Etaamb.openjustice.be
Decreet van 01 maart 2019
gepubliceerd op 19 maart 2019

Decreet houdende de realisatie van kunstopdrachten voor gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoren

bron
vlaamse overheid
numac
2019040678
pub.
19/03/2019
prom.
01/03/2019
ELI
eli/decreet/2019/03/01/2019040678/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

1 MAART 2019. - Decreet houdende de realisatie van kunstopdrachten voor gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoren (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende de realisatie van kunstopdrachten voor gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoren

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder: 1° Kunst in Opdracht: de professionele omkadering ter ondersteuning van het proces dat een opdrachtgever start om een kunstopdracht te realiseren;2° kunstopdracht: de realisatie van een kunstwerk op verzoek van een opdrachtgever voor een specifieke context door een levende kunstenaar met een professionele kunstpraktijk.

Art. 3.§ 1. De rechtspersoon moet een bepaald percentage van de bouwkosten besteden aan de financiering van kunstopdrachten volgens de hiernavolgende schaal: 1° 1,5 % voor de schijf die lager is dan of gelijk is aan 1.000.000 euro; 2° 1 % voor de schijf die hoger is dan 1.000.000 euro en lager is dan of gelijk is aan 3.000.000 euro; 3° 0,5 % voor de schijf die hoger is dan 3.000.000 euro en lager is dan of gelijk is aan 100.000.000 euro; 4° 0,25 % voor de schijf die hoger is dan 100.000.000 euro.

Het eerste lid is van toepassing op: 1° iedere publieke rechtspersoon die geheel ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest een gebouw opricht, transformeert of herbestemt;2° iedere publieke of private rechtspersoon die vanaf een subsidie van 30 % van de bouwkost, in de vorm van een eenmalige of recurrente uitbetaling, ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest een gebouw opricht, transformeert of herbestemt, met uitzondering wanneer de kostprijs van de infrastructuur wordt verrekend aan de gebruiker;3° iedere publieke of private rechtspersoon die voor een langdurige terbeschikkingstelling van een gebouw dat in overleg met de rechtspersoon wordt opgericht, getransformeerd of herbestemd een vergoeding ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest ontvangt. In afwijking van het tweede lid geldt voor de beleidsdomeinen Onderwijs en Sport de verplichting van het eerste lid enkel voor gebouwen waar voor de oprichting, transformatie of herbestemming de onderwijsfunctie of sportfunctie niet aanwezig was.

Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de bouwkosten maximaal 500.000 euro bedragen. Het is eveneens niet van toepassing wanneer het gebouw enkel toegankelijk is voor overheidspersoneel of een louter privatief gebruik kent. § 2. Voor de berekening van de 30 % subsidie als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, worden de premies en subsidies die toegekend zijn volgens de onroerenderfgoedregelgeving, niet in rekening gebracht om het aandeel ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest te bepalen. § 3. De Vlaamse Regering kan in het kader van Kunst in Opdracht per sector in functie van de gehanteerde financierings- en subsidiemechanismen regels uitwerken om het kunstbudget vast te stellen.

Art. 4.Iedere rechtspersoon als vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, kan in het kader van een masterplan of meerjarenplan de middelen van afzonderlijke kunstopdrachten bundelen teneinde deze te besteden binnen een vooraf bepaalde termijn die uiterlijk afloopt als de uitvoering van het masterplan of meerjarenplan beëindigd is. In dat geval zullen deze rechtspersonen in de documenten verbonden aan de realisatie van een masterplan of meerjarenplan garanderen dat de gebundelde middelen besteed worden aan Kunst in Opdracht.

Art. 5.De kunstopdracht wordt specifiek voor de context, het publiek toegankelijk gebouw, de infrastructuur of de omgeving geconcipieerd.

Voor de start van de bouwwerken worden door iedere rechtspersoon als vermeld in artikel 3, § 1, tweede lid, de volgende elementen in het kader van Kunst in Opdracht in de documenten, verbonden aan het bouwproject, opgenomen: 1° het kunstbudget;2° de werkwijze en de samenwerkingsverbanden voor de kunstopdracht;3° de verwachtingen over de duurzame output op de locatie;4° de levenscyclus van het kunstwerk;5° de nazorg.

Art. 6.De Vlaamse Regering zorgt voor de expertiseopbouw, de kennis- en informatiedeling en de uitbouw van samenwerkingsverbanden voor de ondersteuning van de activiteiten op het vlak van Kunst in Opdracht.

Art. 7.Op de bedragen, vermeld in dit decreet, is de ABEX-index van toepassing.

Alle bedragen, vermeld in dit decreet, zijn exclusief de belasting over de toegevoegde waarde.

Art. 8.De volgende regelingen worden opgeheven: 1° het decreet van 23 december 1986 houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren, gewijzigd bij het decreet van 12 mei 1998;2° het decreet van 23 december 1986 houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot het Vlaams Gewest behoren, gewijzigd bij het decreet van 12 mei 1998.

Art. 9.Dit decreet is van toepassing op de bouwwerken waarvoor een aanvraag tot omgevingsvergunning is ingediend vanaf de datum van de inwerkingtreding ervan.

De decreten, vermeld in artikel 8, blijven van toepassing op de bouwwerken waarvoor de aanvraag tot bouwvergunning is ingediend vóór de datum van de inwerkingtreding van dit decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 1 maart 2019.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, S. GATZ _______ Nota (1) Zitting 2018-2019 Documenten: - Ontwerp van decreet : 1788 - Nr.1. - Amendement : 1788 - Nr. 2. - Verslag van de hoorzitting : 1788 - Nr. 3. - Verslag : 1788 - Nr. 4. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1788 - Nr. 5.

Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 20 februari 2019.

^