Decreet van 05 mei 2014
gepubliceerd op 16 juli 2014

Decreet houdende maatregelen inzake onderwijs - 2014

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2014203429
pub.
16/07/2014
prom.
05/05/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP


5 MEI 2014. - Decreet houdende maatregelen inzake onderwijs - 2014


Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Hoofdstuk 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs Artikel 1 - In artikel 17, § 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt het woord "paramedisch" vervangen door de woorden "paramedisch en psychosociaal personeel,".

HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen Art. 2 - Artikel 46 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Het tweede lid is niet van toepassing op het ambt van leermeester of leraar niet-confessionele zedenleer." Art. 3 - In artikel 56, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, worden de woorden "de opperambtenaar die de leiding heeft van het bestuur waaronder hun inrichting of hun inspectiedienst ressorteert" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".

Art. 4 - Artikel 91undecies, § 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "Het departementshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 5 - Artikel 121quinquies, vierde lid, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009, wordt vervangen als volgt : "1° een voorzitter uitgekozen onder de personeelsleden van niveau I van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel;" Hetzelfde artikel, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een vijfde en een zesde lid, luidende : "Voor elk werkend lid vermeld in het vierde lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen; het plaatsvervangend lid wordt volgens dezelfde criteria uitgekozen als het werkend lid dat het vervangt.

De commissie telt een secretaris en een plaatsvervangend secretaris die aangewezen worden onder de personeelsleden van het Ministerie; zij zijn niet stemgerechtigd." Art. 6 - Artikel 121undecies, § 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "Het inrichtingshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 7 - In artikel 128, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de woorden "de leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".

Art. 8 - In artikel 129 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "de leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel";2° in § 2 worden de woorden "de leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel". Art. 9 - In artikel 141 van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4, tweede lid, worden de woorden "in elk geval" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,".2° in § 5, tweede lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurspersoneel en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen Art. 10 - In hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurspersoneel en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel der rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen wordt aangevuld met een artikel 17.1, luidende : "Art. 17.1 - In het lager secundair onderwijs geldt het diploma van onderwijzer voor het lager onderwijs, tijdens de schooljaren 2014-2017, als vereist bekwaamheidsbewijs voor de leraar algemene vakken in het beroepsonderwijs of in gespecialiseerde secundaire scholen." HOOFDSTUK 4. - Wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap Art. 11 - Artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de inspecteurs katholieke, protestantse, Israëlite, orthodoxe, islamitische en anglicaanse godsdienst der onderwijsinrichtingen van de Duitstalige Gemeenschap, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt vervangen als volgt : "5° houder zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs dat overeenstemt met het te bekleden ambt;" Het tweede lid van dezelfde paragraaf, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt opgeheven.

Art. 12 - Artikel 22sexies, eerste lid, 5°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 juli 2012, wordt vervangen als volgt : "5° houder zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs dat overeenstemt met het te bekleden ambt;" Art. 13 - Artikel 22terdecies, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, wordt opgeheven.

Art. 14 - Artikel 31, eerste lid, 1°, van hetzelfde koninklijk besluit, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt : "1° hij is voor een doorlopende duur tijdelijk aangesteld respectievelijk aangeworven of vastbenoemd respectievelijk definitief aangesteld." De bepaling onder 2° van hetzelfde artikel, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006, wordt vervangen als volgt : "2° hij heeft minstens vijf jaar nuttige beroepservaring in het onderwijs." Art. 15 - In hoofdstuk Xbis van hetzelfde koninklijk besluit worden de artikelen 49.2 en 49.3 ingevoegd, luidende : "Art. 49.2 - Personeelsleden die op 31 december 2013 voldoen aan de voorrangsregel vermeld in artikel 5, hebben vanaf 1 september 2014 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of op een benoeming overeenkomstig de voorwaarden die op 31 augustus 2014 van toepassing waren.

Art. 49.3 - Voor personeelsleden die beschikken over een op 31 december 2013 geldig vereist bekwaamheidsbewijs en die op 31 december 2013 aan de voorrangsregel voldoen, blijft het bekwaamheidsbewijs ook na 31 december 2013 als vereist bekwaamheidsbewijs gelden." HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgelegd de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst, belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat Art. 16 - In artikel 2, hoofdstuk I, B, van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgelegd de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch en psychosociaal personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst, belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "inspecteur godsdienst in het lager onderwijs 190" worden vervangen door de woorden "inspecteur godsdienst in het lager onderwijs die ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 471 inspecteur godsdienst in het lager onderwijs die niet ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 270".2° de woorden "inspecteur godsdienst in het secundair en het niet-universitair hoger onderwijs 475" worden vervangen door de woorden "inspecteur godsdienst in het secundair en in het niet-universitair hoger onderwijs die ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 471 "inspecteur godsdienst in het secundair en het niet-universitair hoger onderwijs die niet ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit 270". Art. 17 - In de bijlage van hetzelfde koninklijk besluit wordt de weddeschaal 422/I, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen als volgt : "422/I 26.224,56 - 42.684,68 03 (1) x 698,04 11 (2) x 1.306,00" HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie Art. 18 - In artikel 11, B), 1.2, van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie worden de woorden "en voor het ambt van leraar godsdienst," opgeheven.

HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor gespecialiseerd onderwijs worden bepaald Art. 19 - In artikel 5ter van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor gespecialiseerd onderwijs worden bepaald, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2003 en vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "2013-2014" vervangen door de woorden "2018-2019".

Art. 20 - In hoofdstuk I, afdeling 4, van hetzelfde decreet wordt een artikel 25.1 ingevoegd, luidende : "Art. 25.1 - § 1 - Met instemming van het basisoverlegcomité, de ondernemingsraad of het bijzondere onderhandelings- of overlegcomité kan het schoolhoofd ten hoogste de waarde van één betrekking van het toegekende lestijdenpakket benutten om specifieke maatregelen inzake voortgezette opleiding of coaching ter ondersteuning van het schoolpersoneel te financieren.

Het gebruik van het in het eerste lid vermelde lestijdenpakket mag niet tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking leiden. § 2 - De financiële tegenwaarde van een lestijd/jaar (= jaaruur) uit het lestijdenpakket stemt overeen met het brutojaarloon van een leerkracht uit looncategorie I (loonschaal I met teldag 30 september van het betrokken schooljaar) met een financiële anciënniteit van vijf jaar, gedeeld door 20.

Het bedrag toegekend met toepassing van het eerste lid wordt als forfaitair bedrag overgemaakt. Het bedrag dat op het einde van het betrokken schooljaar niet werd gebruikt, wordt teruggestort. Daartoe bezorgt de inrichtende macht op het einde van dat jaar de overeenkomstige bewijzen met het oog op de controle ervan." Art. 21 - In hoofdstuk II, afdeling 4, van hetzelfde decreet van 27 juni 1990, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 16 januari 2012, wordt een artikel 34.3 ingevoegd, luidende : "Art. 34.3 - In het centrum voor bevorderingspedagogiek wordt een betrekking van hoofdsecretaris opgericht." Art. 22 -In artikel 53quater, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juni 2005 en vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "2013-2014" vervangen door de woorden "2018-2019".

HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het decreet van 18 april 1994 tot vaststelling van het bedrag van de werkingstoelagen voor het gesubsidieerd onderwijs Art. 23 - Artikel 2bis van het decreet van 18 april 1994 tot vaststelling van het bedrag van de werkingstoelagen voor het gesubsidieerd onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2003 en vervangen bij het decreet van 25 mei 2009, wordt vervangen als volgt : "Een gewone secundaire school die uitsluitend technisch en beroepsonderwijs organiseert, ontvangt jaarlijks een forfaitaire uitrustingstoelage van 55.000 euro. De uitbetaling van de toelage is gebonden aan de overlegging van een jaarlijks investeringsplan en aan het indienen van rekeningen. Bij het investeringsplan wordt bovendien een advies van de pedagogische raad gevoegd. Het investeringsplan moet voor het begin van het begrotingsjaar en de rekeningen moeten na verstrijken van het begrotingsjaar bij de Regering worden ingediend." HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra Art. 24 - In artikel 2bis, § 1, van het decreet van 5 februari 1996 betreffende de controle van de afwezigheden wegens ziekte voor de personeelsleden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en PMS-centra, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006 en gewijzigd bij het decreet van 19 april 2010, worden de woorden "De leidende ambtenaar van het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "Het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".

In § 3 van hetzelfde artikel, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2006, worden de woorden "het Onderwijsbestuur" vervangen door de woorden "het hoofd van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor het onderwijspersoneel".

HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het decreet van 25 juni 1996 betreffende de organisatie van een onderwijs met beperkt leerplan in het gewoon beroepssecundair onderwijs Art. 25 - Artikel 9 van het decreet van 25 juni 1996 betreffende de organisatie van een onderwijs met beperkt leerplan in het gewoon beroepssecundair onderwijs wordt vervangen als volgt : "Art. 9 - § 1 - Een centrum krijgt vanaf 1 september van elk schooljaar 60 lestijden/leerkracht.

Een centrum krijgt een voltijdse betrekking lestijden/leerkracht voor de pedagogische coördinatie.

Voor de sociaal-pedagogische begeleiding krijgt een centrum 2,5 voltijdse betrekkingen van elk 36 uren per week in het ambt van maatschappelijk werker dat tot de categorie opvoedend hulppersoneel behoort. De maatschappelijk werker is ertoe verplicht wekelijks minstens 36 en hoogstens 38 uren van 60 minuten aanwezig te zijn. § 2 - In afwijking van § 1, eerste lid, wordt het aantal lestijden/leerkracht op de laatste schooldag van de maand september herberekend overeenkomstig het derde lid, wanneer een centrum op de laatste schooldag van de maand september van het lopende schooljaar in totaal minstens 20 procent meer regelmatige leerlingen telt dan op de laatste schooldag van de maand september van het vorige schooljaar.

Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening hoger is dan 60, wordt het aantal lestijden/leerkracht van 1 oktober tot 30 juni van het lopende schooljaar toegekend. Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening lager is dan 60, wordt § 1, eerste lid, toegepast.

In afwijking van § 1, eerste lid, wordt het aantal lestijden/leerkracht op de laatste schooldag van de maand januari herberekend overeenkomstig het derde lid, wanneer een centrum op de laatste schooldag van de maand januari van het lopende schooljaar in totaal minstens 20 procent meer regelmatige leerlingen telt dan op de laatste schooldag van de maand januari van het vorige schooljaar.

Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening hoger is dan 60, wordt het aantal lestijden/leerkracht van 1 februari tot 30 juni van het lopende schooljaar toegekend.

Indien het aantal lestijden/leerkracht naar aanleiding van de herberekening lager is dan 60, wordt § 1, eerste lid, toegepast.

De herberekening vermeld in het eerste en het tweede lid geschiedt als volgt : 1° Voor de regelmatige leerlingen van een centrum die een industriële leerovereenkomst in het kader van de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst hebben gesloten, wordt het volgende aantal lestijden/leerkracht toegekend aan het centrum waar zij ingeschreven zijn : a) in het eerste opleidingsjaar : 15 lestijden, op voorwaarde dat ten minste vier leerlingen in dezelfde studierichting ingeschreven zijn en acht lestijden voor elke andere studierichting waarin ten minste vier leerlingen ingeschreven zijn;b) voor alle andere opleidingsjaren : aanvullend acht lestijden per studierichting en opleidingsjaar.Wordt er geen eerste opleidingsjaar georganiseerd, dan worden daarbovenop in totaal zeven lestijden toegekend.

Voor de regelmatige leerlingen van een centrum, op wie de bepaling onder 1° niet toepasselijk is, wordt het volgende aantal lestijden/leerkracht toegekend aan het centrum waar ze ingeschreven zijn : a) tot 9 leerlingen : 22 lestijden;b) vanaf 10 leerlingen : aanvullend tien lestijden per begonnen groep van zeven leerlingen. § 3 - Tijdens zijn aanstelling als coördinator ontvangt het personeelslid naast zijn wedde een maandelijkse premie van 186,53 euro.

De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald.

In geval van verlof wegens ziekte of gebrekkigheid wordt de premie verder uitbetaald.

Het bedrag vermeld in het eerste lid is gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982, het koninklijk besluit van 24 december 1993 en de wetten van 2 januari 2001 en 19 juli 2001." Art. 26 - In hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt een artikel 14.1 ingevoegd, luidende : "Art. 14.1 - In afwijking van artikel 9, § 3, bedraagt de maandelijkse premie voor de coördinator 182,80 euro voor de periode van 1 september 2014 tot 31 december 2017 en 184,66 euro voor de periode van 1 januari 2018 tot 31 december 2018." HOOFDSTUK 11. - Wijziging van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen Artikel 27 - In artikel 38, § 2, van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor de gewone en gespecialiseerde scholen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 1°, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, wordt vervangen als volgt : "1° een voorzitter die wordt uitgekozen onder de medewerkers van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;" 2° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 1.1, luidende : "1.1. een medewerker van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;" 3° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden";4° in het tweede lid worden de woorden "1° en 2°" vervangen door de woorden "1° tot 2°". Art. 28 - In artikel 39, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "leidend ambtenaar van het Bestuur voor Onderwijs" vervangen door de woorden "voorzitter van de raad van beroep".

Art. 29 - In artikel 57 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het getal "180" wordt vervangen door het getal "178";2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zinnen : "De scholen zijn gemiddeld 181 dagen open.Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend." Art. 30 - Artikel 58, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende zin : "Het aantal lesvrije dagen bedraagt hoogstens twee dagen." HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum Art. 31 - Artikel 35, § 1, van het decreet van 14 december 1998 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs en van het gesubsidieerd vrij PMS-centrum, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft een kandidaat voor het ambt van godsdienstleerkracht alleen voorrang indien hij in het bezit is van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs." Art. 32 - In artikel 49, § 1, vierde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider" vervangen door de woorden "in het ambt van godsdienstleerkracht, in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider".

Art. 33 - Artikel 62.10, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "Het departementshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 34 - Artikel 69.10, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 juni 2007 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "Het inrichtingshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 35 - Artikel 96 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : 1° in § 4, tweede lid, wordt het woord "alleszins" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,".2° in § 5, tweede lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,". Art. 36 - In titel IV van hetzelfde decreet worden de artikelen 119.4 en 119.5 ingevoegd, luidende : "Art. 119.4 - Godsdienstleerkrachten die op 31 december 2013 voldoen aan de voorrangsregel vermeld in artikel 35, hebben vanaf 1 september 2014 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of op een definitieve aanstelling overeenkomstig de voorwaarden die op 31 augustus 2014 van toepassing waren.

Art. 119.5 - Voor personeelsleden die beschikken over een op 31 december 2013 geldig vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en die op 31 december 2013 aan de voorrangsregel voldoen, blijft het bekwaamheidsbewijs ook na 31 december 2013 als vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gelden." HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs Art. 37 - In artikel 43 van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwjs worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "vanaf 250 leerlingen" vervangen door de woorden "vanaf 250 tot 429 leerlingen" en wordt het punt op het einde van de zin vervangen door een puntkomma; 2° het eerste lid van het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende : "5° vanaf 430 leerlingen : anderhalve voltijdse betrekking." 3° het artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "Voor een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of tot het gesubsidieerd vrij onderwijs behorende basisschool die zich in een vestiging van een secundaire school van dezelfde inrichtende macht, maar niet op dezelfde locatie als de secundaire school bevindt, ontvangt de inrichtende macht het volgende aantal betrekkingen voor het ambt van rekenplichtig correspondent, berekend op basis van het aantal leerlingen : 1° tot 199 leerlingen : een 1/4-betrekking; 2° vanaf 200 leerlingen : een halve betrekking." "Art. 38 - In artikel 55 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 oktober 2000 en gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, worden de woorden "de vijfde schooldag in de maand februari" vervangen door de woorden "de vijftiende schooldag in de maand maart" en worden de woorden "de maanden januari en februari" vervangen door de woorden "de maand maart".

Art. 39 - Artikel 56, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 juni 2013, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "Worden in aanmerking genomen de regelmatige leerlingen van het kleuteronderwijs die tijdens de maand maart en tot de vijfde schooldag van de maand april van het lopende schooljaar gedurende ten minste vijf schooldagen, ten belope van halve dagen, aanwezig waren." Art. 40 - In artikel 57, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 oktober 2000 en gewijzigd bij het decreet van 16 januari 2012, worden de woorden "voltijdse betrekking meer of minder" vervangen door de woorden "halftijdse betrekking meer".

Art. 41 - In artikel 62, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 23 oktober 2000, worden de woorden "53, 54" vervangen door het woord "48".

HOOFDSTUK 14. - Wijziging van het decreet van 25 juni 2001 over bijzondere maatregelen in verband met de lerarenambten en houdende aanpassing van de bezoldigingsregeling Art. 42 - In artikel 6, § 1, eerste lid, 4°, van het decreet van 25 juni 2001 over bijzondere maatregelen in verband met de lerarenambten en houdende aanpassing van de bezoldigingsregeling worden de woorden "en op het begin van het schooljaar waar hij teruggeroepen wordt nog geen 65 jaar is" geschrapt.

Paragraaf 2 van hetzelfde artikel wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : "In het geval van § 1, eerste lid, 4°, wordt het bewijs van het gebrek aan gekwalificeerd personeel overeenkomstig het eerste lid alle drie maanden geleverd." HOOFDSTUK 15. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003 Art. 43 - In artikel 11.7 van het decreet van 30 juni 2003 houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het opschrift wordt vervangen als volgt : "Art.11.7 - Arbeidsongeval, beroepsziekte en ziekte bij slachtoffers van een strafbaar feit"; 2° het eerste en het tweede lid worden § 1; 3° het artikel wordt aangevuld met een § 2, luidende : " § 2 - In afwijking van de afdelingen 2 en 4 worden ziektedagen die rechtstreeks verband houden met een vermoedelijk strafbaar feit niet in mindering gebracht op het jaarcontingent bepaald in artikel 11.9, § 2, of het loopbaancontingent bepaald in artikel 11.9, § 3 indien : 1° het personeelslid tijdens de uitoefening van zijn ambt het slachtoffer is geworden van een vermoedelijk strafbaar feit en § 1 niet van toepassing is;2° het openbaar ministerie vervolging ingesteld heeft tegen de vermoedelijke dader;3° de geneesheer die belast is met de controle van de afwezigheden wegens ziekte of gebrekkigheid bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van het personeelslid rechtstreeks verband houdt met dat vermoedelijk strafbaar feit. De beslissing van de controlearts is in de tijd beperkt, maar kan worden verlengd. Tegen de beslissing van de controlearts kan geen beroep worden ingesteld." HOOFDSTUK 16. - Wijziging van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra "Art. 44 - Artikel 22 van het decreet van 29 maart 2004 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs en van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 27 juni 2011, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft een kandidaat voor het ambt van godsdienstleerkracht alleen voorrang indien hij in het bezit is van een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs." Art. 45 - In artikel 37, vijfde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009, worden de woorden "in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider" vervangen door de woorden "in het ambt van godsdienstleerkracht, in het ambt van school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek en in het ambt van psychosociaal begeleider".

Art. 46 - Artikel 64.9, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2009 en vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "De directeur van de kunstacademie stelt vooraf een verslag op waarin hij de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin hij voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 47 - Artikel 64.21, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "Het inrichtingshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 48 - Artikel 95 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : 1° in § 4, tweede lid, wordt het woord "alleszins" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,";2° in § 5, tweede lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,". Art. 49 - In hoofdstuk XIV van hetzelfde decreet worden de artikelen 111quinquies en 111sexies ingevoegd, luidende : "Art. 111quinquies - Godsdienstleerkrachten die op 31 december 2013 voldoen aan de voorrangsregel vermeld in artikel 22, hebben vanaf 1 september 2014 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur of op een benoeming overeenkomstig de voorwaarden die op 31 augustus 2014 van toepassing waren.

Art. 111 sexies - Voor personeelsleden die beschikken over een op 31 december 2013 geldig vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en die op 31 december 2013 aan de voorrangsregel voldoen, blijft het bekwaamheidsbewijs ook na 31 december 2013 als vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs gelden." HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 Art. 50 - Artikel 23, eerste lid, 1°, b), van het decreet van 6 juni 2005 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 wordt vervangen als volgt : "b) tijdstip : de dag van de geboorte en negen opeenvolgende dagen binnen een tijdsbestek van dertig dagen te rekenen vanaf de geboorte of tien opeenvolgende dagen binnen datzelfde tijdsbestek." HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool Art. 51 - In artikel 3.31, tweede lid, van het decreet van 27 juni 2005 houdende oprichting van een autonome hogeschool worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het getal "180" wordt vervangen door het getal "178";2° na de tweede zin worden de volgende zinnen ingevoegd : "De school is gemiddeld 181 dagen open.Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vijf schooljaren berekend." Art. 52 - In artikel 5.69 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 4, tweede lid, wordt het woord "alleszins" vervangen door de woorden "in het geval van § 1, tweede lid, 2°,";2° in § 5, derde lid, worden de woorden "mag het personeelslid zijn werk hervatten," vervangen door de woorden "hervat het personeelslid zijn werk,". Art. 53 - Artikel 5.88, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "Het departementshoofd stelt vooraf een verslag op waarin het de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin het voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." Art. 54 - Artikel 5.102, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 28 juni 2010, wordt vervangen als volgt : "De directeur stelt vooraf een verslag op waarin hij de balans opmaakt van zijn activiteiten van de jongste jaren en waarin hij voorstellen voor de verdere schoolontwikkeling doet. Dat verslag dient als basis voor het evaluatiegesprek." HOOFDSTUK 19. - Wijziging van het decreet van 26 juni 2006 houdende maatregelen inzake onderwijs 2006 Art. 55 - In hoofdstuk XXX van het decreet van 26 juni 2006 houdende maatregelen inzake onderwijs 2006, gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2009, wordt een artikel 115.1 ingevoegd, luidende : "Artikel 115.1 - § 1 - In afwijking van artikel 14, 2°, van het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 houdende het statuut van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, benoemt de Regering op 1 oktober 2014 personeelsleden van het administratief personeel in op dat ogenblik vacante betrekkingen, als ze : 1° aan alle in artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit van 29 augustus 1966 bepaalde voorwaarden, met uitzondering van 7°, voldoen;2° een dienstanciënniteit van ten minste 720 dagen kunnen doen gelden;3° de betrokken betrekking in de twee voorafgaande schooljaren al bekleed hebben. Als twee of meer personeelsleden in dezelfde school hetzelfde ambt uitoefenen, heeft het personeelslid met de hoogste dienstanciënniteit voorrang bij de benoeming. § 2 - Van de in § 1 vermelde 720 dagen moeten er 600 effectief zijn gepresteerd. Het bevallingsverlof en het voorbehoedend verlof worden ten belope van maximaal 210 dagen in aanmerking genomen bij de berekening van de effectief gepresteerde dienstdagen, voor zover deze verlofdagen binnen de aanwervingsperiode vallen.

De verdere berekening geschiedt overeenkomstig artikel 40 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch en psychosociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, waarbij de bekwaamheidsbewijzen vermeld in het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen vereist van de kandidaten voor de wervingsambten van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, de vereiste bekwaamheidsbewijzen zijn." HOOFDSTUK 20. - Wijziging van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep Art. 56 - Artikel 109 van het decreet van 21 april 2008 houdende valorisatie van het lerarenberoep, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009, wordt aangevuld met een § 5, luidende : " § 5 - De in artikel 103 vermelde personeelsleden die houder zijn van een diploma van geaggregeerde voor het onderricht in de protestantse godsdienst in het lager secundair onderwijs dat voor 1 september 2014 werd uitgereikt, worden bij het diplomaniveau II+ ingedeeld." HOOFDSTUK 21. - Wijziging van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs Art. 57 - Artikel 18, eerste lid, van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs wordt aangevuld met de volgende zin : "Het aantal lesvrije dagen bedraagt hoogstens twee dagen." HOOFDSTUK 22. - Wijziging van het crisisdecreet 2012 van 16 juli 2012 Art. 58 - In artikel 1, 1°, van het crisisdecreet 2012 van 16 juli 2012 wordt de weddeschaal 422/I, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen als volgt : "422/I 25.962,31 - 42.257,83 03 (1) x 691,06 11 (2) x 1.292,94" In de bepaling onder 2° van hetzelfde artikel wordt de weddeschaal 422/I, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2013, vervangen als volgt : "422/I 25.700,07 - 41.830,99 03 (1) x 684,08 11 (2) x 1.279,88" HOOFDSTUK 23. - Slotbepalingen Art. 59 - Artikel 2 van het decreet van 25 oktober 2010 houdende pedagogische en administratieve vernieuwingen in het onderwijs wordt opgeheven.

Art. 60 - Dit decreet treedt in werking op 1 september 2014, met uitzondering van : 1° artikel 56, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2009;2° artikel 43, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2012;3° artikel 39, dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2013;4° de artikelen 17, 20 en 58, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2013;5° de artikelen 29, 30, 51 en 57, die in werking treden op de dag waarop dit decreet wordt aangenomen;6° artikel 10, dat in werking treedt op 1 januari 2015. Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Eupen, 5 mei 2014.

De Minister-President, Minister van Lokale Besturen, K.-H. LAMBERTZ De Minister van Onderwijs, Opleiding en Werkgelegenheid, O. PAASCH De Minister van Cultuur, Media en Toerisme, Mevr. I. WEYKMANS De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, H. MOLLERS _______ Nota Zitting 2013-2014 Parlementaire stukken : 211 (2013-2014) Nr. 1 Ontwerp van decreet 211 (2013-2014) Nr. 2+3 Voorstellen tot wijziging 211 (2013-2014) Nr. 4 Verslag + Erratum Integraal verslag : 5 mei 2014 - Nr. 65 Bespreking en aanneming

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^