Decreet van 10 juli 2013
gepubliceerd op 20 augustus 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013204704
pub.
20/08/2013
prom.
10/07/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

10 JULI 2013. - Decreet betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeenheden

Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° het "centrum" : de door de Regering erkende instelling belast met de organisatie van één of meer filières met het oog op vlotte socioprofessionele inschakeling van de stagiairs zoals omschreven in artikel 5;2° de "filière" : scholingsenheid binnen een centrum waar scholing gegeven wordt in de vorm van pedagogische of opleidingsacties, met als doel de verwerving van kennis, vaardigheden en socioprofessionele gedragslijnen en waar één van de volgende twee methodologische kaders ten uitvoer gelegd : a) een fase opleiding en inschakeling die bestaat in leergangen, praktische oefeningen en, eventueel, bedrijfsstages;b) een fase "Bedrijf voor vorming door arbeid" waarbij de theoretische en praktische scholingen eigen aan een beroep of een groep van beroepen van dezelfde sector opgenomen worden binnen een activiteit inzake de productie van goederen en diensten, leergangen en eventueel bedrijfsstages;3° het "pedagogische project" : het door het centrum opgemaakte document dat voorziet in de pedagogische beginselen en richtingen van toepassing op een centrum en op elk van de filières die het organiseert;4° het "begeleidingspercentage" : de verhouding tussen het aantal equivalent voltijds begeleidingspersoneelsleden, met name de opleiders en het personeel belast met de pedagogische opvolging of de sociale begeleiding, en het aantal stagiairs in opleiding binnen een centrum;5° de "Commissie" : de Adviescommissie van de centra voor socioprofessionele inschakeling ingesteld binnen de "Conseil économique et social de la Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië);6° de "Regering" : de Regering van het Waalse Gewest;7° de "Dienst" : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) zoals bedoeld in het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi".

Art. 3.De Regering kan, onder de voorwaarden van dit decreet en binnen de perken van de begrotingskredieten, centra en de door hen georganiseerde filières erkennen en subsidiëren. HOOFDSTUK II. - Doel en algemene opdrachten van de centra

Art. 4.Het centrum heeft als opdracht via een geïntegreerde aanpak de socioprofessionele inschakeling van de in de artikelen 5 en 6 bedoelde stagiair te bevorderen door het verwerven van kennis, vaardigheden en gedragslijnen die nodig zijn voor zijn rechtstreekse of onrechtstreekse inschakeling op de arbeidsmarkt, zijn sociale emancipatie en zijn persoonlijke ontwikkeling, met inachtneming van het principe van non-discriminatie, van bevordering van gelijke kansen inzake tewerkstelling en opleiding en van de bescherming van de privésfeer en de gegevens met een persoonlijk karakter. Om dat doel te bereiken organiseert het centrum één of meer erkende filières die een prioritaire doelstelling nastreven die opgenomen is in één van de volgende categorieën : 1° de beroepsoriëntering : de gestructureerde pedagogische acties waarmee de stagiair verschillende alternatieven kan overwegen ter bevordering van zijn socioprofessionele inschakeling en zijn professioneel en persoonlijk project kan ontwerpen of bevestigen;deze categorie wordt georganiseerd in de fase opleiding en inschakeling; 2° de basisopleiding : de algemene of technische opleiding tot verwerving van elementaire kennis, algemene vaardigheden en gedragslijnen die nuttig zijn voor de socioprofessionele inschakeling en die niet in rechtstreeks verband staan met een bepaald beroep;deze categorie wordt georganiseerd in de fase opleiding en inschakeling; 3° de professionaliserende opleiding : de opleiding tot verwerving van kennis, vaardigheden en socioprofessionele gedragslijnen die nodig zijn voor de uitoefening van een bepaald beroep;deze categorie wordt georganiseerd hetzij in de fase opleiding en inschakeling, hetzij in de fase bedrijf voor vorming door arbeid.

Het centrum ontwikkelt methodes die aan de volwassenen aangepast worden, naar gelang van de stagiairs verschillen, hun deelname aan en hun betrokkenheid bij het opleidingsproces bevorderen; het biedt hen een sociale begeleiding en een pedagogische opvolging tijdens de hele duur van dat proces.

De Regering preciseert de prioritaire doelstellingen en bepaalt de bijkomende doelstellingen en de organisatiemodaliteiten voor elke filièrecategorie. HOOFDSTUK III. - De stagiair

Art. 5.Voor de toepassing van dit decreet wordt als stagiair beschouwd : 1° elke niet-schoolplichtige persoon die als niet-werkende werkzoekende bij de Dienst ingeschreven is en die beschikt over hoogstens een getuigschrift van het secundair onderwijs van de tweede graad of een gelijkwaardig diploma;2° elke niet-schoolplichtige persoon die als niet-werkende werkzoekende bij de Dienst ingeschreven is gedurende minstens 18 maanden in de loop van de 24 maanden die voorafgaan aan de datum waarop hij zijn opleiding begint te volgen; 3° elke niet-schoolplichtige persoon die als niet-werkende werkzoekende bij de Dienst ingeschreven is, die medisch in staat geacht wordt een vormings- en een socioprofessioneel inschakelingsproces te volgen en één van de volgende vooorwaarden vervult : geregistreerd zijn geweest bij het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" (Waals Agentschap voor de integratie van gehandicapte personen), hierna " het Agentschap" genoemd, of bij de dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor personen met een handicap, hierna de "Dienst" genoemd, of bij het Brussels fonds voor personen met een handicap of bij het Vlaams fund voor sociale integratie van personen met een handicap, hierna "het Fonds" genoemd, het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot tegemoetkoming van het Agentschap, de Dienst of één van beide Fondsen en hen kennis gegeven hebben van elke beslissing i.v.m. de bepalingen inzake tegemoetkoming of socioprofessionele inschakeling genomen door de federale of gemeenschapsoverheid; b) het slachtoffer van een arbeidsongeval zijn geweest en een attest overleggen dat werd uitgereikt door het Fonds voor Arbeidsongevallen of door de Medisch-Sociale Rijksdienst, dat het bewijs levert van een ongeschiktheid van ten minste 30 %;c) het slachtoffer van een beroepsziekte zijn geweest en een attest overleggen dat werd uitgereikt door het Fonds voor de Beroepsziekten of door de Medisch-Sociale Rijksdienst, dat het bewijs levert van een ongeschiktheid van ten minste 30 %;d) het slachtoffer van een ziekte of van een ongeval van gemeen recht zijn geweest en een afschrift van het vonnis overleggen dat werd afgeleverd door de griffie van de rechtbank, dat het bewijs levert dat de handicap of de ongeschiktheid ten minste 30 % bedraagt;e) het slachtoffer van een ziekte of van een huisongeval zijn geweest en een afschrift van de beslissing van de verzekeringsinstelling overleggen die het bewijs levert dat de blijvende ongeschiktheid ten minste 30 % bedraagt;f) een inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietoelage genieten krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;4° elke persoon opgesloten of geïnterneerd in een strafinrichting of een instituut voor sociale bescherming die binnen drie jaar in vrijheid gesteld of in beperkte detentie geplaatst kan worden of een voorwaardelijke invrijheidstelling kan genieten zoals bedoeld respectievelijk in de artikelen 21 en 24 van wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten;5° elke persoon beschouwd als vreemdeling die op wettige wijze op het Belgisch grondgebied verblijft, overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, incluis in het kader van de beroepen waarin voorzien wordt in de bepalingen van titel III van voornoemde wet, en die beschikt over hoogstens een getuigschrift van het secundair onderwijs van de tweede graad of een gelijkwaardig diploma;6° elke bij de Dienst als werkzoekende ingeschreven persoon die in aanmerking komt voor artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Na advies van de Commissie kan de Regering de categoriëen publiek dat onder het begrip stagiair valt aanpassen op grond van de wettelijke, decretale of reglementaire wijzigingen in rechtstreeks verband met het eerste lid en naar gelang van de evolutie van de arbeidsmarkt.

Art. 6.§ 1. Het Centrum kan niet schoolplichtige en bij de Dienst als niet-werkende werkzoekenden ingeschreven personen opvangen die niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 5 en beschikken over hoogstens het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs of over een gelijkwaardig diploma voor zover : 1° het aantal van die stagiairs niet hoger is dan 20 % van het totaalaantal stagiairs die jaarlijks een opleiding beginnen te volgen binnen elke filière als de activiteitszetel van het centrum gevestigd is op het grondgebied van een Subregionaal comité voor Arbeidsbemiddeling en Vorming, hierna "CSEF" genoemd, waar het percentage van de tewerkstellingsvraag minstens 15 % hoger is dan het gemiddelde percentage van de tewerkstellingsvraag in het Franse taalgebied van het Waalse Gewest;2° het aantal van die stagiairs niet hoger is dan 20 % van het totaal aantal stagiairs die jaarlijks een opleiding beginnen te volgen binnen elke filière als de activiteitszetel van het centrum gevestigd is op het grondgebied van een "CSEF" waar het percentage van de tewerkstellingsvraag schommelt tussen minder dan en meer dan 15 % van het gemiddelde percentage van de tewerkstellingsvraag in het Franse taalgebied van het Waalse Gewest;de Regering kan, bij gemotiveerde beslissing en na eensluidend advies van het "CSEF", in afwijkingspercentages van meer dan 20 % voorzien voor zover ze niet hoger zijn dan 50 %; 2° het aantal van die stagiairs niet hoger is dan 40 % van het totaalaantal stagiairs die jaarlijks een opleiding beginnen te volgen binnen elke filière als de activiteitszetel van het centrum gevestigd is op het grondgebied van een "CSEF" waar het percentage van de tewerkstellingsvraag minstens 15 % lager is dan het gemiddelde percentage van de tewerkstellingsvraag in het Franse taalgebied van het Waalse Gewest;de Regering kan, bij gemotiveerde beslissing en na eensluidend advies van het "CSEF", in afwijkingspercentages van meer dan 40 % voorzien voor zover ze niet hoger zijn dan 50 % . § 2. De referentiepercentages vermeld in paragraaf 1 worden berekend op 30 juni van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop ze toepasselijk zijn en worden voor twee jaar vastgelegd.

Art. 7.De toestand van de stagiair wordt beoordeeld de dag voor die waarop hij zijn opleiding begint te volgen.

De Regering bepaalt welke documenten en attesten nodig zijn om na te gaan of de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5 en 6 vervuld zijn. HOOFDSTUK IV. - Erkenning van de centra en de filières Afdeling 1. - Erkenning en hernieuwing van erkenning

Art. 8.De Regering erkent een centrum en hernieuwt zijn erkenning als het al de volgende voorwaarden vervult : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn in de zin van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; 2° een pedagogisch project uitwerken waarin o.a. de volgende elementen opgenomen zijn : a) de modaliteiten voor de opvang en, desnoods, de heroriëntering van de kandidaat-stagiair;b) de modaliteiten betreffende het opmaken van het pedagogische contract en het uitwerken van het individuele vormingsprogramma na opsporing van de behoeften van de stagiair;c) de pedagogische opvolging van de stagiair en de sociale begeleiding;d) de formatieve en participatieve evaluatie en de erkenning van de door de stagiair verworven kennis en vaardigheden;e) het partnerschap met andere operatoren inzake vorming, inschakeling of psycho-medisch-sociale steunverlening dat de stagiair in staat stelt zijn socioprofessionele doelstelling te halen;f) de modaliteiten betreffende de bekendmaking van de inhoud van het vormingsaanbod en, met name, de finaliteit, de doelstellingen, het publiek en de toegangsvoorwaarden ervan;g) de modaliteiten betreffende het opmaken van een project inzake de nascholing van de stagiair tot bepaling van de acties die nodig zijn om de doelstellingen te halen die in het individuele programma van de stagiair omschreven worden;3° één of meer filières organiseren die voldoen aan de voorwaarden opgesomd in artikel 9;4° een omschrijving overleggen van de materiële, menselijke en financiële middelen die voor de werking van het centrum voorzien worden en waarmee de uitvoering van het pedagogische project, de leefbaarheid van het centrum en de haalbaarheid van de filières gewaarborgd kunnen worden;5° als het gaat om de eerste erkenningsaanvraag, een vooruitlopend plan van de begrotingen betreffende de ontwikkeling van de activiteit van het centrum voor de twee eerste activiteitsjaren;6° aansluiten bij de samenwerkingsregeling voor inschakeling en zich ertoe verbinden een samenwerkingsovereenkomst te sluiten en uit te voeren met de Dienst in de zin van het decreet van 12 januari 2012 betreffende de geïndividualiseerde begeleiding van de werkzoekenden en betreffende de samenwerkingsregeling voor inschakeling. De hernieuwing van de erkenning van het centrum wordt toegekend op grond van de uitvoering van het pedagogische project, de nakoming van de regels en plichten en de kwaliteit inzake het administratieve en financiële beheer alsook het beheer inzake de menselijke hulpkrachten over de periode waarvoor het centrum eerder erkend werd.

De voorwaarden tot erkenning of tot hernieuwing van erkenning van het centrum, incluis de elementen die het pedagogische project vormen, kunnen nader bepaald worden door de Regering.

Art. 9.Tegelijkertijd met de erkenning of later in de loop van de periode waarin het centrum erkend wordt, kan de Regering één of meer filières erkennen of hun erkenning hernieuwen voor zover ze al de volgende voorwaarden vervullen : 1° voldoen aan vormingsbehoeften waarop onvoldoende is ingespeeld, met inachtneming van het kadaster van de bestaande beroepsopleidingen en de cartografie van het aanbod en de behoeften van de arbeidsmarkt, die door de Dienst worden opgemaakt;2° aansluiten bij het pedagogische project van het project;3° aansluiten bij één van de drie categoriëen filières bedoeld in artikel 4 en er het methodologische kader van bepalen; 4° de doelstellingen van de filière inzake kennis, vaardigheden en socioprofessionele gedragslijnen bepalen t.o.v. de referentiëlen bedoeld in artikel 15, 7° en 8°; 5° het programma van de filière overleggen met de inhoud, organisatie en duur ervan alsook het eventuele beroep op bedrijfsstages;6° het bij de filière betrokken publiek specificeren en, desnoods, de toepassing van artikel 6. De hernieuwing van erkenning van de filières wordt toegekend op grond van de uitvoering van het pedagogische project, van de analyse van de pedagogische kwaliteit van de opleidingen en van de beoordeling van de resultaten ervan.

De voorwaarden tot erkenning of tot hernieuwing van erkenning van de filières worden nader bepaald door de Regering.

Als het centrum in de loop van de periode van erkenning of hernieuwing van erkenning van de filière verzoekt om wijzigingen van de beslissing tot erkenning, dient het overeenkomstig artikel 11 een nieuwe aanvraag tot erkenning van de filière in. De Regering kan voorzien in een vereenvoudigde procedure of in een vrijstelling van procedure voor de wijzigingen die zij bepaalt.

Art. 10.De aanvankelijke erkenning van het centrum, incluis van de filières die het organiseert, wordt voor een periode van twee jaar toegekend. De erkenning kan voor een periode van zes jaar hernieuwd worden. In de gevallen bepaald door de Regering en op voorstel van de Commissie kan de erkenning voor hoogstens twee jaar hernieuwd worden.

In geval van erkenning van nieuwe filières in de loop van de periode van de hernieuwing van de erkenning van het centrum, wordt de erkenning toegekend voor de duur van twee jaar en kan ze hernieuwd worden voor een duur die niet langer mag zijn dan die van de erkenning van het centrum.

Art. 11.De aanvragen tot erkenning en hernieuwing van erkenning van de centra, incluis de filières die ze organiseren, worden ingediend bij de dienst die de Regering aanwijst en volgens de modaliteiten die zij bepaalt.

Het advies van het territoriaal bevoegde "CSEF" wordt vereist voor de erkenning van elke filière en heeft betrekking op de opportuniteit om ze te erkennen of om haar erkenning te hernieuwen op grond van het kadaster en de cartografie bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1°.

De Regering verleent of weigert de erkenning of de hernieuwing van erkenning van de centra en de filières die ze organiseren.

De beslissing tot hernieuwing van erkenning van het centrum brengt niet noodzakelijk de hernieuwing van elk van zijn filières met zich mee en kan voorzien in andere erkenningsvoorwaarden dan die betreffende de vroeger verleende erkenning.

De documenten, termijnen, modaliteiten en procedures betreffende de erkenning en de hernieuwing van erkenning van de centra en filières worden nader bepaald door de Regering.

Art. 12.Na advies van de Commissie kan de Regering de erkenning van het centrum opschorten of intrekken als het niet voldoet aan de voorschriften bepaald bij of krachtens dit decreet. De intrekking of de opschorting van erkenning van het centrum heeft als gevolg de intrekking of de opschorting van erkenning van de filières die het organiseert, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 13.

Na advies van de Commissie kan de Regering de erkenning van een filière opschorten of intrekken als ze niet voldoet aan de voorschriften bepaald bij of krachtens dit decreet.

Als de erkenning van een centrum of van een filière opgeschort wordt, vermeldt de beslissing de datum waarop het centrum moet voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen die het niet heeft nageleefd, alsook de modaliteiten van de eventuele opschorting van de subsidiëring zoals bepaald bij artikel 18, paragraaf 2, eerste lid 1, 1°.

Als de erkenning van een centrum of van een filière ingetrokken wordt, kan de Regering beslissen de in artikel 18, paragraaf 2, bedoelde sancties toe te passen.

De Regering bepaalt de modaliteiten en de procedures tot opschorting of intrekking van de erkenning van het centrum of van de filière. Afdeling 2. - Overdracht van een filière

Art. 13.Na advies van de Commissie kan de Regering toestemming geven voor de overdracht van één of meer opleidingsfilières van een centrum, met name het overdragende centrum, aan een ander centrum, met name het overnemende centrum, dat bereid is om de betrokken filière(s) over te nemen. De overdracht van de filières kan toegelaten worden in de volgende gevallen : 1° in geval van ontbinding of opheffing van het overdragende centrum;2° in geval van bewuste beslissing van het overdragende centrum om niet langer één of meer opleidingsfilières te organiseren;3° in geval van beslissing tot intrekking of niet-hernieuwing van de erkenning van het overdragende centrum of van één of meer van de filières die het organiseert. Het overnemende centrum wordt aangewezen, enerzijds, naar gelang van de wijze waarop het inspeelt op de opleidingsbehoeften waaraan onvoldoende wordt tegemoetgekomen t.o.v. het kadaster en de cartografie bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1° en, anderzijds, naar gelang van zijn vermogen inzake administratief, financieel en pedagogisch beheer en, desgevallend, in het vooruitzicht van personeelsoverplaatsing.

De overdracht geldt voor twee jaar, behalve als de erkenningsduur van het overnemende centrum korter is. In dat geval is de duur van de overdracht gelijk aan die van de erkenning van het overnemende centrum.

De beslissing tot overdracht vermeldt de elementen van de beslissing tot erkenning van de filière die erop toepasselijk zijn.

De toestemming voor de overdracht van een filière mag niet leiden tot de verhoging van de bij artikel 17 bepaalde subsidiëring zoals die aan het overdragende centrum verleend werd.

De Regering bepaalt de voorwaarden, modaliteiten en procedures betreffende de aanvragen tot overdracht van de betrokken filière(s). HOOFDSTUK V. - Verplichtingen van het centrum

Art. 14.Het centrum moet : 1° voldoen aan de voorwaarden bepaald bij of krachtens dit decreet en het pedagogische project uitvoeren;2° jaarlijks minstens tien stagiairs opvangen en vanaf het derde erkenningsjaar minimum 12 000 uren opleiding per jaar geven;in het geval van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of van een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, kan de Regering minder dan 12 000 opleidingsuren per jaar opleggen voor zover dat aantal niet lager is dan 8 000 uren per jaar. In geval van niet-inachtneming van de 12 000 opleidingsuren per jaar of van de 8 000 opleidingsuren per jaar en na advies van de Commissie bedoeld in artikel 16, kan het centrum de toestemming krijgen om een aantal opleidingsuren te geven dat lager is dan die minima; 3° het door de Regering bepaalde begeleidingspercentage in acht nemen, naar gelang van, o.a., de categorie van de filière en van het methodologische kader ervan; 4° zich houden aan het beginsel van de kosteloosheid van de opleiding voor de stagiairs bedoeld in de artikelen 5 en 6, overeenkomstig het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi";5° voldoen aan de verplichtingen bepaald bij of krachtens het besluit van de Waalse Regering van 8 februari 2002 betreffende het toekennen van bepaalde voordelen aan de stagiairs die een beroepsopleiding krijgen;6° een jaarlijks activiteitenverslag van het centrum opmaken waarvan de minimale inhoud en de modaliteiten door de Regering vastgelegd worden;7° de functies inzake directie, administratie en sociale begeleiding van het centrum waarnemen; 8° wat de boekhouding betreft en, desgevallend, t.o.v. de verschillende subsidiêringsbronnen, een onderscheid maken tussen de uitgaven en de ontvangsten naar gelang van het methodologische kader van de filières; in het geval van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of van een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn, maakt het centrum ook een onderscheid tussen de uitgaven en de ontvangsten i.v.m. zijn activiteiten die bij dit decreet erkend worden; 9° wat betreft de fasen "Bedrijf voor vorming door arbeid", een plan opmaken voor de bestemming van de exploitatieresultaten met het oog op de uitvoering van de bij dit decreet bepaalde opdrachten, met inachtneming van de modaliteiten die de Regering bepaalt;10° zich houden aan de wetten, decreten en reglementen die rechtstreeks op hen toepasselijk zijn, met name de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. De verplichtingen die in het eerste lid vastliggen, kunnen nader bepaald worden door de Regering. HOOFDSTUK VI. - Coördinatie van de actie van de centra

Art. 15.De Regering kan, na een door haar georganiseerde selectieprocedure, een vereniging zonder winstoogmerk aanwijzen die de volgende opdrachten vervult : 1° de pedagogische ontwikkeling en het administratieve beheer van de centra coördineren en steunen;2° de sector vertegenwoordigen op het niveau van de gewestelijke en gemeenschappelijke instanties bevoegd inzake vorming en hun representatieve gesprekspartner zijn bij de Regering;3° de samenwerking van de centra op subregionaal niveau versterken met het oog op de cohesie van de plaatselijke actie ten gunste van de stagiairs;4° personeel aanstellen in het kader van de Regeling "Kruispunt Tewerkstelling Vorming Oriëntatie" zoals bedoeld in artikel 1bis, eerste lid, 9°, van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi";5° het aanbod en de behoeften coördineren inzake de vorming van het personeel van de centra en van het personeel aangesteld in het kader van de Regeling "Kruispunt Tewerkstelling Vorming Oriëntatie";6° de evolutie van het opleidingsaanbod van de centra en van het betrokken publiek analyseren en de Regering daarover inlichten; 7° deelnemen aan het uitwerken van de vormingsreferentiëlen in het kader van de werken gevoerd door de "Service francophone des Métiers et des Qualifications" (Franstalige Dienst Beroepen en Kwalificaties), overeenkomstig het samenwerkingsakkoord gesloten op 27 maart 2009 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapcommissie betreffende de oprichting van de "Service francophone des Métiers et des Qualifications", afgekort : "S.F.M.Q." en ervoor zorgen dat ze door de centra geïnstalleerd worden; 8° het uitwerken van de vormingsreferentiëlen die niet in het bevoegdhedenveld van de "S.F.M.Q." passen en het ontwerpen van de methodologische of pedagogische middelen voor de opleidingen coördineren en steunen.

De statuten van de vereniging bedoeld in het eerste lid moeten stroken met voornoemde opdrachten.

Wat de samenstelling van haar algemene vergadering betreft, moet de vereniging ervoor zorgen dat de centra voldoende vertegenwoordigd zijn op het vlak van hun geografische verdeling, van hun methodologische kaders en van de categoriëen filières die ze organiseren.

De Regering vertrouwt de opdrachten bedoeld in het eerste lid aan de vereniging toe en kan ze nader bepalen op grond van de evolutie van de decretale en reglementaire bepalingen die op het centrum toepasselijk zijn en van de operationele context waarin de centra verkeren.

De vereniging bedoeld in het eerste lid ontvangt jaarlijks en binnen de perken van de beschikbare kredieten subsidies om haar opdracht te kunnen vervullen. De Regering bepaalt de modaliteiten tot toekenning van die subsidies.

De vereniging legt jaarlijks een activiteitenverslag aan de Regering over. HOOFDSTUK VII. - Commissie van de centra voor socioprofessionele inschakeling

Art. 16.§ 1. Binnen de "Conseil économique et social de la Wallonie" wordt een Adviescommissie ingesteld die belast wordt met de volgende taken : 1° advies uitbrengen over de wijziging van de categoriëen publiek overeenkomstig artikel 5, tweede lid; 2° een gemotiveerd advies uitbrengen over de aanvragen tot erkenning of hernieuwing van erkenning van een centum of een filière wanneer ze om adviesverlening verzocht wordt, o.a. krachtens artikel 10, eerste lid; 3° een gemotiveerd advies uitbrengen over de opschorting of intrekking van de erkenning van een centum of een filière overeenkomstig artikel 12;4° een gemotiveerd advies uitbrengen over de aanvraag tot overdracht van een filière krachtens artikel 13;5° vergaderen op verzoek van één van haar leden die feiten vernomen zou hebben die ressorteren onder de overtredingen van of de inbreuken op de bepalingen van het decreet, om de stand van zaken te onderzoeken en de Regering kennis te geven van de feiten van de oorzaak. De Commissie geeft de adviezen bedoeld in het eerste lid, 2° tot 5°, op basis van het advies van het "CSEF" als het vereist wordt, van het verslag van de door de Regering aangewezen dienst die belast is met het onderzoek van de dossiers en naar gelang van de behoeften opgespoord t.o.v. het kadaster en de cartografie bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1°. § 2. De door de Regering aangewezen dienst wordt belast met : 1° het vervullen van de opdrachten i.v.m. de analyse van de dossiers die aan de Commissie voorgelegd worden en met de kennisgeving ervan; 2° het jaarlijks overleggen aan de Regering, aan de "Conseil économique et social de Wallonie", incluis aan de Commissie bedoeld in paragraaf 1, van een synthese betreffende de jaarlijkse activiteitenverslagen van de centra bedoeld in artikel 14, 7°, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden. § 3. De "Conseil économique et social de la Wallonie" wordt belast met de volgende taken : 1° het secretariaat van de Commissie waarnemen;2° om de drie jaar een verslag over de uitvoering van dit decreet aan de Regering overleggen op basis van de synthese bedoeld in paragraaf 2, 2°;3° op eigen initiatie of op verzoek van de Regering gemotiveerde adviezen of aanbevelingen uitbrengen over de uitvoering van het decreet. § 4. Binnen de Commissie worden de volgende stemgerechtigde vertegenwoordigers aangewezen : 1° twee gewone en twee plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties;2° twee gewone en twee plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties;3° twee gewone en twee plaatsvervangende vertegenwoordigers van de Dienst onder wie : een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal bevoegd voor tewerkstelling;b) een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van het Directoraat-generaal bevoegd voor het beroep bij tussenkomst van derden, voor informatieverstrekking over en kennis van de arbeidsmarkt;4° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" (Waals Agentschap voor de integratie van gehandicapte personen);5° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de "Union des villes, communes et provinces de la Région wallonne, Fédération des Centres publics d'action sociale" (Unie van de steden, gemeenten en provincies van het Waalse Gewest, Federatie van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn);6° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de vereniging bedoeld in artikel 15. Anderzijds worden de volgende vertegenwoordigers aangewezen om de Commissie met raadgevende stem bij te wonen : 1° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de Minister die voor Vorming bevoegd is;2° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de Minister die voor Tewerkstelling bevoegd is;3° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de Minister die voor Sociale Aangelegenheden en Gelijke Kansen bevoegd is;4° een gewone en een plaatsvervangende vertegenwoordiger van de dienst bedoeld in artikel 16, paragraaf 2;5° twee gewone en twee plaatsvervangende leden ter vertegenwoordiging van de centra, in het bijzonder wat betreft de methodologische kaders en de categoriëen filières, aangewezen op de voordracht van de vereniging bedoeld in artikel 15. De Commissie vergadert minstens vier keer per jaar.

De plaatsvervangende leden mogen slechts bij afwezigheid van de gewone leden zitting hebben.

De Regering kan de samenstelling aanpassen en de opdrachten van de Commissie nader bepalen op grond van de evolutie van de decretale en reglementaire bepalingen die op de centra toepasselijk zijn en naar gelang van de operationele context waarin de centra verkeren. HOOFDSTUK VIII. - Financiering

Art. 17.§ 1. De Regering verleent jaarlijks subsidies aan het erkende centrum dat voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen bepaald bij of krachtens dit decreet. De subsidies bestaan uit : 1° een variabel deel bestaande uit : a) een som berekend op grond van het aantal erkende opleidingsuren, vermenigvuldigd met het uurpercentage;b) een som berekend op grond van het begeleidingspercentage, vastgelegd door de Regering ten opzichte van het aantal erkende opleidingsuren;2° een bijkomend deel ter dekking van de tegemoetkoming voorzien door de sociale partners in het kader van de overeenkomsten voor de Waalse privé non-profit sector. Onder erkende opleidingsuren wordt verstaan het aantal uren dat vastligt in de beslissing tot erkenning ten opzichte van de duur van het programma bedoeld in artikel 9, eerste lid, 5°, vermenigvuldigd met het aantal stagiairs voorzien per filière in de loop van een burgerlijk jaar.

Onder uurpercentage wordt verstaan het tarief dat voor elke erkende filière berekend wordt naar gelang van de categorie warin ze ingedeeld is, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden.

Indien vereist door de specificiteit van het ten laste genomen publiek, door het aantal filières en de verscheidenheid ervan of door het aantal stagiairs, kan de aanpassing van het begeleidingspercentage of de uitbreiding ervan naar een functie van pedagogische coördinatie aanleiding geven tot een verhoging van de tegemoetkoming bedoeld in paragraaf 2, 1°, binnen de perken en volgens de modaliteiten die door de Regering bepaald worden. § 2. Het geheel van de subsidies kan uitbetaald worden in de vorm van : 1° een tegemoetkoming zoals bepaald bij of krachtens het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector en het onderwijs, waarvan de criteria van toekenning door de Regering bepaald worden.De tegemoetkoming, verleend in de vorm van punten zoals bedoeld in artikel 21 van voornoemd decreet van 25 april 2002, wordt door de Regering bepaald op grond van het aantal erkende uren; 2° een subsidie ter dekking van de werkings-, materiaal- en uitrustingskosten en van de loonlasten die niet gedekt zijn door een andere subsidie of door de tegemoetkoming bedoeld onder punt 1°. § 3. Het geheel van de subsidies wordt uitbetaald als volgt : 1° een voorschot, met name 60 % van het jaarbedrag dat voor het voorafgaande boekjaar is verleend aan het centrum en zijn erkende filières, wordt in de loop van het eerste kwartaal gestort op basis van een vorderingsverklaring;2° een tweede schijf, met name 80 % van het totale jaarbedrag van de subsidie dat voor het lopende boekjaar wordt verleend, na aftrek van het bedrag van het eerste voorschot, wordt in de loop van het tweede kwartaal gestort op basis van een vorderingsverklaring;3° het saldo van 20 % van het totale jaarbedrag van de subsidie die voor het lopende boekjaar wordt verleend, wordt gestort in de loop van het eerste semester van het jaar na dat waarvoor het verschuldigd is, voor zover de door de Regering aangewezen dienst beschikt over de vorderingsverklaring, het activiteitenverslag en de bewijsstukken die hem door het centrum overgemaakt moeten worden; De Regering is ertoe gemachtigd de in het eerste lid, 1° tot 3°, bedoelde percentages te wijzigen. § 4. De procedure tot toekenning en uitbetaling van de subsidies, met inbegrip van de voorwaarden waaronder de uitgaven in aanmerking genomen worden, wordt nader bepaald door de Regering. De variabele jaarlijkse som bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt binnen de perken van de beslissing tot erkenning uitbetaald op basis van de uren die daadwerkelijk gepresteerd worden door de stagiairs en van de daarmee gelijkgestelde uren. De uren gelijkgesteld met de daadwerkelijk gepresteerde uren worden nader bepaald door de Regering. § 5. De subsidiëring is verworven zodra het centrum 90 % van de erkende opleidingsuren heeft gegeven, berekend voor het geheel van de filières over een periode van twee jaar en 75 % van de erkende opleidingsuren, berekend per filière over een periode van twee jaar. § 6. De Regering kan de subsidies jaarlijks in januari indexeren door de bedragen van het vorige jaar te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het vorige jaar, verdeeld door het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het jaar dat voorafgaat aan het vorige jaar. HOOFDSTUK IX. - Controle

Art. 18.§ 1. De controle en het toezicht op de naleving van dit decreet en van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten worden uitgeoefend overeenkomstig het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende de omscholing en de bijscholing, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2007. § 2. In geval van niet-nakoming van de bij of krachtens dit decreet bepaalde verplichtingen, van ontbinding van een centrum en van opschorting en intrekking van de erkenning van een centrum kan de Regering, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, : 1° de subsidiëring geheel of gedeeltelijk opschorten gedurende een bepaalde termijn zodat het centrum kan voldoen aan de niet nagekomen verplichtingen;2° de terugbetaling van het geheel of van een gedeelte van de verleende subsidies alsook van de desbetreffende kosten eisen naar verhouding van de vastgestelde overtredingen;3° de beslissing tot toekenning van de subsidies intrekken of er een eind aan maken. De Regering kan ook geheel of gedeeltelijk afzien van de terugbetaling van de verleende subsidies indien de kostprijs verbonden aan die terugvordering hoger dreigt te zijn dan de terug te betalen bedragen of in geval van overmacht of van onverwachte omstandigheden. HOOFDSTUK X. - Wijzigings-, overgangs- en opheffingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingsbepalingen

Art. 19.Indien zulks nodig blijkt voor de uitvoering, de toepassing of de cohesie van dit decreet, is de Regering ertoe gemachtigd volgende vervangingen door te voeren in de geldende decreet- of regelgevende bepalingen : 1° de afkortingen "fFT" of "OISP" door de woorden "centra voor socioprofessionele inschakeling";2° de woorden "Interfederatie van de EFT-OISP" door de woorden "de vereniging bedoeld in artikel 15 van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling";3° de woorden "Commissie EFT-OISP" door de woorden "de Commissie bedoeld in artikel 16 van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling". Indien zulks nodig blijkt voor de uitvoering, de toepassing of de cohesie van dit decreet, is de Regering ertoe gemachtigd de bepalingen van het decreet van 1 april 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de instellingen voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces en van de bedrijven voor vorming door arbeid te vervangen door de bepalingen van dit decreet.

De Regering is ertoe gemachtigd de referentie naar de "CSEF" in dit decreet te vervangen naar gelang van de evolutie van de decreet- of regelgevende bepalingen die op hen betrekking hebben.

Artikel 2, § 1, 1°, 1ste streepje, van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet wordt vervangen als volgt : « - de Commissie van de centra voor socioprofessionele inschakeling in het kader van het decreet van 10 juli 2013 betreffende de centra voor socioprofessionele inschakeling; ». Afdeling 2. - Overgangsbepalingen

Art. 20.De vereniging zonder winstoogmerk aangewezen krachtens artikel 18 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de instellingen voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces en van de bedrijven voor vorming door arbeid vervult tijdelijk de opdrachten bedoeld in artikel 15, eerste lid, totdat de vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in artikel 15 aangewezen wordt. Zodoende zal deze bepaling niet langer van toepassing zijn.

Art. 21.De beslissingen tot toekenning of tot hernieuwing van erkenning van centra die op basis van het decreet van 1 april 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de instellingen voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces en van de bedrijven voor vorming door arbeid worden genomen voor de inwerkingtreding van dit decreet maar erna gevolg hebben, blijven tot 31 december 2014 onderworpen aan de bepalingen van voornoemd decreet van 1 april 2004. De centra dienen uiterlijk 31 mei 2014 een aanvraag tot erkenning in voor zichzelf en voor de filières die ze organiseren.

In afwijking van artikel 10, kan de Regering aan de krachtens voornoemd decreet van 1 april 2004 erkende centra die een erkenningsaanvraag krachtens dit decreet indienen een erkenning voor zes jaar verlenen volgens de modaliteiten die zij bepaalt.

Elke beslissing tot opschorting of tot intrekking van een erkenning of tot overdracht van een filière die genomen wordt op basis van het decreet van 1 april 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de instellingen voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces en van de bedrijven voor vorming door arbeid blijft onderworpen aan de bepalingen van dat decreet.

De beslissingen tot overdracht van filières waarvan de aanvraag na de datum van inwerkingtreding van dit decreet is ingediend en die voor 31 december 2014 zijn genomen, gelden tot die datum.

Art. 22.Als de beschikbare begrotingskredieten niet volstaan om het aantal opleidingsuren te halen zoals bepaald bij artikel 14, eerste lid, 2°, kan de Regering dat aantal in de beslissingen tot erkenning verminderen bij de erkenningsaanvragen die uiterlijk 31 mei 2014 ingediend worden.

Art. 23.De beslissingen tot erkenning van de instellingen voor socioprofessionele inschakeling en de bedrijven voor vorming door arbeid, genomen krachtens het decreet van 1 april 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de instellingen voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces en van de bedrijven voor vorming door arbeid, worden onder dezelfde voorwaarden verlengd tot 31 december 2014.

Art. 24.De persoon die deel uitmaakt van het begunstigde publiek overeenkomstig de artikelen 4 tot 6 van voornoemd decreet van 1 april 2004 en die voor de inwerkingtreding van dit decreet een opleiding bij een "O.I.S.P." of een "E.F.T." heeft aangevat, mag die opleiding voltooien. Afdeling 3. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 25.Het decreet van 1 april 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de instellingen voor maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces en van de bedrijven voor vorming door arbeid, gewijzigd bij de decreten van 22 november 2007 en 6 november 2008, wordt opgeheven.

Art. 26.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2014, met uitzondering van de artikelen 20, 21, 23 en 24, die in werking treden op 1 september 2013, en van artikel 17, dat in werking treedt op 1 januari 2015. De Regering kan voorzien in een datum van inwerkingtreding die voorafgaat aan 1 januari 2014 en 1 januari 2015.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 10 juli 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO _______ Nota (1) Zitting 2012-2013. Stukken van het Waals Parlement, 829 (2012-2013), nrs. 1 tot 6.

Volledig verslag, openbare vergadering van 10 juli 2013.

Bespreking.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^