Decreet van 16 januari 2012
gepubliceerd op 16 maart 2012
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet ter bestrijding van doping in de sport

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2012201484
pub.
16/03/2012
prom.
16/01/2012
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

16 JANUARI 2012. - Decreet ter bestrijding van doping in de sport


Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° Regering : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;2° UNESCO-conventie : de internationale conventie tegen het dopinggebruik in de sport, ondertekend door de Algemene Conferentie van de UNESCO te Parijs op 19 oktober 2005;3° WADA : het Wereldantidopingagentschap, een stichting naar Zwitsers recht, opgericht op 10 november 1999;4° Code : de Wereldantidopingcode die het WADA op 5 maart 2003 te Kopenhagen heeft goedgekeurd en die aanhangsel 1 van de UNESCO-conventie vormt, en de latere wijzigingen ervan;5° internationale standaarden van het WADA : de documenten die het WADA heeft goedgekeurd om de verschillende technische en operationele onderdelen van de Code te harmoniseren, waaronder de standaard voor dispensaties voor therapeutisch gebruik die bijlage 2 van de UNESCO-conventie vormt, alsook de internationale standaard voor laboratoria en de internationale standaard voor dopingtests, die de aanhangsels 2 en 3 van de UNESCO-conventie vormen, en de internationale standaard voor de bescherming van persoonlijke inlichtingen;6° lijst van de verboden stoffen en de verboden methoden : de lijst met de verboden stoffen en de verboden methoden die als bijlage gaat bij de UNESCO-conventie en die door het WADA bijgehouden wordt;7° sportorganisatie : de sportverenigingen en sportfederaties in de zin van de artikelen 3 en 9 van het Sportdecreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19 april 2004;8° sporter : elke persoon die een sportactiviteit uitoefent, als amateur of als professional;9° elitesporter : elke sporter die een sport beoefent die onder de bevoegdheid valt van een sportorganisatie die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité, voor zover die sport opgenomen is in de bijgevoegde lijst en aan minstens één van de volgende criteria beantwoordt : a) de sporter behoort tot de internationale doelgroep van zijn sportfederatie;b) hij beoefent zijn sport in het kader van een bezoldigde hoofdactiviteit in de hoogste nationale categorie of in de hoogste nationale competitiecategorie van de betrokken discipline;c) tijdens de laatste twaalf maanden is hij geselecteerd of heeft hij deelgenomen aan minstens één van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de betrokken discipline : de Olympische Spelen, de Paralympische Spelen, een wereldkampioenschap of een Europees kampioenschap;d) hij heeft deelgenomen aan een ploegsport in het kader van een competitie waarbij de meerderheid van de deelnemende teams bestaat uit sporters zoals bedoeld in de punten a), b) of c).10° elitesporter van categorie A : elitesporter die een individuele Olympische sport beoefent die volgens de bijlage in de categorie A is ingedeeld of een elitesporter zoals bedoeld in artikel 1, 9°, a);11° elitesporter van categorie B : elitesporter die een individuele Olympische sport beoefent die volgens de bijlage in de categorie B is ingedeeld;12° elitesporter van categorie C : elitesporter die een ploegsport beoefent in een Olympische discipline die volgens de bijlage in de categorie C is ingedeeld;13° elitesporter van categorie D : elitesporter die niet tot de categorieën A, B of C behoort;14° begeleider van een sporter : trainer, coach, manager, agent, teammedewerker, official, medisch of paramedisch personeel, ouder, helper of elke andere persoon die met een sporter samenwerkt, een sporter behandelt of een sporter bijstaat, gratis of tegen betaling;15° TAS/CAS : het Hof van Arbitrage voor de Sport, ingesteld binnen de Conseil International de l'Arbitrage en matière de Sport/International Council of Arbitration for Sport, een stichting naar Zwitsers recht;16° dopingcontrole : alle stappen en procedures vanaf de planning van de controle tot en met de eindbeslissing in beroep, met inbegrip van alle stappen, procedures en handelingen daartussen, in het bijzonder de rapportering, de geldigverklaring, de laboratoriumanalysen, het beheer van de dispensaties voor therapeutisch gebruik, het resultatenbeheer en de hoorzittingen;17° controle : onderdeel van de algemene dopingcontroleprocedure waarbij de tests worden gepland, monsters veilig worden gesteld, monsters worden gehanteerd en monsters naar het laboratorium worden gebracht;18° gerichte controle : geprogrammeerde controle van sporters of groepen van sporters die op een bepaald ogenblik specifiek voor een controle uitgekozen worden; 19° onaangekondigde controle : controle die plaatsvindt zonder voorafgaande kennisgeving van de sporter en tijdens welke de sporter voortdurend wordt begeleid, d.i. vanaf de kennisgeving tot de afgifte van het monster; 20° wedstrijd : een enkele race, match, partij of een bepaalde sportieve krachtmeting; 21° controle binnen wedstrijdverband : een controle tijdens de wedstrijd in de zin van artikel 2.11 van de UNESCO-conventie; 22° controle buiten wedstrijdverband : elke dopingcontrole die niet binnen wedstrijdverband plaatsvindt;23° sportevenement : een reeks wedstrijden die onder leiding van een organisator plaatsvinden;24° monster of monsterneming : elke biologische matrix die bij een dopingcontrole wordt afgenomen;25° marker : de component, het geheel van de componenten of biologische parameters die het gebruik van een verboden stof of een verboden methode bewijzen;26° metaboliet : elke stof die na biotransformatie ontstaat;27° organisator : elke natuurlijke of rechtspersoon die alleen of samen met andere organisatoren een wedstrijd of een sportevenement organiseert, gratis of tegen betaling;28° abnormaal analyseresultaat : aanwezigheid van een verboden stof, één van zijn metabolieten of markers in een monster, met inbegrip van de aanwezigheid van hoge hoeveelheden van endogene stoffen, dit zijn elementen die het gebruik van een verboden methode aantonen en opgenomen in het verslag van een door het WADA geaccrediteerd laboratorium of elke andere entiteit die overeenkomstig de internationale standaard voor laboratoria erkend is;29° handel : de verkoop, schenking, verzending, levering of verspreiding van een verboden stof of een verboden methode aan een derde, ongeacht op welke wijze, in het bijzonder op elektronische wijze, door een sporter, een begeleider van een sporter of elke andere persoon die onder de bevoegdheid van een antidopingorganisatie valt. Niet bedoeld worden echter de handelingen van leden van het medisch of paramedisch personeel die te goeder trouw uitgevoerd worden en waarbij een verboden stof voor rechtmatige en geoorloofde therapeutische doeleinden of voor verantwoorde doeleinden wordt gebruikt. Evenmin bedoeld worden de handelingen waarbij verboden stoffen worden gebruikt die buiten wedstrijdverband niet verboden zijn, tenzij uit de omstandigheden blijkt dat deze verboden stoffen niet bestemd zijn voor werkelijke en wettige therapeutische doeleinden. 30° gebruik : het aanbrengen, toepassen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of een verboden methode, op welke wijze dan ook;31° ADAMS : het "Anti Doping Administration and Management System", ontwikkeld door het WADA in de vorm van een databank op het internet die gebruikt wordt om de gegevens van de sporters te registreren, op te slaan, te delen en te rapporteren;32° TUE : dispensatie voor therapeutisch gebruik, verleend door het bij artikel 8 ingestelde comité, waarbij na onderzoek van het medisch dossier van de sporter een stof of methode uit de lijst met verboden stoffen en verboden methoden voor therapeutische doeleinden mag worden gebruikt, op voorwaarde dat de volgende criteria in acht worden genomen : a) de gezondheid van de sporter zou duidelijk worden geschaad indien de stof of de methode niet zou worden gebruikt;b) het therapeutische gebruik van de verboden stof of methode leidt tot een prestatieverbetering die echter alleen toe te schrijven is aan het feit dat de gezondheidstoestand van de sporter na de behandeling van een bewezen pathologische toestand opnieuw normaal is;c) er bestaat geen toegestaan therapeutisch alternatief voor de verboden stof of de verboden methode;d) de noodzaak om de verboden stof of de verboden methode te gebruiken, is niet het gevolg van het voorafgaande gebruik van een verboden stof of een verboden methode zonder dispensatie voor therapeutisch gebruik;33° ploegsport : sporttak waarbij spelers tijdens een wedstrijd vervangen mogen worden;34° doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap : de groep elitesporters die door de Duitstalige Gemeenschap aangewezen wordt op basis van het feit dat ze lid zijn van een sportorganisatie waarvoor de Duitstalige Gemeenschap als enige bevoegd is, of op grond van het feit dat ze hun hoofdverblijfplaats in het Duitse taalgebied hebben, indien ze lid zijn van een sportfederatie die nationaal is gebleven en in het kader van het controleprogramma van de Duitstalige Gemeenschap zowel binnen als buiten wedstrijdverband gecontroleerd worden;35° officier van gerechtelijke politie : behoudens andere officieren van gerechtelijke politie die krachtens andere bepalingen zijn aangewezen, kan de Regering aan aangewezen personeelsleden van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toekennen om de bevoegdheden en opdrachten vermeld in artikel 11, § 1, derde tot vijfde lid, uit te oefenen. HOOFDSTUK 2. - Informatie en preventie

Art. 2.De Regering organiseert voorlichtings-, informatie- en preventiecampagnes om doping te bestrijden; ze maakt de bevolking, in het bijzonder de sporters en begeleiders van sporters, onder meer bewust van de schadelijke gevolgen van doping voor de gezondheid.

In het kader daarvan voert de Regering informatiecampagnes over dopingbestrijding en dopingpreventie voor beroepssporters en amateurs.

De Regering informeert het Parlement en de Sportraad van de Duitstalige Gemeenschap over de campagnes bedoeld in het eerste en het tweede lid.

Art. 3.Elke sportorganisatie informeert de sporters, de begeleiders van sporters en haar ploegen over de verplichtingen die uit dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan en de Code voortvloeien en moedigt hen zo aan om die verplichtingen na te leven.

De Regering kan de sportorganisaties in het kader van de dopingbestrijding belasten met preventieopdrachten.

Art. 4.De Regering organiseert informatie-events en richt een contactpunt op dat de elitesporters moet helpen om de in hoofdstuk 4 van dit decreet beschreven verplichtingen na te komen. HOOFDSTUK 3. - Maatregelen om doping te bestrijden Afdeling 1. - Algemene beginselen

Art. 5.Doping in de sport is verboden.

Elke sporter, elke begeleider van een sporter, elke sportorganisatie en elke organisator is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Art. 6.Onverminderd artikel 8 wordt onder doping verstaan : 1° de aanwezigheid van een verboden stof of van metabolieten of markers daarvan in het lichaam van een sporter, ongeacht de hoeveelheid, met uitzondering van de stoffen waarvoor een kwantitatieve drempel in de lijst van de verboden stoffen en methoden is vastgelegd;2° gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode;3° de weigering om, na de kennisgeving vermeld in de geldende antidopingregels, een monster te laten nemen of het niet-afgeven van een monster zonder dwingende reden, of het op een andere wijze ontwijken van de monsterneming;4° het feit dat een elitesporter van categorie A de bepalingen van hoofdstuk 4 van dit decreet, die de vereisten inzake de beschikbaarheid van sporters voor controles buiten wedstrijdverband regelen, drie keer overtreedt binnen een periode van 18 maanden, te rekenen vanaf de dag van de eerste overtreding;5° manipuleren, of poging tot manipuleren, van een onderdeel van een dopingcontrole;6° het feit dat de sporter in wedstrijdverband over verboden stoffen of methoden beschikt of buiten wedstrijdverband over stoffen of methoden beschikt die buiten wedstrijdverband verboden zijn;7° het feit dat begeleiders van sporters in wedstrijdverband over verboden stoffen of methoden beschikken of buiten wedstrijdverband over stoffen of methoden beschikken die buiten wedstrijdverband verboden zijn;8° de handel in verboden stoffen of methoden;9° toediening of poging tot toediening van een verboden stof of een verboden methode aan een sporter binnen of buiten wedstrijdverband of ondersteuning van, uitlokking van, hulp bij, verhulling van of enige andere vorm van medeplichtigheid aan een overtreding of poging tot overtreding van de antidopingregels. Noch de bedoeling, noch de fout, noch de nalatigheid, noch het bewust gebruik zijdens de sporter hoeven bewezen te worden om de overtredingen vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 6° en 7°, vast te stellen.

Er is sprake van een poging tot toediening indien de bereidheid om een dopingovertreding te begaan blijkt uit handelingen die het begin van de uitvoering van die overtreding vormen en die alleen stopgezet werden door omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de dader of die hun effect alleen gemist hebben door omstandigheden.

Art. 7.De Regering bepaalt de lijst van de verboden stoffen en methoden en de aanpassingen van die lijst binnen een maand nadat het WADA die goedgekeurd heeft.

In afwijking van artikel 34 van het sportdecreet van 19 april 2004 verstrekt de Sportraad van de Duitstalige Gemeenschap geen advies over de in het eerste lid vermelde lijst en de aanpassingen ervan.

De Regering informeert de Sportraad van de Duitstalige Gemeenschap over de aanpassing van de lijst van de verboden stoffen en methoden.

Art. 8.§ 1 - De handelingen bedoeld in artikel 6, eerste lid, vormen geen dopingovertreding indien de verboden stoffen of methoden voor therapeutische doeleinden in de zin van bijlage 2 van de UNESCO-conventie worden gebruikt. § 2 - Er wordt een Comité voor de verlening van dispensaties voor therapeutisch gebruik (afgekort als TUEC) voor de Duitstalige Gemeenschap opgericht.

Het TUEC is samengesteld uit onafhankelijke artsen; ten minste drie werkende leden en twee plaatsvervangende leden worden door de Regering aangewezen.

De Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de aanwijzing van de leden van het TUEC, alsook de manier waarop nagegaan wordt of aan de voorwaarden inzake onafhankelijkheid bedoeld in het tweede lid wordt voldaan. § 3 - Onverminderd de bepalingen van artikel 2 van bijlage 2 van de UNESCO-conventie verleent het TUEC de dispensatie voor therapeutisch gebruik aan de sporters bedoeld in artikel 1, 9°, b), c) en d), ongeacht hun categorie.

Het TUEC is niet bevoegd voor de elitesporters die met toepassing van bijlage 2 van de UNESCO-conventie verplicht zijn om hun aanvraag voor een dispensatie voor therapeutisch gebruik in te dienen bij de internationale of nationale sportorganisatie waaronder ze ressorteren.

Een sporter die een aanvraag voor een dispensatie voor therapeutisch gebruik heeft ingediend bij een andere instantie of sportorganisatie die door het WADA als antidopingorganisatie wordt erkend, mag bij het TUEC geen aanvraag indienen die op dezelfde redenen gebaseerd is.

De beslissingen van het TUEC worden gemotiveerd. Ze worden bekendgemaakt binnen 15 werkdagen na ontvangst van de aanvraag.

Overeenkomstig bijlage 2 van de UNESCO-conventie bepaalt de Regering de werkingsregels van het TUEC, alsook de procedure voor de behandeling van de aanvragen van een dispensatie voor therapeutisch gebruik. § 4 - Overeenkomstig artikel 10 waarborgt het TUEC de strikte naleving van de persoonlijke levenssfeer van de sporter bij de behandeling van persoonlijke gezondheidsgegevens die aan het TUEC zijn toevertrouwd.

Het TUEC kan het advies van medische of wetenschappelijke experts inwinnen volgens de door de Regering bepaalde regels. Alle gegevens die aan die experts worden bezorgd, worden geanonimiseerd; ze worden strikt vertrouwelijk behandeld onder de verantwoordelijkheid van de leden van het TUEC. § 5 - De dispensaties voor therapeutisch gebruik die overeenkomstig bijlage 2 van de UNESCO-conventie door een instantie of sportorganisatie worden verleend, worden in het Duitse taalgebied erkend. § 6 - Het medisch getuigschrift van de arts van een sporter die geen elitesporter is, geldt als dispensatie voor therapeutisch gebruik.

Art. 9.In het kader van de dopingbestrijding is de Regering ermee belast : 1° met de andere antidopingorganisaties samen te werken;2° wederzijdse controles tussen antidopingorganisaties aan te moedigen;3° antidopingonderzoek aan te moedigen;4° de informatie-, opleidings- en bijscholingsprogramma's ter bestrijding van doping te plannen, in de praktijk te brengen en te controleren, nadat de Sportcommissie opgericht bij hoofdstuk 5 van het decreet van 19 april 2004 advies heeft verstrekt;5° het WADA over de uitgevoerde controles in te lichten;6° het jaarverslag van haar activiteiten inzake dopingcontrole te publiceren en een exemplaar ervan aan het WADA te bezorgen;7° het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en de Sportraad van de Duitstalige Gemeenschap ter informatie een exemplaar van het in 6° bedoelde jaarverslag te bezorgen.

Art. 10.Alle informatie die in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan ingewonnen of meegedeeld wordt - hierna informatie te noemen - is vertrouwelijk.

De behandeling van de informatie heeft tot doel doping te bestrijden en aldus gezondheidsbevorderende sport aan te moedigen waarbij fair play, gelijkheid en een sportieve instelling worden gehuldigd. De behandeling van de informatie over de verblijfplaats van de elitesporters heeft in het bijzonder tot doel de dopingcontroles buiten wedstrijdverband te kunnen plannen.

De Duitstalige Gemeenschap is verantwoordelijk voor de behandeling van de informatie.

De Regering bepaalt nauwkeurig welke informatie - die in het licht van de doelstelling van het tweede lid relevant, niet overdreven en strikt noodzakelijk is - krachtens het decreet behandeld kan worden. De Regering bepaalt ook onder welke voorwaarden de informatie behandeld wordt, hoelang ze bewaard wordt en wie ze ontvangt.

De ontvangers van die informatie mogen de informatie slechts behandelen en aan derden bezorgen voor zover dat strikt noodzakelijk is om de doelstelling van het tweede lid te bereiken en voor zover de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij de verwerking van persoonsgegevens wordt nageleefd.

De persoonsgegevens over de gezondheid van de sporter worden behandeld onder de verantwoordelijkheid van een gezondheidsdeskundige.

De Regering kan die informatie in geanonimiseerde vorm inzamelen en behandelen voor statistieken of om het antidopingbeleid te verbeteren. Afdeling 2. - Dopingtoezicht en dopingcontrole

Art. 11.§ 1 - De Regering werkt procedures voor dopingcontroles uit en maakt een regelmatig bijgewerkt plan op voor de verdeling van de dopingcontroles die binnen of buiten wedstrijdverband worden uitgevoerd.

De Regering stelt de artsen aan die de geplande dopingcontroles uitvoeren, in voorkomend geval in aanwezigheid van één of meer officieren van gerechtelijke politie.

De officieren van gerechtelijke politie mogen : 1° monsters van de voeding van sporters of begeleiders nemen of laten nemen in een erkend laboratorium;2° monsters van het lichaam van sporters zoals haar, bloed, urine of speeksel nemen of laten nemen om ze in een erkend laboratorium te laten analyseren;3° voertuigen, kledij, uitrusting en bagage van de sporter en zijn begeleiders controleren;4° alle inlichtingen inwinnen die volgens hen verband houden met een overtreding van de artikelen 5 en 6 van dit decreet. Bij elke monsterneming moeten twee monsters worden genomen : een A-monster en een B-monster.

De officieren van gerechtelijke politie en de controleartsen hebben bij de uitvoering van dopingcontroles toegang tot de kleedkamers, trainingruimten, sportlokalen en sportterreinen of plaatsen waar trainingen, wedstrijden of sportevenementen georganiseerd worden. § 2 - De Regering bepaalt, na advies van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer, hoe en onder welke voorwaarden monsters worden genomen, hoe de monsters bewaard, vervoerd of geanalyseerd worden en onder welke voorwaarden de erkende officieren van gerechtelijke politie aangesteld worden. § 3 - De erkende officieren van gerechtelijke politie maken een proces-verbaal over de dopingcontrole op en zenden het binnen drie dagen na de controle naar de administratie.

Het proces-verbaal omvat onder meer : 1° de naam van de sporter of van de begeleider van de betrokken sporter;2° indien de sporter minderjarig is, de naam van de wettelijke vertegenwoordiger die hem begeleidt of de persoon die daartoe gemachtigd is door de wettelijke vertegenwoordiger;3° zijn nationaliteit;4° zijn sporttak en in voorkomend geval zijn sportdiscipline;5° het wedstrijdniveau van de sporter;6° de sportorganisatie waaronder de sporter ressorteert;7° de vermelding of de controle binnen of buiten wedstrijdverband plaatsgevonden heeft;8° de datum waarop de controle resp.de monsterneming heeft plaatsgevonden; 9° de plaats waar de controle resp.de monsterneming heeft plaatsgevonden; 10° de beschrijving van de eventueel in beslag genomen voorwerpen;11° een beschrijving van de te volgen procedure. Binnen tien dagen na de controle wordt aan de betrokken sporter en aan de sportorganisatie waarvan hij lid is een afschrift van het proces-verbaal bezorgd. § 4 - Indien de gecontroleerde sporter minderjarig is, wordt hij begeleid door één van zijn wettelijke vertegenwoordigers of door een daartoe gemachtigde persoon. § 5 - Het einde van de sportcarrière van de sporter of van de begeleider van de sporter heeft geen invloed op de voortzetting van de procedure voor de dopingcontrole. § 6 - Onverminderd de bevoegdheid van andere ambtenaren met toepassing van of krachtens andere wetten of decreten wordt de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie toegekend aan de ambtenaren en personeelsleden van de diensten die door de Regering worden aangewezen om de opdrachten bedoeld in dit decreet uit te voeren.

Art. 12.§ 1 - Onverminderd § 2 worden de monsters die overeenkomstig artikel 11 worden genomen, geanalyseerd door een erkend laboratorium en dit uitsluitend om te zoeken naar stoffen of aanwijzingen voor het gebruik van methoden die overeenkomstig artikel 7 verboden zijn.

Daartoe onderzoekt het erkende laboratorium het monster op basis van criteria die voldoen aan de internationale standaard voor laboratoria die door het WADA is goedgekeurd. § 2 - Op uitdrukkelijk verzoek van de Regering of van het WADA kan het erkende laboratorium in volledig geanonimiseerde lichaamsmonsters ook zoeken naar andere stoffen of aanwijzingen die bewijzen dat andere methoden gebruikt zijn dan die opgenomen in de lijst van de verboden stoffen en methoden bedoeld in artikel 7, om : 1° mee te werken aan het WADA Monitoring Program;2° deel te nemen aan een antidopingprogramma van de Regering;3° een erkende antidopingorganisatie te helpen bij het opstellen van de relevante biologische parameters van sporters om doping te bestrijden. § 3 - De Regering bepaalt onder welke voorwaarden en volgens welke regels een laboratorium kan worden erkend of zijn erkenning kan verliezen. Alleen laboratoria die ook door het WADA geaccrediteerd zijn, worden erkend.

Art. 13.Zodra het monster geanalyseerd is, wordt het resultaat aan de Regering bezorgd, samen met een analyseverslag van het laboratorium waarin onder meer de analyseprocedure wordt beschreven.

De Regering bepaalt het model van het verslag dat het laboratorium opmaakt over de analyse van de monsters en bepaalt hoe de analyseresultaten worden meegedeeld.

Art. 14.De Regering deelt het resultaat en het dossier van de analyse mee aan de sporter en aan de sportorganisatie waartoe hij behoort met het oog op de toepassing van artikel 18.

De Regering bepaalt de inhoud en de nadere regels voor deze mededeling.

Art. 15.Indien het resultaat van de analyse abnormaal is, moet in de mededeling bedoeld in artikel 14 ook worden vermeld dat de sporter het recht heeft om een analyse van het B-monster door een erkend laboratorium aan te vragen en dat de sporter of diens vertegenwoordiger, in voorkomend geval met een deskundige, die analyse kan bijwonen.

De Regering bepaalt volgens welke procedure en onder welke voorwaarden deze tegenexpertise geschiedt. De kosten van de tegenexpertise van het B-monster worden gedragen door de sporter zelf, voor zover het resultaat van het A-monster bevestigd wordt. HOOFDSTUK 4. - Gegevens over de verblijfplaats van de sporters Afdeling 1. - Inlichtingen die door de organisatoren moeten worden

meegedeeld

Art. 16.Elke organisator deelt de Regering ten minste vijftien dagen op voorhand en volgens de door de Regering bepaalde regels mee welke sportevenementen of sportwedstrijden met elitesporters hij gepland heeft, zodat de Regering de dopingcontroles kan plannen. Afdeling 2. - Verblijfplaatsgegevens die door de elitesporters moeten

worden meegedeeld

Art. 17.§ 1 - De elitesporters van categorie A, B en C die tot de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap behoren, verschaffen via publicatie in de ADAMS-databank nauwkeurige en bijgewerkte gegevens over hun verblijfplaats, in de door de Regering vastgestelde vorm en volgens de door de Regering vastgestelde regels. § 2 - De elitesporters van categorie A verschaffen de volgende gegevens : 1° hun naam en voornamen;2° hun geslacht;3° het adres van hun woonplaats en, indien dit verschillend is, het adres van hun gewone verblijfplaats;4° hun telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres;5° in voorkomend geval het nummer van hun Wada-paspoort;6° hun sportdiscipline, sportcategorie of ploeg;7° hun sportfederatie en hun lidnummer;8° het volledige adres van de plaatsen waar ze tijdens het volgende kwartaal verblijven, trainen, aan wedstrijden deelnemen en sportevenementen hebben;9° een tijdvak van 60 minuten waarin de sporter dagelijks op een aangegeven plaats ter beschikking staat voor een onaangekondigde controle; § 3 - Elitesporters van categorie B of C verschaffen de volgende gegevens : 1° hun naam en voornamen;2° hun geslacht;3° hun telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres;4° in voorkomend geval het nummer van hun Wada-paspoort;5° hun sportdiscipline, sportcategorie of ploeg;6° hun sportfederatie en hun lidnummer;7° het tijdschema en de plaats van de sportwedstrijden en trainingen voor het volgende kwartaal;8° het volledige adres van hun gewone verblijfplaats op de dagen dat ze tijdens het volgende kwartaal noch wedstrijden, noch training hebben. De sporters van categorie C kunnen een verantwoordelijke van hun ploeg ermee belasten die gegevens namens hen te verschaffen. § 4 - Elitesporters van categorie B die de verplichting om hun verblijfplaats mee te delen niet nakomen of die afwezig zijn op een controle, kunnen na schriftelijke kennisgeving en volgens de door de Regering bepaalde regels ertoe verplicht worden zes maanden lang de plichten inzake melding van de verblijfplaats van de elitesporters van categorie A na te leven. In geval van een nieuw verzuim tijdens die termijn kan die termijn met achttien maanden verlengd worden.

Elitesporters van categorie C die de verplichting om hun verblijfplaats mee te delen niet nakomen of die afwezig zijn op een controle, kunnen na schriftelijke kennisgeving en volgens de door de Regering bepaalde regels ertoe verplicht worden zes maanden lang de plichten inzake melding van de verblijfplaats van de elitesporters van categorie A of B na te komen. In geval van een nieuw verzuim tijdens die termijn kan die termijn met achttien maanden verlengd worden.

Elitesporters van categorie B, C of D die wegens een dopingovertreding geschorst zijn, die plotseling aanzienlijk beter presteren of die ernstige aanwijzingen van doping vertonen, zijn overeenkomstig de door de Regering bepaalde regels ertoe verplicht om de plichten inzake melding van de verblijfplaats van de elitesporters van categorie A na te komen. § 5 - Behoudens overmacht staat elke elitesporter op de opgegeven verblijfplaats ter beschikking voor één of meer dopingcontroles. § 6 - De Regering bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de rechten en plichten van de elitesporters betreffende de mededeling van de verblijfsgegevens en de vorm waarin die verblijfsgegevens worden meegedeeld. § 7 - De plichten vervat in dit artikel gelden vanaf het ogenblik dat de elitesporter ervan in kennis is gesteld en tot ontvangst van tegenbericht. De Regering bepaalt de nadere regels.

Indien de elitesporter betwist dat hij de plichten vervat in dit artikel moet naleven, kan hij binnen vijftien dagen na de kennisgeving vermeld in het vorige lid een opschortend beroep instellen bij de Regering. De Regering bepaalt de nadere regels voor de beroepsprocedure. § 8 - De plichten bedoeld in dit artikel blijven van kracht tijdens de hele duur van de schorsing van de elitesporter. Het naleven van die plichten is een voorwaarde om na de schorsing aan nieuwe wedstrijden of sportevenementen te mogen nemen. § 9 - De volgende informatie wordt ter kennis gebracht van de ambtenaren belast met het dopingtoezicht in de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, via beveiligde communicatiekanalen en volgens de door de Regering bepaalde regels : 1° elke beslissing om een sporter in de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap op te nemen of een sporter uit te sluiten, voordat die beslissing aan de betrokken sporter wordt meegedeeld;2° elke overtreding van een elitesporter uit de doelgroep van de Duitstalige Gemeenschap die indruist tegen een dopingcontrole of tegen de plicht om zijn verblijfplaats mee te delen. HOOFDSTUK 5. - Tuchtrechtelijke vervolging en sancties

Art. 18.De sportorganisaties zijn bevoegd om tuchtprocedures wegens overtredingen van antidopingbepalingen te organiseren en tuchtstraffen op te leggen overeenkomstig dit decreet, de uitvoeringsbesluiten van dit decreet en alle bepalingen van de Code betreffende de tuchtprocedure alsook de antidopingregels van de internationale sportfederaties.

De regelgeving over de tuchtprocedure, uitgewerkt door de sportorganisaties, waarborgt de naleving van de rechten van verdediging en het beginsel van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de tuchtrechters. Die regelgeving bepaalt dat elke tuchtstraf minstens vatbaar is voor beroep en dat alle beroepen opschortend zijn. De regelgeving is in overeenstemming met artikel 7.2.d van de Overeenkomst ter bestrijding van doping van 16 november 1989.

Met inachtneming van de bepalingen van de Regering delen de sportorganisaties de beslissingen en de identiteit van de gestrafte personen via beveiligde communicatiekanalen mee aan de ambtenaren die belast zijn met het dopingtoezicht en aan de verantwoordelijken van de andere sportorganisaties die belast zijn met de uitvoering van de straffen.

De sportorganisaties kunnen de tuchtprocedures bedoeld in de vorige leden gezamenlijk organiseren.

Art. 19.De Regering voert bij alle leden van de ploeg gerichte controles uit, wanneer vastgesteld is dat meer dan één lid van de ploeg de antidopingregels heeft overtreden.

Art. 20.§ 1 - De Regering bestraft met een administratieve geldboete van 250 euro de elitesporter van categorie A die zich minder dan achttien maanden na de eerste overtreding schuldig maakt aan een tweede overtreding van de regels betreffende de beschikbaarheid van de sporters voor controles buiten wedstrijdverband.

Wanneer krachtens een tuchtbeslissing die in kracht van gewijsde is gegaan vaststaat dat een sporter doping heeft gebruikt, schorst de Regering bovendien de financiële of materiële steun die aan die sporter wordt toegekend, te rekenen vanaf de kennisgeving van die beslissing. § 2 - De Regering bepaalt de administratieve geldboetes die opgelegd worden aan sportorganisaties of organisatoren die de plichten die hen bij dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgelegd, niet naleven. Die administratieve geldboetes mogen niet meer dan 10.000 euro bedragen.

Die administratieve geldboetes worden verdubbeld bij herhaling binnen een termijn van vijf jaar na de eerste veroordeling.

In voorkomend geval kan de Regering, naast het opleggen van die administratieve geldboetes, de subsidies schrappen die de Duitstalige Gemeenschap krachtens het sportdecreet van 19 april 2004 toekent. § 3 - De Regering bepaalt de administratieve geldboetes die een organisator moet betalen als hij, voor een evenement of een wedstrijd die hij organiseert, met kennis van zaken de inschrijving aanvaardt van een sporter die wegens doping geschorst is. Die administratieve geldboetes mogen niet meer dan 10.000 euro bedragen. § 4 - De Regering bepaalt de procedure en de nadere regels voor de kennisgeving van de administratieve beslissingen bedoeld in de § § 1 tot 3. De Regering int alle administratieve geldboetes die krachtens dit decreet worden opgelegd.

Art. 21.Onverminderd de toepassing van de tuchtstraffen die door sportorganisaties worden opgelegd en de andere straffen die in het Strafwetboek of in bijzondere wetgeving worden bepaald, wordt degene die artikel 6, 7° tot 9°, overtreedt, bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en een geldboete van 5 euro tot 50 euro of met één van die straffen.

Die straffen kunnen verdubbeld worden in geval van herhaling binnen twee jaar nadat de veroordeling wegens de bovenvermelde overtreding in kracht van gewijsde is gegaan.

Art. 22.Verboden stoffen en voorwerpen die gebruikt worden om verboden methoden toe te passen, worden in beslag genomen en onbruikbaar gemaakt wanneer een strafbaar feit begaan werd.

Art. 23.Elke tuchtrechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en overeenkomstig de Code door een ondertekenaar van de Code genomen is, wordt automatisch en zonder verdere formaliteiten door de Duitstalige Gemeenschap erkend. Ze is bindend voor de sporters, de sportorganisaties en alle andere personen en instellingen die aan dit decreet onderworpen zijn.

De Regering kan deze erkenning uitbreiden tot beslissingen van instanties die de Code niet ondertekend hebben, op voorwaarde dat die beslissingen genomen zijn met inachtneming van de bepalingen van de Code. HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 24.Hoofdstuk 2 van het decreet van 30 januari 2006 ter voorkoming van gezondheidsschaden bij sportbeoefening, dat de artikelen 5 tot 21 bevat, wordt opgeheven.

Art. 25.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Bijlage : Categorieën van de sportdisciplines Sportdisciplines - categorieën Categorie A Atletiek - lange afstanden (3000 m en meer) Triatlon Duatlon Veldrijden Wielrennen - baanwielrennen Wielrennen - BMX Wielrennen - mountainbike Wielrennen - wielrennen op de weg Biatlon Skiën - langlaufen Skiën - Noordse combinatie Categorie B Atletiek - alles, behalve lange afstanden (vanaf 3000 m) Badminton Boksen Gewichtheffen Artistiek turnen Judo Kanovaren - slalom Kanovaren - sprint Moderne vijfkamp Roeien Schermen Taekwondo Tafeltennis Tennis Beachvolley Watersport - zwemmen Worstelen Zeilen Bobsleeën Skeleton Rodelen Schaatsen - kunstschaatsen Schaatsen - shorttrack Schaatsen - snelschaatsen Skiën - alpineskiën Skiën - freestyle Skiën - snowboarden Categorie C Basketbal Handbal Hockey Voetbal Volleybal Waterpolo Ijshockey Categorie D Boogschieten Ritmische sportgymnastiek Gymnastiek - trampoline Paardensport - dressuur Paardensport - eventing Paardensport - springen Schietsport Watersport - schoonspringen Watersport - synchroonzwemmen Curling Skiën - schansspringen Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Eupen, 16 januari 2012.

De Minister-President, Minister van Lokale Besturen K.-H. LAMBERTZ De Minister van Onderwijs, Opleiding en Werkgelegenheid O. PAASCH De Minister van Cultuur, Media en Toerisme Mevr. I. WEYKMANS De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden H. MOLLERS _______ Nota Zitting 2011-2012 Parlementaire stukken : 92 (2011-2012) Nr. 1 Voorstel van decreet 92 (2011-2012) Nrs. 2-5 Voorstellen tot wijziging 92 (2011-2012) Nr. 6 Verslag Integraal verslag : 16 januari 2012 - Nr. 33 Bespreking en aanneming

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^