Decreet van 19 december 2014
gepubliceerd op 02 februari 2015
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015

bron
vlaamse overheid
numac
2015035048
pub.
02/02/2015
prom.
19/12/2014
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

19 DECEMBER 2014. - Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.Artikel 2 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder: 1° aangifteverzuim: het verzuim van een sporter in een geregistreerde doelgroep om juiste en volledige verblijfsgegevens te verstrekken die toelaten dat de sporter gelokaliseerd kan worden om aan een dopingtest onderworpen te worden op de plaats en op het tijdstip, vermeld in zijn verblijfsgegevens, of om die verblijfsgegevens te updaten als dat nodig is, zodat ze juist en volledig blijven;2° afwijkend analyseresultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat in een monster de aanwezigheid is gevonden van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan, inclusief verhoogde hoeveelheden van endogene stoffen, of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;3° afwijkend paspoortresultaat: een rapport op het einde van de procedure over de evaluatie van het biologisch paspoort dat besluit dat de onderzochte analytische resultaten inconsistent zijn met een normale fysiologische toestand of bekende pathologie en dat ze overeenstemmen met het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;4° Anti-Doping Administration and Management System, afgekort ADAMS: een programma voor gegevensbeheer dat in overeenstemming met dit decreet en de wetgeving over gegevensbescherming gebruikt wordt om dopingcontroles te plannen, uit te voeren en te coördineren met het WADA en andere antidopingorganisaties;5° antidopingorganisatie, afgekort ADO: een ondertekenaar van de Code die verantwoordelijk is voor de aanname van regels voor het initiëren, implementeren of handhaven van een aspect van de dopingcontrole. Antidopingorganisaties zijn onder meer het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisatoren van grote evenementen die controles uitvoeren op die evenementen, het WADA, internationale federaties en nationale antidopingorganisaties; 6° atypisch analyseresultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat in een monster de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan vaststelt waarvan de productie uitsluitend endogeen zou kunnen zijn, en dat verder onderzoek noodzaakt om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;7° bedrog: veranderingen aanbrengen met een ongeoorloofd doel of op een ongeoorloofde manier;een ongeoorloofde invloed uitoefenen; op een ongeoorloofde manier tussenkomen; obstructie voeren, misleiden of om het even welke andere frauduleuze handelingen stellen om resultaten te veranderen of om te verhinderen dat de normale procedures kunnen worden gevolgd; 8° begeleider: elke coach, trainer, manager, agent, teammedewerker, official, elk medisch of paramedisch personeelslid, elke ouder of elke andere persoon die een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportactiviteit, behandelt, assisteert of met hem samenwerkt;9° besmet product: een product dat een verboden stof bevat die niet vermeld staat op het etiket of in de informatie die via een redelijke zoekopdracht op het internet te vinden is;10° bezit: het daadwerkelijke, fysieke bezit of het indirecte bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft, of de intentie heeft om controle uit te oefenen, over de verboden stof of verboden methode of de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt, met dien verstande dat als de persoon geen exclusieve controle heeft over de verboden stof of verboden methode of de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt, indirect bezit alleen kan worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of verboden methode en de intentie had er controle over uit te oefenen.Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van bezit als de persoon, voor hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een dopingovertreding heeft begaan, concrete actie heeft ondernomen waaruit blijkt dat de persoon nooit de intentie van het bezit heeft gehad en heeft afgezien van het bezit door dat uitdrukkelijk aan een antidopingorganisatie te verklaren.

Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet; 11° binnen wedstrijdverband: tenzij het anders bepaald is in de regels van de internationale federatie of het bestuursorgaan van het evenement in kwestie, betekent dit de periode tussen twaalf uur voor het begin van de wedstrijd waaraan de sporter zal deelnemen, tot het einde van de wedstrijd en de monsterneming die in verband staat met de wedstrijd;12° biologisch paspoort: het programma en de methodes om een overzicht te verzamelen van alle relevante gegevens die uniek zijn voor een bepaalde sporter, met mogelijke longitudinale profielen van markers, diverse factoren die eigen zijn aan die specifieke sporter, en andere relevante informatie die nuttig kan zijn om markers te evalueren;13° breedtesporter: elke sporter die geen elitesporter is;14° buiten wedstrijdverband: niet binnen wedstrijdverband;15° Code: de Wereldantidopingcode die goedgekeurd is door het Wereldantidoping-agentschap op 5 maart 2003 in Kopenhagen, en de latere wijzigingen ervan;16° dopingcontrole: alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep, inclusief alle tussenstappen, zoals het verschaffen van verblijfsgegevens, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, de toestemming wegens therapeutische noodzaak, het beheer van de resultaten en hoorzittingen;17° dopingtest: de onderdelen van het dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, monsters worden verwerkt en monsters naar een laboratorium worden getransporteerd;18° elitesporter: sporter die deelneemt aan wedstrijden op internationaal niveau, zoals bepaald door de internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals bepaald door de NADO;19° elitesporter van internationaal niveau: elke sporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door de internationale federatie;20° elitesporter van nationaal niveau: elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de olympische of paralympische beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van Sport Accord, die geen elitesporter van internationaal niveau is, en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet: a) hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;b) hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de desbetreffende discipline: Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de ploegen die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als vermeld in punt a), b) of c);21° evenement: een reeks individuele wedstrijden die samen worden uitgevoerd onder één bestuursorgaan;22° evenementenlocaties: de locaties die als dusdanig zijn aangewezen door het bestuursorgaan van het evenement;23° evenementenperiode: de tijd tussen de start en het einde van het evenement, zoals vastgelegd door het bestuursorgaan van het evenement;24° federatie: iedere groepering van sportverenigingen;25° gebruik: het op om het even welke wijze gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode;26° geen schuld of nalatigheid: het bewijs van een sporter of begeleider dat hij of zij niet wist of vermoedde, en zelfs met de grootst mogelijke voorzichtigheid niet redelijkerwijs had kunnen weten of vermoeden, dat hij of zij de verboden stof of verboden methode had gebruikt of toegediend had gekregen of anderszins een antidopingregel heeft overtreden.Behalve in het geval van een minderjarige, moet de sporter voor elke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen; 27° geen significante schuld of nalatigheid: het bewijs van een sporter of begeleider dat er, gezien binnen het geheel van omstandigheden en rekening houdend met de criteria voor geen schuld of nalatigheid, geen significant verband was tussen zijn of haar schuld of nalatigheid en de dopingovertreding.Behalve in het geval van een minderjarige, moet de sporter voor elke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen. Voor cannabinoïden kan een sporter bewijzen dat hem of haar geen significante schuld of nalatigheid te verwijten valt door duidelijk aan te tonen dat de context van het gebruik niet gerelateerd was aan zijn of haar sportprestaties; 28° gemiste dopingtest: het verzuim van een sporter in een geregistreerde doelgroep om zich beschikbaar te stellen voor een dopingtest op de plaats en het tijdstip, bepaald in het tijdsbestek van zestig minuten dat is vastgelegd in zijn aangifte van verblijfsgegevens voor de dag in kwestie;29° gericht testen: het selecteren van specifieke sporters voor een dopingtest, overeenkomstig de internationale standaard daarvoor;30° handel: het aan een derde verkopen, het verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of bezitten voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, begeleider of andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;31° Hof van Arbitrage voor Sport, afgekort TAS: internationaal scheidsgerecht voor de arbitrage van sportzaken;32° individuele sport: elke sport die geen ploegsport is;33° internationaal evenement: een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van een groot evenement of een andere internationale sportorganisatie het bestuursorgaan is of de technische officials voor het evenement aanstelt; 34° internationaal geregistreerde doelgroep: de groep sporters van de hoogste prioriteit die door een internationale sportfederatie zijn aangewezen om onderworpen te worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, in het kader van het testdistributieplan van de internationale sportfederatie, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen, zoals bepaald in artikel 5.6 van de Code; 35° Internationale Standaarden: de documenten, aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code, die ertoe strekken de verschillende technische en operationele onderdelen van de bepalingen van de Code te harmoniseren;36° marker: een verbinding, groep verbindingen of een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;37° metaboliet: elke stof die ontstaat door een biologisch omzettingsproces;38° minderjarige: een natuurlijke persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft;39° monster: elk biologisch materiaal dat wordt afgenomen voor een dopingcontrole;40° nationaal evenement: een evenement of wedstrijd waaraan nationale of internationale elitesporters deelnemen, dat geen internationaal evenement is; 41° nationaal geregistreerde doelgroep: de groep elitesporters, vermeld in artikel 21, § 1, die door NADO Vlaanderen zijn aangewezen om onderworpen te worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, in het kader van het testdistributieplan van NADO Vlaanderen, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen als vermeld in artikel 5.6 van de Code; 42° nationale antidopingorganisatie, afgekort NADO: de entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren, de resultaten ervan te beheren en hoorzittingen te houden op nationaal niveau;43° Nationale Antidopingorganisatie Vlaanderen, afgekort NADO Vlaanderen: de administratie van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd is voor de uitvoering van het antidopingbeleid;44° nationale doelgroep: de groep elitesporters, vermeld in artikel 21, § 1, § 2 en § 3, die door NADO Vlaanderen zijn aangewezen om onderworpen te worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, in het kader van het testdistributieplan van NADO Vlaanderen, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen;45° niet-specifieke stof: elke verboden stof die geen specifieke stof is;46° opzettelijk: de sporter of begeleider heeft handelingen gesteld waarvan hij of zij wist dat ze een dopingovertreding waren of dat er een aanzienlijk risico was dat de handelingen een dopingovertreding zouden kunnen zijn of tot gevolg zouden kunnen hebben en dat risico kennelijk heeft genegeerd.Een dopingovertreding die het gevolg is van een afwijkend analyseresultaat voor een stof die alleen binnen wedstrijdverband verboden is, wordt geacht, tot het bewijs van het tegendeel is geleverd, niet opzettelijk te zijn als het een specifieke stof betreft en de sporter kan aantonen dat de verboden stof buiten wedstrijdverband werd gebruikt. Een dopingovertreding die het gevolg is van een afwijkend analyseresultaat voor een stof die alleen binnen wedstrijdverband verboden is, wordt niet als opzettelijk beschouwd indien het een niet-specifieke stof betreft en de sporter kan aantonen dat de verboden stof buiten wedstrijdverband werd gebruikt in een context die niets te maken heeft met sportprestaties; 47° organisator van een groot evenement: de continentale associaties van nationale olympische comités en andere internationale organisaties voor verschillende sporten, die optreden als bestuursorgaan voor om het even welk continentaal, regionaal of ander internationaal evenement;48° ploegactiviteit: sportactiviteit, uitgevoerd door een sporter op collectieve basis als deel van een ploeg of onder toezicht van de ploeg;49° ploegsport: een sport waarbij de vervanging van sporters tijdens een wedstrijd toegestaan is;50° ploegverantwoordelijke: de persoon die door de elitesporters van dezelfde ploeg is belast met het doorgeven van hun verblijfsgegevens;51° poging: opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel.Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van een poging tot het plegen van een overtreding als de persoon afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is; 52° regering: de Vlaamse Regering;53° schuld: elk plichtsverzuim of elk gebrek aan zorgvuldigheid die in een bepaalde situatie vereist is.Factoren die bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of begeleider in aanmerking moeten worden genomen, zijn bijvoorbeeld de ervaring van de sporter of begeleider, of de sporter of begeleider minderjarig is, speciale overwegingen zoals een handicap, het risico dat de sporter had moeten zien en de zorgvuldigheid en voorzichtigheid die de sporter aan de dag heeft gelegd met betrekking tot wat het gepercipieerde risico had moeten zijn. Bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of begeleider moeten de in overweging genomen omstandigheden specifiek en relevant zijn voor de verklaring van het feit dat de sporter of begeleider is afgeweken van het verwachte standaardgedrag; 54° specifieke stof: elke verboden stof, met uitzondering van stoffen in de klassen van de anabolica en hormonen en de stimulerende middelen en hormoonantagonisten en modulatoren die als dusdanig zijn geïdentificeerd in de verboden lijst.Verboden methoden worden niet beschouwd als specifieke stoffen; 55° sportactiviteit: elke voorbereiding op of initiatief tot sportbeoefening met recreatieve, competitieve of demonstratieve doeleinden in georganiseerd verband;56° sporter: elke persoon die een sportactiviteit beoefent, ongeacht het niveau waarop hij die sportactiviteit beoefent;57° sportvereniging: elke organisatie die tot doel heeft een of meer sportactiviteiten te organiseren, de deelname eraan mogelijk te maken, of in dat verband als leidende instantie op te treden;58° substantiële hulp: om in aanmerking te komen voor een verminderde sanctie wegens substantiële hulp moet een sporter of begeleider: a) alle informatie waarover hij of zij beschikt met betrekking tot dopingovertredingen volledig onthullen in een ondertekende schriftelijke verklaring, en b) zijn of haar volledige medewerking verlenen aan het onderzoek en de uitspraak in elke zaak die verband houdt met die informatie, inclusief, bijvoorbeeld, het afleggen van een getuigenis op een hoorzitting indien een antidopingorganisatie of tuchtcommissie dat vraagt.Bovendien moet de verstrekte informatie geloofwaardig zijn en betrekking hebben op een belangrijk deel van een ingeleide zaak of, indien er nog geen zaak is ingeleid, volstaan om een zaak in te leiden; 59° toediening: het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of verboden methode die wordt gebruikt voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en de handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren;60° toestemming wegens therapeutische noodzaak, afgekort TTN: een toestemming tot gebruik van een verboden stof of methode wegens therapeutische noodzaak als vermeld in artikel 10;61° TTN-commissie: de commissie van artsen, vermeld in artikel 10, § 6, tweede lid, die een TTN kan geven voor het gebruik van verboden stoffen of methoden;62° verblijfsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 21, die betrekking hebben op de plaatsen waar de sporter zich bevindt;63° verboden lijst: de lijst met verboden stoffen en verboden methoden, vermeld in artikel 9;64° verboden methode: elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;65° verboden stof: elke stof die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;66° voorlopige hoorzitting: een hoorzitting in het kader van een voorlopige schorsing die de hoorzitting over de zaak ten gronde voorafgaat;67° voorlopige schorsing: het tijdelijke verbod om deel te nemen aan wedstrijden, voorafgaand aan de definitieve uitspraak van het bevoegde disciplinaire orgaan over een beweerde dopingpraktijk;68° wedstrijd: een sportactiviteit in de vorm van een race, match, spel of concours; 69° Wereldantidopingagentschap, afgekort WADA: de stichting die opgericht is onder Zwitsers recht op 10 november 1999 als internationale organisatie ter bestrijding van doping.".

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 3.In dit decreet wordt verstaan onder dopingpraktijk: de overtreding of de verschillende overtredingen van antidopingregels op een van de volgende wijzen: 1° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van het lichaam van de sporter;2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode;3° het ontwijken van een monsterneming, of het zonder geldige reden weigeren of zich niet aanbieden voor een monstername na de kennisgeving, vermeld in de toepasselijke antidopingregels;4° elke combinatie van drie aangifteverzuimen of gemiste dopingtests binnen een periode van twaalf maanden;5° het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole, inclusief maar niet beperkt tot het intentioneel hinderen of de poging tot hinderen van een controlearts, bedrieglijke informatie verschaffen aan een ADO of het intimideren of de poging tot intimidatie van een potentiële getuige;6° het bezit van een verboden stof of een verboden methode: a) door een sporter binnen wedstrijdverband of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;b) door een begeleider binnen wedstrijdverband of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider aantoont dat het bezit strookt met een aan de sporter toegekende geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;7° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode;8° de toediening of de poging tot toediening aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden methode of verboden stof, of de toediening of de poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van een verboden methode of een verboden stof die verboden is buiten wedstrijdverband;9° het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid in het kader van een dopingpraktijk of poging tot dopingpraktijk of de niet-naleving van een opgelegde uitsluiting of schorsing door een andere persoon dan de sporter;10° verboden samenwerking.Onder verboden samenwerking wordt verstaan: de professionele of sportgerelateerde samenwerking van een sporter of begeleider met een begeleider die aan een van de volgende criteria voldoet. De begeleider: a) valt onder de bevoegdheid van een ADO en is uitgesloten van deelname aan sportactiviteiten;b) valt niet onder de bevoegdheid van een ADO en is niet uitgesloten van deelname aan sportactiviteiten conform de Code, maar hij is in een burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtprocedure veroordeeld voor feiten die in een disciplinaire procedure conform de Code zouden worden beschouwd als een dopingpraktijk;c) treedt op als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon als vermeld in punt a) of b). De samenwerking vermeld in het eerste lid, 10°, a), is verboden gedurende de periode van uitsluiting.

De samenwerking vermeld in het eerste lid, 10°, b), is verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als deze laatste langer is dan zes jaar.

De samenwerking vermeld in het eerste lid, 10°, c), is verboden gedurende de periode dat het de persoon waarvoor de tussenpersoon optreedt, verboden is samen te werken met de sporter.

Voor de toepassing van deze bepaling is het noodzakelijk dat de sporter of begeleider vooraf schriftelijk door een bevoegde ADO, of door het WADA, op de hoogte is gebracht van de diskwalificerende status van de begeleider en de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking, en dat de sporter of begeleider de samenwerking redelijkerwijze kan vermijden. De ADO zal ook redelijke inspanningen leveren om de begeleider die het voorwerp is van de kennisgeving, mee te delen dat hij vijftien dagen heeft om aan de ADO te bewijzen dat de criteria, vermeld in het eerste lid, 10°, a) of b), niet van toepassing zijn.

Het eerste lid, 10°, is ook van toepassing op de samenwerking met begeleiders die veroordeeld zijn voor feiten die voor 1 januari 2015 strafbaar waren, en nog niet verjaard zijn.

Het is aan de sporter of begeleider om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, vermeld in het eerste lid, 10°, a) of b), niet professioneel of sportgerelateerd is.

ADO's die weet hebben van begeleiders die aan de criteria, vermeld in het eerste lid, 10°, voldoen, moeten die informatie doorgeven aan het WADA.".

Art. 4.In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "op elke ploegverantwoordelijke," opgeheven.

Art. 5.In artikel 5 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "De NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen";2° in het eerste lid wordt de zinsnede ", ploegverantwoordelijken" opgeheven;3° in het derde lid worden de woorden "De NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen" en wordt de zinsnede "sporters, begeleiders en ploegverantwoordelijken" vervangen door de woorden "sporters en begeleiders"; 4° aan het derde lid wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt: "9° de toepasselijke verplichtingen op het vlak van de verblijfsgegevens en actuele en accurate informatie over de rechten van verdediging en bescherming van persoonsgegevens.".

Art. 6.In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", ploegverantwoordelijken" opgeheven.

Art. 7.In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "in overeenstemming met de Code en de Internationale Standaarden" vervangen door de woorden "in overeenstemming met de bepalingen van de Code en de Internationale Standaarden, inclusief de commentaren bij de artikelen".

Art. 8.Artikel 8 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 8.§ 1. Het bewijs van een dopingpraktijk moet geleverd worden door de ADO. De bewijsstandaard is meer dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.

Als de sporter of begeleider een vermoeden moet weerleggen of specifieke feiten en omstandigheden moet bewijzen, is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.

Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle middelen van recht worden vastgesteld, inclusief bekentenissen. § 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 gelden in disciplinaire procedures overeenkomstig artikel 3.2 van de Code de volgende bewijsregels: 1° analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de desbetreffende wetenschappelijke gemeenschap en die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn.Elke sporter of begeleider die de veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen, moet als opschortende voorwaarde eerst het WADA op de hoogte brengen van de betwisting en de grondslag ervan. Het TAS kan op eigen initiatief ook het WADA op de hoogte brengen van een dergelijke betwisting. Op verzoek van het WADA zal de TAS-commissie een geschikte wetenschappelijke expert aanstellen om haar te helpen bij de beoordeling van de betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het TAS-dossier heeft ontvangen, heeft het WADA het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in een dergelijke procedure; 2° de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria.De sporter kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt. Als de sporter het vermoeden weerlegt door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, moet de ADO aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt; 3° onregelmatigheden die niet tot een afwijkend analyseresultaat of een andere dopingpraktijk hebben geleid, maken dergelijke resultaten of bewijs niet ongeldig.Als de sporter of begeleider aantoont dat een onregelmatigheid redelijkerwijs geleid heeft tot het vaststellen van een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat of een andere dopingpraktijk, moet de ADO aantonen dat die onregelmatigheid het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt of niet de feitelijke basis is voor de vastgestelde dopingpraktijk; 4° feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of begeleider waarop de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of begeleider aantoont dat de beslissing de principes van eerlijke rechtsbedeling schendt;5° de commissie die optreedt in een hoorzitting over een dopingpraktijk, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of begeleider die wordt beschuldigd van de dopingovertreding op basis van zijn weigering, nadat hij daarvoor redelijke tijd op voorhand is opgeroepen, om te verschijnen tijdens de zitting, hetzij persoonlijk of telefonisch, zoals opgedragen door de commissie, en de vragen van de commissie of de ADO die de dopingovertreding ten laste legt, te beantwoorden. § 3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 en 2 gelden de volgende specifieke bewijsregels: 1° een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, kan blijken uit een van de volgende feiten: a) de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, waarbij de sporter geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;b) de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter;c) het B-monster wordt verdeeld over twee flessen en de analyse van de tweede fles bevestigt de aanwezigheid van de verboden stof of metabolieten of markers ervan in de eerste fles;2° met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden lijst specifiek een kwantitatieve limiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof of metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter als vermeld in punt 1°, een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°.Als uitzondering op de algemene regel kunnen de verboden lijst of de Internationale Standaarden bijzondere criteria vaststellen voor de beoordeling van verboden stoffen die ook door het lichaam kunnen worden aangemaakt; 3° een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 2°, kan blijken uit bekentenissen, getuigenverklaringen, documenten, conclusies uit de analyse van het biologisch paspoort of analyses die op zich niet volstaan om een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, aan te tonen.".

Art. 9.Aan het opschrift van titel 3 van hetzelfde decreet worden de woorden "en TTN's" toegevoegd.

Art. 10.Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 10.§ 1. De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan, en het gebruik of de poging tot gebruik, bezit of toediening of de poging tot toediening van een verboden stof of methode is geen dopingpraktijk als voor het gebruik van die verboden stoffen of methoden, op grond van therapeutische noodzaak, een TTN gegeven is in overeenstemming met de Code.

In afwijking van het vorige lid, volstaat voor minderjarige breedtesporters een doktersattest in plaats van een TTN. § 2. Een TTN-aanvraag kan door een sporter maar bij één instantie worden ingediend. § 3. De breedtesporter en de elitesporter die geen internationale elitesporter is, dient een TTN-aanvraag in bij zijn NADO. Als er discussie is over welke NADO bevoegd is voor een bepaalde TTN-aanvraag, oordeelt het WADA. § 4. De internationale elitesporter die een TTN wil, moet die aanvragen bij zijn internationale federatie.

Een TTN die een sporter van een NADO heeft verkregen, is niet geldig als de sporter een internationale elitesporter wordt of aan een internationaal evenement deelneemt, tenzij en tot de desbetreffende internationale federatie die TTN erkent.

Als een door een NADO toegekende TTN als vermeld in het vorige lid, niet wordt erkend door de internationale sportfederatie, hebben de sporter en de NADO het recht om binnen 21 dagen na de kennisgeving bij het WADA een heroverweging aan te vragen. Tot het WADA een beslissing heeft genomen, blijft de TTN geldig voor nationale wedstrijden en dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor internationale wedstrijden. Als er geen heroverweging wordt aangevraagd bij het WADA, vervalt de door de NADO toegekende TTN 21 dagen na de kennisgeving.

Als de NADO van de sporter hem nog geen TTN heeft verleend voor de stof of methode in kwestie, vraagt de sporter direct bij zijn internationale federatie een TTN aan. Tegen een door een internationale sportfederatie toegekende TTN kan door NADO Vlaanderen bij het WADA een heroverweging worden aangevraagd binnen 21 dagen na de kennisgeving als NADO Vlaanderen van mening is dat de TTN niet in overeenstemming met de Code is toegekend. Tot het WADA een beslissing heeft genomen, blijft de internationale TTN geldig voor internationale wedstrijden en dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor nationale wedstrijden. Als er geen heroverweging wordt aangevraagd bij het WADA, wordt de TTN 21 dagen na de kennisgeving geldig voor nationale wedstrijden.

Als de internationale federatie een door een NADO toegekende TTN niet erkent omdat er testen of andere informatie ontbreken om na te gaan of de TTN is toegekend in overeenstemming met de Code, moet het dossier vervolledigd worden en kan overeenkomstig 4.3.3 van de Code geen beroep worden ingesteld bij het WADA. Als een internationale federatie een sporter controleert die geen internationale elitesporter is, moet ze de TTN erkennen die door de NADO is toegekend.

Tegen elke TTN-beslissing door het WADA of door een internationale federatie kan door de sporter of de NADO in beroep worden gegaan bij het TAS. § 5. Een TTN die een sporter van een internationale federatie heeft verkregen, is niet geldig als de sporter deelneemt aan een internationaal evenement dat wordt georganiseerd door een organisator van een groot evenement, tenzij en tot de desbetreffende organisator die TTN erkent.

Een organisator van een groot evenement kan een door hem uitgereikte TTN vereisen voor het gebruik van verboden stoffen en methoden in het kader van zijn evenement. Als die organisator een door een NADO of de internationale sportfederatie toegekende TTN niet erkent, of weigert een bij hem aangevraagde TTN toe te kennen, kan tegen die beslissing alleen in beroep worden gegaan bij een door die organisator opgericht of aangesteld onafhankelijk orgaan. Als geen beroep wordt ingesteld of als het beroep niet succesvol is, kan de sporter de verboden stof of methode niet gebruiken in het kader van het evenement, maar door de NADO of de internationale federatie toegekende TTN's blijven wel geldig buiten het evenement. § 6. De regering bepaalt de procedure en de voorwaarden die gelden voor het verlenen van een TTN aan sporters die onder de bevoegdheid van NADO Vlaanderen vallen en voor de erkenning van die toestemming die verleend wordt aan sporters die niet onder de bevoegdheid van NADO Vlaanderen vallen, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Breedtesporters kunnen retroactief een TTN aanvragen en verkrijgen.

De regering richt voor de toekenning van een TTN of erkenning van een door een andere ADO toegekende TTN een commissie van artsen op, TTN-commissie genaamd, en bepaalt de opdracht en de samenstelling ervan en de vergoedingen die de leden van de TTN-commissie ontvangen.

De formulieren voor de aanvraag van en de beslissing tot het verlenen van de TTN, worden in het Nederlands opgesteld en er wordt een Franse en Engelse vertaling bij gevoegd.

Elke beslissing tot toekenning, weigering, erkenning of niet-erkenning van een TTN wordt door NADO Vlaanderen ingegeven in ADAMS. Bij toegekende TTN's bevat die mededeling de volgende informatie: 1° de toegelaten stof of methode en de duur, dosis, gebruiksfrequentie en toedieningswijze ervan en andere toelatingsvoorwaarden;2° de TTN-aanvraag en de relevante medische informatie die aantoont dat de toekenningsvoorwaarden zijn nageleefd. Elke TTN heeft een specifieke geldigheidsduur die wordt vastgelegd door de TTN-commissie en op het einde van die termijn vervalt de TTN automatisch. Als de elitesporter de verboden stof of verboden methode ook na de vervaldag nog verder moet gebruiken, moet hij ruim voor de vervaldag een aanvraag voor een nieuwe TTN indienen, zodat er voldoende tijd is om een beslissing te nemen over de aanvraag. De breedtesporter kan retroactief een nieuwe aanvraag indienen.

Tegen de beslissing tot weigering of tegen het gebrek aan een beslissing van de TTN-commissie binnen de door de regering vastgestelde termijn kan door de sporter een verzoek tot heroverweging ingediend worden bij de TTN-commissie in een andere samenstelling, volgens een door de regering uitgewerkte procedure.

Het WADA kan, op eigen initiatief, op elk moment de toekenning van een TTN aan een elitesporter herzien. Het WADA kan ook een TTN-beslissing herzien op verzoek van een elitesporter aan wie een TTN, of de erkenning van een TTN geweigerd werd of die binnen een redelijke termijn geen beslissing heeft ontvangen over een ontvankelijke TTN-aanvraag.

De beslissingen van het WADA over de toekenning of weigering van een TTN kunnen overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code alleen bij het TAS aangevochten worden door de elitesporter of door NADO Vlaanderen waarvan de beslissing herzien werd.

Als een afwijkend analyseresultaat wordt vastgesteld kort nadat de TTN is vervallen of ingetrokken, gaat NADO Vlaanderen na of het resultaat strookt met het gebruik van de verboden stof of methode voor het verstrijken of intrekken van de TTN. Als dat laatste het geval is, is het gebruik ervan door de sporter of de aanwezigheid van de verboden stof of methode in het monster van de sporter geen dopingpraktijk.

Als de sporter na de toekenning van de TTN een verschillende dosis, gebruiksfrequentie, gebruiksduur of toedieningswijze nodig heeft, moet hij een nieuwe aanvraag indienen. Als het gebruik, het bezit of de aanwezigheid van de verboden stof of methode in het monster van de sporter niet strookt met de toekenningsvoorwaarden van de TTN, zal de toegekende TTN niet volstaan om een dopingpraktijk uit te sluiten.".

Art. 11.In het opschrift van titel 4 van hetzelfde decreet worden tussen het woord "de" en het woord "sportverenigingen" de woorden "federaties en de" ingevoegd.

Art. 12.Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 11.Elke federatie en haar lidorganisaties neemt met toepassing van artikel 5 maatregelen voor de preventie van doping door haar leden en hun begeleiders, en neemt de disciplinaire maatregelen, vermeld in artikel 23/2, 24 en 25.

Elke federatie zal elke vorm van informatie over een mogelijke dopingpraktijk rapporteren aan NADO Vlaanderen en haar internationale federatie, en alle medewerking verlenen aan een onderzoek naar dopingpraktijken door de bevoegde instantie.

Elke federatie vaardigt een tuchtreglement uit dat begeleiders die zonder geldige reden verboden stoffen of methoden gebruiken, verbiedt sporters te ondersteunen die onder de bevoegdheid van de federatie vallen.

Op verzoek van NADO Vlaanderen brengt de federatie, op de door de regering bepaalde wijze, verslag uit over de initiatieven die zijn genomen ter uitvoering van dit decreet.".

Art. 13.In artikel 12, 2°, van hetzelfde decreet wordt het woord "controles" vervangen door het woord "dopingtests".

Art. 14.In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "Met het oog op de uitvoering van de aan NADO Vlaanderen en de regering opgelegde taken, zijn de sportverenigingen verplicht om aan NADO Vlaanderen de identificatie- en contactgegevens mee te delen van elke elitesporter die bij hen aangesloten is."; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "NADO Vlaanderen stelt, na overleg met de federatie, de elitesporters, vermeld in het eerste lid, ter informatie op de hoogte van hun kwalificatie als elitesporter."; 3° in het vierde lid wordt het woord "dopingcontroles" vervangen door het woord "dopingtests" en worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen".

Art. 15.In artikel 14 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "Elke sportvereniging is, rekening houdend met het specifieke karakter van de door haar geregelde sportactiviteiten, verplicht om de maatregelen die haar federatie of internationale federatie oplegt aan de elitesporters of begeleiders wegens dopingpraktijken, alsook de maatregelen waartoe overeenkomstig dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan besloten is door NADO Vlaanderen, de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad voor breedtesporters, door de betrokken sporters en begeleiders te laten naleven."; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "Elke federatie is verplicht om de maatregelen die overeenkomstig dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan of de Code zijn opgelegd aan een van hun leden of begeleiders van hun leden wegens dopingpraktijken begaan buiten het Nederlandse taalgebied, mee te delen aan NADO Vlaanderen, met het oog op de erkenning van en het toezicht houden op de naleving van de maatregelen door de Vlaamse Gemeenschap.".

Art. 16.In hetzelfde decreet wordt een titel 4/1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Titel 4/1. - Verplichtingen van sporters en begeleiders voor de preventie en bestrijding van dopingpraktijken".

Art. 17.In hetzelfde decreet wordt in titel 4/1, ingevoegd bij artikel 16, een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 14/1.Elke sporter is verplicht: 1° op de hoogte te zijn van de antidopingregels en ze na te leven;2° op elk ogenblik bereid te zijn zich aan een controle te onderwerpen;3° medisch personeel op de hoogte te brengen van zijn verplichting geen verboden stoffen of methoden te gebruiken en er zo voor te zorgen dat een medische behandeling de antidopingregels niet schendt;4° NADO Vlaanderen en haar federatie en internationale federatie op de hoogte te brengen van elke veroordeling wegens dopingpraktijken in de laatste tien jaar; 5° mee te werken aan elk onderzoek van een ADO naar dopingpraktijken.".

Art. 18.In hetzelfde decreet wordt in dezelfde titel 4/1 een artikel 14/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 14/2.Elke begeleider is verplicht: 1° op de hoogte te zijn van de antidopingregels, zowel de regels die op de sporters als op hem van toepassing zijn, en ze na te leven;2° mee te werken aan de dopingbestrijding en zijn invloed te gebruiken om de sporter antidopingwaarden en -gedrag bij te brengen;3° NADO Vlaanderen en haar federatie en internationale federatie op de hoogte te brengen van elke veroordeling wegens dopingpraktijken in de laatste tien jaar;4° mee te werken aan elk onderzoek van een ADO over dopingpraktijken; 5° geen verboden stof of methode te gebruiken zonder geldige reden.".

Art. 19.Het opschrift van titel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Titel 5. - Dopingtests en onderzoeken".

Art. 20.Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 15.§ 1. Dopingtests en onderzoeken naar dopingpraktijken kunnen alleen ondernomen worden voor antidopingdoeleinden.

Dopingtests worden ondernomen om analytisch bewijs te verzamelen over de naleving van het verbod op de aanwezigheid en het gebruik van verboden stoffen en methoden.

Monsters worden geanalyseerd om verboden stoffen en verboden methoden die op de verboden lijst staan, op te sporen, alsook om andere stoffen waarvoor het WADA eventueel opdracht heeft gegeven, te onderzoeken, of om een ADO te helpen bij de profilering van relevante parameters in de urine, het bloed of een andere matrix van een sporter, inclusief DNA- of genetische profilering, of voor andere legitieme antidopingdoeleinden. Monsters kunnen worden afgenomen en bewaard voor toekomstige analyses. DNA- of genetische profilering kan slechts toegepast worden bij een ernstig vermoeden van dopingpraktijken.

Voor de uitvoering van dopingtests bij elitesporters zal NADO Vlaanderen een effectief, intelligent en proportioneel spreidingsplan opstellen dat, rekening houdend met het technisch document van WADA dat op grond van een risicoanalyse bepaalt welke verboden stoffen en methoden in welke sportdisciplines het meest gebruikt worden, de nodige prioriteiten vastlegt over disciplines, categorieën van sporters, soorten dopingtests, soorten monsternames en soorten analyses.

NADO Vlaanderen zal onderzoek verrichten naar: 1° atypische analyseresultaten en afwijkende paspoortresultaten, om na te gaan of een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1° of 2°, heeft plaatsgevonden;2° andere indicaties van potentiële dopingpraktijken, om te bepalen of een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 2° tot en met 10°, heeft plaatsgevonden;3° de begeleiders, in geval van een dopingpraktijk door een minderjarige, of door meer dan één sporter die door dezelfde persoon begeleid werd. NADO Vlaanderen zal daarbij gebruikmaken van alle informatie en onderzoeksmaatregelen die hij ter beschikking heeft, inclusief de verwerving van informatie en de medewerking van de federaties, het publiek, sporters en begeleiders, laboratoria, farmaceutische bedrijven, regelgevende en tuchtrechtelijke antidopinginstanties en de media. Dit omvat ook informatie die NADO Vlaanderen door de politie of een bevoegde magistraat wordt meegedeeld met de toelating deze informatie te gebruiken voor de tuchtrechtelijke bestrijding van doping in de sport.

Sporters en begeleiders wiens gedrag het onderzoek verstoort, kunnen vervolgd worden wegens een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 5°. § 2. NADO Vlaanderen, het WADA, een internationale sportfederatie of een sportvereniging waarvan de sporter lid is, kunnen op elk moment, zowel binnen als buiten wedstrijdverband, onder de verantwoordelijkheid van een erkende controle-arts, dopingtests laten uitvoeren bij alle sporters en alle personen die wegens dopingpraktijken zijn uitgesloten van de deelname aan sportactiviteiten.

De regering bepaalt de wijze waarop controleartsen erkend kunnen worden. De erkende controleartsen kunnen zich bij de uitvoering van een dopingcontrole laten bijstaan door chaperons.

Tenzij de sporter het tijdslot van zestig minuten, vermeld in artikel 21, § 1, eerste lid, 9°, tijdens het hierna beschreven tijdsbestek heeft opgegeven, moet de ADO, om dopingtests buiten wedstrijdverband uit te voeren tussen 23 uur 's avonds en 6 uur 's morgens, beschikken over ernstige en specifieke vermoedens dat de sporter doping gebruikt.

Desalniettemin kan een sporter niet weigeren om deel te nemen aan een dopingtest omdat hij in enerlei opzicht niet geselecteerd zou mogen worden voor de dopingtest.

Tijdens een evenement is in principe slechts één ADO verantwoordelijk voor de organisatie en coördinatie van dopingtests op de evenementenlocaties.

Bij internationale evenementen worden de dopingtests georganiseerd en gecoördineerd door de organiserende internationale organisatie. Bij nationale evenementen worden de dopingtests georganiseerd en gecoördineerd door NADO Vlaanderen. Op verzoek van het bestuursorgaan van het evenement zullen dopingtests tijdens de evenementenperiode maar buiten de evenementenlocaties met het bestuursorgaan gecoördineerd worden.

Een ADO die dopingtests wil uitvoeren op evenementenlocaties tijdens evenementen waarvoor ze niet de coördinerende instantie is, overlegt daarover met het bestuursorgaan van die instantie en als dat nodig is, vraagt de ADO toestemming aan het WADA. Als een internationale federatie of een organisator van een groot evenement een deel van de controles delegeert of uitbesteedt aan NADO Vlaanderen, kan NADO Vlaanderen extra monsters afnemen of het laboratorium de opdracht geven om op kosten van NADO Vlaanderen bijkomende soorten analyses uit te voeren. Als extra monsters worden afgenomen of bijkomende soorten analyses worden uitgevoerd, wordt de internationale federatie of de organisator van een groot evenement daarvan op de hoogte gebracht. § 3. NADO Vlaanderen is bevoegd voor: 1° het verzamelen, beoordelen en verwerken van relevante informatie met betrekking tot sporters, hun begeleiders en doping uit alle beschikbare bronnen, ter stoffering van de ontwikkeling van een effectief, intelligent en proportioneel testdistributieplan, het plannen van gerichte dopingtests, en voor het vormen van de basis van een onderzoek naar mogelijke dopingpraktijken;2° het onderzoeken van atypische analyseresultaten en afwijkende paspoortresultaten in overeenstemming met de Code;3° het onderzoeken van ieder ander analytisch of niet-analytisch gegeven dat wijst op een mogelijke dopingpraktijk om een mogelijke dopingpraktijk uit te sluiten of bewijs te verzamelen ter ondersteuning van een disciplinaire vervolging. § 4. De regering bepaalt, in overeenstemming met de Code en de Internationale Standaarden, de nadere procedure van de dopingtest, het opstellen en opvolgen van het biologisch paspoort en de voorwaarden waaronder experten, controleartsen, chaperons en controlelaboratoria aangewezen kunnen worden.

De regering stelt in voorkomend geval de vergoedingen ter zake vast.

De toepasselijke formulieren voor de oproeping en monsterneming worden in het Nederlands opgesteld en er wordt een Franse en Engelse vertaling bijgevoegd.

De regering kan nadere regels vaststellen voor de erkenning van de resultaten van monsternemingen en laboratoriumanalyses die uitgevoerd zijn in opdracht van andere instanties dan NADO Vlaanderen.".

Art. 21.Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 16.De sportverenigingen zijn verplicht: 1° NADO Vlaanderen uiterlijk vier dagen nadat ze een dopingcontrole hebben georganiseerd binnen het Nederlandse taalgebied, in te lichten over de controle zelf en over de controlelaboratoria die de monsters, genomen tijdens de controle, zullen analyseren;2° onmiddellijk na elke dopingcontrole, vermeld in punt 1°, een afschrift van het dopingcontroleformulier, vermeld in artikel 19, § 5, te bezorgen aan NADO Vlaanderen; 3° binnen tien dagen na de ontvangst van het verslag van het controlelaboratorium over de analyse van de monsters van de dopingcontroles, vermeld in punt 1°, een afschrift van dat verslag naar NADO Vlaanderen te sturen.".

Art. 22.In artikel 17 van hetzelfde decreet wordt het woord "dopingcontrole" telkens vervangen door het woord "dopingtest".

Art. 23.Hoofdstuk 2 van titel 5 van hetzelfde decreet, houdende artikel 18, wordt opgeheven.

Art. 24.In artikel 19 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "dopingcontrole" vervangen door het woord "dopingtest";2° in paragraaf 5 worden de woorden "de NADO wordt" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen wordt", en worden de woorden "Het dopingcontroleformulier draagt" vervangen door de woorden "De papieren of digitale versie van het dopingcontroleformulier draagt"; 3° in paragraaf 5 wordt de zin "Bij vaststelling van dopingpraktijken of andere onregelmatigheden, stuurt de NADO een eensluidend verklaard afschrift van het formulier naar de procureur des Konings, de sporter en de sportvereniging." opgeheven.

Art. 25.Artikel 20 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 20.§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de elitesporters die in het Nederlandse taalgebied wonen, door NADO Vlaanderen ingedeeld in categorie A, B, C of D volgens de lijst van sportdisciplines A, B en C, die door de regering wordt bepaald aan de hand van de criteria, vermeld in paragraaf 2, vijfde lid: 1° categorie A: deze groep bestaat enerzijds uit elitesporters die een discipline van categorie A beoefenen, en anderzijds, in voorkomend geval, uit de sporters, vermeld in paragraaf 3, tweede lid, en artikel 21, § 2, tweede lid, en § 3, tweede of derde lid;2° categorie B: deze groep bestaat enerzijds uit elitesporters die een discipline van categorie B beoefenen en anderzijds, in voorkomend geval, uit de sporters, vermeld in artikel 21, § 3, tweede of derde lid;3° categorie C: deze groep bestaat uit elitesporters die een discipline van categorie C beoefenen;4° categorie D: deze groep bestaat uit elitesporters die een sportdiscipline beoefenen die niet is opgenomen in de voormelde lijst van de regering. § 2. De elitesporters uit categorie A vormen de nationale geregistreerde doelgroep.

De elitesporters uit categorie A, B en C vormen de nationale doelgroep.

De elitesporters uit categorie D hoeven voor NADO Vlaanderen geen verblijfsgegevens in te dienen.

Alle sporters die verblijfsgegevens moeten indienen moeten voldoende accurate verblijfsgegevens opgeven opdat een ADO hen dagelijks op een opgegeven plaats onaangekondigd kan vinden en aan een dopingtest onderwerpen. Als dat niet het geval is, kan, los van de gevolgen, vermeld in artikel 21, als de omstandigheden het rechtvaardigen, de elitesporter vervolgd worden wegens een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 3° of 5°.

Op basis van de volgende criteria kan de regering een sportdiscipline categoriseren als A, B of C: 1° A : het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband waarvan de beoefenaars meestal niet op een gemakkelijk lokaliseerbare plaats trainen;2° B : het gaat om een individuele discipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband waarvan de beoefenaars meestal op een gemakkelijk lokaliseerbare plaats trainen;3° C : het gaat om een ploegdiscipline die gevoelig is voor dopinggebruik buiten wedstrijdverband. De elitesporters uit categorie A, B, C en D kunnen verplicht worden verblijfsgegevens in te dienen voor een andere ADO. In geen geval zal de voormelde elitesporter echter verplicht worden om verblijfsgegevens in te dienen voor meer dan één ADO. § 3. In akkoord met een andere ADO of bij beslissing van de Raad vermeld in artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 9 december 2011, goedgekeurd bij decreet van 9 maart 2012, kan NADO Vlaanderen het beheer van de verblijfsgegevens van een elitesporter toegewezen krijgen of overdragen, op voorwaarde dat ze toegang krijgt of blijft hebben tot die verblijfsgegevens.

NADO Vlaanderen kan naast de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, elke elitesporter of, in overleg met de bevoegde sportvereniging, elke breedtesporter, die woont binnen het Nederlandse taalgebied, van wie de prestaties er plots en opmerkelijk op vooruitgaan, of tegen wie ernstige aanwijzingen van een dopingpraktijk bestaan, verplichten om gedurende een door NADO Vlaanderen te bepalen periode dezelfde verplichtingen voor de verblijfsgegevens na te leven als de elitesporters van categorie A.".

Art. 26.In artikel 21 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden punt 7° en 8° vervangen door wat volgt: "7° een eventuele handicap die de monsterneming kan beïnvloeden; 8° de overnachtingsplaatsen en het uur en de locatie van de trainingen en wedstrijden tijdens het toekomstige kwartaal, of andere regelmatige activiteiten als de sporter tijdelijk niet traint;"; 2° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt: "9° een plaats waar tijdens een dagelijkse periode van zestig minuten de sporter onmiddellijk bereikbaar en beschikbaar is voor een onaangekondigde dopingtest.Dat is een dopingtest die plaatsvindt zonder dat de sporter daarvan vooraf op de hoogte is gebracht, en waarbij de sporter voortdurend door een controleur wordt vergezeld vanaf het moment van de aankondiging tot het monster wordt afgenomen."; 3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "controle" vervangen door het woord "dopingtest";4° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De bepalingen in deze paragraaf zijn niet van toepassing als de elitesporter van categorie A is opgenomen in de doelgroep van een andere ADO en NADO Vlaanderen het beheer van zijn verblijfsgegevens heeft toevertrouwd aan die andere ADO.In dat geval dient de elitesporter van categorie A alleen de verblijfsgegevens in die de ADO die zijn verblijfsgegevens beheert, vereist."; 5° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de NADO" telkens vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen" en wordt het woord "controle" telkens vervangen door het woord "dopingtest";6° aan paragraaf 2 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De bepalingen in deze paragraaf zijn niet van toepassing als de elitesporter van categorie B is opgenomen in de doelgroep van een andere ADO en NADO Vlaanderen het beheer van zijn verblijfsgegevens heeft toevertrouwd aan die andere ADO.In dat geval dient de elitesporter van categorie B alleen de verblijfsgegevens in die de ADO die zijn verblijfsgegevens beheert, vereist."; 7° in paragraaf 3 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "Elitesporters van categorie C moeten alle ploegactiviteiten, waaronder wedstrijden en trainingen, en hun gewoonlijke verblijfplaats meedelen.Ze kunnen een ploegverantwoordelijke aanwijzen om die gegevens en de geactualiseerde spelerslijst voor hen in te dienen."; 8° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "Als de verblijfsgegevens, vermeld in het eerste lid, niet correct worden ingediend, kan NADO Vlaanderen beslissen dat een of meer elitesporters van categorie C gedurende zes maanden dezelfde verplichtingen voor de verblijfsgegevens moeten naleven als de elitesporters van categorie A of B."; 9° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "controle" telkens vervangen door het woord "dopingtest" en worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen";10° aan paragraaf 3 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De bepalingen in deze paragraaf zijn niet van toepassing als de elitesporter van categorie C is opgenomen in de doelgroep van een andere ADO en NADO Vlaanderen het beheer van zijn verblijfsgegevens heeft toevertrouwd aan die andere ADO.In dat geval dient de elitesporter van categorie C alleen de verblijfsgegevens in die de ADO die zijn verblijfsgegevens beheert, vereist."; 11° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt: " § 4.Als een elitesporter van categorie A, B of C zich terugtrekt uit de sport, maar later weer aan wedstrijden op nationaal of internationaal niveau wil deelnemen, kan hij pas weer competitiegerechtigd worden in nationale en internationale wedstrijden nadat hij NADO Vlaanderen, zijn federatie, zijn internationale federatie en het WADA zes maanden vooraf schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van zijn terugkeer. Het WADA kan, in overleg met de bevoegde internationale federatie en de NADO, hier een uitzondering op toestaan voor elitesporters van categorie A als de strikte toepassing van deze regel onbillijk zou zijn voor de sporter. Voor elitesporters van categorie B en C kan NADO Vlaanderen die uitzondering toestaan om dezelfde reden.

Als een elitesporter als vermeld in het eerste lid, zich tijdens een periode van uitsluiting van deelname aan wedstrijden terugtrekt uit de sport, maar later weer aan wedstrijden op nationaal of internationaal niveau wil deelnemen, kan hij pas weer competitiegerechtigd worden in nationale en internationale wedstrijden nadat hij NADO Vlaanderen, zijn federatie, zijn internationale federatie en het WADA zes maanden, of een periode die gelijk is aan het resterende deel van zijn uitsluiting als die langer is dan zes maanden, vooraf schriftelijk op de hoogte heeft gebracht van zijn terugkeer.

Vanaf de ontvangst van de schriftelijke mededeling, vermeld in het eerste en tweede lid, kan NADO Vlaanderen de elitesporter, vermeld in het eerste en tweede lid, verplichten zijn verblijfsgegevens in te dienen conform de categorie waartoe hij behoorde op het ogenblik van zijn terugtrekking uit de sport."; 12° paragraaf 5 wordt opgeheven.

Art. 27.In artikel 22 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "de NADO" telkens vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen" en wordt het woord "dopingcontroles" vervangen door het woord "controles";2° in paragraaf 2 wordt het woord "elitesporter" vervangen door het woord "sporter" en wordt het woord "dopingcontroles" vervangen door het woord "dopingtests"; 3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "om dopingcontroles te plannen, te coördineren en uit te voeren" vervangen door de woorden " voor het plannen, coördineren en uitvoeren van dopingcontroles, het verschaffen van pertinente informatie voor het biologisch paspoort of voor andere resultaten van analyses, het bijdragen tot een onderzoek naar een mogelijke overtreding inzake dopingpraktijken of het bijdragen tot procedures voor de vervolging van dergelijke overtredingen." en worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen"; 4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "elitesporters" vervangen door het woord "sporters".

Art. 28.In artikel 23 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen", en worden tussen de woorden "ontvangst van een tegenbericht" en de zinsnede ", telkens" de woorden "of de mededeling van de sporter aan NADO Vlaanderen dat hij stopt met competitiesport" ingevoegd;2° in het tweede lid worden de woorden "op de door de regering te bepalen wijze binnen veertien dagen" opgeheven;3° in het tweede lid worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen".

Art. 29.In titel 6 van hetzelfde decreet wordt voor hoofdstuk 1, dat hoofdstuk 1/2 wordt, een nieuw hoofdstuk 1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 1. Algemeen".

Art. 30.In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 29, een artikel 23/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 23/1.§ 1. Mogelijke dopingpraktijken van breedtesporters als vermeld in artikel 30, worden vervolgd door NADO Vlaanderen, voor de disciplinaire organen, vermeld in artikel 28 en 29.

Mogelijke dopingpraktijken door elitesporters en begeleiders worden vervolgd door de ADO die de organisator en coördinator was van de dopingcontrole, het biologisch paspoort of de verblijfsgegevens beheert, of die de betrokkene de eerste kennisgeving verstuurde van een onderzoek naar een niet-analytische dopingpraktijk.

In afwijking van het tweede lid is de federatie waarbij de elitesporter of begeleider aangesloten was op het ogenblik van de inbreuk, echter bevoegd voor de vervolging, voor haar disciplinaire orgaan, als NADO Vlaanderen de organisator en coördinator was van de dopingcontrole, het biologisch paspoort of de verblijfsgegevens beheert of de betrokkene de eerste kennisgeving verstuurde van een onderzoek naar een niet-analytische dopingpraktijk. De opvolging van een mogelijk aangifteverzuim of gemiste test gebeurt door de ADO die de verblijfsgegevens beheert van de sporter in kwestie.

Als NADO Vlaanderen ervoor kiest om extra monsters te verzamelen als vermeld in artikel 15, § 2, zevende lid, wordt ze beschouwd als de ADO die de organisator en coördinator was van de dopingcontrole. Als NADO Vlaanderen het laboratorium alleen opdracht geeft om op kosten van NADO Vlaanderen bijkomende soorten analyses uit te voeren, wordt de internationale federatie of de organisator van het groot evenement beschouwd als de ADO die de monstername heeft georganiseerd en gecoördineerd.

Als geen enkele ADO zich bevoegd acht voor de vervolging van een mogelijke dopingpraktijk, kan de internationale federatie de bevoegde ADO aanwijzen.

Als tussen ADO's een geschil ontstaat over wie verantwoordelijk is voor de vervolging van een dopingpraktijk, zal, overeenkomstig artikel 7.1 van de Code, het WADA beslissen. Tegen de beslissing van het WADA kan binnen zeven dagen na de kennisgeving beroep ingesteld worden bij het TAS. Als een sporter of begeleider zich terugtrekt uit de sport terwijl een onderzoek naar een mogelijke overtreding van de antidopingregels hangende is, behoudt de op dat moment bevoegde ADO de bevoegdheid om het onderzoek af te ronden en een uitspraak te doen.

Er kan alleen een disciplinaire procedure worden ingesteld tegen een sporter of begeleider wegens dopingpraktijken als die sporter of begeleider conform de Code op de hoogte is gebracht, of als redelijke pogingen zijn ondernomen om hem op de hoogte te brengen, van de beweerde dopingpraktijk binnen tien jaar na de vermeende datum waarop de overtreding is gepleegd. § 2. Een sporter of begeleider heeft de volgende status tijdens de uitsluiting: 1° een sporter of begeleider die uitgesloten is van deelname aan sportactiviteiten, mag, gedurende de periode van uitsluiting, in geen enkele hoedanigheid deelnemen aan een wedstrijd of sportactiviteit. Een sporter of begeleider die uitgesloten is voor een periode van meer dan vier jaar, mag, na het uitzitten van een periode van vier jaar uitsluiting, als sporter deelnemen aan lokale sportactiviteiten die niet onder de verantwoordelijkheid van een ondertekenaar of lid van een ondertekenaar van de Code vallen, op voorwaarde dat de lokale sportactiviteit niet toelaat om zich te kwalificeren of punten te verzamelen om deel te nemen aan een nationaal kampioenschap of internationale sportactiviteit, en niet inhoudt dat de sporter of begeleider in om het even welke hoedanigheid werkt met minderjarigen.

Een sporter die een periode van uitsluiting uitzit, moet zich onderwerpen aan eventuele dopingtests. Aan een begeleider die een sporter of begeleider helpt bij het overtreden van het verbod van deelname tijdens uitsluiting, kan de ADO die bevoegdheid bezit over de begeleider, sancties opleggen op grond van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 9°. Bij elke dopingovertreding waarvoor geen verminderde sanctie op grond van afwezigheid van schuld of significante schuld wordt opgelegd, wordt overeenkomstig artikel 10.12.4 van de Code de sportgerelateerde steun die de sporter of begeleider ontvangt, geheel of gedeeltelijk ingehouden door de overheden, ondertekenaars of leden van ondertekenaars van de Code; 2° in afwijking van punt 1° mag een sporter opnieuw trainen in groep of in een club tijdens de laatste twee maanden van zijn uitsluiting of, als die periode korter is, tijdens het laatste kwart van zijn periode van uitsluiting;3° als een sporter of begeleider aan wie een periode van uitsluiting is opgelegd, het verbod op deelname aan sportactiviteiten, vermeld in punt 1° overtreedt, worden de resultaten gediskwalificeerd en begint de oorspronkelijk opgelegde uitsluitingsperiode opnieuw te lopen vanaf het einde van de oorspronkelijk opgelegde uitsluitingsperiode.De nieuwe uitsluitingsperiode kan aangepast worden afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of begeleider en de omstandigheden van de zaak. De beslissing of een sporter of begeleider de opgelegde straf heeft nageleefd en of een aanpassing aangewezen is, komt toe aan het disciplinaire orgaan dat de sanctie heeft opgelegd.".

Art. 31.In titel 6 van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 1/1. Voorlopige schorsingen".

Art. 32.In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk 1/1, ingevoegd bij artikel 31, een artikel 23/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 23/2.De federatie legt wat betreft haar elitesporters, en NADO Vlaanderen legt wat betreft breedtesporters, bij wijze van preventieve maatregel, de sporter prompt een voorlopige schorsing op als in het kader van een dopingtest van die sporter de analyse van een monster resulteert in de vaststelling van een afwijkend analyseresultaat voor een verboden stof die geen specifieke stof is of in de vaststelling van een verboden methode, en onderzoek door de opdrachtgever van de dopingtest de volgende twee feiten aantoont: 1° er is geen TTN verleend of er kan geen TTN verleend worden om de verboden stof of methode rechtmatig te gebruiken;2° er is geen kennelijke afwijking van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken of de Internationale Standaard voor Laboratoria, die de oorzaak is van het afwijkende analyseresultaat. De federatie, wat betreft haar elitesporters, en NADO Vlaanderen, wat betreft breedtesporters, kunnen een sporter ook een voorlopige schorsing opleggen voor andere mogelijke dopingpraktijken dan degene vermeld in het eerste lid.

Een voorlopige schorsing kan slechts worden opgelegd nadat de sporter, het WADA, de federatie, NADO Vlaanderen en de internationale federatie door de federatie of NADO Vlaanderen in kennis zijn gesteld van de feiten op grond waarvan de sporter verdacht wordt van een dopingpraktijk en na het onderzoek vermeld in het eerste lid.

Er mag bovendien slechts een voorlopige schorsing worden opgelegd indien de sporter de mogelijkheid is geboden: a) van een voorlopige hoorzitting hetzij vóór het opleggen van de voorlopige schorsing, hetzij tijdig na het opleggen van de voorlopige schorsing;ofwel b) van een versnelde hoorzitting ten gronde tijdig na het opleggen van een voorlopige schorsing. De sporter kan bij de instantie die hem de voorlopige schorsing heeft opgelegd of kan opleggen, een voorlopige hoorzitting vragen.

Een voorlopige schorsing kan opgeheven of dient niet opgelegd te worden als de sporter kan aantonen dat ofwel: a) er sterke aanwijzingen zijn dat hem geen schuld of nalatigheid te verwijten valt, waardoor hem waarschijnlijk uiteindelijk geen uitsluiting van sportactiviteiten zal opgelegd worden;b) de beschuldiging van een dopingpraktijk geen redelijke kans op slagen heeft, bijvoorbeeld wegens een duidelijke fout in de zaak tegen de sporter;c) de vermoedelijke dopingpraktijk waarschijnlijk te wijten is aan een besmet product;d) er andere feiten zijn die een voorlopige schorsing in de gegeven omstandigheden onbillijk zouden maken. Een voorlopige schorsing als vermeld in het eerste lid wordt onmiddellijk opgeheven als de analyse van het B-monster de analyse van het A-monster niet bevestigt.

Elke beslissing over een voorlopige schorsing wordt door de bevoegde instantie meegedeeld aan: 1° de sporter;2° de federatie;3° de internationale federatie;4° de NADO van het land waarin de sporter woont of van zijn nationaliteit;5° het Internationaal Olympisch Comité (IOC) of het Internationaal Paralympisch Comité (IPC), indien van toepassing, als de uitspraak een effect kan hebben op de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen, waaronder uitspraken die een invloed hebben op de bevoegdheid tot deelname aan de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen;6° het WADA. Al de partijen, vermeld in het achtste lid, kunnen tegen de beslissing, of het gebrek aan een beslissing binnen een redelijke termijn, beroep aantekenen. Tegen de beslissing inzake een elitesporter kan beroep aangetekend worden bij het TAS, tegen de beslissing inzake een breedtesporter kan beroep aangetekend worden bij de disciplinaire commissie vermeld in artikel 28.

Tegen de beslissing om een voorlopige schorsing op te leggen of niet op te heffen nadat de sporter aanvoerde dat de inbreuk waarschijnlijk te wijten is aan een besmet product, kan overeenkomstig artikel 7.9.1 van de Code echter geen beroep ingesteld worden bij het TAS of de disciplinaire commissie vermeld in artikel 28.

In alle gevallen waarin de sporter op de hoogte is gebracht van een mogelijke dopingpraktijk die niet resulteert in een voorlopige schorsing, zal de sporter door de vervolgende instantie overeenkomstig artikel 7.3 van de Code de mogelijkheid worden geboden om een voorlopige schorsing te aanvaarden in afwachting van de beslechting van zijn zaak ten gronde.

De duur van een voorlopige schorsing wordt afgetrokken van een eventuele uitsluitingsperiode die uiteindelijk aan de sporter wordt opgelegd of door hem wordt aanvaard.".

Art. 33.Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 24.§ 1. De federaties zijn onderworpen aan de Code, de Internationale Standaarden en de antidopingregels van de internationale sportfederaties waartoe ze behoren.

De federaties zijn verantwoordelijk voor de vervolging en disciplinaire bestraffing van de overtreding inzake dopingpraktijken, gepleegd door de elitesporters die bij hen aangesloten zijn of die bij hen aangesloten waren op het ogenblik van de overtreding.

Elke elitesporter die ervan wordt beschuldigd een dopingpraktijk te hebben gepleegd, heeft recht op een eerlijk proces, dat op zijn minst een hoorzitting inhoudt binnen een redelijke termijn door een onpartijdige commissie die binnen een redelijke termijn een gemotiveerd oordeel velt.

Van het recht op een hoorzitting kan door de sporter expliciet of impliciet afstand worden gedaan door de beschuldiging niet te betwisten binnen de termijn, opgegeven in het tuchtreglement van de federatie.

De zaak kan, mits het akkoord van alle partijen die overeenkomstig artikel 13.2.3 van de Code beroep kunnen aantekenen, overeenkomstig artikel 8.5 van de Code ook onmiddellijk gehoord worden door het TAS, zonder voorafgaande disciplinaire procedure op nationaal niveau. § 2. De federaties delen elke disciplinaire uitspraak over de bij hen aangesloten elitesporters binnen vijf werkdagen mee aan de betrokken elitesporter, de andere partij in de zaak waarin de uitspraak is gedaan, de internationale federatie, het IOC of het IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, aan de NADO van de woonplaats van de sporter, het WADA en NADO Vlaanderen.

De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, omvat de beslissing, de motivering, in voorkomend geval de reden waarom de maximumsanctie niet is opgelegd, en een korte samenvatting in het Engels of in het Frans.

Al de partijen, vermeld in het eerste lid, kunnen tegen de beslissing, vermeld in het eerste lid, overeenkomstig artikel 13.2.3 van de Code beroep aantekenen bij een beroepsinstantie op nationaal niveau of het TAS. Bij gebrek aan een beslissing als vermeld in het eerste lid, binnen een redelijke termijn, kan het WADA overeenkomstig artikel 13.3 van de Code beroep aantekenen bij het TAS.".

Art. 34.Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 25.De federaties zijn bevoegd voor de vervolging en disciplinaire bestraffing van de overtreding inzake dopingpraktijken, gepleegd door begeleiders die hetzij lid zijn van de federatie, hetzij een contractuele band hebben met de federatie, hetzij een contractuele band hebben met een sporter die lid is van de federatie.

Elke begeleider die ervan wordt beschuldigd een dopingpraktijk te hebben gepleegd, heeft recht op een eerlijk proces, dat op zijn minst een hoorzitting inhoudt binnen een redelijke termijn door een onpartijdige commissie, die binnen een redelijke termijn een gemotiveerd oordeel velt.

Van het recht op een hoorzitting, vermeld in het derde lid, kan door de begeleider expliciet of impliciet afstand worden gedaan door de beschuldiging niet te betwisten binnen de termijn, opgegeven in het tuchtreglement van de federatie.

De zaak kan, mits het akkoord van alle partijen die overeenkomstig artikel 13.2.3 van de Code beroep zouden kunnen aantekenen, overeenkomstig artikel 8.5 van de Code ook onmiddellijk gehoord worden door het TAS, zonder voorafgaande disciplinaire procedure op nationaal niveau.

De federaties delen elke disciplinaire uitspraak over de betrokken begeleider binnen vijf werkdagen mee aan de begeleider, de andere partij in de zaak waarin uitspraak is gedaan, de internationale federatie, NADO Vlaanderen, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, aan het WADA en de NADO van de woonplaats van de begeleider.

De kennisgeving, vermeld in het vijfde lid, omvat de beslissing, de motivering, in voorkomend geval de reden waarom de maximumsanctie niet is opgelegd, en een korte samenvatting in het Engels of in het Frans.

Al de partijen, vermeld in het vijfde lid, kunnen overeenkomstig artikel 13.2.3 van de Code tegen de beslissing van de federatie, beroep aantekenen bij een beroepsinstantie op nationaal niveau of het TAS.".

Art. 35.In titel 6 van hetzelfde decreet wordt in het opschrift van hoofdstuk 3 het woord "niet-elitesporters" vervangen door het woord "breedtesporters".

Art. 36.Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 37.In titel 6, hoofdstuk 3, van hetzelfde decreet wordt afdeling 1, die bestaat uit artikel 27, opgeheven.

Art. 38.In artikel 28 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen" en wordt het woord "niet-elitesporters" vervangen door het woord "breedtesporters en hun begeleiders";2° in paragraaf 2 wordt het woord "niet-elitesporters" vervangen door het woord "breedtesporters en hun begeleiders".

Art. 39.In artikel 29, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen" en wordt het woord "niet-elitesporters" vervangen door het woord "breedtesporters en hun begeleiders".

Art. 40.In artikel 30 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt: "1° de overtreding inzake dopingpraktijken door de breedtesporter begaan binnen het Nederlandse taalgebied;"; 2° punt 2° wordt geschrapt; 3° punt 3° wordt vervangen door het volgende: "3° de overtreding inzake dopingpraktijken door de breedtesporter begaan buiten het Nederlandse taalgebied, als de disciplinaire bestraffing van de breedtesporter ingevolge de plaatselijke wetgeving of de in concreto van toepassing zijnde reglementering toevertrouwd wordt aan NADO Vlaanderen, een in het Nederlandse taalgebied gevestigde sportvereniging of federatie of een in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gevestigde sportvereniging of federatie die wegens haar organisatie moet beschouwd worden als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap;"; 4° er wordt een punt 5° toegevoegd dat luidt als volgt: "5° het beroep tegen een door NADO Vlaanderen opgelegde voorlopige schorsing.".

Art. 41.In artikel 31 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen";2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 42.In artikel 33 van hetzelfde decreet worden in de vierde paragraaf, 3° en 6°, de woorden "de NADO" vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen".

Art. 43.In artikel 34 van hetzelfde decreet worden het tweede en het derde lid vervangen door wat volgt: "De beslissing wordt uitgesproken door de voorzitter, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen veertien dagen die volgen op de zitting waarop de debatten gesloten zijn verklaard. Een afschrift van de beslissing wordt binnen zeven dagen met een aangetekende brief naar de sporter en, in voorkomend geval, naar de ouders, de voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, gestuurd, alsook naar NADO Vlaanderen, de NADO van de woonplaats van de sporter, zijn federatie, de internationale federatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, en naar het WADA. De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, omvat de beslissing, de motivering, in voorkomend geval de reden waarom de maximumsanctie niet is opgelegd, en een korte samenvatting in het Engels of in het Frans.".

Art. 44.In artikel 35, § 1, van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "Tegen een beslissing die bij verstek is genomen, kunnen de sporter of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook NADO Vlaanderen, de NADO van de woonplaats van de sporter, zijn federatie, de internationale federatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, en het WADA verzet aantekenen met een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de disciplinaire commissie.".

Art. 45.Artikel 36 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 36.De disciplinaire raad neemt kennis van het hoger beroep dat door de sporter of, in voorkomend geval, door zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, of door NADO Vlaanderen, de NADO van de woonplaats van de sporter, het WADA of zijn federatie of internationale federatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, kan worden ingesteld tegen de beslissingen die op grond van artikel 30, 1°, 2°, 3° of 4°, door de disciplinaire commissie zijn genomen.

Het instellen van het hoger beroep tegen de beslissing van de disciplinaire commissie schorst de beslissing van de disciplinaire commissie niet, tenzij nadat de disciplinaire raad dat heeft bevolen.".

Art. 46.In artikel 37 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "als de beslissing bij verstek is genomen" vervangen door de zinsnede "als de beslissing bij verstek van een van de partijen, vermeld in artikel 34, is genomen";2° in het tweede lid wordt de zinsnede "artikel 34, derde lid" vervangen door de zinsnede "artikel 34";3° in het derde lid wordt de zinsnede "betrokken sporter, of in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook de NADO, het WADA en de bevoegde nationale of internationale sportfederatie" vervangen door de zinsnede "andere partijen, vermeld in artikel 34,".

Art. 47.In artikel 39, eerste en tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de NADO, het WADA en de bevoegde nationale of internationale sportfederatie" vervangen door de zinsnede "de NADO van de woonplaats van de sporter, het IOC of het IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, het WADA en de bevoegde federatie en de internationale federatie".

Art. 48.Artikel 40 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 49.In artikel 41 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt: "3° als de overtreding verband houdt met een dopingtest binnen wedstrijdverband in een individuele sport, de diskwalificatie uitspreken van het resultaat van de sporter, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke."; 2° in paragraaf 1, vijfde lid, wordt het woord " "dopingcontrole" vervangen door het woord "dopingtest";3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt: " § 4.NADO Vlaanderen deelt de aan de sporter opgelegde sanctie van uitsluiting, nadat die definitief geworden is, mee aan de sporter, de federatie, de NADO van de woonplaats van de sporter, de internationale federatie, het IOC of het IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, en aan het WADA."; 4° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "een ambtenaar, vermeld in artikel 44," vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen", en worden de woorden "opnieuw van het begin aanvangen" vervangen door de woorden "opnieuw aanvangen na het einde ervan"; 5° aan paragraaf 5 wordt de zin "De regering kan nadere regels vastleggen." toegevoegd.

Art. 50.Artikel 42 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 42.§ 1. Bij een eerste overtreding, wordt de uitsluiting van de sporter als volgt bepaald: 1° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 1°, 2° of 6° : a) vier jaar uitsluiting als het opzettelijk was, tenzij paragraaf 6 van toepassing is;b) twee jaar uitsluiting als het niet opzettelijk was, tenzij paragraaf 4, 5 of 6 van toepassing is. Als de dopingpraktijk verband houdt met een specifieke stof, dient het bewijs van het opzettelijk karakter geleverd te worden door NADO Vlaanderen.

Als de dopingpraktijk verband houdt met een niet-specifieke stof, dient het bewijs van het niet-opzettelijk karakter geleverd te worden door de sporter; 2° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 3° : a) vier jaar uitsluiting, tenzij paragraaf 4, 5, of 6 van toepassing is;b) twee jaar uitsluiting indien de sporter heeft verzuimd zich aan een monstername te onderwerpen en kan aantonen dat het niet opzettelijk was, tenzij paragraaf 4, 5 of 6 van toepassing is;3° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 4° : twee jaar uitsluiting, behoudens verkorting tot minimum één jaar, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter, tenzij paragraaf 6 van toepassing is. De verkorting tot minimum één jaar is niet mogelijk als de sporter zijn verblijfsgegevens herhaaldelijk op het laatste moment heeft gewijzigd of andere handelingen heeft gesteld die een ernstig vermoeden doen rijzen dat de sporter heeft trachten te vermijden om voor een dopingtest beschikbaar te zijn; 4° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 5° : vier jaar uitsluiting, tenzij paragraaf 6 van toepassing is;5° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 7° : minimaal vier jaar en maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de inbreuk, tenzij paragraaf 6 van toepassing is.Een inbreuk waarbij een minderjarige betrokken is, wordt als een bijzonder ernstige overtreding beschouwd; 6° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 8° : minimaal vier jaar en maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de inbreuk, tenzij paragraaf 6 van toepassing is.Een inbreuk waarbij een minderjarige betrokken is, wordt als een bijzonder ernstige overtreding beschouwd; 7° voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 10° : twee jaar, behoudens een vermindering tot minimum één jaar, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter en de andere omstandigheden van het geval, tenzij paragraaf 6 van toepassing is. § 2. Bij een tweede overtreding, wordt de uitsluiting van de sporter als volgt bepaald: met behoud van de toepassing van paragraaf 8, de langste van de volgende perioden: a) zes maanden;b) de helft van de uitsluitingsperiode die voor de eerste overtreding werd opgelegd, zonder eventuele toepassing van paragraaf 6;c) twee keer de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is op de tweede overtreding als die beschouwd zou worden als een eerste overtreding, zonder toepassing van paragraaf 6. De uitsluitingsperiode bepaald zoals hierboven mag dan verder verminderd worden door toepassing van paragraaf 6. § 3. Bij een derde overtreding, wordt de uitsluiting van de sporter als volgt bepaald.

Met behoud van de toepassing van paragraaf 8, levenslange schorsing, tenzij in één van de volgende gevallen: a) de derde dopingpraktijk de voorwaarden vervult van opheffing of vermindering van de uitsluitingsperiode van paragraaf 4 of paragraaf 5;b) het een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 4°, betreft. In deze gevallen wordt de uitsluitingsperiode verminderd van acht jaar tot levenslang. § 4. Als de sporter kan aantonen dat hem geen schuld of nalatigheid te verwijten valt, vervalt de periode van uitsluiting.

Deze paragraaf is alleen van toepassing op de oplegging van sancties, en dus niet op de bepaling of al dan niet een dopingpraktijk is begaan. Het is alleen van toepassing in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld indien een sporter zou kunnen bewijzen dat hij of zij, ondanks alle genomen voorzorgen, door een tegenstrever is gesaboteerd.

Deze paragraaf kan niet toegepast worden in de voorbeelden opgesomd onder paragraaf 5, waarbij een verminderde sanctie wegens geen significante schuld of nalatigheid kan opgelegd worden. § 5. Als de sporter kan aantonen dat hem geen significante fout of nalatigheid te verwijten valt, wordt de periode van uitsluiting afhankelijk van de dopingpraktijk verminderd als volgt : 1° als de dopingpraktijk vermeld in artikel 3, 1°, 2° of 6°, betrekking heeft op een specifieke stof: minstens een berisping en maximum twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter;2° als de sporter kan aantonen dat de dopingpraktijk vermeld in artikel 3, 1°, 2° of 6°, afkomstig is van een besmet product : minstens een berisping en maximum twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter.Bij de beoordeling van de schuldgraad van de sporter zou het bijvoorbeeld gunstig zijn voor de sporter als hij of zij het product waarvan later werd vastgesteld dat het besmet was, had vermeld op zijn of haar dopingcontroleformulier; 3° in andere gevallen dan vermeld in 1° en 2°, kan de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode, met behoud van eventuele verdere vermindering op grond van paragraaf 6, worden verkort op basis van de schuldgraad van de sporter, maar de verkorte uitsluitingsperiode mag niet korter zijn dan de helft van de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode. Indien de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode levenslang is, mag de overeenkomstig punt 3° verkorte periode niet minder dan acht jaar bedragen.

Afhankelijk van de unieke feiten van een bepaald geval, kunnen de volgende voorbeelden resulteren in een verminderde sanctie wegens gebrek aan significante schuld of nalatigheid : a) een positieve controle als gevolg van de inname van een verkeerd gelabeld of verontreinigd vitamine- of voedingssupplement;b) de toediening van een verboden stof door de persoonlijke arts of trainer van de sporter zonder dit aan de sporter te hebben gemeld;c) sabotage van voeding of drank van een sporter door een echtgenoot/echtgenote, coach of andere begeleider die tot de entourage van de sporter behoort. § 6. Andere redenen om de periode van uitsluiting te doen vervallen of verminderen: 1° indien de sporter de NADO, een strafrechtelijke instantie of tuchtorgaan na een uitspraak in eerste aanleg, substantiële hulp heeft geboden bij het ontdekken of vaststellen van een dopingpraktijk van een andere persoon, kan de NADO tot drie kwart van zijn uitsluiting opschorten, afhankelijk van het belang van zijn hulp en de ernst van zijn eigen dopingpraktijk.In uitzonderlijke omstandigheden kan WADA de uitsluiting zelfs volledig opschorten. De regering legt de nadere regels vast conform de Code; 2° als een sporter vrijwillig een dopingpraktijk bekent vóór hem een monsterneming wordt aangekondigd die een dopingpraktijk zou kunnen aantonen of, als het een andere dopingpraktijk betreft dan vermeld in artikel 3, 1°, voor hij de eerste kennisgeving van de toegegeven overtreding ontvangt en die bekentenis het enige betrouwbare bewijs is van de overtreding op het ogenblik van de bekentenis, kan zijn uitsluitingsperiode worden verminderd tot de helft van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is. Deze bepaling is van toepassing wanneer een sporter uit eigen beweging een dopingpraktijk bekent in omstandigheden waarbij geen enkele antidopingorganisatie er zich van bewust is dat mogelijk een dopingpraktijk is begaan en is niet van toepassing op situaties waarbij de bekentenis plaatsvindt nadat de sporter denkt dat hij of zij zal worden betrapt.

De mate waarin de uitsluitingsperiode wordt verkort, moet gebaseerd zijn op de kans dat de sporter zou zijn betrapt indien hij of zij zich niet vrijwillig had aangegeven; 3° een sporter die een uitsluiting van vier jaar riskeert wegens een eerste overtreding van artikel 3, 1°, 2°, 4°, 5° of 6°, kan, door de dopingpraktijk waarvan hij wordt beschuldigd onmiddellijk te bekennen na te zijn geconfronteerd door NADO Vlaanderen en ook na goedkeuring en naar goeddunken van zowel het WADA als NADO Vlaanderen, een verkorting van de uitsluitingsperiode tot minimaal twee jaar krijgen, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de schuldgraad van de sporter. § 7. Als een sporter aanspraak kan maken op vermindering van sanctie op meer dan één grond vermeld in paragraaf 4, 5 of 6, geldt dat voor een vermindering of schorsing op basis van paragraaf 6, wordt toegepast, de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is, moet worden bepaald in overeenstemming met de vorige paragrafen. Als de sporter aanspraak maakt op een vermindering of opschorting van de uitsluitingsperiode op basis van paragraaf 6, kan de uitsluitingsperiode worden verminderd of opgeschort, zonder ooit minder lang te zijn dan een vierde van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is. § 8. Als de periode van uitsluiting vervalt wegens afwezigheid van schuld of fout van de sporter, telt de overtreding niet mee voor het vaststellen van de periode van uitsluiting die geldt voor meervoudige overtredingen.

Om te worden bestraft wegens een tweede of derde overtreding, kan een dopingpraktijk alleen als een tweede overtreding worden beschouwd als wordt aangetoond dat de sporter de tweede dopingpraktijk heeft begaan nadat hij op de hoogte was gebracht van de eerste overtreding, of nadat de opdrachtgever redelijke inspanningen heeft geleverd om hem op de hoogte te brengen van de eerste overtreding. Als de opdrachtgever dat niet kan bewijzen, worden de overtredingen samen als één enkele eerste overtreding beschouwd en zal de opgelegde sanctie gebaseerd zijn op de overtreding waarop de strengere sanctie staat.

Als na de bestraffing van een eerste overtreding feiten worden ontdekt met betrekking tot een dopingpraktijk van de sporter die zich hebben voorgedaan vóór de kennisgeving met betrekking tot de eerste overtreding, wordt een aanvullende sanctie opgelegd op basis van de sanctie die had kunnen worden opgelegd als tegelijkertijd uitspraak was gedaan over beide overtredingen.

Voor de toepassing van paragraaf 2 of 3 moeten alle overtredingen plaatsvinden binnen dezelfde periode van tien jaar om als meervoudige overtredingen beschouwd te worden.".

Art. 51.In titel 7 van hetzelfde decreet wordt in het opschrift van hoofdstuk 1 het woord "controles" vervangen door het woord "dopingtests".

Art. 52.Artikel 43 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 43.De voorlopige schorsingen en disciplinaire uitsluitingen van sporters en begeleiders worden voor de duur van de uitsluiting bekendgemaakt aan de sportverenigingen via de door de regering opgerichte en beveiligde communicatiekanalen, met het oog op het doen naleven van die uitsluiting en het houden van toezicht daarop. De bekendmaking omvat de voornaam, achternaam en geboortedatum van de betrokkene, de geschonden rechtsregel, het begin en het einde van de periode van uitsluiting en de sportdiscipline waarin de overtreding is vastgesteld.

De disciplinaire uitsluitingen van meerderjarige elitesporters en meerderjarige begeleiders van elitesporters worden daarenboven, overeenkomstig artikel 14.3 van de Code binnen twintig dagen nadat de sanctie definitief is geworden, bekendgemaakt op de website van NADO Vlaanderen, zolang de uitsluiting geldt of, als de uitsluiting minder dan één maand bedraagt, gedurende één maand. De bekendmaking omvat dezelfde gegevens als vermeld in het eerste lid. Een sanctie kan pas bekendgemaakt worden nadat de betrokkene zelf is ingelicht.

Een vrijspraak kan alleen worden bekendgemaakt met toestemming van de betrokkene.

NADO Vlaanderen en de sportverenigingen zullen de tuchtrechtelijke maatregelen die conform de Code zijn opgelegd door een bevoegde ADO, erkennen en overnemen.

Tegen de beslissing om een tuchtrechtelijke maatregel van een andere ADO niet te erkennen, kunnen overeenkomstig artikel 13.2 van de Code de sporter of begeleider, de federatie en de internationale federatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, de NADO van de woonplaats van de sporter of NADO van de woonplaats van de begeleider en het WADA in beroep gaan bij het TAS.".

Art. 53.In artikel 44 van het Antidopingdecreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de eerste paragraaf wordt het woord "ambtenaren" vervangen door "personeelsleden" en "artikel 24" vervangen door "artikel 23/2, 24";2° in de tweede paragraaf wordt het woord "ambtenaren" vervangen door "personeelsleden", het woord "niet-elitesporters" vervangen door "breedtesporters of hun begeleiders" en het woord "elitesporters" vervangen door "elitesporters of hun begeleiders".

Art. 54.Aan artikel 46, 1°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "en 10° " toegevoegd.

Art. 55.In artikel 48 van hetzelfde decreet worden de woorden "de NADO" telkens vervangen door de woorden "NADO Vlaanderen".

Art. 56.Aan artikel 70 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De disciplinaire maatregelen die uitgesproken zijn voor 1 januari 2015, maar waarbij de sporter of begeleider nog uitgesloten of geschorst is op 1 januari 2015, kunnen conform de nieuwe disciplinaire regels ingekort worden op verzoek van de sporter of begeleider. Dat verzoek moet gericht worden aan het disciplinaire orgaan dat de sanctie heeft uitgesproken, en moet plaatsvinden voor de periode van uitsluiting of schorsing verstreken is.".

Art. 57.Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 19 december 2014.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport, Ph. MUYTERS _______ Nota (1) Zitting 2014-2015 Stukken.Ontwerp van decreet : 161 - Nr. 1 Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 161 - Nr. 2 Handelingen. Bespreking en aanneming : Vergadering van 17 december 2014.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^