Etaamb.openjustice.be
Decreet van 17 mei 1999
gepubliceerd op 15 juni 1999

Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
1999029327
pub.
15/06/1999
prom.
17/05/1999
ELI
eli/decreet/1999/05/17/1999029327/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 MEI 1999. - Decreet betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het onderwijzend hulppersoneel van de inrichtingen voor het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap (1)


De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen aan het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoeddend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen

Artikel 1.Het opschrift van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoeddend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatshappelijk personeel der inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1991 en bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door het volgend opschrift vervangen : « Besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 2 oktober 1968 tot vaststelling en rangschikking van de ambten der leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel, van het maatschappelijk personeel der inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en hoger onderwijs buiten de universiteit van de Franse Gemeenschap en de ambten der personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen. ».

Art. 2.Artikel 5 bis vanhetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : «

Artikel 5bis.Het onderwijs voor sociale promotie wordt verstrekt in de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie.

Het onderwijs voor sociale promotie wordt in vijf onderwijsgraden ingedeeld : de lagere secundaire graad, de hogere secundaire graad, de hogere graad van het korte type, de hogere graad van het lange type en de technische hogere graad van de tweede graad van stelsel 2.

De vijf onderwijsgraden kunnen worden verstrekt door één zelfde inrichting voor sociale promotie. » .

Art. 3.Artikel 6bis, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 6 bis.- De ambten die in het onderwijs voor sociale promotie worden uitgeoefend zijn verschillend van de ambten die worden uitgeoefend in het onderwijs met volledig leerplan. » .

Art. 4.Artikel 6ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998 wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 6 ter. De ambten die de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie mogen uitoefenen, worden hierna vastgesteld en gerangschikt in wervingsambten, selectieambten en bevorderingsambten : 1° In het secundair onderwijs voor sociale promotie van de lagere graad, zijn de wervingsambten : a) leraar algemene vakken;b) leraar bijzondere vakken;c) leraar technische vakken;d) praktijkleraar;e) leraar technische vakken en beroepspraktijk.2° In het secundair onderwijs voor sociale promotie van de hogere graad, zijn de wervingsambten : a) leraar algemene vakken;b) leraar psychologie, opvoedkunde en methodiek;c) leraar bijzondere vakken;d) leraar technische vakken;e) praktijkleraar;f) leraar technische vakken en beroepspraktijk.3° In het hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie, zijn de wervingsambten : a) leraar algemene vakken;b) leraar psychologie, opvoedkunde en methodiek;c) leraar bijzondere vakken;d) leraar technische vakken;e) praktijkleraar;f) leraar technische vakken en beroepspraktijk;g) leraar wijsbegeerte.4° In het hoger onderwijs van het lange type voor sociale promotie, zijn de wervingsambten : a) docent;b) assistent;c) hoogleraar;d) werkleider;e) hoofd van een studiebureau.5° In het technisch hoger onderwijs van de tweede graad voor sociale promotie en van het tweede stelsel, zijn de wervingsambten : a) leraar algemene vakken;b) leraar technische vakken;c) praktijkleraar.6° In het onderwijs voor sociale promotie : a) is het bevorderingsambt : - directeur;b) zijn de selectieambten : - werkmeester, onderdirecteur.» .

Art. 5.Artikel 7bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 7 bis. De ambten die de leden van het opvoedend hulppersoneel van de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie mogen uitoefenen, worden hierna vastgesteld en gerangschikt in wervingsambten en selectieambten : 1° Wervingsambt : studiemeester-opvoeder.2° Selectieambt : a) opvoeder-huismeester;b) directiesecretaris.» .

Art. 6.Artikel 10bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 10 bis. De ambten die de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap mogen uitoefenen, worden vastgesteld en gerangschikt als volgt : 1° In het secundair onderwijs van de lagere graad : a) inspecteur algemene vakken;b) inspecteur technische vakken en beroepspraktijk.2° In het secundair onderwijs van de hogere graad en in het hoger onderwijs : a) inspecteur algemene vakken;b) inspecteur psychologie, opvoedkunde en methodiek;c) inspecteur technische vakken en beroepspraktijk.». HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen

Art. 7.Het opschrift van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door het volgend opschrift vervangen : « Koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen. » .

Art. 8.Artikel 1, lid 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Dit besluit is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen. » .

Art. 9.In hoofdstuk IIbis, "Aanstellingszones en zonale aanstellingscommissies", worden ingevoegd : 1° een eerste afdeling getiteld "Het onderwijs met volledig leerplan" en waarin de artikelen 14bis en 14quater vervat zijn;2° een afdeling II getiteld "Het onderwijs voor sociale promotie" en waarin de artikelen 14quinquies en 14sexies vervat zijn, alsook het nieuw artikel 14septies ingevoegd bij dit besluit".

Art. 10.Artikel 14quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : «

Artikel 14quinquies.- Er worden zes aanstellingszones opgericht in het onderwijs voor sociale promotie, bepaald als volgt : 1° de zone Brussel, waarvan het ambtsgebied overeenstemt met het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;2° de zone Waals Brabant, waarvan het ambtsgebied overeenstemt met de Provincie Waals Brabant;3° de zone Henegouwen, waarvan het ambtsgebied overeenstemt met de Provincie Henegouwen;4° de zone Namen, waarvan het ambtsgebied overeenstemt met de Provincie Namen;5° de zone Luik, waarvan het ambtsgebied overeenstemt met de Provincie Luik, met uitzondering van het Duits taalgebied;6° de zone Luxemburg, waarvan het ambtsgebied overeenstemt met de Provincie Luxemburg.» .

Art. 11.Artikel 14sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Art. 14sexies. § 1. Voor het geheel van de tien aanstellingszones bedoeld bij artikel 14bis, wordt een interzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie opgericht.

De interzonale aanstellingscommissie voor het onderwijs voor sociale promotie brengt adviezen uit aan de Minister in de gevallen bedoeld in artikel 14ter, § 1, lid 2. § 2. De interzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie wordt samengesteld uit : 1° een voorzitter, die de directeur-generaal is van de Algemene Directie personeel, statuten, administratieve organisatie en buitengewoon onderwijs;2° een ondervoorzitter, die de ambtenaar-generaal is tot wiens bevoegdheid het onderwijs voor sociale promotie behoort;3° vier werkende leden en vier plaatsvervangende leden aangewezen door de Minister onder de vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap;4° vier werkende leden en vier plaatsvervangende leden aangewezen door de vakorganisaties vertegenwoordigd binnen het comité van sector IX. Iedere vakorganisatie zal minstens één vertegenwoordiger hebben.

De Minister stelt de leden van de interzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie aan voor een duur van vier jaar. In geval van overlijden of van ontslag tijdens het mandaat, stelt de Minister een nieuw lid aan, dat het lopend mandaat voleindigt. § 3. De nadere regels voor de werking van de interzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie worden in artikel 14ter, § 3, bepaald. » .

Art. 12.In hetzelfde besluit wordt een artikel 14septies toegevoegd, luidend als volgt : « Art. 14sexies § 1. In iedere aanstellingszone bedoeld bij artikel 14quinquies, wordt een zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie opgericht.

De zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie brengt adviezen uit aan de Minister in de gevallen bedoeld in artikel 14quater, § 1, lid 2. § 2. De zonale aanstellingscommissie wordt samengesteld uit : 1° een voorzitter, aangesteld door de Minister;2° vier werkende leden en vier plaatsvervangende leden aangewezen door de Minister onder de personeelsleden die definitief aangesteld zijn voor het onderwijs voor sociale promotie binnen de zone;3° vier werkende leden en vier plaatsvervangende leden aangewezen door de vakorganisaties vertegenwoordigd binnen het comité van sector IX. Iedere vakorganisatie zal minstens één vertegenwoordiger hebben.

Met een twee-derde-meerderheid kan de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie plaatsvervangende leden machtigen de vergaderingen met raadgevende stem bij te wonen.

De Minister stelt de leden van elke zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie aan voor een duur van vier jaar.

In geval van overlijden of ontslag tijdens het mandaat, stelt de Minister een nieuw lid aan, dat het lopende mandaat voleindigt. § 3. De nadere regels voor de werking van de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie worden in artikel 14quater, § 3, bepaald. » .

Art. 13.Artikel 30, lid 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door volgend lid vervangen : « In het onderwijs voor sociale promotie, bedraagt het aantal dagen bedoeld in lid 1 minstens 450 gepresteerde dagen, als hoofdambt, tijdens de laatste drie schooljaren die voorafgaan aan het jaar van de oproep, in het in aanmerking genomen ambt en in één of meerdere inrichtingen van de Franse Gemeenschap. » .

Art. 14.In artikel 33, lid 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 juni 1993, worden de woorden " of, naargelang het geval, aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie" ingevoegd tussen de woorden "aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie" en de woorden "binnen dezelfde termijn".

Art. 15.Artikel 39, e) van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemde besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « e) bestaat in het onderwijs voor sociale promotie, in afwijking van de punten b) en c), het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk personeelslid in een ambt uit : 1° 300 dagen, indien de verrichte diensten minstens 50% vertegenwoordigen van het aantal lestijden die nodig zijn per jaar om tot een volledige opdracht in dit ambt te komen;2° 150 dagen, indien de verrichte diensten minstens 50% vertegenwoordigen van het aantal lestijden die nodig zijn per jaar om tot een volledige opdracht in dit ambt te komen.» .

Art. 16.In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2, lid 1, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Het personeelslid dat een verandering van aanstelling wenst te bekomen in een andere inrichting van dezelfde zone, dient per aangetekende brief een aanvraag gemotiveerd door uitzonderlijke omstandigheden in bij de minister in de loop van de maand januari.Hij stuurt er afschrift ervan aan de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie of, naargelang het geval, aan de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie binnen dezelfde termijn. » ; 2° paragraaf 3, lid 1, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Het personeelslid dat een verandering van aanstelling wenst te bekomen in een andere zone, dient per aangetekende brief een aanvraag gemotiveerd door uitzonderlijke omstandigheden in bij de minister in de loop van de maand januari.Hij stuurt er afschrift ervan aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie of, naargelang het geval, aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie binnen dezelfde termijn. » .

Art. 17.In artikel 80 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2, lid 1, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Het personeelslid dat een verandering van aanstelling wenst te bekomen in een andere inrichting van dezelfde zone, dient per aangetekende brief een aanvraag gemotiveerd door uitzonderlijke omstandigheden in bij de minister in de loop van de maand januari.Hij stuurt er afschrift ervan aan de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie of, naargelang het geval, aan de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie binnen dezelfde termijn. » ; 2° paragraaf 3, lid 1, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Het personeelslid dat een verandering van aanstelling wenst te bekomen in een andere zone, dient per aangetekende brief een aanvraag gemotiveerd door uitzonderlijke omstandigheden in bij de minister in de loop van de maand januari.Hij stuurt er afschrift ervan aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie of, naargelang het geval, aan de voorzitter van de interzonale aanstellingscommissie van het onderwijs voor sociale promotie binnen dezelfde termijn. » .

Art. 18.Artikel 83, lid 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door volgend lid vervangen : « In afwijking van lid 1, 2°, in het onderwijs voor sociale promotie, mag het personeelslid een ambt uitoefenen dat gelijkwaardig is met minstens een halve opdracht in dit type onderwijs. » .

Art. 19.Artikel 84, lid 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « In het onderwijs voor sociale promotie, worden enkel in aanmerking genomen de werkelijke diensten gepresteerd als hoofdambt in dit type onderwijs. ». « In afwijking van lid 2, worden ook in aanmerking genomen de werkelijke diensten gepresteerd door het personeelslid als hoofdambt in het (de) bij artikel 83, 1°, gepresteerde ambt(en), vóór de inwerkingtreding van dit decreet. »

Art. 20.Artikel 85, g), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « g) tellen, in het onderwijs voor sociale promotie, in afwijking van de punten a), b) en c), de werkelijke diensten gepresteerd als tijdelijk personeelslid of anders dan tijdelijk personeelslid, in een ambt, voor een anciënniteit gelijk aan : 1° 360 dagen, indien de verrichte diensten minstens 50% vertegenwoordigen van het aantal lestijden die nodig zijn per jaar om tot een volledige opdracht in dit ambt te komen;2° 180 dagen, indien de verrichte diensten minder dan 50% vertegenwoordigen van het aantal lestijden die nodig zijn per jaar om tot een volledige opdracht in dit ambt te komen voor zover de verrichte diensten minstens 40 lestijden per jaar bevatten.» .

Art. 21.Artikel 97, lid 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « In afwijking van lid 1, 2°, in het onderwijs voor sociale promotie, mag het lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel een ambt uitoefenen dat gelijkwaardig is met minstens een halve opdracht als hoofdambt in dit type onderwijs. » .

Art. 22.Artikel 99, lid 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « In het onderwijs voor sociale promotie, worden enkel in aanmerking genomen de werkelijke diensten gepresteerd als hoofdambt in dit type onderwijs.

In afwijking van lid 2, worden ook in aanmerking genomen de werkelijke diensten gepresteerd door het personeelslid als hoofdambt in het (de) bij artikel 97, 1°, gepresteerde ambt(en), vóór 1 januari 1999. » .

Art. 23.Artikel 100 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : «

Artikel 100.- Voor de berekening van de duur van de in aanmerking genomen diensten voor de dienstanciënniteit en de ambtanciënniteit bedoeld bij artikel 97, 3° en 4°, worden de bepalingen bepaald bij artikel 85, a), b), c), d), e), f) en g) van dit besluit van toepassing. » .

Art. 24.In artikel 136 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in lid 1, het woord "twaalf" wordt door het woord "vijftien" vervangen;2° lid 1 wordt als volgt aangevuld : « 13° de dertiende commissie onderzoekt de zaken betreffende de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en de leden van het opvoedend hulppersoneel van het onderwijs voor sociale promotie, die titularis zijn van een wervingsambt of een selectieambt;14° de veertiende commissie onderzoekt de zaken betreffende de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van het onderwijs voor sociale promotie, die titularis zijn van een bevorderingsambt";15° de vijftiende commissie onderzoekt de zaken betreffende de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap. » . HOOFDSTUK III. - Wijziging aan het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen

Art. 25.Het opschrift van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, gewijzigd bij het besluit van de Executieve van 2 oktober 1991 en bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door het volgend opschrift vervangen : « Besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen. ». HOOFDSTUK IV. - Wijziging aan het koninklijk besluit van 22 april 1969 tot vaststelling van de lichamelijke geschiktheid vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen

Art. 26.Het opschrift van het koninklijk besluit van 22 april 1969 tot vaststelling van de lichamelijke geschiktheid vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door het volgend opschrift vervangen : « Koninklijk besluit van 22 april 1969 tot vaststelling van de lichamelijke geschiktheid vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel der rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en normaalonderwijs, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen. » .

Art. 27.Artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de voornoemde besluiten van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 januari 1993 en van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Vooraleer als prioritair tijdelijke aangewezen te worden, als lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel van het onderwijs van de Staat en van het onderwijs voor sociale promotie, dient iedere persoon aan een medisch onderzoek onderworpen te worden ingericht door de administratieve gezondheidsdienst, op aanvraag van de minister tot wiens bevoegdheid dit onderwijs behoort. » . HOOFDSTUK V. - Wijziging van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd

Art. 28.Artikel 1bis van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 1 bis. Om in de in de tabel van bijlage 1 bij dit koninklijk besluit vermelde selectieambten van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel en opvoedend hulppersoneel van het onderwijs voor sociale promotie benoemd te kunnen worden, moeten de personeelsleden, in het onderwijs voor sociale promotie, titularis zijn van één van de wervingsambten vermeld tegenover het te begeven selectieambt. » . HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het rijksonderwijs

Art. 29.Artikel 2, lid 4, van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de regels voor de rangschikking van de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het rijksonderwijs, gewijzigd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door het volgend lid vervangen : « Voor de berekening van het aantal dagen, worden de bepalingen vastgelegd bij artikel 39, b, c, d en e van het koninklijk besluit van 22 maart 1969. » .

Art. 30.Artikel 8bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Artikel 8bis § 1. Vanaf 1 maart 1998 zullen de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling in het onderwijs met volledig leerplan en in het onderwijs voor sociale promotie in een specifieke rangschikking worden opgenomen.

Vanaf 1 september 1998 zullen de in het onderwijs voor sociale promotie gepresteerde dagen alleen in aanmerking worden genomen voor de rangschikking van de kandidaten die opgemaakt is voor dit type onderwijs overeenkomstig lid 1.

Vanaf dezelfde datum zullen de in het onderwijs met volledig leerplan gepresteerde dagen alleen in aanmerking worden genomen voor de rangschikking van de kandidaten die opgemaakt is voor dit type onderwijs overeenkomstig lid 1. § 2. In het onderwijs met volledig leerplan en in het onderwijs voor sociale promotie, behouden de kandidaten voor een tijdelijke aanstelling het voordeel van hun rangschikking opgemaakt op de datum van 1 maart 1998. » . HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 31 juli 1969 tot vaststelling van de wervings- en selectieambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om benoemd te kunnen worden in een bevorderingsambt in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel der rijksonderwijsinrichtingen

Art. 31.Artikel 1bis van het koninklijk besluit van 31 juli 1969 tot vaststelling van de wervings- en selectieambten waarvan de personeelsleden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om benoemd te kunnen worden in een bevorderingsambt in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel der rijksonderwijsinrichtingen, ingevoegd bij het voornoemd besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998, wordt door de volgende bepaling vervangen : « Art. 1bis.- Om in de bevorderingsambten van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel van het onderwijs voor sociale promotie, vermeld in de tabel opgemaakt in bijlage 2 bij dit besluit, benoemd te kunnen worden, moeten de personeelsleden, in het onderwijs voor sociale promotie, titularis zijn van één van de wervings- of selectieambten vermeld tegenover het te begeven ambt en moeten zij houder zijn van het bekwaamheidsbewijs dat naast hetzelfde ambt is vermeld. » . HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en afwijkingsbepalingen

Art. 32.§ 1. De Regering van de Franse Gemeenschap bepaalt de datum en de voorwaarden van de benoeming van de personeelsleden die een selectie- of bevorderingsbetrekking bekleden voor zover deze personeelsleden : 1° op 30 juni 1999, 1.200 dagen dienstanciënniteit tellen in het door de Franse Gemeenschap ingericht onderwijs, waaronder minstens 500 dagen in het onderwijs voor sociale promotie; 2° ofwel benoemd zijn in een wervingsambt ofwel een selectie- of bevorderingsambt uitoefenen sedert 1 september 1994. § 2. Om de bij lid 1 bedoelde voorwaarden voor de benoeming te bepalen, kan de Regering van de Franse Gemeenschap tot 30 juni 2000 uitzonderlijk afwijken van : 1° artikel 78 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;2° artikel 80 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;3° artikel 83 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969, 1°, 5° en 6°;4° artikel 86 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;5° artikel 92 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969;6° artikel 97 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969, 5°, 6°, 7° en 8°;7° artikel 1bis van het koninklijk besluit van 22 juli 1969;8° de artikelen 1, 4 en 5 van de wet van 22 juni 1964 betreffende het statuut der personeelsleden van het Rijksonderwijs.

Art. 33.De Regering van de Franse Gemeenschap bepaalt de datum en de voorwaarden van de benoeming van de personeelsleden die tijdelijk een ambt uitoefenen of die een opdracht hebben bij de inspectiedienst belast met het toezicht op de onderwijsinrichtingen voor sociale promotie van de Franse Gemeenschap alsook het personeelslid dat het ambt bekleedt van pedagogisch bestuurder bedoeld bij artikel 120, lid 1, van het decreet van 16 april 1991 voor zover deze personeelsleden een dienstanciënniteit van minstens 15 jaar tellen in het onderwijs van de Franse Gemeenschap.

Om de bij lid 1 bedoelde voorwaarden voor de benoeming te bepalen, kan de Regering tot 30 juni 2000 uitzonderlijk afwijken van de artikelen 106, 108 en 113 tot 121 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969.

Art. 34.In afwijking van artikel 18 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969, worden de personeelsleden die, op 30 juni 1999, tijdelijk aangesteld werden in eenzelfde ambt gedurende drie opeenvolgende jaren en die niet over de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor dit ambt beschikken, geacht op deze datum over de vereiste bekwaamheidsbewijzen te beschikken om aangewezen te worden in het ambt indien zij geen ongunstig verslag hebben gekregen van het hoofd van de inrichting. HOOFDSTUK IX. - Opheffings- en slotbepalingen

Art. 35.De artikelen 1 tot 32 en 34 tot 37 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 januari 1998 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende het administratief statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel der inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch en kunstonderwijs van de Franse Gemeenschap, van de internaten die van die inrichtingen afhangen en van de personeelsleden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen, worden opgeheven.

Art. 36.Bijlage I van het koninklijk besluit van 22 juli 1969 tot vaststelling van de wervingsambten waarvan de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch personeel van de rijksonderwijsinrichtingen titularis moeten zijn om in een selectieambt te kunnen worden benoemd, ingevoegd bij het voornoemd besluit van 12 januari 1998, wordt door de bijlage I bij dit decreet vervangen.

Art. 37.Bijlage II van het koninklijk besluit van 31 juli 1969 tot vaststelling van de wervings- en selectieambten waarvan de leden van het rijksonderwijs titularis moeten zijn om benoemd te kunnen worden in een bevorderingsambt in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel der rijksonderwijsinrichtingen, ingevoegd bij het voornoemd besluit van 12 januari 1998, wordt door de bijlage II bij dit decreet vervangen.

Art. 38.Dit decreet treedt in werking de dag waarop het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 17 mei 1999.

De Minister-Voorzitster van de Regering van de Franse Gemeenschap, belast met het Onderwijs, de Audiovisuele Sector, de Hulpverlening aan de Jeugd, het Kinderwelzijn en de Gezondheidspromotie, L. ONKELINX De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen, W. ANCION De Minister van Cultuur en Permanente Opvoeding, Ch. PICQUE De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, J-Cl. VAN CAUWENBERGHE _______ Nota (1) Zitting 1998-1999. Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet : nr. 308-1. - Commissieamendementen : nrs 308-2 en 308-3. Verslag : nr. 308-4.

Integraal verslag.- Bespreking en aanneming. Vergadering van 27 april 1999.

Bijlage 1 « Annexe I du décret relatif au statut administratif des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française Annexe I de l'arrêté royal du 22 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement dont doivent être titulaires les membes du personnel du directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation et du personnel paramédical des établissements de l'enseignement de l'Etat, pour pouvoir être nommés aux fonctions de sélection Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Vu pour être annexé au décret du 17 mai 1999 relatif au statut administratif des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française.

La Ministre-Présidente du Gouvernement de la Communauté française chargée de l'Education, de l'Audiovisuel, de l'Aide à la Jeunesse, de l'Enfance et de la Promotion de la Santé, L. ONKELINX Le Ministre de l'Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique, du Sport et des Relations internationales, W. ANCION Le Ministre de la Culture et de l'Education permanente, Ch. PICQUE Le Ministre du Budget, des Finances et de la Fonction publique, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE »

Bijlage 2 « Annexe II du décret relatif au statut administratif des membres du personnel directeur et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignement de promotion sociale de la Communauté française Annexe II de l'arrêté royal du 31 juillet 1969 déterminant les fonctions de recrutement et les fonctions de sélection dont doivent être titulaires les membres du personnel de l'enseignement de l'Etat pour pouvoir être nommés aux fonctions de promotion de la catégorie du personnel directeur et enseignant des établissements d'enseignement de l'Etat Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Vu pour être annexé au décret du 17 mai 1999 relatif aus statut administratif des membres du personnel directeur et enseignant et du personnel auxiliaire d'éducation des établissements d'enseignements de promotion sociale de la Communauté française.

La Ministre-Présidente du Gouvernement de la Communauté française chargée de l'Education, de l'Audiovisuel, de l'Aide à la Jeunesse, de l'Enfance et de la Promotion de la Santé, L. ONKELINX Le Ministre de l'Enseignement supérieur, de la Recherche scientifique, du Sport et des Relations internationales, W. ANCION Le Ministre de la Culture et de l'Education permanente, Ch. PICQUE Le Ministre du Budget, des Finances et de la Fonction publique, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE »

^