Decreet van 24 maart 2003
gepubliceerd op 07 mei 2003
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet houdende oprichting van de pedagogische inspectie-begeleiding voor het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap en tot vastlegging van de opdrachten ervan

bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
numac
2003033032
pub.
07/05/2003
prom.
24/03/2003
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

24 MAART 2003. - Decreet houdende oprichting van de pedagogische inspectie-begeleiding voor het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap en tot vastlegging van de opdrachten ervan (1)


De Raad van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Oprichting en opdrachten Oprichting

Artikel 1.De Duitstalige Gemeenschap richt een pedagogische inspectie-begeleiding op voor het door haar georganiseerd, gesubsidieerd en erkend basis-, secundair en hoger onderwijs alsmede voor de voortgezette schoolopleiding.

Hoedanigheden

Art. 2.In dit decreet gelden de hoedanigheden voor beide geslachten.

Aantal

Art. 3.De pedagogische inspectie-begeleiding is samengesteld uit vier tot zes pedagogische inspecteurs-adviseurs. De Regering legt het aantal vast.

Controle-opdrachten

Art. 4.De pedagogische inspectie-begeleiding vervult de volgende controle-opdrachten voor het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd, gesubsidieerd en erkend basis-, secundair en hoger onderwijs alsmede voor de voortgezette schoolopleiding : 1° ze gaat na of de onderwijsinstellingen de door de Regering goedgekeurde activiteitenplannen, studieprogramma's of leerplannen naleven; 2° ze gaat na of de onderwijsinstellingen de bepalingen m.b.t. de verloven en de cursussen alsmede het minimale aantal wekelijkse lestijden naleven; 3° ze gaat na of het maatschappelijk project verwezenlijkt wordt;4° ze gaat na of de voorgeschreven ontwikkelingsdoelen en/of sleutelbevoegdheden bereikt zijn;5° ze neemt deel aan de externe evaluatie van de scholen;6° ze gaat na of er aan de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake leerplicht voldaan wordt;7° ze gaat na of er aan de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake taalregeling in het onderwijs voldaan wordt;8° ze gaat na of een onderwijsinstelling over voldoende leermiddelen en over een aangepaste onderwijsvoorziening beschikt;9° ze geeft de Regering adviezen over de financiering, de subsidieerbaarheid en de erkenning van onderwijsinstellingen of -afdelingen;10° ze vervult alle andere opdrachten bepaald door de wet, het decreet of de bepalingen tot uitvoering ervan. Begeleidingsopdrachten in het Gemeenschapsonderwijs

Art. 5.De pedagogische inspectie-begeleiding vervult de volgende begeleidingsopdrachten voor het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd, gesubsidieerd en erkend basis-, secundair en hoger onderwijs alsmede voor de voortgezette schoolopleiding : 1° ze coördineert de uitwerking van nieuwe en/of de herziening van bestaande activiteitenplannen, studieprogramma's of leerplannen;2° ze ontwikkelt of bewerkt pedagogische concepten;3° ze begeleidt de personeelsleden en geeft hen adviezen, vooral wat de pedagogische opvattingen en methodes betreft;4° ze vervult alle andere opdrachten bepaald door de wet, het decreet of de bepalingen tot uitvoering ervan. Uitbreiding van de begeleidingsopdracht

Art. 6.Op verzoek van een gesubsidieerde of erkende inrichtende macht kan de pedagogische inspectie-begeleiding de in artikel 5 bepaalde opdrachten vervullen voor de scholen die onder deze inrichtende macht ressorteren.

Op verzoek van de Regering geeft ze adviezen aan andere pedagogische instellingen.

Uitvoering van de opdrachten

Art. 7.Voor de controle- en begeleidingsopdrachten bepaald in de artikelen 4 tot 6 hebben de pedagogische inspecteurs-adviseurs het recht om : 1° het onderricht met het inrichtingshoofd of zijn plaatsvervanger bij te wonen, de leerlingen of studenten vragen te stellen of te laten stellen, hun werk te onderzoeken en zich documenten en dagboeken te laten voorleggen;2° de werkdocumenten en dagboeken van de te begeleiden personeelsleden, de lessentabel, de notulen van de klasraden en toelatingsraden alsmede verschillende documenten die ofwel ter beschikking gesteld ofwel bewaard moeten worden ter inzage nemen;3° een advies uit te brengen over de ruimten en de uitrusting van de school;4° alle documenten ter inzage nemen die voor de externe evaluatie relevant zijn; In het Gemeenschapsonderwijs hebben de pedagogische inspecteurs-adviseurs, naast de hulpmiddelen opgenomen in het eerste lid, bovendien het recht om : 1° de toegepaste pedagogische methodes te onderzoeken en te evalueren; 2° de personeelsleden adviezen te verstrekken, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat geen bemerking t.o.v. de personeelsleden uitgedrukt wordt, noch in het openbaar noch in aanwezigheid van de leerlingen. HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen Wijziging van de schoolpactwet

Art. 8.Artikel 24, § 2, lid 2, nr. 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt vervangen door de volgende bepaling : « 3° zich aan het toezicht onderwerpen dat georganiseerd is bij het decreet van 24 maart 2003 houdende oprichting van de pedagogische inspectie-begeleiding voor het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap en tot vastlegging van de opdrachten ervan; » Wijziging van het decreet betreffende het basisonderwijs

Art. 9.In artikel 23 van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs wordt een punt 11° ingevoegd, luidend als volgt : « 11° zich aan het toezicht onderwerpt dat georganiseerd is bij het decreet van 24 maart 2003 houdende oprichting van de pedagogische inspectie-begeleiding voor het onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap en tot vastlegging van de opdrachten ervan. » Wijziging van de wet op het lager onderwijs

Art. 10.In de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd op 20 augustus 1957, worden de begrippen « kantonnale inspecteur » en « kantonnale adjunct-inspecteur » door het begrip « pedagogisch inspecteur-adviseur » vervangen.

Toewijzing van een weddeschaal

Art. 11.In artikel 2 hoofdstuk IB van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgelegd de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst, belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat, wordt volgende passus ingevoegd vóór de laatste passus betreffende de inspecteur-generaal : « Pedagogisch inspecteur-adviseur die ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit . . . . . 475 Pedagogisch inspecteur-adviseur die niet ten minste een diploma van het hoger onderwijs van de tweede graad bezit . . . . . 275 » HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen Overgangsbepaling

Art. 12.Om de in de artikelen 4 tot 6 bepaalde opgaven te vervullen kan de Regering, tot de inwerkingtreding van een decreet dat de uitoefening van het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur in de vorm van een mandaat vastlegt of ten laatste tot het einde van het schooljaar 2005-2006, ten hoogste vier personen die aan de in artikel 13 bepaalde voorwaarden voldoen een verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs verlenen en zij helemaal van hun werkzaamheden vrijstellen.

De zo aangewezen personen verkrijgen een weddebijslag. Dit bijslag is gelijk aan het verschil tussen de jaarwedde vastgelegd overeenkomstig artikel 2 hoofdstuk IB van het koninklijk besluit van 27 juni 1974, gewijzigd bij artikel 11 van voorliggend decreet, en de jaarwedde waarop zij recht hebben voor het ambt waarin zij vastbenoemd zijn.

Overgangsbepaling

Art. 13.De personeelsleden mogen het verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs verkrijgen, als zij aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° burger van de Europese Unie zijn;afwijkingen kunnen worden toegestaan door de Regering; 2° een gedrag hebben dat overeenstemt met de vereisten van de betrekking;3° de burgerlijke en politieke rechten genieten;4° aan de dienstplichtwetten hebben voldaan;5° in het Gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs of het gesubsidieerd officieel onderwijs, sinds ten minste 10 jaar titularis zijn van een ambt van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel, waaronder ten minste twee jaar met een benoeming of aanstelling in vast verband;waarbij de vaste benoeming of aanstelling voor een volledig uurrooster heeft plaatsgevonden; 6° houder zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs bepaald door de Regering voor het ambt bedoeld onder punt 5° of, wat het gesubsidieerd onderwijs betreft, houder zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs van groep A voor het ambt bedoeld onder punt 5°;7° voor de selectieprocedure geslaagd zijn. Overgangsbepaling

Art. 14.De Regering richt een selectiecommissie op, samengesteld uit volgende leden : 1° de voorzitter, die bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap een leidende functie inzake Onderwijs uitoefent en ten minste de rang D van het niveau I bekleedt;2° vier personen die ten minste houders zijn van een diploma van het hoger onderwijs. De Regering wijst de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de plaatsvervangende secretaris alsmede de werkende leden en hun plaatsvervangers.

De secretaris en de plaatsvervangende secretaris worden tussen de beambten van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap aangewezen.

Zij zijn niet stemgerechtigd.

De samenstelling van de selectiecommissie wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

Overgangsbepaling

Art. 15.§ 1 - De selectiecommissie kan slechts rechtsgeldig beraadslagen als ten minste twee derden van de leden aanwezig zijn. § 2 - De beslissingen worden genomen met de meerderheid van de stemmen, waarbij de voorzitter aan de stemming niet deelneemt.

Stemonthoudingen zijn niet toegelaten.

Bij staking van stemmen neemt de voorzitter, in afwijking van het eerste lid, de beslissing.

Overgangsbepaling

Art. 16.De deelnemingsvoorwaarden, de termijn en de vorm qua indiening van de kandidaturen, alsmede, in een apart opgestelde lijst, het aantal betrekkingen voor de personen die hoofdzakelijk in het basis- of in het secundair onderwijs werkzaam zullen zijn, worden ter kennis van het publiek gebracht door een oproep tot de gegadigden in het Belgisch Staatsblad .

Overgangsbepaling

Art. 17.De selectiecommissie houdt rekening met de documenten ingediend door de kandidaten en die inlichtingen geven over hun persoonlijkheid en hun bekwaamheid om het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur uit te oefenen.

De kandidaten schrijven een verhandeling over een thema dat betrekking heeft met de uitoefening van het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur.

Dankzij een gesprek met de kandidaten, waarvoor de documenten bedoeld in het eerste lid en de verhandeling bedoeld in het tweede lid als basis dienen, zal de selectiecommissie inzicht krijgen in hun bekwaamheid om het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur uit te oefenen; zij zal ook ermee rekening houden.

Overgangsbepaling

Art. 18.Bij de eindberaadslaging stelt de selectiecommissie een lijst met de kandidaten op die bekwaam zijn om het ambt als pedagogisch inspecteur-adviseur uit te oefenen. Daarbij zal een onderscheid worden gemaakt tussen de personen die hoofdzakelijk in het basis- of in het secundair onderwijs werkzaam zullen zijn.

Het proces-verbaal opgesteld bij de eindberaadslaging wordt aan de Regering toegezonden.

Overgangsbepaling

Art. 19.Indien de Regering, bij de verlening van een verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs, van de door de selectiecommissie voorgestelde volgorde afwijkt, dan moet ze dat uitvoerig met redenen omkleden.

Overgangsbepaling

Art. 20.Het verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs wordt voor een schooljaar verleend en is hernieuwbaar zonder dat een nieuwe selectieprocedure moet plaatsvinden.

Overgangsbepaling

Art. 21.In afwijking van artikel 13, 7°, kan de Regering de personeelsleden van de categorie bestuurs- en onderwijzend personeel van het Gemeenschapsonderwijs, van het gesubsidieerd officieel onderwijs of van het gesubsidieerd vrij onderwijs die, bij de inwerkingtreding van voorliggend decreet, al ermee belast zijn de opdrachten van een pedagogisch inspecteur-adviseur te vervullen het in artikel 12 bedoeld verlof voor een opdracht in het belang van het onderwijs verlenen, zonder dat de betrokken personeelsleden aan de selectieprocedure moeten deelnemen. HOOFDSTUK IV. - Opheffings- en slotbepalingen Opheffing

Art. 22.Worden opgeheven : 1° artikel 79 van de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd op 20 augustus 1957;2° het koninklijk besluit van 26 februari 1960 betreffende de inspectie van de studiën in de gesubsidieerde onderwijsinrichtingen;3° het koninklijk besluit van 14 december 1976 houdende organiek reglement van de personeelsleden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op de rijksinrichtingen. Inwerkingtreding

Art. 23.Voorliggend decreet treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt wordt.

Eupen op 24 maart 2003.

Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap : K.-H. LAMBERTZ, Minister-President van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport B. GENTGES, Minister van Onderwijs en Vorming, Cultuur en Toerisme H. NIESSEN, Minister van Jeugd en Gezin, Monumentenzorg, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^