Decreet van 20 juli 2005
gepubliceerd op 06 september 2005
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet betreffende de subsidies voor de bevordering van het toerisme

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2005202177
pub.
06/09/2005
prom.
20/07/2005
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

20 JULI 2005. - Decreet betreffende de subsidies voor de bevordering van het toerisme (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Toepassingsveld

Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 127, § 1, ervan. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen

Art. 2.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° toeristische bezienswaardigheid : de plaats van bestemming, bestaande uit een geheel van geïntegreerde en duidelijk identificeerbare activiteiten en diensten, die op regelmatige wijze uitgebaat wordt als natuurlijke, culturele of recreatieve waardevolle kern en die aangelegd is met het doel toeristen, dagtoeristen en plaatselijke bezoekers zonder voorafgaandelijke reservering te ontvangen;2° toeristische trekpleister : plaats die internationale bekendheid geniet op toeristisch vlak. TITEL II. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Subsidies aan de toeristische instellingen

Art. 3.Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering aan de erkende provinciale federaties voor toerisme, huizen voor toerisme, diensten voor toerisme en VVV's een subsidie voor het voeren van acties of campagnes ter bevordering van het toerisme in hun respectievelijk gebied.

De subsidie van het Waalse Gewest heeft met name betrekking op : 1° het uitdenken, de verwezenlijking en het afdrukken van basisdragers ter verspreiding van de campagne;2° het uitdenken, de verwezenlijking of de reorganisatie van een internetsite volgens de modaliteiten omschreven door de Regering;3° de auteursrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de acties bedoeld onder 1° en 2°. De belasting op de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de aanvrager.

Art. 4.Van de uitgaven waarvoor een subsidie bedoeld in artikel 3 verleend kan worden, stelt de regering een nauwkeurige opgave vast. HOOFDSTUK II. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters

Art. 5.Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Regering tussenbeide komen in de uitgaven betreffende de verwezenlijking van acties of campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters.

De subsidie van het Waalse Gewest heeft met name betrekking op : 1° het uitdenken, de verwezenlijking en het afdrukken van basisdragers ter verspreiding van de campagne;2° het uitdenken, de verwezenlijking of de reorganisatie van een internetsite volgens de modaliteiten omschreven door de Regering;3° de auteursrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de acties bedoeld onder 1° en 2°. De belasting op de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de aanvrager.

Art. 6.Van de uitgaven waarvoor een subsidie bedoeld in artikel 5 verleend kan worden, stelt de regering een nauwkeurige opgave vast. HOOFDSTUK III. - De subsidies voor de verwezenlijking van acties of promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen

Art. 7.Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Regering tussenbeide komen in de uitgaven betreffende de verwezenlijking van acties of promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen.

De subsidie van het Waalse Gewest heeft met name betrekking op : 1° het uitdenken, de verwezenlijking en het afdrukken van basisdragers ter verspreiding van de campagne;2° het uitdenken, de verwezenlijking of de reorganisatie van een internetsite volgens de modaliteiten omschreven door de Regering;3° de auteursrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de acties bedoeld onder 1° en 2°. Onder gewestelijke toeristische vereniging wordt verstaan elke vereniging zonder winstoogmerk die aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° het promoten als maatschappelijk doel hebben van een toeristisch product dat overeenkomt met één van de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks worden bepaald door de Regering;2° houders van een vergunning als lid hebben die minstens 10 % van de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die in het Franse taalgebied gevestigd zijn, vertegenwoordigen, op voorwaarde dat deze inrichtingen over minstens drie provincies verspreid zijn en tot één van de volgende categorieën behoren : a) hotelverblijven;b) gastenkamers, landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad;c) gastenkamers op de hoeve en vakantiewoningen op de hoeve;d) toeristische kampeerterreinen;e) gemeubileerde vakantiewoningen;f) vakantiedorpen;3° als vereniging voor sociaal toerisme erkend zijn;4° een toeristisch product promoten dat op het grondgebied van minstens drie in het Waalse Gewest gelegen provincies voorkomt. De belasting op de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de vragende vereniging.

Art. 8.Van de uitgaven waarvoor een subsidie bedoeld in artikel 7 verleend kan worden, stelt de regering een nauwkeurige opgave vast. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden voor de toekenning van de subsidies Afdeling 1. - Subsidies aan de toeristische instellingen

Art. 9.De Regering kan een subsidie bedoeld in artikel 3 toekennen als : 1° de aanvrager een erkende provinciale federatie voor toerisme, een huis voor toerisme, een dienst voor toerisme of een VVV is;2° de actie of toeristische promotiecampagne in het algemeen beleid kadert dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;3° de actie of toeristische promotiecampagne coherent is met de acties en toeristische promotiecampagnes gevoerd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme en de Dienst voor de bevordering van het toerisme;4° de actie of toeristische promotiecampagne voor de bevordering zorgt van heel het geografisch gebied van de aanvrager of de geïntegreerde bevordering verzekert van meerdere toeristische trekpleisters of toeristische bezienswaardigheden die in het geografisch gebied van de aanvrager gevestigd zijn;5° de actie of toeristische promotiecampagne grotendeels gevoerd wordt in een geografisch gebied dat het gebied van de aanvrager overschrijdt;6° de aanvrager ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 19 voorlegt. Afdeling 2. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of

campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters

Art. 10.De Regering kan een subsidie bedoeld in artikel 5 toekennen als : 1° de aanvrager de beheerder of uitbater is van meerdere toeristische trekpleisters of toeristische bezienswaardigheden;2° de actie of toeristische promotiecampagne in het algemeen beleid kadert dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;3° de actie of toeristische promotiecampagne coherent is met de acties en campagnes gevoerd door het huis (de huizen) voor toerisme in het gebied waarvan de toeristische trekpleister of toeristische bezienswaardigheid gevestigd is;4° de actie of toeristische promotiecampagne grotendeels gevoerd wordt in een geografisch gebied dat het gebied overschrijdt van het huis (de huizen) voor toerisme in het gebied waarvan de toeristische trekpleister of toeristische bezienswaardigheid gevestigd is;5° de aanvrager ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 19 voorlegt. Afdeling 3. - De subsidies voor de verwezenlijking van acties of

promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen

Art. 11.De Regering kan een subsidie bedoeld in artikel 7 toekennen als : 1° de aanvrager een gewestelijke toeristische vereniging is;2° de actie of toeristische promotiecampagne in het algemeen beleid kadert dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;3° de actie of toeristische promotiecampagne coherent is met de acties of toeristische promotiecampagnes gevoerd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme en de Dienst voor de bevordering van het toerisme;4° de actie of toeristische promotiecampagne namelijk wordt uitgevoerd buiten het grondgebied van het Franse taalgebied van het Waalse Gewest;5° de aanvrager ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 19 voorlegt. Afdeling 4. - Gemeenschappelijke bepaling

Art. 12.Eenzelfde uitgave mag niet het voorwerp uitmaken van subsidies toegekend op grond van de artikelen 3, 5 of 7. HOOFDSTUK V. - Subsidiepercentage en -bedrag Afdeling 1. - Subsidies aan de toeristische instellingen

Art. 13.Het subsidiepercentage bedoeld in artikel 3 bedraagt 30 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.

Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of die minstens twee huizen voor toerisme verenigen, wordt het percentage van de subsidie op 50 % gebracht.

Art. 14.§ 1. Het bedrag van de subsidies die jaarlijks worden toegekend op grond van artikel 3 mag de volgende bedragen niet overschrijden : 1° 5.000 euro per VVV en per dienst voor toerisme; 2° 7.500 euro per provinciale federatie voor toerisme; 3° 20.000 euro per huis voor toerisme.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid, 3°, wordt verhoogd met : a) 500 euro per gemeente die lid is van het huis voor toerisme;b) 500 euro per toeristische bezienswaardigheid die op 1 januari die voorafgaat aan de aanvraag tot subsidiëring, gevestigd is op het gebied van het huis voor toerisme; c) 500 euro per schijf van 25.000 toeristische nachten in het gebied van het huis voor toerisme tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de aanvraag tot subsidiëring.

Het totaalbedrag van de aan een huis voor toerisme jaarlijks toegekende subsidies op grond van artikel 3, mag echter niet 75.000 euro overschrijden. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag krijgt, het subsidiebedrag voor de VVV, de dienst voor toerisme, het huis voor toerisme of de provinciale federatie voor toerisme vanaf 1 januari van het jaar van de aanvraag.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid van deze paragraaf niet overschrijden.

De subsidie mag bovendien het verschil tussen het totaalbedrag van de krachtens artikel 4 subsidieerbare uitgaven en de inkomsten die er rechtstreeks mee verbonden zijn, niet overschrijden. Deze inkomsten bestaan o.a. uit overheidshulp, het verkopen van commerciële en publicitaire ruimtes, sponsoring en mecenaat. § 3. De regering mag de bedragen bepaald in paragraaf 1 aanpassen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule : Bepaalde prijs in paragraaf 1 x Nieuwe index Aanvankelijke index, waarbij de aanvankelijke index, de index is van de maand van inwerkingtreding van dit decreet en de nieuwe index, de index van de maand waarop die inwerkingtreding verjaart.

In alle geval wordt het aangepaste bedrag afgerond naar de lagere eenheid, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50. Afdeling 2. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of

campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters

Art. 15.Het percentage van de subsidie bedoeld in artikel 5 bedraagt 20 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.

Het percentage van de subsidie bedoeld in het eerste lid wordt verhoogd met : 1° 10 % voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald;2° 10 % als de aanvrager houder is van een vergunning om de benaming "toeristische bezienswaardigheid" te gebruiken, voor zover deze bezienswaardigheid in haar rangschikking over minstens drie zonnen beschikt;3° 10 % als het gaat om acties of toeristische promotiecampagnes die betrekking hebben op minstens drie toeristische trekpleisters of toeristische bezienswaardigheden.

Art. 16.§ 1. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend voor de bevordering van een toeristische trekpleister of een toeristische bezienswaardigheid mag geen 100.000 euro per periode van drie jaar overschrijden, zelfs bij verandering van eigenaar, beheerder of exploitant. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag krijgt voor een toeristische trekpleister of een toeristische bezienswaardigheid, het de minimis-subsidiebedrag voor die toeristische trekpleister of toeristische bezienswaardigheid in de loop van de twee begrotingsjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de aangevraagde subsidie, indien toegekend, vastgelegd zou worden.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid niet overschrijden.

De subsidie mag bovendien het verschil tussen het totaalbedrag van de krachtens artikel 6 subsidieerbare uitgaven en de inkomsten die er rechtstreeks mee verbonden zijn, niet overschrijden. Deze inkomsten bestaan o.a. uit overheidshulp, het verkopen van commerciële en publicitaire ruimtes, sponsoring en mecenaat. § 3. Indien het bedrag van een subsidie het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 bereikt, kan er enkel een nieuwe subsidie worden toegekend op grond van een nieuwe aanvraag, die pas ingediend kan worden twee jaar na de vastlegging van de vorige subsidie. § 4. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het de minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening nr. 69/2001 van de Europese Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun. Afdeling 3. - De subsidies voor de verwezenlijking van acties of

promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen

Art. 17.Het percentage van de subsidie bedoeld in artikel 7 bedraagt 30 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.

Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald, wordt het percentage van de subsidie op 50 % gebracht.

Art. 18.§ 1. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend aan een gewestelijke toeristische vereniging mag geen 100.000 euro per periode van drie jaar overschrijden. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag krijgt voor de bevordering van een gewestelijke toeristische vereniging, het de minimis-subsidiebedrag voor die vereniging in de loop van de twee begrotingsjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de aangevraagde subsidie, indien toegekend, vastgelegd zou worden.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid niet overschrijden.

De subsidie mag bovendien het verschil tussen het totaalbedrag van de krachtens artikel 7 subsidieerbare uitgaven en de inkomsten die er rechtstreeks mee verbonden zijn, niet overschrijden. Deze inkomsten bestaan o.a. uit overheidshulp, het verkopen van commerciële en publicitaire ruimtes, sponsoring en mecenaat. § 3. Indien het bedrag van een subsidie het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 bereikt, kan er enkel een nieuwe subsidie worden toegekend op grond van een nieuwe aanvraag, die pas ingediend kan worden twee jaar na de vastlegging van de vorige subsidie. § 4. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het de minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening nr. 69/2001 van de Europese Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun. HOOFDSTUK VI. - Procedures voor de toekenning, de vereffening en de controle over het gebruik van de subsidies

Art. 19.De aanvraag voor een subsidie dient per schrijven te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De regering stelt de inhoud vast en bepaalt de vorm van de subsidieaanvraag. Het aantal exemplaren dat het dossier dient te bevatten wordt nader bepaald door de Regering.

Art. 20.Elke persoon die vraagt dat een subsidie wordt toegekend, geeft daardoor de Regering de toelating om zonder verplaatsing elke nuttig geachte verificatie door te voeren.

De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld, naargelang het geval, in de artikelen 9, 10, 11 of 12.

Art. 21.De uitbetaling van de subsidies wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van volgende voorwaarden : 1° de acties en promotiecampagnes dienen uitgevoerd te zijn ten vroegste op 1 januari van het jaar tijdens hetwelke de aanvraag tot subsidie wordt ingediend en uiterlijk op 31 oktober van het jaar volgend op de budgettaire vastlegging van de subsidie;2° de data van de omstandige facturen met betrekking tot de acties en campagnes bedoeld onder 1° dienen tussen de twee daar bedoelde data begrepen te zijn;3° de originele facturen, met een minimumbedrag van 75 euro elk, dienen te worden voorgelegd;4° de begunstigde dient de bewijzen te leveren van de effectieve uitvoering van de acties en promotiecampagnes waarvoor de subsidie is verleend.

Art. 22.De subsidie wordt vereffend aan degene die de acties of promotiecampagnes financiert, op grond van de overlegde facturen.

Art. 23.De regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 9, 10, 11, 12 en 21 nageleefd worden.

De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 9, 10, 11, 12 of 21 niet naleeft.

TITEL III. - Wijzigings-, overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen

Art. 24.Het koninklijk besluit van 14 februari 1967 tot regeling van de toekenning van subsidies voor toeristische propaganda en het ministerieel besluit van 6 maart 1967 waarbij regelen worden gesteld voor het indienen van de aanvragen om subsidies voor toeristische propaganda worden opgeheven.

Art. 25.In artikel 6, eerste lid, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "indien hij afwezig is" vervangen door de bewoordingen "op uitdrukkelijke delegatie of in geval van ongeschiktheid".

In artikel 6, vierde lid, van hetzelfde decreet, worden de bewoordingen "en de Adjunct-commissaris-generaal" geschrapt.

Art. 26.In artikel 8, tweede lid, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "voor de overplaatsing en voor hun terbeschikkingstelling ervan" vervangen door de bewoordingen "voor de overplaatsing" en de bewoordingen "permutatie tussen het Commissariaat-generaal voor Toerisme en het Waalse Gewest" door de bewoordingen "overplaatsing van de leden van het Commissariaat-generaal voor Toerisme naar het Waalse Gewest".

Art. 27.In het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme wordt na artikel 42 een nieuw hoofdstuk IV ingevoegd, luidend als volgt "Samenvoegingen van huizen voor toerisme". Dit hoofdstuk bevat de volgende artikelen : "

Art. 42bis.De samenvoeging van huizen voor toerisme is onderworpen aan de goedkeuring van de Regering.

Art. 42ter.De huizen voor toerisme die wensen te fuseren vragen de goedkeuring van de Regering bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Binnen vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het fusieproject voor advies over aan de betrokken provinciale federaties en de betrokken gemeenteraden.

De betrokken provinciale federaties en de betrokken gemeenteraden geven inzake de voorziene samenvoeging een gemotiveerd advies, waarvan ze het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, de vragende huizen voor toerisme kennis geven binnen een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de datum waarop het dossier hen toegezonden wordt. Het advies van de gemeenteraden maakt melding van het advies van elke erkende toeristische instelling die actief is op hun grondgebied. Bij gebrek aan kennisgeving van het advies binnen de voorgeschreven termijn, zet de Regering de procedure voort.

Binnen vijfenzeventig dagen te rekenen vanaf het opsturen van het bericht van ontvangst bedoeld in het eerste lid, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verslag aan de Regering.

De samenvoeging wordt door de Regering goedgekeurd of verworpen en haar beslissing wordt aan de betrokken huizen voor toerisme ter kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven binnen vier maanden te rekenen vanaf de verzending van het bericht van ontvangst bedoeld in het eerste lid.

Het gebrek aan kennisgeving aan de vragende huizen voor toerisme binnen de voorgeschreven termijn staat gelijk met een beslissing tot aanvaarding.

De Regering richt een afschrift van de beslissingen tot goedkeuring of verwerping van de samenvoeging aan de betrokken provinciale federaties voor toerisme en de betrokken gemeenteraden.

Art. 42quater.Bij samenvoeging van huizen voor toerisme worden de bedragen bedoeld in artikel 39, tweede lid, verdubbeld op voorwaarde dat de onthaalcentra van elk samengevoegd huis voor toerisme en de openingsuren vastgelegd in hun respectievelijk programma-overeenkomst in stand worden gehouden.

Art. 42quinquies.De artikelen 42bis tot en met 42quater treden in werking op 1 januari 2007."

Art. 28.In artikel 19, eerste lid, 5°, b), van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "met bedoelde provinciale federatie voor toerisme" vervangen door de bewoordingen "met bedoelde provinciale federatie(s) voor toerisme".

In de artikelen 19, derde lid, en 25, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de bewoordingen "betrokken provinciale federatie voor toerisme" vervangen door de bewoordingen "betrokken provinciale federatie(s) voor toerisme".

In de artikelen 19, derde lid, 24, § 2, tweede lid, en 25, vierde lid, van hetzelfde decreet worden de bewoordingen "betrokken provinciale federatie voor toerisme" vervangen door de bewoordingen "betrokken provinciale federaties voor toerisme".

In artikel 24, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de bewoordingen "De provinciale federatie voor toerisme" vervangen door de bewoordingen "De provinciale federatie(s) voor toerisme".

In artikel 25, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de bewoordingen "van de provinciale federatie voor toerisme" vervangen door de bewoordingen "van de betrokken provinciale federaties voor toerisme".

In de artikelen 25, vierde lid, 24, § 2, tweede lid, en 28, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de bewoordingen "betrokken provinciale federatie voor toerisme" vervangen door de bewoordingen "betrokken provinciale federaties voor toerisme".

Art. 29.In artikel 19, eerste lid, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme wordt een punt 6° toegevoegd luidend als volgt : "6° tussen 20 en 40 % van de leden van hun sociale instellingen hebben die representatief zijn voor de toeristische operatoren van hun gebied.".

Art. 30.In artikel 19, derde lid, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "van de Dienst voor de bevordering van het toerisme" geschrapt.

Art. 31.In artikel 30, derde lid, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "als ze bestaat" geschrapt.

Art. 32.In artikel 35, tweede lid, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "tot erkenning" vervangen door de bewoordingen "tot erkenning".

Art. 33.In artikel 46, 2°, 4°, 5° en 6°, van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme worden de bewoordingen "van 18 december 2003" ingevoegd tussen de bewoording "decreet" en de bewoordingen "betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen".

Art. 34.In het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme wordt na artikel 65, het volgend artikel ingevoegd : "

Art. 65bis.De huizen voor toerisme die op de datum van inwerkingtreding van het decreet aan de voorwaarden vastgelegd bij artikel 19, eerste lid, 2°, of de voorwaarden vastgelegd bij artikel 19, eerste lid, 6°, niet voldoen, beschikken over een termijn van zes maanden om zich ernaar te schikken."

Art. 35.In het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme wordt na het nieuwe artikel 65bis, een nieuw artikel ingevoegd luidend als volgt : "

Art. 65ter.In afwijking van artikel 49, § 1, eerste lid, worden de leden van de Hoge raad voor toerisme en van de technische comités benoemd binnen zes maanden na de bekendmaking van dit artikel in het Belgisch Staatsblad. Hun mandaat blijft geldig tot het doorvoeren van de volgende hernieuwing overeenkomstig artikel 49, § 1, eerste lid. De Hoge raad voor toerisme en de technische comités hebben evenwel zitting op geldelijke wijze zolang hun hernieuwing niet doorgevoerd wordt."

Art. 36.In artikel 73 van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen wordt, in fine, een lid toegevoegd luidend als volgt : "In afwijking van het eerste lid worden de gebouwen waarin exclusief groepen worden ondergebracht die lid zijn van een jeugdvereniging erkend door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap of ook nog door de bevoegde overheid van elke lid-Staat van de Europese Unie, onderworpen aan de brandveiligheidsnormen vastgelegd door de Regering volgens de procedure die zij bepaalt."

Art. 37.Artikel 112, derde lid, van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen wordt vervangen als volgt : "Er wordt geen enkele subsidie verleend voor werken wegens schaden veroorzaakt door water op een overstroombaar gedeelte van een toeristisch kampeerterrein."

Art. 38.In artikel 123 van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen wordt een tweede lid toegevoegd luidend als volgt : "In afwijking van het eerste lid, 4°, wordt geen enkel minimaal bedrag vereist voor de facturen betreffende aankopen, werken en erelonen die dienen om de basisnormen of de specifieke veiligheidsnormen te halen."

Art. 39.In artikel 12, vierde lid, van het decreet van 1 april 2004 betreffende de toeristische bezienswaardigheden worden de bewoordingen "en tot toewijzing van de laagste indeling" toegevoegd na de bewoordingen "tot aanvaarding".

Art. 40.In artikel 2, 4°, tweede lid, a), van het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen wordt het woord "plaatsnaamgerelateerde" vervangen door de bewoordingen "de informatieve".

In artikel 2, 4°, tweede lid, f), van het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen wordt de bewoording "informatieborden" vervangen door de bewoordingen "plaatsnaamgerelateerde markeringstekens".

Art. 41.In artikel 2, 4°, tweede lid, d), van het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen worden de bewoordingen "te nemen" vervangen door de bewoordingen "te volgen".

Art. 42.In artikel 6 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen wordt een nieuw lid ingevoegd luidend als volgt : "In afwijking van het eerste lid, als de vaste wandelroute deel uitmaakt van een netwerk van grote internationale wandelroutes, moet zij, om toegelaten te worden, uitsluitend voldoen aan de voorwaarden 1° en 4° bedoeld in het vorig lid."

Art. 43.In artikel 46 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen wordt een nieuw lid ingevoegd luidend als volgt : "De markeringen van de netwerken van vaste wandelroutes die vóór de inwerkingtreding van dit decreet worden geplaatst, kunnen in stand worden gehouden op voorwaarde dat het genormeerde teken het voorwerp heeft uitgemaakt van een ministerieel besluit tot goedkeuring op grond van de artikelen 196 en volgende van het Boswetboek."

Art. 44.De artikelen 36 tot en met 38 van dit decreet treden in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.

Art. 45.In het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen wordt het opschrift van titel IV door het opschrift "Overtredingen en straffen" vervangen en wordt vóór artikel 36 een nieuw hoofdstuk ingevoegd luidend als volgt : "Hoofdstuk I - Administratieve geldboetes". Dit hoofdstuk bevat de volgende bepalingen : "

Art. 35bis.§ 1. Degene die onrechtmatig gebruik maakt van het gewestelijk erkenningsteken, een vaste wandelroute markeert zonder machtiging of met behulp van tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 2 of een vaste wandelroute behoudt zonder machtiging of een wandelroute, aangegeven door tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 2, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 10.000 euro mag bedragen.

Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 10.000 euro mag bedragen.

Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, krijgt een administratieve geldboete die niet meer dan 2.000 euro mag bedragen. § 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.

De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. § 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het openbaar ministerie binnen de vijftien dagen na opstellen ervan.

Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen. § 4. Indien het openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.

De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd.

Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder bij ter post aangetekend schrijven, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de regering.

De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.

De betaling van de boete beëindigt het optreden van de administratie. § 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.

De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. § 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling Thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag. § 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen de drie maanden te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.

De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.

De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit evenwel de verjaring.

Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn. § 8. De regering kan de wijze van inning van de boete bepalen."

Art. 46.In hetzelfde decreet wordt vóór artikel 38, het opschrift "Hoofdstuk 2 - Strafrechtelijke straffen" ingevoegd.

Art. 47.In hetzelfde decreet wordt vóór artikel 39, het opschrift "Hoofdstuk 3 - Toezicht en vaststelling van de overtredingen" ingevoegd.

Art. 48.In hetzelfde decreet wordt artikel 39, eerste lid, vervangen als volgt : "§ 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de ambtenaren en personeelsleden aangewezen door de regering belast met het toezicht op de naleving van de regels vastgesteld bij of krachtens dit decreet. Daartoe kunnen ze bij de beoefening van hun opdracht : 1° de bijstand van de politie vragen;2° op grond van ernstige aanwijzingen voor een overtreding, elke doorzoeking, elke controle en elk onderzoek verrichten en elke inlichting vergaren die ze noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen worden nageleefd, en meer bepaald : a) elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nodig is voor het uitoefenen van het toezicht en van die verhoren processen-verbaal op te stellen die tot het bewijs van het tegendeel bewijskracht hebben; b) zich ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen."

Art. 49.In hetzelfde decreet wordt artikel 39, derde lid, vervangen als volgt : "§ 2. In geval van overtreding van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen kunnen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 : 1° voor elke overtreder een termijn vastleggen om zich met de wet in overeenstemming te brengen;die termijn kan slechts eenmalig verlengd worden; het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de procureur des Konings in over de getroffen schikkingen; bij verstrijken van de termijn of, al naar gelang van het geval, bij verlenging ervan stelt de ambtenaar of het personeelslid verslag op; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt het bij ter post aangetekend schrijven binnen de tien dagen aan de overtreder en aan de procureur des Konings over; 2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft;het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt dat proces-verbaal bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de procureur des Konings en aan de overtreder over binnen de tien dagen volgend op de datum waarop het opgesteld is of na verstrijken van de termijn bedoeld onder punt 1°.

Een afschrift ervan wordt in dezelfde termijn gericht aan de burgemeester van de gemeente waar de betrokken toeristische wandelroute gelegen is en, bij ter post aangetekend schrijven, aan diens beheerder en aan de vergunninghouder." HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen

Art. 50.De subsidies toegekend op grond van het koninklijk besluit van 14 februari 1967 tot regeling van de toekenning van subsidies voor toeristische propaganda en van het ministerieel besluit van 6 maart 1967 waarbij regelen worden gesteld voor het indienen van de aanvragen om subsidies voor toeristische propaganda blijven onderworpen aan deze teksten.

Art. 51.Het onderzoek naar de aanvragen tot subsidie ingediend voor de inwerkingtreding van dit decreet, wordt voortgezet volgens de van kracht zijnde bepalingen vóór die datum. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 52.De Regering kan de bepalingen van dit decreet codificeren met de bepalingen van andere decreten die van toepassing zijn op het toerisme.

Daartoe kan ze : 1° de volgorde, de nummering en, in het algemeen, de presentatie van de te codificeren bepalingen wijzigen;2° de in de te codificeren bepalingen opgegeven verwijzingen wijzigen om ze in overeenstemming te brengen met de nieuwe nummering;3° het opstellen van de te codificeren bepalingen wijzigen om de overeenstemming ervan te verzekeren en de terminologie eenvormig te maken zonder afbreuk te doen aan de in deze bepalingen vermelde beginselen. De codificatie zal als volgt betiteld worden : "Waals toerismewetboek" Krachtens het eerste lid is de Regering ook gemachtigd om de verwijzingen naar de gecodificeerde bepalingen die in andere teksten voorkomen, aan te passen.

Art. 53.De datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt door de Regering vastgelegd, met uitzondering van de artikelen 36 en 52 die in werking treden de dag waarop dit decreet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 20 juli 2005.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE De Minister van Begroting, Financiën, Uitrusting en Patrimonium, M. DAERDEN De Minister van Vorming, Mevr. M. ARENA De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ph. COURARD De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, Nieuwe Technologieën en Buitenlandse Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Minister van Economie en Tewerkstelling, J.-C. MARCOURT De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. Ch. VIENNE De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN _______ Nota's (1) Zitting 2004-2005 Stukken van de Raad 157 (2004-2005) Nrs.1 tot 4.

Volledig verslag, openbare vergadering van 13 juli 2005.

Bespreking - Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^