Decreet van 13 maart 2014
gepubliceerd op 31 maart 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet tot wijziging van het decreet van 3 juli 2008 betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië

bron
waalse overheidsdienst
numac
2014201938
pub.
31/03/2014
prom.
13/03/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

13 MAART 2014. - Decreet tot wijziging van het decreet van 3 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/07/2008 pub. 29/07/2008 numac 2008202676 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië sluiten betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Financiering van buitengewone uitrustingen

Artikel 1.In het decreet van 3 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/07/2008 pub. 29/07/2008 numac 2008202676 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië sluiten betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië wordt een artikel 6/2 ingevoegd, luidend als volgt : "In de zin van dit decreet wordt verstaan onder "buitengewone uitrusting", de uitrusting waarvoor er geen gelijke op het grondgebied van het Waalse Gewest bestaat en waarvan de gelijken alleen voor privé-gebruik zijn, verouderd zijn of geen beschikbare toegankelijke capaciteit hebben".

Art. 2.In artikel 14 van hetzelfde decreet worden een 12/1° en een 16/1° ingevoegd, luidend als volgt : "12/1° aan de universitaire afdelingen, subsidies met betrekking tot de aankoop van buitengewone uitrustingen;"; "16/1° aan de erkende onderzoeksinstituten, subsidies met betrekking tot de aankoop van buitengewone uitrustingen;".

Art. 3.In hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 4/1 ingevoegd met als opschrift "Subsidies voor de universitaire afdelingen en voor de afdelingen van een hogeschool".

Art. 4.In hoofdstuk 4/1 wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift "Subsidies met betrekking tot een project van aankoop van een buitengewone uitrusting voor universitaire afdelingen".

Art. 5.In hoofdstuk 4/1, afdeling 1, wordt een artikel 73/1 ingevoegd, luidend als volgt : "Voor de uitvoering van een aankoopproject van een buitengewone uitrusting voor gemeenschappelijk gebruik, waarbij activiteiten inzake industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd, dat ingediend wordt door één of meerdere universitaire afdelingen kan de Regering haar of hen een subsidie toekennen : 1° ofwel in het kader van een themaprogramma van het Waalse Gewest waarvoor er een oproep tot indiening van projecten m.b.t. onderzoeksinfrastructuren is uitgeschreven, op grond van de rangschikking van de projecten voorgesteld door de jury van het programma afgaand op de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en duurzame ontwikkelingscriteria bepaald in de oproep; 2° ofwel op grond van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en duurzame ontwikkelingsbeoordeling van het aankoopproject als dat project wegens zijn aard, omvang, organisatie of dringend karakter onmogelijk kan worden ingediend als antwoord op een oproep tot indiening van projecten;in dat geval kan de Regering alleen of met de bijstand van externe deskundigen de beoordeling uitvoeren.".

Art. 6.In hoofdstuk 4/1, afdeling 1, wordt een artikel 73/2 ingevoegd, luidend als volgt : "De toelaatbare uitgaven die onder de subsidie vallen zijn : 1° de personeelsuitgaven met betrekking tot de onderzoekslogistici, technici en ander steunverlenend personeel voor zover ze ingezet worden voor de uitvoering van het aankoopproject;2° de kosten voor de instrumenten en het materieel gebruikt voor de uitvoering van het aankoopproject;3° de kosten van het contractueel onderzoek, de technische kennis en de brevetten die aangekocht worden of onder een licentie staan van bronnen buiten de marktprijs, indien de verrichting plaatsvindt in normale concurrentieomstandigheden en er geen enkel element van samenspanning bestaat, tevens de kosten voor de diensten van adviseurs en gelijksoortige diensten die uitsluitend ingezet worden voor de uitvoering van het aankoopproject;4° de bijkomende algemene kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het aankoopproject;5° de andere bedrijfskosten, meer bepaald de kosten voor gelijksoortig materiaal, gelijksoortige leveringen en producten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het aankoopproject; 6° de aankoopkosten van de buitengewone uitrusting en de gebonden infrastructuur- en installatiekosten.".

Art. 7.In hoofdstuk 4/1, afdeling 1, wordt een artikel 73/3 ingevoegd, luidend als volgt : "De subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan 100 bedragen.".

Art. 8.In hoofdstuk 4/1, afdeling 1, wordt een artikel 73/4 ingevoegd, luidend als volgt : "Het feit dat de subsidie wordt toegekend, heeft niet tot gevolg dat het Waalse Gewest zakelijke rechten verkrijgt op de resultaten van het project.".

Art. 9.In hoofdstuk 5 van hetzelfde decreet wordt een afdeling 6 ingevoegd met als opschrift "Subsidies met betrekking tot een aankoopproject van een buitengewone uitrusting voor universitaire afdelingen".

Art. 10.In hoofdstuk 5, afdeling 6 wordt een artikel 93/1 ingevoegd, luidend als volgt : "Voor de uitvoering van een aankoopproject van een buitengewone uitrusting voor gemeenschappelijk gebruik, waarbij activiteiten inzake industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling zorgvuldig kunnen worden uitgevoerd, dat ingediend wordt door één of meerdere erkende onderzoeksinstituten kan de Regering haar of hen een subsidie toekennen : 1° ofwel in het kader van een themaprogramma van het Waalse Gewest waarvoor er een oproep tot indiening van projecten m.b.t. onderzoeksinfrastructuren is uitgeschreven, op grond van de rangschikking van de projecten voorgesteld door de jury van het programma afgaand op de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en duurzame ontwikkelingscriteria bepaald in de oproep; 2° ofwel op grond van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en duurzame ontwikkelingsbeoordeling van het aankoopproject als dat project wegens zijn aard, omvang, organisatie of dringend karakter onmogelijk kan worden ingediend als antwoord op een oproep tot indiening van projecten;in dat geval kan de Regering alleen of met de bijstand van externe deskundigen de beoordeling uitvoeren.".

Art. 11.In hoofdstuk 5, afdeling 6 wordt een artikel 93/2 ingevoegd, luidend als volgt : "De toelaatbare uitgaven die onder de subsidie vallen zijn : 1° de personeelsuitgaven met betrekking tot de onderzoekslogistici, technici en ander steunverlenend personeel voor zover ze ingezet worden voor de uitvoering van het aankoopproject;2° de kosten voor de instrumenten en het materieel gebruikt voor de uitvoering van het aankoopproject;3° de kosten van het contractueel onderzoek, de technische kennis en de brevetten die aangekocht worden of onder een licentie staan van bronnen buiten de marktprijs, indien de verrichting plaatsvindt in normale concurrentieomstandigheden en er geen enkel element van samenspanning bestaat, tevens de kosten voor de diensten van adviseurs en gelijksoortige diensten die uitsluitend ingezet worden voor de uitvoering van het aankoopproject;4° de bijkomende algemene kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het aankoopproject;5° de andere bedrijfskosten, meer bepaald de kosten voor gelijksoortig materiaal, gelijksoortige leveringen en producten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het aankoopproject; 6° de aankoopkosten van de buitengewone uitrusting en de gebonden infrastructuur- en installatiekosten.".

Art. 12.In hoofdstuk 5, afdeling 6, wordt een artikel 93/3 ingevoegd, luidend als volgt : "De subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan 100 bedragen.".

Art. 13.In hoofdstuk 5, afdeling 6, wordt een artikel 93/4 ingevoegd, luidend als volgt : "Het feit dat de subsidie wordt toegekend heeft niet tot gevolg dat het Waalse Gewest zakelijke rechten verkrijgt op de resultaten van het project.". HOOFDSTUK II. - Integratie van het duurzame ontwikkelingscriterium

Art. 14.In de zin van hetzelfde decreet wordt een artikel 6/1 ingevoegd, luidend als volgt : "In de zin van dit decreet wordt verstaan onder duurzame ontwikkeling, een ontwikkeling zoals bepaald in artikel 2, 1°, van het decreet van 27 juni 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/06/2013 pub. 09/07/2013 numac 2013203949 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling type decreet prom. 27/06/2013 pub. 09/07/2013 numac 2013203948 bron waalse overheidsdienst Decreet betreffende de Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten betreffende de Waalse strategie inzake duurzame ontwikkeling".

Art. 15.In de artikelen 15, 21, 32, 35, 46, 50, 54, 58, 61, 66, 71, 78, 82, 91, 94, en 110 van hetzelfde decreet wordt het woorddeel "leefmilieu" vervangen door het woorddeel "duurzame ontwikkelings".

Art. 16.Artikel 15, 2°, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgende volzin : "De in de artikelen 17, 18, tweede lid, en 19, tweede lid, bedoelde subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven, bereikt automatisch haar maximumbedrag wanneer de duurzame ontwikkelingsbeoordeling positief is.".

Art. 17.Artikel 21, 2°, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgende volzin : "De in de artikelen 23, tweede en derde lid, en 24, tweede en derde lid, 25, tweede en derde lid en 26 bedoelde subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven, bereikt automatisch haar maximumbedrag wanneer de duurzame ontwikkelingsbeoordeling positief is.". HOOFDSTUK III. - Integratie van het tewerkstellingscriterium

Art. 18.In de artikelen 15, 21, 46, 50, 58 en 94 van hetzelfde decreet wordt het woorddeel "tewerkstellings-" ingevoegd tussen de uitdrukkingen "economische" en "financiële".

De Regering bepaalt de modaliteiten volgens welke dit tewerkstellingscriterium toegepast wordt, waarbij met name de toestand en de perspectieven van het bedrijf in aanmerking worden genomen. HOOFDSTUK IV. - Verantwoorde en niet-technologische innovatie

Art. 19.In hetzelfde decreet wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidend als volgt : "In de zin van dit decreet wordt verstaan onder "toegepast onderzoek", de onderzoekswerken die als doel hebben de potentiële toepassingen van de resultaten van het fundamenteel onderzoek te onderscheiden of nieuwe oplossingen te vinden of nog procédés te verbeteren om een bepaalde en a priori vastgelegde doelstelling te bereiken.".

Art. 20.In de zin van hetzelfde decreet wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidend als volgt : "In de zin van hetzelfde decreet wordt verstaan onder "verantwoorde innovatie", een aanpak die erin bestaat de economische, sociale en leefmilieuoverwegingen in acht te nemen tijdens het innovatieproces teneinde bij het op de markt brengen waarde - of positieve impact - op meerdere van die dimensies te creëren zonder waardedestructie - of negatieve impact- op één van die dimensies. De verantwoorde innovatie betreft alle typen innovaties ongeacht de sectoren, de markten, producten, diensten of organisaties.".

Art. 21.Artikel 8, 1°, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "1° "onderzoeksinstelling" : elke rechtspersoon, met uitzondering van de universitaire afdelingen, de afdelingen van een hoge school en de erkende onderzoeksinstituten, die de door de Regering bepaalde criteria vervult en met name als doel heeft activiteiten inzake toegepast onderzoek, industrieel onderzoek, of experimentele ontwikkeling uit te voeren en hun resultaten te verspreiden via het onderwijs, de bekendmaking of de technologietransfer; de profielen worden volledig in deze activiteiten, in de verspreiding van hun resultaten of in het onderwijs geherïnvesteerd;".

Art. 22.Artikel 61 van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : "Voor de onderzoeksinstellingen wordt een partnerschap met een universitaire afdeling, een erkend onderzoeksinstituut of een hoge school vereist voor elke financiering van onderzoeksprojecten. De onderzoeksinstelling mag niet alleen meer dan 50 % van de toelaatbare uitgaven van het gehele project dragen.

Om een subsidie te krijgen, moet de onderzoeksinstelling de door de Regering bepaalde toekenningscriteria vervullen. Laatstgenoemde verzoekt om het eensluidend advies van de Raad voor Wetenschapsbeleid vóór de toekenning van een eerste subsidie aan de onderzoeksinstelling.

Het team opgericht door de onderzoeksinstelling voor de doeleinden van het onderzoeksproject omvat voortdurend een persoon die van een academische of beroepservaring inzake onderzoek kan getuigen.".

Art. 23.In de artikelen 14, 10° en 18°, 58, 1°, 61, 65, 78, 95 en 107 wordt het woord "publieke" opgeheven.

Het woord "openbare" van het opschrift van hoofdstuk 4 van hetzelfde decreet wordt ook opgeheven.

Art. 24.In de artikelen 14, 10°, 13° en 17°, 61, 71 et 72 van hetzelfde decreet wordt de uitdrukking "industrieel onderzoek" vervangen door de uitdrukking "toegepast of industrieel onderzoek".

Dezelfde wijziging wordt ook voor het opschrift van afdeling 1 van hoofdstuk 4 uitgevoerd.

In artikel 74, 1°, worden de woorden "onderzoek voor industriedoeleinden" vervangen door "toegepast of industrieel onderzoek".

In het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk 5 wordt de uitdrukking "industrieel onderzoek" vervangen door de uitdrukking "toegepast of industrieel onderzoek". Dezelfde wijziging wordt in de artikelen 78, eerste lid, 91, 92, 95, eerste lid, 3°, en 122 uitgevoerd.

Artikel 94, eerste lid, wordt vervangen als volgt : "Voor de uitvoering van een industrieel onderzoeksproject, een project van toegepast onderzoek, een experimenteel ontwikkelingsproject, of een project dat twee of drie van die categorieën verenigt, ingediend in het kader van een samenwerkingsverband voor innovatie, kan de Regering steun verlenen : ".

Art. 25.In hetzelfde decreet wordt artikel 12 vervangen als volgt : "In de zin van dit decreet wordt onder "samenwerkingsverband voor innovatie" elk samenwerkingsverband verstaan met betrekking tot een project en dat tegelijk : 1° zonder andere partners uit te sluiten, meerdere ondernemingen en meerdere entiteiten die voldoen aan één van de begripsomschrijvingen als bedoeld in artikel 8 of artikel 10, 2°, minstens als lid laat aansluiten; 2° als hoofdopdracht heeft onderzoek te verrichten of te coördineren dat bijdraagt tot de wetenschappelijke, technologische en/of niet-technologische en economische ontwikkeling in het Waalse Gewest in een optiek van duurzame ontwikkeling.".

Art. 26.Het woord "technologische" van het opschrift van hoofdstuk 6 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 27.In artikel 14 van hetzelfde decreet wordt een 9/1° ingevoegd, luidend als volgt : "9/1° aan de ondernemingen, de erkende onderzoeksinstituten, de onderzoeksinstellingen, de universitaire afdelingen en de afdelingen van een hogeschool, subsidies voor verantwoorde innovaties;".

Art. 28.In de artikelen 14, 17° en 18°, en 107 worden van hetzelfde decreet wordt het woord "technologische" opgeheven. HOOFDSTUK V. - Hergroepering van de onderzoekscentra

Art. 29.Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° "onderzoekscentrum" : elke instelling die als hoofdopdracht heeft onderzoek uit te voeren en diensten te verrichten die bijdragen tot de economische, sociale en leefmilieuontwikkeling van Wallonië en die aan geen enkele begripsomschrijving opgenomen in de artikelen 7, 8 en 9 voldoet;2° "erkend onderzoeksinstituut" : elk onderzoekscentrum of elke hergroepering van onderzoekscentra dat/die erkend wordt overeenkomstig de door de Regering bepaalde criteria".

Art. 30.In de artikelen 14, 13°, 14°, 15°, 16° en 18°, 58, 1°, 61, tweede lid, 74, 75, 76, 77, eerste lid, 3°, en tweede lid, 78, eerste lid, 82, 87, 91, 95, 2°, 98, 107, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "centrum" of "centra" vervangen door de woorden "instituut" of "instituten".

In het opschrift van hoofdstuk 5 en in het opschrift van afdeling 1 van hetzelfde hoofdstuk wordt het woord "centra" vervangen door het woord "instituten". HOOFDSTUK VI. - Principieel bewijs

Art. 31.In de zin van hetzelfde decreet wordt een artikel 6/3 ingevoegd, luidend als volgt : "In de zin van dit decreet wordt verstaan onder "principieel beginsel", de activiteiten waarmee de haalbaarheid van bepaalde methodes, ideeën of theoretische concepten met het oog op hun industriële valorisatie kan worden bewezen. Het principieel bewijs volgt op een project van industrieel onderzoek; de omvang ervan is noodzakelijkerwijs kleiner dan het oorspronkelijke project.".

Art. 32.In artikel 14 van hetzelfde decreet wordt een 12/2° ingevoegd, luidend als volgt : "12/2° aan de universitaire afdelingen en aan de afdelingen van een hogeschool, subsidies voor het principieel bewijs;".

Art. 33.In hoofdstuk 4/1 wordt een afdeling 2 ingevoegd met als opschrift "Subsidies voor het principieel bewijs".

Art. 34.In hoofdstuk 4/1, afdeling 2 wordt een artikel 73/5 ingevoegd, luidend als volgt : "Op grond van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en duurzame ontwikkelingsbeoordeling die ze uitvoert met betrekking tot een tegemoetkomingsaanvraag ingediend door één of meerdere universitaire afdelingen of afdelingen van een hogeschool voor de uitvoering van één of meerdere principiële bewijzen, kan de Regering haar of hen een subsidie toekennen.

De Regering kan een globale subsidie voor de uitvoering van principiële bewijzen aan één of meerdere universitaire afdelingen of afdelingen van een hogeschool toekennen. De globale subsidie geldt enkel voor de principiële bewijzen waarvan de aanvraag positief beoordeeld is door de Regering vanuit wetenschappelijk, technisch, economisch, financieel en duurzame ontwikkelingsoogpunt.".

Art. 35.In hoofdstuk 4/1, afdeling 2 wordt een artikel 73/6 ingevoegd, luidend als volgt : "De toelaatbare uitgaven die onder de subsidie vallen zijn : 1° de personeelsuitgaven met betrekking tot de onderzoekers, technici en ander steunverlenend personeel voor zover ze ingezet worden voor de uitvoering van het project;2° de kosten voor de instrumenten en het materieel gebruikt voor de uitvoering van het project;3° de kosten van het contractueel onderzoek, de technische kennis en de brevetten die aangekocht worden of onder een licentie staan van bronnen buiten de marktprijs, indien de verrichting plaatsvindt in normale concurrentieomstandigheden en er geen enkel element van samenspanning bestaat, tevens de kosten voor de diensten van adviseurs en gelijksoortige diensten die uitsluitend ingezet worden voor de uitvoering van het project; 4° de andere bedrijfskosten, meer bepaald de kosten voor gelijksoortig materiaal, gelijksoortige leveringen en producten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het project."

Art. 36.In hoofdstuk 4/1, afdeling 2, wordt een artikel 73/7 ingevoegd, luidend als volgt : "De subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan 100 bedragen.".

Art. 37.In hoofdstuk 4/1, afdeling 2, wordt een artikel 73/8 ingevoegd, luidend als volgt : "Het feit dat de subsidie wordt toegekend heeft niet tot gevolg dat het Waalse Gewest zakelijke rechten verkrijgt op de resultaten van het project. HOOFDSTUK VII. - Onderlinge aanpassing van de bepalingen van de Europese kaderregeling

Art. 38.Artikel 3, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : "Wordt later commercieel gebruik gemaakt van demonstratie- of proefprojecten, dan wordt elke opbrengst voortvloeiend uit een dergelijk gebruik afgetrokken van de toelaatbare uitgaven.".

Art. 39.In de zin van hetzelfde decreet wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidend als volgt : "De subsidie-intensiteit kan verhoogd worden als voldaan wordt aan elke van de vier volgende voorwaarden : 1° het project wordt uitgevoerd volgens een daadwerkelijke samenwerking tussen een onderneming en een erkend onderzoeksinstituut, een universitaire afdeling of een afdeling van een hogeschool, waarbij de onderaanneming niet beschouwd wordt als een daadwerkelijke samenwerking;2° de onderneming draagt niet alleen meer dan 70 % van de toelaatbare uitgaven;3° de onderneming is een middelgrote onderneming, een kleine onderneming of een innoverende starter;4° de tegemoetkoming wordt toegekend in het kader van een oproep tot de indiening van projecten, op grond van de klassering van de projecten voorgesteld door de jury van de oproep afgaand op de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en duurzame ontwikkelingscriteria waarvan sprake in de oproep. De verhoogde subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan volgende cijfers bedragen : 1° 75 voor een kleine onderneming of een innoverende starter; 2° 65 voor een middelgrote onderneming.".

Art. 40.In de artikelen 18, tweede lid, en 19, tweede lid, van hetzelfde decreten worden de getallen "80", "70" en "60" respectievelijk vervangen door de getallen "75", "65" en "55".

Art. 41.In artikel 28, tweede en vierde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "met name" ingevoegd tussen het woord "waarin" en de woorden "is afgeweken van".

Art. 42.In artikel 103, tweede en vierde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "met name" ingevoegd tussen het woord "waarin" en de woorden "is afgeweken van". HOOFDSTUK VIII. - Deelneming van de Europese programma's en opening naar de internationale markt

Art. 43.In de zin van hetzelfde decreet wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidend als volgt : "In afwijking van artikel 12, 1° en volgens de door de Regering bepaalde voorwaarden : 1° kan één van de ondernemingen geen bedrijfszetel hebben in Wallonië; 2° kan één van de partners die niet de onderneming is, niet georganiseerd of gesubsidieerd worden door de Franse Gemeenschap indien het gaat om een in artikel 8, 2°, en 8, 3°, bedoelde entiteit, of geen bedrijfszetel hebben in Wallonië als het gaat om een in artikel 8, 1°, of 10, 2°, bedoelde entiteit.".

Art. 44.Artikel 109 van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende bepaling : "De Regering kan de nadere regels vastleggen voor een soort subsidie die bestaat in een steun met betrekking tot de uitvoering van een onderzoeksproject dat ligt in het kader van een supranationaal of internationaal programma. De toegelaten mechanismen en de minimale tegemoetkomingspercentages zijn degene vastgelegd bij de gemeenschappelijke raamregeling voor steun van staatswege voor het onderzoek, de ontwikkeling en de innovatie.". HOOFDSTUK IX. - Diverse bepalingen

Art. 45.De artikelen 18, tweede lid, 1°, 19, tweede lid, 1°, 23, tweede lid, 1°, en derde lid, 1°, 24, tweede lid, 1°, en derde lid, 1°, 99, eerste lid, 1°, 100, eerste lid, 1°, en 101, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet worden aangevuld door de termen " of een innoverende starter".

Art. 46.In de zin van hetzelfde decreet wordt een artikel 25/1 ingevoegd, luidend als volgt : "Behalve de gevallen bedoeld in de artikelen 23, 24 en 25 kan de steun bestaan ofwel in een subsidie, ofwel in een terugvorderbaar voorschot indien het bedrag van het project kleiner is dan 150.000 euro.

De Regering kan het in het eerste lid bedoelde bedrag aanpassen aan de veranderingen van het indexcijfer der consumptieprijzen.

Als de steun wordt verleend in de vorm van een subsidie, kan de intensiteit ervan, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, volgende cijfers bedragen : 1° 45 voor een kleine onderneming;2° 35 voor een middelgrote onderneming;3° 25 voor een grote onderneming. Als de steun wordt verleend in de vorm van een terugvorderbaar voorschot, kan de intensiteit ervan, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, volgende cijfers bedragen : 1° 60 voor een kleine onderneming;2° 50 voor een middelgrote onderneming;3° 40 voor een grote onderneming.».

Art. 47.In artikel 26 van hetzelfde decreet worden de woorden "in de artikelen 23, 24 en 25" vervangen door de woorden "in de artikelen 23, 24, 25 en 25/1".

Art. 48.Artikel 97, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "De intensiteit van de subsidies aan de onderzoeksinstituten, de universitaire afdelingen en de afdelingen van een hogeschool, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan de volgende bedragen belopen : 1° 100 voor hun activiteiten inzake industrieel onderzoek;2° 85 voor hun activiteiten inzake experimentele ontwikkeling.

Art. 49.In artikel 98 van hetzelfde decreet wordt het cijfer "75" vervangen door het cijfer "85". HOOFDSTUK X. - Inwerkingtreding

Art. 50.Dit decreet treedt in werking op 1 juli 2014.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 13 maart 2014.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO ___________________ (1) Zitting 2013-2014. Stukken van het Waals Parlement, 954 (2013-2014). Nrs. 1 tot 4.

Volledig verslag, plenaire vergadering van 12 maart 2014.

Bespreking.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^