Decreet van 17 december 2015
gepubliceerd op 30 december 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015027240
pub.
30/12/2015
prom.
17/12/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015027240

WAALSE OVERHEIDSDIENST


17 DECEMBER 2015. - Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2016 (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor het begrotingsjaar 2016, worden de lopende ontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 11.081.905 duizend euro, overeenkomstig Titel I van de bij dit decreet gevoegde tabel.

Art. 2.Voor het begrotingsjaar 2016, worden de kapitaalontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 784.066 duizend euro, overeenkomstig Titel II van de bij dit decreet gevoegde tabel.

Art. 3.De belastingen en taksen geïnd ten bate van het Gewest die op 31 december 2015 bestaan, zullen worden ingevorderd tijdens het jaar 2016, overeenkomstig de wetten, decreten en tarieven die de grondslag en de inning daarvan regelen.

Art. 4.§ 1. De Minister van Begroting wordt gemachtigd tot dekking, door leningen die zowel in België als in het buitenland mogen worden uitgegeven, in euro of in vreemde valuta : 1° van de financiering van de begrotingsuitgaven niet gedekt door de begrotingsontvangsten;2° van de terugbetaling van de nog niet afgeschreven leningen en obligaties van in Belgische frank of in vreemde valuta uitgeschreven leningen waarvan de eindtermijn in 2016 is vastgesteld;3° van de vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen, overeenkomstig de bepalingen van de ministeriële emissiebesluiten of leningsovereenkomsten;4° van de verrichtingen van dagelijks beheer van de Schatkist of van de in het belang van de Schatkist verwezenlijkte verrichtingen van financieel beheer, met inbegrip van de voor hun goede afloop nodige beleggingen. § 2. De Minister van Begroting wordt ertoe gemachtigd, met instemming van de houders en overeenkomstig de marktvoorwaarden, bestaande leningen geheel of ten dele om te zetten in leningen van het type "Thesauriebewijzen op lange termijn" en de termijn ervan aan te passen.

Art. 5.De Minister van Begroting is gemachtigd : 1° tot het scheppen van thesauriebewijzen of van andere financieringsmiddelen die interest opbrengen, ten belope van het bedrag van de af te sluiten leningen, zowel in België als in het buitenland, in euro of in vreemde valuta;2° tot uitvoering van elke verrichting van dagelijks beheer van de Schatkist of van elke verrichting van financieel beheer die verwezenlijkt wordt in het algemeen belang van de Schatkist, met inbegrip van het afsluiten van beleggingsovereenkomsten die voor hun goede afloop noodzakelijk zijn en met inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe;3° tot aanpassing van de terugbetalingsvoorwaarden en -termijnen, met instemming van de uitleners, wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven privé-leningen;4° tot uitvoering van de in artikel 7, tweede lid, bepaalde financiële beheersverrichtingen wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven leningen.

Art. 6.De voorlopige uitgaven inzake de samenstelling van activa (openbare leningen en thesauriebewijzen op lange termijn) en de bijkomende kosten, alsook de ontvangsten voortvloeiend uit de tegeldemaking van deze samengestelde activa, de bijkomende uitgaven en de ontvangsten die eruit voortvloeien kunnen geboekt worden op speciaal daartoe geopende bankrekeningen bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, als wettelijk gevolg van het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.

De samengestelde activa kunnen ook ingeschreven worden op bijzondere effectenrekeningen die daartoe namens de Waalse Schatkist geopend zijn bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, die wettelijk voortkomt uit het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.

Art. 7.De Minister van Begroting is ertoe gemachtigd volgende inkomsten af te trekken van de leningslasten van Wallonië : 1° de inkomsten van de in het kader van de beheersverrichtingen van de Schatkist waarvan sprake in artikel 5, 1° en 2°, belegde opbrengsten van leningen in euro;2° de aan het Waalse Gewest toegewezen inkomsten of kapitalen ten gevolge van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interestenswap, arbitrages, risicodekkingen zoals de opties of andere verrichtingen verwezenlijkt door middel van leningen van Wallonië en om de financiële lasten ervan te verlagen.

Art. 8.De thesauriesaldi van de vorige "OWDR" kunnen bestemd worden voor artikel 76.01 van afdeling 15 (Fonds inzake grondbeleid).

Art. 9.In artikel D.361, 1 van het decreet van 27 maart 2014 betreffende het Waalse Landbouwwetboek, wordt een punt 6° toegevoegd, luidend als volgt : « 6° de ontvangsten uit de toewijzing, in het kader van een landinrichting, van landbouwkundige onroerende goederen verworven door het Waalse Gewest, overeenkomstig artikel D.288, paragraaf 2, zesde lid, mits toewijzing van de opleg bedoeld in artikel D.288, § 3. »

Art. 10.§ 1. Er wordt een heffing afgenomen voor de financiering van de kosten opgelopen door de "CWaPE" voor de uitvoering van het mechanisme van groene certificaten bedoeld in artikel 37 van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt. § 2. De heffing is verschuldigd door de producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en/of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling die bij de "CWaPE" een verzoek indienen voor de toekenning van groene certificaten voor installaties met een nominaal vermogen hoger dan 10 kilowatts (kW). § 3. De heffing is verschuldigd per megawattuur (MWh) waarvan een indexmeting, meegedeeld aan de "CWaPE" vanaf 1 januari 2014, de productie bevestigt en die in aanmerking komt voor de toekenning van de groene certificaten. Het tarief per eenheid van de heffing, in euro per megawattuur (euro/MWh), is gelijk aan de waarde van een breuk, waarvan de teller gelijk is aan 1.800.000 euro en de noemer het geschatte aantal MWh is, die door de verschuldigde producenten tussen 1 januari 2016 tot 31 december 2016 worden gegenereerd.

Art. 11.§ 1. De "CWaPE" schat de elektriciteitsproducties uit hernieuwbare energiebronnen en/of kwalitatieve warmtekrachtkoppeling van de verschuldigden, in functie van de technische kenmerken van de installaties, van de historische gegevens en van externe elementen die de productie beïnvloeden.

De "CWaPE" berekent het tarief per eenheid van de heffing voor 2016 op basis van de aldus geraamde totale productie. Dit tarief is van toepassing op alle verschuldigden op een eenvormige wijze.

De "CWaPE" maakt het tarief van de heffing bekend.

Art. 12.De producent betaalt de heffing binnen de twee maanden na het versturen van de facturen. Onder voorbehoud van materiële fouten, maakt het uitstel van de betaling de tegoeden op een effectenrekening van deze producent bij de "CWaPE" van rechtswege onbeschikbaar. De "CWaPE" wordt ertoe gemachtigd om de terugvordering van de heffing bij wanbetalende schuldenaars verder te zetten.

Deze heffing is ten laste van de verschuldigde producenten van groene elektriciteit in de zin van artikel 9 en mag niet worden verhaald op de consumenten.

Art. 13.Overeenkomstig artikel 6, 3° van het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, kan de invordering van de niet-fiscale ontvangsten door de ontvanger opgegeven worden wanneer de kosten van de invordering hoger is dan het bedrag van het vastgestelde recht.

Art. 14.Artikel 253, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de decreten van 6 december 2001 en 22 oktober 2003, wordt vervangen door wat volgt : « 5° de onroerende goederen gelegen in het Waalse Gewest en opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied, van een natuurreservaat of een bosreservaat of opgenomen in de omtrek van een gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling; ».

Art. 15.De K.M.O. die een invorderbaar voorschot heeft gekregen overeenkomstig het decreet van 5 juli 1990 betreffende de bijstand en tegemoetkomingen van het Waalse Gewest voor onderzoek en technologie, wordt vrijgesteld van een terugbetaling van 50 % van de door het Waalse Gewest betaalde bedragen als invorderbaar voorschot als ze een dergelijke aanvraag heeft ingediend binnen 24 maanden na afloop van een onderzoeksprogramma waarvoor bedoeld voorschot is toegekend. HOOFDSTUK II. - Maatregel inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen Maatregel met betrekking tot vrachtwagens

Art. 16.In artikel 9 van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, wordt het punt « E. Motorvoertuigen of samengestelde voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen », vervangen bij de wet van 8 april 2002, vervangen door wat volgt : « E. Motorvoertuigen of samengestelde voertuigen bestemd voor het vervoer van goederen » Wanneer de maximaal toegelaten massa 3 500 kilogram overschrijdt, wordt de belasting, afhankelijk van het aantal assen van het voertuig en de aard van de ophanging, vastgesteld volgens de onderstaande schalen : - 1. Alleenrijdende motorvoertuigen De in aanmerking te nemen maximaal toegelaten massa voor de toepassing van de tabellen I tot IV is de eigen maximaal toegelaten massa van het motorvoertuig.

Tabel I Motorvoertuig met hoogstens twee assen :

MTM uitgedrukt in kg

1 of 2 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

12 999

0.00

31.00

13 000

13 999

31.00

86.00

14 000

14 999

86.00

121.00

15 000

16 999

121.00

274.00

17 000

> 17 000

121.00

274.00


Tabel II Motorvoertuig met drie assen :

MTM uitgedrukt in kg

3 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

14 999

31.00

54.00

15 000

16 999

31.00

54.00

17 000

18 999

54.00

111.00

19 000

20 999

111.00

144.00

21 000

22 999

144.00

222.00

23 000

> 25 000

222.00

345.00


Tabel III Motorvoertuig met vier assen :

MTM uitgedrukt in kg

4 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

22 999

144.00

146.00

23 000

24 999

144.00

146.00

25 000

26 999

146.00

228.00

27 000

28 999

228.00

362.00

29 000

> 31 000

362.00

537.00


Tabel IV Motorvoertuig met meer dan vier assen :

MTM uitgedrukt in kg

4 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

12 999

0.00

0.00

13 000

13 999

0.00

0.00

14 000

14 999

0.00

0.00

15 000

15 999

0.00

0.00

16 000

16 999

0.00

14.00

17 000

17 999

0.00

14.00

18 000

18 999

14.00

32.00

19 000

19 999

14.00

32.00

20 000

20 999

32.00

75.00

21 000

21 999

32.00

75.00

22 000

22 999

75.00

97.00

23 000

23 999

97.00

175.00

24 000

24 999

97.00

175.00

25 000

25 999

175.00

307.00

26 000

26 999

175.00

307.00

27 000

27 999

175.00

307.00

28 000

28 999

175.00

307.00

29 000

29 999

175.00

307.00

30 000

30 999

175.00

307.00

31 000

> 31 000

175.00

307.00


- 2. Samengestelde voertuigen De in aanmerking te nemen maximaal toegelaten massa voor de toepassing van de tabellen V tot X is de som van de eigen maximaal toegelaten massa's van de voertuigen die deel uitmaken van het samenstel.

Tabel V Motorvoertuig met hoogstens twee assen en aanhangwagen of oplegger met een enkele as :

MTM uitgedrukt in kg

1 + 1 of 2 + 1 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

15 999

0.00

0.00

16 000

17 999

0.00

14.00

18 000

19 999

14.00

32.00

20 000

21 999

32.00

75.00

22 000

22 999

75.00

97.00

23 000

24 999

97.00

175.00

25 000

> 27 000

175.00

307.00


Tabel VI Motorvoertuig met twee assen en aanhangwagen of oplegger met twee assen :

MTM uitgedrukt in kg

2 + 2 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

22 999

30.00

70.00

23 000

24 999

30.00

70.00

25 000

25 999

70.00

115.00

26 000

27 999

115.00

169.00

28 000

28 999

169.00

204.00

29 000

30 999

204.00

335.00

31 000

32 999

335.00

465.00

33 000

> 37 000

465.00

706.00


Tabel VII Motorvoertuig met twee assen en aanhangwagen of oplegger met drie assen :

MTM uitgedrukt in kg

2 + 3 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

35 999

370.00

515.00

36 000

37 999

370.00

515.00

38 000

> 39 999

515.00

700.00


Tabel VIII Motorvoertuig met twee assen en aanhangwagen of oplegger met hoogstens twee assen :

MTM uitgedrukt in kg

3 + 1 of 3 + 2 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

35 999

327.00

454.00

36 000

37 999

327.00

454.00

38 000

39 999

454.00

628.00

40 000

> 43 000

628.00

929.00


Tabel IX Motorvoertuig met drie assen en aanhangwagen of oplegger met drie assen :

MTM uitgedrukt in kg

3 + 3 assen

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

11 999

0.00

0.00

12 000

35 999

186.00

225.00

36 000

37 999

186.00

225.00

38 000

39 999

225.00

336.00

40 000

> 43 000

336.00

535.00


Tabel X Samengestelde voertuigen met een andere dan de in de tabellen V tot IX vermelde configuraties :

MTM uitgedrukt in kg

Andere

Luchtvering of als gelijkwaardig erkende vering van de aangedreven as(sen)

Andere ophangingsystemen van de aangedreven as(sen)

van

tot

Bedragen uitgedrukt in euro

3 501

15 999

0.00

0.00

16 000

16 999

0.00

14.00

17 000

17 999

0.00

14.00

18 000

18 999

14.00

32.00

19 000

19 999

14.00

32.00

20 000

20 999

32.00

75.00

21 000

21 999

32.00

75.00

22 000

22 999

75.00

97.00

23 000

23 999

97.00

175.00

24 000

24 999

97.00

175.00

25 000

25 999

175.00

307.00

26 000

26 999

175.00

307.00

27 000

27 999

175.00

307.00

28 000

28 999

175.00

307.00

29 000

29 999

204.00

335.00

30 000

30 999

204.00

335.00

31 000

31 999

335.00

465.00

32 000

32 999

335.00

465.00

33 000

33 999

465.00

706.00

34 000

34 999

465.00

706.00

35 000

35 999

465.00

706.00

36 000

36 999

465.00

706.00

37 000

37 999

465.00

706.00

38 000

38 999

465.00

706.00

39 000

39 999

465.00

706.00

40 000

40 999

465.00

706.00

41 000

41 999

465.00

706.00

42 000

42 999

465.00

706.00

43 000

> 43 000

465.00

706.00


. » Maatregelen met betrekking tot oude wagens

Art. 17.In paragraaf 1, 1°, van artikel 10 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, worden de woorden "vijfentwintig jaar" vervangen door de woorden "vijfendertig jaar".

Art. 18.In artikel 97quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008, vervangen bij het decreet van 19 september 2013, worden de woorden "bedoeld bij artikel 2, § 2, tweede lid, 7°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen" vervangen door de woorden "die sedert meer dan dertig jaar in gebruik zijn genomen en die ingeschreven zijn onder een van de kentekenplaten bedoeld in artikel 4, § 2, van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen". HOOFDSTUK III. - Maatregelen inzake registratierechten Afdeling 1. - Wijzigingen in de bepalingen van Hoofdstuk IV « Bepaling

van de rechten » van het Wetboek der registratierechten Onderafdeling 1. - Overdracht van onroerende goederen onder bezwarende titel

Art. 19.Artikel 44 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2012, wordt aangevuld met drie leden, luidend als volgt : « Als de overeenkomst bedoeld in het eerste lid de aankoop van een onroerend goed tot voorwerp heeft dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, is de toepassing van het tarief van 12,5 % verbonden aan een gewaarmerkte en ondertekende verklaring, in of onderaan de overeenkomst die aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij deze overeenkomst gevoegd geschrift, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld dat de aankoper, rechts- of natuurlijke persoon, niet in het bezit is van het geheel of van minstens 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik op minstens twee anderen onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk voor de woning bestemd zijn, gelegen in België of in het buitenland, afgezien van de onroerende goederen bedoeld in artikel 44bis, vierde lid.

Bij gebrek aan deze verklaring, wordt de overeenkomst geregistreerd op het bij artikel 44bis vastgesteld tarief; wat boven het bij artikel 44 bedoeld tarief wordt geheven, kan worden teruggegeven overeenkomstig artikel 209, 1°, c), op basis van de verklaring van de aankoper met de vermelding bedoeld in het tweede lid.

Indien blijkt dat de verklaring bedoeld in het tweede lid niet juist is, zijn de bijkomende rechten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 44bis opeisbaar en de aankoper verbeurt een boete gelijk aan de ontdoken rechten ».

Art. 20.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 44bis ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 44bis.Het recht vastgesteld in artikel 44 wordt gebracht op 15 % wanneer de aankoper, rechts- of natuurlijke persoon, op de verkoopsdatum, de uitwisseling of elke overdragende overeenkomst onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik, met uitzondering van erfdienstbaarheden, het recht van gebruik en het recht van bewoning, met tot voorwerp een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk bestemd is voor bewoning, reeds in het bezit is van het geheel of minstens 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik op minstens twee anderen woongebouwen, gelegen in België of in het buitenland.

Onder "woongebouw" wordt verstaan het gebouw of het deel daarvan, namelijk de ééngezinswoning of het appartement dat, wegens zijn aard, bestemd is om door een gezin te worden bewoond of als dusdanig wordt gebruikt.

Als een gebouw speciaal wordt ingericht of verbouwd voor verschillende duidelijk gescheiden woningen, wordt elk ervan beschouwd als een woningbouw.

Voor de toepassing van het tarief bedoeld in het eerste lid, wordt geen rekening gehouden met wat volgt : 1° de gebouwen waarop de aankoper, rechts- of natuurlijke persoon, in het bezit is van minder dan 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik;2° de gebouwen waarvan de koper daadwerkelijk het hem toebehorende zakelijk recht via een authentieke overdrachtsakte overgedragen heeft, uiterlijk binnen de twaalf maanden na de authentieke aankoopakte van het derde onroerend goed;3° de gebouwen die het voorwerp uitmaken van een maatregel tot onteigening;4° de gebouwen waarvan de aankoop wordt belast tegen het tarief bepaald bij artikel 62 van dit Wetboek ».

Art. 21.In artikel 62 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij artikel 1 van de wet van 27 april 1978, worden de woorden "Het bij artikel 44 vastgestelde recht" vervangen door de woorden "Het bij de artikelen 44 en 44bis vastgestelde recht".

Art. 22.In artikel 64 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "Het bij artikel 44 vastgestelde recht" vervangen door de woorden "Het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht".

Art. 23.In artikel 65 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "Het gewone recht" vervangen door de woorden "het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht".

Art. 24.In artikel 71 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de gewone rechten" vervangen door de woorden "het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht".

Onderafdeling 2. - Schenkingen onder levenden van roerende of onroerende goederen

Art. 25.Artikel 131 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, wordt vervangen door de volgende bepaling: «

Art. 131.Voor de schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen wordt over het bruto-aandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven volgens het in de onderstaande tabellen vermelde tarief.

Hierin wordt vermeld : onder a : het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte; onder b : het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.

Tabel I

Gedeelte van de schenking

Tarief in rechte lijn

tussen echtgenoten en tussen samenwonenden

van/tot

inbegrepen

a

b

EUR

EUR

pct

EUR

0,01

25.000

3

-

25.000,01

100.000

4

750

100.000,01

175.000

9

3.750

175.000,01

200.000

12

10.500

200.000,01

400.000

18

13.500

400.000,01

500.000

24

49.500

Boven de

500.000

30

73.500


Tabel II

Gedeelte van de schenking

Tussen broers en zussen

Tussen ooms of tantes en neven en nichten

Tussen alle andere personen

van/tot inbegrepen

a

b

a

b

a

b

EUR

EUR

pct

EUR

pct

EUR

pct

EUR

0,01

50.000

10

-

10

-

20

-

50.000,01

75.000

10

5.000

20

5.000

30

10.000

75.000,01

150.000

20

7.500

20

10.000

30

17.500

150.000,01

175.000

20

22.500

30

25.000

40

40.000

175.000,01

300.000

30

27.500

30

32.500

40

50.000

300.000,01

350.000

30

65.000

40

70.000

50

100.000

350.000,01

450.000

40

80.000

40

90.000

50

125.000

Boven de

450.000

40

120.000

50

130.000

50

175.000


Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder : - echtgeno(o)t(e) of wettelijke samenwonende: de persoon die zich op het moment van de schenking in een huwelijksrelatie met de schenker bevond overeenkomstig de bepalingen van Boek I, Titel V, van het Burgerlijk Wetboek, alsook de persoon die zich op het moment van de schenking in een huwelijksrelatie met de schenker bevond overeenkomstig Chapitre III van het Wetboek van Internationaal privaat recht; - wettelijke samenwonende: de persoon die op het moment van de schenking bij de schenker woonachtig was en zich met hem in een wettelijke samenwoningsrelatie bevond overeenkomstig de bepalingen van Boek III, titre Vbis, van het Burgerlijk Wetboek, alsook de persoon die op het moment van de schenking bij de schenker woonachtig was of zijn gebruikelijke verblijfplaats bij de schenker had, in de zin van article 4 van het Wetboek van Internationaal privaat recht, en zich met hem in een samenwoningsrelatie bevond overeenkomstig Chapitre IV van hetzelfde Wetboek. »

Art. 26.In artikel 131ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2005 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 1 gewijzigd door wat volgt : « § 1. In afwijking van article 131 wordt er voor de schenkingen in de rechte lijn tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden van het aandeel in volle eigendom van de schenker in het in het Waalse Gewest gelegen onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk voor bewoning is bestemd en waarin de schenker zijn hoofdverblijfplaats heeft sinds minstens vijf jaar op de datum van de schenking, een evenredig recht geheven op het bruto-aandeel van elk der begiftigden die om de toepassing ervan verzoeken, na aftrek, in voorkomend geval, van de waarden van het beroepsdeel van dat onroerend goed onderworpen aan het verlaagde percentage van artikel 140bis volgens het tarief aangegeven in onderstaande tabel.

Hierin wordt vermeld : onder a : het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte; onder b : het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.

Tabel met betrekking tot het preferentiele tarief voor de schenkingen van woningen

Gedeelte van de schenking


van

tot en met

a

b

EUR

EUR

pct

EUR

0,01

25.000,00

1

-

25.000,01

50.000,00

2

250

50.000,01

100.000,00

4

750

100.000,01

175.000,00

5

2.750

175.000,01

250.000,00

9

6.500

250.000,01

400.000,00

18

13.250

400.000,01

500.000,00

24

40.250

Boven de

500.000,00

30

64.250


Onderafdeling 3. - Overdracht van onderneming

Art. 27.In artikel 140bis van hetzelfde Wetboek, wordt paragraaf 1, 1°, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012, wordt vervangen door wat volgt: In geval van overdracht van landbouwgronden aan de uitbater of medeuitbater van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechtstreekse lijn, tussen echtgenoten en wettelijke samenwonenden, worden die gronden, naar aanleiding van de overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, desalniettemin beschouwd als goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken, waarmee de schenker alleen of samen met andere personen op de dag van de schenking een landbouwactiviteit uitoefent op voorwaarde dat die gronden op de datum van de schenking het voorwerp van een pacht uitmaken overeenkomstig Afdeling 3 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval is de onderneming, in de zin van de voorwaarden bedoeld in § 2, 1°, en in artikel 140quinquies, § 1, 1°, 2° en 3°, het landbouwbedrijf van de effectieve uitbater van de landbouwactiviteit die op die gronden uitgeoefend wordt, waarbij die onderneming beschouwd wordt in haar geheel en in haar toestand na overdracht van de gronden. Voor de overdracht via schenking van landbouwgronden van een oppervlakte groter dan 150 ha, wordt het tarief bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, echter gebracht op 3% en de landbouwkundige bedrijfsvoorwaarde van deze gronden wordt gebracht op 15 jaar. Voor de bepaling van deze 150 ha, wordt er rekening gehouden met de gronden die door schenking zijn overgedragen binnen de 5 voorgaande jaren onder het stelsel inzake overdracht van onderneming.

Art. 28.In artikel 140quinquies van hetzelfde Wetboek, in paragraaf 2, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2005, bij het decreet van 15 december 2005, worden de woorden "en van artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid" ingevoegd tussen de woorden "de voorwaarden van § 1" en de woorden "niet meer vervuld zijn".

Art. 29.In artikel 140sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1998, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2005, gewijzigd bij het decreet van 15 december 2005, wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt : « De opvolger(s) die in aanmerking is (zijn) gekomen voor de verlaging van het recht bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid, kan (kunnen) voorstellen om het verschuldigde recht te betalen overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, opeisbaar te rekenen van de datum van registratie van de schenking, te betalen vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid. ».

Art. 30.In artikel 140septies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1998, gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2005, opgeheven bij het decreet van 15 december 2005, hersteld bij het decreet van 30 april 2009, wordt een tweede lid toegevoegd, luidend als volgt : « Het overeenkomstig artikel 140quinquies, § 2, opeisbare recht is evenwel niet opeisbaar indien het zakelijk recht op de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht ten kosteloze titel ten voordele van de oorspronkelijke schenker alvorens de termijn van vijf jaar is verstreken gedurende dewelke de voorwaarde bedoeld in artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid, moeten behouden blijven. ». Afdeling 2. - Wijziging in de bepalingen van Hoofdstuk VIII «

Teruggave » van het Wetboek der registratierechten

Art. 31.Artikel 209, 1°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt aangevuld met een punt c), luidend als volgt: « c) dat de voorwaarde waaraan de toepassing van het tarief bedoeld bij artikel 44 ondergeschikt is, wordt nageleefd; ». HOOFDSTUK IV. - Maatregelen inzake successierecht

Art. 32.In artikel 60bis van het Wetboek der successierechten, wordt paragraaf 1, 1°, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 17 december 1997, vervangen bij het decreet van 15 december 2005, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012, vervangen als volgt : « In geval van successorale overdracht van landbouwgronden aan de uitbater of medeuitbater van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechtstreekse lijn, tussen echtgenoten en wettelijke samenwonenden, worden die gronden, naar aanleiding van de overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit die er uitgeoefend wordt, desalniettemin beschouwd als goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelsfonds uitmaken, waarmee de schenker alleen of samen met andere personen op de overlijdensdatum een landbouwactiviteit uitoefent op voorwaarde dat die gronden op de overlijdensdatum het voorwerp van een pacht uitmaken overeenkomstig Afdeling 3 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, van het Burgerlijk

Wetboek. In dat geval is de onderneming, in de zin van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1bis, en in paragraaf 3, 1°, 2° en 3°, het landbouwbedrijf van de effectieve uitbater van de landbouwactiviteit die op die gronden uitgeoefend wordt, waarbij die onderneming beschouwd wordt in haar geheel en in haar toestand na overdracht van de gronden. Voor de overdracht van landbouwgronden van een oppervlakte groter dan 150 ha, wordt het tarief bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, echter gebracht tot 3% en de landbouwkundige exploitatievoorwaarde van deze gronden wordt gebracht tot 15 jaar vanaf de overlijdensdatum. Voor de bepaling van deze 150 ha, wordt er rekening gehouden met de gronden die door schenking zijn overgedragen binnen de 5 voorgaande jaren vóór de overlijdensdatum gecumuleerd met de gronden ontvangen bij erfopvolging. »

Art. 33.In artikel 60bis van hetzelfde Wetboek, wordt het eerste lid van paragraaf 4, ingevoegd bij het decreet van 3 februari 2005, vervangen bij het decreet van 15 december 2005, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, aangevuld met wat volgt : « en in geval van een successorale overdracht bedoeld in paragraaf 1, 1°, derde lid, als ze ophouden hebben met de exploitatie vóór het verstrijken van de termijn van vijftien jaar voorgeschreven bij paragraaf 1, 1°, derde lid, het geheel of een gedeelte van de gronden bedoeld in paragraaf 1, 1°, derde lid. ».

Art. 34.In artikel 60bis van hetzelfde Wetboek, wordt paragraaf 5 aangevuld met een derde lid, luidend als volgt : « Het eerste lid en het tweede lid zijn mutatis mutandis van toepassing op het stelsel ingesteld bij paragraaf 1, 1°, derde lid, vóór het verstrijken van de termijn van vijftien jaar bedoeld bij deze bepaling. ». HOOFDSTUK V. - Maatregelen inzake de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen

Art. 35.Artikel 1 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de Waalse gewestelijke belastingen, gewijzigd bij de decreten van 17 januari 2008 en 10 december 2009, wordt vervangen door wat volgt: «

Artikel 1.Dit decreet is van toepassing op de belastingen, in hoofdsom en interesten, en boeten, ten bate van het Gewest, van de provincies, federaties van gemeenten en gemeenten die gevestigd worden bij decreten van het Waalse Gewest behalve voor zover bedoelde decreten daarvan afwijken alsook op de andere belastingen en taksen, in hoofdsom en interesten, ten bate van het Gewest, van de provincies, federaties van gemeenten en gemeenten als dit decreet uitdrukkelijk op hen toepasselijk wordt gemaakt.

Tenzij anders bepaald, is dit decreet eveneens van toepassing op aanvullende belastingen geïnd door het Waalse Gewest ten bate van de provincies, gemeenten en federaties van gemeenten. »

Art. 36.In hetzelfde decreet, in artikel 11bis, § 4, ingevoegd bij het decreet van 28 november 2013, worden de woorden "en het eurovignet" vervangen door de woorden ", eurovignet en kilometerheffing".

Art. 37.In hetzelfde decreet, in artikel 12bis, in het vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 28 november 2013, worden de woorden "Inzake het eurovignet, de verkeersbelasting, de belasting op de inverkeerstelling" vervangen door de woorden "Inzake verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, eurovignet en kilometerheffing". HOOFDSTUK VI. - Maatregelen inzake plaatselijke democratie en decentralisatie

Art. 38.In Deel III, Boek III, Titel II van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, wordt het tweede lid van artikel L3321-2 vervangen door wat volgt : Zij is echter niet van toepassing op de aanvullende belastingen op de belastingen van de federale overheid alsook op de aanvullende belastingen geïnd door het Waalse Gewest ten bate van de provincies en gemeenten. ». HOOFDSTUK VII. - Maatregelen inzake belastingen op masten, pylonen en antennen

Art. 39.In het programmadecreet van 12 december 2014 houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit, wordt artikel 149 opgeheven.

Art. 40.In het programmadecreet van 12 december 2014 houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit, wordt artikel 150 vervangen door wat volgt : « § 1. De gemeenten kunnen een aanvullende belasting vestigen op de belasting gevestigd in artikel 144 op de masten, pylonen of antennen die voornamelijk op hun grondgebied worden opgesteld. § 2. De aanvullende belasting kan niet het voorwerp uitmaken van een vermindering, vrijstelling of uitzondering. HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen inzake de financiering van het waterbeleid

Art. 41.In artikel D.262, eerste lid, Boek II, van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 3°, wordt a) vervangen door wat volgt: « a) "N2" = het aantal eenheden verontreinnigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zware metalen.De te bepalen metalen zijn « totale metalen »; »; 2° in punt 6°, wordt b) vervangen door wat volgt: « b) "e" = een verminderingscoëfficient dat een evolutief karakter wil geven aan de introductie van de ecotoxiciteit.Het coëfficient "e" gelijk aan 0 tot 31 december 2016.

Vanaf 1 januari 2017 is het coëfficient gelijk aan 0,25.

Vanaf 1 januari 2018 is het coëfficient gelijk aan 0,50.

Vanaf 1 januari 2019 is het coëfficient gelijk aan 1; ».

Art. 42.Artikel D.271 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, wordt aangevuld met wat volgt : « De landbouwer bedoeld in de zin van het Waalse Landbouwwetboek, die minstens aan één van de volgende drie voorwaarden voldoet, is onderworpen aan de belasting : 1° hij houdt genoeg fokdieren om te worden onderworpen aan een verklaring of aan een vergunning krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning de de uitvoeringsbesluiten ervan;2° hij houdt een teeltoppervlakte, andere teelten dan weiden, van minstens een halve hectare;3° houdt een weideoppervlakte van minstens 30 ha.».

Art. 43.In artikel D.272 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, worden de woorden « is de som van de milieulast "veestapel" » vervangen door de woorden « houdt rekening met de milieulast "fokdieren" ».

Art. 44.In artikel D.273 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "N = N1 + N2" vervangen door de woorden "N = 2 + N1 + N2";2° in paragraaf 2, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « N1 = de milieulast « fokdieren ».De last wordt bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van het aantal dieren van elke categorie met de in tabel van bijlage III vermelde stikstofcoëfficient ervan op te tellen. »; 3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.N2 = de milieulast "gronden". De last wordt bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van de teelt- en weideoppervlakten met de volgende coëfficienten ervan op te tellen : 1° coëfficient « teelt » = 0.3 2° coëfficient « biologische teelt » = 0.15 3° coëfficient « wei » = 0.06 4° coëfficient « biologische wei » = 0.03 Deze coëfficienten zijn gelijk aan het gemiddelde stikstofoverschot in de bodem, aan het gemiddelde gebruik pesticiden en aan het erosiepotentieel van de teelten en weiden.

N2 = oppervlakten per categorie x coëfficient van de overeenstemmende categorie. ».

Art. 45.In artikel D.274 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, wordt paragraaf 2 opgeheven.

Art. 46.In artikel D.275 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "veestapel" vervangen door het woord "fokdieren" en de woorden "rectificeert het Bestuur de berekening van de belasting binnen een termijn van vier jaar" worden vervangen door de woorden "kan, binnen twee jaar na de vaststelling van de niet-conformiteit, de berekening van de belasting rectifieren, tot vier jaar vóór bedoelde vaststelling en enkel voor de jaren die met de niet-conformiteit overeenstemmen."; 2° in paragraaf 1, wordt het tweede lid opgeheven;3° paragraaf 2 en paragraaf 3 worden opgeheven.

Art. 47.Artikel D.278, § 4, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, wordt aangevuld met de woorden "of producentnummer".

Art. 48.In bijlage III van hetzelfde Boek, vervangen bij het decreet van 12 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden « A) "Milieubelasting veestapel" worden vervangen door de woorden "Milieubelasting fokdieren" »;2° in de tabel van A), worden de woorden "Drachtige zeug met biggetjes jonger dan 4 weken" vervangen door het woord "Zeug";3° titel B) en de tabel worden opgeheven. HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding

Art. 49.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2016, met uitzondering van de artikelen 36 en 37 die in werking treden op 1 april 2016.

De artikelen 19 tot 24 zijn van toepassing op alle overeenkomsten tot overdracht onder bezwarende titel van een gebouw die vanaf 1 januari 2016 worden ondertekend.

De artikelen 25 tot 31 zijn van toepassing op alle authentieke akten van schenking die vanaf 1 januari 2016 worden ondertekend.

De artikelen 32 tot 34 zijn van toepassing op alle erfenissen die vanaf 1 januari 2016 worden opengevallen. HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen

Art. 50.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2016.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 17 december 2015.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Openbare Werken, Gezondheid, Sociale Actie en Erfgoed, M. PREVOT De Minister van Economie, Industrie, Innovatie en Digitale Technologieën, J.-C. MARCOURT De Minister van Plaatselijke Besturen, Stedenbeleid, Huisvesting en Energie, P. FURLAN De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, C. LACROIX De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Sportinfrastructuren, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, R. COLLIN _______ Nota (1) Zitting 2015-2016. Stukken van het Waals Parlement, 331 (2015-2016), nrs. 1 tot 5.

Volledig verslag, plenaire vergadering van 16 december 2015.

Bespreking.

Volledig verslag, plenaire vergadering van 17 december 2015.

Bespreking. Stemming.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin


Publicatie : 2015-12-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^