Decreet van 16 november 2007
gepubliceerd op 24 januari 2008

Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonde

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2008029008
pub.
24/01/2008
prom.
16/11/2007
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

16 NOVEMBER 2007. - Decreet betreffende het prioritaire programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap (1)


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Dispositief

Artikel 1.Dit decreet regelt de tegemoetkoming van de Franse Gemeenschap in de vastgoedinvesteringen in het kader van een prioritair programma voor werken aan de schoolgebouwen van het gewoon en gespecialiseerd basisonderwijs, van het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs en van het secundair onderwijs voor sociale promotie, van het kunstonderwijs met beperkt leerplan, van de psycho-medisch-sociale centra alsook van de internaten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Art. 2.In dit decreet wordt enkel rekening gehouden met de werken die beantwoorden aan de fysische en financiële normen uitgevaardigd krachtens artikel 2 van het decreet van 5 februari 1990 betreffende de schoolgebouwen van het niet-universitair onderwijs dat wordt ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Art. 3.De Regering brengt elk jaar vóór 31 maart verslag uit aan het Parlement van de Franse Gemeenschap over de aanwending, tijdens het afgelopen boekjaar, van de begrotingsmiddelen bestemd voor het prioritaire programma voor werken.

Art. 4.Het prioritaire programma voor werken heeft tot doel : 1° de toestanden te verhelpen die - zonder de toepassing van artikel 24, § 2, tweede lid, 6° van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van de onderwijswetgeving te bewijzen - zorgwekkend zijn op het gebied van veiligheid en/of hygiëne en/of energieprestatie en waarvoor een snelle tegemoetkoming vereist is wegens beschadiging, ouderdom of onaangepastheid van de infrastructuren;2° bij voorrang tegemoet te komen aan de specifieke noden van de schoolinrichtingen en internaten die leerlingen opvangen met sociaal-culturele handicaps;3° bij voorrang hulp te verstrekken aan de schoolinrichtingen en internaten die, in hun net, blijkbaar lijden onder het gebrek aan financiële middelen van hun inrichtende macht;4° de toegankelijkheid tot gebouwen te verbeteren voor mensen met beperkte mobiliteit.

Art. 5.§ 1. Een inrichtende macht of een openbare maatschappij voor het bestuur van de schoolgebouwen kan enkel aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming van het prioritaire programma voor werken voor een onroerend goed waarvan zij eigenaar is of waarop zij een zakelijk recht heeft dat haar het genot over het goed verschaft gedurende minstens dertig jaar, te rekenen vanaf de indiening van de subsidiëringsaanvraag in het kader van dit decreet.

De Regering bepaalt de nadere regels voor de indiening van de aanvragen om tegemoetkoming. § 2. Elk jaar en uiterlijk op 31 oktober, op voorstel van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten en op voorstel van de inrichtende machten die niet aangesloten zijn bij een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan, maakt de Regering, voor het jaar daarop, een lijst op van de investeringsprojecten die in aanmerking komen voor het prioritaire programma voor werken op basis van de criteria zoals bedoeld in artikel 6. Deze lijst omvat projecten naar rata van een bedrag dat 150 % van de beschikbare kredieten voor het betrokken jaar vertegenwoordigt.

Een reserve die 10 % van de kredieten van het jaar vertegenwoordigt, zal bovendien niet vrijgemaakt kunnen worden vóór het begin van de negende maand van dat jaar om de mogelijke ernstige infrastructuurproblemen in aanmerking te nemen die na 31 oktober van het vorige jaar plaatsgevonden hebben.

De investeringsprojecten die voortvloeien uit ernstige infrastructuurproblemen zoals bedoeld in het vorige lid, worden in aanmerking genomen door de Regering, op voorstel van de « karakteroverschrijdende commissie » opgericht bij artikel 11.

Art. 6.De criteria voor de toegang tot het prioritaire programma worden bepaald als volgt : § 1. Voor wat betreft het doel vermeld in 1° van artikel 4, heeft het te maken met de prioritaire tegemoetkomingen verantwoord door : 1° dringende problemen in verband met het brandrisico en de veiligheid in de schoolgebouwen;2° de voorwaarden voor huisvesting die in het gedrang komen door de slechte fysische toestand van de schoolgebouwen;3° de toestanden die in strijd zijn met hygiëne of die de gezondheid van de bewoners in gevaar zouden kunnen brengen;4° de toestanden waar het uiterlijke gedeelte van de gebouwen of hun technische uitrustingen belangrijke gebreken vertonen die warmteverlies veroorzaken. De maatregelen voor de bescherming van schoolgebouwen tegen brandrisico en voor de veiligheid van de bewoners en derden, zullen inzonderheid tot doel hebben : a) de bewoners snel te kunnen ontruimen;b) de schoolgebouwen te voorzien van middelen voor brandmelding en -beveiliging;c) ervoor te zorgen dat de elektrische installaties of de defecte verwarmingsinstallaties in overeenstemming zijn met de voorschriften;d) de inrichtingen te voorzien van uitrustingen inzake doeltreffende brandbestrijding;e) de veiligheid van de leerlingen te verzekeren binnen de betrokken vestigingsplaatsen door werken te laten uitvoeren voor de vervanging van de bedekking van oppervlakten van plaatsen voor doorgang, schoolactiviteiten of recreatie binnen en buiten de gebouwen, die voor de leerlingen gevaarlijk kunnen zijn als gevolg van het feit dat zij beschadigd zijn;f) de veiligheid van de toegangsplaatsen op het schooldomein te verzekeren;g) een betere bescherming van de gebouwen te verzekeren tegen diefstal, indringing en vandalisme. Worden beschouwd als prioritair inzake huisvesting : a) elke toestand waar een tegemoetkoming noodzakelijk blijkt te zijn om de bezetting van de gebouwen mogelijk te maken.Deze toestand heeft voornamelijk betrekking op de stabiliteit van gebouwen alsook op elke beschadiging of fysisch gebrek waarbij voornamelijk de muren, de daken, de gevels, de zolderingen, de vloeren en de geraamten aangetast worden; b) de vervanging van infrastructuren van bescheiden omvang die onaangepast zijn aan de schoolvereisten en die zo beschadigd zijn dat men geen andere oplossing dan deze kunnen vinden;c) elke toestand waar de herstelling van de daken, van de afvoering van regenwater of van de raamwerken dringend nodig zijn om aanvullende beschadigingen aan de gebouwen te vermijden;d) de volledige of gedeeltelijke vervanging van een verwarmingsinstallatie of van een elektrische installatie die defect is of die in strijd is met de geldende wetgeving. Krijgen een prioritaire tegemoetkoming op het gebied van de gezondheid en hygiëne : a) elke toestand waarbij gevaarlijke producten of materialen zullen moeten worden verwijderd;b) de ongezonde, onaangepaste of onvoldoende sanitaire installaties;c) elke toestand in verband met gevaarlijke arbeidsomstandigheden, inzonderheid in de risicolokalen;d) het gebrek of het tekort aan systemen van afwatering, ventilatie, verlichting of externe zonbescherming;e) het gebrek of het tekort aan een overdekte speelplaats, eetzaal en zaal voor lichamelijke opvoeding;f) elke toestand waar er een gebrek aan comfort is wegens het lawaai. Worden beschouwd als prioritair inzake energieprestatie : a) de thermische isolatie van de buitenkant van het gebouw;b) de vervanging van het buitenmetselwerk dat voldoende waterdichtheid of isolatie niet meer mogelijk maakt;c) de installaties van warmteproductie voor de verwarming of voor de productie van sanitair warm water die geen voldoende warmteproductie meer geven of die geen thermische isolatie hebben of waarvan het isolatiemateriaal bijzonder beschadigd wordt of weinig prestatie levert wegens onder andere hun ouderdom. § 2. Het criterium voor de toegang in de zin van het doel geformuleerd in 2° van artikel 4 komt overeen met het feit, voor een vestigingsplaats, om in aanmerking te komen voor de subsidies bedoeld in het kader van de toepassing van artikel 4, § 4, van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie. § 3. Voor wat betreft het doel 4° van artikel 4 hebben de criteria bij voorrang en in de hierna opgenomen volgorde van de prioriteiten betrekking op hetgeen volgt : 1° de aanpassing volgens de geldende normen van de deuropening en van de buitentoegangen tot de gebouwen en de inrichting van aangepaste sanitaire lokalen;2° voor de buitendeuren, de plaatsing van de bedieningsdispositieven voor de automatische en elektrische opening;3° elke inrichting en uitrusting om de interne omloop te verbeteren.

Art. 7.§ 1. De kredieten van een bedrag van : - euro 25.260.350 in 2008; - euro 18.889.487 in 2009; - euro 18.889.487 in 2010; worden bestemd voor het prioritaire programma voor de werken.

Vanaf 2011 wordt het bedrag van 2010 aangepast aan het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen op één januari van het betrokken jaar teruggebracht tot het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen op 1 januari 2010. § 2. De kredieten bedoeld in § 1 worden verdeeld onder de scholen van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, de scholen van het gesubsidieerd officieel onderwijs, de scholen van het confessioneel gesubsidieerd vrij onderwijs en de scholen van het niet-confessioneel gesubsidieerd vrij onderwijs naar rata van de schoolbevolkingen ingeschreven op vijftien januari van het lopende jaar in de inrichtingen opgenomen in artikel 1, met uitzondering van de schoolbevolking van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en het secundair onderwijs voor sociale promotie.

De « karakteroverschrijdende commissie » bedoeld in artikel 11 wordt ertoe gemachtigd, op het einde van het jaar, om af te wijken bij consensus van de verdeling van kredieten naar rata van de bevolkingen indien de totaliteit van de aangewende kredieten niet gebruikt werd.

Art. 8.§ 1. De financiële tegemoetkoming van de Franse Gemeenschap ten laste van het prioritaire programma voor de werken wordt vastgesteld per vestigingsplaats en per in aanmerking komend project : 1° op 70 % van het investeringsbedrag voor de schoolinrichtingen van het basisonderwijs met een maximumsubsidie van euro 168.000 en een totaal investeringsbedrag van maximaal euro 240.000; 2° op 60 % van het investeringsbedrag voor de schoolinrichtingen van het secundair onderwijs, de internaten, de gebouwen van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en de psycho-medisch-sociale centra, met een maximum subsidie van euro 144.000 en een totaal investeringsbedrag van maximaal euro 240.000.

In afwijking van het eerste lid, voor de vestigingsplaatsen die in aanmerking komen voor de positieve discriminatie overeenkomstig het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie, wordt de financiële tegemoetkoming van de Franse Gemeenschap in het kader van het prioritaire programma voor de werken als volgt vastgesteld : 1° op 80 % van het investeringsbedrag voor de schoolinrichtingen van het basisonderwijs met een maximumsubsidie van euro 240.000 en een totaal investeringsbedrag van maximaal euro 300.000; 2° op 70 % van het investeringsbedrag voor de schoolinrichtingen van het secundair onderwijs met een maximumsubsidie van euro 210.000 en een totaal investeringsbedrag van maximaal euro 300.000.

Op voorstel van de « karakteroverschrijdende commissie » kan de Regering afwijken van het totaal bedrag van de subsidies bedoeld in het eerste lid - 1° en 2° en in het tweede lid - 1° en 2°, ten belope van een maximum geïndexeerd bedrag van euro 575.000.

De bedragen opgenomen in de eerste, tweede en derde leden, worden aangepast aan het algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen op één januari van het betrokken jaar teruggebracht tot het indexcijfer van 142,22, algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen op 1 januari 2005.

Het saldo van het bedrag van het prioritaire programma voor de werken valt ten laste van de inrichtende macht en, indien zij het vraagt, komt dit saldo in aanmerking voor een bijkomende prioritaire tegemoetkoming ten laste van de bevoegde fondsen voor schoolgebouwen.

Slechts de dossiers waarvan het saldo ten laste van de I.M. hoger is dan euro 5.000, kunnen in aanmerking komen voor de toekenning van een bijkomende tegemoetkoming. Bovendien, indien een I.M. de tegemoetkoming zou vragen van 2 fondsen voor eenzelfde dossier, zou de tegemoetkoming van het waarborgfonds voor schoolgebouwen slechts toegelaten worden om de leningen hoger dan euro 5.000 te waarborgen. § 2. Onder vestigingsplaats wordt verstaan één of meer gebouwen, met inbegrip van de toegangsplaatsen, bestemd voor de onderwijsactiviteit van één of meer schoolinrichtingen van hetzelfde onderwijsniveau, gelegen op één of meer aangrenzende kadastrale percelen, die ressorteren onder dezelfde inrichtende macht of onder verschillende inrichtende machten van hetzelfde onderwijs zoals bedoeld in artikel 7, § 2 of onder dezelfde maatschappij voor het bestuur van de schoolgebouwen, ongeacht of zij eigenares of houdster is van een zakelijk recht dat haar het genot van het goed of de goederen gedurende ten minste dertig jaar verleent. Indien dezelfde subsidieaanvraag betrekking heeft op verschillende inrichtende machten, dienen zij één enkele gezamenlijke aanvraag in.

Art. 9.Om de vijf jaar, te rekenen vanaf de eerste toekenning van de subsidie bedoeld in artikel 8, wordt de cumulatie van de bedragen van projecten betreffende eenzelfde vestigingsplaats beschouwd als gelijk te zijn aan nul.

Art. 10.§ 1. Om een subsidie te kunnen genieten die hoger is dan euro 287.500, gekoppeld aan het indexcijfer 142,22, algemeen indexcijfer van de consumptieprijzen van januari 2005, in het kader van het prioritaire programma voor de werken, moet een inrichtende macht van het gesubsidieerd vrij onderwijs afstand doen of afstand laten doen door de eigenaar als hij dit zelf niet is, zonder tegenprestatie, van het zakelijk recht betreffende de gebouwen die in aanmerking komen voor het prioritaire programma voor de werken aan een vermogensbeheervennootschap, opgericht in de vorm van een VZW, gemeenschappelijk voor alle eigenaars van scholen met hetzelfde karakter, hetzij uniek in de Gemeenschap, hetzij opgericht in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en in iedere provincie van het Waals Gewest.

Iedere vermogensbeheervennootschap heeft als exclusief doel de overgedragen goederen te bestemmen voor het onderwijs en vestigt haar maatschappelijke zetel in haar territoriaal gebied.

De vermogensbeheervennootschap kan enkel de gebouwen vervreemden die door de inrichtende machten herbestemd zijn voor het onderwijs en gebruikt de opbrengst van de verkoop voor het onderhoud, de aankoop of de bouw van goederen voor het onderwijs.

Elkeen van deze vennootschappen wordt onderworpen aan het toezicht van een regeringscommissaris die aangesteld wordt door de Regering. Deze heeft als taak de schoolbestemming van de door de vennootschap beheerde gebouwen na te gaan. Iedere vervreemding van een gebouw dat gesubsidieerd werd in het kader van het prioritaire programma voor de werken moet zijn goedkeuring krijgen.

Bij ontbinding wordt hun vermogen kosteloos afgestaan aan een andere vennootschap van dezelfde aard die voldoet aan de in dit artikel gestelde voorwaarden.

De regeringscommissaris heeft een vetorecht dat hij kan stellen tegen de beslissingen die genomen zijn in schending van de wettelijke bepalingen die op deze VZW's van toepassing zijn op het vlak van de bestemming van overgedragen gebouwen voor het onderwijs. § 2. Wanneer wettelijke bepalingen van de federale overheid of decretale bepalingen van de regionale overheden de in § 1 bedoelde eigenaar verbieden sommige bedoelde goederen af te staan of deze vervreemding koppelen aan de goedkeuring van de overheden, en dat het daarenboven onmogelijk blijkt bovenvermelde wettelijke of decretale bepalingen te wijzigen of de goedkeuring van de overheden te verkrijgen, kan de Regering, op voorstel van de betrokken vermogensvennootschap, toelating geven om het fonds in te schakelen, mits met een vermogensvennootschap een erfpacht van de wettelijk langst toegelaten duur te sluiten.

Art. 11.Op het voorstel van de Regering wordt een « karakteroverschrijdende commissie » opgericht, hierna de commissie genoemd.

De commissie heeft als opdracht : 1° de financiële middelen van het prioritaire programma voor werken te verdelen overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;2° toe te zien op de goede afloop van de dossiers bij de diensten die deze fondsen van de schoolgebouwen waaronder zij ressorteren, beheren;3° adviezen uit te brengen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Regering, over iedere inhoudelijke vraag en de realisatie van het prioritaire programma voor werken.

Art. 12.§ 1. De commissie bestaat uit twaalf werkende leden en twaalf plaatsvervangende leden die door de Regering benoemd worden. Hun mandaat is onbezoldigd.

Zij is samengesteld uit : 1° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die de inrichtende machten van het confessioneel onderwijs vertegenwoordigen;2° zes werkende leden en zes plaatsvervangende leden die de inrichtende machten van het niet-confessioneel onderwijs vertegenwoordigen. Bovendien stelt de Regering een vertegenwoordiger aan van het niet-confessioneel vrij onderwijs die de vergaderingen van de commissie bijwoont als waarnemer. § 2. De commissie kiest uit haar leden een voorzitter en een ondervoorzitter.

De mandaten van de voorzitter en van de ondervoorzitter worden beurtelings toegekend aan een van de in bovenvermelde § 1 bedoelde groepen, voor een periode van twee jaar. § 3. Er wordt in de commissie een vast bureau opgericht dat de dossiers voorbereidt en opvolgt.

Het vast bureau is samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitter en twee leden die zodanig zijn gekozen dat elk van de in § 1 bedoelde groepen door twee leden vertegenwoordigd wordt. § 4. De commissie stelt haar huishoudelijk reglement vast dat inzonderheid bepaalt hoe vaak de vergaderingen worden belegd. Dit reglement wordt door de Regering van de Franse Gemeenschap goedgekeurd.

De Regering bepaalt het bedrag van de verplaatsingskosten en verblijfsvergoedingen van haar leden. § 5. Met het oog op het waarnemen van het secretariaat van de commissie, kan de Regering ambtenaren van haar diensten ter beschikking stellen van deze commissie.

Art. 13.De Regering zal de administratieve diensten bepalen die voor het beheer van de dossiers van het prioritaire programma voor werken zullen instaan.

Art. 14.§ 1. De commissie staat onder het toezicht van twee commissarissen die door de Regering worden benoemd, één op voordracht van het lid van de Regering bevoegd voor de begroting en de financiën, de andere op voordracht van het lid of de leden van de Regering bevoegd voor het Fonds voor de schoolgebouwen en voor de openbare maatschappijen voor het bestuur van de schoolgebouwen.

De commissarissen hebben raadgevende stem in de vergaderingen van de commissie en van het vast bureau en hebben inzage in ieder document dat relevant is voor het vervullen van hun opdracht.

Iedere commissaris beschikt over vier werkdagen om een met redenen omkleed beroep in te stellen tegen iedere beslissing van de commissie die hij strijdig acht met de wetgeving, met de geldende administratieve procedures binnen de drie Fondsen voor de schoolgebouwen, met de bepalingen van dit decreet of met het algemeen belang. Het beroep werkt opschortend.

De termijn van vier dagen vangt aan op de dag dat de commissie de beslissing neemt, behalve als de betrokken commissaris niet regelmatig opgeroepen werd overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de commissie. In dit geval begint de termijn te lopen vanaf de dag dat hij in kennis werd gesteld van de beslissing.

Iedere commissaris oefent zijn beroep uit bij het lid van de Regering dat hij vertegenwoordigt volgens de nadere regels die door de Regering worden vastgelegd.

De Regering kan de beslissing van de commissie nietig verklaren binnen de dertig dagen die aanvangen op dezelfde dag als de in het derde lid bedoelde termijn.

De beslissing over de nietigverklaring wordt meegedeeld aan de commissie. § 2. De regeringscommissarissen kunnen hun verplaatsingsonkosten en een verblijfsvergoeding terugbetaald krijgen overeenkomstig de bepalingen van artikel 12, § 4, van dit decreet. Deze kosten vallen ten laste van de kredieten die ter beschikking van het algemeen bestuur Infrastructuur worden gesteld.

Art. 15.§ 1. Een gebouw of een deel ervan dat een tegemoetkoming heeft gekregen van het prioritaire programma voor werken, moet een schoolbestemming krijgen gedurende een periode van twintig jaar, te rekenen vanaf het tijdstip van de toekenning van de in artikel 8 bedoelde subsidie. § 2. In geval van een andere bestemming dan een schoolbestemming van verkoop of van afstand van het zakelijk recht dat de inrichtende macht het genot verschaft van het gebouw of van een deel van het gebouw dat een tegemoetkoming heeft bekomen in het kader van het prioritaire programma voor werken gedurende de twintigjarige periode die aanvangt op de dag waarop de in artikel 8 bedoelde subsidie toegekend wordt, kan de Gemeenschap deze financiële tegemoetkoming laten terugbetalen.

Om de terugbetaling ervan te krijgen, kan de Franse Gemeenschap de volgende verrichtingen uitvoeren in de aangegeven volgorde : 1° afhoudingen op de werkingssubsidies die verschuldigd zijn aan de schoolinrichting die het gebouw bezet;2° afhoudingen op de werkingssubsidies die verschuldigd zijn aan de andere schoolinrichtingen die afhangen van dezelfde inrichtende macht;3° het heffen, door het bestuur der Registratie en Domeinen, op het vermogen van de inrichtende macht of van de betrokken openbare maatschappij voor het bestuur der schoolgebouwen. De bepalingen in de eerste en tweede leden zijn niet van toepassing, bij afstand van het zakelijk recht dat de inrichtende macht het genot verschaft van het gebouw of een deel ervan, aan een andere inrichtende macht die dit blijft gebruiken als school. § 3. Bij vervreemding van een gebouw waarvoor een tegemoetkoming werd toegekend in het kader van het prioritaire programma voor werken heeft iedere inrichtende macht, ongeacht het net waartoe zij behoort, of de betrokken openbare maatschappij voor het bestuur van de schoolgebouwen, of de betrokken vermogensbeherende VZW een recht van voorkoop tegen een prijs waarvan de maximumwaarde bepaald wordt door het Aankoopcomité of door de ontvanger der registratie. Dit recht van voorkoop kan alleen worden uitgeoefend om de schoolbestemming van het vervreemde gebouw te behouden. § 4. Indien, binnen een termijn van drie maanden, geen enkele inrichtende macht, ongeacht het net waartoe ze behoort, of de betrokken openbare maatschappij voor het bestuur van de schoolgebouwen, of de betrokken vermogensbeherende vzw het betrokken gebouw heeft aangekocht, mag de eigenaar het goed verkopen aan de meest biedende.

Art. 16.De controle op de aanwending van de middelen die aan een inrichtende macht van het gesubsidieerd onderwijs krachtens dit decreet wordt toegekend, wordt in naam van de Regering uitgeoefend door de commissarissen die zijn aangesteld in de openbare maatschappijen voor het bestuur der schoolgebouwen volgens de nadere regels die de Regering vastlegt. HOOFDSTUK II. - Opheffingsbepaling

Art. 17.Het decreet van 14 juni 2001 betreffende het programma voor dringende werken aan de schoolgebouwen van het basis- en secundair onderwijs dat wordt ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, zal opgeheven worden wanneer alle kredieten waarnaar gewezen worden, uitbetaald zullen worden. HOOFDSTUK III. - Overgangsbepaling

Art. 18.Voor het begrotingsjaar 2008, in afwijking van artikel 5, § 2, wordt de lijst van de investeringsprojecten die in aanmerking komen voor het prioritaire programma voor werken, opgemaakt door de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten en door de inrichtende machten die niet aangesloten zijn bij een vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan.

De lijst wordt opgemaakt op basis van de toegangscriteria zoals bedoeld in artikel 6 van dit decreet en omvat projecten naar rata van een bedrag dat 150 % vertegenwoordigt van de beschikbare kredieten voor het betrokken jaar. HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 19.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2008.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 16 november 2007.

De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs, Mevr. M. ARENA De Vice-Presidente, Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Vice-President, Minister van Begroting, Financiën, Ambtenarenzaken en Sport, M. DAERDEN De Minister van Cultuur en de Audiovisuele Sector, Mevr. F. LAANAN De Minister van Jeugd en Onderwijs voor sociale promotie, M. TARABELLA De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, Mevr. C. FONCK _______ Nota (1) Zitting 2007-2008. Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet, nr. 470-1. - Commissieamendementen, nr. 470-2. - Verslag nr. 470-3.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van dinsdag 13 november 2007.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^