Decreet van 24 oktober 2013
gepubliceerd op 06 november 2013

Decreet tot wijziging van verschillende decreten, met name inzake industriële emissies

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013205946
pub.
06/11/2013
prom.
24/10/2013
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

24 OKTOBER 2013. - Decreet tot wijziging van verschillende decreten, met name inzake industriële emissies (1)


Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies wordt gedeeltelijk omgezet bij dit decreet. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning

Art. 2.In artikel 1 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 19°, gewijzigd bij het decreet van 22 november 2007 : a) worden de woorden « hierna BBT genoemd » ingevoegd tussen de woorden « 19° beste beschikbare technieken » en de woorden « : meest doeltreffende en gevorderde ontwikkelingsfase »;b) worden de woorden « en onderhouden worden » vervangen door de woorden « , onderhouden en stilgelegd worden »;c) worden de woorden « en andere exploitatievoorwaarden » ingevoegd tussen de woorden « emissiegrenswaarden » en de woorden « ter voorkoming »;d) worden de woorden « , los van het feit dat die technieken al dan niet op het grondgebied van het Waalse Gewest aangewend of geproduceerd worden, » ingevoegd tussen de woorden « haalbare technisch-economische normen » en de woorden « en voor zover »;e) na de eerste zin wordt volgende zin ingevoegd : « Onder beste technieken wordt verstaan de technieken die het meest doeltreffend zijn voor het bereiken van een hoog algemeen niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel.»; f) punt l.wordt aangevuld met het woord « openbare »; 2° er wordt een punt 19°bis ingevoegd, luidend als volgt : « 19°bis BBT-conclusies : een document bestaande uit die delen van een BBT-referentiedocument met de conclusies over beste beschikbare technieken, de beschrijving ervan, gegevens ter beoordeling van de toepasselijkheid ervan, de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus, de daarmee verbonden monitoring, de daarmee verbonden consumptieniveaus en, in voorkomend geval, toepasselijke terreinsaneringsmaatregelen;»; 3° er wordt een punt 19°ter ingevoegd, luidend als volgt : « 19°ter BBT-referentiedocument : een document dat het resultaat is van de georganiseerde uitwisseling van informatie tussen de Lidstaten van de Europese Unie, de betrokken industriesectoren, de niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten en dat is opgesteld voor welomschreven activiteiten en met name een beschrijving geeft van toegepaste technieken, huidige emissies en consumptieniveaus, technieken die in overweging worden genomen voor de bepaling van beste beschikbare technieken, alsmede BBT-conclusies en eventuele technieken in opkomst, met bijzondere aandacht voor de in artikel 1, 19°, vermelde criteria;»; 4° er wordt een punt 20°bis ingevoegd, luidend als volgt : 20°bis stof : een chemisch element en de verbindingen daarvan, met uitzondering van de volgende stoffen : a) radioactieve stoffen als omschreven in artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;b) genetisch gemodificeerde micro-organismen als omschreven in artikel 2, 8°, van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de sectorale en integrale voorwaarden inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde of pathogene organismen;c) genetisch gemodificeerde organismen als omschreven in artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten;»; 5° er wordt een punt 21°bis ingevoegd, luidend als volgt : « 21°bis emissiegrenswaarde : de massa, gerelateerd aan bepaalde specifieke parameters, de concentratie en/of het niveau van een emissie die gedurende een of meer vastgestelde perioden niet mogen worden overschreden;»; 6° er wordt een punt 21°ter ingevoegd, luidend als volgt : « 21°ter met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus : de bandbreedte van emissieniveaus verkregen in normale bedrijfsomstandigheden met gebruikmaking van een beste beschikbare techniek of een combinatie van beste beschikbare technieken als omschreven in de BBT-conclusies, uitgedrukt als een gemiddelde over een bepaalde periode, in specifieke referentieomstandigheden;»; 7° er wordt een punt 21°quater ingevoegd, luidend als volgt : « 21°quater milieukwaliteitsnorm : alle eisen waaraan op een bepaald moment in een bepaald milieucompartiment of een bepaald gedeelte daarvan moet worden voldaan overeenkomstig de wetgevingen die van kracht zijn;»; 8° er wordt een punt 26° ingevoegd, luidend als volgt : « 26° grondwater : grondwater als omschreven in artikel D.2, 38°, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt; »; 9° er wordt een punt 27° ingevoegd, luidend als volgt : « 27° bodem : de bovenste laag van de aardkorst die begrensd is door het vaste gesteente en het aardoppervlak.De bodem bestaat uit minerale deeltjes, organisch materiaal, water, lucht en levende organismen; »; 10° er wordt een punt 28° ingevoegd, luidend als volgt : « 28° techniek in opkomst : een nieuwe techniek voor een industriële activiteit die, als zij commercieel wordt ontwikkeld, hetzij een hoger algemeen beschermingsniveau voor het milieu hetzij ten minste hetzelfde beschermingsniveau voor het milieu en grotere kostenbesparingen kan opleveren dan de bestaande beste beschikbare technieken;»; 11° er wordt een punt 29° ingevoegd, luidend als volgt : « 29° milieu-inspectie : alle door of namens de bevoegde autoriteit ondernomen acties, met inbegrip van bezoeken ter plaatse, controle van emissies en toetsing van interne rapporten en follow-updocumenten, toetsing van het eigen controlesysteem, toetsing van de gebruikte technieken en adequaatheid van het milieubeheer van de installatie, om na te gaan of en te bevorderen dat installaties aan hun vergunningsvoorwaarden voldoen en om, indien nodig, hun milieueffect te monitoren.»

Art. 3.Artikel 4, derde lid, 4°, van hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt : « Wat betreft de inrichtingen met één of meer broeikasgasuitstotende installaties of activiteiten, zijn de monitoringsplannen het voorwerp van een goedkeuring en, desgevallend, van wijzigingen door het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals agentschap voor Lucht en Klimaat). Tegen die beslissingen kan een beroep bij de Regering ingediend worden. De Regering bepaalt de modaliteiten en de termijnen voor het beroep. ».

Art. 4.In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid aangevuld met de woorden « , onder voorbehoud van de toepassing van artikel 7bis, § 2 ».

Art. 5.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 7bis, luidend als volgt : «

Art. 7bis.§ 1. Voor de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten stelt de bevoegde autoriteit emissiegrenswaarden vast die waarborgen dat de emissies onder normale bedrijfsomstandigheden niet hoger zijn dan de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus zoals vastgesteld in de besluiten over BBT-conclusies, door : 1° emissiegrenswaarden vast te stellen die niet hoger zijn dan de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus.Die emissiegrenswaarden worden uitgedrukt voor dezelfde of kortere periodes en voor dezelfde referentieomstandigheden als die met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus; 2° of emissiegrenswaarden vast te stellen die, wat betreft waarden, perioden en referentieomstandigheden, verschillen van de onder 1° bedoelde emissiegrenswaarden. Wanneer punt 2° wordt toegepast, beoordeelt de technisch ambtenaar ten minste jaarlijks de resultaten van de monitoring van de emissies, teneinde na te gaan of de emissies in normale bedrijfsomstandigheden niet hoger waren dan de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus. De technisch ambtenaar deelt de resultaten van de evaluatie aan de bevoegde autoriteit mee. § 2. In afwijking van § 1, en onverlet artikel 56, tweede lid, mag de bevoegde autoriteit in specifieke gevallen minder strenge emissiegrenswaarden vaststellen. Een dergelijke afwijking is enkel toegestaan indien uit een beoordeling blijkt dat het halen van emissieniveaus die samenhangen met de beste beschikbare technieken zoals beschreven in de BBT-conclusies zou leiden tot buitensporig hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen, dit als gevolg van : 1° de geografische ligging of de plaatselijke milieuomstandigheden van de betrokken installatie;of 2° de technische kenmerken van de betrokken installatie. De bevoegde autoriteit zet in een bijlage bij de vergunningsvoorwaarden de redenen uiteen voor de toepassing van het eerste lid, inclusief het resultaat van de beoordeling en de motivering van de opgelegde voorwaarden.

De overeenkomstig het eerste lid vastgestelde emissiegrenswaarden mogen echter niet hoger zijn dan de door de Regering vastgestelde grenswaarden.

De bevoegde autoriteit waarborgt hoe dan ook dat er geen aanzienlijke verontreiniging wordt veroorzaakt en dat een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel wordt bereikt.

Bij iedere toetsing van de vergunningsvoorwaarden overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modaliteiten toetst de bevoegde autoriteit opnieuw de toepassing van het eerste lid. § 3. De bevoegde autoriteit kan voor een totale periode van ten hoogste negen maanden tijdelijke vrijstellingen van de eisen van § 1 en van de artikelen 56 en 56bis, verlenen voor het testen en gebruiken van technieken in opkomst, op voorwaarde dat na de vermelde periode hetzij met de techniek wordt gestopt, hetzij met de activiteit in kwestie de met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus in elk geval niet worden overschreden. »

Art. 6.In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de woorden « en geactualiseerd naar gelang hun evolutie » ingevoegd tussen de woorden « technieken. » en « Hierbij ».

Art. 7.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 8bis, luidend als volgt : «

Art. 8bis.De technisch ambtenaar volgt de ontwikkelingen op het gebied van de beste beschikbare technieken en de bekendmaking van elk nieuw BBT-referentiedocument betreffende een door de Regering aangewezen inrichting of activiteit en van elke bijwerking van één van die documenten.

Het betrokken publiek wordt hierover geïnformeerd. ».

Art. 8.In artikel 10, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt punt 2° aangevuld met de woorden « of wanneer de door de Regering vastgelegde capaciteitsdrempelwaarden daardoor bereikt worden. »

Art. 9.Afdeling 5 van Hoofdstuk I van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 13bis, luidend als volgt : «

Art. 13bis.§ 1er. Voor zover de uitvoering van de milieuvergunning voor de geplande inrichting niet inhoudt dat eerst een afwijkende stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven, kan bij wijze van uitzondering een milieuvergunning afgegeven worden in afwijking van de voorschriften van een gewestelijk stedenbouwkundig reglement, van een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement, van een gemeentelijk plan van aanleg, van een verkavelingsvergunning, van de voorschriften van een bebouwingsvergunning bedoeld in artikel 88, § 3, 3°, van het "CWATUPE", of van het gewestplan, mits ze verenigbaar is met de goede inrichting van de plaats en geen afbreuk doet aan de essentiële kenmerken van het instrument waarvan wordt afgeweken. § 2. De afwijking wordt in eerste instantie door de gemachtigd ambtenaar toegekend wanneer het gaat om een afwijking van het gewestplan of van een gewestelijk stedenbouwkundig reglement of wanneer de technisch ambtenaar de bevoegde autoriteit is om de milieuvergunning overeenkomstig artikel 13, tweede lid, af te geven.

De afwijking wordt in eerste instantie door de bevoegde autoriteit toegekend wanneer het gaat om een afwijking van een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement, een gemeentelijk plan van aanleg, een verkavelingsvergunning of de voorschriften van een bebouwingsvergunning bedoeld in artikel 88, § 3, 3°, van het "CWATUPE". § 3. De afwijking wordt door de Regering verleend op grond van een beroep. »

Art. 10.In hetzelfde decreet wordt artikel 38, opgeheven bij het decreet van 31 mei 2007, vervangen als volgt : «

Art. 38.Voor de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten, worden de inhoud van het besluit alsook een afschrift van de vergunning en van de eventuele latere bijwerkingen bekendgemaakt op het portaal Leefmilieu van de Internetsite van het Waalse Gewest, met uitzondering van de gegevens onttrokken aan het openbaar onderzoek overeenkomstig artikel D. 29-15 van Boek I van het Milieuwetboek. »

Art. 11.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 56bis, luidend als volgt : «

Art. 56bis.§ 1. Wat betreft de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten, vormen de BBT-conclusies de referentie voor de vaststelling van de vergunningsvoorwaarden. § 2. De bevoegde autoriteit kan strengere vergunningsvoorwaarden vaststellen dan die welke haalbaar zijn door gebruik te maken van de beste beschikbare technieken als beschreven in de BBT-conclusies. § 3. Indien de bevoegde autoriteit vergunningsvoorwaarden vaststelt op basis van een beste beschikbare techniek die niet in een van de desbetreffende BBT-conclusies staat beschreven, zorgt zij ervoor dat : 1° de techniek wordt bepaald met bijzondere aandacht voor de criteria vermeld in artikel 1, 19°;en 2° er voldaan is aan de voorschriften van artikel 7bis. Indien de in de eerste alinea genoemde BBT-conclusies geen met de beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus bevatten, zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat de in het eerste lid bedoelde methode een niveau van milieubescherming garandeert dat gelijkwaardig is aan dat van de beste beschikbare technieken als beschreven in de BBT-conclusies. § 4. Indien op een activiteit of op een type productieproces in een installatie geen BBT-conclusies van toepassing zijn of indien die conclusies niet alle mogelijke milieueffecten van de activiteit of het proces behandelen, stelt de bevoegde autoriteit, na voorafgaande raadpleging van de exploitant, op basis van de beste beschikbare technieken die zij voor de betrokken activiteiten of processen heeft bepaald, de vergunningsvoorwaarden vast, met bijzondere aandacht voor de criteria van artikel 1, 19°. »

Art. 12.In artikel 58, § 2, van hetzelfde decreet wordt punt 2° vervangen als volgt : « 2° de bevoegde autoriteit en de technisch ambtenaar onmiddellijk kennis geven van elk ongeval of incident dat afbreuk kan doen aan de belangen bedoeld in artikel 2 of van elke overtreding van de exploitatievoorwaarden; ».

Art. 13.In hetzelfde decreet wordt artikel 61, opgeheven bij het decreet van 5 juni 2008, vervangen als volgt : «

Art. 61.§ 1. Wat de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten betreft, zet de technisch ambtenaar een systeem van milieu-inspecties van installaties op voor het onderzoek van het volledige spectrum van relevante milieueffecten van de betrokken installaties.

Voor de installaties met één of meer door de Regering aangewezen activiteiten en installaties is er een milieu-inspectieplan op regionaal niveau. Dat plan wordt door de Regering opgemaakt. Het plan wordt geregeld getoetst en, waar nodig, bijgewerkt. § 2. Op basis van het milieu-inspectieplan stelt de technisch ambtenaar geregeld programma's voor routinematige milieu-inspecties op, waarbij de frequentie van de bezoeken ter plaatse voor de verschillende types installaties wordt vermeld.

De periode tussen twee bezoeken ter plaatse wordt gebaseerd op een systematische evaluatie van de milieurisico's van de betrokken installaties en beloopt ten hoogste één jaar voor installaties met de grootste risico's en drie jaar voor installaties met de kleinste risico's.

Indien bij een inspectie een ernstige inbreuk op de vergunningsvoorwaarden wordt vastgesteld, wordt binnen de zes maanden na die inspectie een extra bezoek ter plaatse verricht.

In geval van definitieve stopzetting van de installaties en activiteiten, plant de technisch ambtenaar een milieu-inspectie om na te gaan of de exploitant de maatregelen overeenkomstig artikel 45, § 1, 7°, genomen heeft. § 3. Niet-routinematige milieu-inspecties worden uitgevoerd om ernstige milieuklachten, ernstige milieuongevallen, incidenten en gevallen van niet-naleving zo snel mogelijk en in voorkomend geval vóór de afgifte, toetsing of bijstelling van een vergunning te onderzoeken. § 4. Na elk bezoek ter plaatse stelt de technisch ambtenaar een verslag op waarin de relevante bevindingen ten aanzien van de naleving van de vergunningsvoorwaarden door de installatie en de conclusies ten aanzien van de eventuele noodzaak van verdere maatregelen worden neergelegd.

Onverminderd artikel 58, § 2, ziet de technisch ambtenaar erop toe dat de exploitant binnen een redelijke termijn alle in het verslag vermelde noodzakelijke maatregelen neemt. § 5. Het verslag wordt binnen twee maanden na het bezoek ter plaatse ter kennis gebracht van de betrokken exploitant. »

Art. 14.Artikel 65, § 1, zevende lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met vierde streepje, luidend als volgt : « - dat voorstel of die aanvraag betreft de toepassing van artikel 7bis, § 2. »

Art. 15.In artikel 72 van hetzelfde decreet wordt een nieuwe § 4 ingevoegd, luidend als volgt : « Wanneer een overtreding van dit decreet of van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten rechtstreeks gevaar inhoudt voor de gezondheid van de mens of aanzienlijke en onmiddellijke schade aan het leefmilieu dreigt toe te brengen, worden de vergunningen voor de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten, stookinstallaties en afvalverbrandings- en -coverbrandingsinstallaties opgeschort door de bevoegde autoriteit. »

Art. 16.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 94bis, luidend als volgt : «

Art. 94bis.Wat de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten betreft, worden de inhoud van het besluit alsook een afschrift van de vergunning en van de eventuele latere bijwerkingen bekendgemaakt op het portaal Leefmilieu van de Internetsite van het Waalse Gewest, met uitzondering van de gegevens onttrokken aan het openbaar onderzoek overeenkomstig artikel D. 29-15 van Boek I van het Milieuwetboek. »

Art. 17.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 181ter, luidend als volgt : «

Art. 181ter.Wat de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten betreft, gelden de conclusies over de beste praktijken afkomstig van BBT-referentiedocumenten die door de Europese Commissie vóór 6 januari 2011 zijn aangenomen als BBT-conclusies voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van 7bis, zolang de besluiten i.v.m. de BBT-conclusies niet beschikbaar zijn. » HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in Boek I van het Milieuwetboek

Art. 18.In artikel D. 20.16 In Boek I van het Milieuwetboek, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid van Boek I van het Milieuwetboek wordt aangevuld met de punten h., i. en j., luidend als volgt : « h. informatie over de ontwikkelingen op het gebied van de beste beschikbare technieken alsook de bekendmaking van elk nieuw BBT-referentiedocument of van elke bijwerking van één van die documenten, overeenkomstig artikel 8bis van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning; i. wat de door de Regering aangewezen installaties en activiteiten betreft, de resultaten van de monitoring van emissies, vereist overeenkomstig de voorwaarden van de vergunning en waarover ze beschikken;j. de overige milieu-informatie die door de Regering bepaald wordt.»; 2° in het tweede lid worden de woorden « het type milieu-informatie en » ingevoegd tussen de woorden « modaliteiten » en « bepalen ».

Art. 19.In artikel D. 29-11, § 1, van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 31 mei 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « § 1.Als een plan, programma of project het voorwerp uitmaakt van een milieueffectrapport of -onderzoek en als de Regering, die overeenkomstig artikel D.56, § 2, beslist, of de autoriteit die overeenkomstig artikel D.68, § 1 moet nagaan of het aanvraagdossier volledig is, constateert dat het significante effecten zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, of als een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en significante schade zou kunnen lijden daarom verzoekt, wordt het planontwerp, het programmaontwerp of het vergunningsaanvraagdossier, samen met hetzij het milieueffectrapport, hetzij het effectonderzoek, en eventuele gegevens over de grensoverschrijdende effecten van het dossier, overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dat ander Gewest, die andere Lidstaat van de Europese Unie of die andere Staat die het Espoo-Verdrag ondertekend heeft, op het tijdstip waarop die documenten aan een openbaar onderzoek in het Waalse Gewest onderworpen worden. »; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt volgend lid ingevoegd : « Behalve de documenten bedoeld in het vorige lid, wordt aan de overige Gewesten, Lidstaten van de Europese Unie of overige Lidstaten die het Espoo-Verdrag ondertekend hebben, volgende informatie verstrekt : 1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen; 2° de aard van de mogelijke besluiten of het ontwerp van besluit, indien het bestaat;3° in voorkomend geval, nadere gegevens over een voorstel van bijwerking van een vergunning of de voorwaarden waarvan ze vergezeld gaat;4° de melding van de datum en de plaats waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;5° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek;6° de voornaamste rapporten en adviezen gericht aan de autoriteit of aan de bevoegde autoriteiten op het tijdstip waarop het publiek geïnformeerd werd.». HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer

Art. 20.Bijlage III bij hetzelfde decreet wordt aangevuld als volgt :

232, a)

Uitbating van slachthuizen

Met een productiecapaciteit van meer dan 50 t per dag geslachte dieren

b)

Bewerking en verwerking, behalve het uitsluitend verpakken van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeder van : i) uitsluitend dierlijke grondstoffen (andere dan uitsluitend melk) met een productiecapaciteit van meer dan 75 t per dag eindproducten; ii) uitsluitend plantaardige grondstoffen met een productiecapaciteit van meer dan 300 t per dag eindproducten of 600 t per dag eindproducten indien de installatie gedurende een periode van niet meer dan 90 opeenvolgende dagen in om het even welk jaar in bedrijf is; iii) dierlijke en plantaardige grondstoffen, zowel in gecombineerde als in afzonderlijke producten, met een productiecapaciteit in ton per dag van meer dan : - 75 indien A gelijk is aan of hoger dan 10, of - [300 - (22,5 X A)] in alle andere gevallen waarin "A" het aandeel dierlijk materiaal is (in gewichtspercentage) van de productiecapaciteit in eindproducten De verpakking is niet inbegrepen in het eindgewicht van het product. Deze onderafdeling is niet van toepassing wanneer de grondstof uitsluitend melk is.


c)

Bewerking en verwerking van uitsluitend melk

Als de hoeveelheid ontvangen melk groter is dan 200 t per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis)

233

Fabricage van koolstof (harde gebrande steenkool) of elektrografiet door verbranding of grafitisering.


HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen

Art. 21.In artikel 4ter, § 3, eerste lid, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen wordt tussen het eerste en het tweede lid volgend lid ingevoegd : « De Regering kan de nodige procedurele modaliteiten bepalen om naar gelang het geval te besluiten of bepaalde afvalstoffen niet langer afvalstoffen zijn onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid. »

Art. 22.Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 47, luidend als volgt : «

Art. 47.Elke erkenning verleend krachtens dit decreet kan opgeschort of ingetrokken worden door de autoriteit die ze verleend heeft indien de bepalingen van het decreet of de erkenningsvoorwaarden niet in acht genomen worden.

Elke registratie kan door de door de Regering aangewezen autoriteit geschrapt worden indien de bepalingen van het decreet niet in acht genomen worden.

Bij het besluit tot intrekking van de erkenning of tot schrapping van de registratie kan voorzien worden in een periode in de loop waarvan het de houder van de erkenning of de registratie verboden is in aanmerking te komen voor een nieuwe erkenning of registratie. Die periode duurt hoogstens drie jaar. » HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling

Art. 23.Dit decreet treedt in werking op de datum die de Regering bepaalt, met uitzondering van de artikelen 3, 9, 20, 21 en 22.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 24 oktober 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport, A. ANTOINE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën, J.-Cl. MARCOURT De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen, Mevr. E. TILLIEUX De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Ph. HENRY De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed, C. DI ANTONIO ___________________ (1) Zitting 2013-2014. Stukken van het Waals Parlement, 864 (2013-2014). Nrs. 1 tot 3.

Volledig verslag, openbare zitting van 23 oktober 2013.

Bespreking.

Stemming.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^