Decreet van 11 april 2014
gepubliceerd op 12 mei 2014
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt

bron
waalse overheidsdienst
numac
2014202999
pub.
12/05/2014
prom.
11/04/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

11 APRIL 2014. - Decreet betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Dit decreet wordt aangenomen overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet.

Art. 2.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° Gemeenschap : de Franse Gemeenschap;2° Gewest : het Waalse Gewest;3° Commissie : de Franse Gemeenschapscommissie;4° Parlement van de Gemeenschap : het Parlement van de Franse Gemeenschap;5° Waals Parlement : het Parlement van het Waalse Gewest;6° Vergadering : de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie;7° Gemeenschapsregering : de Regering van de Franse Gemeenschap 8° Waalse Regering : de Regering van het Waalse Gewest;9° College : het College van de Franse Gemeenschapscommissie;10° bijzondere wet : de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;11° bijzondere wet van 12 januari 1989 : de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;12° bijzondere financieringswet : de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.

Art. 3.Het Gewest, op het grondgebied van het Franse taalgebied, en de Commissie, op het grondgebied van het tweetalig Brussels Hoofdstedelijk Gewest, oefenen de bevoegdheden van de Gemeenschap uit in de volgende aangelegenheden : 1° wat betreft lichamelijke opvoeding, sport en openluchtleven, bedoeld in artikel 4, 9°, van de bijzondere wet : de gemeentelijke, provinciale, intercommunale en privé infrastructuren;2° de sociale promotie, zoals bedoeld in artikel 4°, 15, van de bijzondere wet;3° de beroepsomscholing en -bijscholing, zoals bedoeld in artikel 4, 16°, van de bijzondere wet;4° de stelsels inzake alternerende opleiding bedoeld in artikel 4, 17°, van de bijzondere wet, met uitsluiting van het alternerend onderwijs;5° het schoolvervoer, bedoeld in artikel 4 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;de decreten en reglementaire besluiten worden genomen na eensluidend advies van de Gemeenschapsregering wat betreft de normen i.v.m. het recht op vervoer; 6° het gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet, met uitzondering van: a) de universitaire ziekenhuizen;b) de revalidatieovereenkomsten gesloten met de ziekenhuizen bedoeld onder punt a);c) de « Académie royale de Médecine de Belgique » (Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België);d) de erkenning en de contingentering van de gezondheidszorgberoepen;e) de activiteiten en diensten inzake preventieve geneeskunde voorbehouden aan babies, kinderen, leerlingen en studenten;f) wat ressorteert onder de opdrachten toevertrouwd aan de « Office de la Naissance et de l'Enfance (ONE) » (Kind en Gezin);g) de sportmedische controle;h) de Wetenschappelijke maatschappij voor algemene geneeskunde;7° de bijstand aan personen, bedoeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet, met uitzondering van : f) wat ressorteert onder de opdrachten toevertrouwd aan de « Office de la Naissance et de l'Enfance »;b) de diensten « Espaces-Rencontres »;c) de sociale hulpverlening aan de rechtsonderhorigen;d) de jeugdbescherming;e) de sociale hulpverlening aan de gevangenen;f) eerstelijn-rechtsbijstand;8° de gezinsbijslag bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet.

Art. 4.In de aangelegenheden bedoeld in artikel 3 : 1° hebben het Gewest en de Commissie dezelfde bevoegdheden als die welke aan de Gemeenschap zijn toegewezen;2° de decretale macht wordt, overeenkomstig de artikelen 18, 19, § 1, eerste lid, en § 2, 21 en 22, van de bijzondere wet, naar gelang van het geval gezamenlijk uitgeoefend door het Waals Parlement en de Waalse Regering of door de Vergadering en het College;de decreten bepalen dat ze een in artikel 127 of artikel 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheid regelen, krachtens artikel 138 van de Grondwet; 2° de Waalse Regering en het College maken, ieder wat hem betreft, de reglementen en besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van de decreten, overeenkomstig artikel 20 van de bijzondere wet;de reglementen en besluiten bepalen dat ze een in artikel 127 of artikel 128 van de Grondwet bedoelde aangelegenheid regelen, krachtens artikel 138 van de Grondwet; 4° de decreten van het Waals Parlement worden bekrachtigd en afgekondigd op de wijze bepaald bij artikel 54, § 3, van de bijzondere wet;de decreten van de vergadering worden bekrachtigd en afgekondigd als volgt : « De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, College, bekrachtigen hetgeen volgt : (Decreet) Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. »; 5° na afkondiging worden de decreten van het Waals Parlement en van de Vergadering in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt met een vertaling in het Nerderlands;artikel 56 van de bijzondere wet is van toepassing op die besluiten; 6° de besluiten van de Waalse Regering en van het College worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt met een vertaling in het Nerderlands;artikel 84, 1°, tweede lid, en 2°, van de bijzondere wet is van toepassing op die besluiten; 7° voor het overige oefenen het Waals Parlement en de Waalse Regering alsook de Vergadering en het College hun bevoegdheden uit overeenkomstig de werkingsregels bepaald bij of krachtens, respectievelijk, de bijzondere wet en de wet van 12 januari 1989, met de nodige aanpassingen.

Art. 5.De roerende en onroerende goederen van de Franse Gemeenschap, zowel van het openbare als van het privé domein, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3 worden zonder vergoeding overgedragen aan het Gewest en aan de Commissie, elk wat hem/haar betreft.

De « roerende en onroerende goederen van de Franse Gemeenschap » in de zin van het eerste lid omvatten ook de roerende en onroerende goederen van de Federale Staat die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bijkomende bevoegdheden die aan de Gemeenschap zijn overgedragen bij de bijzondere wet van 26 december 2013 betreffende de zesde staatshervorming in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3.

De roerende en onroerende goederen van het Gewest en van de Commissie, zowel van het openbare als van het privé domein, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Gemeenschap, die krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van bepaalde bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie door het Gewest en de Commissie uitgeoefend werden en overeenkomstig dit decreet opnieuw door de Gemeenschap uitgeoefend worden, worden zonder vergoeding aan de Gemeenschap overgedragen.

De voorwaarden en modaliteiten voor de overdrachten bedoeld in de leden 1 tot 3 worden bepaald bij besluit van de Gemeenschapsregering, genomen na eensluidend advies van de Waalse Regering en van het College. De overdrachten worden van rechtswege uitgevoerd. Ze zijn zonder andere formaliteit inroepbaar tegen derden zodra dat besluit in werking treedt.

Art. 6.§ 1. Met het oog op de uitoefening van de bevoegdheden toegekend aan het Gewest en aan de Commissie in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3 worden personeelsleden van de diensten van de Gemeenschap op billijke wijze en naar gelang van de behoeften naar het Gewest en de Commissie overgeplaatst bij besluit van de Gemeenschapsregering genomen na eensluidend advies van de Waalse Regering en het College.

Onder « personeelsleden van de diensten van de Gemeenschap » wordt ook verstaan de personeelsleden van de Rijksdiensten die overeenkomstig artikel 88 van de bijzondere wet worden overgeplaatst met het oog op de uitoefening van de bijkomende bevoegdheden die aan de Gemeenschap zijn toegekend bij de bijzondere wet van 26 december 2013 betreffende de zesde staatshervorming in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3.

Met het oog op de uitoefening van bevoegdheden die krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van bepaalde bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie door het Gewest en de Commissie uitgeoefend werden en overeenkomstig dit decreet opnieuw door de Gemeenschap uitgeoefend worden, worden personeelsleden van de diensten van het Gewest of van de Commissie naar de Gemeenschap overgeplaatst bij besluit van de Gemeenschapsregering genomen na eensluidend advies van de Waalse Regering en het College. § 2. De Gemeenschapsregering bepaalt, na overleg met de representatieve organisaties van het personeel, de datum en de modaliteiten van de overplaatsing van de personeelsleden bedoeld in § 1.

In afwijking van het eerste lid worden de in § 1, tweede lid, bedoelde personeelsleden onmiddellijk naar het Gewest en de Commissie overgeplaatst op de datum en volgens de modaliteiten bepaald overeenkomstig artikel 88, § 2, van de bijzondere wet. § 3. De personeelsleden overgeplaatst overeenkomstig de §§ 1 en 2 worden overgeplaatst in hun graad of een gelijkwaardige graad en in hun hoedanigheid.

Zij behouden minstens de bezoldiging en de geldelijke anciënniteit die zij hadden of zouden verkregen hebben indien zij het ambt dat zij bij hun overplaatsing bekleedden, verder hadden uitgeoefend in hun dienst van herkomst. § 4. De bezoldiging en de werkingskosten van het overeenkomstig de §§ 1 en 2 overgeplaatste personeel zijn voor rekening van de begroting van het Gewest, van de Commissie of van de Gemeenschap, naar gelang van het geval.

Art. 7.§ 1. Naast de dotaties bepaald bij artikel 7 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, wordt jaarlijks een aanvullende dotatie toegekend aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie. § 2. Het bedrag van de aanvullende dotatie die aan het Waalse Gewest wordt toegekend, is gelijk aan de som van de volgende bedragen : 1° een bedrag vastgelegd op 5.820.251 euro voor het jaar 2015; vanaf het begrotingsjaar 2016 wordt dat bedrag aangepast na vermenigvuldiging met een coëfficiënt gelijk aan de verhouding tussen het bedrag van de dotatie van de Franse Gemeenschap bepaald bij artikel 40quinquies van de bijzondere financieringswet voor bedoeld jaar en het bedrag van dezelfde dotatie voor het vorige begrotingsjaar; 2° de bedragen die vanaf het begrotingsjaar 2015 jaarlijks aan de Franse Gemeenschap worden toegekend krachtens de artikelen 47/5, 47/6 en 47/7 van de bijzondere financieringswet, desgevallend na aftrek van de bedragen ten laste van Franse Gemeenschap krachtens artikel 68quinquies van de bijzondere financieringswet; 3° een bedrag vastgelegd op 234.483.192 euro voor het jaar 2015, desgevallend na aftrek van een bedrag vastgelegd overeenkomstig artikel 47/8, tweede lid, van de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989 voor zover de aftrek waarin dat artikel voorziet betrekking heeft op een dienst gelegen in het Franse taalgebied; vanaf het begrotingsjaar 2016 wordt het bedrag, desgevallend verminderd, aangepast overeenkomstig artikel 47/8, leden 3 tot 5, van de bijzondere financieringswet; 4° de bedragen die vanaf het begrotingsjaar 2015 jaarlijks aan de Franse Gemeenschap worden toegekend krachtens artikel 47/9, § 3, derde lid, van de bijzondere financieringswet, na aftrek van de financiering die overeenkomstig artikel 47/9, § 4, van de bijzondere financieringswet jaarlijks door de federale overheid gegarandeerd wordt voor investeringen betreffende ziekenhuisinfrastructuren en medisch-technische diensten die bij dit decreet aan het Waalse Gewest overgedragen worden;5° voor het begrotingsjaar een bedrag gelijk aan de som van : a) de negatieve waarde van het bedrag dat vastligt in artikel 48/1, § 1, eerste lid, 2°, voor de Franse Gemeenschap;b) 29,25 % van de middelen toegekend aan de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie krachtens artikel 47/7, § 2, van de bijzondere financieringswet voor het begrotingsjaar 2015, na aftrek van de middelen die voor het begrotingsjaar 2015 aan de Franse Gemeenschap toegekend worden krachtens artikel 47/7, § 3, eerste lid; c) een bedrag dat resulteert uit het verschil tussen het bedrag van 208.479.620 euro en het bedrag opgenomen onder punt 3° voor het begrotingsjaar 2015, voor de eventuele aftrek waarin dezelfde bepaling voorziet; d) de negatieve waarde van het bedrag van 44.001.224 euro; 6° voor het begrotingsjaar 2016, een bedrag gelijk aan de som van : a) het bedrag verkregen overeenkomstig punt 5° voor het begrotingsjaar 2015;b) het bedrag verkregen door het verschil tussen de twee volgende bedragen : - 27,07 % van het bedrag dat vastligt in artikel 48/1, § 4, tweede lid, 2°, van de bijzondere financieringswet voor de toepassing van de verdeelsleutel bedoeld in dezelfde bepaling; - het bedrag verkregen voor het jaar 2016 overeenkomstig punt 4°; c) een negatief bedrag van 45.477.841 euro; 7° voor het begrotingsjaar 2017 en elk van de volgende begrotingsjaren, het bedrag bedoeld onder punt 6°, na aanpassing volgens de modaliteiten omschreven in artikel 35nonies, § 1, vierde en vijfde lid, van de bijzondere financieringswet. § 3. Het bedrag van de aanvullende dotatie die aan de Franse Gemeenschapscommissie wordt toegekend, is gelijk aan de som van de volgende bedragen : 1° een bedrag van 2.858.693 euro voor het begrotingsjaar 2015; vanaf het begrotingsjaar 2016 wordt dat bedrag aangepast na vermenigvuldiging met een coëfficiënt gelijk aan de verhouding tussen het bedrag van de dotatie van de Franse Gemeenschap bepaald bij artikel 40quinquies van de bijzondere financieringswet voor bedoeld jaar en het bedrag van dezelfde dotatie voor het vorige begrotingsjaar; 2° een bedrag vastgelegd op 560.090 euro voor het begrotingsjaar 2015; vanaf het begrotingsjaar 2016 wordt dat bedrag aangepast overeenkomstig artikel 47/8, leden 3 tot 5, van de bijzondere financieringswet; 3° voor het begrotingsjaar 2015 een bedrag gelijk aan 1,48 % van de middelen toegekend aan de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie krachtens artikel 47/7, § § 1 en 2, van de bijzondere financieringswet van 16 januari 1989, desgevallend na aftrek van : a) het bedrag vastgelegd overeenkomstig artikel 47/7, § 3, tweede lid, van de bijzondere financieringswet voor zover de aftrek waarin dat artikel voorziet betrekking heeft op geriatriediensten gevestigd in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest die vanwege hun organisatie op 1 januari 2013 beschouwd moesten worden als diensten die uitsluitend aan de Franse Gemeenschap toebehoren;b) de bedragen vastgelegd overeenkomstig artikel 48/1, § 1, tweede en vierde lid, voor zover ze betrekking hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet die vanwege een wijziging in hun organisatie niet meer beschouwd moeten worden als diensten die uitsluitend aan de Franse Gemeenschap toebehoren en bijgevolg onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ressorteren; en waaraan desgevallend het overeenkomstig artikel 48/1, § 1, derde en vierde lid, vastgelegde bedrag toegevoegd wordt voor zover die bedragen betrekking hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet die vanwege een wijziging in hun organisatie beschouwd moeten worden als diensten die uitsluitend aan de Franse Gemeenschap toebehoren en bijgevolg niet meer onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ressorteren; voor de jaren 2016 tot en met 2024, is het toegekende bedrag identiek aan het bedrag toegekend in 2015; van 2025 tot 2034 wordt het toegekende bedrag lineair verminderd tot nul over tien jaar; 4° een bedrag vastgelegd op 52.677.231 euro voor het begrotingsjaar 2015, desgevallend na aftrek van : a) het bedrag vastgelegd overeenkomstig artikel 47/8, tweede lid, van de bijzondere financieringswet voor zover de aftrek waarin dat artikel voorziet betrekking heeft op gespecialiseerde revalidatie- en behandelingsdiensten gevestigd in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest die vanwege hun organisatie op 1 januari 2013 beschouwd moesten worden als diensten die uitsluitend deel uitmaken van de Franse Gemeenschap;b) de bedragen vastgelegd overeenkomstig artikel 48/1, § 1, tweede en vierde lid, voor zover ze betrekking hebben op instellingen bedoeld artikel 5, § 1, I, eerste lid, 2°, 4° en 5°, van de bijzondere wet die vanwege een wijziging in hun organisatie niet meer beschouwd moeten worden als diensten die uitsluitend aan de Franse Gemeenschap toebehoren en bijgevolg onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ressorteren; en waaraan desgevallend het overeenkomstig artikel 48/1, § 1, derde en vierde lid, vastgelegde bedrag toegevoegd wordt voor zover die bedragen betrekking hebben op instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 2°, 4° en 5°, van de bijzondere wet die vanwege een wijziging in hun organisatie beschouwd moeten worden als diensten die uitsluitend aan de Franse Gemeenschap toebehoren en bijgevolg niet meer onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ressorteren; voor de jaren 2016 tot en met 2024 is het toegekende bedrag identiek aan het bedrag toegekend in 2015; van 2025 tot 2034 wordt het toegekende bedrag lineair verminderd tot nul over tien jaar; 5° voor de begrotingsjaren 2016 tot en met 2024 een bedrag gelijk aan 0,0685 % van het bedrag dat vastligt in artikel 48/1, § 4, tweede lid, 2°, van de bijzondere financieringswet voor de toepassing van de verdeelsleutel bedoeld in dezelfde bepaling;vanaf het begrotingsjaar 2025 tot en met 2034 wordt die dotatie lineair verminderd tot nul over tien jaar; 6° voor het begrotingsjaar 2015, een negatief bedrag van 59.546 euro; 7° voor het begrotingsjaar 2016, een negatief bedrag van 121.090 euro; 8° voor het begrotingsjaar 2017 en elk van de volgende begrotingsjaren, het bedrag bedoeld onder punt 7°, na aanpassing volgens de modaliteiten omschreven in artikel 35nonies, § 1, vierde en vijfde lid, van de bijzondere financieringswet. De overeenkomstig artikel 47/9, § 4, van de bijzondere financieringswet gegarandeerde financiering door de federale overheid van de investeringen betreffende de ziekenhuisinfrastructuren en medisch-technische diensten die bij dit decreet aan de Franse Gemeenschapscommissie worden overgedragen, wordt elk jaar afgetrokken van de dotatie bedoeld in het eerste lid. § 4. Vanaf de inwerkingtreding van de besluiten waarin artikel 6, § 1, eerste lid, voorziet en die genomen worden met het oog op de uitoefening van door de Franse Gemeenschap effectief uitgeoefende bevoegdheden tot de inwerkingtreding van dit decreet, wordt elk van de in § 2, 1°, en § 3, 1°, bedoelde bedragen verhoogd met een bedrag dat vastgelegd wordt bij besluit van de Gemeenschapsregering genomen na eensluidend advies van de Waalse Regering en het College; dat bedrag mag niet hoger zijn dan het totaalbedrag van de uitgaven betreffende de bezoldiging en de werkingskosten van het personeel dat bij die besluiten respectievelijk naar het Gewest en de Commissie overgeplaatst wordt.

Vanaf de inwerkingtreding van de besluiten waarin artikel 6, § 1, derde lid, voorziet worden de in § 2, 1°, en § 3, 1°, bedoelde bedragen verminderd met een bedrag dat vastgelegd wordt bij besluit van de Gemeenschapsregering genomen na eensluidend advies van de Waalse Regering en het College; dat bedrag mag niet hoger zijn dan het totaalbedrag van de uitgaven betreffende de bezoldiging en de werkingskosten van het personeel dat bij die besluiten respectievelijk naar het Gewest en de Commissie overgeplaatst wordt. § 5. De dotaties bedoeld in de § § 2 en 3 worden uitbetaald op de werkdag na die waarop de in dit artikel bedoelde middelen aan de Gemeenschap overgedragen worden, overeenkomstig de modaliteiten die vastgelegd worden bij besluit van de Gemeenschapsregering genomen na eensluidend advies van de Waalse Regering en het College en met inachtneming van de beginselen vermeld in artikel 54, § 1, vierde lid, en § 2, van de bijzondere financieringswet.

Art. 8.Als wegens de uitgaven die door de federale overheid of federale instellingen gedaan worden in het kader van de bevoegdheden bedoeld in artikel 3 van dit decreet inhoudingen verricht worden op de overeenkomstig de artikelen 75 of 77 van de bijzondere financieringswet aan de Franse Gemeenschap over te dragen middelen, worden die inhoudingen na overleg met de betrokken Regering of met het College bij besluit van de Gemeenschapsregering afgewenteld op de bedragen betaald door de Gemeenschap aan het Gewest of aan de betrokken Commissie, naar gelang van het geval.

Art. 9.Bij wijze van overgangsmaatregel gaat de Gemeenschap gedurende de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014 voor rekening van het Gewest en van de Commissie ten laste van de bij decreet geopende kredieten over tot de vastleggingen, ordonnanceringen en uitbetalingen van de uitgaven die resulteren uit de toepassing van de decreten, reglementen of beslissingen i.v.m. de in artikel 3 bedoelde bevoegdheden die de Gemeenschap effectief uitoefende tot 30 juni 2014.

Geen decreet, besluit en beslissing waarvan de uitvoering aanleiding geeft tot een rechtstreekse of onrechtstreekse afwenteling op de uitgaven die door de Gemeenschap ten laste genomen worden overeenkomstig het eerste lid of door een bevoegde instelling die bevoegd verklaard wordt bij de decreten en reglementen bedoeld in het eerste lid, mag in werking treden voor 1 januari 2015 als het/ze niet vooraf het voorwerp heeft uitgemaakt van een rapport aan de inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Minister van de Gemeenschap bevoegd voor die uitgaven. In zijn rapport, dat hij overmaakt binnen vijftien dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van de aanvraag, evalueert de Inspecteur van Financiën het bedrag van de rechtstreekse of onrechtstreekse omwenteling dat het decreet, de bepaling opgenomen in artikel 134 van de Grondwet of de beslissing opleggen voor die uitgaven zoals voorzien op de begroting van de Gemeenschap of van de betrokken gemeenschappelijke instelling.

Het advies bedoeld in het tweede lid wordt meegedeeld aan de betrokken Regering of aan het betrokken College, alsook aan de gemeenschappelijke Minister die voor de begroting en de financiën bevoegd is. Op basis van het rapport van de inspecteur van Financiën en na overleg met de betrokken Regering of het College legt laatstgenoemde Minister in meer of in minder, al naar gelang van het geval, het provisionele bedrag vast dat in mindering gebracht wordt van de voorschotten van de dotaties bedoeld in artikel 7 van het decreet van 22 juli 1993 die nog aan de betrokken entiteit gestort moeten worden voor het jaar 2014.

Aan het einde van het begrotingsjaar 2014 wordt het bedrag van de uitwerking van de overeenkomstig het tweede lid genomen maatregelen op dat begrotingsjaar bij besluit van de Gemeenschapsregering vastgelegd op basis van het rapport van de inspecteur van Financiën, na overleg met de betrokken Regering of het College. Na aftrek van het provisionele bedrag bedoeld in het derde lid wordt dat bedrag in meer of in min in aanmerking genomen in het saldo van voornoemde dotaties.

Art. 10.Bij wijze van overgangsmaatregel gaan het Waalse Gewest, enerzijds, en de Franse Gemeenschapscommissie, anderzijds, gedurende de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014 voor rekening van de Franse Gemeenschap ten laste van de bij decreten geopende kredieten over tot de vastleggingen, ordonnanceringen en uitbetalingen van de uitgaven die resulteren uit de toepassing van de decreten, reglementen of beslissingen i.v.m. de bevoegdheden die door hen uitgeoefend worden krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van bepaalde bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie, maar die krachtens dit decreet vanaf 1 juli 2014 opnieuw door de Gemeenschap uitgeoefend worden.

Geen decreet, besluit of beslissing waarvan de uitvoering aanleiding geeft tot een rechtstreekse of onrechtstreekse afwenteling op de uitgaven die door het Waalse Gewest of de Franse Gemeenschapscommissie laste genomen worden overeenkomstig het eerste lid of door een bevoegde instelling die bevoegd verklaard wordt bij de decreten en reglementen bedoeld in het eerste lid, mag in werking treden voor 1 januari 2015 als het/ze niet vooraf het voorwerp heeft uitgemaakt van een rapport aan de inspecteur van Financiën geaccrediteerd bij de Waalse Minister of bij de Minister van Franse Gemeenschapscommissie bevoegd voor die uitgaven. In zijn rapport, dat hij overmaakt binnen vijftien dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van de aanvraag, evalueert de inspecteur van Financiën het bedrag van de rechtstreekse of onrechtstreekse afwenteling dat het decreet, de bepaling opgenomen in artikel 134 van de Grondwet, het besluit of de beslissing zal opleggen voor die uitgaven zoals voorzien op de begroting van het Waalse Gewest of van, respectievelijk, de Franse Gemeenschapscommissie of de betrokken instelling.

Het advies bedoeld in het tweede lid wordt meegedeeld aan de Regering van de Franse Gemeenschap, alsook aan de Waalse Minister of aan de Minister van de Franse Gemeenschapscommissie die voor de begroting en de financiën bevoegd is. Op basis van het rapport van de inspecteur van Financiën en na overleg met de Regering van de Franse Gemeenschap legt laatstgenoemde Minister in meer of in min, al naar gelang van het geval, het voorlopige bedrag vast dat in mindering gebracht wordt van de voorschotten van de dotaties bedoeld in artikel 7 van het decreet van 22 juli 1993 die nog aan de betrokken entiteit gestort moeten worden voor het jaar 2014.

Aan het einde van het begrotingsjaar 2014 wordt het bedrag van de uitwerking van de overeenkomstig het tweede lid genomen maatregelen op dat begrotingsjaar bij besluit van de Regering of van het College vastgelegd op basis van het rapport van de inspecteur van Financiën, na overleg met de Regering van de Franse Gemeenschap. Na aftrek van het provisionele bedrag bedoeld in het derde lid wordt dat bedrag in meer of in min in aanmerking genomen in het saldo van voornoemde dotaties.

Art. 11.§ 1. Het Waals Parlement kan gebruik maken van alle middelen die hem toekomen krachtens de bijzondere financieringswet en de bepalingen van dit decreet voor de financiering van zowel de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 3 en 39 van de Grondwet als de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet. § 2. De Vergadering kan gebruik maken van alle middelen die haar toekomen krachtens artikel 178 van de Grondwet, de wet van 12 januari 1989, de financieringswet en dit decreet voor de financiering van zowel de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 136, 163 en 166, § 3, van de Grondwet als de begroting van de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet.

Art. 12.§ 1. Het Gewest en de Commissie erven, elk wat hem/haar betreft, de rechten en plichten van de Gemeenschap i.v.m. de bevoegdheden bedoeld in artikel 3 alsook de krachtens artikel 5 overgedragen goederen, met inbegrip van de rechten en plichten die voortvloeien uit lopende en komende gerechtelijke procedures.

Het gaat hier ook om de rechten en plichten m.b.t. de bijkomende bevoegdheden overgedragen aan de Gemeenschap bij de bijzondere wet van 26 decemeber 2013 betreffende de zesde staatshervorming in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, die de Gemeenschap erft krachtens artikel 61, § 8, van de bijzondere financieringswet. § 2. De Gemeenschap erft de rechten en plichten van het Gewest en de Commissie i.v.m. de uitoefening van de bevoegdheden van de Gemeenschap die krachtens artikel 3 van de decreten II en III van 19 en 22 juli 1993 tot toekenning van bepaalde bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie door het Gewest en de Commissie uitgeoefend werden en overeenkomstig dit decreet opnieuw door de Gemeenschap uitgeoefend worden.

Voor de verbintenissen aangegaan voor 1 juli 2014 blijven het Gewest en de Commissie evenwel gebonden door de verplichtingen die op 30 juni 2014 bestaan : 1° hetzij wanneer de betaling ervan op die datum verschuldigd is als het gaat om vaste uitgaven of om uitgaven waarvoor geen schuldvorderingsaangifte overgelegd moet worden;2° hetzij voor de overige schulden als ze vastliggen en de betaling ervan rechtmatig opgeëist werd op dezelfde datum, overeenkomstig de vigerende wetten, decreten en reglementen. § 3. In geval van geschil kan de Gemeenschap, het Gewest of de Commissie altijd, al naar gelang van het geval, altijd in de zaak tussenkomen of de overheid die haar opvolgt of die ze opvolgt bij de zaak betrekken.

Art. 13.De Gemeenschap, het Gewest en de Commissie sluiten overeenkomstig artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 een samenwerkingsovereenkomst ter bevordering van de convergentie van hun beleidslijnen inzake gezondheidszorg en hulpverlening aan personen.

Die samenwerkingsovereenkomst voorziet hoe dan ook in : a) de invoering van een sokkel van gemeenschappelijke beginselen met het oog op de begeleiding van de uitoefening van die bevoegdheden;b) de oprichting van een structuur voor overleg tussen de verschillende entiteiten met het oog op de convergentie van het beleid gevoerd op het grondgebied van het Franse taalgebied en van het tweetalige Brussels-Hoofdstedelijk Gewest, om het beheer van dezelfde bevoegdheden te verbeteren en om te zorgen voor de toepassing van de gemeenschappelijke beginselen bedoeld onder punt a). Die overlegstructuur omvat een ministerieel comité dat samengesteld is uit de Ministers van alle executieven van de betrokken deelstaten, die regelmatig moeten vergaderen, alsook een overlegorgaan dat samengesteld is uit de vertegenwoordigers van de partners betrokken bij het beheer van die bevoegdheden en dat belast wordt met het uitbrengen van adviezen, aanbevelingen en evaluaties over de wijze waarop een structurende en duurzame beleidsvisie van die bevoegdheden geconcretiseerd kan worden.

Er wordt regelmatig overleg gepleegd met de leidend ambtenaren van de betrokken administratieve organen.

Art. 14.De opdrachten, goederen, personeelsleden, rechten en plichten van de federale overheidsinstellingen die krachtens de wet van 13 maart 1991 betreffende de afschaffing of de herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten worden, in de aangelegenheden bedoeld in artikel 3, onmiddellijk op billijke wijze en naar gelang van de behoeften opnieuw aan het Gewest en aan de Commissie overgedragen bij besluit van de Gemeenschapsregering genomen na eenlsuidend advies van de Waalse Regering en het College.

Art. 15.Het decreet II van 22 juli 1993 houdende overdracht van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie wordt bij dit decreet opgeheven en vervangen, met uitzondering van de artikelen 7, 9, tweede lid, 10, § 1, 11, 3°, en 14, tweede lid, van dat decreet.

Art. 16.Dit decreet treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in artikel 13.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 11 april 2014.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO _______ Nota (1) Zitting 2013-2014. Stukken van het Waals Parlement 923 (2013-2014) Nrs. 1 tot 5.

Volledig verslag, plenaire zitting van 11 april 2014.

Bespreking.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^