Etaamb.openjustice.be
Decreet van 18 december 2003
gepubliceerd op 10 maart 2004

Decreet betreffende de voorwaarden waaronder de invoegbedrijven erkend en gesubsidieerd worden

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2004200650
pub.
10/03/2004
prom.
18/12/2003
ELI
eli/decreet/2003/12/18/2004200650/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 DECEMBER 2003. - Decreet betreffende de voorwaarden waaronder de invoegbedrijven erkend en gesubsidieerd worden (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Doel en begripsomschrijving

Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet.

Een invoegbedrijf kan door de Regering erkend en gesubsidieerd worden onder de voorwaarden van dit decreet en binnen de perken van de jaarlijks vastgelegde kredieten.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1o "invoegbedrijf" : rechtspersoon opgericht in de vorm van een handelsvennootschap met een sociaal oogmerk in de zin van artikel 661 van het Wetboek der vennootschappen, met als maatschappelijk doel de sociale integratie en de inschakeling in het arbeidsproces van moeilijk te plaatsen werkzoekenden d.m.v. een activiteit die goederen en diensten produceert; 2o "moeilijk te plaatsen werkzoekende" : persoon die bij zijn indienstneming door het invoegbedrijf niet houder is van een diploma van het hoger secundair onderwijs of van een daarmee gelijkgesteld diploma en die als werkzoekende ingeschreven is bij de « Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi » (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Tewerkstelling), ingesteld bij het decreet van de Waalse Gewestraad van 6 mei 1999, hierna "de Dienst" genoemd. HOOFDSTUK II. - Erkenning Afdeling 1 . - Erkenningsvoorwaarden

Art. 3.§ 1. Om erkend te worden moet het invoegbedrijf de volgende voorwaarden vervullen : 1o de hoofdzetel van de activiteiten, meer bepaald de plaats waar doorlopend menselijke hulpkrachten aangesteld worden en waar recurrente activiteiten i.v.m. het sociaal oogmerk en de activiteitensector van de werkgever uitgevoerd worden, is gevestigd op het grondgebied van het Franse taalgebied daar enkel de activiteiten die goederen en diensten produceren op het grondgebied van het Franse taalgebied het voorwerp kunnen zijn van de subsidies bedoeld in de artikelen 8 tot 10; 2o het verbindt zich ertoe onder de middels een arbeidscontract tewerkgestelde personen moeilijk te plaatsen werkzoekenden bedoeld in artikel 2, 2o, te tellen naar rato van minstens : a) 20 %, met minimum één voltijds equivalent na afloop van de twaalf maanden die volgen op de kennisgeving van de erkenning;b) 30 %, met een jaargemiddelde van minimum één voltijds equivalent gedurende de twaalf volgende maanden;c) 40 %, met een jaargemiddelde van minimum één voltijds equivalent gedurende de twaalf volgende maanden;d) 50%, met een jaargemiddelde van minimum één voltijds equivalent gedurende de volgende jaren; 3o zich niet in staat van faillissement bevinden; 4o onder zijn bestuurders, beheerders, mandatarissen of andere personen die machtiging hebben om het bedrijf te verbinden, geen personen tellen : a) aan wie verbod tot uitoefening van dergelijke functies is opgelegd krachtens de wetgeving op het gerechtelijk verbod tot uitoefening van bepaalde functies, beroepen of activiteiten opgelegd aan sommige veroordeelden en faillietverklaarden;b) die gedurende de periode van vijf jaar die voorafgaat aan het verzoek om erkenning of om hernieuwing van de erkenning verantwoordelijk zijn gehouden voor de verbintenissen of de schulden van een faillietverklaarde vennootschap, overeenkomstig de artikelen 229, 5), 265, 315, 456, 4o, en 530 van het Wetboek der vennootschappen;c) wiens burgerlijke en politieke rechten zijn ontnomen;d) die gedurende de periode van vijf jaar die voorafgaat aan het verzoek om erkenning of om hernieuwing van de erkenning veroordeeld werden voor elke overtreding begaan op fiscaal of sociaal vlak of op het gebied van de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van de activiteit van het invoegbedrijf; 5o niet in overtreding zijn i.v.m. de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de uitoefening van zijn activiteit; 6o geen achterstallige belastingen verschuldigd zijn, noch achterstallige bijdragen te innen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of door een fonds voor bestaanszekerheid of voor rekening van dat fonds, waarbij de sommen waarvoor een behoorlijk in acht genomen aanzuiveringsplan bestaat niet als achterstallen worden beschouwd; 7o zich houden aan de collectieve overeenkomsten gesloten binnen de bevoegde paritaire commissie en voldoen aan de verplichtingen voortvloeiende uit het statuut van vennootschap met sociaal oogmerk; 8o een gematigde loondruk in acht nemen die in voltijds equivalent niet hoger mag zijn dan een verhouding 1 tot 4 tussen de laagste en de hoogste brutolonen, m.i.v. de wettelijke en extrawettelijke voordelen; 9o zich houden aan de definitie van kleine onderneming in de zin van de verordening (EG) nr. 70/2001 van de Europese Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag tot instelling van de Europese Gemeenschap op de Staatssteun ten gunste van de kleine en middelgrote ondernemingen, met name : a) minder dan vijftig personen tewerkstellen;b) hetzij een jaaromzet van hoogstens zeven miljoen euro, hetzij een totale jaarbalans van hoogstens vijf miljoen euro voorleggen; c) het criterium zelfstandigheid in acht nemen, m.a.w. 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten mag niet in handen zijn van één bedrijf of van verschillende bedrijven gezamenlijk die niet voldoen aan de criteria opgesomd in a) en b), waarbij die drempel slechts in de volgende twee gevallen overschreden mag worden : - als het invoegbedrijf in handen is van openbare participatievennootschappen, risicokapitaalvennootschappen of institutionele investeerders en op voorwaarde dat ze afzonderlijk of gezamenlijk geen enkele controle op het bedrijf voeren; - als uit de verspreiding van het kapitaal blijkt dat het onmogelijk is te weten wie het in handen heeft en dat het invoegbedrijf verklaart wettig te mogen vermoeden dat het niet voor 25 % of meer in handen is van één bedrijf of van verschillende bedrijven gezamenlijk die de in a) en b) bedoelde drempels overschrijden. De financiële en bestandsdrempels worden berekend door optelling van de gegevens van het bedrijf en van alle bedrijven waarvan ze rechtstreeks of onrechtstreeks 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten in handen heeft.

Er wordt verstaan onder : 1o "openbare participatievennootschappen" : de openbare investeringsmaatschappijen, met name de Nationale Investeringsmaatschappij, de "Société régionale d'Investissement de Wallonie" (Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Wallonië), de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen, de Gewestelijke Investeringsmaatschappij van Brussel-Hoofdstad en hun dochtermaatschappijen; 2o "risicokapitaalvennootschappen" : de investeringsmaatschappijen die bedrijven fondsen ter beschikking stellen die geïnvesteerd worden in de vorm van eigen of nagenoeg eigen fondsen, o.a. in de vorm van participaties of ondergeschikte leningen, ongeacht het bedrag; 3o "institutionele investeerders" : de banken, verzekeringsmaatschappijen en beleggingsfondsen op voorwaarde dat ze niet meer dan 49 % van het maatschappelijk kapitaal van het invoegbedrijf in handen hebben; 10o een overeenkomst met de Dienst sluiten waarbij in voorkomend geval gezorgd zal worden voor de opvolging van de beroepsopleidingen georganiseerd door het invoegbedrijf voor de werknemers bedoeld in artikel 2, 2o, desnoods in samenwerking met de sociaal begeleider bedoeld in artikel 10. § 2. De Regering kan op behoorlijk gemotiveerd verzoek van het invoegbedrijf en na advies van de Commissie bedoeld in artikel 4 om sociale of economische redenen afwijken van de verplichting bedoeld in 2o van paragraaf 1 van dit artikel.

De criteria bedoeld in 9o van paragraaf 1 van dit artikel kunnen door de Regering aangepast worden opdat dit decreet zou kunnen voldoen aan artikel 87 van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Afdeling 2. - Erkenningscommissie

Art. 4.Er wordt binnen het Ministerie van het Waalse Gewest een Erkenningscommissie voor invoegbedrijven opgericht, hierna "de Commissie" genoemd.

De Commissie zal : 1o op eigen initiatief of op verzoek advies geven over de uitvoering van dit decreet en over elk vraagstuk i.v.m. invoegbedrijven; 2o een gemotiveerd advies uitbrengen over de toekenning, hernieuwing, opschorting of intrekking van de erkenning volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt.

Art. 5.De Commissie is samengesteld uit : 1o een voorzitter die de Minister van Tewerkstelling vertegenwoordigt; 2o vier leden en vier plaatsvervangers die de Regering vertegenwoordigen, onder wie een lid en een plaatsvervanger die de Minister van Tewerkstelling vertegenwoordigen; 3o twee leden en twee plaatsvervangers die de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigen; 4o twee leden en twee plaatsvervangers die de representatieve werkgeversorganisaties vertegenwoordigen; 5o één lid en één plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de v.z.w. "Union des Villes, Communes et Provinces de la Région wallonne" (Vereniging van de Steden, Gemeenten en Provincies van het Waalse Gewest), "Fédération des C.P.A.S. de Wallonie" (Federatie van de O.C.M.W.'s van Wallonië); 6o twee leden en twee plaatsvervangers die de erkende invoegbedrijven vertegenwoordigen; 7o één lid en één plaatsvervanger die de Dienst vertegenwoordigen; 8o één lid en één plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van het Agentschap Europees Sociaal Fonds, ingesteld krachtens de samenwerkingsovereenkomst betreffende de coördinatie en het beheer van de steun verleend door de Europese Commissie inzake menselijke hulpbronnen en betreffende de oprichting van het Europees Sociaal Fonds op 2 september 1998; 9o één lid en één plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de "Conseil économique et social de la Région wallonne" (Sociaal-economische raad van het Waalse Gewest), ingesteld krachtens het decreet van de Waalse Gewestraad van 25 mei 1993; 10o één lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" (Waals agentschap voor de integratie van de gehandicapte personen), ingesteld krachtens het decreet van de Waalse Gewestraad van 6 april 1995 betreffende de integratie van de gehandicapte personen; 11o een vertegenwoordiger en een plaatsvervanger van de Afdeling Tewerkstelling en Beroepsopleiding van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest, die het secretariaat van de Commissie waarnemen.

Art. 6.§ 1. De Regering benoemt de voorzitter en de andere leden van de Commissie op de voordracht van hun opdrachtgevers.

De leden worden benoemd voor vier jaar. Hun mandaat is hernieuwbaar en wordt voortgezet tot de hernieuwing ervan.

Het verstrijkt : 1o in geval van ontslag; 2o als de opdrachtgever die een lid heeft voorgedragen, om zijn vervanging vraagt; 3o als een lid de hoedanigheid verliest die zijn mandaat rechtvaardigde; 4o als een lid in de loop van een verstreken kalenderjaar minstens de helft van de vergaderingen niet heeft kunnen bijwonen.

Het lid dat zijn mandaat neerlegt vóór de normale verstrijkdatum wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. In dat geval wordt een nieuwe plaatsvervanger aangewezen. § 2. Alleen de leden bedoeld in artikel 5, 1o tot 6o, hebben raadgevende stem bij het verlenen van advies over de toekenning, de hernieuwing, de opschorting of de intrekking van de erkenning, behalve die bedoeld in artikel 5, 6o. § 3. De Commissie vergadert minstens zes keer per jaar na oproeping door haar voorzitter. Ze stelt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering. Afdeling 3 . - Toekenning, hernieuwing, opschorting en intrekking van

de erkenning

Art. 7.§ 1. De erkenning wordt verleend voor twee jaar. Ze kan hernieuwd worden voor twee jaar. Na afloop van die tweede periode van twee jaar, kan de erkenning verleend worden voor hernieuwbare periodes van vier jaar.

Als een invoegbedrijf niet meer voldoet aan één van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, kan de erkenning opgeschort of ingetrokken worden. § 2. De Regering bepaalt de procedure voor de toekenning, de hernieuwing, de opschorting en de intrekking van de erkenning, alsook een beroepsprocedure. § 3. Het besluit tot toekenning en hernieuwing van de erkenning wordt genomen uiterlijk binnen vier maanden, te rekenen van de datum van indiening van het volledige dossier, waarbij de postdatum als bewijs geldt.

Die termijn wordt jaarlijks opgeschort tussen 1 juli en 31 augustus.

Bij gebrek aan besluit binnen de voorgeschreven termijn, wordt het geacht gunstig te zijn.

De Regering spreekt zich uit binnen twee maanden, met ingang van de datum van indiening van het beroep bedoeld in paragraaf 2. Als de Regering niet binnen de voorgeschreven termijn beslist, wordt het besluit geacht gunstig te zijn. HOOFDSTUK III. - Subsidies

Art. 8.Het erkende invoegbedrijf ontvangt een subsidie om o.a. de bezoldiging van het bedrijfshoofd gedeeltelijk te dekken, alsook, desnoods, zijn opleiding tot beheerder inzake sociale economie.

Het invoegbedrijf geniet die subsidie op degressieve wijze over de drie jaar die volgen op de datum van erkenning.

Ze bedraagt 20.000 euro het eerste jaar, 13.500 euro het tweede jaar en 7.000 euro het derde jaar.

Art. 9.§ 1. Er wordt een subsidie toegekend aan het erkende invoegbedrijf voor de indienstneming van elke werknemer beschouwd als een moeilijk te plaatsen werkzoekende in de zin van artikel 2, 2o.

De subsidie bedraagt 5.000 euro per voltijds tewerkgestelde werknemer het eerste tewerkstellingsjaar, 3.750 euro het tweede tewerkstellingsjaar, 2.500 euro het derde tewerkstellingsjaar en 1.250 euro het vierde tewerkstellingsjaar.

Die bedragen worden toegekend naar rato van het arbeidstelsel toegepast in geval van deeltijdse tewerkstelling.

De tegemoetkomingen verleend aan invoegbedrijven voor de indienstneming van een werknemer, gecumuleerd met alle andere geldende vormen van steun of lastenverminderingen, mogen nooit hoger zijn dan het bedrag van de brutoloonkost van die werknemer en de desbetreffende lasten. § 2. Voor elke werknemer bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die in dienst genomen wordt na de datum van toekenning van de erkenning geniet het bedrijf de subsidie op degressieve wijze gedurende de vier jaren na de datum van zijn indienstneming, voorzover de subsidie niet bij een vorige indienstneming van bedoelde werknemer integraal is verleend ten gunste van dat bedrijf of van een ander bedrijf erkend krachtens dit decreet.

Als de subsidie niet integraal is toegekend aan een invoegbedrijf bij de vorige indienstneming van bedoelde werknemer, wordt de duur van de toekenning van de subsidie aan het invoegbedrijf dat hem tewerkstelt verminderd met de tewerkstellingsduur van de werknemer bij zijn vorige indienstneming door een invoegbedrijf, behalve de gevallen bedoeld in artikel 9, § 4, 3o. § 3. Voor elke werknemer bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, die in dienst genomen wordt vóór de datum van toekenning van de erkenning geniet het bedrijf de subsidie bedoeld in paragraaf 1 op degressieve wijze over de periode die loopt tussen de datum van erkenning en het einde van de vier jaren volgend op de datum van zijn indienstneming. § 4. Als een werknemer bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, vóór het einde van die periode van vier jaar vervangen wordt door een andere werknemer bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, is de subsidie slechts verschuldigd voor de nog te lopen periode, behalve als de eerste werknemer vertrekt om de volgende redenen : 1o pensionering; 2o vrijwillig vertrek; 3o ontslag om een bepaalde reden aangenomen door de Regering na advies van de Commissie; 4o permanente arbeidsongeschiktheid waardoor hij definitief verhinderd wordt het overeengekomen werk te hervatten. § 5. Om de subsidie te kunnen genieten, moet het invoegbedrijf het personeelsbestand t.o.v. een referentiebestand handhaven.

De Regering bepaalt wat onder bestandhandhaving en referentiebestand moet worden verstaan.

Art. 10.§ 1. Er wordt een subsidie van 33.000 euro per voltijds equivalent op jaarbasis toegekend aan het erkende invoegbedrijf dat één of meer sociale begeleiders in dienst neemt om te zorgen voor de sociale opvolging voornamelijk van de werknemers bedoeld in paragraaf 2 en bijkomend van die bedoeld in artikel 2, 2o; de sociale opvolging kan bestaan in de begeleiding van werknemers die ingeschakeld wensen te worden op de traditionele arbeidsmarkt. § 2. De toekenning van gesubsidieerde sociale begeleiders wordt bepaald naar gelang van het aantal werknemers : 1o die bij hun indienstneming door het invoegbedrijf sedert minstens twaalf maanden als werkzoekenden bij de Dienst ingeschreven staan, niet houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs, geen voltijds onderwijs hebben gevolgd in de loop van de laatste twaalf maanden, niet meer dan honderd vijftig uren gewerkt hebben als loontrekkende of niet meer dan een kwartaal als zelfstandige werknemer en voor wie het invoegbedrijf een subsidie geniet overeenkomstig artikel 9; 2o die bij hun indienstneming door het invoegbedrijf als werkzoekenden bij de Dienst ingeschreven staan, in aanmerking komen voor het inkomen voor maatschappelijke integratie overeenkomstig de wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie van 26 mei 2002, niet houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs of van een daarmee gelijkgesteld onderwijs en voor wie het invoegbedrijf een subsidie geniet overeenkomstig artikel 9. § 3. Het invoegbedrijf dat drie à vijf in paragraaf 2 bedoelde voltijds equivalente werknemers telt, geniet een subsidie om een halftijdse sociale begeleider in dienst te nemen.

Het invoegbedrijf dat zes à tien in paragraaf 2 bedoelde voltijds equivalente werknemers telt, geniet een subsidie om een voltijdse sociale begeleider in dienst te nemen.

Het invoegbedrijf dat elf à vijftien in paragraaf 2 bedoelde voltijds equivalente werknemers telt, geniet een subsidie om een voltijdse en een halftijdse sociale begeleider in dienst te nemen.

Het invoegbedrijf dat minstens zestien in paragraaf 2 bedoelde voltijds equivalente werknemers telt, geniet een subsidie om twee voltijdse sociale begeleiders in dienst te nemen. § 4. Om de subsidie te genieten, moet de sociale begeleider volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt, beschikken over een diploma of een nuttige ervaring op grond waarvan hij de in paragraaf 1 toegewezen opdracht vervullen kan.

Art. 11.De Regering bepaalt de modaliteiten voor de betaling van de subsidies bedoeld in de artikelen 8 à 10.

Die subsidies worden jaarlijks geïndexeerd door het bedrag ervan te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de twee laatste maanden van het jaar, gedeeld door het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (gezondheidsindex) van de twee laatste maanden van het vorige jaar.

Zodra het invoegbedrijf de administratie kennis heeft gegeven van de indienstneming van een werknemer die onder artikel 2, 2o, valt, bezorgt de administratie hem een overzichtstabel van de subsidies waarop het recht zou kunnen hebben. HOOFDSTUK IV. - Controle

Art. 12.Het erkende invoegbedrijf moet jaarlijks uiterlijk aan het einde van het jaar volgend op de gerapporteerde activiteit een rapport overmaken aan de afdeling Tewerkstelling en Beroepsopleiding van het Directoraat-generaal Economie en Tewerkstelling van het Ministerie van het Waalse Gewest, alsook aan de Commissie bedoeld in artikel 4.

Dat rapport bevat o.a. : 1o de activiteitenbalans; 2o de modaliteiten inzake begeleiding, inschakeling en beroepsopleiding van de moeilijk te plaatsen werkzoekenden bedoeld in artikel 2, 2o, en de daartoe aangewende middelen; 3o de bewijsstukken ter bevestiging van de inspanningen die het bedrijfshoofd gedaan heeft om zijn opleiding te vervolledigen; 4o de sociale balans en de jaarrekeningen, ongeacht het aantal tewerkgestelde werknemers; 5o de omschrijving van de taken vervuld door de sociale begeleider, m.i.v. het bewijs van de overeenstemming van die taken met de opdracht toegewezen krachtens artikel 10.

Art. 13.Artikel 1, eerste lid, van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid wordt aangevuld als volgt : « 12o het decreet van 18 december 2003 waaronder de invoegbedrijven erkend en gesubsidieerd worden. » HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 14.Het decreet van 16 juli 1998 betreffende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van invoegbedrijven wordt opgeheven wat het grondgebied van het Franse taalgebied betreft.

Art. 15.De invoegbedrijven erkend overeenkomstig het decreet van 16 juli 1998 betreffende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van invoegbedrijven, worden beschouwd als zijnde erkend onder de voorwaarden van dit decreet.

De hernieuwing van de erkenning bedoeld in artikel 7 of de subsidie bedoeld in artikel 8 wordt berekend op de datum van de erkenning verkregen overeenkomstig voornoemd decreet van 16 juli 1998.

Art. 16.De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 18 december 2003.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Economie, K.M.O;'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën, S. KUBLA De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, J. DARAS De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ch. MICHEL De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE De Minister van Tewerkstelling, Vorming en Huisvesting, Ph. COURARD _______ Nota (1) Zitting 2002-2003. Stukken van de Raad 527 (2002-2003) Nrs. 1 tot 8.

Volledig verslag, openbare vergadering van 18 december 2003.

Bespreking - Stemming.

^