Decreet van 24 april 2014
gepubliceerd op 18 juni 2014
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende de oprichting en de ontwikkeling van collectieve structuren van het hoger onderwijs voor de activiteiten inzake een voortgezette vorming

bron
waalse overheidsdienst
numac
2014203698
pub.
18/06/2014
prom.
24/04/2014
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

24 APRIL 2014. - Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende de oprichting en de ontwikkeling van collectieve structuren van het hoger onderwijs voor de activiteiten inzake een voortgezette vorming en een leven lang leren (1)


Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 127 ervan.

Art. 2.Het samenwerkingsakkoord gesloten op 13 maart 2014 tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende de oprichting en de ontwikkeling van collectieve structuren van het hoger onderwijs voor de activiteiten inzake een voortgezette vorming en een leven lang leren wordt goedgekeurd.

Art. 3.Dat samenwerkingsakkoord wordt bij dit decreet gevoegd.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 24 april 2014.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO _______ Nota (1) Zitting 2013-2014. Stukken van het Waalse Parlement 1028 (2013-2014) Nrs. 1 tot 3.

Volledig verslag, plenaire zitting van 23 april 2014.

Bespreking.

Stemming.

BIJLAGE Samenwerkingsakkoord tussen het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap betreffende de oprichting en de ontwikkeling van collectieve structuren van het hoger onderwijs voor de activiteiten inzake een voortgezette vorming en een leven lang leren Gelet op de artikelen 1, 39, 127, 128, 134 en 138 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 92bis, § 1, ingevoegd bij de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op decreet II van de Raad van de Franse Gemeenschap van 19 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op decreet II van de Waalse Gewestraad van 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies dat met name de ARES ermee belast collectieve structuren voor de activiteiten inzake een leven lang leren van het hoger onderwijs te ontwikkelen en te coördineren;

Gelet op de verbintenissen vermeld in de gemeenschappelijke Beleidsverklaring om in de voorzieningen voor het leven lang leren te voorzien, waarmee iedereen zijn vorming in een kader aangepast aan zijn behoeften en aan zijn verplichtingen kan voortzetten;

Gelet op de verbintenissen vermeld in de gewestelijke Beleidsverklaring om de inspanningen voort te zetten en te intensiveren teneinde in het Waalse Gewest een levenslange werkelijke vormingscultuur te ontwikkelen;

Overwegende dat de beroepsopleiding van jongeren één van de voornaamste doelstellingen is van het algemeen beleid van economisch herstel van het Waalse Gewest;

Overwegende dat de optimale opleiding van de studenten die cursussen van het onderwijs voor sociale promotie en het universitair en niet-universitair hoger onderwijs volgen noodzakelijk is voor het welslagen van dit beleid;

Overwegende een betere geografische spreiding van het aanbod van het universitair en niet-universitair hoger onderwijs noodzakelijk is voor het welslagen van dit beleid;

Overwegende dat het Plan Horizon 2022 een aanzet is tot een hoger onderwijs gericht op de beroepen met toekomstperspectief en op de behoeften aan competenties van de ondernemingen;

Overwegende dat de Europese Commissie in het kader van de strategie "Europa 2020" de lidstaten ertoe aanspoort om doeltreffende investeringen te verrichten in de opvoedings- en vormingssystemen op alle niveaus (van het voorschoolse onderwijs tot het hoger onderwijs);

Overwegende dat het dan ook gepast lijkt om een samenwerkingsakkoord betreffende de oprichting en de ontwikkeling van collectieve structuren van het hoger onderwijs voor de activiteiten inzake een voortgezette vorming en een leven lang leren te sluiten, De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering, in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en door de Minister bevoegd voor het Hoger Onderwijs, de heer Jean-Claude Marcourt, en de Minister van het verplicht onderwijs en van het onderwijs voor sociale promotie, Mevrouw Marie-Martine Schyns;

En Het Waalse Gewest vertegenwoordigd door zijn Regering in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte, en haar Minister van Beroepsopleiding, de heer André Antoine;

Zijn overeengekomen wat volgt :

Artikel 1.Voor de toepassing van dit samenwerkingsakkoord dient te worden verstaan onder : 1. ARES : de Academie Onderzoek en Hoger Onderwijs, zoals bepaald in het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;2. Kenniscentra : de kenniscentra erkend door de Regering van het Waalse Gewest, zoals bepaald in artikel 1bis, 7°, van het decreet van 6 mei 999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling);3. "Conseil économique et social wallon" : de Sociaal-Economische Raad van het Waalse Gewest ingesteld bij het decreet van 25 mei 1983;4. CSEF : de Subregionale comités voor tewerkstelling en vorming, zoals bepaald in de artikelen 37 tot 44 van het decreet van 6 mei 999 betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi", zoals gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012;5. FOREm : de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling), ingesteld bij het decreet van 6 mei 1999;6. voortgezette opleiding : de sector van de opleiding met betrekking tot de personen die tot de arbeidsmarkt toetreden en die de oorspronkelijke opleiding dus hebben verlaten.Met dit ander type opleiding kunnen de personen die reeds tot de arbeidsmarkt zijn toegetreden, opleidingen volgen om hun competenties te verbeteren en om zich aan te passen aan de nieuwe technologieën, praktijken of methoden die in de ondernemingen zijn toegepast; 7. IFAPME : "Institut wallon de formation en alternance et des indépendants et petites et moyennes entreprises" (Waals instituut voor alternerende opleiding, zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen), ingesteld bij het decreet van 17 juli 2003;8. partneroperatoren : de inrichtingen van het onderwijs voor sociale promotie, de kenniscentra en de opleidingscentra van de FOREm, het IFAPME die in partnerschap met de inrichtingen van het hoger onderwijs en binnen de collectieve structuur van het hoger onderwijs een opleidingsaanbod van een hoger niveau ontwikkelen;9. academische kernen : vereniging van inrichtingen van het hoger onderwijs in de zin van het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies.

Art. 2.Een collectieve structuur van het hoger onderwijs voor de activiteiten inzake een voortgezette vorming en een leven lang leren, zoals bedoeld in dit samenwerkingsakkoord, is een platform dat kwaliteitsvolle infrastructuren en uitrustingen aanbiedt ten behoeve van de inrichtingen van het hoger onderwijs om, in co-organisatie en/of met gezamenlijke diplomering, een voortgezet opleidingsaanbod te ontwikkelen ten einde op de plaatselijke sociaal-economische behoeften in te spelen.

Die infrastructuren en uitrustingen worden ook ter beschikking gesteld van de FOREm en het IFAPME zodat ze er in een samenwerkingsverband met inrichtingen van het hoger onderwijs een opleidingsaanbod van een hoger niveau kunnen ontwikkelen.

Dit aanbod betreft de studenten van het universitair, niet-universitair hoger onderwijs en van het onderwijs voor sociale promotie, de leerkrachten en de opleiders in het kader van hun voortgezette opleiding alsook de tewerkgestelde werknemers (ook het leidinggevend personeel en de bedrijfshoofden), de werkzoekenden en de leerlingen van het IFAPME. Dit aanbod moet op geografisch en sectoraal niveau het opleidingsaanbod van de inrichtingen van het universitair en niet-universitair hoger onderwijs en van de bestaande kenniscentra aanvullen en niet met laatstgenoemd aanbod concurreren.

Art. 3.Om dit voortgezet opleidingsaanbod te waarborgen, heeft elke collectieve structuur van het hoger onderwijs erkend door de Regeringen van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest overeenkomstig de in artikel 12 bedoelde procedure de volgende opdrachten : - de organisatie van de ontmoeting en het overleg tussen inrichtingen van het hoger onderwijs (universiteiten, hoge scholen, inrichtingen van het onderwijs voor sociale promotie), de FOREm en het IFAPME, alsook met de ondernemingen of groepen van plaatselijke ondernemingen, de beroepssectoren en de intercommunales voor economische ontwikkeling; - de bevordering van de opmaking en de planificatie in co-organisatie en/of met gezamenlijke diplomering door de inrichtingen van het hoger onderwijs van een voortgezette buurtopleiding die inspeelt op de plaatselijke socio-economische behoeften; - de terbeschikkingstelling van de aangepaste infrastructuren en uitrusting van de inrichtingen van het hoger onderwijs, en van de partneroperatoren om die voortgezette opleiding te ontwikkelen; - het opmaken van een catalogus van de opleidingen georganiseerd binnen de collectieve structuur van het hoger onderwijs; - de ontwikkeling van proef- en innoverende acties op het gebied van de voortgezette opleiding en het leven lang leren.

Elke collectieve structuur van het hoger onderwijs vervult haar opdrachten in overleg met de academische kern op het grondgebied waarvan ze gelegen is en, in voorkomend geval, met de academische kernen waaronder de partnerinrichtingen van het hoger onderwijs ressorteren.

Art. 4.De collectieve structuren van het hoger onderwijs worden door de Regeringen van de Franse Gemeenschap en van het Waalse Gewest erkend met inachtneming van een bestek goedgekeurd door bedoelde Regeringen.

In dit bestek worden onder meer de volgende criteria in aanmerking genomen : a) minstens twee universiteiten, twee hogescholen met een verschillend karakter alsook een inrichting van het onderwijs voor sociale promotie tot inrichting van een hoger onderwijs en een opleidingscentrum van de FOREm en/of een opleidingscentrum van het IFAPME bijeenbrengen;b) in het kader passen van de uitvoering van een eengemaakt opleidingenaanbod in verband met de knelpuntberoepen, de moeilijk vervulbare beroepen of de opkomende beroepen vastgesteld door de FOREm. Deze criteria zijn verplicht en cumulatief.

Het bestek voorziet bovendien in de volgende voorrangscriteria : a) voorrang wordt gegeven aan de projecten van collectieve structuren van het hoger onderwijs gelegen in de administratieve arrondissementen waarvoor een tekort aan arbeidskrachten met een diploma van het hoger onderwijs in het algemeen en in het bijzonder van het universitair onderwijs bestaat;b) voorrang wordt gegeven aan de projecten die een voortgezet opleidingenaanbod willen ontwikkelen in een specifieke sector in verband met de aanwezigheid en de ontwikkeling op het betrokken administratief arrondissement van ondernemingen gespecialiseerd in bedoelde sector;c) voorrang wordt gegeven aan de projecten die een gunstig advies hebben gekregen van de "Conseil économique et social wallon" alsook van de academische Kern, van het Subregionale comité voor arbeidsbemiddeling en vorming en van de plaatselijke structuren van economische ontwikkeling op het grondgebied waarvan bedoelde projecten zijn gelegen;d) voorrang wordt gegeven aan de projecten die ondernemingen of groepen van plaatselijke ondernemingen en/of beroepssectoren en/of intercommunales voor economische ontwikkeling bijeenbrengen;e) voorrang wordt gegeven aan de projecten waarvan de gezamenlijke diplomeringen en de co-organisatie tussen inrichtingen en partneroperatoren reeds geformaliseerd zijn;f) voorrang wordt gegeven aan de projecten die grensoverschrijdende partnerschappen ontwikkelen met onderwijs- en opleidingsinrichtingen van naburige gewesten of landen. Deze voorrangscriteria zijn niet cumulatief. Daarmee kan het in artikel 10 bedoelde Begeleidingscomité een rangschikking bepalen tussen de verschillende projecten die het moet onderzoeken.

Om de concurrenties en de redundanties in de verrichte investeringen te voorkomen gronden de Regeringen van de Franse Gemeenschap en van het Waalse Gewest hun beslissing bovendien op basis van een overzicht van de bestaande activiteiten inzake de voortgezette opleiding en het leven lang leren en van de voor die activiteiten bestemde infrastructuren.

Art. 5.Om in aanmerking te komen voor de in artikel 7 bedoelde financieringen, neemt elke erkende collectieve structuur van het hoger onderwijs de vorm aan van een VZW. Het maatschappelijk doel van de VZW omvat de in artikel 3 bedoelde opdrachten.

De raad van bestuur van de VZW bestaat minstens uit zijn afgevaardigd bestuurder, een vertegenwoordiger van elke inrichting van het hoger onderwijs en de partneroperator en 5 vertegenwoordigers aangewezen door de Regeringen.

De statuten van de VZW worden ter goedkeuring aan de Regeringen voorgelegd.

Elke collectieve structuur van het hoger onderwijs richt ook een Begeleidingscomité op dat bestaat uit de leden van de Raad van bestuur van de VZW, alsook van de vertegenwoordigers van de ondernemingen of groepen van ondernemingen, beroepssectoren en intercommunales voor economische ontwikkeling die partners zijn.

Dat Begeleidingscomité heeft de volgende opdrachten : - voor de specificiteit en de kwaliteit van de opleidingen zorgen; - voor de coherentie van de programma's zorgen; - in voorkomend geval, de ontwikkelingen van programma's aan de Raad van bestuur voorstellen; - samenwerkingsacties met andere grondgebieden en partners van verschillende sectoren aan de Raad van bestuur voorstellen; - elke maatregel betreffende het duurzaam maken en de ontwikkeling van het project aan de Raad van bestuur voorstellen; - een jaarlijks activiteitenverslag richten aan het Begeleidingscomité bedoeld in artikel 12.

Art. 6.De erkende collectieve structuren van het hoger onderwijs stellen de infrastructuren en uitrustingen die nodig zijn voor de geplande voortgezette opleidingen alsook het secretariaat-, onthaal- en onderhoudpersoneel nodig voor de toegang tot die infrastructuren en uitrustingen ter beschikking van de inrichtingen en partneroperatoren.

Ze kunnen bovendien bijzondere overeenkomsten sluiten met elke onderwijs- of opleidingsoperator om onderwijsactiviteiten, opleidingsstudies en andere opleidingen ontwikkelen.

De toegang tot de infrastructuren en uitrustingen van de erkende collectieve structuren van het hoger onderwijs is kosteloos voor elke openbare operator van het onderwijs en voor elke opleidingsoperator die partner of geconventioneerd is.

Een toegangsrecht zal evenwel kunnen worden gevraagd aan de private operatoren volgens de modaliteiten en tarieven vastgesteld door de Regeringen.

De leerkrachten en opleiders die de geplande opleidingen verstrekken binnen een erkende collectieve structuur van het hoger onderwijs blijven ressorteren onder de inrichtingen waarvan ze afkomstig zijn en worden bezoldigd door bedoelde inrichtingen.

De Regering van de Franse Gemeenschap bepaalt de modaliteiten inzake de terschikkingstelling van het personeel door de partnerinrichtingen van het hoger onderwijs.

Art. 7.Om de in artikel 3 bedoelde opdrachten uit te voeren, geniet elke erkende collectieve structuur van het hoger onderwijs binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten een jaarlijkse toelage van maximum 1,5 miljoen euro die voor de helft ten laste komt van de Franse Gemeenschap en voor de andere helft van het Waalse Gewest.

Het bedrag van de toelage wordt gezamenlijk door de Regeringen binnen de perken bepaald in het eerste lid vastgesteld op voorstel van het in artikel 10 bedoelde Begeleidingscomité.

Die toelage dekt de werkingskosten van de erkende collectieve structuur van het hoger onderwijs, haar eigen personeelskosten, de infrastructuurkosten en de aankoop van uitrustingen en haar bedrag wordt binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten vastgesteld op grond van de begroting en van het financieel plan bedoeld in artikel 8.

De toelage wordt zowel voor het aandeel ten laste van de Franse Gemeenschap als voor het aandeel ten laste van het Waalse Gewest in twee schijven uitbetaald : - een eerste schijf van 60 % van de toegekende toelage wordt uitbetaald zodra het subsidiëringsbesluit wordt betekend; - het saldo van de toelage wordt uitbetaald na overlegging van de uitgaven- en ontvangstenrekeningen samen met het geheel van de bewijsstukken (originele facturen), van een eindverslag over de gesubsidieerde activiteit en van elk ander aangepast bewijs gevraagd door de diensten van de Regeringen.

Art. 8.Het beschikken over deze bedragen is gekoppeld aan : a) de inachtneming van de toekenningscriteria opgenomen in artikel 4;b) voor elk project, de ontvangst van een advies van de "Conseil économique et social wallon" alsook van de academische Kern, van het Subregionale comité voor arbeidsbemiddeling en vorming en van de plaatselijke structuren van economische ontwikkeling op het grondgebied waarvan bedoeld project is gelegen;c) de overlegging van een jaarlijkse begroting en een financieel plan voor drie jaar.

Art. 9.De door de erkende collectieve structuren van het hoger onderwijs ontwikkelde opleidingsprojecten zijn ertoe bestemd om gesteund te worden door gewestelijke, gemeenschappelijke of provinciale financieringen en zullen ook meedingen naar de oproepen tot het indienen van projecten georganiseerd met name in het kader van Europese structurele fondsen alsook in het kader van het Plan Horizon 2022.

Art. 10.De Commissie voortgezette opleiding en leven lang leren, opgericht binnen ARES en bepaald in het decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies speelt de rol van Begeleidingscomité voor deze regeling.

Wanneer ze die rol speelt, wordt de in het eerste lid bedoelde Commissie voortgezette opleiding en leven lang leren bovendien verrijkt met de volgende leden : 1° een vertegenwoordiger van de FOREm;2° een vertegenwoordiger van het IFAPME;3° een vertegenwoordiger van de Minister-president van het Waalse Gewest en van de Franse Gemeenschap;4° een vertegenwoordiger van de Minister van het Hoger onderwijs;5° een vertegenwoordiger van de Minister van Beroepsopleiding. Het voorzitterschap van het Begeleidingscomité wordt waargenomen door de voorzitter van de in het eerste lid bedoelde Commissie voortgezette opleiding en leven lang bedoeld in het eerste lid.

Art. 11.Het Begeleidingscomité : 1° houdt toezicht op de uitvoering van de collectieve structuren van het hoger onderwijs die overeenkomstig de in artikel 12 bedoelde procedure door de Regeringen worden erkend;2° evalueert de in het raam van dit samenwerkingsakkoord uitgevoerde acties;3° verstuurt aan de Regeringen, alsook aan de "Conseil économique et social de la Région wallonne"een globale jaarlijkse evaluatie alsmede elk advies die de in artikel 1 bedoelde doelstelling beter helpen bereiken. Het Begeleidingscomité neemt zijn beslissingen op grond van een consensus.

Het Begeleidingscomité neemt een huishoudelijk reglement aan dat het aan de Regeringen ter goedkeuring voorlegt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van dit samenwerkingsakkoord.

Art. 12.De procedure voor de selectie en de erkenning van de projecten van collectieve structuren van het hoger onderwijs door de Regeringen van de Franse Gemeenschap en van het Waalse Gewest geschiedt als volgt : 1° goedkeuring van het bestek door de Regeringen van de Franse Gemeenschap en van het Waalse Gewest;2° ontvangst en administratieve behandeling van de kandidaturen door ARES;3° adviesaanvraag aan de "Conseil économique et social wallon" alsook aan de academische Kern, de Subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming en de plaatselijke structuren voor economische ontwikkeling;4° gemotiveerd advies van het Begeleidingscomité bedoeld in artikel 10 over elke erkeninngsaanvraag alsook over het bedrag van de aangevraagde subsidies;5° beslissing van de Regeringen op grond van de gemotiveerde adviezen van het in artikel 10 bedoelde Begeleidingscomité en met inachtneming van de tooekennings- en voorrangscriteria van het bestek zoals bedoeld in artikel 4. De aanneming van het in punt 1 bedoelde bestek alsook de beslissingen betreffende de toekenning van een erkenning en een toelage geschieden bij uitvoerende samenwerkingsakkoorden zoals bedoeld in artikel 92bis, § 1, derde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen tussen de Regeringen van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest.

Een collectieve structuur van het hoger onderwijs wordt door de Regeringen van de Franse Gemeenschap en van het Waalse Gewest voor 9 jaar erkend en gesubsidieerd.

Na afloop van die periode kan deze erkenning door de Regeringen op advies en voorstel van het in artikel 10 bedoelde Begeleidingscomité verlengd worden.

Bij niet-naleving van de in dit samenwerkingsakkoord bedoelde verplichtingen kunnen de Regeringen beslissen om : 1° de erkenning op te schorten om de collectieve structuur van het hoger onderwijs in staat te stellen, zich aan te passen aan de bepalingen van dit samenwerkingsakkoord;2° de erkenning van de collectieve structuur van het hoger onderwijs die de bepalingen van dit samenwerkingsakkoord niet naleeft, in te trekken. Een verwittigingsbrief nodigt de collectieve structuur van het hoger onderwijs uit om haar opmerkingen mee te delen.

Op haar verzoek kan ze gehoord worden door het Begeleidingscomité binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanvraag.

Bedoeld comité brengt een advies ter beslissing uit aan de Regeringen.

Art. 13.Dit samenwerkingsakkoord treedt in werking tien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de tekst van instemming van de laatste ondertekende partij.

Namen, 13 maart 2014.

Voor het Waalse Gewest : De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van het Hoger Onderwijs, J.-Cl. MARCOURT De Minister van het Verplicht Onderwijs en van het Onderwijs voor Sociale Promotie, M.-M. SCHYNS

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^