Decreet van 26 mei 2011
gepubliceerd op 30 juni 2011
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Decreet tot inrichting van de Seniorencommissie van de Franse Gemeenschap

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2011029354
pub.
30/06/2011
prom.
26/05/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

26 MEI 2011. - Decreet tot inrichting van de Seniorencommissie van de Franse Gemeenschap


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit decreet wordt verstaan onder : 1° « Seniorencommissie » : de Seniorencommissie van de Franse Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 2;2° « Senior » : de persoon die de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft. HOOFDSTUK II. - De Seniorencommissie van de Franse Gemeenschap en haar opdrachten

Art. 2.De Regering erkent als Seniorencommissie, na een procedure van openbare oproep tot kandidaturen en op basis van de voorwaarden bepaald in de artikelen 5 en 6, een vereniging zonder winstoogmerk opgericht overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.

Art. 3.De in artikel 2 bedoelde Seniorencommissie heeft voor opdracht : 1° adviezen te geven, ofwel op eigen initiatief, ofwel op aanvraag van de Regering of van een van haar leden of van het Parlement, inzonderheid in het kader van de aanneming van de ontwerpen en voorstellen van decreet, over alle aangelegenheden van de Franse Gemeenschap en een band hebben met de belangen van de senioren en hun actieve deelname aan de maatschappij;2° haar leden alsook de burgermaatschappij, de media en de politieke, economische, sociale verantwoordelijken te informeren en te sensibiliseren over alle vragen, onderzoeken, studies en acties betreffende de senioren;3° een zone op te richten voor de uitwisseling van informatie en goede praktijken voor de seniorenverenigingen van de Franse Gemeenschap;4° in te staan voor de vertegenwoordiging van de seniorenverenigingen van de Franse Gemeenschap bij elk raadplegingsorgaan van de senioren dat haar deelname zou vragen of een beroep zou doen op haar deskundigheid.

Art. 4.Binnen een termijn van drie maanden vanaf de erkenning of de hernieuwing van erkenning, stelt de als Seniorencommissie erkende vereniging een actieplan op dat zijn prioritaire werklijnen uitwerkt.

Dat actieplan bepaalt het gebied waarin de Commissie haar in artikel 3, 1° bedoelde opdracht uitvoert. Het wordt voor goedkeuring voorgelegd aan de Regering en meegedeeld aan het Parlement van de Franse Gemeenschap. HOOFDSTUK III. - Procedure en voorwaarden voor de erkenning van de seniorencommissie

Art. 5.§ 1. De Regering beslist om een vereniging zonder winstoogmerk te erkennen als Seniorencommissie bij toepassing van de volgende procedure : 1° een openbare oproep tot kandidaturen wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.Die oproep bepaalt de opdrachten bedoeld in artikel 3 alsook de nadere regels voor het indienen van de aanvraag om erkenning. De Regering bepaalt de bestanddelen en de vorm van het dossier van de aanvraag; 2° het dossier van de aanvraag om erkenning wordt meegedeeld aan de Diensten aangesteld door de Regering binnen een termijn van zestig dagen vanaf de bekendmaking van de openbare oproep;3° als het dossier volledig is, geven de door de Regering aangestelde diensten een advies over de naleving van de erkenningscommissie alsook een opportuniteitsadvies binnen een termijn van vijfenveertig dagen vanaf de ontvangst van het dossier van de aanvraag.Aanvullende informatie kan gevraagd worden aan de vereniging. Indien zij dat wenst, kan zij door de Regeringsdiensten gehoord worden; 4° als meerdere verenigingen zich kandidaat stellen voor de erkenning als Seniorencommissie, formuleren de door de Regering aangestelde Diensten een voorstel in de vorm van een klassement op basis, inzonderheid, van naleving van de erkenningsvoorwaarden en de verleende opportuniteitsadviezen;5° de Regering spreekt zich uit over de aanvraag om erkenning, op de voordracht van de Minister, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de adviezen bedoeld in 3°. § 2. De erkenning als Seniorencommissie loopt over een periode van drie jaar, die ingaat op de datum van de kennisgeving van de beslissing.

Art. 6.De als Seniorencommissie erkende vereniging moet aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° via haar sociaal doel en haar actiemiddelen aantonen dat zij in staat is de in artikel 3 bedoelde opdrachten te vervullen;2° zorgen dat zij voor de samenstelling van haar algemene vergadering, de evenwichtige vertegenwoordiging van de ideologische en filosofische strekkingen waarborgt in de zin van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt;3° garanderen dat haar raad van bestuur minstens bestaat uit : a) vier vertegenwoordigers van de ideologische en filosofische strekkingen in de zin van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt;b) vier vertegenwoordigers van verenigingen erkend in het kader van het decreet van 17 juli 2003 met betrekking tot de steun aan het verenigingsleven op het gebied van de permanente opvoeding waarvan de actie voornamelijk voor en met senioren uitgevoerd wordt waarvan minstens twee door verenigingen gemandateerd worden die over aanwezige gefedereerde entiteiten beschikken en activiteiten voeren binnen minstens drie provincies en op het grondgebied van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad;c) twee vertegenwoordigers van verenigingen gebonden ofwel aan een representatieve werknemersorganisatie, ofwel aan een ziekenfonds in de zin van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen en waarvan de actie voornamelijk voor en met senioren uitgevoerd wordt.4° uit haar Algemene vergadering en haar raad van bestuur elke instelling of elke vereniging uitsluiten die de democratische beginselen zoals opgesomd bij de Grondwet of het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, bij de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en bij de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, niet naleeft;5° in haar statuten van vereniging zonder winstoogmerk de volgende regels bepalen : a) verwijzen naar de nadere regels van de samenhang van haar werkzaamheden met de adviesorganen van de senioren in het Waalse Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;b) het principe van een gelijke vertegenwoordiging tussen vrouwen en mannen binnen de raad van bestuur en de algemene vergadering;c) de onverenigbaarheid tussen het mandaat van lid van haar raad van Bestuur en : - het ambt van lid van een Ministerieel kabinet van de Franse Gemeenschap, van lid van het statutair of contractueel personeel van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, van de Hoge raad voor de Audiovisuele sector en van de instellingen van openbaar nut die ressorteren onder het Comité van sector XVII of van assistent van een lid van het Parlement van de Franse Gemeenschap; - lid van het Europese parlement, van de Senaat, van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, van het Waalse Parlement, van het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van het Parlement van de Franse Gemeenschap; - Europese Commissaris, Federale, Gewest- of Gemeenschapsminister, Staatssecretaris, Provinciaal kamerlid, Burgemeester, Schepen of Voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; d) het principe van het behoud van een opening tot de nieuwe verenigingsdynamieken en de mogelijkheid in haar algemene vergadering en haar raad van bestuur elke vereniging te integreren die een meerwaarde zou kunnen betekenen voor haar representativiteit en haar pluralisme. HOOFDSTUK IV. - Subsidies toegekend aan de Seniorencommissie

Art. 7.Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, kent de Regering aan de Seniorencommissie een jaarlijkse subsidie van 20.000 euro toe als bijdrage in de personeels-, activiteiten- en werkingskosten in verband met de uitvoering door de vereniging van de opdrachten bedoeld in artikel 3.

Die subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, volgens de indexering van de algemene begroting van de primaire uitgaven van de Franse Gemeenschap (gezondheidsindex) en dit voor het eerst vanaf 1 januari 2012. HOOFDSTUK V. - Verantwoording en hernieuwing van de erkenning als Seniorencommissie

Art. 8.§ 1. De als Seniorencommissie erkende vereniging, maakt ten laatste op 1 april van elk jaar aan de Regeringsdiensten een activiteitenverslag, een financieel verslag en de rekeningen van het vorige jaar alsook een begrotingsproject voor het lopende begrotingsjaar over. § 2. Op 1 april van het derde jaar erkenning als Seniorencommissie verzendt de vereniging daarenboven, volgens de nadere regels bepaald door de Regering, aan de Regeringsdiensten : - een algemene evaluatieverslag van zijn werk; - in voorkomend geval een dossier van aanvraag om hernieuwing, samen met een nieuw driejaarlijks actieplan zoals bepaald in artikel 3.

De Regering maakt de in §§ 1 en 2 bedoelde verslagen aan het Parlement over.

Art. 9.§ 1. De erkenning als Seniorencommissie is om de drie jaar hernieuwbaar volgens de volgende procedure: 1° Met inachtneming van de voorwaarden bedoeld in artikel 6 en op basis van de verslagen bedoeld in artikel 8, maken de door de Regering aangestelde Diensten binnen een termijn van zestig dagen vanaf hun ontvangst een advies aan de Regering over betreffende de naleving van de opdrachten en, voor het evaluatieverslag bedoeld in artikel 8, § 2, over de opportuniteit van de hernieuwing van de erkenning.De vereniging kan gehoord worden door de Regeringsdiensten. 2° Binnen een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van het advies bedoeld in 1°, beslist de Regering ofwel de hernieuwing van de erkenning te aanvaarden ofwel te weigeren voor een periode van drie jaar. § 2. Ingeval de Regering de hernieuwing van de erkenning van een vereniging weigert, wordt een openbare oproep tot kandidaturen gestart met inachtneming van de procedure bedoeld in artikel 5. HOOFDSTUK VI. - Intrekking van de erkenning

Art. 10.Als de vereniging die als Seniorencommissie erkend is de erkenningsvoorwaarden niet naleeft of blijkbaar niet meer in staat is die te vervullen voor het einde van de erkenning, gaat de Regering over naar een intrekking van de erkenning volgens de nadere regels opgenomen in artikel 11.

Art. 11.Wanneer de door de Regering aangestelde Diensten de niet-naleving van de opdrachten vastgesteld in artikel 3 of van de erkenningsvoorwaarden bepaald in artikel 6 vaststellen, op basis van een gebreksmededeling vanwege de vereniging zelf of na de controle van de jaarlijkse bewijsstukken ingediend door de vereniging, kan een intrekkingsprocedure gestart worden binnen de naleving van de volgende principes : 1° de door de Regering aangestelde diensten informeren de vereniging per aangetekende brief over de aanvraag om intrekking;2° de vereniging moet geïnformeerd worden over de mogelijkheid waarover zij beschikt om haar opmerkingen over die aanvraag schriftelijk te laten gelden binnen een termijn van dertig dagen;zij kan eveneens vragen om door de diensten gehoord te worden; 3° de door de Regering aangestelde diensten maken het volledige dossier en een gemotiveerd voorstel van beslissing aan de Regering over zodra zij de reactie van de vereniging gekregen hebben of, bij gebrek van reactie van de vereniging, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de termijn bedoeld in 2°;4° de Regering beslist om de erkenning in te trekken of te behouden binnen een termijn van zestig dagen vanaf de overmaking van de diensten aangesteld door de Regering;5° de intrekking van de erkenning heeft uitwerking met ingang van 1 januari volgend op de datum van kennisgeving van de beslissing.

Art. 12.Indien de vereniging vereffend wordt, haar activiteiten stopzet of haar erkenning verliest bij toepassing van de in artikel 11 bepaalde procedure, wordt de subsidiëring bedoeld in artikel 7 beëindigd. HOOFDSTUK VII. - Slotbepaling

Art. 13.Een evaluatie van het dispositief wordt uitgevoerd door de Regering in de loop van het tweede jaar volgend op de inwerkingtreding van dit decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel op 26 mei 2011.

De Minister-president, R. DEMOTTE De Vicepresident en Minister van Kind, Wetenschappelijk onderzoek en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Vicepresident en Minister van Begroting, Financiën en Sport, A. ANTOINE De Vicepresident en Minister van Hoger onderwijs, J.-C. MARCOURT De Minister van Jeugd, Mevr. E. HUYTEBROECK De Minister van Cultuur, Audiovisuele sector, Gezondheid en Gelijke kansen, Mevr. F. LAANAN De Minister van Leerplichtonderwijs en Onderwijs voor Sociale Promotie, Mevr. M.-D. SIMONET _______ Nota Zitting 2010-2011.

Stukken van het Parlement. - Ontwerp van decreet, nr. 195-1. - Commissieamendementen, nr. 195-2. - Verslag, nr. 195-3.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 25 mei 2011.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^