Decreet van 15 oktober 2018
gepubliceerd op 16 november 2018

Decreet betreffende de niet-openbare en openbare elektronische communicatie van de overheden van het Duitse taalgebied

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2018205558
pub.
16/11/2018
prom.
15/10/2018
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2018205558

MINISTERIE VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP


15 OKTOBER 2018. - Decreet betreffende de niet-openbare en openbare elektronische communicatie van de overheden van het Duitse taalgebied


Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Verwijzingen naar personen De verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten.

Art. 2.Definities Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° overheid : a) de Duitstalige Gemeenschap;b) de publiekrechtelijke instellingen die onder de Duitstalige Gemeenschap ressorteren;c) de gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn en overige territoriale entiteiten van het Duitse taalgebied;d) iedere instelling, van welke aard en juridische vorm ook, die - opgericht is met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en - rechtspersoonlijkheid heeft, en - waarvan hetzij de activiteiten in hoofdzaak door de overheden of instellingen vermeld onder a), b) en c) worden gefinancierd, hetzij het beheer is onderworpen aan het toezicht door deze laatste, hetzij de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend orgaan of het toezichthoudend orgaan door deze overheden of instellingen zijn aangewezen;e) de verenigingen gevormd door één of meer onder a), b), c) of d) vermelde overheden;2° mededeling of melding: elke informatie-overdracht die van de overheid uitgaat of die aan haar is gericht in het kader van haar bevoegdheden en die met name het gebruik van formulieren of elk ander document alsook de behandeling en de verspreiding van gegevens omvat;3° formulier : elk gestructureerd document dat in het kader van een procedure gebruikt wordt en waarmee een externe gebruiker aanvragen richt aan de overheden of informatie met hen uitwisselt;4° protocolleringsgegevens : alle technische verbindings- of verkeersgegevens die op de opslagmedia van de overheden opgeslagen worden;5° elektronische handtekening : de elektronische handtekening overeenkomstig artikel 3, punt 10, van EU-verordening nr.910/2014; 6° gekwalificeerde elektronische handtekening : een gekwalificeerde elektronische handtekening overeenkomstig artikel 3, punt 12, van EU-verordening nr.910/2014; 7° gekwalificeerd elektronisch zegel : een gekwalificeerd elektronisch zegel overeenkomstig artikel 3, punt 27, van EU-verordening nr. 910/2014; 8° gekwalificeerde elektronische tijdstempel : een gekwalificeerde elektronische tijdstempel overeenkomstig artikel 3, punt 34, van EU-verordening nr.910/2014; 9° gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging: een gekwalificeerde dienst voor elektronisch aangetekende bezorging overeenkomstig artikel 3, punt 37, van EU-verordening nr.910/2014; 10° mobiele applicatie : toepassingssoftware die is ontworpen en ontwikkeld door of namens overheden met het oog op gebruik door het algemene publiek op mobiele toestellen zoals smartphones en tablets. Zij omvat niet de besturingssoftware van die toestellen (mobiele besturingssystemen) noch de hardware; 11° personen met ondersteuningsbehoefte : de personen vermeld in artikel 3, 3°, van het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2016 pub. 30/01/2017 numac 2017200237 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven sluiten tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;12° toegankelijkheid : de barrièrevrijheid vermeld in artikel 3, 7°, van het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2016 pub. 30/01/2017 numac 2017200237 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven sluiten tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven;13° norm: een norm overeenkomstig artikel 2, punt 1), van EU-verordening nr.1025/2012; 14° Europese norm: een Europese norm overeenkomstig artikel 2, punt 1), onder b), van EU-verordening nr.1025/2012; 15° geharmoniseerde norm : een geharmoniseerde norm overeenkomstig artikel 2, punt 1), onder c), van EU-verordening nr.1025/2012; 16° op tijd gebaseerde media : media van de volgende types: louter geluid, louter videobeeld, audio-video, audio en/of video in combinatie met interactie;17° stukken uit erfgoedcollecties : in particulier of openbaar bezit zijnde goederen die van historisch, artistiek, archeologisch, esthetisch, wetenschappelijk of technisch belang zijn en deel uitmaken van verzamelingen die worden bewaard door culturele instellingen zoals bibliotheken, archieven en musea;18° EU-verordening nr.1025/2012 : de Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad; 19° EU-verordening nr.910/2014: de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG; 20° EU-richtlijn: de Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. HOOFDSTUK 2. - Niet-openbare elektronische communicatie Afdeling 1 - Rechtskracht van elektronische mededelingen

Art. 3.Beginselen § 1 - De rechtskracht van een mededeling kan niet aangevochten worden op de grond dat het om een elektronische mededeling gaat.

Het eerste lid is alleen van toepassing als voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de voorwaarden vermeld in artikel 3, § 2, tweede lid, betreffende de technieken die voor elektronische mededelingen gebruikt kunnen worden;2° de minimumeisen bepaald in de artikelen 4 tot 12;3° de eisen die de Regering in voorkomend geval op grond van artikel 13 heeft bepaald;4° de technische eisen die op grond van artikel 15, tweede lid, zijn bepaald;5° de voorwaarden in verband met de toestemming van de betrokken overheden en gebruikers overeenkomstig artikel 16;6° de maatregelen die de overheid moet nemen overeenkomstig artikel 17. § 2 - Elke wettelijk, decretaal of reglementair voorgeschreven vormvereiste voor een mededeling wordt geacht via elektronische weg vervuld te zijn als de doelmatige eigenschappen van dat vormvereiste bewaard zijn overeenkomstig de minimumeisen gesteld in dit hoofdstuk.

De overheid bepaalt één of meer technieken die voor elektronische mededelingen gebruikt kunnen worden. Die zijn objectief, transparant, evenredig en niet-discriminerend. Daarbij wordt rekening gehouden met de samenhang en het doel van de informatie waarop de vormvereisten van toepassing zijn, alsook met alle desbetreffende omstandigheden.

Art. 4.Formulieren Behoorlijk ingevulde, door de overheid geldig verklaarde en overgezonden elektronische formulieren met eventuele bijlagen worden gelijkgesteld met behoorlijk ingevulde, ondertekende en aan de betrokken overheid overgezonden papieren formulieren die dezelfde doelstelling hebben.

Art. 5.Papiervorm Het vereiste van een document in papiervorm of op een duurzame gegevensdrager wordt vervuld door elk middel dat, enerzijds, de overheid of de gebruiker toestaat om informatie zo op te slaan dat ze later voor een aan de doeleinden van de informatie aangepaste duur kan worden ingezien en dat,anderzijds, de mogelijkheid biedt de opgeslagen informatie in onveranderde vorm te reproduceren.

Art. 6.Handtekening Indien één of meer handtekeningen of parafen vereist worden voor de validatie van een formulier, van een document dat erbij gevoegd is of van elk ander document vereist in het kader van een elektronische mededeling wordt aan die vereiste voldaan : 1° door gebruik te maken van een gekwalificeerde elektronische handtekening;2° via elke andere, door de overheid erkende en gevalideerde techniek die de authenticiteit van de herkomst, de instemming met de inhoud en het behoud van de integriteit van de in het document vervatte informatie waarborgt.

Art. 7.Zegel en stempel Het vereiste van een zegel of stempel op een document wordt vervuld : 1° door gebruik te maken van een gekwalificeerd elektronisch zegel;2° via een elektronische handtekening overeenkomstig artikel 6 die wordt aangebracht onder toezicht van de rechtspersoon die houder is van de zegel of van diens vertegenwoordiger.

Art. 8.Aangetekende verzendingen Het vereiste inzake aangetekende verzending wordt vervuld : 1° via een elektronische verzending die bezorgd wordt door een gekwalificeerde dienst voor de bezorging van elektronische verzendingen;2° via elke techniek voor aangetekende elektronische verzending die voldoet aan de voorwaarden bepaald door de Regering.

Art. 9.Tijdstempel Het vereiste van een tijdstempel op een document wordt vervuld : 1° door gebruik te maken van een gekwalificeerde elektronische tijdstempel;2° via elke andere, door de overheid erkende en gevalideerde techniek die de juistheid van de datum en de tijd, alsook de integriteit van de met de datum en de tijd verbonden gegevens waarborgt.

Art. 10.Vermeldingen Het vereiste van handgeschreven vermeldingen wordt vervuld via elke door de overheid erkende en gevalideerde techniek die waarborgt dat degene die een verplichting aangaat, met dezelfde werkzaamheid attent werd gemaakt op de draagwijdte van zijn verplichting.

Als handgeschreven vermeldingen worden beschouwd : de vermelding 'gelezen en goedgekeurd', alsook elke andere handgeschreven vermelding die de aandacht van de ondertekenaar kan trekken.

Art. 11.Exemplaren Het vereiste van de verzending in verschillende exemplaren wordt vervuld zodra de stukken via elektronische weg zijn overgezonden, met inachtneming van de door de overheid bepaalde modaliteiten, voor zover de gebruikte techniek de mogelijkheid biedt de informatie die in het document staat te behouden, met inachtneming van de functies van integriteit en duurzaamheid, waarbij elke zendende en ontvangende partij de stukken kan inzien en ongewijzigd kan reproduceren.

Art. 12.Overzending § 1 - Indien wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen een postverzending aan een bepaald adres voorschrijven, geldt een formulier ook dan als behoorlijk ingediend als het met inachtneming van de in hoofdstuk 2 gestelde voorwaarden en met inachtneming van alle andere voor elk elektronisch formulier voorgeschreven overzendingsmodaliteiten elektronisch overgezonden werd aan de bevoegde overheid.

Indien aan de gebruiker een registratiebevestiging moet worden overgezonden, zijn de bevestiging en de protocolleringsgegevens die in het bezit van de overheid zijn doorslaggevend voor de technische ontvangst van het formulier en de bijgevoegde stukken, alsook voor het tijdstip van de ontvangst en voor de inhoud van de overgezonden informatie tot het tegendeel is bewezen. § 2 - Onverminderd het recht van elke overheid om, indien nodig en vóór de besluitvorming, van de gebruiker te eisen dat hij een afdruk van de originele gegevens overzendt, kunnen de bij een formulier gevoegde bewijsstukken elektronisch overgezonden worden.

Indien het niet mogelijk is een door de overheid erkend en gevalideerd, als origineel geldend elektronisch stuk over te zenden, mag de gebruiker een elektronische versie overzenden die een kopie van het originele stuk is. In dat geval voegt de gebruiker bij die elektronische versie een verklaring op erewoord waaruit blijkt dat hij in het bezit is van het originele stuk dat hij ter beschikking houdt van de overheid zodat deze het origineel eventueel kan inzien.

Art. 13.Andere minimumeisen Onverminderd de voorschriften die de federale overheid heeft vastgesteld met betrekking tot elektronische communicatie en elektronische vertrouwensdiensten, al dan niet ter uitvoering van verordening (EU) nr. 910/2014, kan de Regering bijkomende minimumeisen bepalen waaraan een elektronische mededeling moet voldoen om in aanmerking te komen voor de gelijkstelling vermeld in artikel 3, § 2. Afdeling 2 - Elektronische correspondentie

Art. 14.Beginsel Onverminderd andersluidende wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen kan een gebruiker niet ertoe verplicht worden een akte elektronisch te verzenden of elektronisch te communiceren met een overheid.

Art. 15.Mededelingen aan een overheid Een elektronische mededeling aan een overheid is alleen rechtsgeldig als die overheid vooraf bekendgemaakt heeft dat ze het gebruik van dat communicatiemiddel aanvaardt.

De overheid kan beperkingen en aanvullende technische eisen voor elektronische mededelingen bepalen.

Art. 16.Correspondentie tussen gebruiker en overheid § 1 - De overheid kan met een gebruiker ook dan elektronisch communiceren indien de toepasselijke wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen niet uitdrukkelijk in het gebruik van dat communicatiemiddel voorzien. § 2 - De zowel eenzijdige als wederzijdse overzending van mededelingen tussen een gebruiker en een overheid die via elektronische weg plaatsvindt, is alleen rechtsgeldig indien de gebruiker vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven om dat communicatiemiddel te gebruiken.

De overheid deelt de gebruiker vooraf gedetailleerd mee welke administratieve stappen eventueel moeten worden ondernomen en welke juridische gevolgen zijn toestemming heeft.

De gebruiker kan zijn toestemming te allen tijde en zonder motivering intrekken voor de toekomstige correspondentie.

Indien de gebruiker technische problemen ondervindt bij de elektronische correspondentie met de overheid, kan hij, ongeacht de toestemming vermeld in het eerste lid, met verwijzing naar die problemen, op elke andere toegestane manier met de overheid communiceren.

Art. 17.Technische maatregelen De overheid neemt met inachtneming van de inhoud, het doel en de aard van de elektronische mededeling alle noodzakelijke maatregelen om: 1° de veiligheid van de elektronische mededelingen te waarborgen;2° de vertrouwelijkheid, authenticiteit en volledigheid van de uitgewisselde gegevens te waarborgen;3° de traceerbaarheid van het dataverkeer te waarborgen;4° de toegankelijkheid te waarborgen. HOOFDSTUK 3. - Openbare elektronische communicatie

Art. 18.Europese clausule Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties.

Art. 19.Toepassingsgebied Dit hoofdstuk bevat de regels die overheden ertoe verplichten om ervoor te zorgen dat hun websites, ongeacht het voor de toegang gebruikte apparaat, en hun mobiele applicaties aan de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen voldoen.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op websites en mobiele applicaties van : 1° publieke omroepen en hun dochterondernemingen of andere lichamen en hun dochterondernemingen die een publieke omroeptaak vervullen;2° de in artikel 2, 1°, d), vermelde instellingen die geen diensten verstrekken die essentieel zijn voor het publiek, noch diensten die specifiek gericht zijn op de behoeften van of bedoeld zijn voor personen met ondersteuningsbehoefte, in het bijzonder die vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2016 pub. 30/01/2017 numac 2017200237 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven sluiten tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de volgende content van websites en mobiele applicaties : 1° kantoorbestandsformaten die zijn gepubliceerd vóór 23 september 2018, tenzij dergelijke content nodig is voor actieve administratieve processen met betrekking tot de door de betrokken overheid vervulde taken;2° vooraf opgenomen, op tijd gebaseerde media die zijn gepubliceerd vóór 23 september 2020;3° live uitgezonden, op tijd gebaseerde media;4° onlinekaarten en onlinekarteringsdiensten, voor zover essentiële informatie op een toegankelijke, digitale wijze wordt verstrekt in het geval van voor navigatie bestemde kaarten;5° van derden afkomstige content die niet door de betrokken overheid wordt gefinancierd of ontwikkeld en evenmin onder haar gezag staat;6° reproducties van stukken uit erfgoedcollecties die niet volledig toegankelijk kunnen worden gemaakt omwille van : a) de onverenigbaarheid van de toegankelijkheidseisen met de bewaring van het betrokken stuk of de authenticiteit van de reproductie (bijvoorbeeld contrast), dan wel b) het ontbreken van geautomatiseerde en kostenefficiënte oplossingen waarmee de tekst van manuscripten of andere stukken uit erfgoedcollecties gemakkelijk zou kunnen worden geëxtraheerd en omgezet naar content die met de toegankelijkheidseisen strookt;7° content van extranetten en intranetten, te weten websites die enkel beschikbaar zijn voor een beperkt aantal personen, en niet voor het algemene publiek als zodanig, die is gepubliceerd vóór 23 september 2019, tot dergelijke websites een ingrijpende herziening ondergaan;8° content van websites en mobiele applicaties die als archieven kunnen worden aangemerkt, wat betekent dat zij enkel content bevatten die niet noodzakelijk is voor actieve administratieve processen en die niet wordt bijgewerkt of aangepast na 23 september 2019.

Art. 20.Toegankelijkheidsbeginsel De websites en mobiele applicaties van de overheden worden waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust ontworpen om ze toegankelijk te maken.

Art. 21.Onevenredige last De overheid past de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen toe, voor zover die eisen voor de toepassing van dat artikel geen onevenredige last voor de overheid met zich meebrengen.

Om na te gaan in hoeverre de naleving van de toegankelijkheidseisen een onevenredige last met zich meebrengt, houdt de overheid in het bijzonder rekening met de volgende relevante omstandigheden : 1° de omvang, de middelen en de aard van de betrokken overheid;2° de geraamde kosten en baten voor de betrokken overheid in verhouding tot de geraamde voordelen voor personen met ondersteuningsbehoefte, rekening houdend met de frequentie en de duur van het gebruik van de specifieke website of mobiele applicatie. De betrokken overheid voert de initiële beoordeling uit van de mate waarin de naleving van de toegankelijkheidseisen een onevenredige last met zich meebrengt.

Indien een overheid voor een specifieke website of mobiele applicatie gebruik maakt van de uitzondering waarin dit artikel voorziet, dan legt zij in de in artikel 23 vermelde verklaring uit aan welke delen van de toegankelijkheidseisen niet kon worden voldaan en voorziet zij in voorkomend geval in toegankelijke alternatieven.

Art. 22.Vermoeden van conformiteit met de toegankelijkheidseisen § 1 - De content van websites en mobiele applicaties die voldoet aan de op grond van de EU-richtlijn opgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, wordt vermoed conform te zijn met de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen die door die normen, of door delen daarvan, worden gedekt. § 2 - Indien geen referenties van in § 1 bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, wordt de op grond van de EU-richtlijn opgestelde content van mobiele applicaties die conform is met technische specificaties of delen daarvan, waarvan de referenties in overeenstemming met verordening (EU) nr. 1025/2012 door de Commissie bekendgemaakt zijn in het Publicatieblad van de Europese Unie, vermoed conform te zijn met de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen die door die technische specificaties of door delen daarvan worden gedekt. § 3 - Indien geen referenties van in § 1 bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, wordt de content van websites die voldoet aan de desbetreffende eisen van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04), of delen daarvan, vermoed conform te zijn met de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen die door de desbetreffende eisen, of delen daarvan, worden gedekt.

Indien geen referenties van de in § 1 bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, en bij ontstentenis van de in § 2 bedoelde technische specificaties, wordt de content van mobiele applicaties die voldoet aan de desbetreffende eisen van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04), of delen daarvan, vermoed conform te zijn met de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen die door de desbetreffende eisen, of delen daarvan, worden gedekt.

Indien de Europese Commissie overeenkomstig de EU-richtlijn een geactualiseerde norm vaststelt, moet de verwijzing naar de Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04) worden gelezen als een verwijzing naar de geactualiseerde norm.

Art. 23.Toegankelijkheidsverklaring De overheid verstrekt een gedetailleerde, alomvattende en duidelijke toegankelijkheidsverklaring over de conformiteit van haar websites en mobiele applicaties met dit decreet en werkt die verklaring regelmatig bij. Ze geeft binnen een redelijke termijn een adequaat antwoord op meldingen of verzoeken van de gebruiker.

De toegankelijkheidsverklaring wordt : 1° voor websites in een toegankelijk formaat verstrekt en op de desbetreffende website gepubliceerd;2° voor mobiele applicaties in een toegankelijk formaat verstrekt en op de website van de overheid die de betrokken mobiele applicatie heeft ontwikkeld, of samen met andere informatie bij het downloaden van de applicatie beschikbaar gemaakt. De toegankelijkheidsverklaring omvat : 1° een toelichting over de delen van de content die niet toegankelijk zijn, de redenen daarvoor, en in voorkomend geval, de toegankelijke alternatieven waarin is voorzien;2° een beschrijving van, en een link naar, een feedbackmechanisme dat de gebruiker in staat stelt om bij de betrokken overheid melding te maken van eventuele niet-naleving op haar website of mobiele applicatie van de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen, en om de overeenkomstig artikel 19, tweede lid, en artikel 21 uitgesloten informatie op te vragen;3° een link naar de in artikel 25 vermelde handhavingsprocedure, die kan worden toegepast in geval van een onbevredigend antwoord op de melding of het verzoek. De overheid stelt de toegankelijkheidsverklaring op aan de hand van de modelverklaring die op grond van de EU-richtlijn wordt vastgelegd.

Art. 24.Toezicht De Regering houdt toezicht op de mate waarin websites en mobiele applicaties van de overheden voldoen aan de in artikel 20 vermelde toegankelijkheidseisen. Ze maakt daarbij gebruik van de in de EU-richtlijn bedoelde toezichtmethodiek.

De Regering zendt de toezichtverslagen ter informatie over aan de Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven.

Art. 25.Handhavingsprocedure De overheid stelt een adequate en doeltreffende handhavingsprocedure in om te waarborgen dat dit decreet wordt nageleefd wat de eisen in artikel 20, artikel 21 en artikel 23 betreft. HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 26.Wijzigingsbepaling Hoofdstuk II.1 van het decreet van 17 januari 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 17/01/2000 pub. 24/03/2000 numac 2000033021 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap sluiten tot oprichting van een dienst voor arbeidsbemiddeling in de Duitstalige Gemeenschap, dat de artikelen 14.2 tot 14.6 omvat, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2016 pub. 14/06/2016 numac 2016202856 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap 25 APRIL 2016 - Decreet houdende maatregelen inzake werkgelegenheid sluiten, wordt opgeheven.

Art. 27.Wijzigingsbepaling In artikel 3 van het decreet van 26 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/05/2009 pub. 07/10/2009 numac 2009204279 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot instelling van het ambt van ombudsman voor de Duitstalige Gemeenschap sluiten tot instelling van het ambt van ombudsman voor de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2011 en 25 januari 2016, wordt een § 2.1 ingevoegd, luidende : " § 2.1 - In het kader van het decreet van 15 oktober 2018 betreffende de niet-openbare en openbare elektronische communicatie van de overheden van het Duitse taalgebied toetst de ombudsman : 1° klachten tegen meldingen of verzoeken in het kader van het feedbackmechanisme bedoeld in artikel 23, derde lid, 2°, van hetzelfde decreet; 2° klachten tegen de beoordeling overeenkomstig artikel 21 van hetzelfde decreet, van de mate waarin de naleving van de toegankelijkheidseisen een onevenredige last met zich meebrengt."

Art. 28.Wijzigingsbepaling Artikel 36 van het decreet van 13 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/12/2016 pub. 30/01/2017 numac 2017200237 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven sluiten tot oprichting van een dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor zelfbeschikkend leven wordt vervangen als volgt : "Art. 36 - Verplichte elektronische communicatie In afwijking van artikel 14 van het decreet van 15 oktober 2018 betreffende de niet-openbare en openbare elektronische communicatie van de overheden van het Duitse taalgebied en onverminderd artikel 16, § 2, vierde lid, van hetzelfde decreet kan de Dienst de dienstverrichters ertoe verplichten elektronisch met hem te communiceren."

Art. 29.Wijzigingsbepaling De artikelen 37 tot 40 van hetzelfde decreet worden opgeheven.

Art. 30.Overgangsbepaling De overheden passen de bepalingen van hoofdstuk 3 toe : 1° op niet voor 23 september 2018 openbaar gemaakte websites : vanaf 23 september 2019;2° op alle websites die niet onder 1° vallen : vanaf 23 september 2020;3° op mobiele applicaties: vanaf 23 juni 2021.

Art. 31.Inwerkingtreding Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2019, met uitzondering van de artikelen 18 tot 25, 27 en 30, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2018.

Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Eupen, 15 oktober 2018.

O. PAASCH De Minister-President I. WEYKMANS De Viceminister-President, Minister van Cultuur, Werkgelegenheid en Toerisme A. ANTONIADIS De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden H. MOLLERS De Minister van Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek __________ Zitting 2018-2019 Parlementaire stukken: 247 (2017-2018) Nr. 1 Ontwerp van decreet 247 (2018-2019) Nr. 2 Voorstellen tot wijziging 247 (2018-2019) Nr. 3 Verslag Integraal verslag: 15 oktober 2018 - Nr. 56 Bespreking en aanneming


begin


Publicatie : 2018-11-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^