Decreet van 01 juni 2006
gepubliceerd op 09 juni 2006

Decreet tot wijziging van Boek I van Deel IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2006201884
pub.
09/06/2006
prom.
01/06/2006
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

1 JUNI 2006. - Decreet tot wijziging van Boek I van Deel IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.De inhoudstafel van Boek I van Deel IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt vervangen als volgt : "BOEK I. - VERKIEZINGEN VAN DE ORGANEN TITEL I. - Kiesstelsel. Princiepen en begripsomschrijving HOOFDSTUK I. - Princiepen (artikelen L4111-1 tot L4111-3) HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen (artikelen L4112-1 tot L4112-28) Afdeling 1. - De kiezers

(artikelen L4112-1 tot L4112-2) Afdeling 2. - De kandidaten

(artikelen L4112-3 tot L4112-6) Afdeling 3. - De stembureaus en steminstallaties

(artikelen L4112-7 tot L4112-9) Afdeling 4. - De voorbereiding en de organisatie van de verkiezingen

(artikelen L4112-10 tot L4112-13) Afdeling 5. - De kiesverrichtingen

(artikelen L4112-14 tot L4112-18) Afdeling 6. - De resultaten

(artikelen L4112-19 tot L4112-22) Afdeling 7. - De inbreuken op de kiesprocedure

(artikelen L4112-23 tot L4112-28) TITEL II. - Het kiesstelsel HOOFDSTUK I. - Kiesbevoegdheidsvoorwaarden (artikelen L4121-1 tot L4121-3) HOOFDSTUK II. - Register van de kiezers (artikelen L4122-1 tot L4122-35) Afdeling 1. - Het opmaken van het register van de kiezers

(artikelen L4122-1 tot L4122-4) Afdeling 2. - Afgifte van het register van de kiezers

(artikel L4122-5) Afdeling 3. - Gebruik van het register van de kiezers

(artikelen L4122-6 tot L4122-8) Afdeling 4. - Beroep tegen het register van de kiezers

(artikelen L4122-9 tot L4122-30) Afdeling 5. - Sancties i.v.m. het register van de kiezers

(artikelen L4122-31 tot L4122-35) HOOFDSTUK III. - Verdeling van de kiezers (artikelen L4123-1 en L4123-2) HOOFDSTUK IV. - Oproeping van de kiezers (artikelen L4124-1 en L4124-2) HOOFDSTUK V. - Aanduiding van de stembureaus (artikelen L4125-1 tot L4125-17) Afdeling 1. - De stembureaus

(artikel L4125-1) Afdeling 2. - De kieskringbureaus

(artikelen L4125-2 tot L4125-5) Onderafdeling 1. - De districtbureaus Onderafdeling 2. - De gemeentelijke bureaus Afdeling 3. - De kantonbureaus

(artikelen L4125-6 tot L4125-8) Afdeling 4. - De stembureaus en de stemopnemingsbureaus

(artikelen L4125-9 tot L4125-15) Onderafdeling 1. - De stembureaus Onderafdeling 2. - De stempnemingsbureaus Afdeling 5. - Sancties i.v.m. de stembureaus

(artikelen L4125-16 tot L4125-17) TITEL III. - Voorbereiding en organisatie van de verkiezingen HOOFDSTUK I. - Controle van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen (artikelen L4132-1 tot L4132-14) Afdeling 1. - Controle van de partijen

(artikelen L4131-1 tot L4131-3) Afdeling 2. - Controle van de kandidaten

(artikelen L4131-4 tot L4131-6) Afdeling 3. - Controle van de herkomst van de geldmiddelen

(artikel L4131-7 ) HOOFDSTUK II. - De stemming bij volmacht (artikel L4132-1) HOOFDSTUK III. - Bijstand bij de stemming (artikelen L4133-1 en L4133-2) HOOFDSTUK IV. - De getuigen van partijen (artikelen L4134-1 tot L4134-5) Afdeling 1. - Aanwijzing van de getuigen

(artikel L4134-1) Afdeling 2. - Onverenigbaarheden

(artikel L4134-2) Afdeling 3. - Opdrachten van de getuigen

(artikelen L4134-3 tot L4134-5) HOOFDSTUK V. - Verkiezingskosten (artikelen L4135-1 tot L4135-4) TITEL IV. - Kiesverrichtingen HOOFDSTUK I. - Digitale en geautomatiseerde verrichtingen (artikel L4141-1) HOOFDSTUK II. - Kandidaturen (artikelen L4142-1 tot L4142-46) Afdeling 1. - Verkiesbaarheid en onverenigbaarheden

(artikelen L4142-1 en L4142-2) Afdeling 2. - Het voordragen van de kandidaturen

(artikelen L4142-3 tot L4142-9) Afdeling 3. - Verificatie van de kandidaturen

(artikelen L4142-10 tot L4142-25) Afdeling 4. - Lijstenvereniging, lijsten van de kandidaturen en loting

(artikelen L4142-26 tot L4142-36) Onderafdeling 1. - Gewestelijke loting Onderafdeling 2. - Provinciale loting Onderafdeling 3. - Gemeentelijke loting Onderafdeling 4. - Verklaring van lijstenverbinding met het oog op apparentering Afdeling 5. - Aanplakking van de lijsten, stembiljetten en

stemopnemingstabellen (artikelen L4142-37 tot L4142-41) Afdeling 6. - Beroep tegen de kandidaturen

(artikelen L4142-42 tot L4142-45) Afdeling 7. - Sancties i.v.m. de kandidaturen

(artikel L4142-46) HOOFDSTUK III. - De stemming (artikelen L4143-1 tot L4143-28) Afdeling 1. - Steminstallaties

(artikelen L4143-1 tot L4143-7) Afdeling 2. - Toegankelijkheid van en toezicht op de stemcentra en

-lokalen en stemopnemingscentra en -lokalen (artikelen L4143-8 tot L4143-16) Onderafdeling 1. - Toegankelijkheid tot de stemcentra en -lokalen Onderafdeling 2. - Toegankelijkheid tot de stemopnemingscentra en -lokalen Onderafdeling 3. - Toezicht op de centra en lokalen Afdeling 3. - Het verloop van de stemming

(artikelen L4143-17 tot L4143-28) HOOFDSTUK IV. - De stemopnemming (artikelen L4144-1 tot L4144-13) Afdeling 1. - Oprichting van de stemopnemingsbureaus

(artikelen L4144-1 tot L4144-2) Afdeling 2. - Het verloop van de stemopneming

(artikelen L4144-3 tot L4144-13) HOOFDSTUK V. - De telling van de stemmen (artikelen L4145-1 tot L4145-46) Afdeling 1. - Inleidende verrichtingen

(artikelen L4145-1 tot L4145-4) Afdeling 2. - Telling door de kieskringbureaus

(artikelen L4145-5 tot L4145-16) Afdeling 3. - Telling in geval van apparentering

(artikelen L4145-17 tot L4145-21) Afdeling 4. - Sancties i.v.m. de stemming, de stemopneming en de

verschillende kiesverrichtingen (artikelen L4145-22 tot L4145-46) Onderafdeling 1. - Sanctie op de stemplicht Onderafdeling 2. - Sancties betreffende de inbreuk op het stemrecht en op het stemgeheim Onderafdeling 3. - Sanctie betreffende de kiesomkoping Onderafdeling 4. - Sanctie betreffende de kiesfraude Onderafdeling 5. - Sancties betreffende de verzameling van de stemmen Onderafdeling 6. - Sancties betreffende het geweld Onderafdeling 6. - Verscheidene bepalingen HOOFDSTUK VI. - Sluiting van de kiesverrichtingen en geldigverklaring (artikelen L4146-1 tot L4146-30) Afdeling 1. - Sluiting van de kiesverrichtingen

(artikelen L4146-1 tot L4146-3) Afdeling 2. - Geldigverklaring en beroep tegen de verkiezingen

(artikelen L4146-4 tot L4146-24) Onderafdeling 1. - De verkiezingen van de gemeenteraden Onderafdeling 2. - Geldigverklaring van de verkiezingen van de provincieraden Onderafdeling 3. - Verscheidene bepalingen Afdeling 3. - Regels eigen aan de controle van de verkiezingsuitgaven

(artikelen L4146-25 tot L4146-30) TITEL V. - Bepalingen eigen aan Komen-Waasten HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen (artikelen L4151-1 tot L4151-2) HOOFDSTUK II. - Rechtstreekse verkiezing van de schepenen (artikel L4151-3) HOOFDSTUK III. - Beroep (artikel L4151-4)".

Art. 2.Boek I van Deel IV van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt vervangen als volgt : "BOEK I. - VERKIEZINGEN VAN DE ORGANEN TITEL I. - Kiessysteem. Princiepen en Begripsomschrijvingen HOOFDSTUK I. - Princiepen Art. L4111-1. De stemming is verplicht en geheim. Ze gebeurt in de gemeente. Elke kiezer mag enkel één keer stemmen.

De leden worden gekozen bij algemeen kiesrecht op grond van de evenredige vertegenwoordiging.

De stemming is de uitdrukking van de kiezer, dat wil zeggen van zijn persoonlijke keuze en van zijn voorkeur tussen de kandidaten of de kandidatenlijsten.

Art. L4111-2. De kiesverrichtingen zijn gemeenschappelijk voor de provincieraads- en gemeenteraadsverkiezingen en voor de sectorverkiezingen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen kiezen de kiezers de gemachtigden die de gemeenteraad vormen, uit hun midden.

Bij de provincieraadsverkiezingen kiezen de kiezers de gemachtigden die de provincieraad vormen, uit hun midden.

Bij de sectorverkiezingen kiezen de kiezers de gemachtigden die de sectorraad vormen, uit hun midden.

Art. L4111-3. De verkiezingen moeten geldig verklaard worden door de bij dit Wetboek bepaalde overheid.

Het officiële resultaat van de verkiezing alsmede de voorbereidende handelingen zijn vatbaar voor een beroep binnen de perken en volgens de modaliteiten bedoeld bij dit Wetboek. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Afdeling 1. - De kiezers

Art. L4112-1. Electoraat en kiezers. § 1. Onder electoraat wordt verstaan het geheel van de bevolking die tot de stemming wordt toegelaten om kandidaten en kandidatenlijsten te kiezen om zich in een raad te laten vertegenwoordigen. § 2. De kiezer is elke persoon die voldoet aan de eisen bedoeld in dit Wetboek om bij de verkiezing van een raad te mogen stemmen. § 3. Voor de gemeenteraadsverkiezingen bestaat het electoraat niet alleen uit de personen met de Belgische nationaliteit, maar ook uit de onderdanen uit de lidstaten van de Europese Unie en uit derde staten die behalve voor de nationaliteit de in artikel L4121-1, § 1, van Titel II van dit Wetboek bedoelde voorwaarden en de in de artikelen 1bis en 1ter van de gemeentekieswet bedoelde voorwaarden vervullen § 4 - Bijstand bij de stemming betreft elke persoon die bij de verkiezing tijdelijk of op lange termijn moeite heeft om zijn stem uit te drukken en die procedures en/of een aan deze toestand aangepaste omgeving nodig heeft.

Art. L4112-2. - Kieskring en kiescollege § 1. De kieskring is het rechtsgebied waarin de kiezers tot de stemming worden toegelaten, uit hun midden één of meerdere kandidaten kiezen om ze in de raden te vertegenwoordigen.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen is de gemeente het rechtsgebied.

Voor de provincieraadsverkiezingen is het district het rechtsgebied.

Voor de sectorverkiezingen wordt het rechtsgebied bepaald door de gemeenteraad overeenkomstig artikel L1412-1 van dit Wetboek. § 2. Het kiescollege is het geheel van de kiezers van een kieskring die hun stem zullen uitbrengen tijdens dezelfde stemming. § 3. Het register van de kiezers, dat ook kiesregister wordt genoemd, omvat alle personen die tot de stemming worden opgeroepen. Het vermeldt de namen van alle toegelaten kiezers die in het bevolkingsregister van de gemeente inschreven zijn. § 4 - De stemafdeling is een bijzonder aantal kiezers van eenzelfde kieskring, waarvoor een bijzonder kiesregister, dat ook register van de stemmers wordt genoemd, wordt opgemaakt, en waarvoor een stembureau gevormd om de stemmen op de dag van de verkiezing te verzamelen. Elke afdeling wordt in een bepaald stemlokaal opgeroepen. Afdeling 2. - De kandidaten

Art. L4112-3. Kandidaat.

Tot kandidaat wordt genoemd, elke persoon die zich kandidaat stelt voor de verkiezingen met als doel gekozen te worden. De kandidaten kunnen opkomen op een lijst van kandidaten of als zelfstandige.

Art. L4112-4. Politieke partij en lijst van kandidaten. § 1. In de zin van dit Boek is een politieke partij een vereniging van natuurlijke personen, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die deelneemt aan de provincieraads-, gemeenteraads-, of sectorraadsverkiezingen overeenkomstig de Grondwet, de wet of het decreet, die kandidaten voordraagt voor de mandaten van provincieraadslid, gemeenteraadslid of sectorraadslid en die binnen de perken van de Grondwet, de wet of het decreet de uitrdukking van de volkswil op de in haar statuten of programma bepaalde wijze tracht te beïnvloeden Als componenten van een politieke partij worden beschouwd, de organismen, verenigingen, groeperingen en regionale entiteiten van een politieke partij, ongeacht de rechtsvorm ervan, die rechtstreeks aan die partij verbonden zijn, namelijk : - de studiediensten; - de wetenschappelijke organismen; - de instituten voor politieke vorming; - de makers van toegewezen politieke uitzendingen; - de instelling bedoeld in artikel 22 van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen; - de entiteiten opgericht op het niveau van de arrondissementen en/of de keiskringen voor de verkiezingen van de federale kamers en de Gewest- en Gemeenschapsraden; de politieke fracties van de federale kamers en de Gewest- en Gemeenschapsraden. § 2. De lijst van kandidaten omvat de personen die door een politieke partij gekozen worden om naar de kiezersgunst te dingen of die zich kandidaat als zelfstandige stellen.

Art. L4112-5. Letterwoorden en logo's.

De lijsten worden geïdentificeerd met een letterwoord en eventueel met een logo vermeld op de stembiljetten boven de lijsten die ze aanduiden.

Het letterwoord wordt gevormd met de beginletters ofwel van alle woorden, ofwel van een gedeelte van de woorden die de benaming van de kandidatenlijst vormen. Ze kan een acroniem zijn. Ze kan een logogram bevatten.

Een logogram is een teken ter vertegenwoordiging van een woord, zoals de ampersand, het apenstaartje, het plusteken of het minteken.

Het logo is de grafische uitbeelding van de naam van de lijst. De Regering bepaalt de normen waaraan het logo moet voldoen om te kunnen voorkomen op een stembiljet.

Art. L4112-6. Lijstenvereniging.

De lijstenvereniging is de verrichting waarbij een kandidatenlijst verklaart gebruik te willen maken van eenzelfde afkorting en eventueel van eenzelfde logo als het logo gebruikt door een kandidatenlijst die in een andere kieskring opkomt. Afdeling 3. - De kiesbureaus en steminstallaties

Art. L4112-7. Kiesbureaus.

De kiesbureaus zijn de organen waaraan dit Wetboek de organisatie van en het toezicht op de verkiezingen toevertrouwt, en waarvan het de samenstelling en de bevoegdheden bepaalt.

Art. L4112-8. De stem- en stemopnemingscentra en -lokalen.

Onder stemcentrum wordt verstaan, een gebouw of een plaats waar verschillende afzonderlijke stemlokalen zijn gelegen, waarin de kiezers hun stem uitbrengen.

Een stemlokaal wordt toegekend aan elk stembureau opdat het de stemmen van een bepaalde stemafdeling zou opnemen.

Onder stemopnemingscentrum wordt verstaan, een gebouw of een plaats waar verschillende afzonderlijke stemopnemingslokalen zijn gelegen.

Een stemopnemingslokaal wordt toegekend aan elk stemopnemingsbureau opdat het zou overgaan tot de telling en de totalisatie van de resultaten van de stembureaus die hem worden toegekend.

Art. L4112-9. Kiesmaterieel.

Elk stemlokaal wordt door het gemeentebestuur uitgerust met het voor de uitdrukking van de stem nodige materieel, dat o.a. de stemhokjes, de stembussen, de potloden alsmede het door de Regering bepaalde materieel, bevat.

De stembus is het omhulsel waarin de kiezers hun stembiljetten neerleggen nadat ze hun keuze hebben gemaakt voor een kandidaat of een lijst van kandidaten.

Het stemhokje is de installatie waarin een kiezer zijn stem in het geheim en beschut tegen de blikken van andere personen kan uitbrengen op zijn stembiljet. Afdeling 4. - De voorbereiding en de organisatie van de verkiezingen

Art. L4112-10. Verkiezingscampagne.

Onder verkiezingscampagne wordt verstaan het geheel van de politieke activiteiten met inbegrip meer bepaald van de ontmoetingen, de massabijeenkomsten, de toespraken, de defilés alsmede het gebruik van de media om de kiezers op de hoogte te brengen van de beleidsopties en de programma's van een kandidaat, een lijst of een politieke partij om stemmen te halen.

Art. L4112-11. Verkiezingsperiode. § 1. De verkiezingsperiode is de periode die op de datum van bijeenroeping van de kiescolleges voor een stemming begint en die op de dag van de verkiezing eindigt. Gedurende deze periode moeten de kandidaten, de lijsten en de politieke partijen de bij dit Wetboek en de wetgeving inzake verkiezingsuitgaven bepaalde regels naleven.

Art. L4112-12. Verkiezingsuitgaven.

Onder verkiezingsuitgaven worden verstaan, de uitgaven bedoeld in artikel 6 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de provincieraden, de gemeenteraden en de districtraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn.

Art. L4112-13. Gewestelijke controlecommissie.

Onder "gewestelijke controlecommissie" wordt de gewestelijke controlecommissie verstaan opgericht bij artikel 2 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de controle van de verkiezingsuitgaven gemaakt voor de verkiezingen van het Waalse Parlement, alsmede de controle van de mededelingen van de voorzitter van het Waalse Parlement en de leden van de Waalse Regering en die bij dit Wetboek de taak toegewezen krijgt de verkiezingsuitgaven gemaakt voor de verkiezingen van de gemeenteraden, provincieraden en sectorraden te controleren, met inbegrip van de herkomst van de geldmiddelen. Afdeling 5. - De kiesverrichtingen

Art. L4112-14. Kiesoperatoren. § 1. Onder kiesoperator wordt verstaan elke persoon of instelling die bij dit Wetboek belast wordt met officiële opdrachten in de opmaking en de organisatie van de verkiezingen van de gemeente-, provincie- en sectorraden en die de verantwoordelijkheid voor het toezicht en de controle in het kader van deze opdrachten op zich nemen. § 2. Als kiesoperator worden beschouwd : 1° de Regering of diens afgevaardigde;2° de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar;3° de provinciegriffier;4° de burgemeester;5° het gemeentecollege of de door bedoeld college aangewezen ambtenaar;6° de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen, in die hoedanigheid;7° de griffier van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van het arrondissement;8° de griffier van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van het district;9° de voorzitter van een stembureau of de door hem aangewezen persoon;10° de bijzitters en de secretarissen van de kiesbureaus;11° de overeenkomstig artikel L4211-6, § 1, aangewezen deskundigen;12° het provinciecollege. § 3. De volgende personen zijn geen kiesoperatoren in de zin van dit Wetboek : 1° de kiezers, met inbegrip van hun gevolmachtigde, of begeleider;2° de kandidaten, de indieners, de ondertekenaars, de partijgetuigen, de vertegenwoordigers van de politieke partijen;3° de dienstverleners en leveranciers, met name de drukkers en de leveranciers van informaticadiensten. Artikel L4112-15. Registratie van de kandidaturen.

De kiezer die bij een verkiezing naar de stemmen wil dingen moet zich als kandidaat melden. De indiening van de akten van voordracht is de procedure waarbij de kandidaat geregistreerd wordt overeenkomstig de vereisten bepaald bij dit Wetboek.

Art. L4112-16. Voordracht van de kandidaturen.

De voordracht van de kandidaten is de bij dit Wetboek bepaalde procedure waarbij een kandidaat of een lijst van kandidaten zich laat registreren op een bepaalde datum om deel te nemen aan een bepaalde verkiezing. Men spreekt ook van indiening van kandidatuur.

Deze voordracht geschiedt in handen van de voorzitter van het kieskringbureau.

De ondertekenaar is de in artikel L4142-4 bedoelde persoon die één of meer kandidaten steunt door een akte van voordracht te tekenen.

De indiener is de persoon die de akte van voordracht indient voor rekening van een kandidaat of een lijst van kandidaten.

De getuige is de persoon die door één of meer kandidaten wordt aangewezen om één of meer kandidaten van dezelfde lijst te vertegenwoordigen ten aanzien van één of meer kiesbureaus in het in dit Wetboek bedoelde kader.

Art. L4112-17. Verkiezingsdocumenten. § 1. De oproeping is het document dat de kiezers van een gemeente tijdens de dagen vóór de verkiezing ontvangen, en dat de nodige inlichtingen en de door de regering bepaalde verwijzingen naar de regelgeving vermeldt. § 2. De volmacht is het document waarbij de kiezer die het wenst, de lastgever, binnen de bij dit Wetboek bepaalde grenzen een andere kiezer, gemachtigde genoemd, kan machtigen om in zijn naam en opdracht te stemmen. Een kiezer mag slechts één mandaat geven of krijgen.

Art. L4112-18. Stembiljetten. § 1. Het stembiljet is het officiële formulier waarop de kiezers hun stem uitbrengen voor één of meer kandidaten van eenzelfde lijst of voor een lijst. Dit document is eigen aan elke kiezer. § 2. Het geldige stembiljet is een biljet genomen uit de stembus bij de stemopneming en waarop regelmatig is gestemd om in aanmerking te kunnen worden genomen voor een kandidaat of een lijst van kandidaten. § 3. Het ongeldig verklaarde biljet is een biljet dat bij de stemopneming in de stembus gevonden is, en dat niet in aanmerking zal worden genomen omdat het nietig of blanco is.

Is nietig het stembiljet bedoeld in artikel L4143-22, § 1.

Het blanco biljet is het biljet waarop een kiezer niet ten gunste van een kandidaat of een lijst van kandidaten heeft gestemd. § 4. Een biljet wordt als beschadigd beschouwd wanneer het onbruikbaar wordt gemaakt wegens een willekeurige drukfout of wanneer het door de kiezer door onachtzaamheid onbruikbaar wordt gemaakt ofwel op het moment waarop hij stemt, ofwel op het moment waarop hij het biljet teruggeeft en waarvoor hij een ander krijgt. Een dergelijk biljet wordt nooit in de stembus neergelegd. § 5. De betwiste stembiljetten zijn de na de stemming uit de stembus gehaalde biljetten die merktekens vertonen waardoor ze bij de stemopneming niet onmiddellijk toegewezen kunnen worden aan een categorie stembiljetten. § 6. Een ongebruikt biljet is een stembiljet dat niet gediend heeft. Afdeling 6. - De resultaten

Art. L4112-19. Stemopneming en telling. § 1. De stemopneming is het proces dat erin bestaat de door de kiezers neergelegde stembiljetten uit de stembus te halen nadat de stemming is afgesloten, ze te sorteren, hun geldigheid te bepalen, ze te tellen en en lijst daarvan te maken. § 2. De telling van de stemmen is het proces dat erin bestaat de resultaten van verschillende stemopnemingen van een kieskring te verzamelen en ze te compileren om het eindresultaat van de verkiezing van die kieskring te bereiken.

Art. L4112-20. Zetelverdeling. § 1. Onder zetels verstaat men de mandaten binnen een raad die bestemd zijn om bezet te worden door de aan het einde van een verkiezing aangewezen kandidaten of door hun plaatsvervangers. § 2. De zetelverdeling is het proces voor de verdeling van zetels die tijdens een verkiezing begeven moeten worden, aan de lijsten van kandidaten volgens het aantal behaalde stemmen. § 3. De overdracht is de daaropvolgende toekenning van een zetel aan een kandidaat door de voor hem uitgebrachte stemmen te verenigen met de stemmen uitgebracht ten gunste van de volgorde van voordracht van de lijst.

Art. L4112-21. Resultaten. § 1. Als officieus resultaat wordt beschouwd, het aantal stemmen die aan elke kandidaat of lijst van kandidaten worden toegekend in de stemopnemingsbureaus maar die nog niet bekendgemaakt zijn door de voorzitters van de kieskringbureaus. Deze resultaten kunnen gebruikt worden door de Regering of diens afgevaardigde om een spoedige en voorlopige evaluatie van de stemming te geven. Daartoe kan de Regering of diens afgevaardigde van de kiesbureaus verlangen dat ze haar gedeeltelijke resultaten mededelen. § 2. Het officiële resultaat is de bekendmaking door de kieskringbureauvoorzitters van het aantal stemmen die aan aan elke kandidaat of lijst van kandidaten worden toegekend zoals bepaald na de stemopneming door alle stemopnemingsbureaus van een kieskring. Dit resultaat maakt het voorwerp uit van een geldigverklaring en van een bekendmaking in de kieskring.

Art. L4112-22. Apparentering. § 1. Als er bij de verdeling van zetels voor de provincieraden nog mandaten zijn die toegekend moeten worden omdat geen lijst het aantal stemmen dat daartoe wordt vereist, heeft bereikt, wendt het bureau zich tot de techniek van de apparentering. Deze apparentering vindt plaats in het arrondissement en bestaat erin de zetels waarin nog niet wordt voorzien in de districten die dit arrondissement vormen, te verdelen op grond van de saldo's van stemmen waarbij aanverwante lijsten worden opgeteld. § 2. Onder aanverwante lijsten wordt verstaan twee of meer lijsten van kandidaten die zich kandidaat stellen in afzonderlijke kiesdistricten binnen eenzelfde administratief arrondissement en die vóór de verkiezingen in een document, genoemd verklaring van lijstenverbinding, de intentie hebben geuit een lijstenverbinding aan te gaan voor de zetelverdeling van dit arrondissement. Afdeling 7. - De inbreuken op de kiesprocedure

Art. L4112-23. In het kader van de kiesprocedure worden als geweld beschouwd, de volgende handelingen die onder dwang of bedreiging met een lichamelijke of immateriële schade worden verrricht : 1° een politieke vergadering, een betoging, een massabijeenkomst verstoren of verhinderen, of de kiezers ertoe dwingen eraan deel te nemen;2° de inzameling van ondertekeningen ter ondersteuning van een kandidatuur of de indiening van kandidaturen verstoren of verhinderen;3° de toegang tot de stembureaus of de stemopnemingsbureaus of tot een kiesbureau opzettelijk blokkeren;4° de kiezers, de leden van de stem- of stemopnemingsbureaus, de kiesoperatoren of de leden van hun families intimideren;5° de onafhankelijkheid of de onpartijdigheid van een kiesoperator proberen te beïnvloeden. Art. L4112-24. Onder inbreuk op het stemrecht wordt verstaan, het feit om een kiezer door geweld te verhinderen om zijn stemrecht uit te oefenen of hem te verplichten dit stemrecht in een bepaald opzicht uit te oefenen.

Art. L4112-25. Onder actieve kiesomkoping wordt verstaan het feit om een gift of elk ander voordeel te bieden, te beloven, te geven, toe te kennen of al dan niet rechstreeks te overhandigen aan een kiezer om hem te verplichten zijn stemrecht in een bepaald opzicht uit te oefenen.

Onder passieve kiesomkoping wordt verstaan, het feit om een derlijk voordeel aan te nemen, zich te laten beloven of toe te kennen.

Art. L4112-26. Onder verkiezingsfraude worden volgende feiten verstaan : 1° een kiesregister vervalsen, opzettelijk vernielen of doen verdwijnen;2° frauduleus deelnemen aan een verkiezing zonder gemachtigd te zijn;3° het aantal ondertekeningen die ter ondersteuning van een indiening van kandidaturen zijn ingezameld, vervalsen door met name ondertekeningen toe te voegen, te wijzigen of te schrappen, door ze op onjuiste wijze te tellen of door een frauduleus resultaat in een proces-verbaal te vermelden;4° het resultaat van een verkiezing vervalsen door met name stembiljetten toe te voegen, te wijzigen of te schrappen, door ze op onjuiste wijze te tellen of door een frauduleus resultaat in een proces-verbaal te vermelden;5° een proces-verbaal waarvan men weet dat het onjuiste vermeldingen bevat, ondertekenen of medeondertekenen. Art. L4112-27. Onder verzameling van de stemmen wordt verstaan het feit om de stembiljetten systematisch te nemen, in te vullen of te wijzigen en om aldus aangevulde of gewijzigde biljetten te verdelen.

Art. L4112-28. Als inbreuk op het stemrecht beschouwd wordt, het feit om door kunstgreep of door bedrog te proberen te ontdekken hoe één of meer kiezers hun stemrecht uitoefenen.

TITEL II. - Het kiessysteem HOOFDSTUK I. - Kiesbevoegdheidsvoorwaarden Art. L4121-1. § 1. Om kiezer te zijn, moet men : 1. Belg zijn uiterlijk de dag van de verkiezing. Overeenkomstig de artikelen 1bis en 1ter van de gemeentekieswet genieten de onderdanen uit de andere lidstaten van de Europese Unie en uit derde staten het stemrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen en bij de verkiezingen van leden van de sectorraden onder de voorwaarden bedoeld in deze artikelen; 2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt uiterlijk de dag van de verkiezing;3° in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn voor de gemeenteraads-, provinciesraads- en sectorraadsverkiezingen. Voor de provincieraadsverkiezingen moet men zijn woonplaats hebben in een gemeente van de provincie.

Voor de verkiezingen van de sectorraden moet men bovendien zijn woonplaats hebben in de sector voor de raad waarvan de verkiezing plaatsvindt.

Aan deze voorwaarden moet voldaan zijn uiterlijk 31 juli van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden.

De kiezer stemt in de gemeente waarvan hij uiterlijk 31 juli in de bevolkingsregisters ingeschreven is; 4° uiterlijk de dag van de verkiezing zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald in de artikelen L4121-2 en 3. § 2. De kiezers die tussen de datum waarop het kiezersregister wordt afgesloten en de dag van de verkiezing, niet meer in de bevolkingsregisters van een Waalse gemeente ingeschreven zijn, worden van het kiezersregister geschrapt.

De kiezers die gedurende dezelfde periode de Belgische nationaliteit verliezen terwijl ze in de bevolkingsregisters van een Waalse gemeente ingeschreven blijven, worden ook van het kiezersregister geschrapt. Ze kunnen weer ingeschreven worden voorzover ze er binnen de voorgeschreven termijn om verzocht hebben overeenkomstig artikel L4122-4, § 2. § 3. De kiezers die na de datum waarop het kiezersregister wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van het kiezersregister geschrapt. § 4. Aan dit register worden tot de dag voor de verkiezing, de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het Hof van beroep of een beslissing van het gemeentecollege weer als gemeenteraads-, provincieraads- of sectorraadskiezer opgenomen moeten worden.

Art. L4121- 2. Van het kiesrecht zijn voorgoed uitgesloten en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zij die tot een criminele straf zijn veroordeeld.

Art. L4121-3. § 1. In de uitoefening van het kiesrecht worden geschorst en tot de stemming mogen niet worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt : 1° de gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van de wet van 29 juni 1973, en zij die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen van de hoofdstukken I tot VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen bij artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. De kiesonbekwaamheid houdt op terzelfdertijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of met de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde; 2° zij die tot een correctionele hoofdgevangenisstraf van ten minste drie maanden uit hoofde van een opzettelijk wanbedrijf of tot een militaire gevangenisstraf van ten minste drie maanden zijn veroordeeld. De onbekwaamheid duurt zes jaar wanneer de straf drie maanden tot minder dan drie jaar bedraagt en twaalf jaar, wanneer de straf ten minste drie jaar bedraagt; 3° zij die ter beschikking van de federale regering zijn gesteld met toepassing van artikel article 380bis, 3°, van het StrafWetboek of met toepassing van de artikelen 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. De kiesonbekwaamheid van de onder 3° bedoelde personen houdt op wanneer de terbeschikkingstelling van de federale regering een einde neemt. § 2. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of wier kiesrecht geschorst is, worden naar rata van één steekkaart per betrokken persoon alfabetisch in een kaartenbestand ingeschreven. Het wordt doorlopend bijgehouden door het gemeentecollege.

Dit bestand bevat voor elk van die personen uitsluitend de volgende vermeldingen : 1. de naam, voornamen, geboorteplaats en -datum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;2. het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;3. de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dit recht ophoudt. De steekkaarten die zijn opgemaakt op naam van de personen wier kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt.

Dat bestand mag niet worden samengesteld noch bijgehouden met behulp van geautomatiseerde middelen. De inhoud ervan mag niet aan derden worden meegedeeld. § 3. Artikel 87 van het StrafWetboek is niet van toepassing op de gevallen van onbekwaamheid die in de paragrafen 1 en 2 zijn opgesomd. § 4. Is de veroordeling uitgesproken met uitstel, dan wordt de in § 1, 2°, bedoelde onbekwaamheid opgeschort tijdens de duur van het uitstel.

Is de veroordeling gedeeltelijk met uitstel uitgesproken, dan wordt voor de toepassing van de bepalingen van § 2 alleen rekening gehouden met het gedeelte zonder uitstel uitgesproken.

Wordt de veroordeling uitvoerbaar, dan begint de schorsing van het kiesrecht die er uit voortvloeit, op de dag van de nieuwe veroordeling of van de beslissing tot intrekking van het uitstel. § 5. Bij veroordeling tot verschillende straffen bedoeld in § 1, 2°, worden de daaruit voortvloeiende onbekwaamheden gecumuleerd zonder dat evenwel de totale duur twaalf jaar mag overschrijden.

Hetzelfde geldt bij nieuwe veroordeling tot één of meer straffen bedoeld in § 2, 2°, uitgesproken tijdens de duur van de onbekwaamheid die volgt uit een voorgaande veroordeling, zonder dat nochtans de onbekwaamheid minder dan zes jaar na de laatste veroordeling kan ophouden". § 6. De parketten van de hoven en rechtbanken zijn gehouden, aan de burgemeesters van de gemeenten waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, evenals aan de belanghebbenden zelf, kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen met geen gewoon rechtsmiddel meer kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorsing van dit recht ten gevolge hebben.

Deze kennisgeving vermeld de in § 2 van dit artikel bedoelde vermeldingen.

De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen.

De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van de onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring.

De Regering bepaalt de wijze waarop die berichten door de gemeentebesturen behandeld, bewaard, en in geval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden moeten worden. HOOFDSTUK II. - Register van de kiezers Afdeling 1. - Opmaking van het register van de kiezers

Art. L4122-1. De stemming vindt plaats in de gemeente waar de kiezer in het register van de kiezers is ingeschreven.

Art. L4122-2. § 1. Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaatsheeft, maakt het gemeentecollege een voorlopig register op, dat op 31 juli up-to-date is. § 2. In dit register worden vermeld : 1. de personen die op vermelde datum in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn en de andere in de artikelen L4121-1, § 1, bedoelde kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervullen;2. de toegelaten kiezers die tussen 1 augustus en de datum van de verkiezingen de leeftijd van achttien jaar bereiken;3. de personen voor wie de schorsing van het kiesrecht een einde neemt vóór de datum van de verkiezingen. Het register van de kiezers vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer in het Rijksregister van de natuurlijke personen. § 3. Voor de krachtens artikel 1bis van de gemeentekieswet toelaatbare kiezers wordt hun nationaliteit vermeld in het kiezersregister.

Bovendien staat naast hun naam de letter "C".

Voor de krachtens artikel 1ter van de gemeentekieswet toelaatbare kiezers vermeldt het kiezersregister ook hun nationaliteit. Bovendien staat naast hun naam de letter "E". § 4. In voorkomend geval neemt het gemeentecollege akte van de in artikel L4133-1, bedoelde verklaring van de kiezer en vermeldt de letter "A" in het register van de kiezers, naast de naam van de kiezer.

Art. L4122-3. § 1. Het register van de kiezers wordt per gemeente of, in voorkomend geval, per gemeenteafdeling, opgemaakt volgens een doorlopende nummering bij voorkeur op alfabetische volgorde van de kiezers. Het gemeentecollege zorgt er bovendien voor dat de personen die in het bevolkingsregister ingeschreven zijn op hetzelfde adres, in hetzelfde stemcentrum opgeroepen worden.

In de gemeenten waarin sectorverkiezingen worden georganiseerd, wordt het register door de gemeente opgemaakt op grond van een verdeling naar gelang van de sectoren. § 2. Een exemplaar van het register van de kiezers wordt onverwijld aan de provinciegouverneur of aan de door hem aangewezen ambtenaar overgemaakt. Een tweede exemplaar wordt gelijktijdig ter informatie overgemaakt aan de regering of aan diens afgevaardigde.

De regering kan beslissen dat de overdracht digitaal gebeurt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2. § 3. De gouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar gaat over tot de nodige verificaties en zendt het gemeentecollege het register van de kiezers dat hem betreft en dat de opmerkingen en de aan te brengen wijzigingen vermeldt, terug binnen de maand na ontvangst ervan. Een afschrift van dat register dat de verbeteringen vermeldt, wordt ook overgemaakt aan de Regering of diens afgevaardigde.

De regering kan beslissen dat de behandeling op geautomatiseerde wijze gebeurt, overeenkomstig artikel L4141-1, § 3. § 4. Het gemeentecollege gaat zo spoedig mogelijk over tot de aangevraagde verbeteringen. Bovendien voegt het de namen van kiezers die kort geleden ingeschreven zijn in het bevolkingsregister alsmede de onderdanen uit de andere lidstaten van de Europese Unie en uit derde sStaten die een aanvraag tot inschrijving in het kiezersregister hebben ingediend, in het register in en schrapt het degenen die intussen bestraft zijn met een schorsings- of uitsluitingsclausule of die van het bevolkingsregister van de gemeente geschrapt zouden zijn.

Artikel L4122-4. § 1. Vanaf deze datum kan elke persoon nagaan of ze zelf of iedere ander persoon in het register ingeschreven is of correct vermeld wordt. Elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie in dit register de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, kan tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bezwaar indienen bij het gemeentecollege. § 2. Vanaf dezelfde datum kan elke persoon die door naturalisatie de Belgische nationaliteit verwerft en die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden in de gemeente waarin hij in bovenbedoeld register ingeschreven had moeten zijn als hij de Belgische nationaliteit had verworven vóór deze datum, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bij het gemeentecollege bezwaar indienen tegen zijn niet-inschrijving op bovenbedoeld register volgens de procedure bedoeld in de artikelen L4122-9 tot 11 van dit Wetboek. § 3. Het gemeentecollege maakt vanaf 1 augustus daartoe een bericht bekend waarin de openingsuren van de gemeentesecretarie vermeld zijn en op de procedure voor bezwaren en beroepen bepaald in de artikelen L4122-9 tot en met 11 van dit Wetboek gewezen wordt. § 4. Tot de twintigste dag vóór de verkiezing brengt het gemeentecollege de in artikel L4122-3, § 3, bedoelde wijzigingen aan.

Tot de dag van de verkiezing brengt het gemeentecollege de volgende wijzigingen aan in het kiezersregister : 1° de personen die na 1 augustus van het kiezersregister geschrapt moeten worden, hetzij omdat ze de Belgische nationaliteit hebben verloren, hetzij omdat ze van de bevolkingsregisters in het Waalse Gewest geschrapt zijn ten gevolge van een maatregel van ambtshalve schrapping of wegens vertrek naar het buitenland, hetzij omdat ze overleden zijn;2° de kennisgevingen die het gekregen heeft ter uitvoering van artikel L4121-3, na het opmaken van het kiezersregister;3° de wijzigingen die in het kiezersregister zijn aangebracht als gevolg van de beslissingen van het gemeentecollege bedoeld in artikel L4122-17 of van de arresten van het hof van beroep bedoeld in artikel L4122-24;4° de personen die de Belgische nationaliteit verwerven binnen minder dan twaalf dagen vóór de verkiezing. Afdeling 2. - Afgifte van het register van de kiezers

Art. L4122-5. § 1. Zodra het register bedoeld in vorig artikel is opgesteld, is het gemeentecollege, of de door dat college aangewezen gemeentelijke ambtenaar, ertoe gehouden exemplaren of afschriften ervan te verstrekken aan de personen die daartoe gemachtigd zijn door een politieke partij die zich schriftelijk en in een gemeenschappelijk document toe verbindt een kandidatenlijst voor te dragen bij de verkiezingen in de gemeente en de democratische beginselen uitgevaardigd meer bepaald bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, bij de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden of op grond van de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, waarbij die onverkiesbaarheid verstrijkt achttien jaar na de veroordeling, alsmede de bij de Grondwet gewaarborgde wetten en vrijheden na te leven.

De aanvragen dienen bij aangetekend schrijven gericht aan de burgemeester gericht te worden.

De exemplaren worden verstrekt op papier en een bruikbare elektronische informatiedrager waarvan het formaat door de Regering wordt vastgesteld. § 2. Elke politieke partij bedoeld in § 1 kan kosteloos twee exemplaren of afschriften van dat register krijgen op papier dan wel op een elektronische informatiedrager bedoeld in § 1, naar keuze van de partij, voorzover zij in de gemeente een kandidatenlijst indient voor de verkiezingen.

Voor de afgifte van bijkomende exemplaren of afschriften wordt de door het gemeentecollege te bepalen kostprijs ervan aangerekend.

Indien de partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij niet meer gebruik maken van het register van de kiezers, ook niet voor verkiezingsdoeleinden, op straffe van de in artikel L4122-34 van dit Wetboek vastgestelde strafsancties. § 3. Iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een akte van voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan tegen betaling van de kostprijs exemplaren of afschriften van het register van de kiezers krijgen, op papier dan wel op een elektronische informatiedrager bedoeld in § 1, voorzover hij ernaar gevraagd heeft bij aangetekend schrijven gericht aan de Burgemeester en dat hij zich ertoe verbindt de democratische beginselen uitgevaardigd meer bepaald bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, bij de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden of op grond van de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, waarbij die onverkiesbaarheid verstrijkt achttien jaar na de veroordeling, alsmede de bij de Grondwet gewaarborgde wetten en vrijheden na te leven.

Het gemeentecollege onderzoekt, op het ogenblik van de afgifte, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.

Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van het register van de kiezers niet meer gebruik maken, op straffe van de in artikel L4122-34 van dit Wetboek vastgestelde strafsancties. § 4. Zodra het register van de kiezers is opgesteld, is het gemeentecollege, of de door dat college aangewezen ambtenaar, ertoe verplicht de indiener bedoeld in artikel L4112-16, lid 3, een uittreksel van dat register te verstrekken waaruit blijkt dat de indiener en de voorgedragen kandidaten kiezers in hun gemeente zijn. § 5 - Op de aanvraag bedoeld in §§ 1 en 3 wordt de tekst van enerzijds § 2, lid 3, § 3, lid 3 en § 6 en anderzijds artikel L4122-34 afgedrukt. De Regering stelt het model van die aanvraag vast. § 6. Het gemeentecollege mag geen exemplaren of afschriften van het register van de kiezers verstrekken aan andere personen dan die welke ze overeenkomstig §§ 1, 3 en 4 aangevraagd hebben, op straffe van de sancties bepaald in artikel L4122-34. De personen die deze exemplaren of afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden.

De exemplaren of afschriften van het register van de kiezers die worden verstrekt met toepassing van dit artikel, mogen enkel voor verkiezingsdoeleinden gebruikt worden, inbegrepen buiten de periode die tussen de datum van afgifte van het register en de datum van de verkiezing valt, op straffe van de in artikel L4122-34 van dit Wetboek vastgestelde strafsancties. Afdeling 3. - Gebruik van het register van de kiezers

Art. L4122-6. § 1. Zodra het register van de kiezers van de gemeente is vastgesteld, zendt het gemeentecollege twee exemplaren ervan aan de Regering of aan diens afgevaardigde.

De Regering kan beslissen dat die verzending digitaal gebeurt, overeenkomstig artikel L4141-1, § 2. § 2. Zodra de Regering, of diens afgevaardigde de verzending in ontvangst neemt, worden de registers van de kiezers op de door hem vastgestelde wijze vergeleken om te onderzoeken of personen, om ongeacht welke reden, in meerdere ervan opgenomen zouden zijn.

De Regering kan beslissen dat de behandeling ervan op geautomatiseerde wijze gebeurt, overeenkomstig artikel L4141-1, § 3.

Na dat onderzoek spreekt de Regering, of diens afgevaardigde, zich zo spoedig mogelijk uit en maakt zij het overzicht van de personen bedoeld in vorig lid aan de betrokken gemeentecolleges over.

De Regering kan beslissen dat de overmaking ervan digitaal gebeurt, overeenkomstig artikel L4141-1, § 2.

De Regering wijst het college aan dat de kiezer schrapt en het college dat de inschrijving behoudt.

De colleges geven een ontvangstbewijs van die beslissing.

De kiezer op wie die beslissing betrekking heeft wordt binnen een termijn van vier dagen door het betrokken college geschrapt.

Van de schrapping wordt onmiddellijk aan de betrokken personen kennis gegeven. Die schrapping is onderworpen aan de beroepen bepaald in de artikelen L4122-9 tot en met 11.

Art. L4122-7. § 1. Het gemeentecollege stelt op grond van het register van de kiezers twee overzichten op : 1° in het eerste worden de kiezers opgenomen die de functie van voorzitter van een stem- of stemopnemingsbureau zouden kunnen bekleden;2° in het tweede worden de kiezers opgenomen die aangewezen zouden kunnen worden als bijzitter of plaatsvervangend bijzitter van een stem- of stemopnemingsbureau.In dat overzicht worden twaalf namen per bureau opgenomen. § 2. Die overzichten worden uiterlijk 1 september aan de voorzitter van het gemeentelijk bureau overgemaakt. Laatstgenoemde maakt ze vervolgens over aan de voorzitter van het kantonbureau, overeenkomstig artikel L4125-5, § 4.

Zodra die overzichten worden verstuurd, licht het gemeentecollege de provinciegouverneur daarover in. § 3. Zodra het bureau de aanwijzingen van de voorzitters van de stembureaus heeft doorgevoerd volgens de procedure bedoeld in artikel L4125-5, § 1, delen de gemeentebesturen tot en met de dag van de verkiezing rechtstreeks aan de aldus aangewezen stembureauvoorzitters de wijzigingen mee die in het register van de stemmers aangebracht dienen te worden, overeenkomstig artikel L4122-4, § 4.

Art. L4122-8. § 1. Het gemeentecollege kan aan een dienstverlener de opdracht verlenen om het register van de kiezers en het register van de stemmers op te maken met inachtneming van hierna genoemde nadere regels : 1° de dienstverlener vult een verklaring op erewoord in waarbij hij zich ertoe verbindt het vertrouwelijk karakter van het kiesproces na te leven en ondertekent ze;2° indien de dienstverlener ertoe geleid wordt de gegevens van het Rijksregister rechtstreeks te gebruiken, op grond van een tabel of een elektronische informatiedrager, vult hij een verklaring op erewoord in waarbij hij zich ertoe verbindt artikel 16 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de.verwerking van persoonsgegevens na te leven en ondertekent hij ze; 3° de dienstverlener mag de registers niet verdelen aan personen die niet uitdrukkelijk door het gemeentecollege gemachtigd zijn om ze in ontvangst te nemen;4° het drukken en de verspreiding van de registers van de kiezers en dat van de stemmers vinden plaats onder het toezicht van het gemeentecollege.Laatstgenoemde blijft volledig aansprakelijk voor de juistheid en de correcte verdeling van die registers. § 2. De Regering stelt het model vast van de verklaringen bedoeld onder 1° en 2°. Afdeling 4. - Beroepen tegen het register van de kiezers

Art. L4122-9. Vanaf de datum waarop het register van de kiezers vastgesteld moet zijn, kan ieder die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van het register van de kiezers geschrapt is, of voor wie in dat register de vermeldingen voorgeschreven in artikel L4122-2, § 2, onjuist zijn, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bezwaar indienen bij het gemeentecollege.

Art. L4122-10. Vanaf de datum waarop het register van de kiezers vastgesteld moet zijn, kan ieder die de kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervult, in de kieskring waarin de gemeente ligt waar hij in het register van de kiezers is ingeschreven, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bij het gemeentecollege bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van dat register of tegen enige onjuistheid in de vermeldingen voorgeschreven in artikel L4122-2, § 2.

Art. L4122-11. Het in artikel L4122-9 of 10 bedoelde bezwaar wordt ingediend bij verzoekschrift en moet, samen met de bewijsstukken waarvan de verzoeker gebruik wenst te maken, tegen ontvangstbewijs neergelegd worden op de gemeentesecretarie of onder een ter post aangetekende omslag worden gericht aan het gemeentecollege.

De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, is verplicht het op de datum van ontvangst in te schrijven in een bijzonder register, een ontvangstbewijs van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken af te geven, voor ieder bezwaar een dossier aan te leggen, de overgelegde stukken te nummeren en te paraferen en ze met hun volgnummer in te schrijven op de bij ieder dossier gevoegde inventaris.

Art. L4122-12. Wanneer de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingebracht. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen.

De ambtenaar die het ontvangt, maakt daarvan dadelijk proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene hem verklaart niet in staat te zijn te schrijven.

Het proces-verbaal neemt de door betrokkene ingeroepen middelen over.

De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een duplicaat aan de verschijnende persoon na het hem te hebben voorgelezen.

De ambtenaar handelt vervolgens zoals in vorig artikel, lid 2, is voorgeschreven.

Art. L4122-13. Het gemeentebestuur voegt kosteloos aan het dossier een afschrift of uittreksel toe van alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de verzoeker aanvoert om een wijziging van het register van de kiezers te verantwoorden.

Het gemeentebestuur voegt ambtshalve bij het dossier alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de door de betrokkene ingeroepen middelen welke opgenomen zijn in het overeenkomstig vorig artikel opgestelde proces-verbaal, kracht kunnen bijzetten.

Art. L4122-14. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of de zaken zal of zullen worden behandeld.

Deze rol wordt ten minste vierentwintig uur vóór de vergadering aangeplakt op de gemeentesecretarie, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen.

Het gemeentebestuur geeft onverwijld en met alle middelen kennis aan de verzoeker alsook, in voorkomend geval, aan de betrokken partijen, van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden.

Deze kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat, zoals bepaald in artikel L4122-17, lid 2 en lid 4, het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend.

Art. L4122-15. Gedurende de termijn bepaald in vorig artikel worden het dossier van de bezwaren en het in artikel L4122-16, lid 2, bedoelde verslag op de secretarie ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden.

Art. L4122-16. Het gemeentecollege doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of van het in de artikelen L4122-11 en 12 vermeld proces-verbaal, en in elk geval voor de zevende dag voor die van de verkiezing.

Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, indien zij verschijnen.

Art. L4122-17. Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke en met redenen omklede beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven.

De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het in het vorige lid vermelde register een verklaring van beroep te ondertekenen.

De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden.

Wanneer de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register vermeld in lid 1, en de beslissing tot wijziging van het register van de kiezers wordt onverwijld ten uitvoer gelegd.

De beslissing van het college wordt neergelegd op de gemeentesecretarie, waar eenieder er kosteloos inzage van kan nemen.

Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in het register van de kiezers.

Art. L4122-18. De burgemeester zendt onverwijld aan het hof van beroep, met alle middelen, een uitgifte van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld alsook alle documenten die de gedingen betreffen.

De partijen worden verzocht voor het hof te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en in elk geval vóór de dag die de verkiezing voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken.

Art. L4122-19. Indien het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het dit aan een vrederechter opdragen.

Art. L4122-20. Indien het getuigenverhoor plaats heeft voor het hof, geeft de griffier aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten.

Art. L4122-21. De getuigen mogen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken.

In geval van niet-verschijning of van valse getuigenis worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken.

De straffen bepaald tegen niet verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt.

Art. L4122-22. In getuigenverhoren betreffende kiesrechtszaken kan een getuige niet worden ondervraagd met toepassing van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek.

Bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad van één der partijen mogen evenwel niet als getuige worden gehoord.

Art. L4122-23. De debatten voor het hof zijn openbaar.

Art. L4122-24. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer het woord aan de partijen; die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat.

Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. dit arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er kosteloos inzage van kunnen nemen.

Het beschikkend gedeelte van het arrest wordt door toedoen van het openbaar ministerie met alle middelen onverwijld ter kennis gebracht van het gemeentecollege dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen en van de andere partijen.

Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd, wanneer het een wijziging van het register van de kiezers inhoudt.

Art. L4122-25. Over het beroep wordt zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan.

Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen; ze zijn niet vatbaar voor beroep.

Art. L4122-26. In het door meer dan één verzoeker ingediende verzoekschrift wordt één enkele woonplaats gekozen; bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen.

Art. L4122-27. Het getuigengeld wordt geregeld zoals in strafzaken.

Art. L4122-28. De partijen schieten de kosten voor.

Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding.

Art. L4122-29. De kosten zijn ten laste van de verliezende partij.

Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten worden gecompenseerd.

Indien de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de staat zullen komen.

Art. L4122-30. De griffiers van de hoven van beroep zenden aan de gemeentebesturen afschrift van de arresten. Afdeling 5. - Sancties met betrekking tot het kiesregister

Art. L4122-31. In de zin van deze afdeling worden onder "kiesregister" het register van de kiezers en de registers van de stemmers verstaan.

Art. L4122-32. § 1. Hij die in enigerlei hoedanigheid met het voorbereiden of het opmaken van de kiesregisters belast is en, met het oogmerk om een kiezer te doen schrappen, 1° ofwel bij dit werk wetens gebruik maakt van stukken of bescheiden welke hetzij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, hetzij valselijk opgemaakt zijn;2° ofwel die opzettelijk de gegevens van de stukken of bescheiden welke voor het opmaken van de registers kunnen dienen, door verandering, toevoeging of weglating onjuist overneemt in de kiesregisters, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig tot tweehonderd euro en met gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen. Wordt dit wanbedrijf gepleegd met het oogmerk om aan een burger kiesrecht te verschaffen, dan is de gevangenisstraf acht dagen tot één maand en de geldboete vijftig tot vijfhonderd euro. § 2. Wat de bij dit artikel omschreven misdrijven betreft, begint de in artikel L4145-43 bepaalde verjaring van zes maanden eerst te lopen van de dag dat de kiesregisters en de desbetreffende stukken aan de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar gezonden zijn.

Art. L4122-33. Ieder lid van een gemeentecollege, ieder gemeenteraadslid, dat bij het uitoefenen van de rechtsmacht in kieszaken, op zijn verslag ten onrechte hetzij een aanvraag tot inschrijving in de registers doet verwerpen, hetzij de inschrijving of schrapping van een kiezer doet bevelen en te dien einde stukken of bescheiden inroept of gebruikt, ofschoon hij weet dat zij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, of dat zij valselijk opgemaakt of denkbeeldig zijn, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.

Vervolging kan evenwel maar worden ingesteld, wanneer op beroep tot inschrijving of schrapping van de kiezer een definitief geworden beslissing is gewezen die gegrond is op de bedroginhoudende feiten.

De in artikel L4145-43 bepaalde verjaring begint te lopen vanaf deze beslissing.

Art. L4122-34. § 1. Met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro of met slechts één van die straffen wordt gestraft degene die als dader, mededader of medeplichtige, met schending van artikel L4122-5, § 6, hetzij exemplaren of afschriften van het register van de kiezers heeft afgegeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen, hetzij die exemplaren heeft medegedeeld aan derden na ze regelmatig te hebben ontvangen, hetzij van de gegevens uit het register van de kiezers gebruik heeft gemaakt voor andere dan verkiezingsdoeleinden. § 2. De straffen die de medeplichtigen van de in lid 1 vermelde strafbare feiten oplopen, mogen niet meer bedragen dan twee derde van de straffen die hun zouden zijn opgelegd indien zij de dader van die strafbare feiten waren.

Art. L4122-35. Hij die, met het oogmerk om zich in een register van de kiezers te doen inschrijven, wetens valse verklaringen aflegt of schijnakten overlegt, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig tot tweehonderd euro.

Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een burger in die registers te doen inschrijven of ervan te doen schrappen, wetens dezelfde kunstgrepen aanwendt.

Vervolging kan evenwel maar worden ingesteld, wanneer de vraag tot inschrijving of schrapping verworpen is bij een definitief geworden beslissing die gegrond is op bedroginhoudende feiten.

Zulke beslissingen van de gemeentecolleges of van de hoven van beroep, alsmede de desbetreffende stukken en inlichtingen, worden door de provinciegouverneur doorgezonden aan de procureur des Konings, die ze ook ambtshalve kan eisen.

De vervolging verjaart door verloop van drie volle maanden na de beslissing. HOOFDSTUK III. - Indeling van de kiezers Art. L4123-1. § 1. De kiezers van de gemeente worden ingedeeld in stemafdelingen waarvan geen enkele meer dan achthonderd of minder dan honderdvijftig kiezers mag tellen.

Wanneer de stemming anders gebeurt dan aan de hand van een stembiljet, kan de regering het aantal kiezers per stemafdeling verhogen, zonder dat het aantal ervan echter hoger ligt dan tweeduizend.

In de gemeenten waar er verkiezingen van sectoren gehouden worden, kan de gouverneur beslissen dat de kiezers per sector ingedeeld worden, en dan per stemafdeling. § 2. Uiterlijk 10 september deelt de provinciegouverneur, of de door hem aangewezen ambtenaar, met instemming van het gemeentecollege, de kiezers per kieskanton in stemafdelingen in en bepaalt de volgorde van de stemafdelingen van elk kanton, te beginnen met de hoofdplaats.

Met instemming van het gemeentecollege wijst hij voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. Hij kan, als dat vereist wordt wegens het aantal stemafdelingen, meerdere ervan bijeenroepen in zalen die deel uitmaken van éénzelfde stemcentrum.

Zijn het college en de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar het niet eens over de indeling van de kiezers in stemafdelingen of over de keus van de stemlokalen, dan beslist de regering. § 3. De stemcentra en -lokalen worden uitgekozen met inachtneming van de minimumnormen voor de toegankelijkheid ervan, volgens de door de Regering vastgestelde regels. § 4. Als het gemeentecollege overeenkomstig artikel L4123-1, § 2, lid 2, de kiezers per sector heeft ingedeeld en vervolgens per stemafdeling, kan de provinciegouverneur, of de door hem aangewezen ambtenaar, voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal, gelegen in de betrokken sector, aanwijzen.

Art. L4123-2. § 1. Op grond van de indeling van de kiezers overeenkomstig artikel L4123-1 stelt het gemeentecollege een register van de kiezers per stemafdeling op, register van de stemmers genoemd.

Die registers worden de dag van de verkiezingen gebruikt om de namen aan te tekenen van de kiezers die in een welbepaald stemlokaal deelgenomen hebben aan de stemming. § 2. Uiterlijk 10 september zendt het gemeentecollege twee exemplaren van alle registers van de stemmers van de gemeente aan de provinciegouverneur, of aan de door hem aangewezen ambtenaar. § 3. De provinciegouverneur, of de door hem aangewezen ambtenaar, zendt aan de voorzitter van het gemeentelijk bureau tegen ontvangstbewijs twee naar behoren afgestempelde afschriften door van elk register van de stemmers van zijn gemeente. Hij zendt één exemplaar van diezelfde registers aan de Regering of diens afgevaardigde door.

De Regering kan beslissen dat de doorzending digitaal gebeurt, overeenkomstig artikel L4141-1, § 2. § 4. Met instemming van de voorzitter van het gemeentelijk bureau of onder diens gezag kan de provinciegouverneur het gemeentecollege de opdracht toevertrouwen om de registers van de stemmers bestemd voor de stembureaus van zijn gemeente te bewaren en ze onder die bureaus te verdelen op de datum bepaald overeenkomstig artikel L4125-9. De voorzitter van het gemeentelijk bureau zorgt ervoor dat die registers bewaard worden op een beveiligde plaats en dat ze enkel in handen gegeven worden van de voorzitters van de stembureaus waarvoor ze bestemd zijn. HOOFDSTUK VI. - Oproeping van de kiezers Art. L4124-1. § 1. De gewone vergadering van de kiezers voor de vernieuwing van de gemeente-, provincie- en sectorraden heeft van rechtswege plaats om de zes jaar, op de tweede zondag van oktober.

De kiezers kunnen krachtens een gemeenteraadsbesluit of een regeringsbesluit ook in buitengewone vergadering worden bijeengeroepen om te voorzien in de opengevallen plaatsen. Deze vergadering heeft altijd plaats op een zondag, binnen vijftig dagen na de beslissing of het regeringsbesluit. De precieze kalender van de kiesverrichtingen wordt door de Regering bepaald. § 2. De tweeënnegentigste dag vóór de verkiezingen doet de regering een bericht verschijnen waarbij de dag van de stemming, de uren van opening en sluiting van de stemlokalen meegedeeld worden. Dit bericht vermeldt eveneens dat voor elke kiezer bezwaar mogelijk is bij het gemeentebestuur overeenkomstig de artikelen L4122-9 en L4122-10, tot twaalf dagen vóór de verkiezing. Met dat bericht wordt de verkiezingsperiode opgestart. § 3. Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen vóór de stemming in de gemeente ter openbare kennis gebracht op de gebruikelijke wijze en de gewone uren van bekendmaking. Het aanplakbiljet behelst de vermeldingen voorgeschreven in § 6, en wijst erop dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, hem op de gemeentesecretarie kan afhalen tot op de dag van de stemming, 's middags.

In het bericht wordt eveneens herinnerd aan het bepaalde van artikel L4131-4, § 2, lid 1. § 4. Uiterlijk de vijftiende dag vóór de verkiezingen zendt het gemeentecollege een oproepingsbrief naar elke kiezer op zijn huidige verblijfplaats. De Regering of de door hem afgevaardigde ambtenaar waakt erover dat de zendingen binnen de vereiste termijn plaatsvinden.

Indien de oproepingsbrief niet aan de kiezer overhandigd is kunnen worden, wordt hij op de gemeentesecretarie neergelegd, waar de kiezer hem zal kunnen afhalen tot op de dag van de stemming, 's middags.

Van die mogelijkheid wordt gewag gemaakt in het bericht bepaald in § 2. § 5. Voor de verkiezing opgeroepen worden alle personen ingeschreven in het register van de kiezers bedoeld in artikel L4122-4. § 6. In de oproepingsbrieven, overeenstemmend met het door de Regering vastgestelde model, worden de dag en het lokaal waar de kiezer moet stemmen, het aantal toe te wijzen zetels en de openings- en sluitingsuren van de stembureaus vermeld; zij vermelden eveneens de bepalingen betreffende de reiskosten van de kiezers, bepaald in artikel L4136-2, § 2, 3°.

Op de achterkant van de oproepingsbrieven wordt de tekst van de onderrichtingen voor de kiezer afgedrukt, evenals de tekst bepaald in artikel L4132-1 van dit Wetboek Zij geven de naam, de voornamen, het geslacht, de hoofdverblijfplaats van de kiezer, het identificatienummer in het Rijksregister van de natuurlijke personen en, in voorkomend geval, de naam van de echtgenoot/-genote op, alsmede het nummer waaronder hij in het register van de kiezers is opgenomen.

Zij maken gewag van de verkiezing waarvoor de persoon opgeroepen wordt.

Voor de kiezers toegelaten krachtens artikel 1bis van de gemeentekieswet draagt de oproepingsbrief de letter "C".

Voor de kiezers toegelaten krachtens artikel 1ter van de gemeentekieswet draagt de oproepingsbrief de letter "E".

Art. L4124-2. Het gemeentecollege kan de opdracht om de oproepingsbrieven op te maken toevertrouwen aan een prestatieverlener, met inachtneming van de nadere regels bepaald in artikel L4122-8, 1° en 2°.

Het drukken en de verdeling van de oproepingsbrieven staan onder het toezicht van het gemeentecollege. Het gemeentecollege blijft volledig aansprakelijk voor de juistheid en de correcte verdeling van die oproepingsbrieven. HOOFDSTUK V. - Aanwijzing van de kiesbureaus Afdeling 1. - De kiesbureaus

Art. L4125-1. § 1. Een kiesbureau bestaat uit een voorzitter, een secretaris die niet stemgerechtigd is, bijzitters en plaatsvervangende bijzitters. § 2. Indien een kiesbureau overeenkomstig dit Wetboek moet beraadslagen, gebeurt dat bij meerderheid der stemmen, waarbij de stem van de voorzitter doorslaggevend is. § 3. Men onderscheidt kieskringbureaus, kantonbureaus, stembureaus en stemopnemingsbureaus.

Voor elke categorie bureaus wordt het aantal bijzitters en plaatsvervangende bijzitters vastgesteld als volgt : 1° het kieskringbureau, het kantonbureau, het stembureau en het provinciale stemopnemingsbureau tellen vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters;2° het aantal bijzitters van het gemeentelijk stemopnemingsbureau wordt vastgesteld als volgt : - twee bijzitters en twee plaatsvervangende bijzitters indien het aantal te verkiezen raadsleden lager is dan negentien; - drie bijzitters en drie plaatsvervangende bijzitters indien dat aantal tussen negentien en zevenentwintig bedraagt; - vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters indien dat aantal hoger is dan zevenentwintig.

De kieskringbureaus stellen de lijsten van kandidaten vast en behandelen de daarmee verband houdende betwistingen, stellen de stembiljetten op en laten ze drukken.

De dag van de verkiezingen zijn ze belast met de eindtotalisatie, de zetelverdeling en de aanwijzing van de gekozenen voor hun kieskring.

De kantonbureaus centraliseren de uitslagen van de stemopneming op het niveau van het kanton.

De stembureaus, die per stemcentrum werken, zorgen voor het vlotte verloop van de stemming.

De stemopnemingsbureaus verwerken de stemopneming voor de stembiljetten van de hen toegewezen stembureaus en zenden die uitslagen, naar gelang van de verkiezing, door naar ofwel het gemeentelijk bureau ofwel het kantonbureau. § 4. Geen enkele kandidaat mag van een kiesbureau deel uitmaken. De kandidaten en de lijsten van kandidaten kunnen getuigen aanwijzen om de verrichtingen van de bureaus te overzien volgens de nadere regels bedoeld in artikel L4134-1.

De functie van provinciegriffier, provincieontvanger, gemeentesecretaris en gemeenteontvanger is onverenigbaar met het ambt van voorzitter, bijzitter of plaatsvervangend bijzitter van een kiesbureau of de rol van lid van een kieskringbureau.

Hetzelfde geldt voor het bezit van een politiek mandaat of de opdracht van getuige. § 5 Om de taak van de bureauvoorzitters te rationaliseren worden er door de Regering formulieren ter beschikking gesteld voor hun kiesdocumenten. Daar wordt verplicht gebruik van gemaakt. Die formulieren worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 6. Indien dit Wetboek voorziet in de opstelling van een proces-verbaal door een kiesbureau of door de voorzitter van een kiesbureau, wordt daar een afschrift van aan de Regering, of aan diens afgevaardigde, van doorgezonden zodra bedoeld proces-verbaal wordt afgesloten.

De Regering kan beslissen dat die doorzending digitaal plaatsvindt, overeenkomstig artikel L4141-1, § 2. Afdeling 2. - De kieskringbureaus

Onderafdeling 1. - De districtbureaus Art. L4125-2. § 1. Met het oog op de provincieraadsverkiezing wordt in de hoofdplaats van elk kiesdistrict een kieskringbureau opgericht, districtbureau genaamd. § 2. Het districtbureau wordt voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of door de magistraat die hem vervangt in de districthoofdplaats die samenvalt met de hoofdplaats van het gerechtelijk arrondissement. In de andere gevallen wordt het voorgezeten door de vrederechter of diens plaatsvervanger.

De voorzitter van het districtbureau wijst de leden van zijn bureau aan onder kiezers van het district en stelt zijn bureau samen op de datum bepaald in artikel L4142-11, § 1.

Het districtbureau zetelt op de plaats aangewezen door diens voorzitter, die dat bekendmaakt. § 3. Bij de samenstelling van het districtbureau leggen de voorzitters en bijzitters volgende eed af : "Je jure de recenser fidèlement les suffrages et de garder le secret des votes." Of : "Ich schwöre die Stimmen gewissenhaft zu zählen und das Stimmgeheimnis zu halten". § 4. In de gemeenten Komen-Waasten, Edingen, Vloesberg en Moeskroen, waarop het koninklijk besluit van 18 juli 1966 betreffende het taalgebruik in bestuurszaken, artikel 8, 5°, betrekking heeft, kunnen de leden van het bureau erom verzoeken volgende eed af te leggen : "Ik zweer de stemmen getrouw op te nemen en het geheim der stemmen te bewaren." § 5. De eed wordt voor het begin van de verrichtingen afgelegd. Hij wordt afgelegd door de bijzitters en de secretaris, in handen van de voorzitter, vervolgens door deze ten overstaan van het samengestelde bureau.

De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de verrichtingen benoemd wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt.

Van deze eedafleggingen wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. § 6. Het districtbureau houdt zich bezig met de aan de provincieraadsverkiezing en de aan de algemene telling van de stemmen voorafgaande verrichtingen op districtniveau.

De voorzitter van het districtbureau houdt toezicht over de gezamenlijke verrichtingen in het kiesdistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen. Hij wijst de voorzitters van de gemeentelijke bureaus aan. § 7. Het districtbureau dat in de arrondissementshoofdplaats zetelt wordt aangewezen als centraal arrondissementsbureau en is naast zijn opdrachten van kieskringbureau belast met de aanvullende taken bepaald in de artikelen L4142-34 tot en met 36 betreffende de verklaring van lijstenverbinding en de apparentering.

Het districtbureau dat in de provinciehoofdplaats zetelt wordt aangewezen als provinciaal hoofdbureau en is naast zijn opdrachten van kieskringbureau en/of zijn opdrachten van centraal arrondissementsbureau belast met de aanvullende taken bepaald in de artikelen L4142-26 tot en met 28 betreffende lijstenvereniging en de loting.

Onderafdeling 2. - De gemeentelijke bureaus Art. L4125-3. § 1. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezing wordt er in elke gemeente een kieskringbureau samengesteld, gemeentelijk bureau genaamd. § 2. Om het gemeentelijk bureau voor te zitten, wijst de voorzitter van het districtbureau in de hierna opgegeven volgorde aan : 1° de rechters of plaatsvervangende rechters, naar dienstouderdom, in de rechtbank van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbank en in de rechtbank van koophandel;2° de vrederechters of plaatsvervangende vrederechters naar dienstouderdom;3° de rechters in de politierechtbanken of hun plaatsvervangers naar dienstouderdom;4° de advocaten en de advocaten-stagiairs naar de orde van hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;5° de notarissen;6° de bekleders van een ambt van niveau A of B die onder het Waalse Gewest ressorteren en de bekleders van een gelijkwaardige graad die ressorteren onder de federale Staat, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, de provincies, de gemeenten, de openbare centra van maatschappelijk welzijn of onder enige instelling van openbaar nut al dan niet bedoeld bij de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut of de zelfstandige openbare ondernemingen bedoeld bij de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;7° het onderwijzend personeel;8° de stagiairs van het parket;9° zo nodig de personen aangewezen uit de kiezers van de gemeente die elders functies bekleden die overeenstemmen met de functies bedoeld onder punt 6°. Behalve de rechters, die aangewezen kunnen worden om het gemeentelijk bureau van hun zetel voor te zitten, los van de gemeente waar ze kiezers zijn, zijn de personen bedoeld in deze paragraaf kiezers van de gemeente waar ze het ambt van voorzitter van het gemeentelijk bureau uitoefenen.

Indien de voorzitter van het gemeentelijk bureau ertoe gehouden is zich naar een andere gemeente te begeven om te stemmen, wijst hij een plaatsvervanger aan om hem de dag van de stemming te vervangen tijdens de duur die noodzakelijk is om zijn kiesplicht na te komen.

De overheden die personen bedoeld in vorig lid onder 6° en 7° tewerkstellen delen de naam, voornamen, adres en beroep mee van die personen aan de gemeentebesturen waar ze hun hoofdverblijfplaats hebben. § 3. De voorzitter van het gemeentelijk bureau wijst de leden van zijn bureau aan onder de kiezers van de gemeente waar hij dat ambt waarneemt en stelt dat bureau samen op de datum bepaald in artikel L4142-11, § 2.

Bij de samenstelling van het gemeentelijk bureau leggen de voorzitters en bijzitters de eed af bedoeld in artikel L4125-2, § 3, volgens dezelfde nadere regels.

Het gemeentelijk bureau zetelt in het stad- of het gemeentehuis.

Art. L4125-4. De voorzitter van het gemeentelijk bureau houdt het algemene toezicht op de kiesverrichtingen in de gemeente van zijn ambtsgebied. Hij licht de voorzitter van het districtbureau dadelijk in over elke omstandigheid waarbij laatstgenoemde tussenbeide moet komen.

Art. L4125-5. § 1. Uiterlijk 15 september wijst de voorzitter van het gemeentelijk bureau de voorzitters van de stem- en de gemeentelijke stemopnemingsbureaus, alsmee de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters van de gemeentelijke stemopneming aan onder de jongste kiezers van de gemeente die de dag van de verkiezing minstens achttien jaar oud zijn, in de volgorde bepaald bij artikel L4125-3, § 2. § 2. Op dezelfde datum wijst hij de bijzitters van de stembureaus aan onder de jongste kiezers van de gemeente die de dag van de verkiezing minstens achttien jaar oud zijn en de voorwaarden vervullen bedoeld in artikel L4125-3, § 2, waarbij de personen gevoegd dienen te worden die houder zijn van een ambt van niveau C dat onder het Waalse Gewest ressorteert of dat daarmee overeenstemt in de besturen en instellingen bepaald onder 6° van dezelfde paragraaf of die elders een overeenstemmende functie uitoefenen. § 3. De voorzitters, bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stem- en de stemopnemingsbureaus worden aangewezen onder de kiezers opgenomen op de lijsten bepaald in artikel L4122-7, § 1, 1° en 2°. § 4. Als die aanwijzingen eenmaal plaatsgevonden hebben, zendt de voorzitter van het gemeentelijk bureau onverwijld genoemde lijsten door naar de voorzitter van het kantonbureau na schrapping van de naam van de kiezers aangewezen overeenkomstig §§ 1 en 2. § 5. Binnen de achtenveertig uur brengt de voorzitter van het gemeentelijk bureau de aanwijzingen ter kennis van belanghebbenden, bij aangetekend schrijven, en verzoekt ze hun ambt te komen vervullen op vastgestelde dag en uur.

Daarbij licht hij de voorzitters van de stembureaus in van de plaats waar het stemopnemingsbureau vergadert dat de stembiljetten van hun bureau in ontvangst moet nemen. De voorzitter van het gemeentelijk bureau licht de voorzitters van de stemopnemingsbureaus eveneens in over de keuze van de stembureaus waarvan ze in de stemopneming zullen moeten voorzien.

Hij vervangt onverwijld hen die hem drie dagen na ontvangst van het bericht van hun aanwijzing een wettige reden van verhindering hebben doen kennen, volgens de nadere regels bedoeld in artikel L4125-3, § 2 en in § 1 van dit artikel. § 6. Elke persoon die zich zonder geldige reden onttrokken heeft aan de aanwijzing bedoeld in §§ 1 en 2 of die door zijn fout, onvoorzichtigheid of nalatigheid op enigerlei wijze de hem toevertrouwde opdracht in gevaar brengt, wordt gestraft met een geldboete van vijftig tot tweehonderd euro. § 7. Hij zendt onmiddellijk de tabel met de samenstelling van het gemeentelijk bureau, de stembureaus en de gemeentelijke stemoproepingsbureaus door naar de voorzitters van de gemeentelijke stem- en stemopnemingsbureaus, de voorzitter van het district- en kantonbureau en het gemeentecollege.

Die tabel wordt opgesteld overeenkomstig het door de Regering vastgestelde model.

Het gemeentecollege voorziet bij aanplakking in de raadpleging van het publiek over de tabel die het gekregen heeft.

Daarvan wordt onverwijld een exemplaar aan de Regering of aan diens afgevaardigde gericht. § 8. De voorzitter van het gemeentelijk bureau verstrekt afschriften van de tabel van de leden van de bureaus van de gemeente aan elke persoon die daarom verzocht zal hebben, minstens vijftien dagen vóór de verkiezing; de prijs van één exemplaar van die tabel wordt bij regeringsbesluit bepaald. Hij mag niet meer bedragen dan 2,48 euro. Afdeling 3. - De kantonbureaus

Art. L4125-6. § 1. Elk kieskanton omvat een kantonbureau belast met de aanwijzing van de leden van de provinciale stemopnemingsbureaus en de tussentijdse totalisering voor de provincieraadsverkiezingen. § 2. In de districten die één enkel kieskanton omvatten, neemt het districbureau de taken waar die normalerwijze opgedragen zijn aan het kantonbureau in het kader van deze procedure.

Art. L4125-7. § 1. Het kantonbureau is gevestigd in de hoofdplaats van het kanton en bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters gekozen door diens voorzitter uit de kiezers van de gemeente die hoofdplaats van het kanton is en uit een secretaris benoemd overeenkomstig de bepalingen van artikel L4125-15. § 2. Het wordt voorgezeten : 1° door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of diens plaatsvervanger in de hoofdplaats van het kieskanton die samenvalt met de hoofdplaats van het gerechtelijk arrondissement;2° door de vrederechter in de hoofdplaats van het kieskanton die samenvalt met de hoofdplaats van een gerechtelijk kanton;3° door de vrederechter of diens plaatsvervanger van het gerechtelijk kanton waarin de hoofdplaats van het kieskanton gelegen is in alle andere gevallen. In het geval waarin het voorzitterschap van het kantonbureau niet waargenomen kan worden door een magistraat, wijst de voorzitter van het districtbureau de voorzitter van dat bureau aan onder de kiezers van het district met inachtneming van de volgorde bepaald in artikel L4125-3, § 2.

Art. L4125-8. Op 25 september wijst de voorzitter van het kantonbureau onder de kiezers van het district de voorzitters en bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de provinciale stemopnemingsbureaus aan volgens dezelfde nadere regels als die bepaald in artikel L4125-2 voor de gemeentelijke stemopneming. Afdeling 4. - De stem- en de stemopnemingsbureaus

Onderafdeling 1. - De stembureaus Art. L4125-9. Tenzij die opdracht door de gouverneur toevertrouwd is aan het gemeentecollege overeenkomstig artikel L4132-2, § 4, zendt de voorzitter van het gemeentelijk bureau vanaf hun aanwijzing aan elke stembureauvoorzitter de twee afschriften van het register van zijn afdeling, naar behoren afgestempeld door de provinciegouverneur, door.

In het geval waarin die opdracht is toevertrouwd aan het gemeentecollege, verzoekt de voorzitter van het gemeentelijk bureau laatstgenoemde om de verdeling van de registers van de stemmers door te voeren.

Art. L4125-10. § 1. Zodra ze aangewezen zijn, zendt de Regering, of zijn afgevaardigde, enerzijds de instructies voor de uitvoering van hun taken en anderzijds de voor de uitvoering van hun opdracht noodzakelijke formulieren en documenten waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, aan de stembureauvoorzitters door. § 2. De voorzitter van het kantonbureau roept tegelijkertijd alle stembureauvoorzitters van zijn ambtsgebied samen op een door hem bepaalde dag die niet later mag zijn dan de zesde dag vóór de verkiezing om in hun opleiding te voorzien.

Onderafdeling 2. - De stemopnemingsbureaus Art. L4125-12. § 1. In de gemeenten waar het kiescollege uit twee of drie afdelingen bestaat, neemt het gemeentelijk bureau alle stembiljetten van de gemeenteraadsverkiezing op, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen L4144-3 en volgende. § 2. In de gemeenten met meer dan drie afdelingen is er geen stemopneming door het gemeentelijk bureau. § 3. De stemopnemingsbureaus voor de provincieraadsverkiezingen zijn gevestigd in de hoofdplaats van het kieskanton. § 4. In de gemeente die hoofdplaats van het kanton is, zijn de stemopnemingsverrichtingen afzonderlijk voor beide verkiezingen.

Daartoe worden alle stemopnemingsbureaus gesplitst in een bureau A en een bureau B. Het bureau A neemt de stemmen op voor de verkiezing van de provincieraadsleden.

Het bureau B neemt de stemmen op voor de verkiezing van de gemeenteraadsleden.

De bureaus A en B zetelen in verschillende lokalen van éénzelfde stemopnemingscentrum. § 5. Elk stemopnemingsbureau zamelt de stembiljetten in van verschillende stembureaus. Het aantal kiezers ingeschreven in de stembureaus waarvan de stembiljetten toevertrouwd worden aan éénzelfde stemopnemingsbureau mag niet meer bedragen dan 2400.

Art. L4125-13. § 1. Onverminderd § 1 van artikel L4125-12 wijst de provinciegouverneur, zodra de stemlokalen bepaald in artikel L4123-1, § 2, uitgekozen zijn, met instemming van het gemeentecollege voor elk stemopnemingsbureau de stembureaus aan waarvan de stemmen opgenomen zullen worden, met minstens drie stembureaus per stemopnemingsbureau, waarbij hij zich ervan vergewist of het aantal kiezers ingeschreven in de stembureaus waarvan de stembiljetten toevertrouwd zijn aan eenzelfde stemopnemingsbureau, niet meer bedraagt dan 2 400. § 2. De stemopnemingsbureaus zijn gevestigd in de lokalen aangewezen door de provinciegouverneur, met instemming van het gemeentecollege.

Laatstgenoemde licht de voorzitters van de gemeentelijke bureaus dadelijk in over die uitkiezing voor wat betreft de gemeentelijke stemopneming en de voorzitters van het kantonbureau voor wat betreft de provinciale stemopneming, waarbij laatstgenoemden de taak hebben om de voorzitters van de stemopnemingsbureaus en hun bijzitters in te lichten over de plaats waar ze hun ambt zullen moeten uitoefenen, volgens de nadere regels bepaald in artikel L4125-5, § 5. § 3. Indien de gouverneur en het gemeentecollege niet overeenkomen om stemopnemingslokalen te kiezen, ligt de beslissing bij de Regering.

Art. L4125-14. § 1. Zodra ze aangewezen zijn, zendt de Regering, of zijn afgevaardigde, enerzijds de instructies voor de uitvoering van hun taken en anderzijds de voor de uitvoering van hun opdracht noodzakelijke formulieren en documenten waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, aan de voorzitters van de stemopnemingsbureaus door. § 2. De voorzitter van het kantonbureau roept tegelijkertijd alle voorzitters van de stemopnemingsbureaus van zijn ambtsgebied samen op een door hem bepaalde dag die niet later mag zijn dan de zesde dag vóór de verkiezing om in hun opleiding te voorzien.

Art. L4125-15. De voorzitter van het gemeentelijk stemopnemingsbureau wijst zijn secretaris aan onder de kiezers van de gemeente, met inachtneming van het bepaalde van artikel L4125-5, § 1.

De voorzitter van het provinciale stemopnemingsbureau wijst zijn secretaris aan onder de kiezers van het district, volgens dezelfde nadere regels. Afdeling 5. - Sancties met betrekking tot de kiesbureaus

Art. L4125-16. Gestraft wordt met een geldboete van 50 tot 200 euro : 1° elke persoon die zich zonder geldige reden onttrokken heeft aan de aanwijzing tot voorzitter of bijzitter van een stem- of een stemopnemingsbureau;2° de voorzitter, de bijzitter of de plaatsvervangende bijzitter die zijn redenen van verhindering niet kenbaar heeft gemaakt binnen de vastgestelde termijn;3° de voorzitter, de bijzitter of de plaatsvervangde bijzitter die, na het ambt te hebben aanvaard, zich ervan onthoudt het uit te oefenen zonder wettige reden. Art. L4125-17. Elke persoon die door zijn fout, onvoorzichtigheid of nalatigheid op enigerlei wijze de hem toevertrouwde opdracht in gevaar heeft gebracht, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 200 euro.

TITEL III. - Voorbereiding en organisatie van de verkiezingen HOOFDSTUK I. - Controle van de verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen Afdeling 1. - Controle van de partijen

Art. L4131-1. Bij het aanvragen van een gewestelijk lijstnummer overeenkomstig artikel L4142-26 van dit Wetboek dienen de politieke partijen die in het Waalse Parlement vertegenwoordigd zijn een schriftelijke verklaring in, waarbij ze zich verplichten tot de aangifte van hun verkiezingsuitgaven.

Ze verbinden zich ertoe bij de aangifte van hun uitgaven een aangifte betreffende de herkomst van de geldmiddelen te voegen en daarbij de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan, te registreren.

Ze verbinden zich ertoe de in voorgaande leden bedoelde gegevens binnen dertig dagen na de gemeenteraadsverkiezingen, de provincieraadsverkiezingen, de sectorverkiezingen en de rechtstreekse verkiezingen van de raden voor maatschappelijk welzijn mede te delen aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen.

De schriftelijke verklaring, de aangifte van de uitgaven en de aangifte betreffende de herkomst van de geldmiddelen worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden door de aanvrager ondertekend.

Deze formulieren worden door de Regering ter beschikking gesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt..

Art. L4131-2. § 1. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen maakt een verslag op van de uitgaven die de politieke partijen bedoeld in artikel L4131-1voor verkiezingspropaganda hebben gedaan, elk voor wat haar betreft.

Voor het opstellen van zijn verslag kan de voorzitter alle nodige inlichtingen en bijkomende inlichtingen opvragen.

In het verslag wordt melding gemaakt van : 1° de partijen die aan de verkiezingen hebben deelgenomen;2° de door hen aangegane verkiezingsuitgaven;3° de overtredingen die zij begaan hebben tegenover de aangifteplicht bedoeld in artikel L4131-1;4° de overtredingen van artikel 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn;5° de overtredingen van artikel 2 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn die ressorteren onder de aangiften ingediend door die partijen en kandidaten. De aangiften worden bij het verslag gevoegd. § 2. Het verslag moet binnen vijfenzeventig dagen na de datum van de provincieraadsverkiezingen en de gemeenteraadsverkiezingen in vier exemplaren opgemaakt worden. Twee exemplaren worden door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen bewaard en de twee overige exemplaren worden bij de voorzitter van de gewestelijke Controlecommissie neergelegd.

Het verslag wordt opgesteld middels een daartoe bestemd formulier, dat door de Regering ter beschikking wordt gesteld en bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad .

Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de vijfenzeventigste dag na de gemeenteraadsverkiezingen, de provincieraadsverkiezingen en de sectorverkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van Namen gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle in het register van de kiezers ingeschreven kiezers, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen.

Bij verstrijken van die termijn worden het verslag en de opmerkingen van de kandidaten en van de in het register van de kiezers ingeschreven kiezers aan de gewestelijke Controlecommissie overgezonden.

Art. L4131-3. § 1. De gewestelijke Controlecommissie beslist uiterlijk binnen de honderdtachtig dagen volgend op de datum van de verkiezingen, met inachtneming van de rechten van de verdediging, en na eventueel om de bijstand van het Rekenhof te hebben verzocht, over de juistheid en de volledigheid van het verslag van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van Namen.

Zij kan daartoe alle bijkomende inlichtingen die voor de voltooiing van haar taak nodig zouden zijn, opvragen. § 2. In het eindverslag van de gewestelijke Controlecommissie wordt melding gemaakt van : 1° per politieke partij, het totaalbedrag van de door die partij aangegane verkiezingsuitgaven;2° elke overtreding van de bepalingen van de artikelen 2 en 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn die de politieke partij aangerekend kan worden. § 3. De voorzitter van het Waalse Parlement zendt het eindverslag van de gewestelijke Controlecommissie naar de diensten van het Belgisch Staatsblad door, die het binnen de dertig dagen na ontvangst ervan bekendmaken. § 4. Indien de aangifte bedoeld in artikel L4131-1 niet ingediend wordt en indien dat feit de politieke partij aangerekend kan worden, verliest betrokken politieke partij tijdens de daaropvolgende periode, bepaald door de gewestelijke Controlecommissie, en waarvan de duur niet minder mag bedragen dan twee maanden noch meer dan acht, het recht op de door het Waalse Parlement ingestelde bijkomende financiering. Afdeling 2. - Controle van de kandidaten

Art. L4131-4. § 1. In de verklaring van bewilliging bedoeld in artikel L4142-4, § 6, 2°, verbinden de kandidaten zich ertoe de wetsbepalingen inzake beperking en controle van de verkiezingsuitgaven na te leven en deze uitgaven aan te geven.

Ze verbinden zich ertoe een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen bij hun aangifte van de uitgaven te voegen en de identiteit te registreren van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan. De lijstaanvoerder moet bovendien binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen de uitgaven voor de verkiezingspropaganda van de lijst aangeven, evenals de herkomst van de geldmiddelen aangeven en de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan, registreren. de daartoe door de lijst gemandateerde persoon verzamelt de aangiften van de verkiezingsuitgaven van elke kandidaat en van de lijst en dient ze in binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de gemeente gelegen is.

De verklaring van bewilliging en de aangiften worden gesteld op daartoe bestemde formulieren en worden door de aanvragers ondertekend.

Die formulieren worden door de regering ter beschikking gesteld en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 2. De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd van alle kiezers van de betrokken kieskring, op vertoon van hun oproepingsbrief voor de verkiezingen.

De aangiften van de verkiezingsuitgaven worden bewaard op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg tot de honderdeenentwintigste dag na de datum van de verkiezingen.

Indien een klacht als bedoeld in artikel L4131-6 of een bezwaar als bedoeld in artikel L4146-25 wordt ingediend binnen honderdtwintig dagen na de datum van de verkiezingen, wordt de aangifte van de verkiezingsuitgaven van de kandidaat die het voorwerp is van de klacht, op hun verzoek overgezonden aan de betrokken procureur des Konings of aan de gewestelijke Controlecommissie. Indien geen enkele klacht als bedoeld in artikel L4131-6 noch een bezwaar als bedoeld in artikel L4146-25 wordt ingediend binnen de in vorig lid bepaalde termijn, kunnen de betrokken documenten door de kandidaten worden afgehaald.

Art. L4131-5. Een verkozen kandidaat kan van zijn mandaat vervallen worden verklaard indien hij de bepalingen van de artikelen L4131-4 of de artikelen 3, § 2, en 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn niet naleeft.

Een lijstaanvoerder kan van zijn mandaat vervallen worden verklaard indien hij de bepalingen van artikel L4131-4 of de artikelen 3, § 1, en 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn niet naleeft.

Art. L4131-6. § 1. Onverminderd de toepassing van artikel L4131-5 kan worden vervolgd, hetzij op initiatief van de procureur des Konings, hetzij op grond van een klacht ingediend door een persoon die van enig belang doet blijken en dienovereenkomstig wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro of enkel één van die straffen : 1° een ieder die geen aangifte van zijn verkiezingsuitgaven en/of van de herkomst van de geldmiddelen heeft gedaan binnen de termijn bepaald in artikel L4131-4;2° een ieder die voor kiespropaganda wetens en willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat die de maximumbedragen overschrijden waarin is voorzien bij artikel 3, § 2, van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn;3° een ieder die tijdens de drie maanden die aan de datum van de verkiezingen voorafgaan, de bepalingen van artikel 7 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn niet naleeft;4° de lijstaanvoerder die wetens en willens uitgaven doet of verbintenissen aangaat voor verkiezingspropaganda die de maximumbedragen overschrijden waarin is voorzien bij artikel 3, § 1 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn;5° de lijstaanvoerder die niet beschikt over een gewestelijk lijstnummer en een beschermd letterwoord, en die uitgaven verricht voor verkiezingspropaganda op nationaal vlak. De procureur des Konings neemt de anonieme aangiften niet in aanmerking. § 2. De termijn voor de uitoefening van het initiatiefrecht van de procureur des Konings en voor de indiening van klachten met betrekking tot de in § 1 omschreven overtredingen, verstrijkt de honderdtwintigste dag na de verkiezingen.

De procureur des Konings zendt de Controlecommissie een afschrift toe van de klachten tegen kandidaten. De procureur des Konings zendt tevens een afschrift aan de personen tegen wie de klacht is ingediend.

De kennisgeving geschiedt binnen acht dagen na de indiening van de klachten.

De procureur des Konings geeft de gewestelijke Controlecommissie binnen dezelfde termijn kennis van zijn beslissing om vervolging in te stellen met betrekking tot de in § 1 bedoelde feiten. § 3. Een ieder die een klacht heeft ingediend of een vordering heeft ingesteld die ongegrond blijken en waarvan vaststaat dat ze zijn ingediend of ingesteld met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 euro. § 4. De procureur des Konings kan in het raam van de in § 1 bepaalde vervolging aan een individuele kandidaat vragen alle inlichtingen te verstrekken in verband met de herkomst van de gelden die voor de financiering van zijn verkiezingscampagne zijn aangewend. Afdeling 3. - Controle van de herkomst van de geldmiddelen

Art. L4131-7. § 1. De identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer doen aan partijen wordt door de begunstigden jaarlijks geregistreerd en binnen de dertig dagen na de verkiezingen door de politieke partijen enkel aan de gewestelijke Controlecommissie medegedeeld. § 2. De identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan aan lijsten en aan kandidaten wordt door de begunstigden geregistreerd. De staat wordt niet ter inzage van de kiezers gelegd. HOOFDSTUK II. - Stemming bij volmacht Art. L4132-1. § 1. De volgende kiezers kunnen een andere kiezer machtigen om in hun naam en opdracht te stemmen : 1° de kiezer die wegens ziekte of gebrekkigheid van zichzelf, een bloed- of aanverwant of een samenwonende niet in staat is om zich naar het stemcentrum te begeven of er naartoe gevoerd te worden.Deze onbekwaamheid moet blijken uit een medisch attest. Geneesheren, die als kandidaat voor de verkiezing zijn voorgedragen, mogen een dergelijk attest niet afgeven; 2° de kiezer die om beroeps- of dienstredenen : a.in het buitenland is opgehouden, alsook de kiezers, leden van zijn gezin of van zijn gevolg, die met hem aldaar verblijven; b. zich de dag van de stemming in het rijk bevindt, maar in de onmogelijkheid verkeert zich in het stemcentrum te melden. Van de onder a. en b. bedoelde onmogelijkheid moet blijken door een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de betrokkene ressorteert.

Als de betrokkene een zelfstandige is, moet van de onder a. en b. bedoelde onmogelijkheid blijken door een verklaring op erewoord die vooraf wordt gedaan bij het gemeentebestuur; 3° de kiezer, die het beroep van schipper, marktkramer of kermisreiziger uitoefent en de leden van zijn gezin die met hem samenwonen. Van de uitoefening van het beroep moet blijken door een attest van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is ingeschreven; 4° de kiezer die de dag van de stemming ten gevolge van een rechterlijke maatregel in een toestand van vrijheidsbeneming verkeert. Deze toestand wordt bevestigd door de directie van de inrichting waar de betrokkenen zich bevindt; 5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich in het stemcentrum te melden. Deze onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid; 6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stemcentrum te melden, op voorwaarde dat hij een attest overlegt van de directie van de instelling waar hij studeert;7° de kiezer die, om andere dan de hiervoor genoemde redenen, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden. Het verblijf in het buitenland om een dergelijke reden kan blijken uit een attest van de reisorganisatie. In dat document wordt de naam van de kiezer vermeld die een andere kiezer wenst te machtigen om in zijn naam te stemmen.

Als de kiezer niet in staat is om zich een dergelijk document te laten verstrekken, kan de onmogelijkheid waarin hij verkeert om zich in het stembureau te melden de dag van de stemming, blijken uit een attest afgegeven door de burgemeester van de gemeente van zijn woonplaats na overlegging van andere verantwoordingsstukken of een geschreven verklaring op erewoord. De Regering bepaalt het model van het door de burgemeester af te geven attest.

De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats uiterlijk de dag vóór de dag van de verkiezingen. § 2. Elke kiezer kan als volmachthouder aangewezen worden.

Een kandidaat kan eveneens aangewezen worden als volmachthouder bij een bloed- of aanverwant wiens hoofdverblijfplaats niet in zijn woonplaats gevestigd is voorzover de band tot in de derde graad bewezen is.

Als de volmachtgever en de volmachthouder allebei ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van dezelfde gemeente, bevestigt de burgemeester van die gemeente op het volmachtformulier de verwantschapsband.

Indien ze niet in dezelfde gemeente ingeschreven zijn, bevestigt de burgemeester van de gemeente waar de volmachthouder ingeschreven is de verwantschapsband na overlegging van een akte van bekendheid. De akte van bekendheid wordt bij het volmachtformulier gevoegd.

Elke gemachtigde kan slechts over één volmacht beschikken.

In afwijking van vorige leden wordt de volmachthouder vrij door de volmachtgever aangewezen voor wat betreft de kiezer die wegens zijn religieuze overtuiging in de onmogelijkheid verkeert zich in het stemcentrum te melden. § 3. De volmacht wordt gesteld op een formulier waarvan het model door de Regering wordt bepaald; het wordt kosteloos afgegeven op de gemeentesecretarie.

De volmacht vermeldt de verkiezingen waarvoor ze geldig is, de naam, de voornamen, de geboortedatum en het adres van de volmachtgever en van de volmachthouder, en het identificatienummer van de volmachtgever in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

Het volmachtformulier wordt door de volmachtgever en de volmachthouder ondertekend. HOOFDSTUK III. - Bijstand bij de stemming Art. L4133-1. § 1. De kiezer wiens mobiliteit tijdelijk of voor goed beperkt is kan bij het gemeentebestuur een verklaring indienen om doorgestuurd te worden naar een aan zijn toestand aangepast stemcentrum. § 2. De verklaring bij de gemeente dient uiterlijk 31 juli plaats te vinden. De indiener van de verklaring krijgt een bericht van ontvangst. § 3. Tegenover de naam van de indiener van de verklaring wordt in het register van de kiezers de letter A ingeschreven.

Art. L4133-2. § 1. De kiezer die meent dat hij er behoefte aan heeft om tot in het stemhokje begeleid te worden om zijn stemrecht uit te oefenen, kan een dienovereenkomstige verklaring indienen bij de burgemeester van zijn woonplaats, uiterlijk de vijftiende dag vóór de dag van de verkiezing.

Een behoefte aan begeleiding is verantwoord bij : 1° personen die moeilijkheden ondervinden in hun verstandelijk functioneren of bij het leren;2° personen die moeilijkheden ondervinden in hun lichamelijk functioneren;3° personen die moeilijkheden ondervinden in hun zintuiglijk functioneren;4° personen die moeilijkheden van psychische aard ondervinden;5° personen die moeilijkheden ondervinden ten gevolge van een chronische of degeneratieve aandoening;6° personen wier moedertaal niet één van de talen bepaald in artikel 4 van de Grondwet is, wanneer zulks tot moeilijkheden bij het lezen leidt. § 2. De betrokken kiezer kiest zijn begeleider; die moet evenwel zelf kiezer zijn.

Geen enkele begeleider mag meer dan één kiezer bijstaan.

Een kandidaat kan als begeleider optreden van zijn (haar) echtgenoot (-genote) of wettelijk samenwonende, of van een bloed- of aanverwant wiens hoofdverblijfplaats in de woonplaats van eerstgenoemde gevestigd is, op voorwaarde dat hijzelf kiezer is.

Een kandiddat kan eveneens aangewezen worden als begeleider van een bloed- of aanverwant wiens hoofdverblijfplaats niet in de woonplaats van eerstgenoemde gevestigd is, voorzover de verwantschap tot in de derde graad bewezen is. § 3. De verklaring wordt afgelegd op een formulier waarvan het model vastgesteld is door de Regering en dat kosteloos verstrekt wordt door de gemeentesecretarie.

In de verklaring worden de verkiezingen vermeld waarvoor ze geldt, evenals de namen, voornamen, geboortedatum, adres van de kiezer en de begeleider en het identificatienummer van de kiezer in het Rijksregister van de natuurlijke personen.

Het formulier wordt ondertekend door de kiezer en de begeleider. De kiezer legt het aan de stembureauvoorzitter voor, samen met zijn oproepingsbrief. § 4. De stembureauvoorzitter verwijdert de begeleider die het bepaalde van vorige leden overtreedt. HOOFDSTUK IV. - Getuigen van de partijen Afdeling 1. - Aanwijzing van de getuigen

Art. L4134-1. § 1. De kandidaten kunnen in de verklaring van bewilliging bedoeld in artikel L4142-4, § 6, 2°, een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen om de vergaderingen van het kieskring- en kantonbureau en de verrichtingen die die bureaus uit dienen te voeren na de stemming, bij te wonen.

Indien bepaalde kandidaten die op eenzelfde voordrachtsakte opgenomen zijn, in afzonderlijke verklaringen van bewilliging, verschillende personen hebben aangewezen, komen alleen in aanmerking de aanwijzingen ondertekend door de eerste kandidaat in de volgorde van de voordracht. § 2. De kandidaten kunnen in de verklaring van lijstenverbinding bedoeld in artikel L4142-34 voor de verbonden lijsten een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen om de verrichtingen van het centrale arrondissementsbureau bij te wonen. De getuigen moeten kiezers zijn in één van de districten van het arrondissement.

De kandidaten die geen verklaring van lijstenverbinding hebben afgegeven in de districten waar andere kandidaten die verklaring hebben afgegeven, hebben het recht om zich bij de verrichtingen van het centrale arrondissementsbureau te laten vertegenwoordigen door de door hen aangewezen getuigen om de vergaderingen van het districtbureau bij te wonen voor die kiesverrichtingen. § 3. Vijf dagen vóór de verkiezing, en van veertien tot zestien uur, kan de eerste kandidaat in de volgorde van de voordracht voor zijn lijst evenveel getuigen aanwijzen als er stem- en stemopnemingsbureaus zijn in de kieskring, en een gelijk aantal plaatsvervangende getuigen.

Er kan per stembureau slechts één getuige en één plaatsvervangend getuige aangewezen worden per lijst of per lijstengeheel die over hetzelfde volgnummer of hetzelfde letterwoord of logo beschikken maar die opkomen bij respectievelijk de gemeenteraads- en de provincieraadsverkiezingen.

De getuige gemeen aan de lijsten bedoeld in vorig lid is de getuige aangewezen door de eerste kandidaat in de voordrachtsorde voor de gemeenteraadsverkiezing. § 4. Niemand kan als getuige aangewezen worden als hij niet kiezer is in de kieskring.

De kandidaat geeft het bureau op waar elke getuige zijn opdracht zal vervullen tijdens de gehele duur van de verrichtingen. Hij geeft hiervan zelf kennis aan de door hem aangewezen getuigen. Deze kennisgeving wordt medeondertekend door de voorzitter van het kieskringbureau.

De getuigen die kiezer zijn in een andere gemeente moeten van hun hoedanigheid van kiezer doen blijken door overlegging, hetzij van de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun gemeente, hetzij van een uittreksel uit het register van de kiezers.

Onverminderd de toepassing van vorig lid moeten de getuigen de hen overgezonden kennisgeving aan de voorzitter van het bureau voorleggen. § 5. De getuigen leggen volgende eed af : "Je jure de garder le secret des votes et de ne chercher en aucune manière à influencer le libre choix des électeurs." of : "Ich schwöre das Stimmgeheimnis zu bewahren, und keineswegs zu versuchen, die freie Wahl der Wähler zu beeinflüssen." § 6. In de gemeenten Komen-Waasten, Edingen, Vloesberg en Moeskroen, waarop artikel 8, 5°, van het koninklijk besluit van 18 juli 1966 betreffende het taalgebruik in bestuurszaken betrekking heeft, kunnen de getuigen erom verzoeken volgende eed af te leggen : "Ik zweer het geheim van de stemming te houden en in geen geval te proberen om de vrije keuze van de kiezers te beïnvloeden." § 7. De eed wordt vóór aanvang van de verrichtingen in de handen van de voorzitter afgelegd.

Het proces-verbaal maakt melding van die eedaflegging. Afdeling 2. - Onverenigbaarheden

Art. L4134-2. § 1. De leden van een kiesbureau kunnen niet als getuige of plaatsvervangend getuige aangewezen worden. § 2. De kandidaten kunnen aangewezen worden als getuige of plaatsvervangend getuige. Laatstgenoemden zijn er evenwel toe gehouden zich te schikken naar de regels vernoemd in de artikelen L4134-3 tot L4134-5. § 3. Onverminderd de toepassing van § 2 worden de getuigen bij voorkeur aangewezen onder de ondertekenende kiezers, met uitzondering van de mandatarissen, wier naam op de voordrachtsakte bedoeld in artikel L4142-4, § 5, opgenomen is.

Daartoe, en in het geval waarin een kandidaat als getuige of plaatsvervangend getuige aangewezen zou zijn, onderzoekt de voorzitter van het kieskringbureau de kiezerslijst bedoeld in artikel L4142-4, § 6, 1°.

Als blijkt dat de ondertekenende kiezers aanvaard hebben om aangewezen te worden als getuige of plaatsvervangend getuige, kan de eerste kandidaat in de voordrachtsorde één onder hen onmiddellijk aanwijzen.

Bij ontstentenis is de getuigenaanwijzing onbestaande. Afdeling 3. - Opdrachten van de getuigen

Art. L4134-3. Deze afdeling is van toepassing op de partijgetuigen onverminderd de bepalingen geldend voor elke persoon die zich in of in de onmiddellijke nabijheid van een stemcentrum bevindt.

Art. L4134-4. Naast de opdrachten die bij dit Wetboek uitdrukkelijk worden toegewezen aan de getuigen tijdens het gehele kiesproces, hebben de getuigen enkel een waarnemingsopdracht.

Ze hebben het recht om hun opmerkingen door de voorzitter in de processen-verbaal te laten opnemen. Laatstgenoemde mag niet weigeren om hun opmerkingen op te nemen.

Art. L4134-5. De getuigen mogen in geen geval proberen om de stemming van de kiezers te beïnvloeden.

Ze mogen in geen enkel geval mandataris, begeleider of hulp van andere kiezers zijn in de kieskring waarin ze opkomen.

Elke manifestatie vanwege de getuigen die gelijkgesteld moet worden met kiespropaganda is strikt verboden.

Bij overtreding van de bepalingen van dit artikel verwijdert de voorzitter van het bureau na een eerste waarschuwing de getuige die dergelijke tekens maakt uit het lokaal.

Het verwijderingsbevel en de redenen ervoor worden opgetekend in het proces-verbaal en de schuldigen worden gestraft met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro. HOOFDSTUK V. - Kosten van de verkiezingen Art. L4135-1. De leden van de stembureaus ontvangen presentiegeld waarvan het bedrag door de Regering wordt vastgesteld. Het bedrag van de vergoedingen en van de voordelen van enigerlei aard waarop ze aanspraak zouden kunnen maken wordt eveneens door de Regering bepaald.

De leden van de kiesbureaus kunnen aanspraak maken op de terugbetaling van hun reiskosten.

Art. L4135-2. § 1. De kosten betreffende het door het Gewest verstrekte stempapier worden door laatstgenoemde overgenomen. § 2. Volgende verkiezingskosten worden voor de helft door de gemeenten en voor de helft door de provincies overgenomen : 1° het presentiegeld waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden;2° de reiskosten waarop de leden van de kiesbureaus aanspraak kunnen maken, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden;3° de reiskosten gemaakt door de kiezers die de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente waar ze als kiezer ingeschreven zijn, verblijven, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden;4° de verzekeringspremies om de lichamelijke schade te dekken die voortvloeien uit ongevallen die de leden van de kiesbureaus zijn overkomen in de uitoefening van hun ambt.De regering bepaalt de regels volgens welke deze risico's worden gedekt. § 3. Ten laste van de gemeenten zijn volgens de door de Regering goedgekeurde modellen : 1° de stembussen;2° de schotten;3° de lessenaars;4° de omslagen;5° de potloden. § 4. Alle andere verkiezingskosten worden door de gemeenten overgenomen.

Art. L4135-3. § 1. De provincie schiet de gemeenten van zijn ambtsgebied de kosten van de verkiezingen bedoeld in § 2 van vorig lid voor en vordert daarna de gepaste sommen van hen terug. § 2. De betaling van het presentiegeld aan de leden van de kiesbureaus wordt door de provincie verricht, enkel op grond van de bijlage bij het proces-verbaal, behoorlijk ondertekend door alle leden van het bureau. § 3. Het presentiegeld wordt op de door de Regering bepaalde wijze op de financiële rekening van de leden van het bureau gestort. § 4. De leden van de kiesbureaus hebben recht op een reisvergoeding indien zij zetelen in een gemeente waar ze niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden. § 5. De schuldvordering wegens reisonkosten moet opgesteld worden op het formulier zoals bepaald door de Regering en dient verstuurd te worden naar het betrokken provinciebestuur dat de betaling verricht op grond van bedoelde schuldvordering.

Art. L4135-4. De kiezers die recht hebben op een kosteloze reis zijn : 1. de kiezers die niet meer verblijven in de gemeente waar ze moeten stemmen;2. de bezoldigde personen die hun beroep in het buitenland uitoefenen of in een andere gemeente dan die waar ze moeten stemmen;3. de familieleden van de onder 2° bedoelde personen die met laatstgenoemde samenwonen;4. de studenten die wegens hun studies in een andere gemeente dan die waar ze moeten stemmen verblijven;5. de personen die zich in een verpleeginrichting of in een verzorgingstehuis, gelegen in een andere gemeente dan die waar ze moeten stemmen, bevinden. De wijze van terugbetaling wordt door de Regering bepaald.

TITEL IV. - Kiesverrichtingen HOOFDSTUK I. - Digitale en geautomatiseerde verrichtingen Art. L4141-1. § 1. Onverminderd de bepalingen van de artikelen L4211-1 tot en met L4261-7 betreffende de geautomatiseerde stemming worden de verrichtingen betreffende het digitaal invoeren van gegevens bedoeld in dit Wetboek uitgevoerd aan de hand van een softwareprogramma dat door de Regering uitgewerkt is en geleverd wordt aan de voorzitters van de kiesbureaus.

Het college van deskundigen bedoeld in artikel L4211-6 ziet tijdens de verkiezingen toe op de betrouwbaarheid van het softwareprogramma.

Uiterlijk tien dagen na afsluiten van de stemming en in ieder geval vóór de geldigverklaring van de verkiezingen zenden de deskundigen een verslag over aan de Waalse Regering en aan het Waalse Parlement. Dat verslag kan meer bepaald aanbevelingen bevatten betreffende het softwareprogramma. § 2. Indien dit Wetboek de overzending van bepaalde gegevens op digitale wijze voorschrijft, gebeurt dat op de door de Regering vastgestelde wijze met inachtneming van de beginselen inzake het vertrouwelijk karakter, de integriteit en de beschikbaarheid van de gegevens in verband met de verkiezingen. § 3. Zo ook, wanneer dit Wetboek de geautomatiseerde gegevensverwerking voorschrijft, gebeurt dat op de door de Regering vastgestelde wijze en nadere regels met inachtneming van de beginselen inzake het vertrouwelijk karakter, de integriteit en de beschikbaarheid van de gegevens in verband met de verkiezingen. HOOFDSTUK II. - Kandidaatstellingen Afdeling 1. - Verkiesbaarheid en onverenigbaarheden

Art. L4142-1. § 1. Onder voorbehoud van de specifieke voorwaarden vernoemd in onderstaande leden, moet men, om tot gemeenteraadslid, provincieraadslid, sectorraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, kiezer zijn, de in artikel L4121-1 van dit Wetboek of artikel 1bis van de gemeentekieswet bedoelde kiesbevoegdheidsvoorwaarden behouden en niet in één van de uitsluitings- of opschortingsgevallen bepaald in de artikelen L4121-2 en L4121-3 van dit Wetboek verkeren, uiterlijk de dag van de verkiezing.

Om tot provincieraadslid gekozen te kunnen worden, moet men daarnaast ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente van de provincie.

Voor de toepassing van dit artikel dient de nationaliteitsvoowaarde vernoemd in artikel L4121-1, § 1, vervuld te zijn uiterlijk de dag van de voordracht van de kandidaatstellingen.

Zo ook dient de voorwaarde van inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente en het verblijfsregister in de betrokken sector vervuld te zijn uiterlijk 1 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden. § 2. Niet verkiesbaar zijn : 1° zij die door veroordeling ontzet zijn uit het recht om gekozen te worden;2° zij die uitgesloten of geschorst zijn van de kiesbevoegdheidsvoorwaarde bij toepassing van de artikelen L4121-2 en 3;3° de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, ten gevolge van een individuele burgerrechtelijke of een strafrechtelijke beslissing in hun staat van herkomst ontheven zijn van het recht om gekozen te worden krachtens het recht van die staat;4° zij die, onverminderd de toepassing van de bepalingen vermeld in 1° en 2°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de in de artikelen 240, 241, 243 en 245 tot 248 van het StrafWetboek omschreven misdrijven, gepleegd in de uitoefening van een plaatselijk ambt; waarbij deze onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling; 5° zij die veroordeeld zijn voor overtredingen zoals bedoeld bij de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden of op grond van de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, waarbij die onverkiesbaarheid verstrijkt achttien jaar na de veroordeling;6° zij die onverminderd de toepassing van de bepalingen van 1° en 2° bestuurders van een vereniging waren op het ogenblik van de feiten ten gevolge waarvan ze veroordeeld is, zelfs onder opschortende voorwaarden, voor één van de overtredingen bepaald bij de wet van 30 juli 1981 of de wet van 23 maart 1995, waarbij die onverkiesbaarheid verstrijkt achttien jaar na de veroordeling. Vorig lid wordt niet toegepast op de bestuurders die bewijzen dat ze de feiten niet kenden op grond waarvan de veroordeling waarvan sprake is uitgesproken of dat ze, wanneer ze er kennis van hebben gekregen, onmiddellijk hun ontslag uit elk ambt in die rechtspersoon aangeboden hebben; 7° de uittredend provinciegouverneur binnen de twee daarop volgende jaren;8° zij die van hun mandaat vervallen zijn overeenkomstig de artikelen L1122-7, § 2, L1123-17, § 1, L2212-7, § 2, of L2212-45, § 3, waarbij die onverkiesbaarheid verstrijkt zes jaar na kennisgeving van de beslissing van de Regering, of diens afgevaardigde, waarbij dat verval vastgesteld wordt. § 3. Zo ook zijn de politieambtenaren overeenkomstig artikel 127 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, niet verkiesbaar. § 4. In de provincieraad kunnen niet verkozen worden : 1° zij die lid zijn van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Europees Parlement, een Gewest- of Gemeenschapsparlement;2° de federale ministers en staatssecretarissen;3° de leden van een Gewest- of Gemeenschapsregering;4° de Europese commissarissen. Art. L4142-2. De onverenigbaarheden op gemeentelijk vlak worden overeenkomstig de artikelen L1125-1 tot en met L1125-10 van dit Wetboek geregeld.

De onverenigbaarheden op provincieniveau worden overeenkomstig de artikelen L2212-74 tot en met L2212-81 van dit Wetboek geregeld. Afdeling 2. - Voordracht van de kandidaturen

Art. L4142-3. Uiterlijk 1 september maakt de voorzitter van het kieskringbureau een bericht bekend waarin op de plaats en op de dagen en uren wordt gewezen waar(op) hij de voordrachten van kandidaten en de aanwijzingen van getuigen in ontvangst zal nemen.

De voordrachten van kandidaten en de lijsten die daarbij gevoegd moeten, moeten bij de voorzitter van het kieskringbureau worden ingediend de donderdag eenendertigste dag of de vrijdag dertigste dag vóór de voor de stemming vastgestelde dag.

De kandidaatstelling en de lijsten die daarbij gevoegd moeten worden, worden vastgesteld op formulieren waarvan de vorm door de Regering wordt bepaald.

De indiening van de voordrachten van kandidaten vindt plaats van 13 tot en met 16 uur.

De voorzitter van het kieskringbureau voert de hem voorgedragen kandidaturen overeenkomstig de bepalingen van artikel L4141-1, § 1, lid 1, digitaal in.

Art. L4142-4. § 1. Voor de gemeenteraadsverkiezingen moeten de voordrachten van kandidaten ondertekend worden ofwel minstens door twee uittredende gemeenteraadsleden ofwel : 1° in de gemeenten van 20.001 inwoners en meer, door minstens 100 gemeentekiezers; 2° in de gemeenten van 10.001 tot 20.000 inwoners, door minstens 50 gemeentekiezers; 3° in de gemeenten van 5.001 tot 10.000 inwoners, door minstens 30 gemeentekiezers; 4° in de gemeenten van 2.001 tot 5.000 inwoners, door minstens 20 gemeentekiezers; 5° in de gemeenten van 500 tot 2.000 inwoners, door minstens 10 gemeentekiezers; 6° in de gemeenten van minder dan 500 inwoners, door minstens 5 gemeentekiezers. Het bevolkingscijfer is het cijfer vastgesteld overeenkomstig artikel L1121-3, lid 1. § 2. Voor de provincieraadsverkiezingen moeten de voordrachten van kandidaten ondertekend worden door ofwel minstens vijftig provinciekiezers, ofwel door minstens drie uittredende provincieraadsleden. § 3. De voordracht wordt overgemaakt aan de voorzitter van het kieskringbureau die een ontvangstmelding verstrekt, door één van de drie daartoe door de kandidaten in hun verklaring van bewilliging aangewezen ondertekenaars of door één van de twee kandidaten die daartoe zijn aangewezen door de uittredende gemeenteraads- of provincieraadsleden als zijnde gemachtigd om die verklaring in te dienen. § 4. Een kiezer mag niet meer dan één akte van voordracht van kandidaten voor dezelfde verkiezing ondertekenen. Een uittredend gemeenteraads- of provincieraadslid mag niet meer dan één akte van voordracht voor dezelfde verkiezing ondertekenen. De kiezer of het uittredend raadslid kunnen een voordrachtsakte ondertekenen voor de provincieraadsverkiezingen en een andere voor de gemeenteraadsverkiezingen, voorzover ze dezelfde politieke partij betreffen.

De kiezer of het raadslid die die verbodsbepaling overtreden, worden gestraft met de straffen uitgevaardig in artikel 202 van het StrafWetboek. § 5. In de akte van voordracht worden de naam, de voornamen, de geboortedatum, het geslacht, het beroep, het identificatienummer in het Rijksregister der natuurlijke personen en de hoofdverblijfplaats van de kandidaten en, eventueel, de kiezers die hen voordragen vermeld. De identiteit van de kandidate, getrouwd of weduwe, kan gevolgd worden door de naam van haar/zijn echtgenoot (-genote) of overleden echtgenoot (-genote). De voornaam van de kandidaat bij de geboorte kan gevolgd worden door de gebruikelijke voornaam, voorzover er door die vermelding geen verwarring ontstaat met een andere kandidaat of een in de kieskring bekende persoonlijkheid. De Regering stelt de nadere regels vast waarin het gebruik van de gebruikelijke voornaam aanvaard wordt.

In de voordracht wordt eventueel de toelating tot lijstverbinding vermeld overeenkomstig artikel L4142-34, § 2.

Daarin worden het letterwoord of het logo vermeld die boven aan de lijst van de kandidaten op het stembiljet moeten worden geplaatst. Dat letterwoord of dat logo nemen het bepaalde van artikel L4142-26, § 3, van dit Wetboek in acht. § 6. Bij de voordrachten worden volgende stukken gevoegd : 1° een lijst van de ondertekenende kiezers bedoeld in §§ 1 en 2 waarbij voor elk van hen aangegeven wordt of ze een eventuele aanwijzing als partijgetuige dan wel als plaatsvervangend getuige aanvaarden;2° een door elke kandidaat ondertekende verklaring van bewilliging. In die verklaring wordt eventueel het voornemen vermeld om een lijst te vormen volgens de regels van artikel L4142-34.

Daarin wordt eveneens overeenkomstig artikel L4134-1 melding gemaakt van de naam van getuigen en de plaatsvervangende getuigen van de lijst; 3° de toelating bedoeld in § 3, met betrekking tot de indiener;4° een verbintenis om de wetsbepalingen inzake de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven na te leven en zowel laatstgenoemden als de herkomst van de geldmiddelen aan te geven volgens de regels bepaald in artikel L4131-4, § 1;5° voor de lijstaanvoerder, een verbintenis om binnen de dertig dagen na de verkiezingen de uitgaven aan te geven met betrekking tot de verkiezingscampagne van de lijst en de herkomst van de geldmiddelen aan te geven volgens de regels bepaald in artikel L4131-4, § 1, lid 2;6° een verbintenis om tijdens de verkiezingen en hun mandaat de democratische beginselen na te leven van een rechtsstaat en de rechten en vrijheden van de Grondwet, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 19 november 1966;7° een eventuele verklaring van toetreding tot een welbepaalde akte van lijstenvereniging overeenkomstig artikel L4142-29 of, omgekeerd, van verzaking aan die verbinding zoals bepaald in artikel L4142-33 van dit Wetboek;8° voor de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie, een individuele schriftelijke en ondertekende verklaring met vermelding van hun nationaliteit en het adres van hun hoofdverblijfplaats waarin ze bevestigen dat ze geen functie of mandaat vergelijkbaar met die of dat van een gemeenteraadslid, schepen, of burgemeester uitoefenen bij een plaatselijke overheid in andere lidstaat van de Europese Unie, dat ze in een andere lidstaat van de Europese Unie geen gelijkwaardig ambt vervullen met dat bedoeld in artikel L1125-1, lid 1, 1° tot en met 8°, waarin de onverenigbaarheden worden vermeld en dat ze noch vervallen noch geschorst zijn op de datum van de verkiezing van hun verkiesbaarheidsrecht in hun staat van oorsprong;9° de eventuele verklaringen van lijstverbinding;10° een uittreksel uit het register van de kiezers waarmee bewezen wordt dat de ondertekenende kiezers, de indieners en de voorgedragen kandidaten kiezers zijn in hun gemeente, overeenkomstig artikel L4122-5, § 4. Die verklaringen worden tegen een ontvangstbewijs ingediend, vastgesteld op een formulier volgens de regels vastgesteld door de Regering.

Met uitzondering van de verklaring vermeld onder lid 1, 7° en 9°, worden alle verklaringen voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid.

Art.L4142-5. De akte van voordracht van kandidaten geeft de volgorde aan waarin de kandidaten voorgedragen worden.

Art. L4142-6. Een kandidaat mag niet op meer dan één lijst opkomen in dezelfde verkiezing.

Niemand mag voor eenzelfde verkiezing zijn kandidatuur stellen in meerdere kieskringen.

De bewilligende kandidaat die die verbodsbepalingen overtreedt kan gestraft worden met een gevangenisstraf van acht tot vijftien dagen of met een geldboete van zesentwintig tot tweehonderd euro.

Art. L4142-7. De lijsten van kandidaten dienen te beantwoorden aan het bepaalde zoals volgt : 1° geen enkele lijst mag een hoger aantal kandidaten bevatten dan die van de te kiezen raadsleden;2° op elke lijst mag het verschil tussen het aantal kandidaten van beide geslachten niet hoger zijn dan één;3° de eerste twee kandidaten mogen niet van hetzelfde geslacht zijn. De bepalingen van vorig lid gelden enkel bij algehele hernieuwing van de gemeente- of provincieraad.

Art. L4142-8. De kandidaten die hun kandidatuur aanvaarden en waarvan de namen op eenzelfde akte van voordracht opgenomen zijn, worden beschouwd als één enkele lijst vormend.

Art. L4142-9. De kandidaten en de indieners worden gemachtigd om ter plaatse kennis te nemen van alle ingediende akten van voordracht en schriftelijk hun bemerkingen over te maken aan het kieskringbureau.

Dat recht wordt uitgeoefend tijdens de termijn vastgesteld voor de indiening van de akten van voordracht en tijdens de twee uren die volgen op het verstrijken van die termijn.

Het wordt ook nog 's anderendaags van dertien tot zestien uur uitgeoefend. Afdeling 3. - Verificatie van de kandidaturen

Art. L4142-10. § 1. Tijdens de indiening van de kandidaturen onderzoekt de voorzitter van het kieskringbureau met de indiener(s) de ontvankelijkheid van de akten van voordracht.

Dat onderzoek betreft : 1° het aantal regelmatige handtekeningen;2° de naleving van de vermeldingen bedoeld in artikel L4142-4, § 5;3° de aanwezigheid van de verklaringen opgesomd in artikel L4142-4;§ 6; 4° de naleving van het bepaalde van artikel L4142-7 betreffende het aantal kandidaten en de evenwichtige samenstelling van de lijsten. § 2. De akte van voordracht die alle voorwaarden vervult wordt ontvankelijk verklaard en wordt aan het bureau voorgelegd. § 3. De verkeerde of onvolledige akte van voordracht wordt onontvankelijk verklaard. Er wordt dadelijk een proces-verbaal van de motieven van onontvankelijkheid opgesteld. Het wordt medeondertekend woor de indiener(s) van de kwestieuze akte van voordracht, die er een afschrift van ontvangt (ontvangen). Tot en met het einde van de termijn bepaald voor de indiening van de kandidaturen heeft de indiener (hebben de indieners) de mogelijkheid om een conforme akte van voordracht aan het onderzoek door het bureau voor te leggen.

Art. L4142-11. § 1. Het districtbureau vergadert de zevenentwintigste dag voor de stemming, om zestien uur. § 2. Het gemeentelijk bureau vergadert de zesentwintigste dag voor de stemming, om zestien uur.

Art. L4142-12. § 1. Het kieskringbureau onderzoekt eerst de lijsten en de kandidaten waarvoor een proces-verbaal van onontvankelijkheid is opgesteld.

Het ziet de lijsten en de kandidaten na die een nieuwe indiening van kandidatuur of akte hebben verricht of neemt akte van het eventuele uitblijven van die indiening.

Het bureau verwijdert de kandidaten wier akten van voordracht het voorwerp hebben uitgemaakt van een proces-verbaal van onontvankelijkheid en die onvolledig zijn na de tweede indiening. § 2. Het kieskringbureau verwijdert de kandidaten die niet de hoedanigheid van kiezer bezitten. § 3. Het verwijdert de lijsten waarvan de letterwoorden en logo's niet voldoen aan de bepalingen van artikel L4142-26, § 3, van dit Wetboek.

Art. L4142-13. § 1. Het bureau mag de hoedanigheid van kiezer van de ondertekenaars die in die hoedanigheid opgenomen zijn in het register van de kiezers van een gemeente van de kieskring niet aanvechten. § 2. In geval van twijfel over de verkiesbaarheid van de niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie, ten opzichte meer bepaald van zijn verklaring, kan de voorzitter van het kieskringbureau eisen dat die kandidaat een attest voorlegt, afgegeven door de bevoegde overheden van zijn staat van oorsprong, en waarin bevestigd wordt dat hij noch vervallen noch geschorst is, op de datum van de verkiezing, van het verkiesbaarheidsrecht in die staat of dat de overheden geen kennis hebben van een dergelijk verval of een dergelijke schorsing.

Art. L4142-14. Indien na beraadslaging het kieskringbureau de voordracht van sommige kandidaten onregelmatig verklaart, worden de motieven van die beslissing ingevoegd in het proces-verbaal en een uittreksel ervan dat woordelijk de vermelding van de ingeroepen motieven weergeeft, wordt onmiddellijk per aangetekend schrijven gestuurd naar de indiener die de akte heeft ingediend waarin de verwijderde kandidaten opgenomen zijn en die aangewezen is als eerste in de akte van voordracht.

Art. L4142-15. § 1. Indien het ingeroepen motief de onverkiesbaarheid van een kandidaat is, wordt het proces-verbaal eveneens naar die kandidaat gestuurd, op gelijke wijze. § 2. Daarnaast verzoekt de voorzitter van het kieskringbureau het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat op de snelst mogelijke wijze om hem dadelijk een afschrift of een uittreksel van alle in zijn bezit zijnde documenten over te maken die aanwijzingen zouden kunnen verstrekken over de verkiesbaarheid van de kandidaat.

Diezelfde documenten, behoorlijk gecertificeerd, worden per aangetekend schrijven verstuurd. § 3. Als de in opspraak zijnde kandidaat niet woonst gekozen heeft in de gemeente sinds minstens vijftien dagen en als de documenten waaruit een onverkiesbaarheid blijkt nog niet bij de gemeente zijn aangekomen, zendt de gemeente op snelst mogelijke wijze de tekst met dat verzoek aan het gemeentebestuur van de vorige woonplaats. § 4. Als de stappen die ondernomen worden overeenkomstig §§ 1 tot en met 3 hem nog niet hebben overtuigd, kan de voorzitter, indien het bureau dat nuttig acht, andere onderzoeken laten verrichten naar de verkiesbaarheid van de in opspraak zijnde kandidaten. § 5. Alle documenten die opgeëist worden in uitvoering van dit artikel worden kosteloos verstrekt.

Art. L4142-16. Om zestien uur of uiterlijk op het ogenblik waarop de verificatie beëindigd wordt, stelt het kieskringbureau voorlopig de lijst van de kandidaten vast.

Art. L4142-17. Onmiddellijk daarna maakt het een uittreksel van alle ingediende lijsten aan de Regering of diens afgevaardigde over, die het uiterlijk de tweede dag daarna voor zestien uur de meervoudige kandidaturen meedeelt.

Art. L4142-18. De Regering kan beslissen dat de overzending en de behandeling digitaal en geautomatiseerd gebeuren overeenkomstig §§ 2 en 3 van artikel L4141-1.

Indien de verwerking door een onderaannemer gebeurt, dient die onderaannemer zich er formeel toe verbinden om het vertrouwelijk karakter van de gegevens te vrijwaren. In ieder geval wordt de verwerking verricht onder de controle en de verantwoordelijkheid van de Regering of diens afgevaardigde.

Art. L4142-19. § 1. De dag na de voorlopige vaststelling, tussen dertien en zestien uur, kunnen de indieners van de lijsten, of bij ontstentenis van dezen, één van opkomende kandidaten op de plaats vermeld in de artikelen L4125-2, § 2, en L4125-3, § 3, bij de voorzitter van het kieskringbureau die hen er ontvangst van meldt, een gemotiveerd bezwaar indienen tegen de toelating van sommige kandidaturen. § 2. De voorzitter van het kieskringbureau geeft onmiddellijk kennis van het bezwaar aan de indiener die de aangevochten akte van voordracht heeft ingediend en die zich in de positie van lijstaanvoerder bevindt in de akte van voordracht, bij aangetekend schrijven, waarbij de motieven van het bezwaar worden aangegeven.

Indien de verkiesbaarheid van een kandidaat omstreden is, wordt laatstgenoemde onmiddellijk daarover ingelicht, op gelijke wijze. § 3. De voorzitter voert daarnaast de onderzoekingen uit bepaald in artikel L4142-15, § 2 tot en met § 5.

Hij kan de onderzoekingen verrichten die hij nuttig acht wat de aangevoerde onregelmatigheden betreft.

Art. L4142-20. De dag daarna, tussen veertien en zestien uur, kunnen de indieners van de lijsten of de verwijderde kandidaten, of bij ontstentenis van dezen, één van de op die lijst opkomende of ervan verwijderde kandidaten op de plaats aangewezen in artikel L4142-19 de voorzitter van het kieskringbureau die er ontvangst van meldt een memorie overzenden waarin de onregelmatigheden aangevochten worden die in aanmerking zijn genomen bij de voorlopige vaststelling van de lijst van de kandidaten of die de dag na die vaststelling aangevoerd worden.

Indien de onregelmatigheid waarvan sprake de onverkiesbaarheid van een kandidaat is, kan laatstgenoemde een memorie indienen onder dezelfde voorwaarden.

Art. L4142-21. § 1. Ze kunnen binnen dezelfde termijn een rechtzettende of aanvullende akte indienen. § 2. De akte is ontvankelijk indien hij een akte rechtzet of aanvult die verwijderd is voor niet-inachtneming van de voorwaarden bepaald in artikel L4142-10. § 3. Die akte mag de naam van geen enkele nieuwe kandidaat bevatten behalve indien het een verwijderde akte betreft wegens niet-naleving van artikel L4142-7, 2°, betreffende de evenwichtige samenstelling van de lijsten.

De nieuw voorgestelde kandidaten kunnen een akte van voordracht indienen conform de voorschriften van artikel L4142-4, §§ 5 en 6.

De akte kan in geen enkel geval de volgorde van de voordracht goedgekeurd voor de verwijderde akte wijzigen. § 4. De vermindering van het te hoge aantal kandidaten kan enkel voortvloeien uit een schriftelijke verklaring waarbij een kandidaat zijn verklaring van bewilliging intrekt. § 5. De geldige handtekeningen van de kiezers en de aanvaardende kandidaten en de regelmatige vernoemingen van de verwijderde akte blijven gelden indien de rechtzettende of aanvullende akte aanvaard wordt.

Art. L4142-22. Dezelfde dag, om zestien uur, vergadert het kieskringbureau en onderzoekt het documenten die de voorzitter gekregen heeft overeenkomstig artikelen L4142-20 en 21.

Enkel de indieners van de lijsten of, bij ontstentenis ervan, de kandidaten die één van beide documenten bedoeld in de artikelen L4142-19, L4142-20 of L4142-21, § 1, hebben ingediend, en de getuigen aangewezen krachtens artikel L4134-1, § 1, hebben de toelating om die vergadering bij te wonen.

Indien de verkiesbaarheid van een kandidaat omstreden is, kunnen ook die kandidaat en de bezwaarindiener ofwel persoonlijk ofwel door tussenkomst van een volmachthouder de vergadering bijwonen. Hun persoonlijke aanwezigheid of hun aanwezigheid via een volmachthouder is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep bepaald in artikel L4142-23, § 2.

Het beslist ten hunnen opzichte na betrokkenen te hebben gehoord indien zij dat wensen. Het zet indien nodig de lijst van de kandidaten recht.

Art. L4142-23. § 1. Indien het bureau een kandidatuur verwerpt wegens onverkiesbaarheid van een kandidaat, wordt daar in het proces verbaal melding van gemaakt. De voorzitter verzoekt de aanwezige kandidaat of zijn volmachthouder om, indien hij dat wenst, een verklaring tot instelling van beroep in te dienen. § 2. Indien het bureau een bezwaar inzake de onverkiesbaarheid van een kandidaat verwerpt, wordt daar melding van gemaakt in het proces-verbaal. De voorzitter verzoekt de aanwezige of door een volmachthouder vertegenwoordigde persoon, indien gewenst, een verklaring tot beroep te ondertekenen. § 3. Enkel tegen de beslissingen van het kieskringbureau die betrekking hebben op de verkiesbaarheid van de kandidaten is beroep mogelijk overeenkomstig de artikelen L4142-42 tot en met 44. § 4. In geval van beroep stelt het districtbureau dan het vervolg van de verrichtingen uit tot de twintigste dag om zestien uur, met het oog op de doorvoering ervan zodra het kennis heeft gekregen van de beslissingen getroffen door het hof van beroep volgens de procedure bepaald in de artikelen L4142-42 tot en met L4142-45 van dit Wetboek.

Het gemeentelijk bureau stelt om dezelfde redenen die verrichtingen uit tot de negentiende dag om tien uur. § 5. De voorzitter van het hof van beroep houdt zich ter beschikking van de voorzitters van de kieskringbureaus van zijn ambtsgebied, de drieëntwintigste dag voor de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, in zijn kantoor, om er uit hun handen een uitgifte te krijgen van de processen-verbaal met de verklaringen tot instelling van beroep en alle documenten die de geschillen aanbelangen waarvan de hoofdbureaus kennis hebben gekregen.

Art. L4142-24. Het bureau stelt definitief de lijst van de kandidaten vast in zijn kieskring. Het zendt een afschrift van alle definitief vastgestelde lijsten aan de Regering of aan diens afgevaardigde over.

De Regering kan beslissen dat de overzending digitaal gebeurt overeenkomstig § 2 van artikel L4141-1.

Art. L4142-25. De voorzitters van de bureaus van de districten waar één of meerdere kandidaten zich het recht voorbehouden hebben om een verklaring tot lijstverbinding in te dienen, maken onmiddelijk de lijsten van de kandidaten die het voornemen hebben om de lijsten te vormen over aan de voorzitter van het centrale arrondissementsbureau. Afdeling 4. - Lijstenvereniging, kandidatenlijst en loting

Onderafdeling I. - Gewestelijke loting Art. L4142-26. § 1. Met het oog op de toekenning, voor de komende verkiezingen, aan de lijsten die in elke kieskring eenzelfde politieke partij vertegenwoordigen, van een gemeenschappelijk volgnummer op het stembiljet kan door die politieke partij een voorstel tot lijstenvereniging worden ingediend bij de Regering voorzover genoemde partij vertegenwoordigd is in het Waalse Parlement. § 2. Het voorstel vermeldt het letterwoord of het logo dat zal worden gebruikt door de lijsten van kandidaten die zich wensen te verenigen, alsook de naam, de voornamen en het adres van de persoon en van diens plaatsvervanger, die door de politieke partij zijn aangewezen om in ieder administratief arrondissement te attesteren dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt. § 3. Het letterwoord of het logo bestaat uit ten hoogste twaalf letters en/of cijfers en uit ten hoogste dertien tekens. Eenzelfde letterwoord of logo kan worden gesteld, hetzij in een enkele landstaal, hetzij vertaald in een andere landstaal, hetzij in een landstaal samen met de vertaling in een andere landstaal. § 4. Het voorstel tot lijstenvereniging moet worden ondertekend door ten minste vijf Waalse parlementsleden die tot de politieke partij behoren die dat letterwoord of logo zal gebruiken. Wanneer een politieke partij vertegenwoordigd is door minder dan vijf Waalse parlementsleden wordt het voorstel tot lijstenvereniging ondertekend door alle raadsleden die tot die partij behoren. Een Waals parlementslid mag slechts één enkel voorstel tot lijstenvereniging ondertekenen.

Art. L4142-27. Tot 1 augustus kan door elke in het Waalse Parlement vertegenwoordigde politieke partij een gemotiveerd verzoek tot verbod van beschermde letterwoorden of logo's worden ingediend bij de Regering. De lijst van de letterwoorden of logo's waarvan het gebruik verboden is, wordt uiterlijk 10 augustus in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Art. L4142-28. § 1. De voorstellen tot lijstenvereniging worden op 1 september tussen tien en twaalf uur door een Waals parlementslid overhandigd aan de Regering. § 2. Om twaalf uur houdt de Regering een loting ter aanwijzing van de gemeenschappelijke volgnummers die zullen worden toegekend aan de verschillende verenigde lijsten. § 3. De tabel van de lijstenverenigingen evenals het letterwoord en het gemeenschappelijk volgnummer die hen zijn toegekend, worden binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 4. De Regering stelt de voorzitters van de districtbureaus in kennis van de in het vorige lid bedoelde tabel alsmede de naam, de voornamen en het adres van de personen en hun plaatsvervangers, die door de politieke partijen zijn aangewezen op het vlak van het administratief arrondissement, en die alleen bevoegd zijn tot het echt verklaren van de kandidatenlijsten.

Onderafdeling 2. - Provinciale loting Art. L4142-29. Bij de in artikel L4142-4 bedoelde indiening van de kandidaatstellingen voegen de kandidaten die een beschermd letterwoord of logo alsook een gemeenschappelijk volgnummer vorderen die voortkomen uit de gewestelijke loting, een attest van de aangewezen persoon bij de voordracht overeenkomstig artikel L4142-28, § 4.

Indien een dergelijk attest niet wordt overgelegd, stelt het districtbureau vast dat de lijst niet erkend is en weigert het gebruik van het beschermd letterwoord en van het gemeenschappelijk volgnummer Art. L4142-30. § 1. Wat betreft de lijsten waarop deze bepaling niet van toepassing is, wordt een volgnummer toegekend volgens hierna vermelde procedure. § 2. De kandidaten die een akte van voordracht neerleggen in de handen van de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau kunnen daarbij een document voegen met het letterwoord of het logo van hun politieke partij alsook de naam, de voornamen en het adres van de persoon en van diens plaatsvervanger, die bij die lijst zijn aangewezen om in ieder district te attesteren dat een kandidatenlijst door haar erkend is. § 3. Zodra de lijsten definitief zijn vastgesteld, houdt de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau een loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die neergelegd zijn in de provinciehoofdplaats en die geen gemeenschappelijk volgnummer hebben verkregen. De loting geschiedt vanaf het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij loting, verricht door de Minister van Binnenlandse Aangelegenheden.

Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten.

Alleenstaande kandidaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen. § 4. De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau zendt de tabel van de letterwoorden of logo's en de aldus toegekende volgnummers langs de snelste weg over aan de districtbureaus.

De Regering kan beslissen dat genoemde tabel en volgnummers digitaal worden overgemaakt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2.

Art. L4142-31. § 1. Tevens als de voordrachtsakte kunnen de kandidaten of twee van de eerste drie kandidaten van de bij de districtbureaus ingediende lijsten een overeenkomstig artikel L4142-30, § 2, door de gemachtigde persoon ondertekend attest overhandigen aan de voorzitter van het districtbureau om hetzelfde volgummer te verkrijgen als zal worden toegekend aan één van de lijsten ingediend in de provinciehoofdplaats.

Niemand kan een akte tot bescherming van een letterwoord of logo ondertekenen en tegelijk kandidaat zijn op een lijst die een ander beschermd letterwoord of logo gebruikt. § 2. Vanaf de ontvangst van de tabel van de in artikel L4142-30, § 4, vermelde letterwoorden en gemeenschappelijke volgnummers en nadat de lijsten definitief vastgesteld zijn, houdt elk districtbureau onmiddellijk een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die nog geen gemeenschappelijk volgnummer hebben verkregen.

De loting geschiedt vanaf het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij loting, verricht door de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau. § 3. De voorzitter van het districtbureau zendt de tabel van de letterwoorden en de aldus toegekende volgnummers langs de snelste weg over aan de gemeentelijk bureaus.

De Regering kan beslissen dat genoemde tabel en volgnummers digitaal worden overgemaakt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2.

Onderafdeling 3. - Gemeentelijke loting Art. L4142-32. Bij de in artikel L4142-4 bedoelde indiening van de kandidaatstellingen voegen de kandidaten die een beschermd letterwoord of logo alsook een gemeenschappelijk volgnummer vorderen die voortkomen uit de gewestelijke of provinciale loting, een attest van de aangewezen persoon overeenkomstig artikel L4142-28, § 4 of L4142-30, § 2.

Indien dergelijk getuigschrift niet wordt overgelegd, stelt het gemeentelijk bureau vast dat de lijst niet erkend is en weigert het gebruik van het beschermd letterwoord en van het gemeenschappelijk volgnummer.

Art. L4142-33. De kandidaten kunnen, in hun verklaring van bewilliging, beslissen geen gebruik te maken van het gemeenschappelijk volgnummer aan de verenigde lijsten toegekend op grond van artikel L4142-28, 30 en 32 niettegenstaande ze toch het letterwoord ervan gebruiken.

Vanaf de ontvangst van de tabel van de in artikel L4142-31, § 3, vermelde letterwoorden en gemeenschappelijke volgnummers en nadat de lijsten definitief vastgesteld zijn, houdt elk gemeentelijk bureau onmiddellijk een speciale loting om de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die nog geen gemeenschappelijk volgnummer hebben verkregen.

De loting geschiedt vanaf het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend bij loting, verricht door de voorzitter van het districtbureau.

Onderafdeling 4. - Verklaring van lijstenverbinding met het oog op apparentering Art. L4142-34. § 1. De verklaringen van lijstenverbinding worden overhandigd op donderdag, de tiende dag voor de stemming, tussen veertien en zestien uur, in de handen van de voorzitter van het centraal arrondissementsbureau, tegen ontvangstbewijs. § 2. Om ontvankelijk te zijn moet de verklaring van lijstenverbinding de volgende voorwaarden vervullen : 1° in de akte van bewilliging van hun kandidaatstelling moeten de kandidaten van elke betrokken lijst verklaren dat zij zich verbinden met de bij name aangewezen kandidaten van lijsten die in andere districten van hetzelfde arrondissement zijn voorgedragen;2° de toestemming door de ondertekenaars om zich te verbinden moet uitdrukkelijk vermeld staan op de voordrachtsakte van elke van die kandidaten;3° de verklaring van lijstenverbinding moet door alle kandidaten of door twee van de eerste drie kandidaten van elke lijst ondertekend zijn.4° een lijst kan zich niet verbinden met twee of meer lijsten die niet onderling verbonden zijn. Voorwaarden 1° en 2° zijn voorgeschreven op straffe van onontvankelijkheid. Voorwaarden 3° en 4° zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid.

De Regering stelt het model van de verklaring van lijstenverbinding vast.

Art. L4142-35. § 1. De wederzijdse verklaringen van lijstenverbinding mogen bij een zelfde akte worden gedaan. § 2. Indien een van de daarin opgenomen lijsten wordt afgewezen, blijft de verklaring gelden voor de andere lijsten van de groep.

Evenzo, wanneer een kandidaat onverkiesbaar wordt bevonden, blijft de verbindingsverklaring gelden voor de andere kandidaten van de lijst.

Art. L4142-36. § 1. Het centraal arrondissementsbureau maakt onmiddellijk, in het bijzijn van de getuigen indien er zijn aangewezen, de tabel op van de verbonden lijsten.

Op die tabel wordt elke groep van verbonden lijsten aangewezen met de letters A, B, C, enzovoort, naar de orde van indeling der lijsten op het stembiljet, zoals zij is vastgesteld voor zijn district.

De Regering kan beslissen dat het invoeren van de gegevens zal geschieden d.m.v. een software, overeenkomstig artikel L4141-1, § 1. § 2. De voorzitter van het centraal arrondissementsbureau stuurt aan de voorzitters van de districtbureaus een afschrift van de lijsten waarop kandidaten uit hun kieskring voorkomen.

De Regering kan beslissen dat genoemde tabel en volgnummers digitaal worden overgemaakt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2.

Die voorzitters laten de lijsten onmiddellijk in alle gemeenten van het district aanplakken. Afdeling 5. - Aanplakking van lijsten, stembiljetten en

stemopnemingstabellen Art. L4142-37. § 1.Zodra de in de vorige artikelen bedoelde verrichtingen beëindigd zijn, maakt het kieskringbureau onmiddellijk het stembiljet op overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modaliteiten. § 2. De kandidatenlijsten worden onmiddellijk aangeplakt. Het aanplakbiljet vermeldt met vette letter in zwarte inkt de naam van de kandidaten, in dezelfde vorm als door de Regering voor het stembiljet wordt bepaald, alsmede hun voornamen, hun beroep en hun hoofdverblijfplaats. De door de Regering vastgestelde onderrichtingen voor de kiezer worden daarop ook overgenomen. § 3. De kandidatenlijsten worden op het stembiljet naast elkaar geplaatst.

De naam en voornamen van de kandidaten worden in de volgorde van de voordracht vermeld in de kolom bestemd voor de lijst waartoe zij behoren.

De lijsten worden op het stembiljet gerangschikt in de volgorde van de nummers.

Het bureau kan zo nodig beslissen dat twee of meer onvolledige lijsten in een zelfde kolom worden ondergebracht. Indien daartoe reden is, bepaalt het bij loting de plaats van de kolommen en de nummers van de lijsten die in deze kolommen moeten worden opgenomen.

De verenigde lijsten krijgen het gemeenschappelijk volgnummer vermeld in artikel L4142-26 tot en met 31 en geen andere lijst mag één van die nummers krijgen, zelfs niet indien in de gemeente geen verenigde lijst wordt voorgedragen.

Art. L4142-38. § 1. Zodra het kieskringbureau de tekst en de inrichting van de stembiljetten heeft vastgesteld, laat de voorzitter van dit bureau onder zijn toezicht de biljetten met zwarte inkt op stempapier drukken of kopiëren.

Het nodige stempapier wordt door de Regering of diens afgevaardigde ter beschikking gesteld van de voorzitter, die het levert tegen ontvangstbewijs waarop het aantal geleverde bladen staat vermeld. § 2. Het papier is wit voor de gemeenteraadsverkiezingen, groen voor de provincieraadsverkiezingen en roze voor sectorraadsverkiezingen.

Het gebruik van elk ander stembiljet is verboden. § 3. In ieder geval moeten de stembiljetten die voor een zelfde stemming gebezigd worden, volkomen gelijk zijn. § 4. De afmetingen van de stembiljetten worden bij regeringsbesluit bepaald op basis van het aantal te kiezen leden. § 5. De voorzitter van het kieskringbureau houdt toezicht op het opmaken van stembiljetten door de dienstverlener. Indien hij het wenst, kan hij een bijzitter van zijn bureau of een kiezer van zijn kieskring daartoe machtigen door het opstellen van een mandaat waarvan het model vastgesteld is door de Regering.

De gedrukte stembiljetten worden in aanwezigheid van de voorzitter van het kieskringbureau gevouwd en geplaatst in een verzegelde omslag naar rata van één omslag per stemlokaal. Op de omslag worden vermeld het adres van de geadresseerde en het aantal ingesloten stembiljetten.

De drukker maakt daarna een exemplaar van het relevante stembiljet met de markering "specimen" alsook een behoorlijk ingevulde en ondertekende kwijting, waarvan het model vastgesteld is door de Regering, over aan de voorzitter van het kieskringbureau.

De in het vorige lid bedoelde kwijting bevat volgende gegevens : 1° de verkregen, gedrukte en geleverde hoeveelheden papier;2° de teruggave van de drukkplaat van de stembiljetten;3° de verklaring op erewoord dat geen stembiljet werd geleverd aan derden. De voorzitter van het bureau of de daartoe gemachtigde persoon maakt een drukverslag op en stuurt het samen met zijn machtiging en verklaring op erewoord van de drukker aan de Provinciegouverneur die de ontvangst daarvan bevestigt.

De omslagen met stembiljetten worden bij de drukker bewaard in beveiligde plaatsen tot de dag vóór de stemming.

Als de levering van de stembiljetten wordt waargenomen door het gemeentecollege, gaat het vanaf het plaatsen in omslagen over tot het ophalen bij de drukker en bewaart de biljetten in zijn lokalen, die voldoende beveiligd en bewaakt zijn tot de dag vóór de stemming.

Art. L4142-39. Met het oog op de telling van de stemmen worden door de voorzitter van het kieskringbureau een stemopnemings- alsook een tellingstabel waarvan de modellen door de Regering vastgesteld zijn, opgemaakt.

De tellingstabel draagt dezelfde meldingen als de stemopnemingstabel op kieskringniveau.

De Regering kan beslissen dat het invoeren van de gegevens zal geschieden d.m.v. een software, overeenkomstig artikel L4141-1, § 1.

Die tabellen vermelden voor elke lijst, gerangschikt naar haar volgnummer : 1° het aantal in elke stembus gevonden stembiljetten, 2° het aantal geldige stembiljetten, 3° in een eerste kolom, de naam van de kandidaten in de volgorde die op de biljetten staat vermeld. Een tweede lege kolom wordt na de telling met de resultaten van de telling ingevuld op de verkiezingsdag.

Art. L4142-40. Nadat de lijsten zijn aangeplakt, deelt de voorzitter van het kieskringbureau de officiële lijst van de kandidaten mee aan laatstgenoemden en aan de indieners die erom verzoeken.

Art. L4142-41. § 1. Daags vóór de stemming beveelt de voorzitter van het kieskringbureau dat de voor de verkiezing nodige biljetten, opgevouwd en in voldoende aantal, in een verzegelde omslag worden geleverd aan de voorzitter van elk stembureau. De voorzitter van het stembureau ondertekent een ontvangstbewijs, dat daarna overgemaakt wordt aan de voorzitter van het kieskringbureau.

De levering wordt uitgevoerd door de dienstverlener belast met het opmaken van de stembiljetten. Als de levering toevertrouwd wordt aan een door het college aangewezen gemeentepersoneelslid, wordt de verklaring op erewoord, waarvan het model door de Regering vastgesteld is, door dat personeelslid ingevuld en ondertekend.

De omslag met de biljetten bestemd voor een stemlokaal blijft verzegeld tot de installatie van het stembureau. § 2. Op dezelfde dag zendt de voorzitter van het kieskringbureau de in artikel L4142-39 bedoelde stemopnemingstabel aan de voorzitter van elk stemopnemingsbureau. Afdeling 6. - Beroep betreffende de kandidaatstellingen

Art. L4142-42. Bijgestaan door zijn griffier maakt de voorzitter van het hof van beroep akte op van de overhandiging van de verklaringen van beroep door de voorzitters van de kieskringbureaus overeenkomstig artikel L4142-23, § 5 - Hij brengt de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van het hof van het ambtsgebied, die moet plaats hebben de twintigste dag vóór de verkiezing, om tien uur 's morgens, zelfs indien die dag een feestdag is, zonder dagvaarding of oproeping.

Art. L4142-43. § 1. De eerste kamer van het hof onderzoekt de zaken van verkiesbaarheid met voorrang boven alle andere. § 2. Ter openbare zitting doet de voorzitter voorlezing van de stukken van het dossier. Hij verleent vervolgens het woord aan de eiser in beroep en eventueel aan de verweerder; dezen mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een raadsman.

Art. L4142-44. § 1 Het hof, het advies van de procureur-generaal gehoord, beslist staande de vergadering bij een arrest dat ter openbare terechtzitting wordt voorgelezen; dit arrest wordt niet betekend aan de betrokkene, maar neergelegd ter griffie van het hof, waar hij er kosteloos inzage van kan nemen. § 2. Het beschikkende gedeelte van het arrest wordt door toedoen van het openbaar ministerie ter kennis van de voorzitter van het betrokken hoofdbureau gebracht ter plaatse door deze aangewezen. § 3. Het dossier van het hof wordt, met een uitgifte van het arrest, binnen acht dagen toegezonden aan de griffier van de vergadering die belast is met het onderzoek van de geloofsbrieven der gekozenen.

Art. L4142-45. Tegen de arresten bedoeld in artikel L4142-44 staat geen rechtsmiddel open. Afdeling 7. - Straffen betreffende de kandidaatstellingen

Art. L4142-46. Als schuldig aan valsheid in private geschriften worden gestraft zij die de handtekening van iemand anders of van verdichte personen plaatsen op akten van kandidaatstelling, van bewilliging in de kandidaatstelling of van getuigenaanwijzing. HOOFDSTUK III. - Stemming Afdeling 1. - Inrichting van de stemlokalen

Art. L4143-1. Elk stemlokaal beschikt over : 1° een stembus voor de stembiljetten voor de verkiezing van gemeenteraadsleden;2° een stembus voor de stembiljetten voor de verkiezing van provincieraadsleden;3° in voorkomend geval, een stembus voor de stembiljetten voor de verkiezing van de sectorraadsleden. Art. L4143-2. Het gemeentecollege bezorgt elke stembureauvoorzitter uiterlijk daags vóór de verkiezingen de omslagen noodzakelijk voor het overmaken van de in artikel L4143-28 vastgestelde documenten.

De omslagen waarin de stembiljetten of stukken voor de verkiezingen moeten worden gesloten, zijn van dezelfde speciale kleur als die biljetten of dragen als opschrift een letter van drie centimeter hoog.

C voor gemeenteraadsverkiezingen, P voor provincieraadsverkiezingen, S voor sectorraadsverkiezingen.

Art. L4143-3. § 1. Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers. § 2. Het stemhokje en het stemlokaal worden ingericht volgens de door de Regering vastgestelde voorwaarden.

De gouverneur kan evenwel, in overeenstemming met het gemeentecollege, de afmetingen en de schikking wijzigen volgens de vereisten van de stemlokalen. § 3. In elke gemeente moet minstens één stemhokje voor vijf lokalen zo ingericht zijn dat de toegang daartoe gemakkelijk is en het gebruik daarvan door de kiezers bedoeld in de artikelen L4133-1 en L4133-2 van dit Wetboek mogelijk is.

Art. L4143-4. § 1. De registers van de stemmers van het stemcentrum worden aangeplakt in de wachtzaal, samen met de onderrichtingen voor de kiezers en de tekst van artikelen L4143-4 tot 16 van dit Wetboek.

De kandidatenlijsten worden eveneens in de wachtzaal aangeplakt in de vorm van het stembiljet zoals bepaald door de Regering.

De onderrichtingen voor de kiezers worden bovendien buiten elk stembureau aangeplakt. § 2. Een exemplaar van dit Wetboek wordt in de wachtzaal ter inzage gelegd voor de kiezers; een tweede exemplaar in het stemlokaal, ter inzage gelegd voor de leden van het stembureau. § 3. Een reproductie op 150 % van het stembiljet wordt ter beschikking gesteld van de kiezer die erom verzoekt naar rata van één exemplaar per stemhokje.

Een exemplaar van de onderrichtingen voor de kiezers, met grote letters, wordt ook ter beschikking gesteld van de kiezers naar rata van één exemplaar per stemlokaal. § 4. De aanplakking van de in § 1 bedoelde documenten moet rekening houden met de toegankelijkheid van kleine personen of personen in rolstoel.

Art. L4143-5. § 1. Het bureau moet om kwart voor acht samengesteld zijn. § 2. Alle voor het stemcentrum aangewezen bijzitters en plaatsvervangende bijzitters blijven in dat lokaal tot de samenstelling van het geheel van de stembureaus.

Elk bureau zorgt eerst voor de nodige aanvulling met de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die voor dat bureau aangewezen zijn overeenkomstig artikel L4125-5, §§ 2 en 3.

Zodra de bureaus aldus samengesteld zijn, wijst de voorzitter, indien het stembureau niet heeft kunnen zorgen voor de nodige aanvulling, onder de voor dat centrum aangewezen plaatsvervangende bijzitters de personen aan die genoemd bureau zullen aanvullen.

Indien op dat ogenblik de bijzitters en de plaatsvervangende bijzitters nog ontbreken, vult de voorzitter het stembureau ambtshalve aan met aanwezige kiezers die aan de gestelde vereisten voldoen overeenkomstig artikel L4125-5, §§ 2 en 3.

Elk bezwaar tegen een dergelijke aanwijzing moet door de getuigen worden ingebracht voor het begin van de verrichtingen. Het stembureau doet onverwijld uitspraak, zonder mogelijkheid van beroep. § 3. Ingeval de voorzitter van het stembureau bij het begin of tijdens het verloop van de verrichtingen verhinderd of afwezig is, zorgt het stembureau voor de nodige aanvulling. Indien de leden van het stembureau het oneens zijn over de keus, beslist de stem van het oudste lid. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

Art. L4143-6. Voor het begin van de verrichtingen wordt de in artikel L4125-2, § 3, bedoelde eed door de bijzitters van het stembureau afgelegd in handen van de voorzitter. Dezelfde eed wordt daarna afgelegd door de secretaris en de getuigen.

De voorzitter legt vervolgens de eed af voor het aldus samengestelde bureau.

De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de verrichtingen benoemd wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt.

Van deze eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

Art. L4143-7. § 1. Zodra het stembureau is gevormd, gaat de voorzitter, in aanwezigheid van de leden van het bureau en vóór de opneming van de stemming, na of de stembussen leeg zijn waarna ze worden gesloten. § 2. De omslag met de stembiljetten mag enkel worden ontzegeld en geopend dan in aanwezigheid van het regelmatig samengestelde bureau.

De stembiljetten worden onmiddellijk nageteld en de uitslag wordt in het proces-verbaal opgetekend. § 3. Om pogingen tot bedrog betreffende het stembiljet te voorkomen, bepaalt het bureau de plaats waar het zal worden gemerkt met een teken alvorens te worden overhandigd aan de kiezer. Daartoe kiest het bureau vijf plaatsen onder de negen die beschikbaar zijn op het door de Regering bezorgde model.

De plaats maakt daarna het voorwerp uit van een loting.

Deze loting wordt, op verzoek van een der leden van het stembureau of van een getuige, eens of meermaals herhaald gedurende de verrichtingen. Oordeelt de voorzitter van het stembureau een dergelijk voorstel niet dadelijk te kunnen aannemen, dan kan het lid van het stembureau of de getuige eisen dat de redenen van de weigering in het proces-verbaal worden opgenomen. Afdeling 2. - Toegankelijkheid van en toezicht op stemcentra en

-lokalen en stemopnemingscentra en -lokalen Onderafdeling 1. - Toegankelijkheid van stemcentra en -lokalen Art. L4143-8. § 1. Alleen de bureauleden, de kiezers van de stemafdeling, hun volmachthouders of begeleiders worden in het stemlokaal toegelaten. Andere personen dan bureauleden worden niet langer toegelaten dan nodig is om hun stembiljet in te vullen en in de bus te steken.

De overeenkomstig artikel L4134-1 aangewezen partijgetuigen worden in het stemlokaal toegelaten na vertoon aan de bureauvoorzitter van de informatiebrief die hen is overgemaakt overeenkomstig artikel L4134-1, § 4, voorzover ze de hen toepasselijke bepalingen naleven.

De deskundigen die zijn aangewezen bij artikel L4211-6 en de personen die belast zijn met het verlenen van technische bijstand worden toegelaten in de stembureaus op de dag van de stemming na vertoon aan de voorzitter van hun legitimatiekaart uitgereikt door de Regering.

Melding wordt gemaakt in het proces-verbaal van de identiteit van de in leden 2 en 3 bedoelde personen die in het stemlokaal zijn toegelaten. § 2. Behoudens toepassing van artikel L4143-16 is het niet geoorloofd gewapend op te komen in het stemcentrum.

Art. L4143-9. Hij die, zonder lid van het stembureau, getuige, kiezer van de stemafdeling, volmachthouder of begeleider noch deskundige aangewezen overeenkomstig artikel L4211-6 of verlener van een technische bijstand te zijn, gedurende de kiesverrichtingen het lokaal van één der stemafdelingen betreedt, wordt op bevel van de voorzitter of zijn gemachtigde uit het lokaal verwijderd. Indien hij weerstand biedt of opnieuw binnentreedt, wordt hij gestraft met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro.

Art. L4143-10. Met uitzondering van de voorzitter, van de overeenkomstig artikel L4211-6 aangewezen deskundigen en van de personen belast met de technische bijstand, mogen de in artikel L4143-8 bedoelde personen niet communiceren op welke manier dan ook met buitenpersonen tijdens de periode waarin ze toegelaten worden binnen het stemlokaal.

Melding wordt gemaakt in het proces-verbaal van de contacten met buitenpersonen en van hun voorwerp.

Art. L4143-11. De in artikel L4143-8 bedoelde personen mogen enkel het stemlokaal betreden en verlaten met de instemming van de voorzitter of zijn afgevaardigde.

Onderafdeling 2. - Toegankelijkheid van stemcentra en -lokalen Art. L4143-12. Enkel de leden van het stemopnemingsbureau worden toegelaten in genoemd bureau.

De voorzitters van de stembureaus, eventueel vergezeld van een bijzitter of een getuige, blijven alleen in het stemopnemingslokaal om hun stembus neer te leggen, waarna ze het verlaten.

De partijgetuigen die overeenkomstig artikel L4134-1, § 3, zijn aangewezen om die verrichtingen bij te wonen, worden in het stemopnemingslokaal toegelaten na vertoon aan de bureauvoorzitter van de informatiebrief die hen is overgemaakt overeenkomstig artikel L4134-1, § 4, voorzover ze de hen toepasselijke bepalingen naleven.

Melding wordt gemaakt in het proces-verbaal van de identiteit van de in leden 2 en 3 bedoelde personen die in het stemopnemingslokaal zijn toegelaten.

Art. L4143-13. Vanaf de opening van de verrichtingen zijn de stemopnemingslokalen gesloten. Buiten de voorzitters van de stembureaus die de stembus waarmee ze belast zijn, aanbrengen, wordt niemand toegelaten, behalve uitzonderlijke omstandigheid en met de instemming van de voorzitter, om het lokaal te betreden of te verlaten totdat de verrichtingen worden afgesloten.

Enkel de voorzitter wordt ertoe gemachtigd om te communiceren met buitenpersonen tijdens de stemopnemingsverrichtingen. Melding wordt gemaakt in het proces-verbaal van de contacten met buitenpersonen en van hun voorwerp.

Onderafdeling 3. - Toezicht op stemcentra en -lokalen Art. L4143-14. Elke voorzitter van een stem- of stemopnemingsbureau oefent het toezicht uit in zijn lokaal alsook in de wachtzaal. Hij kan die bevoegdheid wat het wachtlokaal betreft, aan een lid van het stembureau overdragen.

Art. L4143-15. Zij die in het stemlokaal openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geven of op enigerlei wijze wanorde veroorzaken, worden door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien zij daarmee voortgaan, kan de voorzitter of zijn gemachtigde hen doen verwijderen, met dien verstande dat hij hen opnieuw moet binnenlaten om te stemmen.

Van het bevel tot verwijdering wordt in het proces-verbaal melding gemaakt en de schuldigen worden gestraft met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro.

Art. L4143-16. In de wachtzaal mag geen gewapende macht worden opgesteld zonder opvordering van de voorzitter.

De burgerlijke overheid en de militaire bevelhebbers zijn gehouden zijn opvorderingen op te volgen. Afdeling 3. - Verloop van de stemming

Art. L4143-17. De verkiezing geschiedt door één enkele stemming.

De kiescolleges zijn alleen bevoegd voor de verkiezing waarvoor zij zijn opgeroepen.

Art. L4143-18. Niemand is gehouden het geheim van zijn stem bekend te maken, zelfs bij een gerechtelijk onderzoek of geschil of bij een parlementair onderzoek.

Art. L4143-19. De voorzitters, de bijzitters, de secretaris, de getuigen en de plaatsvervangende getuigen stemmen in de afdeling waar zij hun opdracht vervullen.

Art. L4143-20. § 1. De kiezers worden tot de stemming toegelaten van acht tot dertien uur.

Kiezers die zich echter om 13 uur in het lokaal of de wachtzaal bevinden, worden nog tot de stemming toegelaten. § 2. De kiezers melden zich aan bij de ingang van het lokaal, voorzien van hun oproepingsbrief en hun identiteitskaart.

De secretaris houdt aantekening van hun naam op een kopie van het register van de stemmers.

De voorzitter of een door hem aangewezen bijzitter vergewist zich dat de opgaven van de tweede kopie van het register van de stemmers overeenstemmen met de vermeldingen van de oproepingsbrief en van de identiteitskaart.

Indien een kiezer tot de stemming wordt toegelaten, wordt ook op die kopie aantekening gehouden van zijn naam. § 3. De kiezer die niet voorzien is van zijn oproepingsbrief kan tot de stemming toegelaten worden, indien zijn identiteit en zijn kiesbevoegdheid door het bureau worden erkend. § 4. Hij die niet ingeschreven is in het register van de stemmers, wordt niet tot de stemming toegelaten dan na overlegging, hetzij van een beslissing van het gemeentecollege of van een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarbij zijn inschrijving wordt bevolen, hetzij van een getuigschrift van het gemeentecollege waarbij bevestigd wordt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit.

De naam van kiezers die nog niet ingeschreven zijn op het kiesregister maar die toegelaten worden tot de stemming door het bureau, wordt vermeld op beide kopieën van het register. § 5. Ondanks de inschrijving in het register van de kiezers mag het stembureau niet tot de stemming toelaten degenen van wie het gemeentecollege of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waarvan een uittreksel is overgelegd overeenkomstig artikelen L4122-16 en 24.

Op dezelfde wijze mag het bureau de kiezers toelaten die vallen onder de toepassing van één van de bepalingen van artikelen 4121-2 en L4121-3 en waarvan de onbekwaamheid wordt bewezen uit een stuk waarvan de wet de afgifte voorschrijft.

Tenslotte geldt hetzelfde ook voor degenen van wie bewezen is hetzij door stukken, hetzij door eigen bekentenis, dat zij op de dag van de verkiezing de stemgerechtigde leeftijd niet hebben bereikt of dezelfde dag reeds in een andere afdeling of een andere gemeente hebben gestemd. § 6. De kiezers mogen zich niet doen vervangen dan op grond van artikel L4132-1.

Teneinde tot de stemming te worden toegelaten, overhandigt de volmachthouder aan de voorzitter van het stembureau waar de volmachtgever had moeten stemmen, de volmacht en één van de in artikel L4132-1, § 1, vermelde attesten en vertoont hij hem zijn identiteitskaart en zijn oproepingsbrief waarop de voorzitter vermeldt : "heeft bij volmacht gestemd".

De volmachten worden bij de in artikel L4143-25, lid 1, 2° van dit Wetboek bedoelde staat gevoegd. § 7. Overeenkomstig artikel L4133-2, § 3, overhandigt de begeleide kiezer een afschrift van zijn verklaring aan de voorzitter van het stembureau.

Art. L4143-21. § 1. Voor elke stemming waartoe hij opgeroepen wordt, krijgt de kiezer een biljet. § 2. Elk biljet, rechthoekig in vieren gevouwen, wordt aan de keerzijde gemerkt met een stempel dragend de naam van de gemeente en het district alsook de datum van de verkiezing.

Het wordt daarna open voor de voorzitter gelegd die het in dezelfde vouwen weer toevouwt.

De voorzitter overhandigt het of de biljetten aan de kiezer. § 3. De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar één van de stemhokjes.

De in artikel L4133-2 bedoelde kiezer mag zich door een begeleider laten begeleiden. Beider naam staat vermeld in het proces-verbaal. Als hij bij gebrek aan een begeleider van zijn keuze wenst bijgestaan te worden bij de stemming, kan hij zich laten vergezellen door de voorzitter van het stembureau.

De kiezer die niet voldoet aan de voorwaarden van artikel L4133-2 en die wenst bijgestaan te worden, kan zich laten vergezellen door de voorzitter van het stembureau, voorzover hij het bureau die noodzaak kan bewijzen. Dat wordt vermeld in het proces-verbaal. Indien een medisch getuigschrift wordt voorgelegd ter staving van de aanvraag, wordt het gevoegd bij het proces-verbaal. § 4. Hij brengt er zijn stem uit op de volgende manier.

Met het kiespotlood kruist hij het gekozen vakje aan : 1° hetzij bovenaan de lijst, indien hij zich kan verenigen met de volgorde van voordracht van de gekozen lijst;2° hetzij, wil hij die volgorde wijzigen, in het stemvak naast de naam van de kandida(a)t(en) van die lijst aan wie hij bij voorkeur zijn stem wil geven. De kiezer mag evenveel stemmen uitbrengen als er mandaten toe te kennen zijn.

Indien de kiezer tegelijk bovenaan een lijst en naast de naam van één of meer kandidaten gestemd heeft, wordt de stem bovenaan de lijst als niet-bestaande beschouwd.

Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken duidelijk blijkt.

De kiezer die door onoplettendheid het hem overhandigde stembiljet beschadigt, kan aan de voorzitter een ander vragen, tegen teruggave van het eerste, dat onmiddellijk onbruikbaar gemaakt wordt. § 5. De kiezer verlaat het stemhokje en toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren gevouwde stembiljet met het stempel aan de buitenzijde. § 6. Hij steekt het groene biljet in de stembus bestemd voor provincieraadsverkiezingen, het witte in de stembus bestemd voor gemeenteraadsverkiezingen en het roze in de stembus bestemd voor de sectorraadsverkiezingen. § 7. De oproepingsbrief wordt hem teruggegeven nadat de voorzitter of de door hem gemachtigde bijzitter hem heeft afgestempeld met de in § 2 bedoelde stempel.

Art. L4143-22. § 1. Nietig zijn : 1° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de wet mogen worden gebruikt;2° de stembiljetten waarop meer dan één lijststem voorkomt of die waarop naamstemmen voor kandidaten van verschillende lijsten zijn uitgebracht;3° de stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van één of meer kandidaten van een andere lijst;4° de stembiljetten waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn, die binnenin een papier of enig voorwerp bevatten of die de kiezer herkenbaar maken door een teken, een doorhaling of een bij dit Wetboek niet geoorloofd merk;5° de stembiljetten die door de voorzitter zijn teruggenomen indien de kiezer door onoplettendheid zijn biljet heeft beschadigd en een ander heeft ontvangen om geldig te stemmen.6° de door de voorzitter teruggenomen stembiljetten als de kiezer zijn stembiljet bij het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open heeft gevouwd dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt.Doet hij zulks, dan neemt de voorzitter het opengevouwde biljet terug, dat onmiddellijk ongeldig wordt verklaard, en hij verplicht de kiezer opnieuw te stemmen. § 2. De voorzitter schrijft op de biljetten die ter uitvoering van 5° en 6° van § 1 zijn teruggenomen, de vermelding : "Teruggenomen stembiljet" en parafeert ze.

Art. L4143-23. Wanneer de stemming beëindigd is, gaat de voorzitter over tot de sluiting.

Art. L4143-24. De stembussen blijven verzegeld. Ten overstaan van het bureau gaat de voorzitter over tot het sluiten van de opening waarin de stembiljetten zijn gestoken d.m.v. een zelfklevend papier dat daarna afgestempeld wordt op vier plaatsen op zodanige wijze dat de stempel telkens op de grens tussen het papier en de oppervlakte van de stembus ligt.

Art. L4143-25. Het bureau begint met het opmaken van de volgende staten : 1° de kiezers die ter uitvoering van artikel L4143-20, § 4, van dit Wetboek, tot de stemming worden toegelaten, hoewel ze niet ingeschreven zijn in de registers van de stemmers.2° de kiezers die ingeschreven zijn in het register van de stemmers en die niet aan de stemming hebben deelgenomen. De voorzitter vermeldt op die staten de door de bureauleden of de getuigen gemaakte opmerkingen en voegt er de verantwoordingsstukken bij, die de afwezigen hem eventueel hebben doen geworden.

Deze staten, ondertekend door alle leden van het stembureau, worden door de voorzitter van het bureau binnen drie dagen toegezonden aan de vrederechter van het kanton.

Art. L4143-26. Elk bureaulid dat een register van de stemmers heeft bijgehouden, moet zijn exemplaar ondertekenen. De voorzitter ondertekent die registers op zijn beurt.

Art. L4143-27. Het bureau stelt vast en vermeldt in het proces-verbaal : 1° hoeveel kiezers aan de stemming hebben deelgenomen;2° hoeveel stembiljetten teruggenomen zijn ter uitvoering van artikel L4143-22, § 1, 5° en 6°, van dit Wetboek;3° hoeveel biljetten ongebruikt gebleven zijn;4° het aantal berekend door van het aantal biljetten vermeld in het proces-verbaal overeenkomstig artikel L4143-7 § 2, de in 2° en 3° vermelde biljetten af te trekken.Dit aantal moet overeenstemmen met 1°.

Art. L4143-28. § 1. De volgende stukken worden door het bureau in aparte omslagen gestoken : 1° teruggenomen stembiljetten;2° ongebruikte stembiljetten;3° het proces-verbaal, ondertekend door de leden van het stembureau en de getuigen, wordt in omslag C gesloten;een kopie van het proces-verbaal, medeondertekend door de voorzitter van het bureau, wordt gesloten in omslagen P en S; 4° de registers van de stemmers en het in artikel L4143-7, § 3, bedoelde model worden gesloten in omslag C. § 2. Op de omslagen staan in goed zichtbare letters de volgende aanwijzingen : 1° de inhoud;2° de datum van de verkiezing;3° de naam van de gemeente;4° de naam van het district;5° de aanwijzing : "Stembureau nr.», gevolgd door het nummer van het stembureau.

De verzegelde omslagen worden onmiddellijk overhandigd aan de voorzitter van het stembureau. § 3. Elke voorzitter van een stembureau, vergezeld van een bijzitter van zijn keuze, maakt enerzijds de gemeentestembus alsook de omslagen "C" over aan de voorzitter van het gemeentelijke stemopnemingsbureau en anderzijds de provinciestembus en de omslagen "P" aan de voorzitter van het provinciale stemopnemingsbureau. De getuigen mogen de voorzitter vergezellen bij de uitvoering van die taak.

De teruggenomen stembiljetten bedoeld in § 1, 1°, worden aan de gouverneur doorgezonden. § 4. Een ontvangstbewijs van de overeenkomstig de vorige paragraaf overgedragen documenten wordt afgegeven aan de voorzitter. Afschrift van het ontvangstbewijs wordt door deze via de snelste weg aan de Provinciegouverneur overgemaakt. HOOFDSTUK IV. - Stemopneming Afdeling 1. - Samenstelling van het stemopnemingsbureau

Art. L4144-1. Het gemeentecollege bezorgt elke voorzitter van een stemopnemingsbureau uiterlijk daags vóór de verkiezingen de omslagen noodzakelijk voor het overmaken van de in artikel L4144-10 vastgestelde documenten.

De omslagen waarin de stembiljetten of stukken voor de verkiezingen moeten worden gesloten, zijn van dezelfde kleur als die biljetten of dragen als opschrift een letter van drie centimeter hoog : C voor gemeenteraadsverkiezingen, P voor provincieraadsverkiezingen, S voor sectorraadsverkiezingen.

Art. L4144-2. § 1. Het stemopnemingsbureau moet ten laatste om 14 uur samengesteld zijn volgens de in artikel L4143-5 vastgestelde modaliteiten. § 2. De eedaflegging geschiedt volgens de in artikel L4143-6 vastgestelde modaliteiten. § 3. Ingeval de aangewezen voorzitter ou een bureaulid op het ogenblik van de verrichtingen verhinderd of afwezig is, zorgt het bureau voor de nodige aanvulling. Indien de leden van het stembureau het oneens zijn over de keus, beslist de stem van het oudste lid. Hiervan wordt melding gemaakt in het proces-verbaal. Afdeling 2. - Verloop van de stemopneming

Art. L4144-3. Het stemopnemingsbureau begint met de stemopneming zodra het alle voor hem bestemde stembussen ontvangen heeft.

Art. L4144-4. § 1. In de bureaus die met de stemopneming belast zijn, opent de voorzitter, in aanwezigheid van de leden van het bureau en van de getuigen, de stembussen en haalt er de stembiljetten uit die zij bevatten. § 2. Met behulp van een bureaulid telt hij de stembiljetten die zij bevatten, zonder ze open te vouwen.

Hij wijst de stembiljetten af die niet overeenstemmen met de verkiezing waarmee hij belast is.

Art. L4144-5. Het aantal uit elke stembus gehaalde stembiljetten dat overeenstemt met de verkiezing waarmee het bureau belast is, wordt opgenomen in het proces-verbaal.

De in artikel L4143-28 niet vermelde omslagen worden niet geopend.

Art. L4144-6. De voorzitter sluit in een verzegelde omslag de uit de stembussen gehaalde biljetten betreffende een andere verkiezing dan die waarmee hij belast is en maakt die onverwijld over aan het betrokken stemopnemingsbureau.

De in deze biljetten uitgedrukte stemmen worden door laatstgenoemde geboekt.

Elk bureau vermeldt die overdrachten van biljetten in zijn eigen proces-verbaal.

Art. L4144-7. § 1. De voorzitter en de bureauleden mengen alle door het bureau te onderzoeken stembiljetten dooreen, vouwen ze open en delen ze in de volgende categorieën in : 1° stembiljetten met geldige stemmen voor de eerste lijst of voor de kandidaten van deze lijst;2° hetzelfde voor de tweede lijst en in voorkomend geval voor de volgende lijsten;3° de ongeldige biljetten in de zin van artikel L4112-18 § 3;4° de betwiste biljetten in de zin van artikel L4112-18 § 5. § 2. Na deze eerste indeling worden de stembiljetten van elk van de categorieën voor de verschillende lijsten verder verdeeld in twee categorieën : 1. stembiljetten waarop bovenaan op een lijst is gestemd;2. stembiljetten waarop naast de naam van één of meerdere kandidaat-opvolgers is gestemd, zelfs als eveneens bovenaan op een lijst is gestemd. Art. L4144-8. § 1. Wanneer de indeling van de stembiljetten beëindigd is, worden deze zonder verandering van de indeling onderzocht door de andere leden van het bureau en de getuigen, die hun opmerkingen en bezwaren aan het bureau voorleggen.

De bezwaren, het advies van de getuigen en de beslissing van het bureau worden in het proces-verbaal opgenomen.

De betwiste biljetten en die waartegen bezwaar werd ingebracht worden geparafeerd door twee leden van het bureau en door één van de getuigen alvorens te worden gevoegd, na de beslissing van het bureau, bij de categorie waartoe ze behoren.

De ongeldig verklaarde, niet echter de blanco stembiljetten, worden ook door twee leden van het bureau en door één van de getuigen geparafeerd.

De stembiljetten van elke categorie worden achtereenvolgens door twee leden van het bureau geteld. § 2. Het bureau stelt bijgevolg vast : 1° hoeveel biljetten geldig zijn;2° hoeveel biljetten ongeldig zijn;3° voor elke lijst het totaalaantal biljetten met een lijststem, 4° voor elke lijst, het totaalaantal biljetten waarop gestemd is voor één of meer kandidaten van de lijst;5° voor elke kandidaat, het aantal behaalde stemmen. Al die getallen worden in het proces-verbaal opgenomen. § 3. Alle stembiljetten, per categorie ingedeeld, worden in afzonderlijke omslagen gesloten.

Art. L4144-9. Het proces-verbaal van de verrichtingen wordt staande de vergadering opgemaakt en door de leden van het bureau en de getuigen ondertekend.

De uitslagen van de stemopneming worden in het proces-verbaal vermeld in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel voorzien in artikel L4142-39.

Het bureau vult de tabel in met de datum van de verkiezing en de volgende melding : "Uitslag van de opneming der stembiljetten, ontvangen in de bureaus nrs...", gevolgd door de aanduiding van de nummers van de stembureaus.

De Regering kan beslissen dat het invoeren van de gegevens en overmaken van die tabel op de in artikel L4141-1, §§ 1 en 2, bedoelde wijze geschiedt.

Art. L4144-10. § 1. De volgende stukken worden door het bureau in aparte omslagen gestoken : 1° een dubbel van de stemopnemingstabel, ondertekend door het bureau en de getuigen en behoorlijk afgestempeld;2° het proces-verbaal. § 3. Op die omslagen, alsook op die bedoeld in artikel L4144-8, § 3, staan in goed zichtbare letters de volgende aanwijzingen : 1° de inhoud;2° de datum van de verkiezing;3° de naam van de gemeente;4° de naam van het district; 5° de aanwijzing : "Opneming der stembiljetten, ontvangen in de bureaus nrs...", gevolgd door de aanduiding van de nummers van de stembureaus.

Ze worden onmiddellijk verzegeld.

Art. L4144-11. § 1. De voorzitter van het stemopnemingsbureau gaat bij de voorzitter van het geemeente- of kantonbureau, volgens de stemming waarmee hij belast is, met het proces-verbaal en de tabel van de stemopneming.

In de gemeente, die hoofdplaats is van het kanton waar de provinciale stemopneming plaatsvindt in hetzelfde centrum als de gemeentelijke stemopneming, gaat de voorzitter van het gemeentelijke stemopnemingsbureau, met het proces-verbaal en de tabel van de stemopneming, bij de voorzitter van het gemeentelijke bureau en gaat de voorzitter van het provinciale stemopnemingsbureau, met de uit de provinciale stemming afkomstige gelijkaardige documenten, bij de voorzitter van het kantonbureau. § 2. Indien deze voorzitter vaststelt dat de tabel in orde is, stelt hij er zijn paraaf op. § 3. De voorzitter van het stemopnemingsbureau doet in het proces-verbaal aantekenen dat de tabel is overhandigd en in voorkomend geval welke verbeteringen erin zijn aangebracht. § 4. De voorzitter van het gemeentelijk bureau en die van het kantonbureau, elk voor de stemming die hem betreft, verlenen daarna machtiging tot de openbare bekendmaking van de in genoemde tabel vastgestelde uitslag door elke voorzitter van het stemopnemingsbureau.

Art. L4144-12. Wanneer, na verificatie, de voorzitter van het gemeente- of kantonbureau een abnormaal of buitengewoon aantal blanco of ongeldige biljetten ofwel onregelmatigheden vaststelt, verzoekt hij de voorzitter van het stemopnemingsbureau het oorspronkelijk proces-verbaal eerst door zijn bureau te doen aanvullen of verbeteren.

De voorzitter van het stemopnemingsbureau doet in het proces-verbaal aantekenen welke verbeteringen erin zijn aangebracht en maakt het over aan de geraadpleegde voorzitter die er zijn paraaf op stelt volgens de in het vorige lid vastgestelde modaliteiten.

Art. L4144-13. Na het afsluiten van de verrichtingen verzamelt de voorzitter van elk stemopnemingsbureau de in artikelen L4143-28 en L4144-10 bedoelde omslagen in één gesloten en verzegeld pak, dat hij overmaakt aan het gemeentelijk bureau of aan het hoofdkantonbureau, volgens de stemming.

Art. L4144-13. Bij de afsluiting van de verrichtingen bundelt de voorzitter van elk stemopnemingsbureau de omslagen bedoeld in de artikelen L4143-28 en L4144-10 samen in een gesloten en verzegeld pakje. Hij moet dan in functie van de stemming het pakje aan het gemeentelijk bureau of aan het kantonhoofdbureau overmaken. HOOFDSTUK V. - De telling van de stemmen Afdeling 1. - Inleidende verrichtingen

Art. L4145-1. De voorzitters van het gemeentelijk bureau en van het kantonbureau krijgen de stemopnemingstabellen die voor hen bestemd zijn in aanwezigheid van het bureau en van de getuigen. Ze geven er een ontvangstbewijs van aan de voorzitters van de stemopnemingsbureaus.

Art. L4145-2. § 1. het gemeentelijk bureau en het kantonbureau, elk voor de verkiezing die hen betreft, schrijven per stemopnemingsbureau, op de stemopnemingstabel voorzien in artikel L4142-39, de volgende gegevens : 1° het aantal stembiljetten die in elke stembus worden neergelegd;2° het aantal geldige stemmen;3° voor elke lijst, het aantal stemmen uitgebracht bovenaan de lijst;4° voor elke lijst, het aantal naamstemmen;5° voor elke kandidaat het aantal behaalde naamstemmen. § 2. De regering kan beslissen dat het invoeren van deze tabel via een software moet gebeuren overeenkomstig artikel L4141-1, § 1. § 3. Elk betrokken bureau begint onmiddellijk met deze opdracht zodra het bureau de tabel van het eerste stemopnemingsbureau krijgt.

Art. L4145-3. § 1. Het gemeentelijke bureau totaliseert voor geheel de gemeente en het kantonbureau voor geheel het kanton al de rubrieken opgenomen in de stemopnemingstabel.

Het stemcijfer van iedere lijst wordt ook door het bureau aangeduid.

Dit cijfer wordt bepaald door de optelling van de geldige stembiljetten op een lijst, zoals bepaald overeenkomstig artikel L4144-8, § 2. § 2. Wanneer een kandidaat vóór de dag van de verkiezing overlijdt, gaat het gemeentelijk of districtbureau tewerk, alsof deze kandidaat niet op de lijst gestaan had waarop hij zich kandidaat gesteld had. De overleden kandidaat mag niet verkozen verklaard worden en geen enkele van de stemmen die uitgebracht zijn ten gunste van de volgorde van voordracht wordt aan hem toegekend. Er wordt echter rekening gehouden met het aantal naamstemmen die hij behaald heeft om het stemcijfer te bepalen van de lijst waarop hij zich kandidaat gesteld had. § 3. Wanneer een kandidaat op de dag van de stemming of daarna overlijdt, maar voor de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen, gaat het gemeentelijk of het districtbureau tewerk alsof de betrokkene nog in leven was. Indien hij verkozen is, moet de eerste opvolger van dezelfde lijst in zijn plaats zitting hebben. § 4. De eerste opvolger van dezelfde lijst moet ook zitting hebben in de plaats van de verkozen kandidaat die na de openbare afkondiging van de verkiezingsuitslagen overlijdt.

Art. L4145-4. De voorzitter van het kantonbureau deelt aan de regering de resultaten mee die op de stemopnemingstabel van de provincieraadsverkiezingen worden overgedragen.

Daarna zendt hij de stemopnemingstabellen en de tussentijdse stemopnemingstabel in een aparte en verzegelde omslag, aan de voorzitter van het districtbureau die er een ontvangstbewijs van afgeeft.

De regering kan beslissen dat de overdracht bedoeld in de vorige leden digitaal gebeurt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2. Afdeling 2. - Telling door de kieskringbureaus

Art. L4145-5. § 1. In dit stadium kunnen de kieskringbureaus ieder voor de verkiezing die hen betreft, de verrichtingen voortzetten. § 2. Het gemeentelijke bureau voert de telling van de gemeenteraads- en sectorraadsverkiezingen uit volgens de modaliteiten bedoeld in de artikelen L4145-6, § 1, L4145-7 en 8, alsmede in de artikelen L4145-11 tot 15. § 3. Op grond van de stemopnemingstabellen hem overgemaakt door de kantonbureaus gaat het districtbureau verder met de telling van de provinciale verkiezingen. Hiervoor dient men een verschil te maken tussen : 1° het districtbureau waar geen gebruik is gemaakt van het in artikel L4142-34 toegestane recht om een lijstenverbinding aan te gaan, en dat voortzet volgens dezelfde modaliteiten als het gemeentelijk bureau;2° het districtbureau waar gebruik is gemaakt van het in artikel L4141-34 toegestane recht om een lijstenverbinding aan te gaan, en dat voortzet volgens dezelfde modaliteiten bepaald in de artikelen L4145-6, § 1, lid 2 en § 2 alsmede in de artikelen L4145-7 § 2, L4145-9, L4145-10 en afdeling 3 van dit hoofdstuk.Artikel L4145-15 is van toepassing onder voorbehoud van de afkondiging van de kandidaten.

Voor de verrichtingen bedoeld in de §§ 2 en 3 kan de regering beslissen dat ze geautomatiseerd gebeuren overeenkomstig artikel L4141-1, § 3. § 4. Op aanvraag van de voorzitter van het kieskringbureau stelt het gemeentecollege hem het personeel en het materieel ter beschikking dat hij nodig heeft voor het volbrengen van zijn opdracht. Hetzelfde college bepaalt de vergoeding die door de gemeente aan de als rekenaars aangewezen personen zal worden betaald. § 5. Er wordt niet geëist dat een lijst een bepaalde hoeveelheid van stemmen heeft bereikt om tot de zetelverdeling toegelaten te worden.

Art. L4145-6. § 1. Het gemeentelijk bureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 2, 3, 4, 5, enz. en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.

Het districtbureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5, enzovoort, en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn. § 2. Het tot een geheel getal vastgestelde laatste quotiënt dient als kiesdeler. § 3. In de districten bedoeld in L4145-5, § 3, 2, bepaalt het districtbureau de kiesdeler door het algemeen totaal van de geldige stembiljetten te delen door het getal van de in het district toe te kennen zetels.

Art. L 4145-7. § 1. De verdeling van de zetels over de lijsten geschiedt door aan iedere lijst zoveel zetels toe te kennen als haar stemcijfer quotiënten heeft opgeleverd, gelijk aan of hoger dan de kiesdeler. § 2. Het districtbureau bedoeld in artikel L4145-5, § 3, 2° deelt het stemcijfer van elke lijst door de kiesdeler. Het resultaat hiervan noemt men de kiesfractie. De tot een geheel getal vastgestelde kiesfractie komt overeen met het aantal zetels die door elke lijst is verworven.

Art. L4145-8. § 1.Het kieskringbureau vermeldt op de stemopnemingstabel de informatie betreffende de verdeling van de zetels over de lijsten. § 2. De stemcijfers van de tot de zetelverdeling toegelaten lijsten worden naast mekaar op een horizontale lijn opgeschreven en, onder elk cijfer, worden de tot een geheel getal vastgestelde quotiënten opgeschreven. § 3. Daarna onderstreept het bureau opeenvolgend de hoogste quotiënten tot beloop van het aantal mandaten die toegekend moeten worden.

Art. L4145-9. § 1. Als het laatste gerangschikte quotiënt, d.w.z. datgene dat de toekenning van de laatste zetel bepaalt, tegelijk op verschillende lijsten voorkomt, wordt er rekening gehouden met de decimale cijfers om deze zetel aan een lijst toe te kennen. § 2. Als het laatste gerangschikte quotiënt van meerdere lijsten absoluut dezelfde is, wordt de laatste zetel toegekend aan de lijst die het hoogste stemcijfer gehaald heeft. § 3. Als het in dit stadium niet mogelijk is om de laatste zetel aan een lijst toe te kennen, wordt er overgegaan tot de verrichtingen bedoeld in artikel L4145-11.

Art. L4145-10. § 1. Naast het aantal zetels die haar krachtens artikel L4145-7, § 2, worden toegekend, vermeldt het districtbureau bedoeld in L4145-5, § 3, 2°, voor elke lijst, het overschot aan niet-vertegenwoordigde stemmen.

Dit overschot is gelijk aan het stemcijfer van de lijst waaraan het product van de kiesfractie door de kiesdeler wordt onttrokken. § 2. Van deze verrichtingen maakt het bureau proces-verbaal op. Het proces-verbaal wordt door elk lid van het bureau en door de getuigen ondertekend. § 3. Het bureau stuurt een exemplaar van dit proces-verbaal aan het centraal bureau van het arrondissement via de snelste weg.

De regering kan beslissen dat de overdracht digitaal gebeurt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2.

Art. L4145-11. De verdeling van de kandidaten gebeurt met inachtneming van de volgende regels : 1. is er niet meer dan één gemeenteraadslid te verkiezen, dan wordt de kandidaat die de meeste stemmen heeft verkregen, gekozen verklaard. Bij gelijk stemmenaantal is de oudste gekozen; 2. wanneer het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan de lijst toekomt, zijn al die kandidaten gekozen;3. indien een lijst meer zetels verkrijgt dan zij kandidaten telt, worden de niet-toegekende zetels gevoegd bij die welke aan de andere lijsten toekomen;de verdeling over deze lijsten geschiedt door voortzetting van de in het eerste lid omschreven bewerking, zodat voor ieder nieuw quotiënt een zetel wordt toegekend aan de lijst waartoe het behoort; 4. als bij de verdeling tussen de lijsten, de laatste zetel niet kan worden gerangschikt overeenkomstig artikel L4145-9, § 3, wordt hij toegekend aan de betrokken kandidaat die de meeste naamstemmen heeft verkregen of, subsidiair, de oudste in jaren is;5. indien het aantal kandidaten van een lijst hoger ligt dan het aantal zetels die haar toekomen, dan worden de zetels toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald.Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend.

Art. L4145-12. § 1. Alvorens de gekozene aan te wijzen, kent het kieskringbureau aan de kandidaten individueel de helft van het aantal stemmen toe te gunste van de volgorde van voordracht.

Deze helft wordt vastgelegd door het product van de vermenigvuldiging van het aantal stembiljetten met een lijststem zoals bedoeld in artikel L4144-8, § 2, en het aantal door deze lijst behaalde zetels, te delen door twee. Het resultaat van deze tot een geheel getal vastgestelde bewerking, is het bedrag van de overgang. § 2. Het kieskringbureau berekent het verkiesbaarheidscijfer als volgt : 1° het vermenigvuldigt het stemcijfer van de lijst door het aantal zetels die aan deze lijst worden toegekend;2° het deelt dit product door het aantal zetels die aan de lijst worden toegekend, vermeerderd met een eenheid.Het eindresultaat wordt, indien er decimalen zijn, afgerond naar de onmiddellijk hogere eenheid.

Art. L4145-13. Om het aantal stemmen die aan een kandidaat toekomen te bepalen, wordt het bedrag van de overdracht toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, voor wat nodig is om het verkiesbaarheidscijfer dat specifiek is voor elke lijst te bereiken. Is er een overschot, dan wordt het op gelijkaardige wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde en zo verder, totdat het bedrag van de overdracht volledig uitgedeeld is.

Art. L4145-14. Voor elke lijst waarop één of meer kandidaten gekozen zijn overeenkomstig artikel L4145-11, worden de niet gekozen kandidaten die het grootste aantal stemmen hebben behaald, of bij gelijk stemmenaantal, in de volgorde van inschrijving op het stembiljet, eerste, tweede derde, enz. opvolger verklaard. Bij deze verrichting wordt geen rekening gehouden met de stemmen ten gunste van de volgorde van voordracht zoals bepaald in artikel L4145-12.

Art. L4145-15. Het resultaat van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die als gemeente-, provincie- en sectorraadslid verkozen zijn, alsmede hun plaatsvervangers, wordt publiekelijk bekendgemaakt door de voorzitter van het kieskringbureau.

Art. L4145-16. § 1. Onmiddellijk na deze bekendmaking wordt de inhoud ervan door de voorzitter van het kieskringbureau aan de regering overgemaakt.

De regering kan beslissen dat de overdracht digitaal gebeurt overeenkomstig artikel L4141-1, § 2. § 2.Van deze verrichtingen maakt het kieskringbureau een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal wordt door elk lid van het bureau en door de getuigen ondertekend. § 3.Voor de gemeenteraadsverkiezingen stuurt de voorzitter van het gemeentelijk bureau binnen drie dagen het proces-verbaal naar de provinciegouverneur, samen met de stembiljetten, de stemopnemingstabellen, de omslagen bedoeld in artikel L4144-8, § 3, en de akten van voordracht en van bewilliging van de kandidaten, alsook de aanwijzing van de getuigen.

Een dubbel van het proces-verbaal van het gemeentelijke bureau, door de leden voor eensluidend verklaard, wordt op de gemeentesecretarie voor eenieder ter inzage gelegd. § 4. Voor de provincieraadsverkiezingen worden de documenten vermeld in de vorige paragraaf onmiddellijk door de voorzitter van het districtbureau ter griffie van de rechtbank van de hoofdplaats van de kieskring neergelegd. Zij blijven er berusten tot de tweede dag na de geldigverklaring van de verkiezing. De provincieraadsleden kunnen zich deze stukken doen overleggen, indien zij het nodig achten. § 5. Op het pak dat deze stukken voor elke verkiezing bevat, worden de datum van de verkiezing, de naam van de gemeente en van het district vermeld. § 6. De gemeentesecretaris en de provinciegriffier sturen elk voor de verkiezing die hen betreft, uittreksels van het proces-verbaal van de stemopneming van de verkiezing. Afdeling 3. - Telling in geval van apparentering

Art. L4145-17. § 1. In geval van apparentering komt het centraal arrondissementsbureau daags nadien om dertien uur samen om over te gaan tot de aanvullende verdeling van de zetels, alsmede de bepaling van de districten waarin de verschillende lijsten deze zetels behalen en de aanwijzing van de verkozen kandidaten. § 2. Op de apparenteringstabel vastgelegd door de regering vermeldt het bureau voor elke groep en voor elke geïsoleerde lijst bedoeld in artikel L4145-18, § 2, lid 2, de volgende gegevens : 1° de naam van de districten van het arrondissement;2° het stemcijfer van elke lijst die toegelaten wordt in één van de districten met aanvullende verdeling;3° het aantal reeds verworven zetels in elke district van het arrondissement door de groepen en de alleenstaande lijsten overeenkomstig artikel L4145-7, § 2;4° het overschot aan niet vertegenwoordigde stemmen, ingeschreven in de processen-verbaal van de bovenbedoelde districten;5° het aantal aanvullende zetels die in elk district moeten verdeeld worden. § 3. Het gaat onverwijld de apparenteringstabel aanvullen zodra het de opnemingstabel van het eerste districtbureau ontvangt. § 4. Indien het werk opgeschort is ten gevolge van een vertraging in de ontvangst van één of meer processen-verbaal van de districtbureaus, kan de vergadering tijdelijk onderbroken worden. Zij wordt dezelfde dag of zo nodig de volgende dag hervat op het uur waarop de ontbrekende stukken worden verwacht. § 5 - De regering kan beslissen dat het invoeren van deze tabel via een software moet gebeuren overeenkomstig artikel L4141-1, § 1.

Art. L4145-18. § 1. Als het in het bezit is van het proces-verbaal van elk district van het arrondissement en de tabel behoorlijk ingevuld is, stelt het bureau het stemcijfer van iedere groep vast door optelling van de stemcijfers van de lijsten die er deel van uitmaken.

De andere lijsten behouden hun stemcijfer. § 2. Worden tot de aanvullende verdeling toegelaten, alle verbonden lijsten die in een district een aantal stemmen hebben verkregen dat gelijk is aan of hoger is dan zesenzestig ten honderd van de kiesdeler, vastgesteld overeenkomstig artikel L4145-6, § 2.

Lijsten die alleen maar in een district van het arrondissement kandidaten voordragen en die het aantal stemmen bedoeld in het vorig lid niet halen, nemen ook deel aan de zetelverdeling. Het zijn alleenstaande lijsten. § 3. Het stemcijfer van het arrondissement is het cijfer dat behaald wordt door elke groep van verbonden lijsten van het arrondissement, door een optelling van de stemcijfers behaald in elke district waar lijsten van deze groep werden voorgedragen.

Art. L4145-19. § 1. Het bureau deelt achtereenvolgens de stemcijfers van het arrondissement met inachtneming van de volgende regels : 1° voor elke groep van verbonden lijsten wordt het stemcijfer van het arrondissement een eerste keer gedeeld door het aantal reeds verworven zetels, vermeerderd met een eenheid;2° als er nog aanvullende zetels verdeeld moeten worden, wordt de in 1° gebruikte deler voor elke lijstengroep waaraan een eenheid wordt toegevoegd, opnieuw gebruikt, en wordt het stemcijfer van het arrondissement door dit resultaat gedeeld.Het quotiënt in stemmen van het arrondissement wordt zo verkregen; 3° er wordt op die manier tewerk gegaan zoveel keer als er aanvullende zetels moeten toegekend worden. § 2. Het bureau rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid totdat een aantal quotiënten gelijk aan het aantal te verdelen aanvullende zetels is bereikt. Elk in aanmerking komend quotiënt brengt de toekenning mee van een aanvullende zetel aan de betrokken groep of lijst.

Art. L4145-20. § 1. Het bureau wijst vervolgens de districten aan waar de alleenstaande lijsten toegelaten tot de verdeling en de verbonden lijsten de hun toekomende aanvullende zetel of zetels zullen verkrijgen.

Voor de alleenstaande lijsten komt de aanwijzing van de aanvullende zetel vóór de andere lijsten in het district waar ze zich kandidaat hebben gesteld, en wel te beginnen met de lijsten die de hoogste in aanmerking komende quotiënten hebben. § 2. Elke groep van verbonden lijsten krijgt de aanvullende zetels die hem toekomen in de districten waar hij het hoogste overschot aan stemmen heeft behaald.

Elke aanvullende zetel die zo verkregen is, wordt toegekend aan elke verbonden lijst, in de volgorde van het verkiesbaarheidscijfer van deze lijsten dat overeenkomstig artikel L4145-12, § 2 verkregen wordt. § 3. Als elke lijst van een groep een zetel gekregen heeft en er nog zetels aan deze groep moeten toegekend worden, wordt de verdeling overeenkomstig § 2 voortgezet. § 4. Als elke zetel van een district reeds toegekend is, wordt voor de toekenning van de aanvullende zetel het district in beschouwing genomen waar er nog zetels toegekend moeten worden en waar de betrokken groep het overschot heeft gekregen dat juist lager is. § 5 -Als reeds is voorzien in elke aanvullende zetel die aan een groep toekomt, zijn de nog niet toegekende zetels die hem hadden kunnen toekomen verdeeld tussen de andere lijsten van éénzelfde district in de volgorde van het quotiënt in stemmen van het arrondissement. § 6. Voor de verrichtingen bedoeld in de artikelen L4145-18 tot 21, kan de regering beslissen dat ze geautomatiseerd gebeuren overeenkomstig artikel L4141-1, § 3.

Artikel L4145-21. Eens de verdeling tussen de lijsten voorbij is, hervat het centraal arrondissementsbureau dat als kieskringbureau werkt, de verrichtingen omschreven in de artikelen L4145-11 tot 15 en in artikel L4145-16, § 1, 2 en 4.

De documenten vermeld in artikel L4145-16, § 4, worden ter griffie van de rechtbank van de hoofdplaats van het arrondissement neergelegd. Afdeling 4. - Sancties i.v.m. de stemming, de stemopneming en de

verschillende kiesverrichtingen Onderafdeling 1. - Sancties betreffende de stemverplichting Art. L4145-22. § 1. Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording, aan de vrederechter doen kennen. § 2. Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan de stemming te kunnen deelnemen.

Art. L4145-23. Er wordt geen vervolging ingesteld wanneer deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter, in overeenstemming met de procureur des Konings.

Art. L4145-24. Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van de gekozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en wier verschoning niet is aangenomen.

Deze kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank, die, het openbaar ministerie gehoord, beslist zonder mogelijkheid van hoger beroep.

Art. L4145-25. § 1. Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naar gelang van de omstandigheden gestraft met een berisping of met een geldboete van vijf tot tien euro.

Bij herhaling is de geldboete tien euro tot vijfentwintig euro.

Vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken. § 2. Onverminderd de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, indien de niet gewettigde onthouding ten minste vier maal voorkomt binnen vijftien jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid. § 3. Voor de toepassing van dit artikel is het afwezig zijn van een verkiezing volgend op het afwezig zijn van een andere verkiezing en andersom geen herhaling van de overtreding. § 4. In de gevallen van dit artikel kan geen uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf worden verleend. § 5. Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden gedaan bij eenvoudige verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis.

Onderafdeling 2. - Sancties betreffende de inbreuk op het stemrecht en op het stemgeheim Art. L4145-26. § 1. Onder inbreuk op het stemrecht wordt verstaan, het feit om een kiezer tot stemonthouding over te halen of op zijn stemming invloed uit te oefenen, zich jegens hem schuldig maken aan feitelijkheden, gewelddaden of bedreigingen, of hem doen vrezen voor het verlies van zijn betrekking of voor een nadeel in zijn persoon, zijn familie of zijn vermogen. § 2. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro of met slechts één van die straffen wordt gestraft degene die een dergelijke inbreuk begaan heeft.

Art. L4145-27. Hij die op de dag van de stemming wanorde veroorzaakt hetzij door een herkenningsteken te aanvaarden, te dragen of te vertonen, hetzij op enige andere wijze, wordt gestraft met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.

Art. L4145-28. Iedere voorzitter, bijzitter of secretaris van een bureau en iedere getuige, die het geheim van de stemming kenbaar maakt, wordt gestraft met een geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro.

Onderafdeling 3. - Sanctie betreffende de kiesomkoping Art. L4145-29. § 1. Ressorteren onder de kiesomkoping, de volgende handelingen en feiten die rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitgevoerd, hetzij om een stem of een onthouding, of een volmacht bedoeld in artikel L4133-1, § 1, te verkrijgen of door de omschreven voordelen te doen afhangen van het resultaat van de verkiezing : 1° geld, waarden, voordelen of steunverlening, geven, aanbieden of beloven, zelfs onder de vorm van een weddenschap;2° openbare of privé-betrekkingen aanbieden of beloven. § 2. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van vijftig tot vijfhonderd euro of met slechts één van die straffen wordt gestraft degene die van kiesomkoping schuldig wordt bevonden.

Krijgen dezelfde straffen degene die de giften, aanbod of beloftes hebben aanvaard.

Art. L4145-30. § 1. Ressorteren ook onder de kiesomkoping de volgende handelingen en feiten : 1° onder het mom van verblijfs- of reiskosten, een geldsom of waarden geven, aanbieden of beloven aan de kiezers;2° tijdens de verkiezingen, eetwaren of dranken aan de kiezers geven, aanbieden of beloven. § 2. Hij die één van deze handelingen heeft uitgevoerd, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Dezelfde straf wordt opgelegd aan de kiezer die giften, aanbiedingen of beloftes heeft aanvaard. § 3. Als dader van de wanbedrijven, in de §§ 1 en 2 omschreven, wordt gestraft hij die geld geeft om ze te plegen, wetend waarvoor het moet dienen, of opdracht geeft om in zijn naam het aanbod, de belofte of de bedreiging te doen. § 4. Indien de schuldige een openbaar ambtenaar is, wordt het maximum van de straf uitgesproken en kunnen de gevangenisstraf en de geldboete verdubbeld worden. § 5. Herbergiers, drankslijters of andere handelaars zijn niet ontvankelijk om in rechte betaling te vorderen van verbruikskosten die ter gelegenheid van de verkiezing gemaakt zijn.

Art. L4145-31. § 1. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft ieder lid of bediende van een openbare of gesubsidieerde instelling met sociaal voorwerp, die aan één of meer behoeftigen, al dan niet rechtstreeks, blijvende, tijdelijke of buitengewone steun aanbiedt, belooft of geeft onder voorwaarde van stemverlening of stemonthouding. § 2. Hetzelfde geldt voor de voormelde leden of bedienden die enige steunverlening ontzeggen of schorsen omdat de behoeftige weigert op zijn stemming invloed te laten uitoefenen of zich van stemming te onthouden. § 3. Hij die, onder bedreiging in een bepaalde zin te stemmen, steun of steunverhoging vraagt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.

Onderafdeling 4. - Sancties betreffende de kiesomkoping Art. L4145-32. § 1. Ressorteren onder de kiesomkoping de volgende handelingen en feiten die tijdens de stemming of de stemopneming door een lid van het kiesbureau worden uitgevoerd : 1° bedrieglijke verandering, wegneming of bijvoeging van stembiljetten;2° wetens minder of meer stembiljetten of stemmen aantekenen dan hij werkelijk te tellen heeft gekregen. § 2. Met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro wordt gestraft ieder die één van deze wanbedrijven begaan heeft. § 3. De getuige die schuldig is aan de in de vorige paragraaf omschreven feiten, is strafbaar met dezelfde straf. § 4. Iedere andere persoon die schuldig is aan de in het vorige lid omschreven feiten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro. § 5. Van de feiten wordt onmiddellijk melding gemaakt in het proces-verbaal.

Art. L4145-33. Namaak van stembiljetten wordt gestraft als valsheid in openbare geschriften.

Onderafdeling 5. - Sancties betreffende de verzameling van de stemmen Art. L4145-34. § 1. De volgende feiten begaan door een kiezer ressorteren onder de verzameling van de stemmen : 1° stemmen of zich ter stemming aanmelden onder de naam van een andere kiezer, buiten de gevallen bepaald in artikel L4132-1, § 1;2° één of meer stembiljetten wegnemen of achterhouden. § 2. Met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft hij die één van deze wanbedrijven begaan heeft.

Art. L4145-35. § 1. De volgende feiten begaan door een kiezer ressorteren ook onder de verzameling van de stemmen : 1° op grond van artikel L4132-1, § 1, volmacht geven terwijl de desbetreffende voorwaarden niet vervuld zijn;2° hij die volmacht heeft gegeven en zijn volmachthouder heeft laten stemmen, ondanks het feit dat de voorwaarden bedoeld in artikel L4132-1, § 1, op het ogenblik van de stemming, niet vervuld zijn;3° hij die wetens in naam van zijn volmachtgever heeft gestemd terwijl deze overleden was of zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;4° meer dan één volmacht aannemen of geven op grond van artikel L4132-1, § 1. § 2. Met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft hij die één van deze wanbedrijven begaan heeft.

Art. L4145-36. § 1. De volgende feiten begaan door een kiezer ressorteren onder de verzameling van de stemmen : 1° in een kieslokaal stemmen met schending van de artikelen L4121-2 en 3;2° op dezelfde dag achtereenvolgens in twee of meer stemlokalen van dezelfde gemeente of in verschillende gemeenten stemmen, ook al is hij ingeschreven in de kiesregisters van die verschillende gemeenten of lokalen. § 2. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro wordt gestraft hij die één van deze wanbedrijven begaan heeft.

Onderafdeling 6 - Sancties betreffende het geweld Art. L4145-37. Zij die door samenscholing, geweld of bedreiging één of meer burgers beletten hun politieke rechten uit te oefenen, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.

Art. L4145-38. Hij die personen, zelfs ongewapende, aanwerft, bijeenbrengt of opstelt derwijze dat de kiezers vrees wordt aangejaagd of de orde verstoord, wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één maand en met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.

Zij die wetens van aldus ingerichte benden of groepen deel uitmaken, worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

Art. L4145-39. Zij die met geweld binnendringen of pogen binnen te dringen in een kiesgebouw om de kiesverrichtingen te belemmeren, worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro.

Indien de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met een gevangenisstraf van één jaar tot drie jaar en met een geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro.

Art. L4145-40. Leden van een kiesafdeling die zich gedurende de vergadering schuldig maken aan smaad of geweld, hetzij tegen het stembureau, hetzij tegen één van de leden ervan, tegen één van de getuigen, of die door feitelijkheden of hetzij bedreigingen de kiesverrichtingen vertragen of verhinderen, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot één jaar en met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.

Indien de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.

Art. L4145-41. Indien bij de feiten omschreven in de artikelen L4145-38 tot 40 de stemming wordt geschonden, dan wordt het maximum van die straffen bedoeld in deze artikelen uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.

Indien de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft met een opsluiting van vijf jaar tot tien jaar en met een geldboete van drieduizend euro tot vijfduizend euro.

Wanneer deze feiten gepleegd worden door ingerichte benden of groepen als bedoeld in artikel L4145-38, worden zij die de daarvan deel uitmakende personen aangeworven, bijeengebracht of opgesteld hebben, gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot één jaar en met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.

Art. L4145-42. Als daders worden gestraft zij die hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, hetzij door woorden of kreten in openbare bijeenkomsten of plaatsen, hetzij door aangeplakte plakkaten, hetzij door al dan niet gedrukte geschriften die verkocht of rondgedeeld zijn, het plegen van de in de artikelen L4145-38 tot 40 omschreven feiten rechtstreeks hebben uitgelokt.

Is de uitlokking zonder gevolg gebleven, dan worden zij gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.

Onderafdeling 7. - Verscheidene bepalingen Art. L4145-43. De vervolging van de bij dit Wetboek omschreven misdaden en wanbedrijven, alsmede de burgerlijke rechtsvordering, verjaren door verloop van zes volle maanden vanaf de dag waarop de misdaden en wanbedrijven zijn gepleegd.

Art. L4145-44. Bij samenloop van één of meer van deze omschreven wanbedrijven, worden de straffen gecumuleerd zonder dat evenwel het dubbele van het maximum van de hoogste straf overschreden mag worden.

Art. L4145-45. Wanneer verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kunnen de rechtbanken de straf van opsluiting door een gevangenisstraf van minstens drie maanden vervangen en de gevangenisstraf tot beneden acht dagen, de geldboete tot beneden zesentwintig euro verminderen.

Zij kunnen één van die straffen afzonderlijk uitspreken, zonder dat deze echter lager mag zijn dan een politiestraf.

Art. L4145-46. Het is aan de ambtenaar die de klacht ontvangt, verboden het ontvangstbewijs dat hij aan de eiser overmaakt, te antidateren op straffe van gevangenis van één maand tot twee jaar. HOOFDSTUK VI. - Sluiting van de kiesverrichtingen en geldigverklaring Afdeling 1. - Sluiting van de kiesverrichtingen

Art. L4146-1. De documenten vermeld in artikel L4145-16 worden binnen vijf dagen die volgen op de datum van de verkiezing aan de provinciegriffier toegezonden.

De provincieraad kan, indien hij het nodig acht, overlegging bevelen van deze stukken.

Art. L4146-2. De niet-gebruikte biljetten worden onmiddellijk toegezonden aan de provinciegouverneur, die het getal ervan vaststelt.

Art. L4146-3. De provinciegouverneur houdt de niet-ontzegelde omslagen met de registers van de stemmers ter beschikking van de onderscheiden vrederechters die bevoegd zijn voor de toepassing van de artikelen L4145-22 tot 25.

De omslagen met de stembiljetten, behalve die met de niet-gebruikte, mogen alleen worden geopend door het provinciecollege, aan wie alle stukken van de verkiezing worden bezorgd. Afdeling 2. - Geldigverklaring en beroep tegen de verkiezingen

Onderafdeling 1. - De verkiezingen van de gemeenteraden Art. L4146-4. Onverminderd de bepalingen van afdeling 3 van dit hoofdstuk betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de gemeenteraads- en sectorraadsverkiezingen is de uitslag van de verkiezing, zoals hij door het gemeentelijke bureau is afgekondigd, definitief vijfenveertig dagen na de dag van de verkiezingen.

Art. L4146-5. Het provinciecollege doet uitspraak over de bezwaren en kan de verkiezing alleen ongeldig verklaren op grond van een bezwaar.

Alleen de kandidaten kunnen bezwaar indienen tegen de verkiezingen.

De gemeenteraads- en de sectorraadsverkiezingen kunnen zowel door het provinciecollege als door de Raad van State alleen ongeldig worden verklaard op grond van onregelmatigheden die de zetelverdeling tussen de onderscheiden lijsten kunnen beïnvloeden.

Art. L4146-6. Bij ontstentenis van bezwaren gaat het provinciecollege alleen de juistheid na van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden worden gekozen en de opvolgers worden verklaard. Zij wijzigt, in voorkomend geval, ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde.

Art. L4146-7. De nieuwgekozen gemeente- en sectorraadsleden aanvaarden hun ambt op de datum en volgens de modaliteiten bepaald bij artikel L1122-3, lid 3, van dit Wetboek.

Art. L4146-8. § 1. Elk bezwaar moet, op straffe van verval, schriftelijk worden ingediend binnen tien dagen te rekenen van de dagtekening van het proces-verbaal en de identiteit en de woonplaats van de bezwaarde vermelden.

Het wordt overhandigd aan de provinciegriffier of ter post aangetekend verzonden.

De ambtenaar aan wie het bezwaarschrift wordt overhandigd, is verplicht een ontvangstbewijs af te geven. § 2. Eenieder die een bezwaar heeft ingediend dat ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat het is ingediend met het oogmerk om te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 euro.

Art. L4146-9. Wanneer het een beslissing neemt met toepassing van de artikelen L4146-5 en 6, doet het provinciecollege uitspraak als administratief rechtscollege, ongeacht of bij het college bezwaar is ingediend of niet.

Art. L4146-10. De uiteenzetting van de zaak door een lid van het provinciecollege en de uitspraak van de beslissing geschieden in openbare vergadering. De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de naam van de verslaggever en de namen van de aanwezige leden, alles op straffe van nietigheid.

Art. L4146-11. De stembiljetten mogen alleen worden onderzocht wanneer de krachtens artikel L4134-1, § 3, aangewezen getuigen tegenwoordig of althans behoorlijk opgeroepen zijn; de omslagen die de stembiljetten bevatten, worden opnieuw verzegeld in hun bijzijn en door hun toedoen.

Art. L4146-12. § 1. Het provinciecollege doet uitspraak binnen dertig dagen na de indiening van het bezwaar. § 2. Onverminderd de bepalingen van afdeling 3 van dit hoofdstuk betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de gemeenteraads- en sectorraadsverkiezingen, indien binnen deze termijn geen uitspraak is gedaan, wordt het bezwaar als verworpen beschouwd en is de uitslag van de verkiezing, zoals hij door het gemeentelijke bureau is afgekondigd, definitief.

Art. L4146-13. Van de beslissing van het provinciecollege of het uitblijven van enige beslissing binnen de voorgeschreven termijn wordt door de provinciegriffier binnen drie dagen kennis gegeven aan de gemeente- of sectorraad naargelang het geval en, bij een ter post aangetekende brief, aan de bezwaarden.

Art. L4146-14. § 1. Indien de verkiezing ongeldig verklaard is, wordt bovendien de beslissing van het provinciecollege op dezelfde wijze meegedeeld aan de twee ondertekenende raadsleden bedoeld in artikel L4142-4, § 1, eerste lid, of aan de drie ondertekenaars bedoeld in artikel L4142-4, § 3. § 2. Van de beslissing waarbij het provinciecollege, al dan niet uitspraak doende op een bezwaar, de zetelverdeling onder de lijsten, de rangorde van de gekozen raadsleden of die van de opvolgers wijzigt, wordt, bovendien op dezelfde wijze, kennis gegeven aan de gekozen raadsleden, die hun hoedanigheid van gekozene verliezen, en aan de opvolgers, die hun rang van eerste of tweede opvolger verliezen. § 3. Van de beslissing van het provinciecollege waarbij de verkiezingen worden vernietigd of de zetelverdeling wordt gewijzigd, wordt tegelijkertijd aan de Eerste voorzitter van de Raad van State een voor eensluidend verklaard afschrift van de uitspraak, van het administratief dossier en van de procedurestukken toegestuurd.

Art. L4146-15. Degenen aan wie kennis moet worden gegeven van de beslissing van het provinciecollege kunnen binnen acht dagen na de kennisgeving beroep instellen bij de Raad van State. De Raad van State doet uitspraak binnen een termijn van zestig dagen. Het beroep bij de Raad van State is niet opschortend, behoudens wanneer het beroep gericht is tegen een beslissing van het provinciecollege die een vernietiging van de verkiezingen of een wijziging in de zetelverdeling inhoudt. Wanneer vóór de uitspraak van de Raad van State de regering de burgemeester van de betreffende gemeente benoemt, heeft deze benoeming uitwerking vanaf de betekening van het arrest van de Raad van State dat de verkiezingen niet vernietigt of de zetelverdeling niet wijzigt.

Het arrest van de Raad van State wordt door toedoen van de griffier onmiddellijk ter kennis gebracht van de provinciegouverneur en van de gemeente- of sectorraad, naargelang het geval.

Art. L4146-16. Het raadslid dat van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, wordt vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen.

Art. L4146-17. Bij gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring van de verkiezing maakt het gemeentecollege de lijst van de gemeenteraadskiezers op, op de dag van de kennisgeving van die beslissing aan de gemeenteraad; het college roept de kiezers op voor nieuwe verkiezingen te houden binnen vijftig dagen na die kennisgeving.

De precieze kalender van de kiesverrichtingen wordt door de Regering bepaald.

Onderafdeling 2. - Geldigverklaring van de verkiezingen van de provincieraden Art. L4146-18. Onverminderd de bepalingen van afdeling 3 van dit hoofdstuk betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de provincieraadsverkiezingen doet het provinciecollege uitspraak over de geldigheid van de verkiezingen van de provincieraadsverkiezingen; het college onderzoekt de geloofsbrieven van de raadsleden en opvolgers en beslist de geschillen die hieromtrent rijzen.

Art. L4146-19. Elk bezwaar tegen de verkiezing moet bij de provincieraad worden ingebracht vóór het onderzoek van de geloofsbrieven.

Art. L4146-20. Bij nietigverklaring van een verkiezing moeten alle verrichtingen, de voordracht van kandidaten inbegrepen, opnieuw plaatshebben.

Art. L4146-21. Wanneer evenwel bij de verkiezingen in verscheidene districten van een zelfde arrondissement de in artikel L4142-34 bedoelde lijstenverbinding heeft plaatsgehad en wanneer de gronden van nietigverklaring der verkiezing in één van de districten geen twijfel kunnen doen rijzen omtrent de nauwkeurigheid en de echtheid van de in de andere districten opgetekende uitslagen, dan kan de provincieraad de verkiezingen in deze districten geldig verklaren met betrekking tot de zetels, die bij de eerste verdeling zijn toegekend overeenkomstig artikel L4145-9 en voor de bij de tweede verdeling toegekende zetels, zijn beslissing aanhouden tot het tijdstip van het onderzoek van de geloofsbrieven na de nieuwe verkiezingen die moeten worden gehouden in het district waar de verkiezingsverrichtingen werden nietig verklaard.

De vorige verklaringen van lijstenvormingen die regelmatig gebeurd zijn, blijven gelden voor de nieuwe verkiezing voor de lijsten waarvan de samenstelling dezelfde gebleven is. Ze worden dus niet verlengd en er kunnen geen nieuwe toegelaten worden.

Bij de nieuwe verkiezing wordt het centraal arrondissementsbureau opnieuw in het bezit gesteld van de vroegere processen-verbaal, bedoeld in artikel L4145-10, § 3, ten einde de onder artikel L4145-17 tot 21 bepaalde verrichtingen te doen zowel met betrekking tot het district waar de nieuwe verkiezing heeft plaatsgehad als tot de districten waar aanvullende zetels toe te kennen blijven.

Art. L4146-22. De nieuwgekozen raadsleden aanvaarden hun ambt op de bijeenkomst tijdens welke hun geloofsbrieven worden onderzocht overeenkomstig artikel L4146-18 en na de eed te hebben afgelegd.

Onderafdeling 3. - Algemene bepalingen Art. L4146-23. Alle al dan niet geldige biljetten worden volgens de modaliteiten vastgelegd door de regering vernietigd nadat de verkiezing definitief geldig of ongeldig verklaard is.

De registers van de stemmers neergelegd ter griffie van de rechtbank worden overgemaakt aan de provinciegouverneur.

Ze worden vernietigd volgens de modaliteiten vastgelegd door de regering, samen met de registers van de stemmers waarover zij beschikt.

Art. L4146-24. Uiterlijk op 30 mei van het jaar dat volgt op de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen doet de regering verslag aan het parlement over deze verkiezingen.

Bij ongeldigverklaring van de verkiezing waarbij de hernieuwing van de verkiezingsprocedure vereist is, kan deze verkiezing het voorwerp uitmaken van een apart verslag indien zij na 1 mei zou plaatsvinden. Afdeling 3. - Regels eigen aan de controle van de verkiezingsuitgaven

Art. L4146-25. § 1. Het op artikel L4131-5 gegrond bezwaar moet op straffe van verval uiterlijk vijfenveertig dagen na de datum van de verkiezingen schriftelijk worden ingediend bij de Gewestelijke controlecommissie. Het bezwaar moet de identiteit en de woonplaats van de eiser vermelden.

Dat bezwaar wordt aan de griffier van de Gewestelijke controlecommissie overhandigd of bij een ter post aangetekende brief aan hem verstuurd.

De ambtenaar aan wie het bezwaarschrift wordt overhandigd, is verplicht een ontvangstbewijs af te geven.. § 2. Alleen kandidaten mogen dit bezwaar indienen.

Art. L4146-26. § 1. De Gewestelijke Controlecommissie doet onverwijld uitspraak over de krachtens artikel L4146-25 ingediende bezwaren.

De indiening van het bezwaarschrift schorst de installatie van het betrokken raadslid niet.

De uiteenzetting van de zaak door een lid van de Gewestelijke controlecommissie en de uitspraak van de beslissing geschieden in openbare vergadering. De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de naam van de verslaggever en de namen van de aanwezige leden, alles op straffe van nietigheid. § 2. De Gewestelijke controlecommissie kan alleen op grond van een bezwaar een verkozen kandidaat van zijn mandaat vervallen verklaren.

Art. L4146-27. § 1.De griffier van de Gewestelijke controlecommissie brengt de regering of diens afgevaardigde en de betrokken raad en, bij een ter post aangetekende brief, de kandidaat tegen wiens verkiezing bezwaar is ingediend alsmede de eisers onmiddellijk in kennis van de beslissing van de Gewestelijke controlecommissie. § 2. Degenen aan wie kennis moet worden gegeven van de beslissing van de Gewestelijke controlecommissie, kunnen binnen acht dagen na de kennisgeving beroep instellen bij de Raad van State. De Raad van State doet onverwijld uitspraak over het beroep.

Het beroep schorst de installatie van het betrokken raadslid niet. § 3. Het door de Raad van State uitgebrachte arrest wordt door toedoen van de griffier onmiddellijk ter kennis gebracht van de regering of diens afgevaardigde en de betrokken raad, alsmede van de kandidaat tegen wiens verkiezing bezwaar is ingediend en van de Gewestelijke Controlecommissie.

Art. L4146-28. Het raadslid dat door een beslissing van de Gewestelijke Controlecommissie of van de Raad van State van zijn mandaat vervallen wordt verklaard, wordt vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen, na onderzoek van zijn geloofsbrieven door de provincieraad. Hij voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

Art. L4146-29. § 1. Elk bezwaar ingebracht tegen de beslissing van de raad of tegen zijn weigering om de opvolger aan te stellen als gemeenteraadslid, wordt ingediend bij het provinciecollege.

Elk bezwaar van dezelfde aard betreffende provincieraadsleden wordt bij de regering ingediend. § 2. De overheid waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, moet uitspraak doen binnen dertig dagen, te rekenen van de dag waarop het bezwaarschrift is toegekomen.

Deze beslissing wordt ter kennis gebracht van de betrokken opvolger en in voorkomend geval van degenen die bij de bevoegde overheid bezwaren hebben ingediend. § 3. Zij kunnen bij de Raad van State beroep instellen binnen acht dagen na de kennisgeving. § 4. De gouverneur kan een beroep indienen bij de regering of diens afgevaardigde binnen acht dagen die volgen op de beslissing van het provinciecollege.

Art. L4146-30. § 1. Bij gebrek aan opvolgers wordt in één of meer vacatures in de raad voorzien. De verkiezing geschiedt volgens de bepalingen van de artikelen L4145-5 en volgende. § 2. Het nieuwe raadslid voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

TITEL V. - Bepalingen eigen aan Komen-Waasten HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. L4151-1. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op de verkiezing van de gemeentelijke en provinciale organen van Komen-Waasten.

Overeenkomstig artikel 6, § 1, VIII, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen., zoals gewijzigd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot overdracht van verscheidene bevoegdheden naar de Gewesten en de Gemeenschappen, zijn de bepalingen van deze titel echter van toepassing op die verkiezingen.

Art. L4151-2. Voor de toepassing van deze titel dient de verwijzing naar de provinciegouverneur vervangen te worden door een verwijzing naar de arrondissementscommissaris van Moeskroen. HOOFDSTUK II. - Rechtstreekse verkiezing van de schepenen Art. L4151-3. In afwijking van artikel L1123-8, en overeenkomstig artikel 15, § 2, van de nieuwe Gemeentewet, worden de schepenen van de gemeenten Komen-Waasten rechtstreeks verkozen door de gemeenteraadskiezers op de volgende manier : De overeenkomstig artikel L4145-6, § 1, vastgestelde quotiënten worden gerangschikt in de volgorde van hun belangrijkheid, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er schepenen te kiezen zijn.

De verdeling over de lijsten geschiedt door aan iedere lijst zoveel mandaten van schepenen toe te kennen als haar stemcijfer quotiënten heeft opgeleverd, gelijk aan of hoger dan het laatst gerangschikte quotiënt.

Indien een lijst meer mandaten van schepenen verkrijgt dan zij kandidaten telt, worden de niet-toegekende mandaten gevoegd bij die welke aan de overige lijsten toekomen; de verdeling over deze lijsten geschiedt door voortzetting van de in artikel L4145-6, § 1, omschreven bewerking, zodat voor ieder nieuw quotiënt een zetel wordt toegekend aan de lijst waartoe het behoort.

Het schepenmandaat wordt toegekend aan de kandidaten die tot raadslid verkozen zijn, in de volgorde van hun verkiezing.

De rang van de schepenen wordt bepaald door de volgorde waarin het mandaat wordt toegekend. HOOFDSTUK III. - Beroep Art. L4151-4. § 1. Overeenkomstig artikel 77bis van de gemeentekieswet, zijn de bepalingen van de artikelen L4146-4 tot L4146-17 en L4146-25 tot L4146-30 van overeenkomstige toepassing op de verkiezing van de schepenen bedoeld in artikel L4151-3, met dien verstande dat alleen de gemeenteraadsleden een bezwaar mogen indienen. § 2. In geval van geschil met betrekking tot de verkiezing van de raadsleden en van de schepenen van de gemeenten Komen-Waasten wordt de bevoegdheid van de bestendige deputatie van de provincieraad uitgeoefend door het college van provinciegouverneurs bedoeld in artikel 131bis van de provinciewet. »

Art. 3.De artikelen 8, 9, 10, 12, 13, lid 2, eerste volzin, 13bis en 14 tot en met 33 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn, worden opgeheven.

Art. 4.Het woord "district" betreffende de binnengemeentelijke territoriale organen wordt overal in het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie vervangen door "sector".

Art. 5.§ 1. In artikel 18 van het decreet van 8 december 2005 tot wijziging van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt 2° vervangen als volgt : "2° punt 5 van lid 1 wordt geschrapt;". § 2. In artikel L2212-74, § 1, sub artikel 36 van het decreet van 8 december 2005 tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt punt 11° geschrapt. § 3. In artikel 56, eerste lid, van het decreet van 8 december 2005 tot wijziging van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie worden de woorden "met inbegrip van artikel 28°" ingevoegd na de woorden "de verkiezingen".

Het vierde lid van hetzelfde artikel, luidend als volgt : "artikel L1123-8, § 1, lid 4 en lid 5, treedt in werking op 1 oktober 2012. » wordt vervangen als volgt : « Artikel L1123-8, § 1, lid 4 treedt in werking op 1 oktober 2012.» § 4. In artikel L4221-2, § 3, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt lid 3 vervangen door volgende tekst : « Nadat de kiezer een lijst heeft gekozen, toont het beeldscherm voor die lijst de naam en de voornaam van de kandidaten, voorafgegaan door een volgnummer ».

Art. 6.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel L4142-1, § 2, 7° dat op 1 januari 2007 in werking treedt.

Art. 7.Tot 8 oktober 2006 dient in boek I van het vierde deel van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie het volgende gelezen te worden "het college van burgemeester en schepenen" in plaats van "het gemeentecollege".

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 1 juni 2006.

De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën, Uitrusting en Patrimonium, M. DAERDEN De Minister van Vorming, Mevr. M. ARENA De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Economie, Tewerkstelling en Buitenlandse Handel, J.-C. MARCOURT De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. Ch. VIENNE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota (1) Zitting 2005-2006. Stukken van de Raad 357 (2005-2006), nrs. 1 à 55.

Volledig verslag, openbare vergadering van 24 mei 2006.

Bespreking. Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^