Decreet van 13 maart 2014
gepubliceerd op 04 april 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet tot wijziging van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en van diverse bepalingen betreffende het toezicht over de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten

bron
waalse overheidsdienst
numac
2014202099
pub.
04/04/2014
prom.
13/03/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

13 MAART 2014. - Decreet tot wijziging van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en van diverse bepalingen betreffende het toezicht over de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten (1)


Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.In artikel L3111-1, § 1, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2007, wordt een punt 7° ingevoegd, luidend als volgt : "7° over de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten waarvan de zetel op het grondgebied van het Waalse Gewest gevestigd is, met uitzondering van de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten die op het grondgebied van het Duitstalige taalgebied gelegen zijn.".

Art. 2.In artikel L3111-2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2007 en bij het decreet van 31 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen als volgt : "1° de administratie : hetzij het Operationeel Directoraat-generaal Plaatselijke Besturen, Sociale Actie en Gezondheid van de Waalse Overheidsdienst, hetzij het gemeentebestuur;"; 2° punt 4° wordt aangevuld met de woorden ", of de gemeenteraad"; 3° er wordt een punt 6° ingevoegd, luidende : "6° het erkende representatieve orgaan : de representatieve organen van de erediensten die door de Federale overheid worden erkend."; 4° er wordt een punt 7° ingevoegd, luidende : "7° de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten : de kerkfabrieken en de instellingen die belast zijn met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten bedoeld in artikel 6, § 1, VII, 6°, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980;"; 5° er wordt een punt 8° ingevoegd, luidende : "8° de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, en die op gemeentelijk vlak worden gefinancierd : de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten die, krachtens de wet, over een financieringsrecht beschikken t.o.v. de gemeente(n) waarop hun gebied zich uitstrekt"; 6° er wordt een punt 9° ingevoegd, luidende : "9° de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, en die op provinciaal vlak worden gefinancierd : de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten die, krachtens de wet, over een financieringsrecht beschikken t.o.v. de provincie(s) waarop hun gebied zich uitstrekt".

Art. 3.In artikel L3115-1 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2007, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "en, wat betreft de beslissingen met betrekking tot de akten van de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten, aan het erkende representatieve orgaan.".

Art. 4.Artikel L3115-2 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. L3115-2. Behalve de akte waarbij de toezichthoudende overheid de termijn verlengt, wordt haar beslissing, bij uittreksel bekendgemaakt, naargelang het geval, in het Belgisch Staatsblad, in het Provinciaal Bulletin of bij aanplakking".

Art. 5.In artikel L3121-1 van hetzelfde Wetboek worden de woorden : "Alle andere akten dan die bedoeld in de artikelen L3131-1 en L3141-1" vervangen door de volgende woorden : "Alle andere akten dan die bedoeld in de artikelen L3131-1, L3141-1 en L3162-1.".

Art. 6.In artikel L3122-1 van hetzelfde Wetboek worden de woorden : "met uitzondering van de instellingen bedoeld in punt 7° en gefinancierd op gemeentelijk vlak" ingevoegd tussen de woorden : "een overheid zoals bedoeld in artikel L3111-1, § 1," en de woorden : "de wet schendt of het algemeen en gewestelijk belang schaadt.".

Art. 7.In het derde deel, boek I van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2007 en bij het decreet van 31 januari 2013 wordt een titel VI ingevoegd met als opschrift "Administratief toezicht over de instellingen belast met het beheer van de temporaliën van de erkende erediensten bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°".

Art. 8.In titel VI ingevoegd bij artikel 7 wordt een hoofdstuk I ingevoegd met als opschrift "Algemeen vernietigingstoezicht".

Art. 9.In hoofdstuk I ingevoegd bij artikel 8 wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift "Toepassingsgebied".

Art. 10.In afdeling 1 ingevoegd bij artikel 9 wordt een artikel L3161-1 ingevoegd, luidende : "Art. L3161-1. Alle andere akten dan die bedoeld in artikel L 3162-1 vallen onder het algemene vernietigingstoezicht. ».

Art. 11.In hoofdstuk I ingevoegd bij artikel 9 wordt een afdeling 2 ingevoegd met als opschrift "De procedure".

Art. 12.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 11 wordt een artikel L3161-2 ingevoegd, luidende : "Art. L3161-2. De gouverneur kan de akte geheel of gedeeltelijk vernietigen, waarbij een instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en gefinancierd op gemeentelijk vlak, de wet schendt of het algemeen belang schaadt.".

Art. 13.In dezelfde afdeling wordt een artikel L3161-3 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L3161-3. De Regering kan van de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en die op gemeentelijk vlak worden gefinancierd, eisen dat elk besluit dat zij vernoemt, samen met de bewijsstukken wordt overgemaakt. ».

Art. 14.In dezelfde afdeling wordt een artikel L3161-4 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L3161-4. De akten van de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en gefinancierd op gemeentelijk vlak, met hiernavolgende inhoud worden aan de gouverneur overgezonden, samen met hun bewijsstukken, binnen vijftien dagen vanaf hun aanneming, en mogen niet ten uitvoer worden gelegd vóór ze aldus werden overgezonden : 1° wat betreft de akten voor de toekenning van overheidsopdrachten : a) de toekenning van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten met een bedrag excl.Btw hoger dan de bedragen vermeld in onderstaande tabel :

Open aanbesteding/Open offerteaanvraag

Beperkte aanbesteding/Beperkte offerteaanvraag/Onderhandelde procedure met bekendmaking

Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

Werken

250.000 euro

125.000 euro

62.000 euro

Leveringen en diensten

200.000 euro

62.000 euro

31.000 euro


b) het aanhangsel bij die overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten bedoeld in a) die het oorspronkelijke bedrag van de opdracht met minimum 10 % wijzigen;c) het aanhangsel bij die overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten bedoeld in a) waarvan het samengetelde bedrag van de opeenvolgende aanhangsels minimum 10 % van het oorspronkelijke bedrag van de overheidsopdracht wijzigt; Het eensluidend advies van het erkende representatieve orgaan wordt gevoegd bij het besluit over de toekenning van een overheidsopdracht voor aanneming van werken met betrekking tot werken aan een gebouw van de eredienst; 2° de onroerende verrichtingen van aankoop, verkoop, ruil, verhuring van meer dan negen jaar, de vestiging van hypotheken en gesplitste zakelijke rechten wanneer het bedrag van de akte 10.000 euro overschrijdt; 3° wat betreft de akten voor de toekenning van schenkingen en legaten : a) in afwijking van de bepalingen van artikel L1221-2, de schenkingen en legaten voorzien van lasten, met inbegrip van de lasten van stichting a) in afwijking van de bepalingen van artikel L1221-2, de schenkingen en legaten zonder lasten of lasten van stichting maar waarvan het bedrag 10.000 euro overschrijdt; 4° de bouw van een voor godsdienstoefening bestemd gebouw of voor de woning van de geestelijke. Het advies van het betrokken erkende representatieve orgaan wordt gevoegd bij de akte in de gevallen bedoeld in 3° a) wanneer de akte lasten van stichting bevat en in punt 4°.".

Art. 15.Dezelfde afdeling wordt aangevuld met een artikel L3161-5, luidend als volgt : "Art. L3161-5. De lijst met de beslissingen met een financiële weerslag en niet opgenomen in de begroting die geen betrekking hebben op de beslissingen bedoeld in artikel L 3161-4, genomen door de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en gefinancierd op gemeentelijk vlak, wordt overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen of aan de betrokken gemeentecolleges binnen tien dagen na de zitting waarop de beslissingen zijn aangenomen.

Het college van burgemeester en schepenen of de betrokken gemeentecolleges kunnen verzoeken om één of meerdere beslissing(en) die in de lijst is/zijn opgenomen. Deze aanvraag moet binnen tien dagen na ontvangst van de lijst worden ingediend. De dag van de ontvangst van de lijst is niet inbegrepen in de termijn. De instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, stuurt het college de beslissing(en) waarom verzocht werd binnen tien dagen na het verzoek.

De dag van de ontvangst van het verzoek is niet inbegrepen in de termijn.

Het college van burgemeester en schepenen of de betrokken gemeentecolleges kunnen tegen de beslissing(en) waarom verzocht werd een beroep indienen bij de provinciegouverneur. Dit beroep moet binnen tien dagen na ontvangst van de beslissing van de instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7° worden ingediend. De dag van de ontvangst van de beslissing is niet inbegrepen in de termijn.

De provinciegouverneur bij wie een beroep aanhangig wordt gemaakt zal van de instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, de akte samen met de bewijsstukken opeisen.".

Art. 16.Dezelfde afdeling wordt aangevuld met een artikel L3161-6, luidend als volgt : "Art. L3161-6. De gouverneur neemt zijn beslissing binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de akte en van al de bewijsstukken.

De gouverneur kan de hem toebedeelde termijn om zijn bevoegdheid uit te oefenen, maximaal verlengen met de helft van de duur van die termijn.

De akte kan niet meer vernietigd worden als de gouverneur binnen die termijn niet kennis gegeven heeft van zijn beslissing.".

Art. 17.Dezelfde afdeling wordt aangevuld met een artikel L3161-7, luidend als volgt : "Art. L3161-7. De Regering kan van de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1er, 7°, en gefinancierd op provinciaal vlak, eisen dat elk besluit dat zij vernoemt, samen met de bewijsstukken wordt overgemaakt. ».

Art. 18.Dezelfde afdeling wordt aangevuld met een artikel L3161-8, luidend als volgt : "Art. L3161-8. De akten van de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en gefinancierd op provinciaal vlak, met hiernavolgende inhoud worden aan de Regering overgezonden, samen met hun bewijsstukken, binnen vijftien dagen vanaf hun aanneming, en mogen niet ten uitvoer worden gelegd vóór ze aldus werden overgezonden : 1° wat betreft de akten voor de toekenning van overheidsopdrachten : a) de toekenning van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten met een bedrag hoger dan de bedragen vermeld in onderstaande tabel :

Openbare aanbesteding/ Algemene offerteaanvraag btw niet meegerekend

Beperkte aanbesteding/ Beperkte offerteaanvraag/ Onderhandelde procedure met bekendmaking

Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking

Werken

250.000 euro

125.000 euro

62.000 euro

Leveringen en diensten

200.000 euro

62.000 euro

31.000 euro


b) het aanhangsel bij die overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten die het oorspronkelijke bedrag van de opdracht met minimum 10 % wijzigen;c) het aanhangsel bij die overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten waarvan het samengetelde bedrag van de opeenvolgende aanhangsels minimum 10 % van het oorspronkelijke bedrag van de overheidsopdracht wijzigt. Het eensluidend advies van het erkende representatieve orgaan wordt gevoegd bij het besluit over de toekenning van een overheidsopdracht voor aanneming van werken met betrekking tot werken aan de gebouwen van de eredienst; 2° de onroerende verrichtingen van aankoop, verkoop, ruil, verhuring van meer dan negen jaar, de vestiging van hypotheken en gesplitste zakelijke rechten wanneer het bedrag van de akte 10.000 euro overschrijdt; 3° wat betreft de akten voor de toekenning van giften en legaten : a) de schenkingen en legaten voorzien van lasten, met inbegrip van de lasten van stichting; b) de schenkingen en legaten zonder lasten of lasten van stichting maar waarvan het bedrag 10.000 euro overschrijdt; 4° de bouw van een voor godsdienstoefening bestemd gebouw of voor de woning van de geestelijke. Het advies van het betrokken erkende representatieve orgaan zal gevoegd worden bij de akte in de gevallen bedoeld in 3° a) wanneer de akte lasten van stichting zal bevatten en in punt 4°.".

Art. 19.Dezelfde afdeling wordt aangevuld met een artikel L3161-9, luidend als volgt : "Art. L3161-9. De lijst met de beslissingen met een financiële weerslag en niet opgenomen in de begroting die geen betrekking hebben op de beslissingen bedoeld in artikel L 3161-8, genomen door de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en gefinancierd op provinciaal vlak, wordt overgemaakt aan de betrokken provinciecolleges binnen tien dagen na de zitting waarop de beslissingen zijn aangenomen.

De provinciecolleges kunnen verzoeken om één of meerdere beslissing(en) die in de lijst is/zijn opgenomen. Deze aanvraag moet binnen tien dagen na ontvangst van de lijst worden ingediend. De dag van de ontvangst van de lijst is niet inbegrepen in de termijn. De instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, stuurt het college de beslissing(en) waarom verzocht werd aan het college binnen tien dagen na het verzoek. De dag van de ontvangst van het verzoek is niet inbegrepen in de termijn.

De betrokken provinciecolleges kunnen tegen de beslissing(en) waarom verzocht werd een beroep indienen bij de Regering. Dit beroep moet binnen tien dagen na ontvangst van de beslissing door de instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7° worden ingediend. De dag van de ontvangst van de beslissing is niet inbegrepen in de termijn.

De Regering bij wie een beroep aanhangig wordt gemaakt zal van de instelling bedoeld in artikel L3111,1, § 1, 7°, de akte samen met de bewijsstukken opeisen.

Art. 20.Dezelfde afdeling wordt aangevuld met een artikel L3161-10, luidend als volgt : "Art. L3161-10. De Regering neemt zijn beslissing binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de akte en van al de bewijsstukken.

De Regering kan de hem toebedeelde termijn om zijn bevoegdheid uit te oefenen, maximaal verlengen met de helft van de duur van die termijn.

De akte kan niet meer vernietigd worden als de Regering binnen die termijn niet kennis gegeven heeft van haar beslissing.".

Art. 21.In titel VI ingevoegd bij artikel 7 wordt een hoofdstuk II ingevoegd, met als opschrift "Bijzonder goedkeuringstoezicht".

Art. 22.In hoofdstuk II ingevoegd bij artikel 21, wordt een afdeling 1 ingevoegd met als opschrift "Toepassingsgebied".

Art. 23.In afdeling 1 ingevoegd bij artikel 22 wordt een artikel L3162-1 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L3162-1. § 1. De akten van de instellingen bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7, en gefinancierd op gemeentelijk vlak betreffende de volgende voorwerpen worden ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd : 1° de begroting en de budgettaire wijzigingen goedgekeurd door het erkende representatieve orgaan;2° de jaarrekeningen goedgekeurd door het erkende representatieve orgaan. § 2. De akten van de instellingen bedoeld in artikel L3111, 1, § 1, 7°, en gefinancierd op provinciaal vlak betreffende de volgende voorwerpen worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd : 1° de begroting en de budgettaire wijzigingen goedgekeurd door het erkende representatieve orgaan;2° de jaarrekeningen goedgekeurd door het erkende representatieve orgaan. De Regering oefent het goedkeuringstoezicht uit na het advies van de betrokken provincies te hebben ingewonnen of na te hebben vastgesteld dat de betrokken provincies geen advies hebben uitgebracht binnen de termijn bedoeld in artikel 16bis en quater, § 2, van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der eerediensten. § 3. Wanneer de instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, onder de financiering van verschillende gemeenten valt, oefent de gemeenteraad van de gemeente die voor het lopende dienstjaar het grootste deel van de globale tussenkomst financiert, het goedkeuringstoezicht uit na het gunstig advies van de andere betrokken gemeenten te hebben ingewonnen of na te hebben vastgesteld dat de betrokken gemeente(n) geen advies heeft of hebben uitgebracht binnen de termijn bedoeld in artikel 2, § 2, en 7, § 2, van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der eerediensten.

Indien voor het lopende dienstjaar verschillende gemeenten in gelijke delen tussenkomen in de financiering bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, oefent de gemeente op het grondgebied waarvan het voor godsdienstoefening bestemd hoofdgebouw gelegen is, het goedkeuringstoezicht uit na het advies van de andere betrokken gemeenten te hebben ingewonnen of na te hebben vastgesteld dat de betrokken gemeenten geen advies hebben uitgebracht binnen de termijn bedoeld in de artikelen 2, § 2, en 7, § 2, van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der eerediensten. § 4. Wat betreft de akten bedoeld in paragraaf 1, 1°, en in paragraaf 2, eerste lid, 1° mag de goedkeuring van de toezichtsoverheid geweigerd worden als zij de wet schenden of het algemeen belang schaden.

Wat betreft de akten bedoeld in paragraaf 1, 2°, en in paragraaf 2, eerste lid, 2°, mag de goedkeuring van de toezichtsoverheid geweigerd worden wegens schending van de wet. ».

Art. 24.In hoofdstuk II ingevoegd bij artikel 21, wordt een afdeling 2 ingevoegd met als opschrift "De procedure".

Art. 25.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 24 wordt een artikel L3162-2 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L3162-2. § 1. De toezichtsoverheid mag geheel of gedeelte van de akte al dan niet goedkeuren zonder evenwel, enkel in het geval van de akten bedoeld in artikel L3162-1, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1°, de uitgaafposten betreffende de uitoefening van de eredienst definitief bepaald door het representatief orgaan van de eredienst te mogen wijzigen.

Wat betreft de akten bedoeld in artikel L3162-1, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1°, mag de toezichtsoverheid, zonder afbreuk te doen aan wat in het eerste lid bepaald wordt, ontvangstenvooruitzichten en uitgavenposten inschrijven; ze mag die verminderen, verhogen of afschaffen en materiële vergissingen verbeteren. § 2. De toezichtsoverheid neemt haar beslissing binnen veertig dagen na ontvangst van de akte goedgekeurd door het representatief orgaan en van zijn bewijsstukken.

De toezichtsoverheid mag de termijn verlengen die haar gesteld is om haar bevoegdheid uit te oefenen met een maximale duur die gelijk is aan de helft van die termijn bedoeld in het eerste lid.

Bij gebrek aan besluit binnen die termijn is de akte uitvoerbaar. § 3. Wanneer de instelling bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, onder de financiering van meerdere gemeenten valt en dat één of meerdere ongunstige adviezen werden uitgebracht door de andere betrokken gemeenten, brengt de gemeente die het bijzonder goedkeuringstoezicht uitoefent een advies uit binnen de termijn bepaald in artikel L3162-2, § 2, eerste lid. Bij ontstentenis wordt dat advies gunstig geacht.

De gemeente stuurt haar advies dan aan de gouverneur die uitspraak doet overeenkomstig paragraaf 1. De gouverneur neemt zijn beslissing binnen veertig dagen vanaf de ontvangst van het eerste ongunstig advies van een betrokken gemeente. De gouverneur kan de hem toebedeelde termijn om zijn bevoegdheid uit te oefenen, maximaal verlengen met de helft van de duur van die termijn. Bij gebrek aan besluit binnen die termijn is de akte uitvoerbaar. ».

Art. 26.In hoofdstuk II ingevoegd bij artikel 21, wordt een afdeling 3 ingevoegd met als opschrift "Het beroep".

Art. 27.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 26 wordt een artikel L3162-3 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. L3162-3. § 1. Het representatief orgaan van de eredienst bedoeld in artikel L3111-1, § 1, 7°, en gefinancierd op gemeentelijk vlak waarvan de akte het voorwerp is geweest van een beslissing waarbij die werd geweigerd of gedeeltelijk goedgekeurd door de gemeente en de betrokken instelling, mag een beroep indienen bij de gouverneur binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de beslissing van de toezichtsoverheid. Een afschrift van het beroep wordt gericht aan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht uitoefent en, in voorkomend geval, aan de belanghebbenden uiterlijk op de laatste dag van de beroepstermijn. § 2. De gouverneur mag, al naar gelang het geval, geheel of gedeelte van de beslissing van de toezichtsoverheid binnen dertig dagen na ontvangst van het beroep al dan niet goedkeuren zonder evenwel, enkel in het geval van de akten bedoeld in artikel L3162-1, § 1, 1°, de uitgaafposten betreffende de uitoefening van de eredienst definitief bepaald door het representatief orgaan van de eredienst te mogen wijzigen.

Wat betreft de akten bedoeld in artikel L3162-1°, § 1, 1°, en § 2, eerste lid, 1°, mag de gouverneur, zonder afbreuk te doen aan wat in het eerste lid bepaald wordt, ontvangstenvooruitzichten en uitgavenposten inschrijven; hij mag die verminderen, verhogen of afschaffen en materiële vergissingen verbeteren.

Bij gebrek aan besluit binnen die termijn, wordt de aangevochten beslissing geacht bekrachtigd te zijn.".

Art. 28.In artikel 59 van het Keizerlijk Decreet van 30 december 1809 op de kerkfabrieken, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De aanvaardingsakte zal namens het kerkbestuur door de schatbewaarder ondertekend worden.".

Art. 29.In artikel 60, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden : "op de voor de gemeentegoederen geldende wijze" opgeheven.

Art. 30.In artikel 62, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de wet van 10 maart 1999 worden de woorden : "en met onze machtiging, indien het bedrag 10.000 EUR overschrijdt" opgeheven.

Art. 31.Artikel 63 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 32.In artikel 73 van hetzelfde decreet worden de woorden : "en mits de toelating van onze Minister van Justitie" opgeheven.

Art. 33.De artikelen 77, 96 en 97 van hetzelfde Wetboek worden opgeheven.

Art. 34.Artikel 113 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : "

Art. 113.De bisschop aanvaardt de giften of schenkingen aan de seminaries".

Art. 35.Het koninklijk besluit van 16 augustus 1824 houdende dat de kerkbesturen en kerkelijke administraties geen beschikkingen kunnen nemen omtrent onderwerpen, waarvan de bezorging hen niet uitdrukkelijk bij de bestaande wetten, reglementen of verordeningen is opgedragen, wordt opgeheven.

Art. 36.Artikel 1 van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der eerediensten wordt vervangen als volgt : "Artikel I. Wanneer het parochiaal kerkbestuur onder de financiering van één enkele gemeente valt, wordt een afschrift van de begroting van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 30 augustus en gelijktijdig, aan de betrokken gemeenteraad en aan het representatief orgaan van de eredienst overgemaakt.

Wanneer het parochiaal kerkbestuur onder de financiering van meerdere gemeenten valt, wordt een afschrift van de begroting van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 30 augustus en gelijktijdig, aan het geheel van de betrokken gemeenteraden, aan het representatief orgaan van de eredienst en aan de gouverneur overgemaakt. ».

Art. 37.Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 2.§ 1. Binnen twintig dagen na ontvangst van de begroting en haar bewijsstukken bepaalt het representatief orgaan van de eredienst de uitgaafposten betreffende de uitoefening van de eredienst, keurt de begroting voor het overige goed en stuurt zijn beslissing aan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht op de begroting uitoefent, alsook, wanneer het parochiaal kerkbestuur onder de financiering van meerdere gemeenten valt, aan de gouverneur.

Als het representatief orgaan van de eredienst zijn beslissing binnen de termijn niet overmaakt, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn. § 2. Binnen veertig dagen na ontvangst van de begroting en haar bewijsstukken brengen de andere gemeenteraden dan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht op deze begroting uitoefent een advies uit over de begroting en sturen hun advies aan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht op de begroting uitoefent en, in geval van ongunstig advies, aan de gouverneur.

Als de gemeenteraden bedoeld in het eerste lid hun advies binnen de termijn niet overmaken, wordt hun advies geacht gunstig te zijn. ».

Art. 38.De artikelen 3 en 4 van dezelfde wet worden opgeheven.

Art. 39.Artikel 6 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 6.Wanneer het parochiaal kerkbestuur onder de financiering van één enkele gemeente valt, wordt een afschrift van de rekening van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 25 april en gelijktijdig, aan de betrokken gemeenteraad en aan het representatief orgaan van de eredienst overgemaakt.

Wanneer het parochiaal kerkbestuur onder de financiering van meerdere gemeenten valt, wordt een afschrift van de rekening van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 25 april en gelijktijdig, aan het geheel van de betrokken gemeenteraden, aan het representatief orgaan van de eredienst en aan de gouverneur overgemaakt. ».

Art. 40.Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 7.§ 1. Binnen twintig dagen na ontvangst van de rekening en haar bewijsstukken bepaalt het representatief orgaan van de eredienst de uitgaafposten betreffende de uitoefening van de eredienst, keurt de rekening voor het overige goed en stuurt zijn beslissing aan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht op de rekening uitoefent, alsook, wanneer het parochiaal kerkbestuur onder de financiering van meerdere gemeenten valt, aan de gouverneur.

Als het representatief orgaan van de eredienst zijn beslissing binnen de termijn niet overmaakt, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn. § 2. Binnen veertig dagen na ontvangst van de rekening en haar bewijsstukken brengen de andere gemeenteraden dan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht op deze rekening uitoefent een advies uit over de begroting en sturen hun advies aan de gemeenteraad die het bijzonder goedkeuringstoezicht op de rekening uitoefent en, in geval van ongunstig advies, aan de gouverneur.

Als de gemeenteraden bedoeld in het eerste lid hun advies binnen de termijn niet overmaken, wordt hun advies geacht gunstig te zijn. ».

Art. 41.De artikelen 8 en 9 van dezelfde wet worden opgeheven.

Art. 42.In de laatste zin van artikel 11 van dezelfde wet worden de woorden "aan de bestendige afvaardiging" vervangen door de woorden "aan de provinciegouverneur".

Art. 43.Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 12.Bij gebreke van de schatbewaarder of zijn vertegenwoordigers, de rekening op het bepaalde tijdstip aan te bieden, of in geval van betwisting, wordt de rekening door de gouverneur gesloten.

De beslissing van de gouverneur wordt aan de belanghebbenden meegedeeld, die bij de Regering een beroep tegen deze beslissing kunnen indien binnen 30 dagen na de kennisgeving.

De inning van alle voor saldo verschuldigde som wordt vervolgd bij middel van dwangbevel afgeleverd door de nieuwe schatbewaarder en voorzien van de volmacht van de gouverneur. ».

Art. 44.Artikel 14 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 45.Artikel 15 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 15.Indien de begroting of de rekening samen met de bewijsstukken niet overhandigd is op de bij de artikelen 1 en 6 bepaalde datums van deze wet brengt het gemeentecollege van de gemeente die het bijzonder goedkeuringstoezicht over de begroting of de rekening uitoefent de gouverneur daarvan op de hoogte binnen vijftien dagen na de overschrijding van de termijn. De gouverneur bezorgt het kerkbestuur een uitnodiging bij aangetekende brief en stelt het representatief orgaan van de eredienst daarvan in kennis.

Het kerkbestuur dat, binnen de dertig dagen van de ontvangst van de brief, zijn begroting of zijn rekening, of de gevraagde bewijsstukken niet overhandigd heeft, kan voortaan geen overheidssubsidies meer bekomen.

De gouverneur stelt dit verval door een besluit vast, dat meegedeeld wordt aan het representatief orgaan van de eredienst, aan het kerkbestuur en aan de betrokken gemeenteraden. ».

Art. 46.De artikelen 15bis tot 15quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 maart 1999, worden opgeheven.

Art. 47.Artikel 16 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 16.Wanneer het bestuur der hoofdkerken onder de financiering van één enkele provincie valt, wordt een afschrift van de begroting van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 30 augustus en gelijktijdig, aan de betrokken provincieraad, aan het representatief orgaan van de eredienst en aan de Regering overgemaakt.

Wanneer het bestuur der hoofdkerken onder de financiering van meerdere provincies valt, wordt een afschrift van de begroting van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 30 augustus en gelijktijdig, aan het geheel van de betrokken provincieraden, aan het representatief orgaan van de eredienst en aan de Regering overgemaakt. ».

Art. 48.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 16bis, luidend als volgt : «

Art. 16bis.§ 1. Binnen twintig dagen na ontvangst van de begroting en haar bewijsstukken bepaalt het representatief orgaan van de eredienst de uitgaafposten betreffende de uitoefening van de eredienst, keurt de begroting voor het overige goed en stuurt zijn beslissing aan de Regering.

Als het representatief orgaan van de eredienst zijn beslissing binnen de termijn niet overmaakt, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn. § 2. Binnen veertig dagen na ontvangst van de begroting en haar bewijsstukken brengen de provincieraden bedoeld in artikel 16, tweede lid, een advies uit over de begroting en sturen hun advies aan de Regering.

Als de provincieraden bedoeld in artikel 16, tweede lid, hun advies binnen de termijn niet overmaken, wordt hun advies geacht gunstig te zijn. ».

Art. 49.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 16ter, luidend als volgt : "

Art. 16ter.Wanneer het bestuur der hoofdkerken onder de financiering van één enkele provincie valt, wordt een afschrift van de rekening van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 25 april en gelijktijdig, aan de betrokken provincieraad, aan het representatief orgaan van de eredienst en aan de Regering overgemaakt.

Wanneer het bestuur der hoofdkerken onder de financiering van meerdere provincies valt, wordt een afschrift van de rekening van het kerkbestuur met een afschrift van al de bewijsstukken tot staving, vóór 25 april en gelijktijdig, aan het geheel van de betrokken provincieraden, aan het representatief orgaan van de eredienst en aan de Regering overgemaakt. ».

Art. 50.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 16quater, luidend als volgt : «

Art. 16quater.§ 1. Binnen twintig dagen na ontvangst van de rekening en haar bewijsstukken bepaalt het representatief orgaan van de eredienst de uitgaafposten betreffende de uitoefening van de eredienst en keurt de begroting voor het overige goed, en stuurt zijn beslissing aan de Regering.

Als het representatief orgaan van de eredienst zijn beslissing binnen de termijn niet overmaakt, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn. § 2. Binnen veertig dagen na ontvangst van de rekening en haar bewijsstukken brengen de provincieraden bedoeld in artikel 16ter, tweede lid, een advies uit over de rekening en sturen hun advies aan de Regering.

Als de provincieraden bedoeld in artikel 16ter, tweede lid, hun advies binnen de termijn niet overmaken, wordt hun advies geacht gunstig te zijn. ».

Art. 51.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 16quinquies, luidend als volgt : "Art. 16quinquies.De bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing op de besturen der hoofdkerken.

Voor de toepassing van artikel 11 wordt het advies aan de Regering verstrekt.

Voor de toepassing van artikel 12 wordt de rekening van de bewerkstelligde ontvangsten en uitgaven door de Regering bepaald. ».

Art. 52.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 16sexies, luidend als volgt : "

Art. 16sexies.De bepalingen van artikel 15 zijn van toepassing op de besturen der hoofdkerken.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitnodiging door de Regering gestuurd en wordt het verval door een besluit van de Regering vastgesteld. ».

Art. 53.De artikelen 17 tot 17quinquies van dezelfde wet worden opgeheven.

Art. 54.In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt : "HOOFDSTUK III. - Boekhouding van de temporaliën van de andere erkende erediensten".

Art. 55.Artikel 18 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "

Art. 18.De bepalingen van toepassing op de parochiale kerkbesturen inzake begrotingen en rekeningen zijn mutatis mutandis van toepassing op de culturele instellingen van de protestantse, anglicaanse en Israëlitische erediensten.".

Art. 56.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 18bis, luidend als volgt : "

Art. 18bis.De bepalingen van toepassing op de besturen der hoofdkerken inzake begrotingen en rekeningen zijn mutatis mutandis van toepassing op de culturele instellingen van de orthodoxe en islamitische erediensten. ».

Art. 57.In artikel 19bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt vervangen als volgt : "Voor de oprichting van deze besturen wordt de machtiging van de Regering vereist."; 2° het vierde lid wordt vervangen als volgt : "Daartoe worden de aanvragen tot oprichting van een bestuur aan de Regering gezonden door het representatief orgaan van de eredienst."; 3° het vijfde en het zesde lid worden opgeheven.

Art. 58.In artikel 12 van het koninklijk besluit van 7 februari 1876 houdende inrichting der bestuurraden bij de protestantsche kerken, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden : "onder den vorm gebruikelijk voor de goederen der gemeenten" opgeheven;2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 59.In artikel 12 van het koninklijk besluit van 7 februari 1876 houdende inrichting der bestuurraden bij de synagogen, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden : "onder den vorm gebruikelijk voor de goederen der gemeenten" opgeheven;2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 60.De artikelen 17 tot 25 van het koninklijk besluit van 15 maart 1988 tot organisatie van de raden van de kerkfabrieken van de orthodoxe eredienst worden opgeheven.

Art. 61.De artikelen 17 tot 25 van het besluit van de Waalse Regering van 13 oktober 2005 tot inrichting van de comités belast met het beheer van de temporaliën van de erkende islamitische gemeenschappen worden opgeheven.

Art. 62.Het Regentbesluit van 28 december 1944 waarbij aan den Minister van Justitie opdracht wordt gegeven om tot de uitvoering van werken aan de kerken machtiging te verleenen, wordt opgeheven.

Art. 63.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2015.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 13 maart 2014.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO ___________________ (1) Zitting 2013-2014. Stukken van het Waals Parlement, 965 (2013-2014). Nrs 1 tot 6.

Volledig verslag, plenaire zitting van 12 maart 2014.

Bespreking.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^