Decreet van 24 maart 2006
gepubliceerd op 22 mei 2006
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet betreffende het instellen, bevorderen en versterken van samenwerkingsverbanden tussen Cultuur en Onderwijs

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2006201558
pub.
22/05/2006
prom.
24/03/2006
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

24 MAART 2006. - Decreet betreffende het instellen, bevorderen en versterken van samenwerkingsverbanden tussen Cultuur en Onderwijs


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Definities

Artikel 1.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° « Scholen » : de onderwijsinrichtingen die gewoon of gespecialiseerd kleuter-, lager of basisonderwijs, gewoon secundair onderwijs met volledig leerplan of gespecialiseerd secundair onderwijs organiseren, dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of gesubsidieerd;2° « Culturele operator » : voorzover ze voorafgaandelijk erkend werden door de Minister van Cultuur, elke rechtspersoon, met uitzondering van commerciële ondernemingen, die erkend of gesubsidieerd wordt door de Franse Gemeenschap, waarvan het maatschappelijk doel of de activiteit onder de culturele en artistieke sectoren ressorteert die onder de bevoegdheden van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap vallen;elke natuurlijke persoon die een artistieke en pedagogische beroepservaring kan bewijzen alsook de culturele en artistieke diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap; 3° « Partneronderwijsinrichtingen » : de inrichtingen bedoeld in artikel 1, 3° van het decreet van 2 juni 1998 houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;4° « Artistieke en culturele gebieden » : de podiumkunsten, de letteren, de visuele kunsten, de bouwkunst, het cultureel erfgoed, de audiovisuele sector, de films, de digitale kunsten, de multimedia en de praktijken die onder de permanente opvoeding ressorteren;5° « Overlegraad » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 1 van Titel IV;6° « Cel Cultuur-Onderwijs » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 2 van Titel IV;7° « Selectie- en evaluatiecommissie » : het orgaan bedoeld in hoofdstuk 3 van Titel IV.

Art. 2.Voor de leesbaarheid van de tekst geldt het gebruik in dit decreet van mannelijke namen voor de verschillende titels en ambten voor beide geslachten, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep.

TITEL II. - Doelstellingen en algemene bepalingen

Art. 3.De samenwerkingsverbanden bepaald in dit decreet hebben tot doel : - de leerlingen van de scholen toegang te verlenen tijdens hun schooljaren tot cultuur en tot de verschillende vormen van artistieke creatie en kunstuitdrukking; - de emancipatie van de leerlingen te bevorderen waarbij deze middelen krijgen om toegang te hebben tot de verschillende talen van creatie zodat ze hun creativiteit en verbeeldingskracht kunnen ontwikkelen door hun gevoeligheid te doen ontluiken; - tussen de scholen en de culturele operatoren of partneronderwijsinrichtingen, de samenwerkingen te versterken met het oog op de initiatie van leerlingen tot culturele en artistieke activiteiten en op de actieve praktijk van deze activiteiten; - de bestaande initiatieven te versterken en te herwaarderen die door de Franse Gemeenschap worden ontwikkeld zodat de scholen en de culturele operatoren of de partneronderwijsinrichtingen gezamenlijke activiteiten kunnen instellen; - de terbeschikkingstelling van informatie en pegagogische hulpmiddelen voor leerkrachten te organiseren waarbij ze met hun leerlingen culturele en artistieke activiteiten kunnen ontwikkelen.

Art. 4.De samenwerkingen bedoeld in dit decreet kunnen onder alle culturele en artistieke gebieden ressorteren.

Art. 5.Wanneer zij een programmaovereenkomst of een overeenkomst sluit met een culturele operator, binnen het kader van de reglementering die van kracht is in de culturele en artistieke sectoren van haar diensten, zal de Regering deze culturele operator op zijn verantwoordelijkheid wijzen in verband met zijn aanpak van het schoolpubliek.

Wanneer zij een contract van culturele samenwerking met verschillende culturele operatoren en een andere openbare overheid sluit, zal de Regering ervoor zorgen dat het partnerschapsproject activiteiten omvat die gericht zijn op de scholen en het schoolpubliek.

TITEL III. - Verschillende acties die tot doel hebben de samenwerking in te stellen en te versterken tussen cultuur en onderwijs HOOFDSTUK I. - Overlegd actieprogramma voor een samenwerkingsbeleid tussen cultuur en onderwijs

Art. 6.Om de drie jaar bepaalt de Regering, op voorstel van de Overlegraad, een overlegd actieprogramma voor een samenwerkingsbeleid tussen cultuur en onderwijs.

Dit actieprogramma bestaat namelijk uit : - de strategieën aangenomen om de doelstellingen bedoeld in artikel 3 en de prioritaire hoofdlijnen inzake disciplines en publiek te bereiken; daartoe wordt een bijzondere aandacht besteed aan de scholen in positieve discriminatie in de zin van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie; - de acties die gevoerd moeten worden om deze doelstellingen te bereiken; - de indicatoren waarbij geëvalueerd kan worden in zoverre de doelstellingen zullen bereikt zijn; - de co »rdinatieprocessen die tot doel hebben de synergieën tussen de werelden van cultuur en onderwijs te verhogen; - de voorstellen betreffende het instellen van geprivilegieerde partnerschappen bedoeld in de artikelen 23 en volgende waarbij ervoor wordt gezorgd dat de verschillende artistieke disciplines vertegenwoordigd worden; - de voorstellen betreffende de samenwerkingen die passen in het kader van de mechanismen die ontwikkeld en ingesteld worden door de Franse Gemeenschap, bedoeld in artikel 22. HOOFDSTUK II. - Labeling

Art. 7.De culturele en artistieke activiteiten die bestemd zijn voor het schoolpubliek kunnen gelabeld worden wanneer na een onderzoek, de Cel Cultuur-Onderwijs vaststelt dat ze aan de vereiste criteria inzake pedagogie en artistieke kwaliteit voldoen die bepaald worden door de Regering, op voorstel van de Overlegraad.

De gelabelde culturele en artistieke activiteiten worden alsdudanig in een computergestuurde databank opgenomen die beheerd wordt door de Cel Cultuur-Onderwijs.

De Cel Cultuur-Onderwijs is ertoe gehouden de bevordering van de gelabelde activiteiten in de scholen te organiseren. HOOFDSTUK III. - Lijst van de bestaande initiatieven

Art. 8.De Cel Cultuur-Onderwijs stelt een lijst op en houdt ze bij van de initiatieven die ontwikkeld worden door de Franse Gemeenschap of gelabeld worden overeenkomstig artikel 7 die tot doel hebben de cultuur en de kunst dichter bij de school te brengen.

Ze organiseert elk jaar de bevordering van de bovenvermelde lijst ten aanzien van de scholen. HOOFDSTUK IV. - Lijst van de pedagogische hulpmiddelen.

Art. 9.De Cel Cultuur-Onderwijs stelt een lijst op van de pedagogische hulpmiddelen die ontwikkeld worden door de culturele operatoren en de leerkrachten om ze te verspreiden.

Ze moedigt de culturele operatoren aan, in samenwerking met de leerkrachten, om zulke pedagogische hulpmiddelen te ontwikkelen en te gebruiken voor de activiteiten van de school. HOOFDSTUK V. - Mediatie cultuur-onderwijs

Art. 10.De Cel Cultuur-Onderwijs bevordert de ontmoeting tussen kunstenaars, culturele operatoren en leerkrachten zodat ze partnerschapsverbanden tussen elkaar kunnen leggen en versterken.

HOODSTUK VI. - Ontmoeting van kunstenaars op school

Art. 11.De Cel Cultuur-Onderwijs of andere diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap organiseren, op verzoek van de scholen, ontmoetingen met de kunstenaars en de leerlingen zodat rechtstreeks contact gelegd kan worden met diegene die kunstwerken maken of die aan het ontstaan van kunststromingen meewerken. HOOFDSTUK VII. - Verschillende samenwerkingen tussen cultuur en onderwijs die voor een financiering in aanmerking komen Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 12.§ 1. De samenwerkingen tussen de scholen en de culturele operatoren die voor een financiering in aanmerking komen, mogen van 4 soorten zijn : - duurzaam zoals bedoeld in afdeling 2; - punctueel zoals bedoeld in afdeling 3; - die in het kader passen van de mechanismen ontwikkeld en ingeleid door de Franse Gemeenschap zoals bedoeld in afdeling 4; - die op geprivilegieerde partnerschappen gebaseerd zijn zoals bedoeld in afdeling 5. § 2. De samenwerkingen tussen de scholen en de partneronderwijsinrichtingen die voor een financiering in aanmerking komen, mogen duurzaam zijn zoals bedoeld in afdeling 2. § 3. De financieringen die toegekend worden aan de samenwerkingen bedoeld in het vorige hoofdstuk, zijn subsidies om alles of een gedeelte van de uitgaven te dekken die nodig zijn voor het opstellen van projecten, met inbegrip van de bezoldigingen en andere kosten van hetzelfde type. § 4. De financiële middelen die toegekend worden aan de samenwerkingen bedoeld in dit hoofdstuk, worden toegekend binnen de perken van de beschikbare kredieten. Afdeling II. - Duurzame samenwerking

Art. 13.Onder duurzame samenwerking wordt verstaan elke culturele of artistieke activiteit die beantwoordt aan een oproep voor projecten, georganiseerd gedurende een schooljaar, die hoofdzakelijk georganiseerd wordt tijdens de schoolperiode op basis van een partnerschapsovereenkomst gesloten ofwel tussen de school en een culturele operator, ofwel tussen de school en de partneronderwijsinrichting.

Art. 14.De Regering deelt elk jaar één (de) oproep(en) voor project(en) mee dat (die) overeenstemt (men) met artikel 3 en dat (die) past (ssen) in het kader van het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6, dat (die) de scholen, de culturele operatoren en de partneronderwijsinrichtingen uitnodigt (en) om samen overleg te plegen om één of meer projecten voor duurzame samenwerking in te dienen.

Art. 15.Het project voor duurzame samenwerking wordt door de school, de culturele operator of de partneronderwijsinrichting ingediend.

Het aantal projecten dat een school mag indienen, is niet beperkt voorzover deze projecten tot verschillende groepen leerlingen gericht zijn.

Het aantal projecten dat een culturele operator of een partneronderwijsinrichting mag indienen, is niet beperkt.

Art. 16.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet het project voor duurzame samenwerking : 1° uiterlijk op de vervaldag vastgesteld in de oproep voor projecten gestuurd worden aan de Cel Cultuur-Onderwijs;2° ten minste de volgende elementen omvatten : - de nauwkeurige beschrijving van het project waarvoor een financiering wordt aangevraagd; - de gedetailleerde budgettaire vooruitzichten met betrekking tot het samenwerkingsproject; - het volume van de voorziene activiteiten waarvan minstens één buiten de school georganiseerd wordt; - de beschrijving van het beoogde publiek; - de partnerschapsovereenkomst bedoeld in 3°. 3° de onderlinge verbintenis omvatten van de school, de culturele operator en/of de partnerinrichting, voor de organisatie van de activiteiten te zorgen overeenkomstig een partnerschapsovereenkomst gesloten tussen de betrokken partijen en met vermelding van de ontvanger van de financiering.Het model van deze partnerschapsovereenkomst wordt door de Regering vastgesteld; 4° goedgekeurd worden door het inrichtingshoofd wat betreft het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap;door de inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 2. De Regering bepaalt, op voorstel van de Overlegraad, het model van beschrijving van het project en het model van de budgettaire vooruitzichten bedoeld in § 1, 2°.

Art. 17.§ 1. Onverminderd het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6, legt de Selectie- en evaluatiecommissie de Regering de projecten voor duurzame samenwerkingen voor die ze geselecteerd heeft in functie van de volgende criteria : 1° de betrokkenheid van de deelnemers, in het bijzonder de graad van betrokkenheid van de leerlingen en de leerkrachten in het project;2° de actieve deelneming van de leerlingen in de activiteiten ontwikkeld in het project;3° de graad van voorbereiding van het project, de kwaliteit van zijn doelstellingen en de gebruikte methodes;4° de coherentie van het project met de gemeenschappelijke referentiesystemen inzake het onderwijs;5° de bijdrage van het project voor de leerlingen op het gebied van ten minste één van de volgende doelstellingen : - de ontwikkeling van het analytische vermogen en de kritische geest van de leerlingen en hun initiatie tot een verantwoordelijke houding; - de strijd tegen de vormen van socioculturele uitsluiting door de sensibilisering voor de verscheidenheid van de vormen van cultuur, uitdrukking en creativiteit; - de ontwikkeling van de aantrekkingskracht bij de leerlingen van de culturele productie- en verspreidingsplaatsen en het rechtstreeks contact met de kunstwerken door het aanleren van de culturele en artistieke uitdrukkingsmiddelen; - de versterking van de banden tussen de scholen en de rechtstreekse omgeving door de ontwikkeling van culturele en artistieke activiteiten die aanleiding geven tot een blik van de leerlingen op hun buurten, levensplaatsen, de geschiedenis van deze en het geheugen van de bevolkingsgroepen die erin leven. 6° de voortzetten van het project nadat de activiteit volbracht is. § 2. Ter aanvulling van de criteria opgesomd in § 1 kan de Regering de criteria bepalen met betrekking tot de prioriteiten die ze formuleert in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6. Afdeling III. - Punctuele samenwerking

Art. 18.Onder punctuele samenwerking wordt verstaan, elke culturele en artistieke activiteit ingeleid tussen een culturele operator en een school die niet beantwoordt aan een oproep voor projecten en die tijdens of buiten de schooltijd kan gebeuren en die aanleiding geeft tot het sluiten van een partnerschapsovereenkomst.

Art. 19.Het punctuele samenwerkingsproject wordt door de culturele operator of de school ingediend.

Het aantal projecten dat een school mag indienen, is niet beperkt voor zover deze projecten tot verschillende groepen leerlingen gericht zijn.

Het aantal projecten dat een culturele operator mag indienen, is niet beperkt.

Art. 20.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet het project voor punctuele samenwerking : 1° uiterlijk vóór 15 november gestuurd worden aan de Cel Cultuur-Onderwijs voor wat betreft de projecten waarvan de activiteit tussen de hervatting van de lessen na de wintervakantie en 30 juni moet plaatsvinden;en vóór 30 april voor wat betreft de projecten waarvan de activiteit tussen 1 september en 31 december van het volgende schooljaar moet plaatsvinden; 2° ten minste de volgende elementen omvatten : - de nauwkeurige beschrijving van het project waarvoor een financiering wordt aangevraagd; - de gedetailleerde budgettaire vooruitzichten met betrekking tot het samenwerkingsproject; - de beschrijving van het beoogde publiek; - de partnerschapsovereenkomst bedoeld in 3°; 3° de onderlinge verbintenis omvatten van de school, de culturele operator en/of de partnerinrichting, voor de organisatie van de activiteiten te zorgen overeenkomstig een partnerschapsovereenkomst gesloten tussen de betrokken partijen en met vermelding van de naam van de persoon die de financiering geniet.Het model van deze partnerschapsovereenkomst wordt door de Regering vastgesteld; 4° goedgekeurd worden door het inrichtingshoofd wat betreft het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap;door de inrichtende macht voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. § 2. De Regering bepaalt, op voorstel van de Overlegraad, het model van beschrijving van het project en het model van de budgettaire vooruitzichten bedoeld in § 1, 2°.

Art. 21.§ 1. Onverminderd het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6, legt de Selectie- en evaluatiecommissie de Regering de ontvankelijke projecten voor punctuele samenwerkingen voor die ze geselecteerd heeft in functie van de volgende criteria : 1° de graad van voorbereiding van het project, de kwaliteit van zijn doelstellingen en de gebruikte methodes;2° de coherentie van het project met de gemeenschappelijke referentiesystemen inzake het onderwijs;3° de bijdrage van het project voor de leerlingen op het gebied van ten minste één van de volgende doelstellingen : - de ontwikkeling van het analytische vermogen en van de kritische geest van de leerlingen en hun initiatie tot een verantwoordelijke houding; - de strijd tegen de vormen van sociaal-culturele uitsluiting door de sensibilisering voor de verscheidenheid van de vormen van cultuur, uitdrukking en creativiteit; - de ontwikkeling van de aantrekkingskracht bij de leerlingen van de culturele productie- en verspreidingsplaatsen en het rechtstreeks contact met de kunstwerken door het aanleren van de culturele en artistieke uitdrukkingsmiddelen; - de versterking van de banden tussen de scholen en de rechtstreekse omgeving door de ontwikkeling van culturele en artistieke activiteiten zodat de leerlingen een blik hebben op hun buurten, levensplaatsen, de geschiedenis van deze en het geheugen van de volkeren die erin leven. 4° het voortzetten van het project nadat de activiteit volbracht is. § 2. Ter aanvulling van de criteria opgesomd in § 1 kan de Regering de criteria bepalen met betrekking tot de prioriteiten die ze formuleert in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6. Afdeling IV. - Samenwerkingen die passen in het kader van de

mechanismen die ontwikkeld en ingesteld worden door de Franse Gemeenschap

Art. 22.Wanneer een samenwerkingsproject in het kader past van de mechanismen ontwikkeld en uitgevoerd door de Franse Gemeenschap, dat opgenomen wordt in het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6, wordt het geacht aan de doelstellingen bedoeld in artikel 3 te beantwoorden en kan in aanmerking komen voor een financiering.

AFDELING V. - Geprivilegieerde partnerschappen

Art. 23.Op voorstel van de Overlegraad kan de Regering geprivilegieerde partnerschappen sluiten met sommige culturele operatoren die het bewijs leveren van een pedagogische ervaring en een pedagogische beroemdheid en waarvan de actie die tot het geheel van het grondgebied van de Franse Gemeenschap wordt verspreid, gepaard gaat met pedagogische producties.

Art. 24.Een geprivilegieerd partnerschap houdt een meerjarenfinanciering in waarvan de nadere regels bepaald worden in een overeenkomst of een programmaovereenkomst gesloten tussen de Franse Gemeenschap en de culturele operator.

De Regering bepaalt de nadere regels en de inhoud van deze overeenkomst alsook het maximaal jaarlijks bedrag dat toegekend kan worden krachtens deze overeenkomst.

Deze overeenkomst stelt onder andere de aard en het volume van de culturele en artistieke activiteiten, de nadere regels voor de evaluatie ervan, de toegekende begrotingen, de data van inwerkingtreding en de vervaldata van de overeenkomst, de nadere regels voor de wijzigingen, de schorsing of de opzegging van de overeenkomst en de termijn voor de mededeling van het eindactiviteitenverslag.

TITEL IV. - Organisatorisch kader HOOFDSTUK I. - De Overlegraad Afdeling I. - Samenstelling

Art. 25.Er wordt een vaste Overlegraad ingesteld tussen de Algemene Directie Leerplichtonderwijs en de Algemene Directie Cultuur en de Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en voor de Multimedia, hierna de « Overlegraad » genoemd.

De Overlegraad wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, onder wiens gezag hij onmiddellijk wordt vervangen.

De Overlegraad is samengesteld uit : 1° de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs;2° een vertegenwoordiger van de Minister belast met het Leerplichtonderwijs, een vertegenwoordiger van de Minister van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en een vertegenwoordiger van de Minister van Cultuur;3° de Directeur-generaal van het Leerplichtonderwijs en de Directeur van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan;4° de Directeur-generaal van Cultuur en de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en voor de Multimedia;5° 4 vertegenwoordigers van de Inspectiediensten van de Franse Gemeenschap : één voor het basisonderwijs, één voor het secundair onderwijs, één voor het gespecialiseerd onderwijs en één voor het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan;6° 3 externe deskundigen, aangesteld door de Ministers van Leerplichtonderwijs, Secundair Kunstonderwijs met beperkt leerplan en Cultuur. Het secretariaat wordt waargenomen door de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs. Afdeling II. - Opdrachten

Art. 26.De Overlegraad heeft als opdracht : 1° het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6 om de drie jaar de Regering ter goedkeuring voor te leggen;2° de Regering een selectietabel voor te leggen voor de projecten van duurzame en punctuele samenwerkingen die de doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3, 17 en 21 opsomt overeenkomstig de strategieën en de prioritaire hoofdlijnen aangenomen in het kader van het overlegd actieprogramma;3° de Regering een tabel voor te leggen voor de evaluatie van de samenwerkingen waarbij vermeld kan worden in welke maat deze laatste aan de algemene doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3, 17 en 21 beantwoorden, alsook de strategieën en prioritaire hoofdlijnen aangenomen in het kader van het overlegd actieprogramma;4° de Regering de vereiste criteria inzake pedagogie en artistieke kwaliteit en de nadere regels voor de toekenning van de labeling van de culturele en artistieke activiteiten voor te stellen die bestemd zijn voor het schoolpubliek bedoeld in artikel 7;5° de Regering criteria voor te stellen om de informatie betreffende de gelabelde culturele en artistieke activiteiten bestemd voor het schoolpubliek voor te leggen;6° de Regering, binnen het overlegd actieprogramma, de mechanismen voor te leggen die ontwikkeld en uitgevoerd worden door de Franse Gemeenschap, waarvan de samenwerkingsprojecten bedoeld in artikel 22 in aanmerking zullen kunnen komen voor een financiering;7° de Regering, binnen de perken van de beschikbare kredieten, het sluiten van geprivilegieerde partnerschappen voor te leggen tussen sommige culturele operatoren, overeenkomstig de artikelen 23 en volgende;8° na de toepassingsduur van elk overlegd actieprogramma, op basis van het voorafgaand verslag dat door de Selectie- en evaluatiecommissie bedoeld in artikel 30, § 3 meegedeeld wordt, een evaluatieverslag op te stellen dat hij aan de Regering stuurt.De Regering stuurt dit verslag binnen de twee maanden na zijn ontvangst ter informatie aan het Parlement; 9° de Regering, op eigen initiatief of op verzoek van één van de betrokken Ministers de wijzigingen voor te leggen die erop gericht zijn ofwel het decreet zelf, ofwel zijn toepassing te verbeteren; HOOFDSTUK II. - Cel Cultuur-Onderwijs

Art. 27.§ 1. De Cel Cultuur-Onderwijs, opgericht binnen het Secretariaat-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, wordt inzonderheid belast met het uitvoeren van het overlegd actieprogramma bedoeld in artikel 6.

Op die wijze oefent ze haar opdracht van enig loket uit. In het kader van deze opdracht : - centraliseert ze zowel de vragen naar informatie uitgaande van de leerkrachten en de culturele operatoren als de aanvragen tot toekenning van financiering van de samenwerkingen en de aanvragen tot labeling van de culturele en artistieke activiteiten bestemd voor het schoolpubliek; - houdt ze de lijst bij van de bestaande initiatieven die door de Franse Gemeenschap worden ontwikkeld of gelabeld en die ten doel hebben cultuur en kunst dichter bij de school te brengen, bedoeld in artikel 8 en zorgt ze voor de verspreiding via een computergestuurde databank die voor iedereen toegankelijk is; - telt ze, overeenkomstig artikel 9, de pedagogische hulpmiddelen ontwikkeld door de culturele operatoren en de leerkrachten en zorgt ze voor de verspreiding ervan via een computergestuurde databank die voor iedereen toegankelijk is; - stimuleert ze de productie van pedagogische hulpmiddelen die gezamenlijk ontwikkeld worden door de culturele operatoren en de leerkrachten; - bevordert ze de ontmoetingen voor een betere onderlinge kennis tussen de culturele operatoren en de leerkrachten die op termijn aanleiding geeft tot het leggen en het versterken van de banden van partnerschappen overeenkomstig artikel 10; - organiseert ze ontmoetingen tussen kunstenaars en leerlingen, op verzoek van de scholen overeenkomstig artikel 11; § 2. De Cel Cultuur-Onderwijs heeft eveneens als opdracht uitspraak te doen over de ontvankelijkheid : 1° van de projecten voor duurzame samenwerkingen en na te kijken of deze voldoen;a) aan de criteria van ontvankelijkheid vastgesteld in artikel 16;b) aan de voorwaarden van voorlegging van projecten vastgesteld in de oproep voor projecten.2° van de projecten voor punctuele samenwerkingen en na te kijken of ze aan de criteria van ontvankelijkheid bepaald in artikel 20 voldoen. De Cel Cultuur-Onderwijs bewijst de ontvangst van het dossier en kijkt na of het dossier volledig is in de zin van de artikelen 16 en 20.

Als het dossier onvolledig is, verwittigt ze de aanvrager erover. Deze heeft een termijn van vijftien dagen om de ontbrekende stukken te sturen. Bij gebreke daarvan, wordt de aanvraag beschouwd als van rechtswege onontvankelijk.

Als de aanvraag ontvankelijk is, deelt de Cel Cultuur-Onderwijs ze mee aan de Selectie- en evaluatiecommissie. HOOFDSTUK III. - Selectie- en evaluatiecommissie Afdeling I. - Samenstelling en werking

Art. 28.§ 1. Er wordt een selectie- en evaluatiecommissie ingesteld die als opdracht heeft de selectie en de evaluatie van samenwerkingsprojecten aan de Regering voor te leggen, hierna « de Commissie » genoemd.

De Commissie wordt voorgezeten door de Secretaris-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde. § 2. Ze is samengesteld uit : 1° een vertegenwoordiger van de Minister van Leerplichtonderwijs, een vertegenwoordiger van de Minister van secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en van een vertegenwoordiger van de Minister van Cultuur;2° 4 vertegenwoordigers van de Inspectiediensten van de Franse Gemeenschap : één voor het basisonderwijs, één voor het secundair onderwijs, één voor het gespecialiseerd onderwijs en één voor het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan;3° de Directeur-generaal van Cultuur of zijn afgevaardigde;4° de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de Audiovisuele sector en de Multimedia of zijn afgevaardigde;5° de Directeur-generaal van het Leerplichtonderwijs of zijn afgevaardigde;6° de Directeur van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan of zijn afgevaardigde;7° 4 vertegenwoordigers van culturele operatoren, aangesteld door de Regering voor een termijn van drie jaar, na een oproep tot kandidaten waarvan de nadere regels bepaald worden door de Regering die voor een evenwicht zorgt tussen de verschillende artistieke disciplines en culturele gebieden;8° de Adjunct-Directeur-generaal van de Algemene Dienst voor de Pedagogische Zaken en het Sturingssysteem van het onderwijsnet georganiseerd door de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde;9° 4 vertegenwoordigers aangesteld door de vertegenwoordigings-en coördinatieorganen van de inrichtende machten van het onderwijs;10° de coördinator van de Cel Cultuur-Onderwijs. § 3. De leden bedoeld onder de punten 1° tot 9° alsook de Voorzitter, zijn stemgerechtigd. Het lid bedoeld in 10° heeft raadgevende stem en doet dienst als secretaris.

De Commissie doet, telkens als ze het nodig acht, een beroep op het advies van deskundigen die raadgevende stem hebben.

Art. 29.De Commissie wordt bijeengeroepen door de Voorzitter die de agenda van de werkzaamheden bepaalt.

De Commissie beraadslaagt en beslist slechts geldig als de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

De Commissie neemt haar beslissingen bij een tweederde meerderheid van de aanwezige leden.

De Regering bepaalt de andere nadere werkingsregels van de Commissie. Afdeling II. - Opdrachten

Art. 30.§ 1. Binnen de perken van de beschikbare kredieten, stelt de Commissie de Regering de projecten voor duurzame en punctuele samenwerkingen voor die aan de algemene doelstellingen en criteria beantwoorden zoals bepaald in de selectietabel bedoeld in artikel 26, 2° alsook, voor elk van haar projecten, het bedrag van de subsidie die moet worden toegekend na de overeenstemming te hebben nagekeken tussen het aangevraagde bedrag en de activiteiten ontwikkeld in het kader van het samenwerkingsproject. § 2. De Commissie evalueert de geselecteerde samenwerkingsprojecten met behulp van de evaluatietabel bedoeld in artikel 26, 3°.

Hierbij stuurt de begunstigde van de subsidie, binnen de termijnen bepaald door de Regering en op voorstel van de overlegraad, de Cel Cultuur-Onderwijs het activiteitenverslag met ten minste de volgende elementen : 1° een culturele en artistieke evaluatie;2° het activiteitenvolume;3° het aantal leerlingen die aan de activiteiten hebben deelgenomen in het kader van de samenwerking;4° de rekeningen in verband met de activiteiten georganiseerd in het kader van de samenwerking. § 3. Na de duur van toepassing van elk overlegd actieprogramma stuurt de Commissie de Overlegraad een voorafgaand verslag om het evaluatieverslag bedoeld in artikel 26, 8° te verrijken.

TITEL V. - Opheffingsbepaling

Art. 31.Het decreet van 12 mei 2004 betreffende de promotie van culturele activiteiten in het onderwijs en het decreet van 12 mei 2004 betreffende de ontwikkeling van synergieën tussen de onderwijswereld en de culturele wereld worden opgeheven.

TITEL VI. - Overgangsbepalingen

Art. 32.Voor wat betreft de projecten voor duurzame samenwerkingen die betrekking hebben op het schooljaar 2006/2007, in afwijking van artikel 14, deelt de Regering één van de oproepen voor projecten mee die in overeenstemming is met artikel 3 en die de scholen, de culturele operatoren en partneronderwijsinrichtingen uitnodigt om overleg te plegen om één of meer projecten voor duurzame samenwerking in te dienen.

Art. 33.Voor wat betreft de projecten voor punctuele en duurzame samenwerkingen die betrekking hebben op het schooljaar 2006/2007, in afwijking van de artikelen 16, 17, 20 et 21, vergadert de Selectie- en evaluatiecommissie ten minste twee keer vóór het einde van het schooljaar 2005/2006 en stelt de Regering, binnen de perken van de beschikbare kredieten, - de projecten voor punctuele samenwerkingen voor die aan de algemene doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3 en 21 beantwoorden; - de projecten voor duurzame samenwerkingen voor die aan de algemene doelstellingen en criteria bedoeld in de artikelen 3 en 17 beantwoorden.

TITEL VII. - Inwerkingtreding

Art. 34.Dit decreet treedt in werking op 1 april 2006.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 24 maart 2006.

De Minister-Presidente, belast met het Leerplichtonderwijs en het Onderwijs voor Sociale Promotie, Mevr. M. ARENA De Vice-Presidente en Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek en Internationale Betrekkingen, Mevr. M.-D. SIMONET De Vice-President en Minister van Begroting en Financiën, M. DAERDEN De Minister van Ambtenarenzaken en Sport, Cl. EERDEKENS De Minister van Cultuur, de Audiovisuele Sector en Jeugd, Mevr. F. LAANAN De Minister van Kinderwelzijn, Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid, Mevr. C. FONCK _______ Nota Zitting 2005-2006 Stukken van de Raad. - Ontwerp van decreet, nr. 226-1.

Commissieamendementen nr. 226-2. - Verslag, nr. 226-3.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 21 maart 2006.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^