Decreet van 10 februari 2017
gepubliceerd op 23 februari 2017
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet houdende een tijdelijke Vlaamse fiscale regularisatie

bron
vlaamse overheid
numac
2017030104
pub.
23/02/2017
prom.
10/02/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

Numac : 2017030104

VLAAMSE OVERHEID


10 FEBRUARI 2017. - Decreet houdende een tijdelijke Vlaamse fiscale regularisatie (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende een tijdelijke Vlaamse fiscale regularisatie

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder: 1° aangever: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die overgaat tot de indiening van een regularisatieaangifte, hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde;2° erfbelasting: de belasting die is of wordt geheven met toepassing van titel 2, hoofdstuk 7, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013; 3° fiscaal verjaarde bedragen: de sommen, waarden of kapitalen ten aanzien waarvan de erfbelasting of de registratiebelasting voor de aangever niet meer kan worden geheven door de toepassing van artikel 3.3.3.0.1 of 5.0.0.0.11 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 op het ogenblik van de indiening van de regularisatieaangifte; 4° registratiebelasting: de belasting die is of wordt geheven met toepassing van titel 2, hoofdstuk 8 tot en met 11, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;5° regularisatieaangifte: de aangifte, ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst of bij een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit, van fiscaal verjaarde of niet fiscaal verjaarde bedragen die onderhevig zijn of hadden moeten zijn aan de erfbelasting of aan de registratiebelasting, met het oog op het verkrijgen van een regularisatieattest, op voorwaarde dat de regularisatieheffing, vermeld in dit decreet, wordt betaald;6° regularisatieheffing: het totaal bedrag van de som die verschuldigd is ingevolge de regularisatie; 7° verkrijging in de rechte lijn: een verkrijging als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 5°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013; 8° Vlaamse Belastingdienst: het agentschap opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst.

Art. 3.Dit decreet is alleen van toepassing op de regularisatieaangiften die: 1° uiterlijk op 31 december 2020 worden ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst of bij een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit;2° betrekking hebben op inbreuken die vóór 1 augustus 2016 begaan zijn op de regelgeving over de erfbelasting of over de registratiebelasting.

Art. 4.§ 1. De niet fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de erfbelasting en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte voor de erfbelasting, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing van: 1° 35 % voor een verkrijging in rechte lijn of tussen partners;2° 70 % voor een andere verkrijging dan een verkrijging in rechte lijn of tussen partners. In het eerste lid wordt verstaan onder partner: de persoon of de personen, vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 4°, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. § 2. De fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de erfbelasting en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte voor de erfbelasting, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing van 37 %, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2017, en aan een tarief van 38 %, 39 % of 40 %, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend respectievelijk in 2018, 2019 of 2020. § 3. De niet fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de registratiebelasting, en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte voor de registratiebelasting, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing van 20 %. § 4. De fiscaal verjaarde bedragen die niet onderworpen geweest zijn aan de registratiebelasting, en die het voorwerp uitmaken van een regularisatieaangifte voor de registratiebelasting, zijn onderworpen aan een forfaitaire regularisatieheffing van 37 %, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend in 2017, en aan een tarief van 38 %, 39 % of 40 %, wanneer de regularisatieaangifte wordt ingediend respectievelijk in 2018, 2019 of 2020. § 5. Bij de berekening van de regularisatieheffing volgens de tarieven, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4, kunnen geen verminderingen, vrijstellingen of andere gunstmaatregelen worden genoten of toegepast.

Art. 5.De betaling van de conform artikel 4 berekende regularisatieheffing heeft tot gevolg dat de aangegeven en aldus geregulariseerde bedragen niet meer onderworpen zijn of kunnen worden aan de erfbelasting, respectievelijk aan de registratiebelasting, met inbegrip van belastingverhogingen en nalatigheidsinteresten.

Art. 6.De regularisatieaangifte wordt ingediend bij de Vlaamse Belastingdienst of bij een door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit met een aangifteformulier dat de Vlaamse Belastingdienst ter beschikking stelt. Dat aangifteformulier vermeldt de naam van de aangever en, in voorkomend geval, de naam van zijn gemachtigde en de te regulariseren bedragen. De ingevulde aangifte wordt gedateerd en ondertekend door de aangever of, in voorkomend geval, door zijn gemachtigde.

Bij de regularisatieaangifte wordt een bondige verklaring over het fraudeschema gevoegd waarin melding wordt gemaakt van de herkomst van de te regulariseren bedragen, het moment waarop ze aan de erfbelasting of aan de registratiebelasting onderworpen hadden moeten zijn, en de financiële rekeningen, die voor de te regulariseren bedragen gebruikt zijn. Bij de regularisatieaangifte worden ook de nodige bewijsstukken gevoegd waaruit blijkt welk van de tarieven, vermeld in artikel 4, kan worden toegepast.

De onderliggende stukken kunnen worden ingediend tot zes maanden na de indiening van de regularisatieaangifte. De Vlaamse Belastingdienst heeft de mogelijkheid om de onderliggende stukken die met de regularisatieaangifte worden meegestuurd en die betrekking hebben op de geregulariseerde bedragen, na te kijken met het oog op de overeenstemming ervan met de gegevens uit de regularisatieaangifte.

Stukken die naar aanleiding van een regularisatieaangifte worden ingediend en die geen betrekking hebben op de te regulariseren bedragen, worden geacht geen deel uit te maken van de regularisatieaangifte.

Art. 7.De aangever moet in zijn aangifte met een schriftelijk bewijs, in voorkomend geval aangevuld met andere bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed en het bewijs door getuigen, aantonen dat op de te regulariseren bedragen de normale belastingregeling is toegepast. De te regulariseren bedragen of het gedeelte ervan waarvan de aangever niet kan aantonen dat de normale belastingregeling erop is toegepast, moeten worden geregulariseerd. De aangever moet met een schriftelijk bewijs, zo nodig aangevuld met andere bewijsmiddelen van het gemeen recht, met uitzondering van de eed en het bewijs door getuigen, aantonen dat de aangegeven bedragen alleen betrekking hebben op belastingen die onder het toepassingsgebied van dit decreet vallen.

Met behoud van de toepassing van artikel 10, is regularisatie niet mogelijk voor de sommen, waarden of kapitalen die in verband kunnen worden gebracht met: 1° terrorisme of financiering van terrorisme;2° georganiseerde misdaad;3° illegale handel in verdovende middelen;4° illegale handel in wapens en daaraan verbonden goederen en handelswaren, met inbegrip van antipersoonsmijnen en/of clustermunitie;5° handel in clandestiene werkkrachten;6° mensenhandel;7° uitbuiting van prostitutie;8° illegaal gebruik bij dieren van stoffen met hormonale werking of illegale handel in dergelijke stoffen;9° illegale handel in menselijke organen of weefsels;10° fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;11° verduistering door personen die een openbare functie uitoefenen en corruptie;12° ernstige milieucriminaliteit;13° namaak van muntstukken of bankbiljetten;14° namaak van goederen;15° piraterij;16° beursdelicten;17° onwettig openbaar aantrekken van spaargelden of het verlenen van beleggingsdiensten, diensten van valutahandel of van geldoverdracht zonder vergunning;18° oplichting, gijzeling, diefstal of afpersing of misdrijven die verband houden met een staat van faillissement.

Art. 8.Na de ontvangst van de regularisatieaangifte brengt de Vlaamse Belastingdienst de aangever of zijn gemachtigde schriftelijk op de hoogte van de ontvankelijkheid ervan. In dezelfde brief brengt de Vlaamse Belastingdienst de aangever op de hoogte van het bedrag van de verschuldigde regularisatieheffing. Tegen of voor die regularisatieheffing is geen bezwaarschrift of ambtshalve ontheffing mogelijk.

De regularisatieheffing moet definitief en zonder enig voorbehoud worden betaald binnen vijftien kalenderdagen die volgen op de verzendingsdatum van de ontvangstmelding met vaststelling van de regularisatieheffing en is definitief verworven.

Na de ontvangst van die definitieve en zonder enig voorbehoud uitgevoerde betaling stuurt de Vlaamse Belastingdienst naar de aangever of zijn gemachtigde een regularisatieattest dat de volgende gegevens bevat: de naam van de aangever en, in voorkomend geval, van zijn gemachtigde, het bedrag van de regularisatieheffing, de belasting waaraan de aangegeven bedragen hadden onderworpen moeten geweest zijn en de geregulariseerde bedragen.

Zodra het regularisatieattest naar de aangever of zijn gemachtigde is verstuurd, bezorgt de Vlaamse Belastingdienst de Cel voor Financiële Informatieverwerking, opgericht bij de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, een kopie van het regularisatieattest en de gegevens, vermeld in artikel 6.

De personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst die regularisatieaangiften behandelen, zijn gehouden tot het beroepsgeheim, vermeld in artikel 3.19.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

Art. 9.Noch de regularisatieaangifte, noch de betaling van de regularisatieheffing die ingevolge de regularisatieaangifte verschuldigd is, noch het regularisatieattest, vermeld in artikel 8, hebben uitwerking als: 1° de in de regularisatieaangifte vermelde bedragen het voorwerp hebben uitgemaakt van een van de misdrijven, vermeld in artikel 505 van het Strafwetboek, behalve als de inkomsten uitsluitend zijn verkregen uit de misdrijven, vermeld in artikel 3.15.3.0.1 en 3.15.3.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013; 2° de in de regularisatieaangifte vermelde bedragen voortkomen uit een misdrijf als vermeld in artikel 5, § 3, van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met uitzondering van het misdrijf, vermeld in artikel 5, § 3, 1°, elfde streepje, van de voormelde wet, het misdrijf misbruik van vennootschapsgoederen en het misdrijf misbruik van vertrouwen, beiden vermeld in artikel 5, § 3, 3°, van de voormelde wet;3° de aangever vóór de indiening van de regularisatieaangifte schriftelijk op de hoogte is gebracht door een Belgische gerechtelijke dienst van lopende specifieke onderzoeksdaden of door de Vlaamse Belastingdienst van een belastingverhoging of administratieve geldboete als vermeld in titel 3, hoofdstuk 18, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013;4° voor dezelfde aangever al een regularisatieaangifte is ingediend vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 10.§ 1. Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdrijven als vermeld in artikel 3.15.3.0.1 en 3.15.3.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, of aan misdrijven als vermeld in artikel 505 van het Strafwetboek, voor zover die betrekking hebben op de vermogensvoordelen die rechtstreeks uit de voormelde misdrijven zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld, of op de inkomsten uit de belegde voordelen, alsook de personen die mededaders of medeplichtigen zijn aan deze misdrijven als vermeld in artikel 66 en 67 van het Strafwetboek, blijven vrijgesteld van strafvervolging op grond daarvan als ze vóór de datum van de indiening van een regularisatieaangifte niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een opsporingsonderzoek of van een gerechtelijk onderzoek op grond van de voormelde misdrijven en als er een regularisatieaangifte is gedaan conform dit decreet en de ingevolge die regularisatieaangifte verschuldigde regularisatieheffing is betaald. § 2. Voor alle andere misdrijven dan de misdrijven, vermeld in paragraaf 1, kunnen de personen, vermeld in paragraaf 1, nog altijd het voorwerp uitmaken van strafvervolging.

Personen die zich schuldig hebben gemaakt aan de misdrijven, vermeld in artikel 193 tot en met 197, artikel 491, 492bis, en artikel 489 tot en met 490bis van het Strafwetboek, artikel XV.75 van het Wetboek van Economisch Recht, de verschillende strafbepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, die zijn begaan om de misdrijven, vermeld in paragraaf 1, te plegen of te vergemakkelijken, of er het gevolg van zijn, blijven voor de voormelde misdrijven vrij van straf als ze vóór de datum van de indiening van de regularisatieaangifte niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een opsporingsonderzoek of van een gerechtelijk onderzoek op grond van de voormelde misdrijven en als er een regularisatieaangifte is gedaan conform dit decreet en de ingevolge die regularisatieaangifte verschuldigde regularisatieheffing is betaald.

De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op mededaders en medeplichtigen die geen regularisatieaangifte hebben ingediend. § 3. De bepalingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, doen geen afbreuk aan de rechten van derden. § 4. De personeelsleden van de Vlaamse Belastingdienst die regularisatieaangiften behandelen, hebben geen mededelingsplicht als vermeld in artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering.

Art. 11.Binnen de grenzen, vermeld in artikel 5 en 9, kan een regularisatieattest worden gebruikt als bewijsmiddel tegenover elke openbare dienst.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 10 februari 2017.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie, B. TOMMELEIN _______ Nota (1) Zitting 2016-2017 Documenten.- Ontwerp van decreet : 1035 - Nr. 1 - Verslag : 1035 - Nr. 2 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1035 - Nr. 3 Handelingen. - Bespreking en aanneming: Vergadering van 1 februari 2017.


begin


Publicatie : 2017-02-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^