Decreet van 16 december 2003
gepubliceerd op 25 mei 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet betreffende de bevordering van creatieve ateliers

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2004033030
pub.
25/05/2004
prom.
16/12/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

16 DECEMBER 2003. - Decreet betreffende de bevordering van creatieve ateliers (1)


De Raad van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Toepassingsgebied

Artikel 1.Binnen de perken van de tot dit doel beschikbare begrotingskredieten kent de Regering toelagen voor creatieve ateliers toe.

Voorzover zij de bepalingen vervullen die door of krachtens dit decreet zijn vastgelegd, kunnen privaatrechtelijke inrichtingen die hoofdzakelijk tot doel hebben activiteiten op het creatief gebied uit te voeren als creatieve ateliers gesubsidieerd worden.

De subsidiëring van een creatief atelier geldt als de erkenning ervan.

Worden de voorwaarden van artikel 3 sinds ten minste één jaar niet meer vervuld, dan wordt de erkenning samen met het recht op toelagen ingetrokken na verhoor van het creatief atelier.

Definities

Art. 2.Voor de toepassing van voorliggend decreet dient te worden verstaan onder : 1° aangeboden activiteit : elke uitgevoerde activiteit met een minimale duur van één uur die het creatief atelier openbaar tot de actieve deelneming van elke persoon aanbiedt die er belangstelling voor toont;2° creatief : cultureel of ambachtelijk scheppend. HOOFDSTUK II. - Subsidiëringsvoorwaarden Voorwaarden

Art. 3.Om voor de subsidiëring in aanmerking te komen, moet het creatief atelier aan volgende voorwaarden voldoen : 1° zijn zetel in het Duitse taalgebied hebben en, overeenkomstig zijn doel, bij voorkeur in dienst van de bevolking van het Duitse taalgebied staan;2° voor allen toegankelijk zijn;3° als vereniging zonder winstoogmerk opgericht zijn;4° over een infrastructuur beschikken die aangepast is aan het doel, de activiteiten en de deelnemers;5° sinds ten minste 1 januari van het burgerlijk jaar vóór de aanvraag bestaan en een regelmatige werkzaamheid hebben;6° zijn leden en de bevolking regelmatig informeren over de door hem aangeboden activiteiten;7° een behoorlijke autonome boekhouding hebben die men te allen tijde inzien kan en die een controle van de doelmatige aanwending van de toelagen mogelijk maakt;8° een resultatenrekening van het afgelopen activiteitsjaar voorleggen met vermelding van de uitgaven die reeds door andere overheden gesubsidieerd werden of waarvoor een toelage bij andere overheden aangevraagd is;9° vóór het einde van de maand februari van het lopende jaar een activiteitenverslag betreffende het afgelopen jaar indienen. Regelmatige werkzaamheid

Art. 4.Als regelmatige werkzaamheid in de zin van artikel 3, 5°, gelden ten minste honderd aangeboden activiteiten per jaar, waarbij voor een minimale openingstijd van vier uren per week tijdens veertig weken per jaar moet worden gezorgd. Indien een aangeboden activiteit meer dan zes uren duurt, dan wordt ze als twee aangeboden activiteiten in aanmerking genomen.

Het minimaal vereist aantal aangeboden activiteiten omvat ten minste 75 % creatieve activiteiten. De overige aangeboden activiteiten moeten beantwoorden aan socio-culturele behoeften die nog niet vervuld zijn.

Het creatief atelier dient samen met het activiteitenverslag een gedetailleerde lijst van de aangeboden activiteiten in die - met het oog op de overeenstemming ervan - door twee leden van het bestuur worden ondertekend. HOOFDSTUK III. - Subsidiëringsmodaliteiten Forfaitaire werkingstoelage

Art. 5.§ 1. Indien een creatief atelier aan de subsidiëringsvoorwaarden voldoet, verkrijgt het de volgende forfaitaire werkingstoelagen naargelang het aantal aangeboden activiteiten die jaarlijks worden uitgevoerd : Forfaitcategorie 1 : 100 tot 299 aangeboden activiteiten : euro 4.000 Forfaitcategorie 2 : vanaf 300 aangeboden activiteiten : euro 11.000. § 2. De forfaitcategorie wordt telkens voor drie jaar vastgelegd op basis van de doorsnede van de activiteiten aangeboden in de loop van de twee laatste activiteitsjaren vóór de nieuwe driejarige periode.

Bij een eerste aanvraag worden slechts de tijdens het kalenderjaar vóór de aanvraag aangeboden activiteiten in aanmerking genomen om de forfaitcategorie vast te leggen. Daarna wordt de forfaitcategorie telkens vastgelegd op dezelfde tijdstip als voor de creatieve ateliers die vóór de inwerkingtreding van voorliggend besluit gesubsidieerd waren. § 3. Om een toelage voor het lopende jaar te verkrijgen, dient het creatief atelier zijn aanvraag vóór het einde van de maand februari in.

Bijkomende toelage

Art. 6.Naast de forfaitaire werkingstoelage kan een creatief atelier een toelage ten belope van euro 6.000 verkrijgen, als het jaarlijks ten minste vier vakantieateliers organiseert die telkens ten minste vier dagen van ten minste zeven uren duren. Ten minste één van de vakantieateliers biedt volwassenen creatieve activiteiten aan.

De aanvraag wordt vóór 31 december van het voorafgaande jaar ingediend.

Aanpassing van de bedragen

Art. 7.Om de drie jaar kan de Regering de in voorliggend decreet bepaalde toelagenbedragen aan de ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen aanpassen.

De Regering kan het bedrag van de forfaitaire werkingstoelage en van de bijkomende toelage met een coëfficiënt vermenigvuldigen om ze aan de beschikbare begrotingskredieten aan te passen.

Voorschotten

Art. 8.De Regering kan de creatieve ateliers voorschotten toekennen die tot 80 % van de bepaalde toelagenbedragen belopen.

Controle

Art. 9.Met het oog op de controle over de doelmatige aanwending van de toelagen legt het creatief atelier, op verzoek van de Regering, de bewijsstukken en zijn hele boekhouding voor en maakt de controle van de boekhouding en van de activiteiten ter plaatse mogelijk.

De Regering kan een accountant met de controle belasten.

Terugvordering

Art. 10.De Regering kan de toelage terugvorderen als ze niet voor de bepaalde doeleinden gebruikt werd of als er niet meer voldaan wordt aan de subsidiëringsvoorwaarden. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Wijzigingsbepalingen

Art. 11.In artikel 4, 4°, van het decreet van 23 maart 1992 houdende toekenning van toelagen voor de personeelskosten van de erkende musea, creatieve ateliers, gewestelijke organisaties voor volksopleiding en vormingswerk voor volwassenen alsook van de erkende jeugdorganisaties en jeugdcentra wordt het woord « activiteiten » door « activiteiten of aangeboden activiteiten » vervangen.

In artikel 7, lid 2, van hetzelfde decreet worden de passussen « 150 activiteiten » en « 300 activiteiten » door « 150 aangeboden activiteiten » en « 300 aangeboden activiteiten » vervangen.

Artikel 7 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « Onder "aangeboden activiteit" in de zin van voorliggend artikel dient elke uitgevoerde activiteit met een minimale duur van één uur te worden verstaan die het creatief atelier openbaar tot de actieve deelneming van elke persoon aanbiedt die er belangstelling voor toont. » In artikel 10bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het programma-decreet van 23 oktober 2000, wordt de passus « het dienovereenkomstig aantal activiteiten of openingsuren » door de passus « het dienovereenkomstig aantal activiteiten of aangeboden activiteiten resp. openingsuren » vervangen.

Opheffingsbepalingen

Art. 12.Worden opgeheven : 1° het decreet van 12 november 1985 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringscriteria voor creatieve ateliers, gewijzigd bij de decreten van 23 maart 1992 en 7 januari 2002;2° het besluit van de Executieve van 28 november 1985 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van het decreet van 12 november 1985 over de erkenning en de subsidiëring van creatieve ateliers, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van 12 september 1991 en bij het besluit van de Regering van 7 maart 1996 tot wijziging van het besluit van 28 november 1985 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van het decreet van 12 november 1985 over de erkenning en de subsidiering van creatieve ateliers. Overgangsbepalingen

Art. 13.Voor een overgangstermijn van twee jaar vanaf de inwerkingtreding van voorliggend decreet hoeven de creatieve ateliers die krachtens het decreet van 12 november 1985 erkend zijn, de in artikel 3, 3°, vermelde voorwaarde niet te vervullen om toelagen te verkrijgen.

Om de in artikel 5 bedoelde forfaitcategorieën vast te leggen wordt de doorsnede van de in de activiteitsjaren 2001 en 2002 aangeboden activiteiten als basis genomen voor de eerste driejarige periode die in 2004 begint.

Slotbepaling

Art. 14.De toelagen die krachtens voorliggend decreet moeten worden uitbetaald, vervangen alle prestaties waarop de ontvangers van de toelagen recht hebben overeenkomstig de vroeger toepasselijke subsidiëringsprocedure.

Inwerkingtreding

Art. 15.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2004.

Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

Eupen, op 16 december 2003.

De Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport, K.-H. LAMBERTZ De Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme, B. GENTGES De Minister van Jeugd en Gezin, Monumentenzorg, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, H. NIESSEN _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de raad. - Voorstel van decreet : 148, nr. 1. - Amendementen : 148, nr. 2. - Verslag : 148, nr. 3.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 16 december 2003.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^