Etaamb.openjustice.be
Decreet van 12 januari 2017
gepubliceerd op 22 februari 2017

Decreet betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2017020259
pub.
22/02/2017
prom.
12/01/2017
ELI
eli/decreet/2017/01/12/2017020259/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

12 JANUARI 2017. - Decreet betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (1)


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Dit decreet zet Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG en Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied om. Afdeling I. - Algemene bepalingen en definities

Art. 2.De artikelen 2 tot 9 leggen de voorschriften en procedures vast voor de onderlinge samenwerking van de Franse Gemeenschap en de lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de interne wetgeving van de Franse Gemeenschap en van alle lidstaten met betrekking tot alle belastingen die worden geheven door de Franse Gemeenschap of voor haar rekening, door haar territoriale of administratieve onderdelen, of voor hun rekening, met inbegrip van de lokale autoriteiten.

Die artikelen leggen tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.

Ze laten de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laten eveneens de verplichtingen van de Franse Gemeenschap en de lidstaten inzake ruimere administratieve samenwerking, welke voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten, onverlet.

Dit decreet is niet van toepassing op de belasting over de toegevoegde waarde en op de douanerechten, noch op de accijnzen, die vallen onder andere uniale wetgeving inzake administratieve samenwerking tussen de lidstaten. Dit decreet is evenmin van toepassing op de verplichte socialezekerheidsbijdragen, te betalen aan een lidstaat of een onderdeel van een lidstaat dan wel aan een publiekrechtelijke socialezekerheidsinstelling.

In geen geval worden de in het eerste lid bedoelde belastingen uitgelegd als omvattende : a) leges, bijvoorbeeld voor certificaten en andere door autoriteiten uitgereikte stukken;of b) contractueel verschuldigde bedragen, zoals retributies voor openbare nutsvoorzieningen. Dit decreet is van toepassing op de in het eerste lid bedoelde belastingen die worden geheven op het grondgebied waarop de Verdragen overeenkomstig artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is.

In de artikelen 2 tot 9, wordt verstaan onder : 1° "Richtlijn" : Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG;2° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie alsook zijn territoriale of administratieve onderdelen, met inbegrip van zijn lokale overheden;3° "centraal verbindingsbureau", het bureau dat als zodanig zal worden aangewezen in het samenwerkingsakkoord dat moet worden gesloten met toepassing van artikel 92 bis § 1 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, en dat belast is met de primaire zorg voor de contacten met de lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;4° "verbindingsdienst van de Franse Gemeenschap", elk ander bureau dan het centrale verbindingsbureau dat als zodanig door de Regering van de Franse Gemeenschap is aangewezen om op grond van dit artikel rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;5° "bevoegde ambtenaar van de Franse Gemeenschap" : elke ambtenaar die door de Regering van de Franse Gemeenschap op grond van dit artikel ertoe wordt gemachtigd rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;6° "bevoegde autoriteit" : de autoriteit die door België als zodanig zal worden aangewezen in het samenwerkingsakkoord dat moet worden gesloten met toepassing van artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen.Het overeenkomstig 3° aangewezen centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten van de Franse Gemeenschap en de bevoegde ambtenaren van de Franse Gemeenschap worden eveneens beschouwd als de Belgische bevoegde autoriteit, door delegatie.

In afwachting van het sluiten van het in het vorige lid bedoelde samenwerkingsakkoord, hebben de woorden "bevoegde autoriteit" uitsluitend betrekking op de verbindingsdiensten van de Franse Gemeenschap en de bevoegde ambtenaren van de Franse Gemeenschap; 7° "buitenlandse bevoegde autoriteit" : de autoriteit die als zodanig door een ander lid dan België wordt aangewezen.Het centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren van die lidstaat worden eveneens beschouwd als de buitenlandse bevoegde autoriteit door delegatie; 8° "verzoekende autoriteit" : het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst, of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de bevoegde autoriteit of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;9° "aangezochte autoriteit" : het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de bevoegde autoriteit of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;10° "administratief onderzoek" : alle door de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;11° "uitwisseling van inlichtingen op verzoek" : de uitwisseling van inlichtingen in antwoord op een verzoek van de verzoekende lidstaat aan de aangezochte lidstaat met betrekking tot een specifiek geval;12° "automatische uitwisseling" : de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen over ingezetenen van andere lidstaten aan de betrokken lidstaat van verblijf, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen;13° "spontane uitwisseling" : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere lidstaat;14° "persoon" : a) een natuurlijke persoon;b) een rechtspersoon;c) indien de geldende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit, of d) een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert welke aan belastingen in de zin van deze richtlijn zijn onderworpen;15° "langs elektronische weg" : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking - met inbegrip van digitale compressie - en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;16° "CCN-netwerk" : het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk (common communication network - CCN) gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen. De bevoegde autoriteit wisselt inlichtingen met buitenlandse bevoegde autoriteiten uit. Afdeling II. - Uitwisseling van inlichtingen op verzoek

Art. 3.De bevoegde autoriteit kan, in een welbepaald geval, een buitenlandse bevoegde autoriteit vragen haar alle in artikel 2 bedoelde inlichtingen die deze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkrijgt, te verstrekken. De aanvraag kan een met redenen omkleed verzoek inhouden dat betrekking heeft op een welbepaald administratief onderzoek.

De bevoegde autoriteit kan de verzoekende autoriteit vragen haar de originele documenten mee te delen.

De bevoegde autoriteit verstrekt, in een welbepaald geval, een buitenlandse bevoegde autoriteit die haar daarom verzoekt, alle in het eerste lid bedoelde inlichtingen die zij in haar bezit heeft of verkrijgt naar aanleiding van een administratief onderzoek dat noodzakelijk is voor het verkrijgen van die inlichtingen.

In voorkomend geval, brengt de bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit op de hoogte van de redenen waarom ze meent dat een administratief onderzoek niet vereist is.

Om de gevraagde inlichtingen te verkrijgen of om het aangevraagde administratief onderzoek uit te voeren, volgt de bevoegde autoriteit dezelfde procedures als deze die ze zou volgen indien ze op eigen initiatief of op verzoek van een andere Belgische instantie zou handelen.

Indien de verzoekende autoriteit uitdrukkelijk daarom verzoekt, deelt de bevoegde autoriteit de originele documenten mee, behalve als dit in strijd is met Belgische bepalingen. Afdeling III. - Termijnen

Art. 4.De inlichtingen worden door de bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekt. Indien de bevoegde autoriteit evenwel de inlichtingen al in haar bezit heeft, verstrekt zij deze binnen twee maanden. In bijzondere gevallen kunnen de bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit andere termijnen overeenkomen.

De ontvangst van het verzoek wordt door de bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg bevestigd.

De bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en welke aanvullende achtergrondinformatie zij verlangt. De in het eerste lid gestelde termijnen gaan in dit geval in op de datum waarop de aangezochte autoriteit de nodige aanvullende informatie ontvangt.

Indien de bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt ze dit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de redenen waarom die termijn niet is nageleefd en de datum waarop zij denkt aan het verzoek te kunnen voldoen.

Indien de aangezochte autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of het verzoek om de in artikel 8, paragraaf 3 genoemde redenen afwijst, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee. Afdeling IV. - Verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen

Art. 5.De bevoegde autoriteit verstrekt de buitenlandse bevoegde autoriteiten, met betrekking tot belastingtijdvakken vanaf 1 januari 2014, automatisch de inlichtingen waarover zij ten aanzien van ingezetenen van de betrokken lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving : 1° bezoldiging van de werknemers;2° bezoldiging van bedrijfsleiders;3° levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere uniale rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;4° pensioenen;5° eigendom van en inkomsten uit onroerend goed. De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het belastingjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn gekomen.

De "beschikbare inlichtingen" zijn inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingen verstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat. Afdeling V. - Spontante uitwisseling van inlichtingen

Art. 6.De bevoegde autoriteit verstrekt, in elk van de volgende gevallen, de in artikel 2, eerste lid, bedoelde inlichtingen aan de buitenlandse bevoegde autoriteit : 1° de bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de betrokken lidstaat een derving van belasting bestaat;2° een belastingplichtige verkrijgt in de Franse Gemeenschap een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de betrokken lidstaat zou moeten meebrengen;3° transacties tussen een belastingplichtige in de Franse Gemeenschap en een belastingplichtige in de andere lidstaat worden over een of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in de Franse Gemeenschap of in de lidstaat of in beide lidstaten een belastingbesparing kan ontstaan;4° de bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing ontstaat door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;5° de bevoegde autoriteit, als gevolg van de door een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen, heeft informatie ingezameld die geschikt, relevant en niet overdreven is voor de vaststelling van de belastingschuld in de betrokken lidstaat. De bevoegde autoriteit kan aan een buitenlandse bevoegde autoriteit de inlichtingen waarvan ze kennis heeft en die voor die autoriteit geschikt, relevant en niet overdreven zijn, spontaan meedelen.

De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat zij deze beschikbaar krijgt, aan de autoriteit van elke andere betrokken lidstaat verstrekt.

De ontvangst van de het eerste lid bedoelde inlichtingen wordt door de bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de verstrekkende buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd. Afdeling VI. - Andere vormen van administratieve samenwerking

Art. 7.§ 1. De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde inlichtingen, de door de bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gestelde voorwaarden : 1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve autoriteiten van de aangezochte lidstaat hun taken vervullen;2° aanwezig kunnen zijn bij administratief onderzoek op het grondgebied van de aangezochte lidstaat. § 2. De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde inlichtingen, de door de bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gestelde voorwaarden : 1° in de Franse Gemeenschap aanwezig kunnen zijn in de kantoren van de dienst van de Algemene Directie Begroting en Financiën die deze taken vervullen;2° aanwezig kunnen zijn bij administratief onderzoek op het grondgebied van de Franse Gemeenschap. Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.

Krachtens de in het eerste lid van deze paragraaf bedoelde overeenkomst, kunnen de bij een administratief onderzoek aanwezige ambtenaren van de verzoekende autoriteit geen personen ondervragen en geen bescheiden in de Franse Gemeenschap onderzoeken.

De door de verzoekende lidstaat gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig het eerste lid van deze paragraaf in de Franse Gemeenschap aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken. § 3. In de gevallen waarin de Franse Gemeenschap en één of meer lidstaten overeenkomen om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen te wier aanzien zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, is die paragraaf van toepassing.

De bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen zij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Zij deelt de buitenlandse bevoegde autoriteit van de andere betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers zij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Zij bepaalt binnen welke termijn die controles moeten plaatsvinden.

De bevoegde autoriteit aan wie een gelijktijdige controle werd voorgesteld, beslist of zij aan die controle wenst deel te nemen. Zij doet de autoriteit die de controle voorstelt een bevestiging van deelname of een gemotiveerde weigering toekomen.

De bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle. § 4. De bevoegde autoriteit kan een buitenlandse bevoegde autoriteit vragen om, overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, aan de geadresseerde kennis te geven van alle door de administratieve autoriteiten van de Franse Gemeenschap afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing in de Franse Gemeenschap van de wetgeving betreffende de belastingen die worden geheven door de Franse Gemeenschap of voor haar rekening, door haar territoriale of administratieve onderdelen, of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke autoriteiten.

Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde, alsook alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan kennis moet worden gegeven.

Het verzoek tot kennisgeving wordt door de bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de regels van de Franse Gemeenschap kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De bevoegde autoriteit kan, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks van een document kennis geven aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat. § 5. Op aanvraag van een buitenlandse bevoegde autoriteit, geeft de bevoegde autoriteit, overeenkomstig de in de Franse Gemeenschap geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, aan de geadresseerde kennis van alle door de administratieve autoriteiten van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op het grondgebied van de Franse Gemeenschap van de wetgeving betreffende de belastingen die worden geheven door de Franse Gemeenschap of voor haar rekening, door haar territoriale of administratieve onderdelen, of voor hun rekening, met inbegrip van de plaatselijke autoriteiten.

De bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit de geadresseerde ter kennis is gebracht. § 6. Wanneer een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 3 of artikel 6 inlichtingen verstrekt en om een terugmelding verzoekt, doet de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft ontvangen in dat geval, zonder afbreuk te doen aan de in de Franse Gemeenschap geldende voorschriften inzake fiscale geheimhoudingsplicht en gegevensbescherming, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden nadat het resultaat van het gebruik van de verlangde inlichtingen bekend is, een terugmelding aan de bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verzonden.

De bevoegde autoriteit doet eenmaal per jaar, overeenkomstig bilateraal overeengekomen praktische afspraken, een terugmelding over de automatische inlichtingenuitwisseling naar de andere betrokken lidstaten. § 7. De bevoegde autoriteit die inlichtingen bij toepassing van artikel 3 derde lid of van artikel 6 heeft meegedeeld, kan de buitenlandse bevoegde autoriteit die ze heeft ontvangen verzoeken om terugmelding over die. § 8. De verbindingsdienst van de Franse Gemeenschap of de bevoegde ambtenaar van de Franse Gemeenschap die een verzoek om samenwerking ontvangt dat een optreden vereist buiten de hem krachtens de Belgische wetgeving of het Belgische beleid verleende bevoegdheid, geeft het verzoek onverwijld door aan het centrale verbindingsbureau en stelt de buitenlandse bevoegde autoriteit hiervan in kennis. In dat geval gaat de in artikel 4 gestelde termijn in op de dag nadat het verzoek om samenwerking aan het centrale verbindingsbureau is doorgezonden. Afdeling VII. - Voorwaarden inzake administratieve samenwerking

Art. 8.§ 1. De inlichtingen waarover de Franse Gemeenschap beschikt met toepassing van dit decreet vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt : 1° voor de administratie en de handhaving van de wetgeving van de Franse Gemeenschap met betrekking tot de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen;2° voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 2 van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederz[00c4][00b3]dse b[00c4][00b3]stand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;3° in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures. Met toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die overeenkomstig deze richtlijn inlichtingen verstrekt, en voor zover het in de Franse Gemeenschap wettelijk is toegestaan, kunnen de van die autoriteit ontvangen inlichtingen en bescheiden voor andere dan de in het tweede lid bedoelde doeleinden worden gebruikt.

De bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in het tweede lid beoogde doeleinden, stelt de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Als de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat zich hiertegen niet verzet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen, kan de bevoegde autoriteit de inlichtingen doorgeven aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van het derde lidstaat, op voorwaarde dat ze de regels en procedures naleeft die in de vorige artikelen vastgesteld zijn.

Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de inlichtingen die door een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomstig het vierde lid van nut kunnen zijn voor de in het derde lid beoogde doeleinden, verzoekt ze daartoe om de toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.

Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig deze richtlijn aan de verzoekende autoriteit zijn doorgegeven, kunnen door de bevoegde instanties van de verzoekende lidstaat op dezelfde voet als bewijs worden aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische autoriteit zijn verstrekt. § 2. De bevoegde autoriteit kan toestemming verlenen voor het gebruik, in de lidstaat die ze ontvangt, van de overeenkomstig de vorige artikelen verstrekte inlichtingen voor andere dan de in paragraaf 1, tweede lid van dit artikel bedoelde doeleinden. De toestemming wordt verleend indien de inlichtingen in de Franse Gemeenschap voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.

Wanneer de buitenlandse autoriteit van oordeel is dat de van de bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in paragraaf 1 tweede lid beoogde doeleinden, kan de bevoegde autoriteit die buitenlandse bevoegde autoriteit toestemming verlenen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Als de bevoegde autoriteit haar toestemming niet wil verlenen, laat ze haar weigering kennen binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de mededeling door de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.

Wanneer de buitenlandse autoriteit van oordeel is dat de van de bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in paragraaf 1 derde lid beoogde doeleinden, kan de bevoegde autoriteit die buitenlandse bevoegde autoriteit toestemming verlenen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. § 3. Voordat de bevoegde autoriteit de in artikel 3 bedoelde aanvraag om inlichtingen heeft ingediend, moet ze de inlichtingen eerst hebben trachten te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kon aanspreken zonder dat het bereiken van de beoogde doelstellingen in het gedrang dreigde te komen.

De bevoegde autoriteit verstrekt een buitenlandse bevoegde autoriteit de in paragraaf 5 bevoegde inlichtingen, op voorwaarde dat de buitenlandse bevoegde autoriteit de inlichtingen eerst heeft trachten te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kon aanspreken zonder dat het bereiken van de beoogde doelstellingen in het gedrang dreigde te komen. § 4. De bevoegde autoriteit is niet toegelaten onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken, indien haar wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden van de Franse Gemeenschap het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.

De bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken indien : 1° de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;2° dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde. De bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst. § 5. De bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover zij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien zij de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Die verplichting geldt onverminderd paragraaf 4, eerste lid en tweede lid, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat de Franse Gemeenschap kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat zij geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.

In geen geval wordt paragraaf 4, eerste lid en tweede lid, zo uitgelegd dat een aangezochte autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.

Onverminderd het tweede lid kan een bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastingtijdvakken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 77/799/EEG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011. § 6. Wanneer de Franse Gemeenschap voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij deze richtlijn geregelde samenwerking, kan ze de verder reikende samenwerking niet weigeren aan een andere lidstaat die met haar deze verder reikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan. § 7. Het verzoek om inlichtingen of om een administratief onderzoek op grond van artikel 3, eerste lid, en het desbetreffende antwoord, de ontvangstbevestiging, het verzoek om aanvullende achtergrondinformatie en de mededeling dat aan het verzoek niet kan of zal worden voldaan, zoals bepaald in artikel 4, worden voor zover mogelijk verzonden met gebruikmaking van het door de Commissie vast te stellen standaardformulier. Het standaardformulier kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden, of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.

Het in het eerste lid bedoelde standaardformulier bevat ten minste de volgende door de verzoekende autoriteit te verstrekken informatie : a) de identiteit van de persoon naar wie het onderzoek of de controle is ingesteld;b) het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd. De bevoegde autoriteit kan namen en adressen van personen die worden verondersteld in het bezit te zijn van de verlangde informatie, alsook andere elementen die het verzamelen van de informatie door de aangezochte autoriteit vereenvoudigen, doorgeven, voor zover deze bekend zijn en deze praktijk aansluit bij internationale ontwikkelingen.

Voor de spontane uitwisseling van inlichtingen en de desbetreffende ontvangstbevestiging, op grond van respectievelijk artikel 6, eerste lid en vierde lid, het in artikel 7, § 4 en § 5 bedoelde verzoek tot administratieve kennisgeving, en de in artikel 7, § 6 en § 7, bedoelde terugmelding, wordt gebruikgemaakt van het door de Commissie vast te stellen standaardformulier.

Bij de automatische inlichtingenuitwisseling in de zin van artikel 6 wordt gebruikgemaakt van een geautomatiseerd standaardformaat, dat dergelijke automatische uitwisseling moet vergemakkelijken, en gebaseerd is op het bestaande geautomatiseerde formaat in de zin van artikel 9 van Richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, dat bij elke vorm van automatische inlichtingenuitwisseling moet worden gebruikt. § 8. De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden zoveel mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.

De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat elke individuele te rapporteren persoon in kennis wordt gesteld van een schending van de beveiliging van zijn gegevens wanneer die schending afbreuk kan doen aan de bescherming van zijn persoonsgegevens of persoonlijke levenssfeer.

Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving, en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Het verzoek gaat slechts in bijzondere gevallen, op met redenen omkleed verzoek van de aangezochte autoriteit, vergezeld van een vertaling in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat van de aangezochte autoriteit. Afdeling VIII. - Betrekkingen met derde landen

Art. 9.Wanneer inlichtingen welke naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de wetgeving van de Franse Gemeenschap betreffende alle belastingen die worden geheven door de Franse Gemeenschap, of voor haar rekening, door haar territoriale of administratieve onderdelen, of voor hun rekening, met inbegrip van de lokale autoriteiten, door een derde land aan de bevoegde autoriteit worden meegedeeld, kan deze, mits dit krachtens een overeenkomst met dat derde land is toegestaan, deze inlichtingen verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor welke die inlichtingen van nut kunnen zijn, en aan elke verzoekende buitenlandse bevoegde autoriteit.

De bevoegde autoriteit kan, met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, overeenkomstig de Belgische bepalingen die op de Franse Gemeenschap toepasselijk zijn betreffende de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen, de overeenkomstig dit artikel ontvangen inlichtingen doorgeven aan een derde land, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : a) de buitenlandse bevoegde autoriteit van de lidstaat waaruit de inlichtingen afkomstig zijn, heeft daarin toegestemd;b) het derde land heeft zich ertoe verbonden de medewerking te verlenen die nodig is om bewijsmateriaal bijeen te brengen omtrent het ongeoorloofde of onwettige karakter van verrichtingen die blijken in strijd te zijn met of een misbruik te vormen van de belastingwetgeving. Inwerkingtreding

Art. 10.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2013, met uitzondering van de artikelen 2, vierde lid, 11°, artikel 5, tweede lid, artikel 8, § 7, vijfde lid, artikel 8, § 8, tweede lid, dat op 1 januari 2016 in werking treden.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 12 januari 2017.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Vice-President en Minister van Cultuur en Kind, A. GREOLI De Vice-President en Minister van Hoger Onderwijs, Media en Wetenschappelijk Onderzoek, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Sport en Promotie van Brussel, belast met het toezicht op de Franse Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, R. MADRANE De Minister van Onderwijs, M.-M. SCHYNS De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. FLAHAUT De Minister van Onderwijs voor sociale promotie, Jeugd, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen, I. SIMONIS _______ Nota (1) Zitting 2016-2017. Stukken van het Parlement. - Ontwerp van decreet, nr. 369-1. - Verslag van de commissie, nr. 369-2.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 11 januari 2017.

^