Etaamb.openjustice.be
Decreet van 30 april 2004
gepubliceerd op 26 november 2004

Decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2004036712
pub.
26/11/2004
prom.
30/04/2004
ELI
eli/decreet/2004/04/30/2004036712/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 APRIL 2004. - Decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder : 1° competenties : de reële en individuele capaciteit van individuen om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen aan te wenden, in functie van de concrete, dagelijkse en veranderende werksituatie en in functie van persoonlijke en maatschappelijke activiteiten.Het gaat zowel om levensbrede als om arbeidsgerichte competenties; 2° formeel leren : alle vormen van leren binnen een gestructureerde reguliere en niet-reguliere leercontext;3° non-formeel leren : alle activiteiten die niet expliciet omschreven worden als leren maar die wel een belangrijke leercomponent inhouden;4° standaard : het geheel van competenties, afgeleid uit het beroepsprofiel, die minimaal noodzakelijk zijn om een welbepaalde beroepsactiviteit te kunnen uitvoeren;5° beroepsprofiel : een gedetailleerde beschrijving van de taken die een beroepsbeoefenaar uitoefent en een beschrijving van de competenties die hij daarvoor nodig heeft;6° portfolio : een dossier bestaande uit relevante bewijsstukken van verworven competenties;7° bevoegde instantie : de door de Vlaamse Regering erkende organisatie of organisaties die instaan voor de herkenning, beoordeling en/of erkenning, bedoeld in artikel 8;8° SERV : de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, bedoeld in het decreet van 27 juni 1985 op de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;9° gedragscode : een verzameling voorschriften waaraan instanties, die een procedure voor herkenning, beoordeling en/of erkenning organiseren, gehouden zijn ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen;10° VLOR : de Vlaamse Onderwijsraad, zoals opgericht door het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs II; 11° diploma : het studiebewijs, bedoeld in artikel X.32, 3°, van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV; 12° specifieke eindtermen : de einddoelen, bedoeld in Hoofdstuk II, Afdeling III, van het decreet van 18 januari 2002 betreffende de

eindtermen, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs; 13° erkend studiebewijs : een studiebewijs, bedoeld in artikel X.32 van het decreet van 14 februari 2003 betreffende het onderwijs XIV of in artikel 85 van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. HOOFDSTUK II. - Doelstelling en toepassingsgebied

Art. 3.§ 1. De titel van beroepsbekwaamheid heeft tot doel de bekwaamheid die iemand via formeel en/of non-formeel leren heeft verworven om een bepaald beroep uit te oefenen, te valideren en attesteren. § 2. Onder de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald wordt de titel van beroepsbekwaamheid in aanmerking genomen wanneer de betrokken persoon zich inschrijft voor een opleiding of vorming of als werkzoekende bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.

Art. 4.§ 1. De titel van beroepsbekwaamheid is het bewijs uitgereikt door een bevoegde instantie nadat een procedure van herkenning, beoordeling en erkenning heeft plaatsgevonden waarbij vastgesteld werd dat de betrokken persoon beschikt over de ten aanzien van een bepaald beroep of deelberoep vastgelegde competenties. § 2. Wordt als een titel van beroepsbekwaamheid beschouwd : elk erkend studiebewijs dat de ten aanzien van een bepaald beroep of deelberoep vastgelegde competenties omvat.

Diploma's, mede afgeleverd op grond van het voldoen aan de specifieke eindtermen die ontwikkeld werden uit een bepaald beroepsprofiel, worden te allen tijde geacht ten minste de ten aanzien van het betrokken beroep of deelberoep vastgelegde competenties te omvatten. HOOFDSTUK III. - Basisbeginselen

Art. 5.Ieder heeft het recht om zijn competenties door een bevoegde instantie te laten erkennen door middel van een titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt onder welke voorwaarden een vergoeding voor de procedure van erkenning gevraagd kan worden.

Leerplichtige leerlingen die niet voldoen aan de deeltijdse leerplicht, worden uitgesloten van deze procedure. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder leerlingen die voldoen aan de deeltijdse leerplicht, hun verworven competenties via een procedure van herkenning, beoordeling en erkenning kunnen laten certificeren en aldus een titel van beroepsbekwaamheid kunnen verwerven.

Dit recht gaat zowel over het erkennen van competenties die verworven zijn door formeel leren als over het erkennen van competenties die verworven zijn door non-formeel leren.

De titel van beroepsbekwaamheid wordt door de Vlaamse Gemeenschap erkend en is persoonlijke eigendom van de aanvrager. HOOFDSTUK IV. - Procedure

Art. 6.De procedure tot het bekomen van een titel van beroepsbekwaamheid kan worden opgestart indien de volgende stappen werden voltooid : 1° de Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV, de beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid kan worden uitgereikt;2° de Vlaamse Regering bepaalt per beroep, bedoeld in 1°, na advies van de SERV, de varianten van een titel van beroepsbekwaamheid;3° de SERV werkt, op verzoek van de Vlaamse Regering, voor de beroepen, bedoeld in 1°, de beroepsprofielen uit;4° de Vlaamse Regering bepaalt op basis van de beroepsprofielen, bedoeld in 3°, na advies van de SERV, de standaarden.Een standaard wordt afgeleid uit een beroepsprofiel en omvat de selectie van competentievereisten die noodzakelijk worden geacht voor de uitoefening van een bepaald beroep; 5° de Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV en VLOR, de procedure op basis waarvan studiebewijzen van opleidings- en onderwijsprogramma's die overeenstemmen met de competenties verbonden aan een beroep of deel van een beroep, geïdentificeerd en erkend worden en dus beschouwd worden als een titel van beroepsbekwaamheid. HOOFDSTUK V. - Het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid

Art. 7.§ 1. De procedure tot het bekomen van een titel van beroepsbekwaamheid wordt op eigen initiatief opgestart en op vrijwillige basis verdergezet en verloopt als volgt : 1° herkenning : een individu wordt zich, al dan niet met begeleiding, bewust van de competenties die hij bezit en vervolgens worden deze competenties nauwkeurig opgelijst.Alle competenties, zowel verworven via formeel leren als via non-formeel leren, komen voor registratie in aanmerking. Dit resulteert in de opmaak van een portfolio, dat de exclusieve eigendom van de aanvrager blijft; 2° beoordeling : de geregistreerde competenties moeten worden afgewogen aan een standaard.Aan de hand van deze standaard wordt bekeken of iemand over de juiste competenties beschikt, of men deze competenties op een voldoende niveau beheerst en welke competenties nog moeten worden verworven. Dit resulteert in een beoordeling; 3° erkenning : gelet op het resultaat van de beoordelingsfase wordt overgegaan tot het toekennen en uitreiken van de titel van beroepsbekwaamheid. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de SERV, de nadere voorwaarden en regels van de procedure, bedoeld in § 1. HOOFDSTUK VI. - Actoren

Art. 8.De bevoegde instantie dient te voldoen aan kwaliteitsvoorwaarden en de gedragscode te onderschrijven en na te leven.

De kwaliteitsvoorwaarden en de gedragscode hebben ten minste betrekking op : 1° het verstrekken van een transparante dienstverlening;2° de deskundigheid van het personeel van de bevoegde instantie;3° het werken volgens objectieve en niet-discriminerende handelingsprincipes;4° de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager. De nadere invulling van de kwaliteitsvoorwaarden en de inhoud van de gedragscode worden, na advies van de SERV, vastgelegd door de Vlaamse Regering.

Art. 9.§ 1. De Vlaamse Regering richt een beroepscommissie op met als opdracht te beslissen over ingediende bezwaren met betrekking tot de procedure tot het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel 7, en de procedure tot het bepalen van erkende studiebewijzen, bedoeld in artikel 4, § 2.

Het beroep wordt ingediend binnen een vervaltermijn van dertig kalenderdagen die ingaat de dag na deze van de betekening van de beslissing. § 2. De beroepscommissie doet uitspraak nadat de partijen, met name de indiener en de bevoegde instantie, werden gehoord. § 3. De beroepscommissie bestaat uit een voorzitter en twee onafhankelijke bijzitters.

De beroepscommissie wordt bijgestaan door één of twee deskundigen inzake beroepscompetenties. § 4. De Vlaamse Regering benoemt de in § 3 bedoelde voorzitter, bijzitters en deskundigen na advies van de SERV en de VLOR. § 5. Personen die een rol hebben gespeeld in de procedure tot het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en het bepalen van erkende studiebewijzen, mogen geen deel uitmaken van de beroepscommissie of de commissie bijstaan. § 6. De Vlaamse Regering stelt, voor een hernieuwbare termijn van zes jaar, de voorzitter en bijzitters en hun plaatsvervangers aan. De Vlaamse Regering stelt tevens een lijst van onafhankelijke deskundigen samen. Deze lijst geldt voor een periode van zes jaar. Alle leden, met inbegrip van de deskundigen, hebben stemrecht. § 7. De Vlaamse Regering regelt de werking en procedure van de beroepscommissie en bepaalt de termijn waarbinnen een beslissing moet worden genomen. Wanneer na deze termijn de beslissing van de beroepscommissie uitblijft, kan de Vlaamse Regering een beslissing nemen. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 10.Binnen de perken van de op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap uitgetrokken kredieten kent de Vlaamse Regering aan de bevoegde instantie een jaarlijkse subsidie toe voor de basis-, werkings- en personeelskosten om de taken, bedoeld in artikel 7, uit te voeren.

Art. 11.De Vlaamse Regering bepaalt de datum waarop dit decreet in werking treedt.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 april 2004.

De minister-president van de Vlaamse Regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme, R. LANDUYT De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN De Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Cultuur, Jeugd en Ambtenarenzaken, P. VAN GREMBERGEN De Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid en E-government, P. CEYSENS _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken. - Ontwerp van decreet, 2214, nr. 1. - Amendementen, 2214, nr. 2. - Verslag, 2214, nr.3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 2214, nr. 4.

Handelingen. - Bespreking en aanneming : vergaderingen van 21 april 2004.

^