumuleren met enig voordeel verbonden aan de uitoefening van zijn afgelopen mandaat. Afdeling 3. - Verkiezingen

Art. 7.De verkiezingen voor het Vlaams Parlement worden gehouden per kieskring die uit één of meer administratieve arrondissementen bestaat, welke in kieskantons verdeeld zijn overeenkomstig de als bijlage bij dit bijzonder decreet gevoegde tabel, waarin tevens de hoofdplaatsen van de kieskringen zijn vastgesteld.

Art. 8.De voordracht van kandidaten voor de verkiezingen voor het Vlaams Parlement moet ondertekend worden : 1° hetzij a) door ten minste vijfhonderd kiezers voor kieskringen met meer dan 900 000 inwoners;b) door ten minste vierhonderd kiezers voor kieskringen met 400 000 tot 900 000 inwoners;c) door ten minste tweehonderd kiezers voor kieskringen met minder dan 400 000 inwoners;2° hetzij door ten minste twee aftredende leden van het Vlaams Parlement.

Art. 9.Enkel de lijstenverbindingen waarvan het gecumuleerde verkiezingscijfer van alle kieskringen van de provincie waar zij voorgedragen zijn voor de stemmingen van de kiezers, minstens 5 % bedraagt van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de hele provincie, worden toegelaten tot de aanvullende verdeling en op voorwaarde dat het verkiezingscijfer dat zij per kieskring behaald hebben in minstens één kieskring van de provincie ten minste gelijk is aan zesenzestig ten honderd van de kiesdeler. Ook de alleenstaande lijsten die aan deze dubbele voorwaarde voldoen worden toegelaten tot de aanvullende verdeling. Afdeling 4. - Werking

Art. 10.Het Vlaams Parlement komt van rechtswege bijeen ieder jaar op de vierde maandag van september.

Art. 11.Bij de opening van iedere zitting wordt het Vlaams Parlement voorgezeten door de Vlaamse volksvertegenwoordiger die het langst lid is van het Vlaams Parlement, bijgestaan door twee jongste leden. Voor de berekening van de duur van het lidmaatschap van het Vlaams Parlement wordt ook het lidmaatschap van de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap en van de Vlaamse Raad in aanmerking genomen. Bij even lang lidmaatschap geniet de oudste in jaren de voorkeur.

Art. 12.§ 1. Het Vlaams Parlement verkiest uit zijn leden zijn voorzitter, zijn ondervoorzitters en zijn secretarissen. Zij vormen het bureau van het Vlaams Parlement. § 2. Bij de verkiezing van de leden van het bureau wordt, wanneer bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid niet is bereikt, overgegaan tot een tweede stemming om de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen hebben verkregen, te rangschikken, na eventuele verzaking. In voorkomend geval wordt de deelneming aan de tweede stemming bepaald met inachtneming van de in het tweede lid bepaalde regelen.

Bij staking van stemmen wordt de voorkeur verleend aan de kandidaat die ononderbroken het langst een parlementair mandaat vervult. Bij gelijke anciënniteit wordt de voorkeur gegeven aan de jongste kandidaat.

Art. 13.Het bureau bereidt de vergadering van het Vlaams Parlement voor en stelt de agenda voor.

Het benoemt de personeelsleden van het Vlaams Parlement, de griffier uitgezonderd.

Art. 14.De vergaderingen van het Vlaams Parlement zijn openbaar.

Het Vlaams Parlement vergadert evenwel met gesloten deuren op verzoek van zijn voorzitter of van vijf leden.

Het Vlaams Parlement beslist daarna bij volstrekte meerderheid of de vergadering in het openbaar zal worden hervat ter behandeling van hetzelfde onderwerp.

Art. 15.De leden van de Vlaamse Regering hebben zitting in het Vlaams Parlement en het woord moet hun worden verleend wanneer zij het vragen. Het Vlaams Parlement kan de aanwezigheid van de leden van de Vlaamse Regering vorderen.

Art. 16.Ter uitvoering van artikel 37bis van de bijzondere wet kunnen de senatoren, gekozen door het Nederlandse kiescollege, betrokken worden bij de werkzaamheden van het Vlaams Parlement indien een commissie van het Vlaams Parlement, bij de regeling van de werkzaamheden, bij volstrekte meerderheid van stemmen beslist dat er reden is senatoren uit te nodigen.

Art. 17.§ 1. Ieder heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij het Vlaams Parlement in te dienen. Zij mogen niet in persoon of door een afvaardiging van personen worden overhandigd. § 2. Het Vlaams Parlement kan de ingediende verzoekschriften naar de Vlaamse Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen de door het Vlaams Parlement bepaalde termijn.

Indien het niet mogelijk is om binnen die termijn de gevraagde uitleg te verstrekken, stelt de Vlaamse Regering het Vlaams Parlement hiervan schriftelijk, door een met redenen omkleed bericht, in kennis. § 3. De natuurlijke persoon die een verzoekschrift indient, of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene natuurlijke personen wordt ingediend, heeft recht op een antwoord binnen zes maanden na indiening van het verzoekschrift.

De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmalig met drie maanden verlengd worden wanneer de motivering hiervoor schriftelijk aan de verzoeker of de eerste ondertekenaar meegedeeld wordt. § 4. Het decreet bepaalt de nadere voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld.

Art. 18.§ 1. Het Vlaams Parlement benoemt buiten zijn leden en op voordracht van het bureau een griffier volgens de procedure vastgelegd in het statuut dat het Vlaams Parlement krachtens artikel 45 van de bijzondere wet bepaalt, en dit na een selectie door een instantie extern aan het Vlaams Parlement.

De griffier heeft een mandaatfunctie, zoals in het personeelsstatuut van het Vlaams Parlement wordt omschreven. § 2. De griffier woont de vergaderingen van het Vlaams Parlement en van het bureau bij en stelt de notulen ervan op.

Hij oefent, namens het bureau, gezag uit over alle diensten en over het personeel van het Vlaams Parlement.

Hij kan, krachtens artikel 45 van de bijzondere wet, bepaalde bevoegdheden aan de onder zijn gezag staande personeelsleden delegeren, overeenkomstig de bepalingen van het personeelsstatuut van het Vlaams Parlement.

Art. 19.Elk besluit van het Vlaams Parlement en elke beslissing van het bureau wordt ondertekend door de voorzitter en door de griffier. HOOFDSTUK III. - De Vlaamse Regering Afdeling 1. - Samenstelling

Art. 20.De Vlaamse Regering telt ten hoogste elf leden, de minister-president inbegrepen, onverminderd de bepaling van artikel 63, § 1, van de bijzondere wet dat ten minste één lid zijn woonplaats heeft in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. Afdeling 2. - Werking

Art. 21.Onverminderd de bepalingen van dit bijzonder decreet en van de bijzondere wet, regelt de Vlaamse Regering haar werkwijze.

De Vlaamse Regering bepaalt het statuut van haar leden.

Art. 22.Onverminderd de door haar toegestane delegaties, beraadslaagt de Vlaamse Regering collegiaal, volgens de procedure van consensus, over alle zaken die tot haar bevoegdheid behoren.

Art. 23.De Vlaamse Regering, evenals elk lid ervan, is verantwoordelijk ten aanzien van het Vlaams Parlement.

Art. 24.Het Vlaams Parlement kan te allen tijde een motie van wantrouwen tegen de Vlaamse Regering of één of meer van haar leden aannemen.

Deze motie is alleen dan ontvankelijk wanneer zij een opvolger voorstelt, naargelang van het geval, voor de Vlaamse Regering, voor een lid of voor meer leden.

Over de motie van wantrouwen kan slechts gestemd worden na verloop van achtenveertig uur. Zij kan slechts aangenomen worden bij de meerderheid van de leden van het Vlaams Parlement.

De aanneming van de motie heeft het ontslag van de Vlaamse Regering of van het betwiste lid of de betwiste leden tot gevolg, benevens de aanstelling van de nieuwe Vlaamse Regering, het nieuwe lid of de nieuwe leden.

Art. 25.De Vlaamse Regering kan te allen tijde besluiten de vertrouwenskwestie te stellen in de vorm van een motie.

Over de motie kan slechts gestemd worden na verloop van achtenveertig uur.

Deze motie is slechts aangenomen indien de meerderheid van de leden van het Vlaams Parlement ze aanvaardt.

Wordt het vertrouwen geweigerd, dan is de Vlaamse Regering van rechtswege ontslagnemend.

Art. 26.Indien de Vlaamse Regering of één of meer leden ervan ontslag neemt of nemen, wordt onverwijld in hun vervanging voorzien. Zolang de ontslagnemende Vlaamse Regering niet is vervangen, handelt zij de lopende zaken af.

Art. 27.Wanneer de Vlaamse Regering beraadslaagt over de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoren, heeft elk lid van de Vlaamse Regering dat zijn woonplaats heeft in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, slechts zitting met raadgevende stem. HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepaling

Art. 28.Worden opgeheven : 1° de artikelen 32, 33, 34, 37, 41, 46, 47 en 48, evenals de bepalingen van titel III, hoofdstuk III, afdeling II, van de bijzondere wet, wat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest betreft;2° de artikelen 53bis, 53ter, 53quater en 53quinquies van de bijzondere wet;3° artikel 5, eerste en tweede lid, en de bijlage I van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, wat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest betreft;4° het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende invoering van onverenigbaarheden met het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, gewijzigd bij het bijzonder decreet van 10 november 2005;5° het bijzonder decreet van 26 juni 1995 houdende instelling van een regime van politiek verlof voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering die een mandaat als lid van de Vlaamse Raad of de Vlaamse Regering uitoefenen;6° het bijzonder decreet van 2 april 1996 betreffende de benaming van de Vlaamse Raad;7° het bijzonder decreet van 14 juli 1998 houdende uitvoering van artikel 37bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;8° het bijzonder decreet van 6 juli 2001 houdende regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen, gewijzigd bij het bijzonder decreet van 8 juli 2005;9° het bijzonder decreet van 30 januari 2004 houdende wijziging van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatstructuur, wat de kieskringen voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement betreft. Kondigen dit decreet af, bevelen dat. het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 7 juli 2006.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, Y. LETERME De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, I. VERVOTTE De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening, D. VAN MECHELEN De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, K. PEETERS De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, M. KEULEN De Vlaamse minister van Mobiliteit, Sociale Economie en Gelijke Kansen, K. VAN BREMPT _______ Nota (1) Zitting 2005-2006. Stukken. - Ontwerp van decreet, 787, nr. 1. - Advies Raad van State, 787, nr. 2. - Verslag, 787, nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 787, nr. 4.

Handelingen. - Bespreking en aanneming : vergaderingen van 5 juli 2006.

Annexe Kieskringen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^