Etaamb.openjustice.be
Decreet van 06 december 2013
gepubliceerd op 14 januari 2014

Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, wat de vaststelling van de toezicht- en handhavingsbevoegdheden van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer betreft

bron
vlaamse overheid
numac
2013207316
pub.
14/01/2014
prom.
06/12/2013
ELI
eli/decreet/2013/12/06/2013207316/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

6 DECEMBER 2013. - Decreet houdende wijziging van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2008 pub. 29/10/2008 numac 2008036273 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer sluiten betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, wat de vaststelling van de toezicht- en handhavingsbevoegdheden van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer betreft (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : DECREET houdende wijziging van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2008 pub. 29/10/2008 numac 2008036273 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer sluiten betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, wat de vaststelling van de toezicht- en handhavingsbevoegdheden van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer betreft.

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Art. 2.In artikel 11, § 1, van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2008 pub. 29/10/2008 numac 2008036273 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer sluiten betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « De toezichtcommissie oefent toezicht uit op en handhaaft de naleving van de machtigingsplicht waaraan de elektronische mededelingen van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 8, onderworpen zijn. ».

Art. 3.In hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 12/1.Wanneer een elektronische mededeling van persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 8, aanleiding geeft tot een schending van de persoonlijke levenssfeer, kan de toezichtcommissie met het oog op de stopzetting van de schending de volgende beveiligingsmaatregelen opleggen : 1° de stopzetting of uitvoering van werkzaamheden, handelingen of activiteiten, ogenblikkelijk of binnen een bepaalde termijn;2° het verbod op het gebruik van gebouwen, installaties, machines, toestellen, en alles wat zich daarin of daarop bevindt. Wanneer de toezichtcommissie van oordeel is dat er voldoende elementen zijn om een van deze maatregelen op te leggen, brengt ze de verantwoordelijke voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens daarvan op de hoogte en nodigt ze hem uit om binnen een termijn van 10 werkdagen schriftelijk zijn recht van verdediging uit te oefenen.

Indien de toezichtcommissie, na kennisname van het tijdig bezorgde schriftelijk verweer, nog steeds van oordeel is dat de persoonlijke levenssfeer geschonden wordt, legt ze de gepaste beveiligingsmaatregel op.

Een voorafgaande uitnodiging om het recht van verdediging uit te oefenen, is niet vereist wanneer dat de voorgenomen maatregel ondoelmatig zou maken. ».

Art. 4.In hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/2 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 12/2.De toezichtcommissie kan de aanpassing, opschorting of stopzetting bevelen van de elektronische mededeling van persoonsgegevens waarvoor op grond van dit decreet een machtiging moet worden verleend, en die zonder machtiging gedaan wordt of die niet conform de voorwaarden of de termen van een machtiging uitgevoerd wordt.

Wanneer de toezichtcommissie van oordeel is dat er voldoende elementen zijn om de aanpassing, de opschorting of de stopzetting van de mededeling te bevelen, brengt ze de verantwoordelijke voor de elektronische mededeling van persoonsgegevens daarvan op de hoogte en nodigt ze hem uit om binnen een termijn van 10 werkdagen schriftelijk zijn recht van verdediging uit te oefenen.

Indien de toezichtcommissie, na kennisname van het tijdig bezorgde schriftelijk verweer, nog steeds van oordeel is dat de machtigingsplicht of de machtigingsvoorwaarden geschonden zijn, legt ze het gepaste bevel op.

De aanpassing, opschorting of stopzetting van de mededeling kan evenwel uitzonderlijk onmiddellijk bevolen worden indien iedere verdere vertraging of ieder verder uitstel in ernstige mate de bescherming van de persoonlijke levenssfeer schendt. ».

Art. 5.In hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/3 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 12/3.§ 1. De toezichtcommissie kan een of meer van haar leden of een of meer van de leden van het secretariaat belasten met de uitvoering van een onderzoek ter plaatse. Deze personen beschikken over de volgende toezichtbevoegdheden : 1° ondersteuning vragen van personen die de toezichtcommissie daartoe heeft aangewezen op grond van hun deskundigheid;2° de overhandiging eisen van elk document of elke informatiedrager die voor hen bij hun onderzoek van nut kan zijn;3° de overhandiging eisen van de gegevens die op grond van artikel 17, § 3, van de Privacywet in een aangifte moeten worden opgenomen, de oorsprong van de persoonsgegevens, de gekozen automatiseringstechniek en de vastgestelde beveiligingsmaatregelen;4° tijdens de normale openingsuren van de diensten toegang eisen, zonder voorafgaande kennisgeving, tot alle plaatsen, uitgezonderd de woning, waarvan de toezichtcommissie redelijkerwijze kan vermoeden dat er werkzaamheden worden verricht die in verband staan met de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk;5° kopieën maken van de gegevens, vermeld in 2° en 3°, of zich die kopieën kosteloos laten verstrekken door de houder van de stukken. Voor zover mogelijk wordt een elektronische kopie gemaakt van de gewenste gegevens; 6° zich de toegang doen verschaffen tot de informatiedragers, vermeld in punt 2°, die vanuit de plaatsen, bedoeld in punt 4°, toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat. § 2. Bij de uitoefening van hun opdrachten tonen de in het eerste lid aangewezen personen hun legitimatiekaart. De voorzitter van de toezichtcommissie reikt de legitimatiekaart uit.

De legitimatiekaart is maximaal tien jaar geldig.

De legitimatiekaart vertoont de volgende kenmerken : 1° de legitimatiekaart is 85 mm breed en 54 mm hoog;2° de legitimatiekaart is een plastic kaart met afgeronde hoeken. De legitimatiekaart bevat ten minste de volgende vermeldingen : 1° op de voorzijde : a) het opschrift "legitimatiekaart";b) het logo van de toezichtcommissie;c) links : een pasfoto van de houder met een minimumgrootte van 20 mm op 30 mm;d) rechts : de identificatiegegevens van de houder (voornaam, achternaam, functie en entiteit, raad of instelling);e) in voorkomend geval de vermelding dat de politiediensten verzocht kunnen worden de houder van de kaart hulp en bescherming te bieden bij het uitoefenen van zijn bevoegdheid;2° op de achterzijde : a) "Toezichthouder op" en de verwijzing naar de reglementering waarbij de houder belast wordt met de inspectie- of controlebevoegdheid;b) "Deze kaart is geldig tot : " en de vervaldatum; c) de handtekening, de voornaam, de achternaam en de functie van de voorzitter, de naam van de toezichtcommissie.".

Art. 5.In hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/4 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 12/4.Hij die weigert zijn medewerking te verlenen aan de uitoefening van de in artikel 12/3 vermelde toezicht bevoegdheden, wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot twintigduizend euro of met een van die straffen alleen. ».

Art. 6.In hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/5 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 12/5.Onverminderd artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, geven de leden van de toezichtcommissie en van het secretariaat die belast zijn met de uitvoering van een onderzoek ter plaatse en die bij de uitvoering daarvan kennis krijgen van een misdrijf met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer, bericht daarvan aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. ».

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 6 december 2013.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. Peeters De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, G. BOURGEOIS _______ Nota

(1) Zitting 2012-2013. Stukken:

-

Voorstel van decreet

:

2059 - Nr. 1

-

Advies van de Raad van State

:

2059 - Nr. 2

Zitting 2013-2014.

Stukken :

-

Amendementen

:

2059 - Nr. 3

-

Verslag

:

2059 - Nr. 4

-

Tekst aangenomen door de plenaire vergadering

:

2059 - Nr. 5

Handelingen - Bespreking en aanneming : vergadering van 27 november 2013.

^