Decreet van 21 mei 2015
gepubliceerd op 04 juni 2015
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet houdende wijziging van het decreet van 3 juli 2008 betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië

bron
waalse overheidsdienst
numac
2015202615
pub.
04/06/2015
prom.
21/05/2015
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

Numac : 2015202615

WAALSE OVERHEIDSDIENST


21 MEI 2015. - Decreet houdende wijziging van het decreet van 3 juli 2008 betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.In het het decreet van 3 juli 2008 betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië wordt het opschrift van hoofdstuk I gewijzigd als volgt : « HOOFDSTUK I. - Definities en verwijzing naar de algemene Europese vrijstellingsregeling per categorie »

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt de zin « Het industrieel onderzoek omvat de vervaardiging van onderdelen voor complexe systemen noodzakelijk voor dat onderzoek, met name voor de algemene validering van technologieën, met uitzondering van de prototypes als bedoeld in artikel 3. » vervangen door volgende zin : « Het omvat de creatie van onderdelen voor complexe systemen en kan ook de bouw omvatten van prototypes in een laboratoriumomgeving en/of in een omgeving met gesimuleerde interfaces voor bestaande systemen, alsmede pilotlijnen, wanneer dat nodig is voor het industriële onderzoek en met name voor de validering van generieke technologie. »

Art. 3.Artikel 2/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt opgeheven.

Art. 4.Artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : «

Art. 3.In de zin van dit decreet wordt onder "experimentele ontwikkeling" verstaan, het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten. Dit kan ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, de planning en documentering van nieuwe producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatie omvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels « vast staan ».

Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden. »

Art. 5.Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder « Procesinnovatie » de toepassing van een nieuwe of sterk verbeterde productie- of leveringsmethode (daaronder begrepen aanzienlijke veranderingen in technieken, uitrusting of software), maar met uitsluiting van geringe veranderingen of verbeteringen, verhogingen van de productie- of dienstverleningscapaciteit door de toevoeging van productie- of logistieke systemen die sterk gelijken op die welke reeds in gebruik zijn, het niet meer gebruiken van een procedé, eenvoudige vervangings- en uitbreidingsinvesteringen, veranderingen die louter het gevolg van prijswijzigingen voor productiefactoren zijn, aanpassingen op maat, lokalisatie, gebruikelijke seizoens- en andere cyclische veranderingen, het verhandelen van nieuwe of sterk verbeterde producten.

Art. 6.Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.In de zin van dit decreet wordt onder « organisatie-innovatie » de toepassing van een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, in de organisatie op de werkvloer of in de externe betrekkingen van een onderneming, maar met uitsluiting van veranderingen die zijn gebaseerd op organisatiemethoden die reeds in gebruik zijn, veranderingen in de managementstrategie, fusies en acquisities, het niet meer gebruiken van een procedé, eenvoudige vervangings- en uitbreidingsinvesteringen, veranderingen die louter het gevolg zijn van prijswijzigingen voor productiefactoren, aanpassingen op maat, lokalisatie, gebruikelijke seizoens- en andere cyclische veranderingen, het verhandelen van nieuwe of sterk verbeterde producten. »

Art. 7.Artikel 5/1 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 8.Artikel 6/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : «

Art. 6/2.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder « onderzoeksinfrastructuur » faciliteiten, middelen en verwante diensten die door de wetenschappelijke gemeenschap worden gebruikt om op hun respectieve vakgebied onderzoek te verrichten. Hierbij gaat het om wetenschappelijke uitrusting of sets wetenschappelijke instrumenten, kennisgebaseerde hulpbronnen zoals verzamelingen, archieven of gestructureerde wetenschappelijke informatie, ict-gebaseerde enabling infrastructuur zoals gridnetwerken, computers, software en communicatie, of iedere andere entiteit met een uniek karakter die onontbeerlijk is om onderzoek te kunnen verrichten. Dit soort infrastructuur kan zich op één enkele locatie bevinden (single-sited) dan wel verspreid zijn (distributed) (een georganiseerd netwerk van hulpbronnen) overeenkomstig artikel 2, punt a), van Verordening (EG) nr. 723/2009 van de Raad van 25 juni 2009 betreffende een communautair rechtskader voor een consortium voor een Europese Onderzoeksinfrastructuur (ERIC).

Art. 9.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/4 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 6/4.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder onderneming in moeilijkheden een onderneming die minstens één van de volgende voorwaarden vervult : - Als het gaat om een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (naamloze vennootschap, commanditaire vennootschappen op aandelen, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) die geen K.M.O. is die minder dan 3 jaar bestaat, indien meer dan de helft van haar maatschappelijk kapitaal waarop is ingetekend als gevolg van de opgestapelde verliezen verdwenen is. Zulk is het geval als de aftrek van de opgestapelde verliezen van de reserves en van alle andere elementen die doorgaans beschouwd worden als deeluitmakend van het eigen vermogen van de vennootschap, leidt tot een negatief bedrag dat hoger is dan de helft van het maatschappelijk kapitaal waarop is ingetekend. Het maatschappelijk kapitaal omvat, in voorkomend geval, de uitgiftepremies; - als het gaat om een vennootschap waarvan sommige vennoten minstens een onbeperkte aansprakelijkheid hebben voor de schulden van de vennootschap (vennootschap onder firma, gewone commanditaire vennootschap en coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid) die geen K.M.O. is die minder dan 3 jaar bestaat, indien meer dan de helft van het eigen vermogen, zoals opgenomen in de rekeningen van de vennootschap, als gevolg van de opgestapelde verliezen verdwenen is. - als de onderneming het voorwerp is van een collectieve insolventieprocedure of als ze de voorwaarden vervult om aan dergelijke procedure onderworpen te worden op verzoek van haar schuldeisers; - als de onderneming reddingssteun heeft genoten en de lening nog niet is afgelost of de garantie stopgezet of als ze herstructureringssteun heeft genoten terwijl ze nog steeds aan een herstructureringsplan onderworpen is; - in het geval van een onderneming die geen K.M.O. is, indien sinds de 2 vorige boekjaren : * de ratio leningen/eigen vermogen hoger is dan 7,5 en * de dekkingsratio van de rentelasten van de onderneming, berekend op basis van de EBITDA, lager dan de eenheid is. »

Art. 10.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/5 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 6/5.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder « haalbaarheidsstudie », het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en zwakke punten en de kansen en risico's van een project in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn. »

Art. 11.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/6 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 6/6.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder « innovatieadviesdiensten », consulting, bijstand en opleiding op het gebied van kennisoverdracht, de verwerving, bescherming en exploitatie van immateriële activa, het gebruik van standaarden en regels waarin deze zijn vastgelegd. »

Art. 12.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/7 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 6/7.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder « innovatieondersteuningsdiensten », het verschaffen van kantoorruimte, databanken, bibliotheken, marktonderzoek, laboratoria, diensten in verband met kwaliteitslabels, testen en certificatie met het oog op de ontwikkeling van doeltreffendere producten, procedés of diensten. »

Art. 13.In hetzelfde decreet wordt een artikel 6/8 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 6/8.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder « niet-economische activiteiten » de activiteiten bedoeld onder het opschrift 2.1.1. van de Communicatie (EU) nr. 2014/C 198/1 van de Commissie van 21 mei 2014 betreffende de kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, Publicatieblad van de Europese Unie, 27 juni 2014, p.1. »

Art. 14.In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) onder 1°, 2° en 4° worden de woorden « bijlage I bij Verordening (EG) nr.70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen » vervangen door de woorden « bijlage bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard »; b) de woorden « als bedoeld bij het Wetboek der vennootschappen, » worden geschrapt.

Art. 15.In artikel 8 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 maart 2014, wordt punt 1° vervangen als volgt : « 1° « onderzoeksorganisatie » : een entiteit (zoals universiteiten of onderzoeksinstellingen, agentschappen voor technologieoverdracht, innovatie-intermediairs, entiteiten voor fysieke of virtuele onderzoeksgerichte samenwerking), ongeacht haar rechtsvorm (publiek- of privaatrechtelijke organisatie) of financieringswijze, die zich in hoofdzaak bezighoudt met het onafhankelijk verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling, of met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht. Wanneer dit soort entiteit ook economische activiteiten uitoefent, moet met betrekking tot de financiering van, de kosten van en de inkomsten uit die economische activiteiten een gescheiden boekhouding worden gevoerd. Ondernemingen die een beslissende invloed op dit soort entiteit kunnen uitoefenen in hun hoedanigheid van bijvoorbeeld aandeelhouder of lid van de organisatie, mogen geen preferente toegang tot de door deze entiteit verkregen onderzoeksresultaten genieten. »

Art. 16.Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 17.Artikel 10 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : «

Art. 10.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° « erkend onderzoekscentrum » : elke instelling met als hoofddoel het voeren van onderzoek en het verlenen van diensten die bijdragen tot de economische, sociale en milieuontwikkeling van Wallonië, die erkend is overeenkomstig de door de Waalse Regering bepaalde criteria en die niet beantwoordt aan de definities opgenomen in de artikelen 7, 8, 2°, en 8, 3°;2° « Sterke vereniging » : instelling waarvan de leden erkende onderzoekscentra zijn, waarbij de leidende beginselen die op haar niet economische activiteiten toepasselijk zijn minstens de volgende zijn : a) oneerlijke concurrentie onder de leden voorkomen;b) zich ertoe verbinden in het strikte belang van de klant een beroep te doen op het lid dat geacht wordt het meest competent te zijn en het prestatietarief harmoniseren; c) de competenties van de overige leden promoten t.o.v. zijn klanten; d) de eventuele synergieën onder leden ontwikkelen en exploiteren;e) de goede beheers- en organisatiepraktijken uitwisselen;f) een overlegde ontwikkelingsstrategie aannemen;g) de zichtbaarheid van de leden verbeteren;h) overleg plegen omtrent investeringen voor belangrijke uitrusting.»

Art. 18.In artikel 12 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 maart 2014, en in artikel 12/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de cijfers « 10, 2° » vervangen door het cijfer « 10 ».

Art. 19.In hetzelfde decreet wordt een artikel 13/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 13/1.De steun bedoeld in dit decreet wordt toegekend onder de voorwaarden bepaald bij Verordening nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. »

Art. 20.In artikel 14 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) onder 3° wordt het woord « technische » geschrapt;b) punt 5° wordt opgeheven;c) onder de punten 6° en 7° worden de woorden « in de dienstenverleningen » geschrapt;d) punt 8° wordt vervangen als volgt : « 8° aan de kleine ondernemingen en aan de middelgrote ondernemingen, subsidies voor innovatieadviesdiensten en innovatieondersteuningsdiensten;»; e) punt 9° wordt geschrapt;f) onder punt 9/1° wordt het woord « onderzoeksinstituten » vervangen door het woord « onderzoekscentra »;g) onder de punten 10° en 13° worden de woorden « toegepast of » geschrapt;h) punt 12/1° wordt vervangen als volgt : « 12/1° aan de universitaire afdelingen, subsidies voor de verwerving van onderzoeksinfrastructuren;»; i) onder de punten 13°, 14°, 15°, 16° en 18° wordt het woord « onderzoeksinstituten » vervangen door het woord « onderzoekscentra »;j) punt 16/1° wordt vervangen als volgt : « 16/1° aan de erkende onderzoekscentra, subsidies voor de verwerving van onderzoeksinfrastructuren;k) onder punt 7° worden de woorden « toegepast of » geschrapt;l) punt 14° wordt opgeheven.

Art. 21.Artikel 15, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : « 2° hetzij op grond van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en leefmilieubeoordeling van het project die de Regering alleen of bijgestaan door externe deskundigen kan doorvoeren. »

Art. 22.Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgend lid : « De kosten van gebouwen en grond vormen toelaatbare uitgaven onder de door de Regering bepaalde voorwaarden, voor zover en zolang ze voor het project gebruikt worden. Wat de gebouwen betreft, worden alleen de met de duur van het project overeenstemmende afschrijvingskosten, berekend overeenkomstig de doorgaans aangenomen boekhoudkundige beginselen, geacht in aanmerking te komen. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. »

Art. 23.In artikel 18, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de punten 1°, 2° en 3° vervangen als volgt : « 1° 80 voor een kleine onderneming; 2° 70 voor een middelgrote onderneming;3° 60 voor een grote onderneming.»

Art. 24.In artikel 19, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de punten 1°, 2° en 3° vervangen als volgt : « 1° 80 voor een kleine onderneming; 2° 70 voor een middelgrote onderneming;3° 60 voor een grote onderneming.»

Art. 25.In artikel 19/1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het woord « Instituut » wordt vervangen door het woord « centrum »;b) punt 3° wordt vervangen als volgt : « 3° de onderneming is een middelgrote of een kleine onderneming;».

In artikel 19/1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de punten 1° en 2° vervangen als volgt : « 1° 80 voor een kleine onderneming; 2° 70 voor een middelgrote onderneming.»

Art. 26.Artikel 21, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : « 2° hetzij op grond van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en leefmilieubeoordeling van het project die de Regering alleen of bijgestaan door externe deskundigen kan doorvoeren. »

Art. 27.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgend lid : « De kosten van gebouwen en grond vormen toelaatbare uitgaven onder de door de Regering bepaalde voorwaarden, voor zover en zolang ze voor het project gebruikt worden. Wat de gebouwen betreft, worden alleen de met de duur van het project overeenstemmende afschrijvingskosten, berekend overeenkomstig de doorgaans aangenomen boekhoudkundige beginselen, geacht in aanmerking te komen. Wat grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. »

Art. 28.In artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het tweede lid wordt punt 1° vervangen als volgt : « 1° 60 voor een kleine onderneming;»; b) in het derde lid wordt punt 1° vervangen als volgt : « 1° 70 voor een kleine onderneming;»; c) in het derde lid wordt punt 2° vervangen als volgt : « 2° 60 voor een middelgrote onderneming;»; d) in het derde lid wordt punt 3° vervangen als volgt : « 3° 50 voor een grote onderneming.»

Art. 29.In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het tweede lid wordt punt 1° vervangen als volgt : « 1° 60 voor een kleine onderneming;»; b) in het derde lid wordt punt 1° vervangen als volgt : « 1° 70 voor een kleine onderneming;»; c) in het derde lid wordt punt 2° vervangen als volgt : « 2° 60 voor een middelgrote onderneming;»; d) in het derde lid wordt punt 3° vervangen als volgt : « 3° 50 voor een grote onderneming.»

Art. 30.Artikel 25 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Art. 31.In artikel 25/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Behalve de gevallen bedoeld in de artikelen 23 en 24, kan de steun bestaan ofwel in een subsidie, ofwel in een terugvorderbaar voorschot indien het steunbedrag kleiner is dan het bedrag bepaald door de Regering »;b) in het derde lid wordt punt 1° vervangen als volgt : « 1° 55 voor een kleine onderneming;»; c) in het derde lid wordt punt 2° vervangen als volgt : « 2° 45 voor een middelgrote onderneming;»; d) in het derde lid wordt punt 3° vervangen als volgt : « 3° 35 voor een grote onderneming.»

Art. 32.Artikel 26 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : « Behalve de gevallen bedoeld in de artikelen 23, 24, en 25/1, kan de steun slechts in een terugvorderbaar voorschot bestaan indien het steunbedrag groter is dan het bedrag bepaald door de Regering. De intensiteit ervan, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan volgende cijfers bereiken : 1° 55 voor een kleine onderneming;2° 45 voor een middelgrote onderneming;3° 35 voor een grote onderneming.»

Art. 33.In artikel 32 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « een technische haalbaarheidsonderzoek vóór ze overgaat tot industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling » vervangen door de woorden « een haalbaarheidsonderzoek ».

Art. 34.In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen als volgt : « Afdeling 3. - Subsidies voor de haalbaarheidsonderzoeken »

Art. 35.Artikel 33 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 33.De in aanmerking komende uitgaven die door de subsidie gedekt worden zijn de onderzoekskosten. »

Art. 36.Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 34.De subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan volgende cijfers bereiken : 1° 70 voor een kleine onderneming;2° 60 voor een middelgrote onderneming;3° 50 voor een niet-autonome onderneming van beperkte omvang.»

Art. 37.In artikek 36, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet worden de woorden « bij de eerste rechtbank » geschrapt.

Art. 38.Artikel 37 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 37.De subsidie-intensiteit, uitgedrukt in percenten van de toelaatbare uitgaven vóór belastingen of andere heffingen, kan 50 bereiken voor een kleine of een middelgrote onderneming. »

Art. 39.In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt afdeling 5, die de artikelen 40 tot 45 inhoudt, opgeheven.

Art. 40.In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen als volgt : « Afdeling 6. - Subsidies voor procesinnovaties »

Art. 40/1.In artikel 46 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « in de dienstverlening » geschrapt.

Art. 41.In artikel 48 van hetzelfde decreet worden de punten 1° en 2° vervangen als volgt : « 1° 50 voor een kleine onderneming; 2° 50 voor een middelgrote onderneming.»

Art. 42.In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 7 vervangen als volgt : « Afdeling 7. - Subsidies voor organisatie-innovaties »

Art. 42/1.In artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « in de dienstverlening » geschrapt.

Art. 43.In artikel 52 van hetzelfde decreet worden de punten 1° en 2° vervangen als volgt : « 1° 50 voor een kleine onderneming; 2° 50 voor een middelgrote onderneming.»

Art. 44.In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 8 vervangen als volgt : « Afdeling 8. - Subsidies voor adviesdiensten inzake innovatie en steunverleningsdiensten voor innovatie »

Art. 45.Artikel 55 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 55.De in aanmerking komende uitgaven die door de subsidie gedekt worden zijn kosten i.v.m. de adviesdiensten inzake innovatie en de steunverleningsdiensten voor innovatie. »

Art. 46.In artikel 56 van hetzelfde decreet wordt het getal « 75 » vervangen door het getal « 100 ».

Art. 47.In hoofdstuk III van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 9 vervangen als volgt : « Afdeling 9. - Subsidies betreffende een project tot aanwerving van een onderzoeksinfrastructuur »

Art. 48.Artikel 58 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt vervangen als volgt : «

Art. 58.Voor de uitvoering van een project tot aanwerving van een onderzoeksinfrastructuur waarmee activiteiten inzake industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling tot een goed eind gebracht kunnen worden, ingediend door één of meer ondernemingen, kan de Regering haar of hen een subsidie toekennen : 1° ofwel in het kader van een themaprogramma van het Waalse Gewest waarvoor er een oproep tot indiening van projecten is uitgeschreven, op grond van de indeling van de projecten voorgedragen door de jury van het programma naar gelang van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en leefmilieucriteria vermeld in de oproep;2° ofwel op grond van de wetenschappelijke, technische, economische, financiële en leefmilieubeoordeling van het aanwervingsproject als dat project wegens zijn aard, omvang, organisatie of dringend karakter onmogelijk kan worden ingediend als antwoord op een oproep tot indiening van projecten;in dat geval kan de Regering alleen of met de bijstand van externe deskundigen de beoordeling uitvoeren.

Art. 49.Artikel 59 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 59.De toelaatbare uitgaven die onder de subsidie vallen zijn : 1° de personeelsuitgaven met betrekking tot de onderzoekers, technici en ander steunverlenend personeel, voor zover ze ingezet worden voor de uitvoering van het aanwervingsproject;2° de kosten voor de instrumenten en het materieel gebruikt voor de uitvoering van het aanwervingsproject;3° de kosten van het contractueel onderzoek, de technische kennis en de brevetten die aangekocht worden of onder een licentie staan van bronnen buiten de marktprijs, indien de verrichting plaatsvindt in normale concurrentieomstandigheden en er geen enkel element van samenspanning bestaat, tevens de kosten voor de diensten van adviseurs en gelijksoortige diensten die uitsluitend ingezet worden voor de uitvoering van het aanwervingsproject;4° de bijkomende algemene kosten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het aanwervingsproject;5° de andere bedrijfskosten, meer bepaald de kosten voor gelijksoortig materiaal, gelijksoortige leveringen en producten die rechtstreeks toe te schrijven zijn aan de uitvoering van het aanwervingsproject;6° de kosten voor de aanwerving van de onderzoeksinfrastructuur alsook de desbetreffende infrastructuur- en installatiekosten.»

Art. 50.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 60/1.Het feit dat de subsidie wordt toegekend heeft niet tot gevolg dat het Waalse Gewest zakelijke rechten verkrijgt op de resultaten van het project. »

Art. 51.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60/2 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 60/2.Als een onderzoeksinfrastructuur tegelijkertijd economische en niet-economische activiteiten uitoefent, worden de financiering, de kosten en de opbrengsten van elk type activiteit afzonderlijk in de boeken opgenomen op basis van boekhoudingsbeginselen die op coherente wijze worden toegepast en objectief gerechtvaardigd kunnen worden. »

Art. 52.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60/3 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 60/3.De te betalen prijs voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur stemt overeen met de marktprijs. »

Art. 53.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60/4 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 60/4.De toegang tot de infrastructuur is open voor verschillende gebruikers en wordt verleend op een doorzichtige en niet-discriminerende basis. De ondernemingen die minstens 10 % van de investeringskosten voor een infrastrucutur gefinancierd hebben, kunnen een bevoorrechte toegang tot die infrastructuur krijgen onder gunstigere voorwaarden. Om alle overcompensatie te voorkomen, is de bevoorrechte toegang evenredig met de bijdrage van de onderneming in de investeringskosten en worden de voorwaarden om hem te verkrijgen bekendgemaakt. »

Art. 54.In hetzelfde decreet wordt een artikel 60/5 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 60/5.Als een onderzoeksinfrastructuur zowel voor economische als voor niet economische activiteiten een openbare financiering geniet, voorziet de Regering in een controle- en terugvorderingsmechanisme om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet overschreden wordt ingevolge een toename van het aandeel van de economische activiteiten ten opzichte van de overwogen toestand bij de toekenning van de steun. »

Art. 55.In hoofdstuk IV van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt : « Afdeling 1. - Subsidies voor industrieel onderzoeksactiviteiten »

Art. 56.In de artikelen 61, 71, 72 en 74 van hetzelfde decreet worden de woorden « toegepast of » geschrapt.

Art. 57.In artikel 61 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt het woord « onderzoeksinstituten » vervangen door het woord « onderzoekscentra ».

Art. 58.Artikel 62 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgend lid : « De kosten van gebouwen en grond vormen subsidiabele uitgaven onder de door de Regering bepaalde voorwaarden, voor zover en zolang ze voor het project gebruikt worden. Wat de gebouwen betreft, worden alleen de met de duur van het project overeenstemmende afschrijvingskosten, berekend overeenkomstig de doorgaans aangenomen boekhoudkundige beginselen, geacht in aanmerking te komen. Wat de grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. »

Art. 59.In hoofdstuk IV/I van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt : « Afdeling 1. - Subsidies betreffende een project tot aanwerving van een onderzoeksinfrastructuur voor universitaire eenheden ».

Art. 60.In artikel 73/1 van hetzelfde decreet worden de woorden « van een buitengewone uitrusting voor gemeenschappelijk gebruik » vervangen door de woorden « van een onderzoeksinfrastructuur ».

Art. 61.In artikel 73/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « de buitengewone uitrusting » vervangen door de woorden « de onderzoeksinfrastructuur ».

Art. 62.In hetzelfde decreet wordt een artikel 73/4/1 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 73/4/1. Als een onderzoeksinfrastructuur tegelijkertijd economische en niet-economische activiteiten uitoefent, worden de financiering, de kosten en de opbrengsten van elk type activiteit afzonderlijk in de boeken opgenomen op basis van boekhoudingsbeginselen die op coherente wijze worden toegepast en objectief gerechtvaardigd kunnen worden. »

Art. 63.In hetzelfde decreet wordt een artikel 73/4/2 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 73/4/2. De te betalen prijs voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur stemt overeen met de marktprijs. »

Art. 64.In hetzelfde decreet wordt een artikel 73/4/3 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 73/4/3. Als een onderzoeksinfrastructuur zowel voor economische als voor niet economische activiteiten een openbare financiering geniet, voorziet de Regering in een controle- en terugvorderingsmechanisme om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet overschreden wordt ingevolge een toename van het aandeel van de economische activiteiten ten opzichte van de overwogen toestand bij de toekenning van de steun.

Art. 65.In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen als volgt : « HOOFDSTUK V. - Subsidies voor de erkende onderzoekscentra en de sterke verenigingen »

Art. 66.In hoofdstuk IV van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt : « Afdeling 1. - Erkenning van de onderzoekscentra »

Art. 67.In artikel 74 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, wordt het woord « onderzoeksinstituut » vervangen door het woord « onderzoekscentrum ».

Art. 68.In artikel 75 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het woord « onderzoeksinstituut » wordt vervangen door het woord « onderzoekscentrum »;b) de woorden « van het onderzoeksinstituut » worden vervangen door de woorden « van het onderzoekscentrum ».

Art. 69.In artikel 76 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het woord « onderzoeksinstituut » wordt vervangen door het woord « onderzoekscentrum »;b) in de Franse tekst worden de woorden « Commission agrément » vervangen door de woorden « Commission d'agrément ».

Art. 70.In artikel 77 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « van het onderzoeksinstituut » worden vervangen door de woorden « van het onderzoekscentrum »;b) het woord « onderzoeksinstituten » wordt vervangen door het woord « onderzoekscentra »;

Art. 71.In hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen als volgt : « Afdeling 2. - Subsidies voor activiteiten betreffende industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling

Art. 72.In artikel 78 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « toegepast of » worden geschrapt;b) de woorden « erkende onderzoeksinstituten » worden vervangen door de woorden « erkende onderzoekscentra ».

Art. 73.In hetzelfde decreet wordt een artikel 81/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 81/1.Als een erkend onderzoekscentrum zowel voor economische als voor niet economische activiteiten een openbare financiering geniet, voorziet de Regering in een controle- en terugvorderingsmechanisme om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet overschreden wordt ingevolge een toename van het aandeel van de economische activiteiten ten opzichte van de overwogen toestand bij de toekenning van de steun.

Art. 74.In hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt afdeling 3, die de artikelen 82 tot 86 inhoudt, opgeheven.

Art. 75.In artikel 87 van hetzelfde decreet worden de woorden « erkende onderzoeksinstituten » vervangen door de woorden « erkende onderzoekscentra of één of meer sterke vervenigingen ».

Art. 76.In hetzelfde decreet wordt een artikel 90/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 90/1.Als een erkend onderzoekscentrum zowel voor economische als voor niet economische activiteiten een openbare financiering geniet, voorziet de Regering in een controle- en terugvorderingsmechanisme om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet overschreden wordt ingevolge een toename van het aandeel van de economische activiteiten ten opzichte van de overwogen toestand bij de toekenning van de steun. »

Art. 77.In artikel 91 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « erkend onderzoeksinstituut » worden vervangen door de woorden « erkend onderzoekscentrum »;b) de woorden « toegepast of » worden geschrapt.

Art. 78.In artikel 92 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « toegepast of » geschrapt.

Art. 79.In hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen als volgt : « Afdeling 6. - Subsidies betreffende een project tot aanwerving van een onderzoeksinfrastructuur »

Art. 80.In artikel 93/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « van een buitengewone uitrusting » worden vervangen door de woorden « van een onderzoeksinfrastructuur »;b) de woorden « erkende onderzoeksinstituten » worden vervangen door de woorden « erkende onderzoekscentra ».

Art. 81.In artikel 93/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « van de buitengewone uitrusting » vervangen door de woorden « van de onderzoeksinfrastructuur ».

Art. 82.In hetzelfde decreet wordt een artikel 93/5 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 93/5.Als een onderzoeksinfrastructuur tegelijkertijd economische en niet-economische activiteiten uitoefent, worden de financiering, de kosten en de opbrengsten van elk type activiteit afzonderlijk in de boeken opgenomen op basis van boekhoudingsbeginselen die op coherente wijze worden toegepast en objectief gerechtvaardigd kunnen worden. »

Art. 83.In hetzelfde decreet wordt een artikel 93/6 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 93/6.De te betalen prijs voor de exploitatie of het gebruik van de infrastructuur stemt overeen met de marktprijs. »

Art. 84.In hetzelfde decreet wordt een artikel 93/7 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 93/7.Als een onderzoeksinfrastructuur zowel voor economische als voor niet economische activiteiten een openbare financiering geniet, voorziet de Regering in een controle- en terugvorderingsmechanisme om te garanderen dat de toepasselijke steunintensiteit niet overschreden wordt ingevolge een toename van het aandeel van de economische activiteiten ten opzichte van de overwogen toestand bij de toekenning van de steun.

Art. 85.In artikel 94 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « Voor de uitvoering van een industrieel onderzoeksproject, een project van toegepast onderzoek, een experimenteel ontwikkelingsproject, of een project dat twee of drie van die categorieën verenigt » vervangen door de woorden « Voor de uitvoering van een industrieel onderzoeksproject of een project inzake experimentele ontwikkeling ».

Art. 86.In artikel 95 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « erkende onderzoeksinstituten » worden vervangen door de woorden « erkende onderzoekscentra »;b) de woorden « toegepast of » worden geschrapt.

Art. 87.Artikel 96 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgend lid : « De kosten van gebouwen en grond vormen subsidiabele uitgaven onder de door de Regering bepaalde voorwaarden, voor zover en zolang ze voor het project gebruikt worden. Wat de gebouwen betreft, worden alleen de met de duur van het project overeenstemmende afschrijvingskosten, berekend overeenkomstig de doorgaans aangenomen boekhoudkundige beginselen, geacht in aanmerking te komen. Wat de grond betreft, komen de kosten voor de commerciële overdracht of daadwerkelijk gemaakte investeringskosten in aanmerking. »

Art. 88.In artikel 97 van hetzelfde decreet wordt het getal « 85 » vervangen door het getal « 100 ».

Art. 89.In de artikelen 98 en 107 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « erkende onderzoeksinstituten » vervangen door de woorden « erkende onderzoekscentra ».

Art. 90.In de artikelen 99 en 100 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « of een innoverende starter » telkens geschrapt.

Art. 91.In artikel 101 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de punten 1°, 2° en 3° vervangen als volgt : « 1° 70 voor een kleine onderneming; 2° 60 voor een middelgrote onderneming;3° 50 voor een grote onderneming.»

Art. 92.Artikel 116 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 116.Een onderneming in moeilijkheden komt niet in aanmerking voor de steun bedoeld in dit decreet. »

Art. 93.Artikel 120 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : «

Art. 120.De Regering bepaalt de modaliteiten tot beoordeling van het aanmoedigingseffectf. »

Art. 94.In artikel 121 van hetzelfde decreet worden de woorden « soorten steun waarvan sprake in de afdelingen 3, 4, 6, 7, 8 of 9 » vervangen door de woorden « soorten steun bedoeld in de afdelingen 3, 4, 6, 7 of 8 ».

Art. 95.In artikel 122 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2014, worden de woorden « toegepast of » geschrapt.

Art. 95/1.In hetzelfde decreet wordt een artikel 124/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 124/1.§ 1. Voor elke aanvraag wordt binnen 14 werkdagen na de indiening ervan een bericht van ontvangst aan de aanvrager overgemaakt. De aanvrager wordt erom verzocht aanvullende informatie te verstrekken als het dossier niet volledig is. § 2. De onontvankelijk verklaarde aanvragen zijn het voorwerp van een administratieve sluiting door de Regering als de aanvrager de formele voorwaarden van de aanvraag niet vervult binnen 75 werkdagen na het eerste verzoek tot aanvulling van zijn dossier. De met redenen omklede beslissing wordt aan de aanvrager meegedeeld. § 3. De aanvragen die ontvankelijk verklaard kunnen worden binnen 14 werkdagen zoals bedoeld in paragraaf 1, worden gedurende hoogstens 75 werkdagen aan een beoordelingsprocedure onderworpen tot de definitieve beslissing van de Regering, met ingang op de datum van de ontvankelijkheidsverklaring. § 4. De aanvrager kan zijn projectvoorstel opnieuw indienen als geen positieve steunbeslissing is genomen. De aanvrager zal rekening moeten houden met eventuele elementen van de eerste beoordeling. »

Art. 96.Dit decreet heeft uitwerking op 1 januari 2015.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 21 mei 2015.

De Minister-President, P. MAGNETTE De Minister van Openbare Werken, Gezondheid, Sociale Actie en Erfgoed, M. PREVOT De Minister van Economie, Industrie, Innovatie en Digitale Technologieën, J.-C. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen, de Stad, Huisvesting en Energie, P. FURLAN De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Vervoer, Luchthavens en Dierenwelzijn, C. DI ANTONIO De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, C. LACROIX De Minister van Landbouw, Natuur, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme en Sportinfrastructuren, afgevaardigde voor de Vertegenwoordiging bij de Grote Regio, R. COLLIN __________ (1) Zitting 2014-2015. Stukken van het Waals Parlement, 170 (2014-2015), nrs. 1 tot 4.

Volledig verslag, plenaire vergadering van 20 mei 2015.

Bespreking.

Stemming.


begin


Publicatie : 2015-06-

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^