Decreet van 07 mei 2004
gepubliceerd op 04 juni 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen »

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004035840
pub.
04/06/2004
prom.
07/05/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

7 MEI 2004. - Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen » (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap« Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen ». HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : -het kaderdecreet : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003; - het agentschap : het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen. HOOFDSTUK II. - Oprichting

Art. 3.§ 1. Er wordt een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap opgericht zoals bedoeld in artikel 13 van het kaderdecreet. Dit agentschap draagt als naam 'Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen', in het Engels 'Flanders Investment and Trade', afgekort 'FIT'. De bepalingen van het kaderdecreet zijn van toepassing op het agentschap.

Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken, uitgaande van het agentschap, moeten de benaming van het agentschap vermelden, met onmiddellijk daarvoor of daarna, deze leesbaar en voluit geschreven woorden : « publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap van de Vlaamse overheid ». § 2. De Vlaamse regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort. § 3. De Vlaamse regering bepaalt de vestigingsplaats van het agentschap. HOOFDSTUK III. - Missie, taken en bevoegdheden

Art. 4.De missie van het agentschap bestaat erin om, als element in de sociaal-economische ontwikkeling in Vlaanderen, middels zijn binnen- en buitenlands netwerk het internationaal ondernemen op een duurzame wijze te bevorderen door het aanbieden van kwalitatief hoogstaande en specifieke diensten aan alle ondernemingen in Vlaanderen teneinde deze bij alle facetten van het internationaal ondernemen te begeleiden, te ondersteunen en te stimuleren.

Het agentschap heeft verder als missie het aantrekken van buitenlandse investeringen in Vlaanderen om een betekenisvolle bijdrage te leveren tot de internationale ontwikkeling van de Vlaamse economie.

Art. 5.§ 1. Teneinde de in artikel 4 bedoelde missie waar te maken, vervult het agentschap de volgende taken : 1° taken van promotionele aard;2° informatie, documentatie, advies en begeleiding betreffende alle aspecten van de internationale handel en het internationaal ondernemen;3° promotie van Vlaanderen als vestigingsplaats voor buitenlandse ondernemingen;4° het stimuleren en ondersteunen van Vlaamse ondernemingsactiviteiten in het buitenland;5° het verstrekken van financiële stimuli, waarborgen en subsidies ter bevordering van het internationaal ondernemen;6° bemiddeling in grensoverschrijdende handelsgeschillen;7° het actief werken aan synergieën en het opzetten van samenwerkingsverbanden met alle actoren op het vlak van het internationaal ondernemen in binnen- en buitenland;8° het managen van een eigen binnenlands en een buitenlands netwerk;9° het optimaal benutten van financiële hefbomen voor het internationaal ondernemen beschikbaar op Belgisch, Europees en Internationaal vlak. § 2. De Vlaamse regering kan het agentschap belasten met bijzondere opdrachten. Deze moeten kaderen in de missie en de taken van het agentschap en worden uitgevoerd conform de voorwaarden en modaliteiten, bepaald in de beheersovereenkomst.

Art. 6.§ 1. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken is het agentschap gerechtigd alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en voormelde taken. § 2. Het agentschap beschikt met het oog op de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken over de hierna vermelde bijzondere bevoegdheden die het agentschap uitoefent in overeenstemming met het bepaalde in het kaderdecreet, dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten en met de beheersovereenkomst die het verbindt : 1° het tariferen van de dienstverlening van het agentschap;2° het toekennen van subsidies en het verstrekken van waarborgen;3° het ontwikkelen van een strategisch plan aangaande de wijze waarop het agentschap de ontwikkeling van de buitenlandse handel van Vlaanderen en de promotie van Vlaanderen als vestigingsplaats voor buitenlandse ondernemingen wil realiseren; 4° het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten en duurzame samenwerkingsverbanden met instellingen, ondernemingen of personen, o.m. met het oog op sponsoring, co-productie en co-financiering; 5° na machtiging van de Vlaamse regering, het verstrekken van kredieten en het sluiten van verzekeringsovereenkomsten;6° het oprichten en uitbaten van kantoren in binnen- en buitenland;7° het aangaan van verbintenissen in het buitenland ten behoeve van de werking van kantoren gevestigd in het buitenland en het tewerkgestelde personeel;8° het oprichten en uitbaten van juridische entiteiten nodig voor de uitoefening van de opdracht. HOOFDSTUK IV. - Raad van Bestuur

Art. 7.§ 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 18, § 2, van het kaderdecreet, wordt het agentschap bestuurd door een Raad van Bestuur die is samengesteld uit : 1° vier leden, die voorgedragen worden door de representatieve organisaties van de werkgevers en de middenstand die in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen zitting hebben, waaronder minstens één lid voorgedragen door de representatieve organisaties van de middenstand;2° twee leden, voorgedragen door de representatieve organisaties van de werknemers die in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen zitting hebben;3° zes leden voorgedragen door de Vlaamse regering waaronder minstens twee die een bijzondere expertise hebben op het gebied van internationale investeringen in Vlaanderen en waaronder de gedelegeerd bestuurder. § 2. De Raad van Bestuur kiest een voorzitter uit de leden, bedoeld in § 1, 3°, op voordracht van de Vlaamse regering. Bovendien kiest de Raad uit zijn leden een ondervoorzitter.

Het mandaat van voorzitter van de Raad van Bestuur is niet verenigbaar met het mandaat van gedelegeerd bestuurder.

Art. 8.§ 1. Met het oog op de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde missie en de in artikel 5 bedoelde taken en binnen de perken van het kaderdecreet, dit decreet en van de beheersovereenkomst, beschikt de Raad van Bestuur over de ruimste bevoegdheden voor het bestuur van het agentschap. § 2. Onverminderd andere decretale bepalingen, kunnen volgende bevoegdheden van de Raad van Bestuur niet worden gedelegeerd : 1° het sluiten, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van de beheersovereenkomst met de Vlaamse regering;2° het opstellen van het ontwerp van begroting en van de rekeningen evenals hun aanpassingen;3° het vaststellen, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, van het jaarlijks ondernemingsplan, evenals een operationeel plan op middellange en lange termijn als bedoeld in artikel 15, § 1, 4°, van het kaderdecreet;4° het beslissen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 12 van het kaderdecreet over de deelname van het agentschap aan de oprichting van of de deelname in, alsmede omtrent het bestuur of de leiding en de financiering van andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen; 5°de goedkeuring van de rapportering aan de Vlaamse regering over de uitvoering van de beheersovereenkomst; 6° het rapporteren over de uitvoering van de begroting en over de boekhouding;7° de herverdeling van investeringskredieten.

Art. 9.De Raad van Bestuur vergadert ten minste éénmaal om de 3 maanden. Niettemin kan de voorzitter of, bij ontstentenis van deze, de ondervoorzitter, de Raad te allen tijde bijeenroepen. De voorzitter of, bij ontstentenis van deze, de ondervoorzitter, zijn verplicht de Raad van Bestuur bijeen te roepen op verzoek van ten minste 3 van zijn leden of op verzoek van de gedelegeerd bestuurder.

Art. 10.Alle in artikel 7 bedoelde leden van de Raad van Bestuur zijn stemgerechtigd.

De Raad van Bestuur kan slechts geldig vergaderen indien ten minste de helft van zijn leden aanwezig is, met inbegrip van de voorzitter of de ondervoorzitter.

Welk het aantal der aanwezige leden ook zij, zal de Raad van Bestuur op de volgende vergadering over dezelfde agenda die binnen een termijn van 15 dagen moet worden bijeengeroepen, niettemin geldig beraadslagen.

De besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen, beslist de stem van de voorzitter van de vergadering.

De leden van de Raad kunnen, in geval van verhindering, aan een ander lid opdracht geven om hen te vertegenwoordigen op een bepaalde vergadering van de Raad van Bestuur. Deze opdracht kan worden gegeven bij volmacht of door een schrijven gericht aan de voorzitter.

Art. 11.De beraadslagingen en beslissingen van de Raad worden vastgesteld door notulen goedgekeurd door de leden die aan de vergadering hebben deelgenomen. De afschriften of uittreksels der notulen worden getekend door de gedelegeerd bestuurder. Een afschrift van de notulen wordt overgemaakt aan de Vlaamse regering. HOOFDSTUK V. - Gedelegeerd bestuurder

Art. 12.De Vlaamse regering stelt de gedelegeerd bestuurder van het agentschap aan.

Art. 13.§ 1. De gedelegeerd bestuurder is, binnen de perken van dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede van het intern reglement bedoeld in artikel 14 belast met het dagelijks bestuur van het agentschap.

De inhoud van het dagelijks bestuur wordt nader vastgelegd in het intern reglement bedoeld in artikel 14. § 2. De gedelegeerd bestuurder is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de Raad van Bestuur. Hij verstrekt aan de Raad van Bestuur alle inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van het agentschap nuttig of nodig zijn op de agenda van de Raad van Bestuur. § 3. De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt het agentschap in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, inbegrepen het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig in naam en voor rekening van het agentschap op, zonder dat hij zulks aan de hand van een beslissing van de Raad van Bestuur moet staven. § 4. De gedelegeerd bestuurder mag onder zijn verantwoordelijkheid één of meerdere specifieke bevoegdheden, met inbegrip van deze bedoeld in § 3, delegeren aan de personeelsleden van het agentschap. § 5. De gedelegeerd bestuurder voert de beslissingen van de Raad van Bestuur uit. § 6. De gedelegeerd bestuurder is belast met de leiding van het personeel. HOOFDSTUK VI. - Intern reglement

Art. 14.§ 1. De Raad van Bestuur stelt een intern reglement op, dat inzonderheid volgende inhoud heeft : 1° de aanvullende regelen inzake de bijeenroeping van de Raad van Bestuur;2° de regelen inzake het voorzitterschap van de Raad van Bestuur bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;3° de nadere precisering van het dagelijks bestuur;4° de regelen die de Raad van Bestuur in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;5° de regelen op grond waarvan de Raad van Bestuur zich op kosten van het agentschap kunnen laten bijstaan door technische raadgevers. § 2. De Raad van Bestuur legt het intern reglement evenals iedere wijziging of aanvulling ter goedkeuring voor aan de Vlaamse regering. § 3. De Vlaamse regering neemt zijn beslissing tot al dan niet goedkeuring van het intern reglement binnen de 30 dagen na de in de tweede paragraaf bedoelde mededeling. Bij ontstentenis van een beslissing binnen die termijn wordt het intern reglement verondersteld te zijn goedgekeurd.

De Vlaamse regering motiveert zijn beslissing tot niet-goedkeuring van het intern reglement. In een dergelijk geval wordt de gemotiveerde beslissing onverwijld meegedeeld aan de Raad van Bestuur van het agentschap die, rekening houdend met de opmerkingen van de regering, de nodige aanpassingen verricht, waarna opnieuw de procedure bedoeld in §§ 2 en 3 moet worden toegepast totdat de goedkeuring wordt bekomen. HOOFDSTUK VII. - Beheersovereenkomst

Art. 15.Onverminderd de bepalingen van artikelen 14, 15 en 16 van het kaderdecreet regelt de beheersovereenkomst : - de wijze waarop de financiële stimuli, subsidies en waarborgen worden toegekend; - de wijze waarop de vaststelling van de standplaats van de kantoren in het binnenland en het buitenland wordt gemotiveerd; - de voorwaarden waaronder het agentschap samenwerkingsovereenkomsten en duurzame samenwerkingsverbanden met instellingen, ondernemingen of personen kan afsluiten. HOOFDSTUK VIII. - Financiële middelen

Art. 16.§ 1. Het agentschap kan beschikken over de volgende middelen : 1° dotatie(s);2° retributies voor zover bij decreet toegewezen aan het agentschap;3° schenkingen en legaten in speciën;4° inkomsten uit door het agentschap verstrekte leningen aan derden;5° de subsidies waarvoor het agentschap als begunstigde in aanmerking komt;6° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;7° vergoedingen voor prestaties, volgens de modaliteiten bepaald in de beheersovereenkomst;8° inkomsten uit sponsoring, coproducties en cofinanciering;9° ontvangsten voortvloeiend uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen; 10°leningen of kredieten van allerlei aard. § 2. Het agentschap wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen. In de begroting situeert het reservefonds zich op het niveau van de totaliteit van het agentschap.

De middelen in het reservefonds mogen worden aangewend voor de taken die krachtens artikel 5 van voorliggend decreet aan het agentschap zijn opgedragen.

De spijzigingen van het reservefonds zijn afhankelijk van een machtiging door het Vlaams Parlement in de jaarlijkse begroting. Deze machtiging tot spijziging kan slechts betrekking hebben op het deel van de uitgavenkredieten dat in de begroting aan het agentschap wordt toegekend en in het begrotingsjaar zelf niet worden aangewend.

Art. 17.Het agentschap kan schenkingen of legaten aanvaarden. De Raad van Bestuur beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico's verbonden aan de aanvaarding. HOOFDSTUK IX. - Wijziging en coördinatie

Art. 18.§ 1. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bestaande wets- en decreetsbepalingen betreffende het agentschap te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen, om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet en van het kaderdecreet.

De besluiten die krachtens deze paragraaf worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen de 9 maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging werkt terug tot deze laatste datum.

De in deze paragraaf aan de Vlaamse regering opgedragen bevoegdheid vervalt 9 maanden na de inwerkingtreding van dit decreet. Na die datum kunnen de besluiten die krachtens deze paragraaf zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven. § 2. De Vlaamse regering wordt ermee belast de bepalingen van de wetten en decreten betreffende het agentschap te coördineren alsook de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie. Te dien einde kan de regering : 1° de te coördineren bepalingen anders inrichten, inzonderheid opnieuw ordenen en vernummeren;2° de verwijzingen in de te coördineren bepalingen dienovereenkomstig vernummeren;3° de te coördineren bepalingen met het oog op onderlinge overeenstemming en eenheid van terminologie herschrijven zonder te raken aan de erin neergelegde beginselen;4° de verwijzingen naar de in de coördinatie opgenomen bepalingen die in andere niet in de coördinatie opgenomen bepalingen voorkomen, naar de vorm aanpassen. De coördinatie treedt pas in werking nadat zij bekrachtigd is door het Vlaams Parlement. HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen

Art. 19.Het agentschap neemt de rechten en verplichtingen over van de openbare instelling met rechtspersoonlijkheid 'Export Vlaanderen', opgericht bij decreet van 23 januari 1991, zoals gewijzigd bij decreet van 24 juli 1996, en van de dienst met afzonderlijk bestuur 'Dienst Investeren Vlaanderen', opgericht door het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting van 1994.

Art. 20.Het decreet van 23 januari 1991 tot oprichting van Export Vlaanderen, gewijzigd bij het decreet van 24 juli 1996, en artikel 2 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994 worden opgeheven.

Art. 21.Behoudens andersluidende bepalingen, worden de begroting en rekeningen opgemaakt en goedgekeurd en de controle uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op de instellingen van openbaar nut van categorie B.

Art. 22.De Vlaamse regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 7 mei 2004.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government, P. CEYSENS _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken. - Ontwerp van decreet, 2130 - Nr. 1. - Verslag van het Rekenhof, 2130 - Nr. 2. - Amendementen, 2130 - Nr. 3. - Verslag, 2130 - Nr. 4. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 2130 - Nr. 5.

Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 27 en 29 april 2004.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^