Decreet van 30 april 2004
gepubliceerd op 13 juli 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Decreet houdende het Handvest van de werkzoekende

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004036114
pub.
13/07/2004
prom.
30/04/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

30 APRIL 2004. - Decreet houdende het Handvest van de werkzoekende


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende het Handvest van de werkzoekende. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Art. 2.§ 1. In dit decreet wordt verstaan onder : 1° werkzoekende : a) elke persoon die als werkzoekende is ingeschreven bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;b) elke andere persoon die op zoek is naar werk, met inbegrip van : - de personen die op zoek zijn naar werk en daartoe deelnemen aan activiteiten van intermediaire organisaties, georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse Gemeenschap; - de personen die zich kandidaat stellen voor een werkaanbieding of voor de samenstelling van een wervingsreserve bij de Vlaamse diensten; - de personen die op zoek zijn naar een zelfstandige beroepsactiviteit; 2° niet-werkende werkzoekende : de werkzoekende die geen betaalde beroepsarbeid verricht en als werkzoekende is ingeschreven bij de VDAB;3° intermediaire organisaties : alle publieke of private organisaties of personen die ten behoeve van de werkzoekende activiteiten aanbieden op het vlak van beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, trajectbegeleiding, arbeidsbemiddeling en/of erkenning van verworven competenties, met inbegrip van het aanbieden van deze activiteiten via de geschreven, auditieve of visuele media en via internet;4° trajectbegeleiding : het geheel van adviezen en diensten dat er op gericht is een niet-werkende werkzoekende te begeleiden met het oog op de verdere ontwikkeling van zijn of haar loopbaan en/of het participeren aan een traject waarin de meting van competenties centraal staat en die door de overheid worden georganiseerd en/of gesubsidieerd;5° arbeidsbemiddeling : a) de activiteiten uitgeoefend door een tussenpersoon, die erop gericht zijn werknemers bij te staan bij het zoeken van een nieuwe tewerkstelling of werkgevers bij het zoeken van werknemers;b) het in dienst nemen van werknemers, om hen ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een bij of krachtens de wet toegelaten tijdelijke arbeid;6° erkenning van verworven competenties : activiteiten waarbij de persoon alle kennis, vaardigheden en attitudes die hij of zij zich eigen heeft gemaakt, via formele opleidingen, via werkervaring of via persoonlijke en maatschappelijke activiteiten kan laten herkennen, beoordelen, erkennen en/of certificeren;7° Vlaamse diensten : het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en de openbare instellingen die afhangen van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, alsook de Vlaamse onderwijsinstellingen;8° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, zoals opgericht bij decreet van 27 juni 1985. § 2. De Vlaamse regering kan, na advies van de SERV, preciseren wat onder beroepskeuzevoorlichting en beroepsopleiding moet worden verstaan. § 3. De Vlaamse regering kan voor de toepassing van specifieke bepalingen bepaalde werkzoekenden gelijkstellen met niet-werkende werkzoekenden, na advies van de SERV.

Art. 3.Dit decreet is van toepassing op : 1° de werkzoekenden;2° de intermediaire organisaties, voor wat de activiteiten betreft die zij aanbieden aan de werkzoekenden op het vlak van beroepskeuzevoorlichting, beroepsopleiding, trajectbegeleiding, arbeidsbemiddeling en erkenning van verworven competenties;3° de Vlaamse diensten, voor wat de procedures van rekrutering en selectie van werkzoekenden in functie van een concrete werkaanbieding of met het oog op de samenstelling van een wervingsreserve voor een betrekking bij de Vlaamse diensten betreft. HOOFDSTUK II. - Rechten van de werkzoekende

Art. 4.De werkzoekende heeft recht op gelijke behandeling en non-discriminatie overeenkomstig de geldende wetgeving.

Art. 5.§ 1. De werkzoekende heeft recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In het bijzonder : 1° garanderen de intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten dat ze alle door de werkzoekende verstrekte inlichtingen op vertrouwelijke wijze zullen behandelen.Onverminderd de toepassing van artikel 7, § 3, kan informatie omtrent een werkzoekende slechts door een intermediaire organisatie of Vlaamse dienst aan derden worden doorgegeven na uitdrukkelijke toestemming van de werkzoekende; 2° waken de intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten erover dat alle personeelsleden de vertrouwelijkheid van de persoonlijke gegevens respecteren.Persoonlijke gegevens moeten in principe verkregen worden van de werkzoekende zelf. Als de intermediaire organisaties of de Vlaamse diensten het noodzakelijk achten persoonlijke gegevens in te winnen bij derden, wordt de werkzoekende daarover vooraf geïnformeerd en moet hij uitdrukkelijk zijn toestemming verlenen. Als in het curriculum vitae uitdrukkelijk naar een referentiepersoon wordt verwezen, geldt dat als uitdrukkelijke toestemming van de werkzoekende; 3° mogen er geen persoonlijke gegevens worden ingewonnen en opgeslagen die niet noodzakelijk zijn voor de opdracht.De persoonlijke gegevens worden bewaard en gecodeerd op een wijze die de werkzoekende kan begrijpen en die hem geen enkel kenmerk toedichten met een mogelijk discriminerend effect tot gevolg; 4° kan de werkzoekende te allen tijde zijn toestemming intrekken om gegevens die tot de persoonlijke levenssfeer behoren, op te vragen en te gebruiken.Het is verboden om methodes of technieken te gebruiken waarvan wordt vastgesteld dat ze een inbreuk vormen op de persoonlijke levenssfeer; 5° houden de intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten dossiers met persoonsgegevens slechts bij zolang de werkzoekende het wenst of zolang dat nodig is voor de concrete opdracht;6° corrigeren de intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten de in het dossier van de opdrachtgever of de werkzoekende bijgehouden gegevens wanneer de werkzoekende erom verzoekt;7° mogen de intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten medische gegevens slechts inwinnen of laten inwinnen in de mate dat dit noodzakelijk is om te bepalen of de werkzoekende in staat is een bepaalde functie uit te oefenen of te voldoen aan de eisen van gezondheid en veiligheid;8° mogen de intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten geen genetische tests verrichten of laten verrichten. § 2. Het bepaalde in § 1 is slechts van toepassing bij ontstentenis van gelijkwaardige bepalingen met betrekking tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in een gedragscode, opgesteld door een erkende beroepsfederatie van intermediaire organisaties. De gelijkwaardigheid moet worden vastgesteld door de minister bevoegd voor werkgelegenheid, na advies van de SERV. § 3. De bepalingen van dit artikel gelden onverminderd de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

Art. 6.§ 1. Bij deelname van de werkzoekende aan de activiteiten van intermediairen op het vlak van trajectbegeleiding, beroepsopleiding, arbeidsbemiddeling, erkenning van verworven competenties en beroepskeuzevoorlichting heeft de werkzoekende recht op kosteloosheid. § 2. De voorgaande paragraaf is niet van toepassing : 1° op werkzoekenden, andere dan niet-werkende werkzoekenden die deelnemen aan activiteiten inzake beroepsopleiding en beroepskeuzevoorlichting;2° op niet-werkende werkzoekenden die deelnemen aan een beroepsopleiding en beroepskeuzevoorlichting, die niet door de overheid wordt georganiseerd of gesubsidieerd. § 3.Wanneer een werkzoekende solliciteert bij de Vlaamse diensten zijn alle kosten inzake rekrutering en selectie ten laste van de Vlaamse diensten.

Art. 7.De werkzoekende heeft recht op gratis informatie.

De werkzoekende die deelneemt aan opleiding, trajectbegeleiding of erkenning van verworven competenties heeft recht op voorafgaande, kosteloze, volledige en betrouwbare informatie over de opleiding, de begeleiding of de procedure tot erkenning van verworven competenties en over de organisatie die de activiteiten uitvoert.

De werkzoekende die solliciteert voor een welbepaalde vacature of wervingsreserve heeft recht op voorafgaande, kosteloze en betrouwbare informatie over de vacature of wervingsreserve, de selectiecriteria en de selectieprocedure en over de organisatie die de activiteiten uitvoert.

De intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten maken verkeerd geadresseerde vragen om advies of informatie over aan de bevoegde instelling of persoon.

De intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten brengen elke werkzoekende die kandidaat is voor een specifieke vacature, begeleiding, opleiding of erkenning van verworven competenties en die wordt geweigerd, binnen een redelijke termijn schriftelijk op de hoogte van de reden waarom hij of zij wordt geweigerd.

De intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten brengen elke werkzoekende die zich inschrijft voor een brede waaier van vacatures schriftelijk op de hoogte van de reden waarom zijn inschrijving wordt geweigerd. Deze bepaling is niet van toepassing op intermediaire organisaties gericht op het in dienst nemen van werknemers, om ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een bij of krachtens de wet toegelaten tijdelijke arbeid.

De intermediaire organisaties geven aan elke werkzoekende concrete informatie over de aard van het aangeboden contract, de aanwervingsvoorwaarden, de arbeidsduur en de arbeidstijden, de bezoldiging, de loopbaanmogelijkheden, de opleidingskansen, de functievereisten, de plaats van de functie in de organisatie en desgevallend de positieve acties die met betrekking tot de werkzoekende worden ondernomen.

De werkzoekende heeft recht op inzage in het dossier dat de intermediaire organisatie van hem of haar bijhoudt.

Art. 8.De Vlaamse overheid garandeert, via de door haar georganiseerde en gesubsidieerde intermediaire organisaties, dat elke niet-werkende werkzoekende, alsook elke verplicht ingeschreven werkzoekende, begeleid wordt bij het zoeken naar werk en dat hij of zij in het kader van een aangepaste trajectbegeleiding aan de nodige opleiding en werkervaring kan deelnemen met het oog op een duurzame tewerkstelling.

De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, op welke wijze en binnen welke termijn vanaf de aanvang van de werkloosheid deze beide garanties worden verleend.

De niet-werkende werkzoekende is er toe gehouden in te gaan op de aangeboden kansen inzake begeleiding, opleiding en tewerkstelling, op basis van zijn bekwaamheden.

De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding stelt aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening de informatie ter beschikking over de inspanningen die de uitkeringsgerechtigde werkzoekende al dan niet deed in het zoeken naar werk, dit volgens de voorwaarden die nader worden bepaald in een bijlage bij het beheerscontract tussen de Vlaamse regering en de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

Art. 9.De werkzoekende heeft recht op kwalitatieve, klantvriendelijke, laagdrempelige dienstverlening door de intermediaire organisaties. Deze dienstverlening is gericht op zelfwerkzaamheid van de werkzoekende. De intermediaire organisatie neemt de nodige compenserende maatregelen voor de werkzoekenden die onvoldoende zelfredzaam is.

Art. 10.§ 1. De werkzoekende heeft recht op een gelijkvormig en rechtszeker opleidingsstatuut wanneer hij deelneemt aan een activiteit inzake beroepsopleiding bij een intermediaire organisatie die werd gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid. § 2. De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, welke de minimale bepalingen zijn van dit opleidingsstatuut.

Deze bepalingen hebben minstens betrekking op : a) de informatie die aan de werkzoekende wordt verstrekt bij het begin van de opleiding;b) de regels met betrekking tot de eventuele schorsing of stopzetting van het contract door een van de partijen;c) de regels met betrekking tot eventuele afwezigheden;d) de verzekering tegen ongevallen tijdens de opleiding en bij de verplaatsing van en naar de opleiding;e) de regels voor de aansprakelijkheid voor schade aan de goederen van de intermediaire organisatie of aan derden;f) de bescherming van de veiligheid en gezondheid tijdens de opleiding;g) de regels met betrekking tot het getuigschrift dat wordt verstrekt bij beëindiging van de opleiding;h) bijzondere regels voor het geval de opleiding geheel of gedeeltelijk bestaat uit een werkplek-opleiding in een onderneming of instelling;i) klachtenprocedures;j) de eventuele begeleiding die hem tijdens de opleiding wordt gegeven. § 3. De wederzijdse rechten en verplichtingen tussen werkzoekende en intermediaire organisatie worden vastgelegd in een opleidingsovereenkomst die door beide partijen wordt ondertekend vooraleer de beroepsopleiding een aanvang neemt. § 4. Wanneer de opleiding bestaat uit of gepaard gaat met een opleiding op de werkvloer in een onderneming, wordt voor de periode van deze opleiding op de werkvloer een specifieke overeenkomst of een bijlage bij de opleidingsovereenkomst opgesteld, die door zowel de werkzoekende, de intermediaire organisatie als de onderneming wordt ondertekend vooraleer de opleiding op de werkvloer een aanvang neemt.

Art. 11.De werkzoekende heeft recht op de erkenning van verworven competenties, ongeacht waar en op welke wijze die werden verworven. De intermediaire organisaties houden bij de organisatie van hun activiteiten zoveel mogelijk rekening met het geheel van deze verworven competenties.

De intermediaire organisaties verstrekken na elke opleiding, werkervaring of deelname aan een procedure tot erkenning van verworven competenties aan de werkzoekende een gepersonaliseerd attest met een aanduiding van de gevolgde opleiding en/of de verworven competenties.

Art. 12.§ 1. De werkzoekende heeft recht op veiligheid, gezondheid en welzijn. § 2. De intermediaire organisaties zijn verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de werkzoekende. Bij verhoogde risicosituaties worden door hen aangepaste maatregelen genomen. § 3. De bepaling in § 2 is niet van toepassing bij deelname aan : a) de activiteiten van intermediaire organisaties gericht op het in dienst nemen van werknemers, om hen ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een bij of krachtens de wet euro toegelaten tijdelijke arbeid;b) de activiteiten van beroepsopleiding waarvan het studieprogramma voorziet in een vorm van arbeid die al dan niet in de opleidingsinstelling wordt verricht. § 4. De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, de nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen.

Art. 13.De werkzoekende heeft recht op inspraak, overleg en onderhandeling ten aanzien van publieke of door de overheid gesubsidieerde intermediaire organisaties die activiteiten aanbieden inzake beroepsopleiding of werkervaring.

De Vlaamse regering bepaalt, na advies van de SERV, de nadere regels voor de uitvoering van deze bepalingen.

Art. 14.De intermediaire organisaties en de Vlaamse diensten zijn verplicht de werkzoekenden in te lichten over de rechten die zij ontlenen aan dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de klachten- en beroepsprocedures bij niet-naleving van deze rechten.

Art. 15.De Vlaamse regering kan, na advies van de SERV, de nadere regels bepalen voor de uitvoering van de artikelen 4 tot 7, artikel 8, tweede lid en artikelen 9, 11, 13 en 14. HOOFDSTUK III. - Klachten- en beroepsprocedure

Art. 16.Elke intermediaire organisatie die niet onderworpen is aan de verplichting een klachtenvoorziening in te stellen krachtens het decreet van 1 juni 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen of die niet onderworpen is aan een klachtenprocedure, ingesteld krachtens artikel 17 van het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest, is verplicht een procedure in te stellen voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over haar handelingen en werking. Deze procedure voldoet minstens aan de bepalingen van artikel 5, eerste lid, en artikelen 6 tot 11 van het decreet van 1 juni 2001. Zij bepaalt op welke wijze gevolg wordt gegeven aan een klacht die gegrond wordt bevonden.

Daarnaast heeft de werkzoekende die meent dat zijn rechten, zoals bepaald in dit decreet, worden geschonden, het recht hiertegen een klacht in te dienen bij een hiertoe door de Vlaamse regering gemachtigd orgaan, volgens de door de Vlaamse regering bepaalde klachtenprocedure.

De Vlaamse regering kan, na advies van de SERV, voorzien in een beroepsprocedure tegen de bepaalde beslissingen die worden genomen door of in opdracht van publieke of door de overheid gesubsidieerde intermediaire organisaties.

De intermediaire organisaties zijn ertoe gehouden de beslissing van de beroepsinstantie te respecteren. HOOFDSTUK IV. - Toezicht en sancties

Art. 17.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren en beambten toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. § 2. De in § 1 bedoelde ambtenaren mogen bij uitoefening van hun opdracht : 1° tussen 5 en 21 uur zonder voorafgaande verwittiging vrij binnentreden in alle lokalen, woonruimtes uitgezonderd, waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat ze aan hun toezicht onderworpen zijn;2° tussen 21 en 5 uur met voorafgaande toestemming van de rechter in de politierechtbank, binnentreden in de in 1° bedoelde lokalen, woonruimtes uitgezonderd, voor zover er redenen zijn om te veronderstellen dat er inbreuken gepleegd zijn op de reglementering waarop zij toezicht uitoefenen;3° een onderzoek, een controle of een enquête instellen alsmede alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan werkelijk worden nageleefd, inzonderheid : a) de werkzoekenden, de intermediaire organisaties of de Vlaamse diensten ondervragen over alle feiten die nuttig zijn voor de uitoefening van het toezicht;b) zich zonder verplaatsing alle documenten en stukken doen voorleggen die bij dit decreet zijn voorgeschreven of uittreksels ervan opmaken;c) inzage hebben en een afschrift nemen van alle documenten en stukken die zij voor het euro volbrengen van hun opdracht nodig achten;d) tegen ontvangstbewijs alle documenten en stukken in beslag nemen die het mogelijk maken een inbreuk vast te stellen. § 3. De in § 1 bedoelde ambtenaren en beambten hebben het recht waarschuwingen te geven, de overtreder een termijn toe te staan om zich in orde te stellen en processen-verbaal op te maken die bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is. Op straffe van nietigheid moet een afschrift van het proces-verbaal ter kennis van de overtreder worden gebracht, wanneer deze bekend is, en dit binnen een termijn van veertien dagen na de vaststelling van de overtreding. § 4. De in § 1 bedoelde ambtenaren en beambten kunnen, in de uitoefening van hun ambt, de bijstand van politiediensten vorderen.

Art. 18.Onverminderd de artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot één jaar en met een geldboete van 25 euro tot 125 euro of met één van deze straffen alleen : 1° ieder persoon, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die commissieloon, bijdrage, toelatings- of inschrijvingsgelden vordert of int van de werkzoekende, buiten de door dit decreet bepaalde perken;2° ieder persoon, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die medische gegevens inwint of laat inwinnen van de personen bedoeld in artikel 3, buiten de door dit decreet bepaalde perken;3° iedere persoon, alsmede zijn aangestelden of lasthebbers die genetische testen verricht of laat verrichten in strijd met artikel 5, § 1, 8°;4° iedere persoon die het krachtens dit decreet geregelde toezicht verhindert.

Art. 19.De bedingen van een overeenkomst, en de bepalingen en interne reglementen van organisaties en ondernemingen die strijdig zijn met de bepalingen van dit decreet, en de bedingen die bepalen dat een of meer contracterende partijen bij voorbaat afzien van de rechten die door dit decreet gewaarborgd worden, zijn nietig.

Art. 20.Elk geschil over de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbepalingen kan door de werkzoekende of een van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV worden voorgelegd aan de arbeidsgerechten.

Deze vorderingen worden ingeleid bij verzoekschrift, overeenkomstig artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, verzonden bij aangetekende brief aan of neergelegd bij de griffie van het bevoegde gerecht.

De vonnissen en arresten worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht aan de betrokken partijen.

De werkzoekende en de werknemersorganisatie kunnen zich bij de arbeidsgerechten laten bijstaan of vertegenwoordigen door een afgevaardigde van een van de representatieve werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV. Deze mag namens de organisatie waartoe hij behoort alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, een verzoekschrift indienen, pleiten en alle mededelingen ontvangen betreffende de rechtsingang, de behandeling en berechting van het geschil. HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

Art. 21.Artikel 5, 7°, van het decreet van 13 april 1999 met betrekking tot de private arbeidsbemiddeling in het Vlaamse Gewest wordt vervangen door wat volgt : « Het bureau dient alle betrokkenen op een objectieve en respectvolle wijze te behandelen en dient de geldende wetgeving inzake evenredige participatie en gelijke behandeling en het decreet houdende het Handvest van de Werkzoekende en zijn uitvoeringsbesluiten na te leven. ».

Art. 22.Het decreet van 31 maart 1993 houdende vaststelling van het Charter van de Werkzoekende wordt opgeheven.

Artikel 19 van het decreet van 24 april 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt wordt opgeheven.

Artikel 7 van het decreet van 4 juni 2003 op het inwerkingsbeleid wordt opgeheven.

Art. 23.Dit decreet treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 april 2004.

De minister-president van de Vlaamse regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, R. LANDUYT Nota Zitting 2003 - 2004 Stukken : - Voorstel van decreet : 1663 - Nr. 1 - Advies van de Raad van Sate : 1663 - Nr. 2 - Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen : 1663 - Nr. 3 - Amendementen : 1663 - Nrs. 4 en 5 - In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1663 - Nr. 6 - Verslag : 1663 - Nr. 7 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1663 - Nr. 8 Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 21 april 2004.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^