Decreet van 03 februari 2005
gepubliceerd op 25 februari 2005

Decreet betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2005027068
pub.
25/02/2005
prom.
03/02/2005
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

3 FEBRUARI 2005. - Decreet betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Afdeling 1. - Begripsomschrijving, doel en toepassingsgebied

Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet sommige aangelegenheden bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° « vormingsoperator » : de operator erkend overeenkomstig artikel 5 van dit decreet;2° « doelpubliek » : de personen bedoeld in artikel 4 van dit decreet.

Art. 3.§ 1. De vormingsoperatoren organiseren vormingsmodules om het doelpubliek te sensibiliseren voor en op te leiden tot de informatie- en communicatietechnologieën. § 2. Er bestaan drie vormingsmodules : 1° de eerste module beoogt de sensibilisering van het doelpubliek voor informatica en de ontdekking van het Internet.Deze module maakt vertrouwd met de bediening van de muis, het gebruik van het toetsenbord, de basisprincipes voor het surfen op Internet en de elektronische post; 2° de tweede module maakt het doelpubliek vertrouwd met de tekstverwerking, de basisfunctionaliteiten van het exploitatiesysteem (bestandenbeheerder) en beoogt het gevorderde gebruik van het Internet;3° de derde module beoogt de verankering van de vaardigheden van het doelpubliek inzake de opmaak van teksten en de initiatie tot het gebruik van een electronic worksheet. § 3. De Regering bepaalt het aantal uren van de vormingsmodules bedoeld in paragraaf 2.

Art. 4.§ 1. Elke persoon die op het grondgebied van het Franse taalgebied verblijft en die aan onderstaande voorwaarden voldoet, mag de opleiding volgen die gegeven wordt in het raam van één of verschillende vormingsmodules zoals bedoeld in artikel 3, § 2 : 1° in één van de volgende toestanden verkeren : a.hetzij ingeschreven zijn als niet-werkende werkzoekende; b. hetzij uitkeringsgerechtigde volledig werkloze zijn;c. hetzij in aanmerking komen voor het leefloon of maatschappelijke hulp;2° en a.hetzij hoogstens houder zijn van een diploma van het secundair technisch of beroepsonderwijs of van het lager algemeen secundair onderwijs; b. hetzij ouder zijn dan veertig jaar, zonder diplomavereiste. § 2. In afwijking van paragraaf 1 mogen de vormingsoperatoren tot maximum 20 % van het doelpubliek elke andere persoon aannemen die als werkzoekende ingeschreven staat. Afdeling 2. - Erkenning

Art. 5.§ 1. De opleiding die gegeven wordt in het raam van de vormingsmodules zoals bedoeld in artikel 3, § 2, wordt aangeboden door de vormingsoperatoren die de Regering erkent na advies van het opvolgingscomité. § 2. Om erkend te worden, moet de vormingsoperator de volgende voorwaarden vervullen : 1° minstens één activiteitenzetel (de hoofdzetel) is gevestigd op het grondgebied van het Franse taalgebied;2° hij beschikt over de technische en pedagogische middelen die de Regering bepaalt;3° hij legt een project tot organisatie van vormingsmodules voor in overeenstemming met de inhoud van de modules bedoeld in artikel 3, § 2. § 3. De erkenning wordt verleend voor een periode van drie jaar, behalve als ze vóór de verstrijkdatum ingetrokken wordt.

Art. 6.§ 1. De erkenningsaanvraag wordt gericht aan de bevoegde dienst die de Regering aanwijst. Ze wordt uiterlijk drie maanden vóór de verstrijkdatum van de vorige erkenning ingediend. § 2. De erkenning wordt verleend voor een periode van drie jaar. De Regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, alsook de hernieuwings-, opschortings- of intrekkingsmodaliteiten ervan. Afdeling 3. - Opvolgingscomité

Art. 7.De Regering richt een opvolgingscomité op dat belast wordt met de volgende opdrachten : 1° advies uitbrengen over de aanvraag om erkenning van de kandidaten-vormingsoperatoren op basis van het technisch advies van de administratie en van het pedagogisch advies van een door de Regering aangewezen deskundige;2° de door de vormingsoperatoren ondernomen acties superviseren;3° de weerslag van de vormingsmodules jaarlijks evalueren op grond van een activiteitenrapport dat jaarlijks uiterlijk 1 november door elke erkende operator opgesteld wordt;4° aanpassingen voorstellen en advies geven over de uitvoering van dit decreet;5° jaarlijks zorgen voor de verdeling van de opleidingsuren onder de operatoren;6° de Regering voorstellen de erkenning in te trekken als de bij artikel 5, § 2, van dit decreet bepaalde voorwaarden niet meer vervuld zijn.

Art. 8.De Regering bepaalt de samenstelling van het opvolgingscomité en de werkingsmodaliteiten ervan. Afdeling 4. - Subsidies

Art. 9.De Regering kan de erkende vormingsoperatoren onder de voorwaarden van dit decreet een subsidie verlenen ter dekking van de kosten voor de opleiding van het doelpubliek.

Art. 10.§ 1. Elke erkende vormingsoperator kan per opleidingsuur en per onder het doelpubliek ressorterende persoon in aanmerking komen voor een subsidie waarvan het bedrag door de Regering bepaald wordt. § 2. Er worden specifieke subsidies toegekend aan de mobiele operatoren en voor sensibiliserings- en promotieacties. § 3. De Regering bepaalt jaarlijks het maximumaantal uren dat door een vormingsoperator gepresteerd mag worden. § 4. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning en de betaling van de subsidie. Afdeling 5. - Controle

Art. 11.§ 1. Elke erkende operator bezorgt het in artikel 7 bedoelde opvolgingscomité jaarlijks uiterlijk 1 november volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten een rapport bevattende : 1° een activiteitenoverzicht;2° de omschrijving van het publiek dat in aanmerking komt voor de activiteiten. § 2. Artikel 2 van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende de omscholing en de bijscholing wordt aangevuld als volgt : « 15° het decreet van 3 februari 2005 betreffende het sensibiliseringsplan inzake de informatie- en communicatietechnologieën. » Afdeling 6. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 12.De operatoren die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet subsidies genieten voor de organisatie van dezelfde vormingsmodules als die bedoeld in artikel 3, § 2, van dit decreet behouden het voordeel van die subsidies en van de overeenkomst die ze in afwachting van hun erkenning aan de Waalse Regering bindt. Hun erkenningsaanvraag moet evenwel uiterlijk binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit decreet ingediend worden. Bij gebreke daarvan verliezen ze het voordeel van de subsidie die hen toegekend was.

Art. 13.De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 3 februari 2005.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën, Uitrusting en Patrimonium, M. DAERDEN De Minister van Vorming, Mevr. M. ARENA De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Economie en Tewerkstelling, J.-C. MARCOURT De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. Ch. VIENNE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota's (1) Zitting 2004-2005. Stukken van de Raad 75 (2004-2005) Nrs. 1 tot 8 Volledig verslag, openbare vergadering van 1 februari 2005. - Bespreking Volledig verslag, openbare vergadering van 2 februari 2005. - Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^