Etaamb.openjustice.be
Decreet van 21 juni 2001
gepubliceerd op 17 juli 2001

Decreet tot wijziging van het decreet van 12 juli 1990 tot oprichting van de Raad voor Onderwijs en Vorming van de Franse Gemeenschap

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2001029260
pub.
17/07/2001
prom.
21/06/2001
ELI
eli/decreet/2001/06/21/2001029260/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

21 JUNI 2001. - Decreet tot wijziging van het decreet van 12 juli 1990 tot oprichting van de Raad voor Onderwijs en Vorming van de Franse Gemeenschap (1)


De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen wat volgt :

Artikel 1.In artikel 1 van het decreet van het decreet van 12 juli 1990 tot oprichting van de Raad voor Onderwijs en Vorming van de Franse Gemeenschap worden de woorden « Ministerie van Onderwijs, Onderzoek en Vorming » vervangen door de woorden « Ministerie van de Franse Gemeenschap ».

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1. De opdrachten van de Raad bestaan erin : 1° voorstellen te doen op het vlak van het onderwijs en de vorming, ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, met eerbied voor de autonomie en pedagogische vrijheid van de inrichtende machten en rekening houdend met de werkzaamheden van de andere bestaande raden;2° voorstellen te doen die de wisselwerking tussen het onderwijs, de vorming en de maatschappelijke noden ten goede komen.Hiertoe informeert de Raad zich regelmatig bij de gewestelijke overlegorganen voor onderwijs - vorming - werkgelegenheid; 3° adviezen uit te brengen over alle belangrijke hervormingen : van het onderwijs, met inbegrip van de eventuele wijzigingen aan de duur van de schoolplicht, geheel in naleving van de wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen; van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde vorming; van de andere soorten vorming, voorzover deze opgenomen zijn in de samenwerkingsakkoorden tussen de Franse Gemeenschap, de Gewesten en de Franse Gemeenschapscommissie; 4° ieder jaar een activiteitenverslag voor te leggen. § 2. De Regering verstuurt het activiteitenverslag naar de Raad van de Franse Gemeenschap uiterlijk tegen 31 oktober volgend op het einde van het in het verslag bedoelde schooljaar. »

Art. 3.In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden « De Executieve » vervangen door de woorden « De Regering ».

Art. 4.§ 1. In artikel 4, § 2, van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « en van de studenten van het hoger onderwijs » worden vervangen door « van de vertegenwoordigers van de hogescholen, van de vertegenwoordigers van de erkende representatieve studentenverenigingen en van een vertegenwoordiger van het onderwijs voor sociale promotie »;2° de woorden « Geen enkele filosofische of godsdienstige strekking » worden vervangen door « Geen enkele filosofische, ideologische of godsdienstige strekking ». § 2. Artikel 4, § 3, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende tekst : « § 3. De Kamer voor vorming omvat : 1° a) vertegenwoordigers van de representatieve verenigingen van werkgevers en werknemers en van de representatieve verenigingen van landbouwers, met pariteit tussen de sociale partners;b) vertegenwoordigers van de Hoge Raad voor permanente vorming en het onderwijs voor sociale promotie;2° vertegenwoordigers van de « Office communautaire et régional de la formation et de l'emploi » (FOREm), de « Office régional bruxellois de l'emploi » (ORBEm), het « Institut bruxellois francophone de la formation professionnelle » (Bruxelles-Formation), het « Institut de formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises » (IFPME), de organisaties voor landbouwopleiding.» § 3. In artikel 4 van hetzelfde decreet wordt een § 4 toegevoegd, luidend als volgt : « Een ambtenaar van de Dienst Algemene Zaken van het Ministerie van de Franse Gemeenschap zetelt eveneens zowel in de Raad als in de twee kamers, met raadgevende stem. »

Art. 5.Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1. De leden van de Kamer voor het onderwijs en de leden van de Kamer voor vorming, bedoeld in artikel 4, § 3, 1°, worden benoemd door de Regering.

De leden van de Kamer voor vorming, bedoeld in artikel 4, § 3, 2°, worden benoemd door de organen die zij vertegenwoordigen.

De Regering duidt een plaatsvervanger aan voor elk werkend lid bedoeld in het eerste lid.

De plaatsvervangers van de in het tweede lid bedoelde werkende leden worden benoemd door de betrokken organen.

De plaatsvervanger zetelt in afwezigheid van het werkend lid.

Het mandaat van de leden duurt vier jaar en kan eenmaal worden hernieuwd. § 2. De Voorzitter van elkeen van de Kamers wordt aangeduid door de Regering, op voordracht van de betrokken Kamer, onder haar leden. § 3. Het voorzitterschap van de Raad wordt afwisselend en voor een duur van een jaar waargenomen door elkeen van de voorzitters van de Kamers.

Het voorzitterschap van de Raad kan evenwel maar worden waargenomen door één persoon bedoeld in § 1, eerste lid, van dit artikel.

Het eerste mandaat wordt toegekend bij trekking. De Voorzitter van de andere Kamer is ondervoorzitter.

Art. 6.Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 7.Artikel 7, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 1. De Raad verstrekt advies en formuleert voorstellen, op eigen initiatief of op verzoek van de bevoegde ministers. » Atikel 7, § 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling : « § 2. De voorzitter en de ondervoorzitter bepalen, na overleg met de opdrachthouders, de dossiers die moeten worden behandeld, hetzij door de Raad, hetzij door een van beide Kamers. » In artikel 7, § 3, wordt de tweede zin geschrapt.

In artikel 7, § 5, worden de woorden « De Raad, de Kamers en het Bureau » vervangen door « De Raad en de Kamers ».

Art. 8.§ 1. In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden « De Raad, de Kamers en het Bureau » vervangen door « De Raad en de Kamers » en worden de woorden « de Executieve » vervangen door « de Regering ». § 2. Artikel 8, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Zes opdrachthouders worden aangesteld op de Raad. Twee ervan zijn gedetacheeerd van het onderwijs dat is ingericht door de Franse Gemeenschap, twee ervan zijn gedetacheerd van het gesubsidieerd officieel onderwijs en twee ervan zijn gedetacheerd van het gesubsidieerd vrij onderwijs.

Zij zijn afkomstig van het basis, secundair, hoger onderwijs en onderwijs voor sociale promotie, naar rata van minstens één en maximum twee per onderwijsniveau.

Zij staan, onder de verantwoordelijkheid van de Voorzitter van de Raad die handelt in samenspraak met de ondervoorzitter, in voor de voorbereiding van de zittingen, met inbegrip van de bibliografische en documentaire studies over specifieke problemen en voor de opmaak van ontwerpadviezen.

Zij hebben raadgevende stem in de vergaderingen van de Raad en ook in de vergaderingen van de werkgroepen waarvan zij deel uitmaken.

De verloven voor een opdracht bedoeld in dit artikel worden toegekend overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 24 juni 1996 houdende de regelgeving inzake de opdrachten, de verloven wegens opdracht en de terbeschikkingstelling wegens bijzondere opdracht in het onderwijs dat wordt ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.

Het secretariaat van de Raad en van beide Kamers wordt verzorgd door de secretaris-generaal van het ministerie van de Franse Gemeenschap of door diens afgevaardigde die minstens rang 12 heeft. »

Art. 9.In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden « Ministerie van Onderwijs, Onderzoek en Vorming van de Franse Gemeenschap » vervangen door « Ministerie van de Franse Gemeenschap ».

Art. 10.Artikel 11 van hetzelfde decreet is opgeheven.

Art. 11.De verloven wegens opdrachten die door de Regering zijn verleend vóór 31 augustus 2001 om een opdracht te vervullen bij de Raad, lopen uiterlijk op deze dag ten einde.

Art. 12.De Raad wordt volledig vernieuwd op 1 september 2001.

De in artikel 8 bedoelde opdrachthouders worden vanaf 1 september 2001 gedetacheerd naar de Raad.

Art. 13.Dit decreet treed in werking op 1 september 2001, met uitzondering van artikel 11 dat van kracht wordt op 31 augustus 2001.

Verkondigen dit decreet, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad moet verschijnen.

Gedaan te Brussel, op 21 juni 2001.

De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en Sport, R. DEMOTTE De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de opvang en de opdrachten toegewezen aan de « O.N.E. », J.-M. NOLLET De Minister van Secundair en Bijzonder Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, R. MILLER De Minister van Jeugdbijstand en Gezondheidszorg, Mevr. N. MARECHAL _______ Nota (1) Zitting 2000-2001. Documenten van de Raad. - Ontwerpdecreet, nr. 163-1. Amendementen in de commissie, nr. 163-2.Verslag, nr. 163-3.

Integraal verslag. - Bespreking en stemming. Zitting van 12 juni 2001.

^