Document van 01 april 2010
gepubliceerd op 17 mei 2010
Informatisering van Justitie. Ja, maar hoe ?

Besluit van de Waalse Regering tot codificatie van de wetgevingen betreffende het toerisme met het oog op de invoering van een Waals Toerismewetboek

bron
waalse overheidsdienst
numac
2010027059
pub.
17/05/2010
prom.
01/04/2010
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

1 APRIL 2010. - Besluit van de Waalse Regering tot codificatie van de wetgevingen betreffende het toerisme met het oog op de invoering van een Waals Toerismewetboek


De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 20 juli 2005 betreffende de subsidies voor de bevordering van het toerisme, inzonderheid op artikel 52;

Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

Gelet op het advies van de de Hoge Raad voor Toerisme, gegeven op 20 mei 2009;

Gelet op advies nr. 46.520/4 van de Raad van State, gegeven op 25 mei 2009, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, belast met Toerisme;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 127, § 1, ervan.

Art. 2.Hiernavermelde bepalingen worden overeenkomstig de tekst als bijlage bij dit besluit gecodificeerd met de wijzigingen die erin werden aangebracht, evenals in de bijlagen : 1° de artikelen 2 tot en met 147 en 160 tot en met 173 van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;2° de artikelen 2 tot en met 65 van het decreet van 1 april 2 betreffende de toeristische bezienswaardigheden;3° de artikelen 2 tot en met 39 en 45 en 46 van het decreet van 1 april 2004 betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen;4° de artikelen 2 tot en met 51, 64 tot en met 68 van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme;5° de artikelen 2 tot en met 23 en 50, 51 en 53 van het decreet van 20 juli 2005 betreffende de subsidies voor de bevordering van het toerisme;6° de artikelen 1 en 3 van het decreet van 23 oktober 2008 betreffende de wegvergunningen van de gemarkeerde toeristische wandelroutes en tot wijziging van het decreet van 19 december 2002 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut;7° de artikelen 2 tot en met 11 van het besluit van de Waalse Regering van 14 december 1995 tot vaststelling van de voorwaarden waarop toelagen worden verleend voor de aankoop van meubilair en materiaal ter bevordering van toeristische activiteiten;8° de artikelen 2 tot en met 85 en 126 tot en met 130 van het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 tot uitvoering van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;9° de artikelen 2 tot en met 22 van het besluit van de Waalse Regering van 10 november 2006 betreffende de toeristische instellingen en de Hoge Raad voor Toerisme.10° de artikelen 2 tot en met 30 en 32 van het besluit van de Waalse Regering van 1 maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 1 april 2004 betreffende de toeristische bezienswaardigheden;11° de artikelen 2 tot en met 14 van het besluit van de Waalse Regering van 1 maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 1 april 1er betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes, de wandelkaarten en de routebeschrijvingen;12° de artikelen 1 tot en met 3 van het besluit van de Waalse Regering van 29 november 2007 tot oprichting van een basisoverlegcomité voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme;13° de artikelen 1 tot en met 3 van het besluit van de Waalse Regering van 29 november 2007 tot vastlegging van de samenstelling van de afvaardiging van de overheid binnen het basisoverlegcomité voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme;14° artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 3 april 2008 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 9 december 2004 houdende uitvoering van het decreet van 18 december 2003 betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;15° de artikelen 2 tot en met 17 van het besluit van de Waalse Regering van 19 juni 2008 houdende sommige uitvoeringsbepalingen van het decreet van 27 mei 2004 betreffende de organisatie van het toerisme;16° de artikelen 2 tot en met 4 van het besluit van de Waalse Regering van 6 maart 2009 tot aanpassing van de bedragen van de subsidies voor de animatie en de werking van de "Maisons du tourisme"; 17° artikel 64.van het besluit van de Waalse Regering van 30 april 2009 houdende verschillende maatregelen betreffende toeristische logiesverstrekkende inrichtingen, de kampeer-caravanterreinen en de organisatie van het toerisme; 18° het ministerieel besluit van 14 december 1995 tot uitvoering van artikel 6 van het besluit van de Waalse Regering van 14 december 1995 tot vaststelling van de voorwaarden waarop toelagen worden verleend voor de aankoop van meubilair en materiaal ter bevordering van toeristische activiteiten;19° de artikelen 2 tot en met 8° van het ministerieel besluit van 5 april 2006Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 05/04/2006 pub. 28/04/2006 numac 2006035650 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 13 januari 2006 betreffende de overdracht van toeslagrechten type ministerieel besluit prom. 05/04/2006 pub. 07/07/2006 numac 2006007186 bron ministerie van landsverdediging Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van de dienstidentiteitskaart van bepaalde burgerlijke ambtenaren van het Stafdepartement Inlichtingen en Veiligheid sluiten tot vastlegging van de modellen van de schilden voor toeristische logiesverstrekkende inrichtingen en kampeer- en caravanterreinen;20° de artikelen 2 tot en met 5 van het ministerieel besluit van 10 januari 2008Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 10/01/2008 pub. 11/02/2008 numac 2008027020 bron ministerie van het waalse gewest Ministerieel besluit tot vastelling van de modellen van de schilden van de toeristische inrichtingen sluiten tot vastelling van de modellen van de schilden van de toeristische inrichtingen;21° artikel 2 van het ministerieel besluit van 2 oktober 2008Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 02/10/2008 pub. 27/10/2008 numac 2008027120 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen van de schilden van de toeristische bezienswaardigheden sluiten tot vastelling van de modellen van de schilden van de toeristische bezienswaardigheden.

Art. 3.De Minister bevoegd voor Toerisme is belast met de uitvoering van dit besluit.

Namen, 1 april 2010.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN

BIJLAGE WAALS TOERISMEWETBOEK inhoudstafel INLEIDENDE BEPALINGEN TITEL I. - Begripsomschrijvingen TITEL II. - Termijnberekening BOEK I. - ORGANISATIE VAN HET TOERISME TITEL I. - Commissariaat-generaal voor het Toerisme HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling HOOFDSTUK II. - Opdrachten HOOFDSTUK III. - Bevoegdheden van het personeel van het Commissariaat-generaal voor Toerisme HOOFDSTUK IV. - Oriëntatiecomité HOOFDSTUK V. - Basisoverlegcomité voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme HOOFDSTUK VI. - Personeel HOOFDSTUK VII. - De Commissaris-generaal voor Toerisme.

HOOFDSTUK VIII. - Financieel Beheer.

HOOFDSTUK IX. - Goederen, rechten en verplichtingen TITEL II. - De toeristische instellingen HOOFDSTUK I. - Erkenning Afdeling I. - Beginsel en inhoud

Afdeling II. - Erkenningsvoorwaarden en instandhouding

Afdeling III. - Erkenningsprocedure

Afdeling IV. - Intrekking van de erkenning

Afdeling V. Beroepsvoorwaarden en Bprocedure

HOOFDSTUK II. - Schild en tekens HOOFDSTUK III. - Subsidies Afdeling I. - Algemeen

Afdeling II. - Bedrag van de subsidies

Afdeling III. - Procedure voor de toekenning, de uitbetaling en de

terugbetaling van de subsidies HOOFDSTUK IV. - Fusies van huizen voor toerisme TITEL III. - « Conseil supérieur du tourisme » (Hoge Raad voor Toerisme) en technische comités HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de « Conseil supérieur du Tourisme » HOOFDSTUK II. - Technische comités HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen TITEL IV. - Inbreuken en straffen TITEL V. - Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen BOEK II. - TOERISTISCHE BEZIENSWAARDIGHEDEN TITEL I. - Publicatie van toeristische brochures TITEL II. - Machtiging HOOFDSTUK I. - Beginsel, inhoud en gevolgen van de machtiging HOOFDSTUK II. - Machtigingsprocedure HOOFDSTUK III. - Intrekking van de machtiging HOOFDSTUK IV. - Toekenningsvoorwaarden van de machtiging en gebruik van de benaming TITEL III. - Indeling en herziening van de indeling HOOFDSTUK I. - Beginsel HOOFDSTUK II. - Aanvraag tot herziening van de indeling HOOFDSTUK III. - Herziening van de indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme TITEL IV. - Beroepen HOOFDSTUK I. - Beroepsprocedure HOOFDSTUK II. - Beroepsadviescommissie van de toeristische bezienswaardigheden TITEL V. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Algemeen HOOFDSTUK II. - Percentage en bedrag van de subsidie HOOFDSTUK III. - Procedures voor de toekenning, de uitbetaling en de controle van het gebruik van de subsidies TITEL VI. - Inbreuken en sancties HOOFDSTUK I. - Toezicht en vaststelling van de inbreuken HOOFDSTUK II. - Administratieve geldboetes HOOFDSTUK III. - Strafrechtelijke sancties TITEL VII. - Overgangs- en slotbepalingen BOEK III. - TOERISTISCHE LOGIESVERSTREKKENDE INRICHTINGEN TITEL I. - Publicatie van toeristische brochures TITEL II. - Hotelinrichtingen, streekgebonden toeristische logiesverstrekkende inrichtingen, gemeubileerde vakantiewoningen, toeristische kampeerterreinen, vakantiedorpen en toeristische verblijven HOOFDSTUK I. - Machtiging Afdeling I. - Beginsel, inhoud en gevolgen van de machtiging

Afdeling II. - Machtigingsprocedure

Afdeling III. - Intrekking van de machtiging

HOOFDSTUK II. - Toekenningsvoorwaarden van de machtiging en gebruik van een benaming Afdeling I. - Algemeen

Afdeling II. - Hotelinrichtingen

Afdeling III. - Streekgebonden toeristische logiesverstrekkende

inrichtingen en gemeubileerde vakantiewoningen Afdeling IV. - Gastentafels en streekgebonden vitrines

Afdeling V. - Toeristische kampeerterreinen

Afdeling VI. - Vakantiedorpen en verblijfseenheden ervan

Afdeling VII. - Toeristische verblijven

HOOFDSTUK III. - Indeling en herziening van de indeling Afdeling I. - Beginselen

Onderafdeling 1. - Algemeen Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen voor de vakantiedorpen en de verblijfseenheden Onderafdeling 3. - Bijzondere bepalingen voor gastenkamers Onderafdeling 4. - Schilden Afdeling II. - Aanvraag tot herziening van de indeling

HOOFDSTUK IV. - Beroepen Afdeling I. - Beroepsprocedure

Afdeling II. - Beroepsadviescommissie

HOOFDSTUK V. - Bezwaren TITEL III. - Sociaal toerisme HOOFDSTUK I. - Erkenningsvoorwaarden voor de verenigingen HOOFDSTUK II. - Procedure voor de erkenning van de verenigingen HOOFDSTUK III. - Intrekking van de erkenning HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden en procedure voor het beroep TITEL IV. - Brandbescherming HOOFDSTUK I. - Brandveiligheidsattest Afdeling I. - Beginselen

Afdeling II. - Procedure voor de afgifte van het

brandveiligheidsattest Afdeling III. - Afwijkingen

HOOFDSTUK II. - Vereenvoudigd controleattest HOOFDSTUK III. - Beroepen HOOFDSTUK IV. - Brandveiligheidscommissie TITEL V. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Subsidies voor de hotelinrichtingen HOOFDSTUK II. - Subsidies voor de streekgebonden toeristische inrichtingen HOOFDSTUK III. - Subsidies voor de gemeubileerde vakantiewoningen HOOFDSTUK IV. - Subsidies voor de toeristische kampeerterreinen HOOFDSTUK V. - Subsidies voor de vakantiedorpen en de verblijfseenheden Afdeling I. - Subsidies voor de collectieve uitrustingen van de

vakantiedorpen Afdeling II. - Subsidies voor de verblijfseenheden

HOOFDSTUK VI. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de subsidies voor de hotelinrichtingen, de streekgebonden logiesverstrekkende inrichtingen, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, de vakantiedorpen en de verblijfseenheden Afdeling I. - Algemeen

Afdeling II. - Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de

subsidies Afdeling III. - Aanpassing van de percentages en maximumbedragen

Afdeling IV. - Procedures voor de toekenning, de uitbetaling en de

controle van het gebruik van de subsidies HOOFDSTUK VII. - Subsidies inzake het sociaal toerisme Afdeling I. - Algemeen

Afdeling II. - Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de

subsidies Afdeling III. - Percentages en bedrag van de subsidie

Afdeling IV. - Procedures voor de toekenning, de uitbetaling en de

controle van het gebruik van de subsidies TITEL VI. - Kampplaatsen HOOFDSTUK I. - Label HOOFDSTUK II. - Procedure HOOFDSTUK III. - Intrekking van het label HOOFDSTUK IV. - Erkende instelling HOOFDSTUK V. - Voorwaarden voor de toekenning van het label, de instandhouding ervan, de indeling, de herziening ervan en het schild HOOFDSTUK VI. - Beroepen HOOFDSTUK VII. - Subsidies HOOFDSTUK VIII. - Algemene bepalingen TITEL VII. - Inbreuken en straffen HOOFDSTUK I. - Toezicht en vaststelling van de inbreuken HOOFDSTUK II. - Administratieve geldboetes HOOFDSTUK III. - Strafrechtelijke sancties TITEL VIII. - Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen Afdeling I. - Hotelinrichtingen, streekgebonden toeristische

logiesverstrekkende inrichtingen, gemeubileerde vakantiewoningen en toeristische kampeerterreinen Afdeling II. - Sociaal toerisme

Afdeling III. - Brandbescherming

Afdeling IV. - Subsidies

HOOFDSTUK II. - Slotbepaling BOEK IV. - GEMARKEERDE TOERISTISCHE ROUTES, WANDELKAARTEN EN WANDELBESCHRIJVINGEN TITEL I. - Machtiging en erkenning HOOFDSTUK I. - Beginselen HOOFDSTUK II. - Machtigings- en erkenningsvoorwaarden Afdeling I. - Vaste wandelroutes

Afdeling II. - Wandelkaarten

Afdeling III. - Wandelbeschrijvingen

HOOFDSTUK III. - Machtigings- en erkenningsprocedure HOOFDSTUK IV. - Procedure voor de intrekking van de machtiging of de erkenning HOOFDSTUK V. - Beroepsvoorwaarden en Bprocedure HOOFDSTUK VI. - Certificering van de bebakening van een vaste wandelroute TITEL II. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Algemeen HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor de toekenning en de instandhouding van de subsidies HOOFDSTUK III. - Percentages en bedragen van de tegemoetkomingen HOOFDSTUK IV. - Procedure voor de toekenning, de uitbetaling en de controle van het gebruik van de subsidies TITEL III. - Inbreuken en straffen HOOFDSTUK I. - Administratieve geldboetes HOOFDSTUK II. - Strafrechtelijke sancties HOOFDSTUK III. - Toezicht en vaststelling van de inbreuken TITEL IV. - Overgangs- en slotbepalingen BOEK V. - SUBSIDIES VOOR DE BEVORDERING VAN HET TOERISME TITEL I. - Begripsomschrijving TITEL II. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Subsidies aan de toeristische instellingen HOOFDSTUK II. - Subsidies voor de uitvoering van acties of campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische sites HOOFDSTUK III. - Subsidies voor de uitvoering van acties of campagnes ter bevordering door verenigingen met een regionaal toeristisch doel HOOFDSTUK IV. - Toekenningsvoorwaarden van de subsidies Afdeling I. - Subsidies voor de toeristische instellingen

Afdeling II. - Subsidies voor de uitvoering van acties of campagnes

ter bevordering van toeristische attarcties of toeristische sites Afdeling III. - Subsidies voor de uitvoering van acties of campages

ter bevordering van verenigingen met een regionaal toeristisch doel Afdeling IV. - Gemeenschappelijke bepaling

HOOFDSTUK V. - Percentage en bedrag van de subsidies Afdeling I. - Subsidies voor de toeristische instellingen

Afdeling II. - Subsidies voor de uitvoering van acties of campagnes

ter bevordering van toeristische sites of toeristische ebzienswaardigheden Afdeling III. - Subsidies voor de uitvoering van acties of campagnes

ter bevordering van verenigingen met een regionaal toeristisch doel HOOFDSTUK VI. - Procedures voor de toekenning, de uitbetaling en de controle van het gebruik van de subsidies INLEIDENDE BEPALINGEN TITEL 1. - Begripsomschrijvingen

Artikel 1.D. - In de zin van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° toeristische instelling : « fédération provinciale du tourisme », « maison du tourisme », « office du tourisme » of « syndicat d'initiative »;2° wet van 16 juli 1973 : de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt;3° toeristische bezienswaardigheid : de plaats van bestemming, bestaande uit een geheel van geïntegreerde en duidelijk identificeerbare activiteiten en diensten, die op regelmatige wijze uitgebaat wordt als natuurlijke, culturele of recreatieve waardevolle kern en die aangelegd is met het doel toeristen, dagtoeristen en plaatselijke bezoekers zonder voorafgaandelijke reservering te ontvangen, kermisactiviteiten uitgezonderd; in de zin van dit Boek maken de plaatsen die eenvoudigweg materieel te huur aanbieden, de landschappen, de steden, de vrij toegankelijke plaatsen en de plaatsen bestemd voor loutere sportbeoefening, voor de organisatie van spektakels, cultuur-, sportevenementen of feestelijkheden niet een toeristische bezienswaardigheid uit; 4° natuurlijke waardevolle kern : een centrum waarvan de activiteiten hoofdzakelijk op de natuur of het leefmilieu gericht zijn;5° culturele waardevolle kern : een centrum waarvan de activiteiten hoofdzakelijk op de kunsten, de geschiedenis, de wetenschap of de techniek gericht zijn;6° recreatieve waardevolle kern : een centrum waarvan de activiteiten hoofdzakelijk op ontspannings- of spelactiviteiten gericht zijn;7° toerist : elke persoon die zich als vrijetijdsbesteding, voor de ontspanning of het zakendoen, naar een plaats begeeft die zich verder bevindt dan de gemeente waar hij doorgaans verblijft of dan de naburige gemeenten en die elders dan in zijn gewoonlijke verblijfplaats verblijft;8° dagtoerist : elke persoon die zich als vrijetijdsbesteding of voor de ontspanning naar een plaats begeeft die zich verder bevindt dan de gemeente waar hij doorgaans verblijft of dan de naburige gemeenten en die de noodzakelijke verplaatsingen van en naar zijn gewoonlijke verblijfplaats en de plaats van bestemming op één en dezelfde dag maakt;9° plaatselijke bezoeker : elke persoon die zich als vrijetijdsbesteding of voor de ontspanning naar een plaats begeeft die zich in de gemeente waar hij doorgaans verblijft of in een naburige gemeente bevindt;10° toeristische logiesverstrekkende inrichting : elke inrichting die, ware het toevallig, aan één of meerdere toeristen een onderkomen biedt dan wel de bezetting van een toeristisch kampeerterrein aanbiedt;11° hotelverblijf : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting met winstoogmerk met als benaming hotel, appart-hotel, herberg, motel, eethuis, pension of relais;de Regering kan die opsomming aanvullen; 12° sociaal toerisme : de vrijetijds- en vakantieactiviteiten die op zodanige wijze door een vereniging georganiseerd worden dat elke persoon, en meer in het bijzonder de economisch en cultureel mindergegoeden, de beste praktische voorwaarden aangeboden worden om daadwerkelijk toegang te krijgen tot die activiteiten;13° vereniging voor sociaal toerisme : de vereniging erkend op grond van titel III van Boek III;14° centrum voor sociaal toerisme : de toeristische logiesverstrekkende inrichting die de voorwaarden van artikel 418, eerste lid, 4° en 5°, naleeft en niet gebruik maakt van een benaming als bedoeld onder de punten 14°, 18° en 30°;15° streekgebonden toeristisch logies : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting die zich buiten een vakantiedorp, een weekendverblijfpark, een toeristisch campingterrein of een caravaningterrein bevindt, met uitsluiting van een hotelbedrijf of een centrum voor sociaal toerisme, met één van de volgende benamingen : a) « landelijke vakantiewoning », indien ingericht in een landelijk gebouw dat typisch is voor een bepaalde streek, vrijstaand en met eigen toegang;b) « vakantiewoning in de stad », indien ingericht in een gebouw dat typisch is voor een bepaalde streek, vrijstaand en met eigen toegang, in een stadsgebied gelegen;c) « vakantiewoning op de hoeve », indien ingericht in een vrijstaand gebouw, met eigen toegang, van een in werking zijnd landbouwbedrijf of in de onmiddellijke nabijheid ervan;d) « gastenkamer », indien het een kamer betreft die deel uitmaakt van een persoonlijke en gewoonlijke ééngezinswoning van de vergunninghouder, voorzover ze niet in een gebouw of gebouwgedeelte ligt waar een voor het publiek toegankelijke drankslijterij of eetgelegenheid gevestigd is;e) « gastenkamer op de hoeve », indien het een gastenkamer betreft die ingericht is in een in werking zijnd landbouwbedrijf;f) « gastenhuis », indien het een pand betreft dat vier of vijf gastenkamers telt;g) « gastenhuis op de hoeve » : indien het een pand betreft dat vier of vijf gastenkamers op een hoeve telt;16° gemeubileerde vakantiewoning : elke vrijstaande toeristische logiesverstrekkende inrichting met eigen toegang die zich buiten een vakantiedorp, een weekendverblijfpark, een toeristisch campingterrein of een caravaningterrein bevindt, met uitsluiting van een hotelbedrijf, een centrum voor sociaal toerisme of van streekgebonden toeristisch logies;17° groot onderkomen : streekgebonden toeristisch logies of gemeubileerde vakantiewoning dat/die meer dan vijftien personen een onderkomen kan bieden;18° klein onderkomen : streekgebonden toeristisch logies of gemeubileerde vakantiewoning met enkel één multifunctionele ruimte, zonder afzonderlijke kamer, en die maximum vier personen een onderkomen biedt;19° gastentafel : dienstverlening bestaande uit de bereiding, uitsluitend bestemd voor de bewoners van een gastenkamer of een gastenkamer op de hoeve, van maaltijden die hoofdzakelijk samengesteld zijn uit streekproducten en die opgediend worden aan de gezinstafel van de vergunninghouder;20° basiscapaciteit : het aantal personen voor wie een toeristische logiesverstrekkende inrichting ontworpen is en te huur aangeboden wordt;21° maximumcapaciteit : de basiscapaciteit, verhoogd met het aantal personen aan wie logies verstrekt kan worden door middel van bijkomende bedden;22° toeristisch kampeerterrein : het gebruik door toeristen als onderkomen van een mobiel verblijf dat niet voor permanente bewoning wordt gebruikt;23° mobiel verblijf : een tent, een rijcaravan, een stacaravan, een motorhome of elk ander gelijkwaardig verblijf;24° rijcaravan : elke caravan die zonder bijzondere voorafgaandelijke vergunning op de openbare weg getrokken kan worden;25° stacaravan : elke caravan zonder verdieping, met uitzondering van de caravans die "chalets" worden genoemd en gekenmerkt zijn door een bekleding uit hout of uit stoffen die er als hout uit zien, die niet zonder bijzondere voorafgaandelijke vergunning op de openbare weg getrokken kan worden, maar toch gemakkelijk te vervoeren is, en die verwijderd kan worden zonder afgebouwd of afgebroken te moeten worden; 26°toeristisch kampeerterrein : het terrein dat doorgaans of seizoensgebonden door één of meerdere toeristen gebruikt wordt voor de beoefening van het toeristisch kamperen. Het toeristisch kampeerterrein waarop de vergunninghouder bijkomend niet-verplaatsbare verblijven optrekt die niet voor permanente bewoning gebruikt worden, houdt niet op die hoedanigheid te bezitten; 27° niet-verplaatsbaar verblijf : een chalet, een bungalow, een zomerhuisje, een paviljoen of elk ander gelijkaardig verblijf;28° verblijf op de boerderij : het toeristisch kamperen dat door een landbouwuitbater georganiseerd wordt op een terrein dat van zijn bedrijf afhangt en waarop geen enkele stacaravan gevestigd is;29° kampeerterreinen op de boerderij : het toeristisch kampeerterrein dat gebruikt wordt om op de hoeve te kamperen;30° kampeerder op doortocht : de toerist wiens aanwezigheid op het toeristisch kampeerterrein de duur van jaarlijks dertig opeenvolgende dagen niet overschrijdt en die elk mobiel of niet-verplaatsbaar verblijf gebruikt, stacaravans uitgezonderd.Hij verblijft daadwerkelijk op het terrein en op het einde van zijn verblijf verwijdert hij zijn kampeerverblijf indien het mobiel is; 31° seizoensgebonden kampeerder : de toerist wiens aanwezigheid op het toeristisch kampeerterrein de duur van jaarlijks vier maanden per jaar niet overschrijdt en die gebruik maakt van elk niet-verplaatsbaar of mobiel verblijf, stacaravans uitgezonderd, behalve als die verhuurd worden door de houder van de vergunning;32° residentieel kampeerder : de toerist wiens aanwezigheid op het toeristisch kampeerterrein de duur van jaarlijks zes maanden niet overschrijdt en die gebruik maakt van een stacaravan;33° vakantiedorp : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting, samengesteld uit collectieve uitrustingen en een geheel van minstens vijftien verblijfseenheden die tegelijk aan de volgende voorwaarden beantwoordt : a) het maakt deel uit van een enige en samenhangende omtrek;b) de perceelindeling wordt niet door omheiningen of schuttingen afgebakend;c) de inrichting van de omgeving is eenvormig;d) het beschikt over een ontvangstlokaal;34° verblijfseenheid : gebouw of gebouwgedeelte dat tegelijk aan de volgende voorwaarden beantwoordt : a) zijn basiscapaciteit bedraagt minstens twee personen;b) zijn maximumcapaciteit mag niet meer bedragen dan twintig personen;c) het is vrijstaand en beschikt over een eigen toegang;d) het leeft de brandveiligheidsbepalingen zoals bepaald in titel IV van Boek III na;e) het leeft de minimale indelingsnormen zoals bedoeld in of krachtens artikel 266 na;35° vertegenwoordigende instantie : rechtspersoon die in het vakantiedorp de eigenaar(s) van verblijfseenheden vertegenwoordigt;36° basisnormen : de federale brandbeschermingsbepalingen;37° specifieke veiligheidsnormen : de veiligheidsnormen inzake brandbescherming die eigen zijn aan de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;38° gebouw : elk bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt die toegankelijk is voor personen en geheel of gedeeltelijk uit omringende muren bestaat;39° gebouwgedeelte : elk deel van een bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt die toegankelijk is voor personen, met een eigen opening naar buiten, waarvan de muren één uur lang vuurbestendig zijn en waarvan de openingen binnenshuis gesloten worden aan de hand van bestanddelen die een half uur lang vuurbestendig zijn;de eis inzake de eigen opening naar buiten geldt niet voor de gebouwgedeelten waar gastenkamers of gastenkamers op de hoeve ingericht zijn indien hun maximumcapaciteit samengeteld minder dan tien personen bedraagt; 40° kampplaats : de logiesverstrekkende inrichting die uitsluitend verhuurd wordt aan of ter beschikking wordt gesteld van een kamp van een jeugdorganisatie erkend door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap of nog door de bevoegde overheid van elke Lidstaat van de Europese Unie;41° toerismeverblijf : elke logiesverstrekkende inrichting met winstoogmerk die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet : - ze wordt voortdurend geëxploiteerd; - ze bestaat uit een homogeen geheel van kamers of gemeubileerde woningen met inbegrip van een keukenhoek; - ze kan per overnachting, per week of per maand gehuurd worden; - ze heeft een maximale capaciteit van minstens 100 personen; - ze wordt door één enkele natuurlijke of rechtspersoon beheerd; - ze leeft de minimale indelingsnormen zoals bedoeld in of krachtens artikel 262 na; - ze gebruikt de benaming « toerismeverblijf », « zakenverblijf » of « dienstenverblijf »; - ze is gelegen buiten elke logiesverstrekkende inrichting die een andere benaming bepaald bij dit artikel gebruikt; 42° gecertificeerde zending : de zending verricht bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of elk ander middel dat door de Regering als gelijkwaardig wordt beschouwd;43° gemarkeerde wandelroute : elke wandelroute met hoofdzakelijk een toeristische bestemming voor niet-gemotoriseerd verkeer, bewegwijzerd door middel van markeringen;44° vaste wandelroute : voor meer dan tien dagen gemarkeerde wandelroute;45° markering : het op regelmatige afstand plaatsen van tekens waarmee het tracé van een wandelroute aangegeven wordt.Het plaatsen van tekens die vervaardigd worden met materiaal dat rechtstreeks uit de natuur gehaald wordt of met materiaal op basis van kalk dat bij regen snel oplost, wordt niet als markering beschouwd; 46° markeringsteken : concreet markeringselement, namelijk het genormeerde en kenmerkende teken van de wandelroute waarvan de modellen door de Regering vastgesteld zijn, de achtergrond waarop dat teken is aangebracht en het systeem waarmee dat teken eventueel wordt aangebracht. Als markeringstekens worden beschouwd : a) de informatieve markeringstekens : markeringstekens waarvan het doel erin bestaat langs een vaste wandelroute een inlichting van geschiedkundige, kunsthistorische, wetenschappelijke of culturele aard te verstrekken en waarvan het model door de Regering is vastgesteld;b) de volledige richtingaanwijzende markeringstekens : markeringstekens met een richtingaangevende pijl waarvan het doel erin bestaat volledige informatie te verstrekken over de aard en de lengte van de vaste wandelroute, die minstens de naam van de vaste wandelroute en diens doel inhouden, waarvan het model door de Regering is vastgesteld;c) de eenvoudige richtingaanwijzende markeringstekens : markeringstekens met een richtingaangevende pijl waarvan het doel erin bestaat een richtingsverandering aan te geven, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;d) de bakenstokken : de markeringstekens waarvan het doel erin bestaat de te nemen richting te herhalen of te bevestigen, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;e) de vertrekborden : borden die het vertrekpunt van één of meerdere vaste wandelroutes uitmaken, waarvan het doel erin bestaat daar een volledige inlichting over te verstrekken, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;f) de plaatsnaamgerelateerde markeringstekens, waarvan de normen door de Regering zijn vastgesteld;47° wandelkaart : elke topografische kaart met een gegeven schaal waarop de vaste wandelroutes en de verschillende uitrustingen voor de opvang van toeristen, ongeacht hun benaming, aangegeven zijn;48° wandelbeschrijving : elk document met informatie ter omschrijving van één of meerdere vaste wandelroutes waarmee de gebruiker de weg gewezen wordt. Dat document, dat van de wandelkaart verschilt, kan de vorm van een boek, fiches, zakboekje, gids, folder, blad aannemen zoals meer bepaald de topogids, het « road book », het « pocket plan », de kaartgids, de wandelfiches, de wandelschriftjes; 4949° gewestelijk erkenningsteken : schild waarvan het model door de Regering wordt omschreven, waarmee bevestigd wordt dat de vaste wandelroute gemachtigd is of dat de wandelkaart of de wandelbeschrijving door het Commissariaat-generaal voor Toerisme erkend is;50° toeristische trekpleister : plaats die internationale bekendheid geniet op toeristisch vlak.

Art. 1bis.BWR B In de zin van de regelgevende bepalingen van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° Minister : het lid van de Waalse Regering tot wiens bevoegdheden het toerisme behoort;2° personeelslid : de stagiair, het lid of de persoon in dienst genomen via arbeidsovereenkomst en aangewezen op het functionele kader van het Commissariaat-generaal voor Toerisme; de persoon met een vervangingsovereenkomst komt niet in aanmerking; 3° Commissaris-generaal voor toerisme : de leidend ambtenaar van het Commissariaat-generaal voor toerisme;4° nieuw gebouw : elk gebouw dat opgetrokken is ter uitvoering van een stedenbouwkundige vergunning waarvoor een aanvraag is ingediend drie maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, de bestaande gebouwen waaraan verbouwingswerken worden verricht uitgesloten;5° inrichting van type A : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting dat enkel en alleen logies aanbiedt en, in voorkomend geval, het schoonmaken van de ter beschikking gestelde kamers;6° inrichting van type B : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting, de inrichtingen van het type A uitgesloten;7° presentatie van het streekaanbod : de ruimte die in een streekgebonden toeristisch logies voorbehouden is voor de presentatie van typische plaatselijke of streekproducten zoals fijne etenswaren of ambachtelijke producten en voor de promotie van toeristische trekpleisters, markten en bezienswaardigheden, het erfgoed of de folklore eigen aan die streek;8° kampeerverblijf : het mobiele of het niet-verplaatsbare verblijf in de zin van artikel 1, 26° en 30°;9° gedeelte van een toeristisch kampeerterrein dat overstroomd kan worden : het geheel van de geringe, gemiddelde of hoge voorkomingsomtrekken van waterwinningen opgenomen in de door de Regering aangenomen cartografie van het risico op overstromingen door het buiten de oevers treden van waterlopen van elk onderstroomgebied;10° voetganger : iedere persoon die zich te voet verplaatst, iedere persoon met een verminderde beweeglijkheid die zich in een rolstoel verplaatst en iedere wielertoerist of mountainbiker van minder dan negen jaar oud;11° wieltoerist : iedere wielrijder die beton-, kassei-, onverharde of asfaltwegen in koolwaterstofverharding gebruikt, die geen bijzondere sportieve vaardigheden vereisen;12° mountainbiker : iedere wielrijder die onregelmatige of geaccidenteerde terreinen gebruikt, die sommige sportieve vaardigheden vereisen;13° normenboek : het geheel van de technische normen inzake markering zoals opgenomen in bijlage 29. TITEL 2. - Termijnberekening

Art. 2.D - De dag van ontvangst van de akte, die het vertrekpunt is voor een termijn, is er niet in begrepen.

Art. 3.D - Inbegrepen in de termijn is de vervaldag. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag.

BOEK I. - ORGANISATIE VAN HET TOERISME TITEL 1. - Commissariaat-generaal voor Toerisme HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Art. 4.D- Er wordt een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid opgericht, met name het Commissariaat-generaal voor Toerisme, afgekort : CGT. Het wordt ingedeeld bij de instellingen van categorie A bedoeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De bepalingen van die wet zijn van toepassing voor zover dit Wetboek er niet van afwijkt.

Niemand anders mag gebruik maken van de benaming bedoeld in het eerste lid, noch van een ander woord, vertaling of schrijfwijze waardoor verwarring zou kunnen ontstaan.

De zetel van het Commissariaat-generaal voor Toerisme is in Namen gevestigd. HOOFDSTUK II. - Opdrachten

Art. 5.D - § 1. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt belast met : 1° de uitvoering van het algemeen toerismebeleid van de Regering;2° het beheer van de toeristische infrastructuren, die eigendom van het Waalse Gewest zijn en waarvan de lijst door de Regering wordt opgesteld;3° de uitvoering van de specifieke acties die de Regering hem toewijst in het kader van de opdrachten bedoeld in § 2. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt ermee belast het toerisme in het Waalse Gewest te organiseren of te bevorderen met alle geschikte middelen.

Het wordt o.a. belast met : 1° de behandeling van de aanvragen tot vergunning, erkenning, goedkeuring, indelingsherziening, afwijking van een indelings- of subsidiëringsnorm;2° de toekenning van vergunningen, de desbetreffende indelingen en afwijkingen, alsmede van erkenningen en goedkeuringen;3° de budgettaire vastlegging, de vereffening en betaling van de subsidies inzake toerisme;4° de toeristische promotie van Wallonië op zijn grondgebied en de financiering van de promotieacties gevoerd door de plaatselijke toeristische instellingen;5° de bepaling van de inhoud van het toeristische imago van Wallonië, met inbegrip van de analyse en het ontwerp van de desbetreffende marketinginhoud en strategie;6° het ontwerp en de bekendmaking van de officiële brochures, alsook van andere publicaties die specifieke Waalse toeristische producten promoten, in voorkomend geval in samenwerking met elke andere instelling betrokken bij toerisme;7° de inzameling, analyse en verspreiding van gegevens over het toeristische beleid van het Waalse Gewest;8° de ontwikkeling van gewestelijke toeristische producten;9° de deelname aan jaarbeurzen en tentoonstellingen, in voorkomend geval in samenwerking met elke andere instelling betrokken bij toerisme;10° het onderwerpen van de goederen waarvan hij de eigenaar is, aan een stelsel van openbaar of privé-domeinrecht.

Art. 6.D - Om zijn opdrachten te vervullen, kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme o.a. elke activiteit ontwikkelen en uitoefenen die er rechtstreeks of onrechtstreeks verband mee houdt.

Het Commissariaat kan elke handeling uitvoeren die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houdt met zijn opdrachten. HOOFDSTUK III. - Bevoegdheden van het personeel van het Commissariaat-generaal voor Toerisme

Art. 7.D - Het dagelijkse beheer wordt waargenomen door de Commissaris-generaal voor Toerisme en, uitdrukkelijk of bij ongeschiktheid van laatstgenoemde, door de Adjunct-commissaris-generaal.

De Commissaris-generaal en de Adjunct-commissaris-generaal worden door de Regering aangewezen voor een mandaat dat vastgelegd wordt met inachtneming van de voorwaarden van boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse ambtenarencode.

De Regering wijst desgevallend de ambtenaar(aren)-generaal overeenkomstig het vorig lid aan.

De Regering bepaalt de delegaties van bevoegdheid die aan de Commissaris-generaal voor toerisme en, uitdrukkelijk of bij ongeschiktheid van laatstgenoemde, aan de Adjunct-commissaris-generaal worden verleend. HOOFDSTUK IV. - Oriëntatiecomité

Art. 8.D - Er wordt een oriëntatiecomité opgericht, dat de volgende opdrachten heeft : 1°de coördinatie van de acties van het Commissariaat-generaal voor Toerisme en van de « Office de promotion du Tourisme de Wallonie et de Bruxelles », met name de acties i.v.m. met de structurering en de bevordering van toeristische filières; 2° voorstellen doen met betrekking tot publicaties waarvan de uitvoering aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme toegewezen wordt; 3° de Regering advies geven over het activiteitenverslag bedoeld in artikel 26.D, § 1.

De samenstelling van het oriëntatiecomité wordt door de Regering bepaald. de directeur-generaal van de « office de promotion du tourisme » en de Commissaris-generaal voor toerisme hebben alleszins zitting.

Het oriëntatiecomité stelt zijn huishoudelijk reglement op.

Art. 9.BWR - Naast de personen waarvan sprake in artikel 8.D, lid 2, bestaat het oriëntatiecomité uit de volgende personen : 1° de Adjunct-commissaris-generaal;2° de directeurs van het Commissariaat-generaal voor Toerisme;3° de directeur-generaal van de "office de promotion du tourisme";4° de afgevaardigde van de Minister. De Commissaris-generaal voor Toerisme zit het beleidscomité voor.

Het beleidscomité kan de deskundigen uitnodigen die het nuttig acht bij de bespreking van aangelegenheden die het voorgelegd krijgt. HOOFDSTUK V. - Basisoverlegcomité voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme

Art. 10.BWR - Er wordt een basisoverlegcomité binnen het Commissariaat-generaal voor Toerisme opgericht.

Art. 11.BWR - De afvaardiging van de overheid binnen het basisoverlegcomité voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme is de volgende : - de Commissaris-generaal, die er de voorzitter van is; - de Adjunct-commissaris-generaal, die er de plaatsvervangende voorzitter van is. HOOFDSTUK VI. - Personeel

Art. 12.D - De personeelsformatie van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt door de Regering vastgelegd. HOOFDSTUK VII. - Commissaris-generaal voor Toerisme

Art. 13.BWR - De Commissaris-generaal voor Toerisme is bevoegd voor de vaststelling van het algemeen bestek, de keuze van de gunningswijze van de overheidsopdrachten, de inleiding van de procedure, de selectie van de kandidaten en de toewijzing van de opdracht, evenals voor de vastlegging, de goedkeuring en de ordonnancering, binnen het kader van de activiteiten van de diensten die onder zijn gezag staan, van alle uitgaven die aangerekend kunnen worden op de allocaties van het Commissariaat-generaal voor Toerisme tot een bedrag van 31.000 euro (éénendertigduizend euro), belasting op de toegevoegde waarde niet meegerekend.

Art. 14.BWR - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt door de Commissaris-generaal voor Toerisme vertegenwoordigd tegenover derden en in rechte in de rechtsvorderingen die als verweerder en als eiser gevoerd worden in de vorderingen die hij op eigen initiatief of op verzoek van de Minister instelt.

Art. 15.BWR - Machtiging wordt verleend aan de Commissaris-generaal voor Toerisme om : 1° de beslissingen te treffen in verband met het jaarlijks vakantieverlof, de uitzonderlijke en de omstandigheidsverloven, de ouderschapsverloven, de dwingende verloven om familiale redenen, de indisponibiliteitsstellingen om persoonlijke redenen, de verloven voor loopbaanonderbreking, de deeltijdse arbeidsregeling, de afwezigheden om persoonlijke redenen, de vrijwillige vierdagenwerkweek, de halftijdse vervroegde uittredingen en de burgerschapsverloven;2° de beslissingen te treffen in verband met beroepsongevallen;3° de beslissingen te treffen in verband met ziekteverloven, behalve de gevolgen van de beslissingen inzake lichamelijke ongeschiktheid getroffen door de Administratieve gezondheidsdienst;4° de arbeidsovereenkomsten van het niet-statutaire personeel te ondertekenen ter uitvoering van de beslissingen van de Minister;5° de beslissingen in verband met de affectatie van de personeelsleden na instemming van de Minister voor wat betreft het personeel van niveau 1;6° overeenkomstig artikel 35 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst de beslissingen te treffen in verband met het ontslag om ernstige redenen van het niet-statutaire personeel. Over die beslissingen licht de Commissaris-generaal voor Toerisme zo spoedig mogelijk de Minister in; 7° de beslissingen te treffen in verband met de benoeming in vast dienstverband van de personeelsleden van niveau 2+, 2, 3 en 4 en om die personeelsleden te beëdigen;8° de wedde van de personeelsleden vast te leggen en te betalen, met inbegrip van het weddevoorschot, de toelage voor de uitoefening van de hogere functies en de betaling van buitengewone prestaties;9° de toelagen inzake toerisme en de uitgaven van het Commissariaat-generaal voor Toerisme te vereffenen en te betalen. HOOFDSTUK VIII. - Financieel beheer

Art. 16.D - De middelen van het Commissariaat-generaal voor Toerisme bestaan uit : 1° een jaarlijkse subsidie die het Waalse Gewest verleent o.a. voor de wedden en lonen, de huur van gebouwen, alle kosten in verband met de dienstenactiviteit, studies, leveringen, werken en onderhoud, berekend in het kader van de jaarlijkse begroting, alsook voor de toekenning van toelagen inzake toerisme; 2° de kredieten toegekend ter dekking van de kosten voor bijzondere opdrachten die hem door de Regering of andere instellingen van openbaar nut gevraagd zouden worden;3° de opbrengst van elke roerende of onroerende verrichting;4° allerlei giften;5° de opbrengsten uit peterschap, coproductie of medefinanciering;6° de ontvangsten in verband met zijn activiteiten;7° de financiële tegemoetkoming van privé partners in de uitvoering van projecten die in de lijn liggen van de acties inzake toerismebevordering;8° de niet opgebruikte saldi van de vorige boekjaren en de nettowinst binnen de door de Regering vastgelegde perken.

Art. 17.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme mag geen leningen aangaan.

Art. 18.D - Het ontwerp van jaarlijkse begroting van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt door de Regering opgesteld.

Het wordt bij het ontwerp van uitgavenbegroting van het Waalse Gewest gevoegd en ter goedkeuring aan de Waalse Gewestraad voorgelegd.

De goedkeuring wordt verworven na stemming van de bepalingen betreffende het Commissariaat-generaal voor Toerisme in het decreet houdende de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.

De Regering bepaalt de datum waarop het ontwerp van begroting opgesteld moet worden.

Art. 19.D - Het gebrek aan goedkeuring op de eerste dag van het begrotingsjaar vormt geen beletsel voor het gebruik van de in het begrotingsontwerp opgenomen kredieten, behalve als het gaat om uitgaven op grond van een nieuw beginsel die niet toegelaten waren door de begroting van het vorige jaar.

Art. 20.D - Overdrachten en overschrijdingen van de in de begroting opgenomen kredieten vereisen de toestemming van de Regering.

Als kredietoverschrijdingen vatbaar zijn voor een hogere financiële tegemoetkoming dan oorspronkelijk voorzien op de begroting van het Gewest, worden ze eerst goedgekeurd na stemming van een overeenstemmend krediet op de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.

Art. 21.BWR - De Commissaris-generaal voor Toerisme legt de Minister het voorontwerp van begroting uiterlijk op 1 september voor van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken jaar.

Art. 22.BWR - Het koninklijk besluit van 7 april 1954 houdende algemeen reglement op het budget en de boekhouding van de instellingen van openbaar nut is van toepassing op het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 23.BWR - Elk kwartaal wordt een volledige stand van zaken over de begroting, zowel wat betreft de vastleggingen en de ordonnanceringen als de toestanden van de ontvangsten en de uitgaven, overgemaakt aan de Minister en aan de Minister van Begroting binnen een termijn van vijftien dagen na verstrijken van het betreffende tijdvak.

Art. 24.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme boekt de vastleggingen volgens de regels die de Regering bepaalt.

Art. 25.BWR - Het voeren van de boekhouding van de vastleggingen van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt geregeld bij : 1° de artikelen 48 tot 51 en 54 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.Onder de Koning moet de Minister worden verstaan; 2° het koninklijk besluit van 31 mei 1966 houdende regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven in de diensten van algemeen bestuur van de Staat, behoudens artikel 1, 2°, C, artikel 5, § 1, 3° en § 2, en de artikelen 6 en 8.

Art. 26.D - § 1. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bezorgt de Regering uiterlijk 30 april van het jaar na bedoeld boekjaar een verslag over zijn activiteiten van het afgelopen boekjaar.

De Regering maakt dat verslag aan de Waalse Gewestraad en aan het oriëntatiecomité over binnen zestig dagen na ontvangst ervan. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt uiterlijk 30 april van het jaar na bedoeld jaar de jaarrekening van de uitvoering van zijn begroting, alsook een balans, die vergezeld gaat van een resultatenrekening. § 3. De Regering regelt de modaliteiten inzake bestuurs- en begrotingscontrole.

In afwijking van artikel 8, tweede lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut legt de Regering een protocol van akkoord vast m.b.t. de controle die de Inspecteur van Financiën op de ontvangsten en uitgaven van het Commissariaat-generaal voor Toerisme uitoefent volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 15 van het besluit van de Waalse Regering van 17 juli 1997 betreffende de administratieve en begrotingscontrole, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 20 december 2001 en 16 oktober 2003.

Art. 27.BWR- De volgende voorstellen, ongeacht of er machtigingen krachtens artikel 15.BWR voor bestaan of niet, worden voorafgaandelijk ter advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën, die over een termijn van tien werkdagen beschikt te rekenen van de ontvangst van het volledige dossier : a) de voorstellen waarvan sprake in de artikelen 3, 5 en 12, § 2 en § 3, van de wet van 16 maart 1954 houdende de controle op sommige instellingen van openbaar nut en die betrekking hebben op : 1° de begroting;2° de overdrachten en de overschrijdingen van niet-limitatieve kredieten;b) de voorstellen die het kader en het statuut van het personeel betreffen;c) de voorstellen die de indienstneming van contractuele personeelsleden betreffen;d) alle andere voorstellen die krachtens de wetten, decreten en algemene of bijzondere regelgevingen, geldend voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme, het optreden vereisen van, al naar gelang, de Waalse Regering, de Minister van Begroting en de Minister van Ambtenarenzaken, meer bepaald : 1° de voorstellen van het Commissariaat-generaal voor Toerisme die de in voorbehandeling zijnde ontwerpen van decreten, de amendementen op die ontwerpen van decreten, de ontwerp-besluiten van de Regering, de ontwerpen van ministeriële besluiten of van beslissingen waarvan de toepassing gevolgen zou kunnen hebben voor de ontvangsten of de uitgaven van het Commissariaat;2° de aanwerving van statutaire personeelsleden;3° de toekenning van hogere functies; 4° het sluiten van overheidsopdrachten die de minima waarvan sprake in artikel 28.BWR, b, overschrijden, en dit in elk stadium van de procedure, namelijk : - voor de raadpleging van de mededinging of de offertenaanvraag; - naar aanleiding van het voorstellen tot beslissing tot toewijzing van de opdracht; 5° het sluiten van overeenkomsten of samenwerkingsakkoorden;e) de voorstellen tot toekenning van subsidies, toelagen, vergoedingen of premies die verleend worden overeenkomstig decreten of besluiten of reglementen waarin de toekennings- en cijfervoorwaarden niet duidelijk aangegeven zijn, behalve als het bedrag kleiner dan 6000 euro is;f) de leningsovereenkomsten en de overeenkomsten tot het verlenen van waarborg. De termijn waarvan sprake in het eerste lid kan op twintig werkdagen gebracht worden op verzoek van de Inspectie van Financiën.

Art. 28.BWR - Inzake uitgaven wordt evenwel vrijstelling verleend van het voorafgaandelijk advies van de Inspectie van Financiën voor de voorstellen in verband met : a) de ontwerpen van reglementen of overeenkomsten die bepalingen inhouden waarvan de geraamde geldelijke invloed op de begroting van het Commissariaat-generaal voor Toerisme het bedrag van 62.000 euro niet overschrijft op jaarbasis; b) op de openbare opdrachten voor de ondernemingen van aanneming van werken, leveringen en diensten voor zover de uitgave volgende bedragen niet overschrijdt :

Openbare aanbesteding of algemene offertenaanvraag

Beperkte aanbesteding of beperkte offerteaanvraag

Onderhandelingsprocedure en onderhandse aanbesteding

Werken

250.000 euro

125.000 euro

62.500 euro

Leveringen

200.000 euro

125.000 euro

31.000 euro

Diensten

125.000 euro

62.500 euro

31.000 euro


De kennisgeving van opdrachten van meer dan 5.500 euro wordt maandelijks medegedeeld aan de Inspectie van Financiën.

Het voorafgaandelijk advies van de Inspectie van Financiën is evenwel vereist na de toewijzing van de opdracht, voor de afrekeningen of de aanhangsels die 10% van de aanvankelijke opdracht overschrijden (met een minimum van 7.450 euro), waarbij de afrekeningen die betrekking hebben op éénzelfde opdracht, samengevoegd moeten worden, in voorkomend geval.

Wat de ontvangsten betreft, moeten de voorstellen betreffende de tarieven of vergoedingen voor prestaties die niet onder de organisatieregels vallen maar die de vorm aannemen van overeenkomsten van allerlei aard die ontvangsten zouden kunnen voortbrengen voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme voor een bedrag lager dan 31.000 euro op jaarbasis niet onderworpen worden aan het voorafgaandelijk advies van de Inspectie van Financiën.

Art. 29.BWR - Wanneer de Minister het advies van de Inspectie van Financiën niet kan bijtreden, legt hij het voorstel aan de Regering voor.

Art. 30.BWR - In de gevallen die zij verantwoordt, kan de Inspectie van Financiën te allen tijde de toegang vragen tot elke informatie in verband met de ontvangsten of de uitgaven van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Dat recht van onderzoek kan door geen enkele andere instructie beperkt of opgeheven worden. HOOFDSTUK IX. - Goederen, rechten en plichten

Art. 31.D - § 1. De Regering bepaalt de roerende en onroerende goederen van het Waalse Gewest die zonder vergoeding en van rechtswege aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgedragen worden.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme erft de rechten en plichten betreffende de goederen die hem worden overgedragen krachtens het eerste lid.

Alleen het Waalse Gewest is gebonden door de verbintenissen waarvan de betaling voor de overdracht van eigendom opeisbaar was wat betreft de goederen bedoeld in het eerste lid.

Voor elk overgedragen goed bezorgt de Regering het Commissariaat-generaal voor Toerisme de akten en stukken, met inbegrip van de uittreksels uit de kadastrale leggers en het kadastraal plan, waarin de rechten, lasten en plichten betreffende het goed vermeld staan.

De akten en stukken worden zo spoedig mogelijk geïnventariseerd.

In geval van geschil over het overgedragen goed, kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme het Waalse Gewest in het geding roepen en kan het Gewest in het geding tussenkomen. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme erft de rechten en plichten van het Waalse Gewest in verband met de opdrachten die hem in hoofdstuk II toegewezen worden.

Het Waalse Gewest moet zich evenwel houden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomsten die het voor de inwerkingtreding van dit Boek gesloten heeft.

De Regering bezorgt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de akten en stukken die melding maken van de rechten en plichten die het krachtens deze paragraaf erft.

De overgemaakte akten en stukken worden zo spoedig mogelijk geïnventariseerd.

In geval van geschil kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme het Waalse Gewest in het geding roepen en kan het Gewest in het geding tussenkomen.

TITEL 2 B Toeristische instellingen HOOFDSTUK I. - Erkenning Afdeling 1. - Beginsel en inhoud

Art. 32.D - Zonder erkenning mag geen gebruik gemaakt worden van de benamingen « fédération provinciale du tourisme », « maison du tourisme », « office du tourisme » en « syndicat d'initiative » of van een andere term, vertaling of schrijfwijze waardoor verwarring zou kunnen ontstaan. Afdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden en behoud van de erkenning

Art. 33.D - De erkenning als « fédération provinciale du tourisme » wordt verleend aan elke vereniging zonder winstoogmerk, elke stichting of elke dienst van een provinciale administratie die de volgende voorwaarden vervult : 1° de ontwikkeling en bevordering van het toerisme in de provincie tot doel hebben;2° het ambtsgebied van hoogstens één provincie bestrijken, dat zich niet over het ambtsgebied van een andere « fédération provinciale du tourisme » uitstrekt;3° in voorkomend geval, de artikelen 3, 8 en 9 van de wet van 16 juli 1973 naleven. De erkenning als « fédération provinciale du tourisme » wordt behouden onder de volgende voorwaarden : 1° de actie sluit aan bij het toerismebeleid van het Waalse Gewest;2° de acties van de « maisons du tourisme » op zijn grondgebied coördineren.

Art. 34.D - De erkenning als « maison du tourisme » wordt verleend aan elke beheersvereniging die de volgende voorwaarden vervult : 1° bestaan uit : a) hetzij een intercommunale waarvan één van de activiteiten met de instemming van de leden toerisme is;b) hetzij één of meer verenigde « offices du tourisme » of « syndicats d'initiative »;c) hetzij een daartoe opgerichte vereniging zonder winstoogmerk waarvan de gemeenten alsook de « offices du tourisme », de « syndicats d'initiative » van bedoeld ambtsgebied of andere rechts- of natuurlijke personen die actief zijn in de toeristische sector van het ambtsgebied, lid kunnen zijn, in afwijking van het decreet van 5 december 1996 betreffende de intercommunales;d) in de veronderstelling dat de vereniging zonder winstoogmerk bedoeld in het vorige lid minstens twee gemeenten omvat, keurt de Regering haar statuten goed volgens de modaliteiten die zij bepaalt;2° in een onthaalcentrum bestaande uit één of verschillende gebouwen, ervoor zorgen dat de toeristen en dagtoeristen voortdurend onthaald en geïnformeerd worden enerzijds, en de toeristische activiteiten in het eigen ambtsgebied steunen anderzijds;3° beschikken over een onthaal- en informatiebureau dat onafhankelijk is van een handelsonderneming of een privé-woning;4° in voorkomend geval, de artikelen 3, 8 en 9 van de wet van 16 juli 1973 naleven;5° met het Waalse Gewest een driejarige programma-overeenkomst sluiten die aan de volgende voorwaarden voldoet : a) de overeenkomst bepaalt het ambtsgebied van het « maison du tourisme », dat het grondgebied van minstens twee gemeenten bestrijkt en zich niet over het ambtsgebied van een ander « maison du tourisme » uitstrekt;b) ze betreft, enerzijds, de bevordering van het toerisme en van toeristische activiteiten en, anderzijds, de toeristische organisatie en ontwikkeling, in overleg met de « offices du tourisme » en met de « syndicats d'initiative » van het ambtsgebied, alsook met bedoelde « fédération(s) provinciale(s) du tourisme »;c) ze bepaalt de dagelijkse openingsuren van het onthaalbureau van het « maison du tourisme », met inbegrip van de bijkomende dagelijkse openingsuren op grond van de minimumvereisten opgelegd door de Regering;6° tussen 20 en 40 % van de leden van hun sociale instellingen hebben die representatief zijn voor de toeristische operatoren van hun gebied. Het ontwerp van programma-overeenkomst bedoeld in het vorige lid wordt tegen ontvangbewijs aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgelegd. Het wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan de Regering overgemaakt.

Het gaat vergezeld van het advies van de betrokken « fédération(s) provinciale(s) du tourisme » en van de betrokken gemeenteraden. De Regering keurt de programma-overeenkomst goed en geeft het « maison du tourisme » binnen zes maanden na ontvangbewijs bij ter post aangetekend schrijven kennis van haar beslissing, waarvan een afschrift aan de betrokken « fédération(s) provinciale(s) du tourisme » wordt gericht. Als het ontwerp van programma-overeenkomst niet binnen die termijn naar het « maison du tourisme » wordt gestuurd, wordt het geacht niet te zijn goedgekeurd.

De erkenning als « maison du tourisme » wordt behouden onder de volgende voorwaarden : 1° beschikken over personeelsleden die minstens tweetalig zijn (Frans-Nederlands, Frans-Engels of Frans-Duits);2° beschikken over een systeem voor infotoerisme dat ook buiten de openingstijden toegankelijk is, hetzij per telefoon, hetzij via elk ander communicatiekanaal;3° documentatie over gewestelijk en plaatselijk toerisme ter beschikking stellen van de toeristen;4° de openingsuren van het onthaalbureau in acht nemen die vastliggen in de programma-overeenkomst bedoeld in het eerste lid, 5°.

Art. 35.BWR - In de gevallen bedoeld in artikel 34.D, eerste lid, 1°, d, worden de statuten van de beheersvereniging ter goedkeuring aan de Minister overgemaakt bij ter post aangetekende brief met ontvangbewijs, binnen dertig dagen na hun aanneming.

De statuten worden door de Minister goedgekeurd of verworpen. Hij geeft de beheersvereniging kennis van zijn beslissing binnen een termijn van 60 dagen, die ingaat op de datum waarop de statuten ontvangen worden.

Art. 36.BWR - Het onthaalbureau van het « maison du tourisme » moet minimum driehonderd dagen per jaar (met inbegrip van alle weekeinden) en minimum zes uur per dag toegankelijk zijn voor het publiek, zeker tussen 11 en 14 uur.

Art. 37.BWR - De Minister is belast met de goedkeuring van de programma-overeenkomsten overeenkomstig artikel 34, tweede en derde lid.

Art. 38.D - De erkenning als « office du tourisme » (O.T.) wordt verleend aan elke dienst van een gemeentebestuur of aan elke vereniging zonder winstoogmerk opgericht op initiatief van een gemeente die de volgende voorwaarden vervult : 1° de ontwikkeling en bevordering van het toerisme in de gemeente tot doel hebben;2° beschikken over een onthaal- en informatiebureau dat onafhankelijk is van een handelsonderneming of een privé-woning;3° in voorkomend geval de artikelen 3, 8 en 9 van de wet van 16 juli 1973 naleven. De erkenning als « office du tourisme » wordt bovendien behouden onder de volgende voorwaarden : 1° beschikken over een systeem voor infotoerisme dat ook buiten de openingstijden toegankelijk is, hetzij per telefoon, hetzij via elk ander communicatiekanaal;2° documentatie over gewestelijk en plaatselijk toerisme ter beschikking stellen van de toeristen;3° de openingsuren van het onthaalbureau in acht nemen die in de beslissing tot erkenning vastliggen.

Art. 39.D - De erkenning als « syndicat d'initiative » (S.I.) wordt verleend aan elke vereniging zonder winstoogmerk die de volgende voorwaarden vervult : 1° de ontwikkeling en bevordering van het toerisme tot doel hebben, hetzij van een deel of het geheel van een gemeente, hetzij van verschillende gemeenten;2° beschikken over een onthaal- en informatiebureau dat onafhankelijk is van een handelsonderneming of een privé-woning. De erkenning als « syndicat d'initiative » wordt behouden onder de volgende voorwaarden : 1° beschikken over een systeem voor infotoerisme dat ook buiten de openingstijden toegankelijk is, hetzij per telefoon, hetzij via elk ander communicatiekanaal;2° documentatie over gewestelijk en plaatselijk toerisme ter beschikking stellen van de toeristen;3° de openingsuren van het onthaalbureau in acht nemen die in de beslissing tot erkenning vastliggen. Elke « syndicat d'initiative » kan bestaan uit afdelingen met een plaatselijk of thematisch karakter.

Art. 40.BWR - De « office du tourisme » of de « syndicat d'initiative » moet minimum honderd dagen per jaar (met inbegrip van de weekeinden in de vakantieperiode) en minimum vier uur per dag toegankelijk zijn voor het publiek.

De weekeinden in de vakantieperiode zijn de weekeinden van de maanden juli en augustus en minstens drie van de volgende weekeinden, naar keuze van de instelling : - het Paasweekeinde; het weekeinde vóór of na 25 december of 1 januari (behalve op 1 januari); het laatste weekeinde van de maand juni of het eerste van de maand september; de weekeinden van de schoolvakanties van Pasen in de Franse Gemeenschap.

Art. 41.D - De Regering kan de modaliteiten voor de werking van de « maisons du tourisme », de « syndicats d'initiative » of « offices du tourisme » nader bepalen voor het publiek. Afdeling 3. - Erkenningsprocedure

Art. 42.D - Elke aanvraag om erkenning als toeristische instelling wordt bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht.

De Regering bepaalt de inhoud van de aanvraag om erkenning en vermeldt hoeveel exemplaren van het dossier bijgevoegd moeten worden. Ze kan de vorm van de aanvraag bepalen.

Art. 43.BWR - Elke aanvraag om erkenning wordt in één exemplaar overgemaakt door middel van het formulier afgegeven door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Daarbij gaan volgende documenten : 1° een afschrift van de bijgewerkte statuten en de lijst van de vennoten en de leden van de verschillende maatschappelijke organen;2° in voorkomend geval een afschrift van de activiteitenverslagen, rekeningen en balansen van de twee laatste jaren voorafgaand aan het jaar waarin de erkenningsaanvraag wordt ingediend;3° een omschrijving van de menselijke middelen van de instelling, een meerjaarlijks actieplan en een financieel plan over drie jaar dat de ontvangsten en uitgaven van de instelling vaststelt; 4° de stukken die bewijzen dat de erkenningsvoorwaarden van de instelling in acht worden genomen, zoals vastgelegd bij of krachtens de artikelen 33.D, 34.D, 38.D en 39.D.

Art. 44.D - § 1. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal bij ter post aangetekend schrijven.

Binnen vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Terwijl het de aanvrager kennis geeft van het bericht van ontvangst bedoeld in § 1, tweede lid, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag om erkenning als « fédération provinciale du Tourisme » over aan betrokken provincieraad. De provincieraad geeft een gemotiveerd advies, waarvan hij het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, de aanvrager kennis geeft binnen een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de datum waarop het dossier hem toegezonden wordt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Terwijl het de aanvrager kennis geeft van het bericht van ontvangst bedoeld in § 1, tweede lid, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag om erkenning als « maison du tourisme », « office du tourisme » of « syndicat d'initiative » voor advies over aan de « fédération provinciale du tourisme » of aan de betrokken gemeentebesturen. De « fédération(s) provinciale(s) du tourisme » en de gemeentebesturen geven een gemotiveerd advies, waarvan ze het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, de aanvrager kennis geven binnen een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de datum waarop het dossier hen toegezonden wordt. Het advies van de gemeentebesturen maakt melding van het advies van elke erkende toeristische instelling die actief is op hun grondgebied. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Art. 45.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag om erkenning en geeft de aanvrager bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs kennis van zijn beslissing binnen een termijn van drie maanden, die ingaat op de datum van verzending van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 44.D, § 1, tweede lid.

Als het Commissariaat-generaal voor Toerisme niet instemt met het advies van de provincieraad, van de betrokken « fédération(s) provinciale(s) du tourisme » of van de gemeenteraden, geeft het de motieven daarvan op.

Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een beslissing tot aanvaarding.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft de Regering kennis van de beslissingen tot toekenning of weigering van erkenning en richt een afschrift daarvan aan respectievelijk de betrokken provincieraad, de betrokken « fédérations provinciales du tourisme » en de betrokken gemeenteraden. Afdeling 4. B Intrekking van de erkenning

Art. 46.D - Als een toeristische instelling niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden of als ze haar verplichtingen niet nakomt, kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme haar erkenning intrekken.

Art. 47.D - Vooraleer een beslissing tot intrekking te nemen, geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme de betrokken toeristische instelling bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs kennis van het motief van de overwogen intrekking.

De toeristische instelling beschikt over vijftien dagen vanaf de datum van ontvangst van het advies om haar opmerkingen bij aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme te richten. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden. In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De betrokken toeristische instelling wordt minstens acht dagen voor de vastgelegde datum verwittigd dat ze gehoord zal worden.

Art. 48.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist en geeft de toeristische instelling kennis van zijn beslissing bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft de Regering kennis van zijn beslissingen tot intrekking en richt een afschrift daarvan aan respectievelijk de betrokken provincieraad, de betrokken « fédérations provinciales du tourisme » en de betrokken gemeenteraden.

Art. 49.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan steeds beslissen een einde te maken aan de intrekkingsprocedure en geeft betrokken toeristische instelling daar kennis van bij ter post aangetekend schrijven.

Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 47, eerste lid. Afdeling 5. B Beroepsvoorwaarden en -procedure

Art. 50.D - De aanvrager of de houder van een erkenning, hierna ook de « aanvrager » genoemd, kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen tegen de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning.

Het beroep wordt ingediend binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing.

Het wordt bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en gaat vergezeld van een afschrift van de omstreden beslissing, als ze bestaat.

Het beroep is niet opschortend, behalve indien het een intrekkingsbeslissing betreft. In dat geval wordt de beslissing tot intrekking opgeschort gedurende de termijn die de aanvrager krijgt om het beroep in te dienen en, desgevallend, zolang de Regering zich niet uitgesproken heeft.

Art. 51.D - Binnen tien dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de aanvrager. Hij stuurt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep naar de voorzitter van het technisch comité van de toeristische instellingen.

Art. 52.D - De aanvrager mag vragen om door het technisch comité van de toeristische instellingen gehoord te worden, hetzij in zijn beroep, hetzij bij ter post aangetekend schrijven aan de voorzitter van dat comité binnen vijftien dagen na ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van zijn beroep.

Het verhoor kan plaatsvinden hetzij voor het technisch comité van de toeristische instellingen, hetzij voor één of meer van zijn afgevaardigden. Er wordt een proces-verbaal opgesteld.

De aanvrager wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 53.D - Binnen een termijn van zestig dagen, die ingaat op de datum van ontvangst van het beroepsdossier door de voorzitter, geeft het technisch comité van de toeristische instellingen een gemotiveerd advies, desgevallend na verhoor, dat hij aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme overmaakt, samen met een afschrift van het proces-verbaal van verhoor en met elk door de aanvrager overgelegd stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting kennis gegeven aan de aanvrager bij ter post aangetekend schrijven. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

Indien het comité zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid uitspreekt, geeft diens voorzitter kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de aanvrager medegedeeld document.

Art. 54.D - De Regering beslist over het beroep en stuurt zijn beslissing bij ter post aangetekend schrijven naar de aanvrager binnen vier maanden na verzending van het in artikel 51.D bedoelde bericht van ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Als de Regering niet instemt met het advies van het technisch comité van de toeristische instellingen, geeft zij de motieven daarvan op.

Zij richt een afschrift van haar beslissing aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Op elke vergadering van het technisch comité van de toeristische instellingen geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme informatie over de beslissingen genomen na beroep.

Art. 55.D - Indien de aanvrager de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 54.D, eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat schrijven wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht. De inhoud ervan dient het woord « herinnering » te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt.

Als de beslissing van de Regering niet meegedeeld wordt binnen dertig dagen na ontvangst van de aangetekende herinneringsbrief door het Commissariaat-generaal voor Toerisme, staat het stilzwijgen van de Regering gelijk met een beslissing tot erkenning.

Art. 56.BWR - De Minister beslist over het beroep bedoeld in deze afdeling. HOOFDSTUK II. - Schilden en afkortingen

Art. 57.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bezorgt de toeristische instellingen een schild dat eigendom van het Waalse Gewest blijft.

De Regering bepaalt het model van het schild en de regels voor de aanbreng, reproductie en teruggave ervan.

Zonder erkenning mag geen gebruik gemaakt worden van het schild bedoeld in het eerste lid, noch van een andere afkorting of van een ander schild waardoor verwarring zou kunnen ontstaan.

Art. 58.BWR - Het model van de schilden wordt door de Minister vastgelegd.

Art. 59.MB - Het model van het schild toegekend aan de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming bedoeld in artikel 33.D wordt bepaald in bijlage 1.

Art. 60.MB - Het model van het schild toegekend aan de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming bedoeld in artikel 34.D wordt bepaald in bijlage 2.

Art. 61.MB - Het model van het schild toegekend aan de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming bedoeld in artikel 38.D wordt bepaald in bijlage 3.

Art. 62.MB - Het model van het schild toegekend aan de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming bedoeld in artikel 39.D wordt bepaald in bijlage 4.

Art. 63.BWR - Het schild wordt aangebracht op een zichtbare plaats op de gevel van het onthaal- en informatiebureau, vlak bij de ingang.

Het schild kan op elk document of communicatiemiddel van de toeristische instelling worden weergegeven.

Art. 64.BWR - Het schild wordt binnen dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing tot intrekking van de erkenning of, in geval van beroep, van de bevestiging ervan, teruggegeven.

Indien men vrijwillig van het gebruik van de benaming afziet, wordt daar bij ter post aangetekend schrijven kennis van gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het schild wordt erbij gevoegd. HOOFDSTUK III. - Subsidies Afdeling 1. - Algemeenheden

Art. 65.D - Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering aan de « fédérations provinciales du tourisme » een subsidie voor hun werking en jaarlijkse animatie.

Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering aan de « maisons du tourisme » een subsidie voor hun werking en jaarlijkse animatie.

De Regering kan een aanvullende subsidie verlenen voor specifieke opdrachten die zij aan een « maison du tourisme » toevertrouwt.

Art. 66.D - De krachtens artikel 65.D subsidieerbare kosten kunnen nader bepaald worden door de Regering.

Art. 67.BWR - De lijst van de kosten waarvoor een subsidie wordt verleend krachtens artikel 65.D wordt hierna vermeld : 1° voor de « fédérations provinciales du tourisme » : - de deelneming aan de financiering van de publicaties uitgegeven door de « maisons du tourisme »; - de jaarlijkse bijdrage en de partner-bijdragen aan de « Office de promotion du tourisme de Wallonie et de Bruxelles »; - de huurkosten van ruimtes voor jaarbeurzen en tentoonstellingen in Wallonië; 2° voor de « maisons du tourisme » : - de personeels-, uitrustings- of onderhoudskosten i.v.m. het onthaal en de informatie van het publiek op een permanente basis alsook de opdracht van toeristische animatie in hun gebied; - de kosten i.v.m. de deelneming aan jaarbeurzen en tentoonstellingen; - de jaarlijkse bijdrage en de partner-bijdragen aan de « office de promotion du tourisme »; - de publicaties, uitgaven, website en elke marketingactie die overeenstemt met de programma-overeenkomst van het « maison du tourisme ». Afdeling 2 .- Het bedrag van de subsidies

Art. 68.D - De subsidie bedoeld in artikel 65.D, eerste lid, bedraagt maximum 42.500 euro.

De subsidie bedoeld in artikel 65.D, tweede lid, omvat : 1°een basisbedrag van maximum 50.000 euro 2° een aanvullend bedrag van maximum 15.000 euro, naar rato van vaste tranches van 3.750 euro per bijkomend dagelijks openingsuur op grond van het door de Regering vastgelegde minimum.

De Regering kan de bedragen bedoeld in het eerste en het tweede lid op grond van de waarde van het indexcijfer der consumptieprijzen van de maand januari 2007 aanpassen aan de hand van volgende formule : Bedrag bedoeld in het eerste lid x nieuw indexcijfer/basisindex waarbij de basisindex = die van de maand januari 2007 en de nieuwe index = die van de maand januari van het lopende jaar.

De bedragen aangepast overeenkomstig het vorige lid worden naar beneden afgerond als de decimaal kleiner is dan 50 en naar boven als de decimaal gelijk aan 50 of meer.

Art. 69.BWR - Overeenkomstig het derde lid van artikel 68.D wordt het bedrag van 50.000 euro bedoeld in artikel 68.D, lid 2, 1°, bijgesteld naar 52.927,76 euro .

Het bedrag van 15.000 euro bedoeld in artikel 2, 2°, van hetzelfde artikel wordt bijgesteld naar 15.878,32 euro.

Het bedrag van 3.750 euro bedoeld in artikel 2, 2°, van hetzelfde artikel wordt bijgesteld naar 3.969,58 euro. Afdeling 3.- Procedure voor de toekenning, betaling en terugbetaling

van de subsidies

Art. 70.D - De aanvraag voor een subsidie dient bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De Regering stelt de inhoud vast en bepaalt de vorm van de subsidie-aanvraag. Ze bepaalt het aantal exemplaren dat het dossier dient te bevatten.

Art. 71.BWR - Elke aanvraag om subsidie wordt in twee exemplaren overgemaakt door middel van het formulier afgegeven door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Daarbij gaan volgende documenten : de begroting van de instelling betreffende het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de omschrijving van de uitgaven waarvoor de subsidies worden aangevraagd;- de geactualiseerde lijst van de bestuurders van de instelling.

Art. 72.D - De subsidies bedoeld in artikel 65.D kunnen betaald worden na ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het verslag over de activiteiten die de verzoekende toeristische instelling heeft uitgeoefend in de loop van het boekjaar dat aan het jaar van de aanvraag voorafgaat.

De gezamenlijke bewijsstukken van de krachtens artikel 65.D subsidieerbare uitgaven worden overgelegd uiterlijk 31 maart van het jaar dat volgt op de betaling van de subsidies.

Bij niet inachtneming van de termijn bedoeld in het tweede lid worden de onrechtmatig gestorte bedragen terugbetaald, behoudens verlenging toegekend door de Regering naar aanleiding van een behoorlijk gerechtvaardigd verzoek dat de begunstigde voor afloop van de aanvankelijke termijn indient.

Art. 73.D - De begunstigde van de subsidie betaalt ze integraal terug als ze niet gebruikt wordt voor de gestelde doeleinden of als de erkenning ingetrokken wordt binnen de termijn bedoeld in artikel 72.D, tweede lid. HOOFDSTUK IV. - Samenvoegingen van « maisons du tourisme »

Art. 74.D - De samenvoeging van « maisons du tourisme » is onderworpen aan de goedkeuring van de Regering.

Art. 75.D - De « maisons du tourisme » die wensen te fuseren vragen de goedkeuring van de Regering bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Binnen vijftien dagen na ontvangst van die aanvraag maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het fusieproject voor advies over aan de betrokken « fédérations provinciales du tourisme » en de betrokken gemeenteraden. De betrokken provinciale federaties en de betrokken gemeenteraden geven een gemotiveerd advies inzake de voorziene samenvoeging, waarvan ze het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, de vragende « maisons du tourisme » kennis geven binnen een termijn van vijfenveertig dagen, die ingaat op de datum waarop het dossier hen toegezonden wordt. Het advies van de gemeentebesturen maakt melding van het advies van elke erkende toeristische instelling die actief is op hun grondgebied.

Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

Binnen vijfenzeventig dagen te rekenen vanaf het opsturen van het bericht van ontvangst bedoeld in het eerste lid, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verslag aan de Regering.

De samenvoeging wordt door de Regering goedgekeurd of verworpen en haar beslissing wordt aan de betrokken « maisons du tourisme » ter kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven binnen vier maanden te rekenen vanaf de verzending van het bericht van ontvangst bedoeld in het eerste lid.

Het gebrek aan kennisgeving aan de vragende « maisons du tourisme » binnen de voorgeschreven termijn staat gelijk met een beslissing tot aanvaarding.

De Regering richt een afschrift van de beslissingen tot goedkeuring of verwerping van de samenvoeging aan de betrokken « fédérations provinciales du tourisme » en de betrokken gemeenteraden.

Art. 76.D - Bij samenvoeging van « maisons du tourisme » worden de bedragen bedoeld in artikel 68.D, tweede lid, verdubbeld op voorwaarde dat de onthaalcentra van elk samengevoegd « maison du tourisme » en de openingsuren vastgelegd in hun respectievelijk programmaovereenkomst in stand worden gehouden.

TITEL 3. - Hoge Raad voor Toerisme en technische comités HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de Hoge Raad voor Toerisme

Art. 77.D - § 1. De Hoge Raad voor Toerisme bestaat uit : 1°de voorzitter en twee leden van elk van de technische comités, aangewezen overeenkomstig artikel 82.D, derde lid; 2° acht personen, die geen lid zijn van een technisch comité, bekend om de deskundigheid die ze in de toeristische sector verworven hebben bij het uitoefenen van reguliere activiteiten, tegenwoordig of in het verleden, met inachtneming van de artikelen 3, 8 en 9 van de wet van 16 juli 1973 Elk lid heeft een plaatsvervanger.De Regering kiest de voorzitter en de ondervoorzitter van de Hoge Raad voor Toerisme onder de acht personen bedoeld in het eerste lid, 2°. § 2. De voorzitter, de ondervoorzitter, de overige leden van de Hoge Raad voor Toerisme en hun plaatsvervangers worden door de Regering aangewezen. De Regering zorgt ervoor dat de toeristische sectoren die niet over een technisch comité beschikken en de « office de promotion du tourisme » een vertegenwoordiger hebben onder de leden bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, met inachtneming van artikel 92ter, tweede lid, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980.

Art. 78.D - De Hoge Raad voor Toerisme kan bij meerderheid van stemmen van de leden waaruit hij bestaat, binnen zijn midden of in overleg met één of verschillende technische comités tijdelijke werkgroepen oprichten die welbepaalde vraagstukken zullen onderzoeken.

Art. 79.D - De Regering verzoekt de Hoge Raad voor Toerisme om advies over elk voorontwerp van decreet en ontwerp van reglementair besluit inzake toerisme.

De Hoge Raad voor Toerisme geeft hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Regering advies over het toeristische beleid in het algemeen en over elk voorstel van decreet betreffende toerisme dat aan de Waalse Gewestraad overgelegd wordt.

De Hoge Raad voor Toerisme geeft advies binnen dertig dagen als het door de Regering vereist wordt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

De Hoge Raad voor Toerisme staat bovendien in voor de coördinatie van de adviezen gegeven door de technische comités zoals bedoeld in artikel 81.D, 1° HOOFDSTUK II. - Technische comités

Art. 80.D - De technische comités bestaan uit : 1° het technisch comité voor sociaal toerisme, uit vertegenwoordigers van de verenigingen van het sociaal toerisme, met inachtneming van de artikelen 3, 8 en 9 van de wet van 16 juli 1973; 2° het technisch comité voor het hotelwezen, uit houders van een vergunning om gebruik te maken van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 14° en uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen, al naar gelang het aantal leden; 3° het technisch comité voor de reisagentschappen, uitbaters van vergunde reisagentschappen, touroperators, autocarexploitanten en uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen, al naar gelang het aantal leden; 4° het technisch comité voor het hotelwezen in de openlucht, uit houders van een vergunning om gebruik te maken van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 29° en 32°, uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen en van de kampeerdersverenigingen, al naar gelang het aantal leden; 5° het technisch comité voor de streekgebonden toeristische logies en gemeubileerde vakantiewoningen, uit houders van een vergunning om gebruik te maken van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 18° en 19°, en uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen, al naar gelang het aantal leden; 6° het technisch comité voor de vakantiedorpen en de toerismeverblijven, uit houders van een vergunning om gebruik te maken van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 36° en 44°en uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen, al naar gelang het aantal leden; 7° het technisch comité voor de toeristische instellingen, uit twee vertegenwoordigers van de « fédérations provinciales du tourisme », drie vertegenwoordigers van de « maisons du tourisme » en zeven vertegenwoordigers van de « syndicats d'initiative » en « offices du tourisme », gekozen om een evenwichtige geografische vertegenwoordiging te waarborgen, met inachtneming van de artikelen 3, 8 en 9 van de wet van 16 juli 1973;8° het technisch comité voor de toeristische bezienswaardigheden, uit houders van een vergunning om gebruik te maken van de benaming « attraction touristique » en uit vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen, al naar gelang het aantal leden.

Art. 81.D - De technische comités vervullen de volgende taken : 1° op eigen initiatief of op uitdrukkelijk verzoek van de Hoge Raad voor Toerisme of van het Commissariaat-generaal voor Tourisme advies geven over specifieke vraagstukken i.v.m. het toeristische beleid te voeren in het domein dat strikt onder hun bevoegdheid valt; 2° op verzoek van het Commissariaat-generaal voor Tourisme advies geven i.v.m. erkenningen, vergunningen, herkenningen of allerlei afwijkingen; 3° op verzoek van de Regering advies geven i.v.m. de toekenning van subsidies aan de privé sector.

Art. 82.D - Elk technisch comité bestaat uit twaalf leden, voorzitter en ondervoorzitter inbegrepen. Elk lid heeft een plaatsvervanger.

De leden van de technische comités en hun plaatsvervangers worden door de Regering benoemd na openbare oproep tot de kandidaten. De kandidaten zijn bekend om de deskundigheden die ze in de toeristische sector verworven hebben bij het uitoefenen van reguliere activiteiten, in het verleden of tegenwoordig.

Op zijn eerste vergadering legt elk technisch comité binnen zijn midden een dubbeltal van twee namen voor aan de Hoge Raad voor Toerisme, waaronder de Regering de voorzitter en de ondervoorzitter aanwijst, enerzijds, en een dubbeltal van vier namen, waaronder de Regering twee gewone en twee plaatsvervangende leden kiest, anderzijds.

De hernieuwing van de leden wordt volgens dezelfde procedure doorgevoerd. HOOFDSTUK III. - Gemeenschappelijke bepalingen

Art. 83.D - § 1. De leden van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités worden benoemd binnen zes maanden na de hernieuwing van de Waalse Gewestraad. Hun mandaat loopt vijf jaar, met ingang van het benoemingsbesluit. De Hoge Raad voor Toerisme en de technische comités hebben evenwel zitting op geldige wijze zolang hun hernieuwing niet doorgevoerd wordt. Elk mandaat is hernieuwbaar.

De Regering wijst een afgevaardigde aan die met raadgevende stem deelneemt aan de werkzaamheden en beraadslagingen van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités.

Eén of meer afgevaardigden van het Commissariaat-generaal voor Tourisme mogen de vergaderingen van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités met raadgevende stem bijwonen.

Het mandaat verstrijkt van rechtswege als de mandataris de functie waarvoor het toegekend werd niet meer uitoefent.

Na drie ongerechtvaardigde afwezigheden wordt het lid ambtshalve door zijn plaatsvervanger vervangen.

De plaatsvervanger, die gewoon lid wordt, voleindigt het mandaat van het lid dat hij vervangt. § 2. Het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités wordt door de Regering vastgelegd.

Om geldig te kunnen beraadslagen is minstens de helft van de leden aanwezig. De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen.

Bij staking van stemmen weegt de stem van de voorzitter door.

De Hoge Raad voor Toerisme en de technische comités vergaderen al naar gelang de behoeften en minstens één keer per jaar, na bijeenroeping door hun voorzitter. De Hoge Raad voor Toerisme of het betrokken technisch comité worden op verzoek van minstens twee derde van de leden door hun voorzitter bijeengeroepen binnen de volgende dertig dagen.

Het secretariaat van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités wordt waargenomen door een personeelslid van het Commissariaat-generaal voor Tourisme.

De voorzitters van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités mogen derden als deskundigen laten deelnemen aan de vergaderingen die zij voorzitten alsook aan de tijdelijke werkgroepen bedoeld in artikel 78.D. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de terugbetaling van de reiskosten van de leden van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités.

Art. 84.BWR - De Minister is belast met de bepaling van het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités bedoeld in artikel 83.D, § 2, eerste lid.

De verplaatsingskosten van de leden van de Raad voor Toerisme en van de technische comités worden vastgesteld op grond van de prijs van een treinkaartje, heen en terug in eerste klas, van het dichtstbij gelegen station van de woonplaats tot het dichtstbij gelegen station van de vergaderplaats, verhoogd met 12,5 euro. Als een lid meerdere vergaderingen op dezelfde dag bijwoont, wordt maar één rit terugbetaald.

TITEL 4 - Overtredingen en straffen

Art. 85.D - Er wordt voorzien in één tot zeven dagen gevangenisstraf en in een boete van 26 à 5.000 euro of in slechts één van die straffen bij gebruik zonder erkenning : 1° hetzij van de benaming « Commissariat général au tourisme », « fédération provinciale du tourisme », « maison du tourisme », « office du tourisme » of « syndicat d'initiative » of van een andere term, vertaling of schrijfwijze waardoor verwarring zou kunnen ontstaan; 2° hetzij van het schild bedoeld in artikel 57.D, hetzij van een ander schild of afkorting waardoor verwarring zou kunnen ontstaan.

Er wordt voorzien in acht dagen tot één maand gevangenisstraf en in een boete van 26 à 5.000 euro of in slechts één van die straffen voor : 1° de « fédération provinciale du tourisme » die artikel 33.D overtreedt; 2° het « maison du tourisme » dat artikel 34.D overtreedt; 3° de « office du tourisme » die artikel 38.D overtreedt; 4° de « syndicat d'initiative » die artikel 39.D overtreedt.

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85.D, van toepassing op die overtredingen.

Art. 86.D - Onverminderd de rechten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de ambtenaren en de personeelsleden aangewezen door de Regering ermee belast over de naleving van de regels vastgesteld bij of krachtens dit Boek te waken.

De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in het vorige lid hebben de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie. Zij zijn ertoe gehouden eed af te leggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats.

Bij overtreding van dit Boek maken ze proces-verbaal op dat bewijskracht heeft tot bewijs van het tegendeel.

Binnen tien dagen volgend op de datum waarop het is opgesteld maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme dat proces-verbaal aan de procureur des Konings over en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de vermoedelijke overtreder.

Art. 87.BWR - De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in de artikel 86.D, eerste lid, worden door de Minister aangewezen onder de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+ en 2 van het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

TITEL 5.- Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen

Art. 88.D - De toeristische instellingen die op 16 mei 2001 toeristische doelstellingen nastreven en gebruik maken van de benaming « office du tourisme » of « syndicat d'initiative » maar die voor 16 mei 2003 geen aanvraag om erkenning hebben ingediend of verkregen, mogen die benaming blijven gebruiken. Het is hen verboden externe kenmerken te gebruiken, ongeacht de vorm ervan, behalve afwijking verleend door de Regering volgens de modaliteiten die zij bepaalt.

Art. 89.BWR - Elke aanvraag tot afwijking bedoeld in artikel 88.D wordt gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekende brief met ontvangbewijs.

Ze gaat vergezeld van alle documenten die aantonen dat opdrachten i.v.m. het onthaal en de informatie van toeristen worden uitgevoerd door de instelling die de afwijking voor minstens honderd dagen per jaar aanvraagt.

Art. 90.BWR - Indien het van mening is dat het verzoek alle bestanddelen omvat om met perfecte kennis van zaken over het verzoek te beslissen, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek een bericht van ontvangst over.

Indien dat niet het geval is, richt het binnen dezelfde termijn een bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager waarbij laatstgenoemde verzocht wordt om de ontbrekende inlichtingen mede te delen en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. Binnen vijftien dagen na ontvangst ervan richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven een bericht van ontvangst aan de aanvrager.

Art. 91.BWR - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag tot afwijking binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 90.BWR. Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de aanvrager.

Art. 92.BWR - De aanvrager kan een beroep bij de Minister indienen tegen de beslissing tot weigering volgens de procedure voorzien in de artikelen 50.D tot 55.D.

Art. 93.BWR - De Minister beslist over het beroep bedoeld in dit hoofdstuk.

Art. 94.BWR - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme legt de Waalse Regering uiterlijk drie maanden te rekenen van 1 juli 2008 het protocol-akkoord voor waarvan sprake in artikel 26.D, § 3, lid 2.

Art. 95.D - De erkenningen verleend bij of krachtens het decreet van 6 mei 1999 betreffende de toeristische instellingen worden gelijkgesteld met de erkenning bedoeld in artikel 32.D.

Art. 96.D - De « maisons du tourisme » die op 1 januari 2007 aan de voorwaarden vastgelegd bij artikel 34.D, eerste lid, 2°, of de voorwaarden vastgelegd bij artikel 34.D, eerste lid, 6°, niet voldoen, beschikken over een termijn van zes maanden om zich ernaar te schikken.

Art. 97.D - In afwijking van artikel 83.D, § 1, eerste lid, worden de leden van de Hoge Raad voor Toerisme en van de technische comités benoemd binnen zes maanden na 6 september 2005. Hun mandaat blijft geldig tot het doorvoeren van de volgende hernieuwing overeenkomstig artikel 83.D, § 1, eerste lid. De Hoge Raad voor Toerisme en de technische comités hebben evenwel zitting op geldige wijze zolang hun hernieuwing niet doorgevoerd wordt. HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen

Art. 98.D - De overgeplaatste personeelsleden behouden minstens de geldelijke rechten en de anciënniteit die ze hadden of verkregen zouden hebben als ze in hun oorspronkelijke dienst het ambt waren blijven uitoefenen dat ze bekleedden bij hun overplaatsing.

Art. 99.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan slechts bij decreet ontbonden worden. Dat decreet regelt de wijze van ontbinding.

De nettoactiva bij de ontbinding van het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden op de ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest gestort.

Art. 100.D - Overeenkomstig artikel 12.D bepaalt de Regering, enerzijds, de modaliteiten inzake mutatie van de personeelsleden van het Waalse Gewest naar het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, anderzijds, de modaliteiten inzake mutatie tussen het Commissariaat-generaal voor Toerisme en het Waalse Gewest.

Art. 101.D - De Regering stelt de datum vast van inwerkingtreding van dit Boek.

Art. 102.BWR - Titel I van dit Boek alsmede artikel 99.D ervan treden in werking op 1 juli 2008.

Art. 103.BWR - In afwijking van artikel 102.BWR treden de bepalingen van Hoofdstuk V van Titel I van dit Boek in werking op 31 maart 2008.

Art. 104.D- BWR - Titels II en IV van dit Boek alsmede de artikelen 88.D en 95.D ervan treden in werking op 1 januari 2007.

Art. 105.BWR - Titel III van dit Boek treedt in werking op 1 juni 2007.

Art. 106.BWR - De Minister is belast met de uitvoering van de reglementaire bepalingen van dit Boek.

Art. 107.BWR - In afwijking van artikel 106.BWR is de Minister van Ambtenarenzaken belast met de uitvoering van de artikelen 10.BWR en 11.BWR van dit Boek.

BOEK II. - INZAKE TOERISTISCHE BEZIENSWAARDIGHEDEN TITEL I. - Publicatie van toeristische brochures

Art. 108.D - Op vraag van het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn de houders van een krachtens dit Boek afgeleverde vergunning ertoe verplicht hem binnen de dertig dagen na ontvangst van zijn verzoek de gegevens te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de publicatie van brochures ter bevordering van de toeristische bezienswaardigheden. De aard van die gegevens wordt door de Regering bepaald.

Indien er geen antwoord volgt binnen de termijn bepaald in het eerste lid, hernieuwt het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn verzoek bij ter post aangetekend schrijven.

De vergunning kan ingetrokken worden indien de vergunninghouder twee jaar na elkaar geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek bepaald in het tweede lid.

Er wordt overeenkomstig de procedure voorzien bij de artikelen 125.D tot en met 129.D beslist. Het beroep tegen die beslissing wordt uitgeoefend tegen de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld in de artikelen 149.D tot en met 154.D.

Art. 109.BWR - Overeenkomstig artikel 108.D, lid 1, zijn de houders van een vergunning ertoe verplicht de volgende inlichtingen te verstrekken met betrekking tot de toeristische bezienswaardigheid waarvan sprake : 1° de omschrijving van de toeristische bezienswaardigheid;2° de voorgestelde dienstverlening;3° de aangerekende individuele basistarieven;4° de openingstijden en Bperiodes;5° de toegang tot de toeristische bezienswaardigheid. TITEL 2 - Vergunning HOOFDSTUK I. - Beginsel, inhoud en gevolgen van de vergunning

Art. 110.D - Zonder schriftelijke en uitdrukkelijke voorafgaandelijke vergunning mag niemand in het kader van de uitbating van een toeristische bezienswaardigheid gebruik maken van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 3°, of van een andere term, vertaling of schrijfwijze die voor verwarring zou kunnen zorgen.

De vergunning bedoeld in het eerste lid wordt hierna "de vergunning" genoemd.

Art. 111.D - In de vergunning worden vermeld : 1° de identiteit van de houder;2° de identificatie en de ligging van de toeristische bezienswaardigheid; 3° de benaming bedoeld in artikel 1.D, 3°; 4° in voorkomend geval, de afwijkingen die toegestaan worden overeenkomstig artikel 130.D, tweede lid; 5° de categorie waarbij de toeristische bezienswaardigheid is ingedeeld en, in voorkomend geval, de afwijkingen toegestaan overeenkomstig artikel 140.D; 6° in voorkomend geval, de duur van de vergunning.

Art. 112.D - De vergunning kan in de tijd beperkt zijn.

Art. 113.D - De vergunning geldt enkel voor de toeristische bezienswaardigheid waarvoor zij is afgeleverd en voor de vergunninghouder aan wie zij is afgeleverd. HOOFDSTUK II. - Vergunningsprocedure

Art. 114.D - De vergunningsaanvraag wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De vergunningsaanvraag kan ook een aanvraag bevatten tot afwijking van de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning en voor het gebruik van de benaming bedoeld in artikel 130.D of van de indelingscriteria bedoeld in artikel 132.D. De Regering stelt de inhoud van de vergunningsaanvraag vast en kan het aantal exemplaren van het dossier waaruit die aanvraag dient te bestaan, aangeven. Zij bepaalt de vorm van de aanvraag.

Art. 115.BWR - De aanvraag tot het krijgen van een vergunning wordt ingediend door de eigenaar of door de gemachtigd beheerder, door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Daarbij gaan volgende documenten : 1° een korte uiteenzetting waarin de hoofdkenmerken van de toeristische bezienswaardigheid opgegeven worden, opgemaakt door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme;2° in voorkomend geval, een afschrift van de vereiste administratieve vergunningen, die tijdelijk kunnen zijn maar definitief geworden moeten zijn;3° een bewijs van goed zedelijk gedrag, bestemd voor een overheidsbestuur en afgeleverd sinds minder dan drie maanden op naam van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische bezienswaardigheid;4° indien de aanvrager een rechtspersoon is, een gecoördineerde versie van de statuten ervan;5° voor de aanvrager die niet eigenaar is, een afschrift van de beheersovereenkomst; 6° indien artikel 114.D, lid 2, van toepassing is, alle documenten en inlichtingen die de toekenning van de aangevraagde afwijking mogelijk zouden maken.

De Minister kan de gegevens bedoeld in de opsomming van het vorige lid nader bepalen of er andere aan toevoegen.

Art. 116.D - § 1. Is de aanvraag onvolledig, richt het Commissariaat-generaal binnen de vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw aanvangt. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven.

Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Indien het toekennen van een afwijking bedoeld in artikel 130.D, tweede lid, op eigen initiatief gebeurt of indien de aanvrager in zijn vergunningsaanvraag een afwijking als bedoeld in artikel 114.D, tweede lid, heeft aangevraagd, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies aan de voorzitter van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden en terzelfdertijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.

Het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden brengt een gemotiveerd advies uit en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de verzoeker, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Art. 117.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 116.D, §1, tweede lid.

Die termijn wordt op vier maanden gebracht in de veronderstelling bedoeld in artikel 116.D, §2, eerste lid.

Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de verzoeker.

Tegelijk wordt ze aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische bezienswaardigheid gevestigd is, gericht. Bij elke vergadering van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht van de beslissingen tot toekenning dan wel intrekking van vergunningen.

Indien de kennisgeving aan de aanvrager binnen de al naar gelang in het eerste of het tweede lid bepaalde termijn uitblijft, staat dat gelijk met een beslissing tot aanvaarding en tot toekenning van de laagste indeling.

Art. 118.D - § 1. Bij afstand van een toeristische bezienswaardigheid dient de overnemer binnen drie maanden te rekenen van de afstand een vergunningsaanvraag in. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 114.D tot en met117.D. § 2. Bij overlijden van de vergunninghouder dient de overnemer een vergunningsaanvraag in binnen de zes maanden te rekenen van het overlijden. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 114.D tot 117.D. In afwijking van het eerste lid bestaat de aanvraag, indien de uitbating overgenomen wordt door de samenwonende, een bloedverwant in opgaande dan wel nederdalende lijn in de eerste graad, uit een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en die aan de aanvrager is afgeleverd sinds minder dan drie maanden.

Dat bewijs wordt binnen de zes maanden na het overlijden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Binnen de dertig dagen na ontvangst ervan beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de vergunningsaanvraag en geeft er kennis van aan de aanvrager. Indien de kennisgeving aan de aanvrager binnen die termijn uitblijft, staat dat gelijk met een beslissing tot afleveren van de vergunning. § 3. In afwijking van de artikelen 110.D en 113.D kan de benaming in de gevallen bepaald in de paragrafen 1 en 2 gebruikt blijven worden tot de kennisgeving van de komende beslissing of het verstrijken van de termijn van dertig dagen bepaald in paragraaf 2, tweede lid, voor zover de aanvraag binnen de vastgestelde termijn is ingediend.

Art. 119.D - Binnen de drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische bezienswaardigheid laat de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur geworden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en die op naam van de vervanger is afgeleverd sinds minder dan drie maanden.

Art. 120.D - De vergunning wordt aangeplakt op door de Regering bepaalde wijze.

Art. 121.BWR - De vergunning wordt op zichtbare wijze aangebracht bij de ingang van de toeristische bezienswaardigheid.

Art. 122.D - De vergunninghouder meldt aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die van invloed zouden kunnen zijn op de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning, bij ter post aangetekend schrijven binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging.

Art. 123.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde vragen dat een nieuw bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsadministratie en dat sinds minder dan drie maanden aan de vergunninghouder of aan de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting is afgeleverd, overgemaakt wordt. Dat verzoek geschiedt minstens vijfjaarlijks. HOOFDSTUK III. - Intrekking van de vergunning

Art. 124.D - De vergunning kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken : 1° indien de bepalingen van dit Boek niet in acht genomen worden;2° indien de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks beheer van de toeristische bezienswaardigheid veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden en die in België voor een inbreuk omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek of in het buitenland wegens een feit dat gelijkaardig is aan een feit dat één van die overtredingen vormt, is uitgesproken, behalve indien de tenuitvoerlegging van de straf is opgeschort en de veroordeelde het voordeel van de opschorting niet verloren heeft;3° indien de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks bestuur van het hotelbedrijf, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein of het vakantiedorp veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden wegens een overtreding van de bepalingen van dit Boek.

Art. 125.D - Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een vergunning, licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme diens houder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in over de grond voor de vooropgestelde intrekking.

De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden.

In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De verzoeker wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 126.D - Binnen de tien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de vergunninghouder of nadat laatstgenoemde is gehoord of bij uitblijven van reactie zijnerzijds binnen de opgelegde termijn, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verzoek om adviesverlening aan de voorzitter van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden. Een afschrift van de briefwisseling bedoeld in artikel 125.D, eerste en tweede lid, en, in voorkomend geval, van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de houder medegedeeld stuk worden bijgevoegd.

Art. 127.D - Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om adviesverlening brengt het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de houder. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan.

Art. 128.D - Van de beslissing tot intrekking wordt aan de vergunninghouder kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven.

Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden schaart, worden daar de redenen voor opgegeven.

De beslissing wordt gelijktijdig medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waarin de toeristische bezienswaardigheid gelegen is en aan de voorzitter van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden.

Art. 129.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen en licht de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven over in.

Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 125.D, eerste lid. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden voor de toekenning van de vergunning en het gebruik van de benaming

Art. 130.D - De toekenning van de vergunning en het gebruik van de benaming bedoeld in artikel 1.D, 3°, of een ander woord, vertaling of schrijfwijze die in het kader van de uitbating van een toeristische bezienswaardigheid voor verwarring kan zorgen, worden ondergeschikt gemaakt aan de inachtneming van de voorwaarden bepaald door de Regering. Die kunnen betrekking hebben op : 1° de kenmerken van de plaats en diens naaste omgeving zoals meer bepaald de ruimte-indeling, de uitrusting of de toegankelijkheid ervan;2° de ontvangst, de begeleiding, de informatieverstrekking aan de toeristen, dagtoeristen en plaatselijke bezoekers;3° de staat van onderhoud, gezondheid en schoonheid, het comfort en de veiligheid van de toeristische bezienswaardigheid;4° de zedelijkheid van de vergunningsaanvrager, de houder ervan of van de persoon die verantwoordelijk is voor het dagelijks beheer van de toeristische bezienswaardigheid;5° de informatie betreffende de bezoekersaantallen in de toeristische bezienswaardigheid die laatstgenoemde verplicht is te verstrekken. Bij wijze van uitzondering kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme of, na een beroep, de Regering de houders of de toekomstige houders van de vergunning afwijkingen toestaan van de voorwaarden opgelegd overeenkomstig de punten 1°en 2° van het eerste lid om rekening te houden met specifieke situaties. De Regering kan het aantal voorwaarden waarvan een afwijking kan worden toegestaan, verder inperken.

Binnen de perken van zijn bevoegdheden kan de Regering andere voorwaarden bepalen die betrekking hebben op het intrinsieke belang van de bezienswaardigheid, meer bepaald voor wat betreft de recreatieve aspecten en/of de aspecten in verband met zijn aard, patrimonium, cultuur.

Art. 131.BWR - Elke toeristische bezienswaardigheid vervult volgende voorwaarden : 1° ze voldoet aan de minimumvoorwaarden voor de indeling « één zon », opgenomen in bijlage 5;2° de toeristische bezienswaardigheid maakt zich bekend door een specifieke naam die duidelijk aan de ingang vermeld wordt;3° ze beschikt over een ontvangst en een ticketverkoop die voor het publiek toegankelijk zijn : - minstens drie opeenvolgende maanden per jaar en, tijdens die periode, minstens zes dagen per week, waaronder op zondag, en minstens zes uur per dag, of - honderd dagen per jaar, minstens 4 uur per dag, waarbij minstens 200 uur in de weekends en op feestdagen vallen;4° ze beschikt tijdens de periode waarin ze open is over een permanent bewaakte toegang, met een kantoor, een kassa of een georganiseerde ontvangst;buiten de openingsdagen en Buren beschikt zij minstens over een telefoonnummer waar permanent inlichtingen verkregen kunnen worden; 5° tijdens de openingsuren is de beheerder ervan of één van diens gemachtigden aanwezig in de omtrek van de toeristische bezienswaardigheid;6° het geldend individuele tarief en de geldende openingsuren staan duidelijk vermeld bij de ingang van de bezienswaardigheid;7° het individuele tarief en de openingstijden, de adresgegevens, de talen die bij de bezoeken gesproken worden en een omschrijving van de bezienswaardigheid worden in een gedrukte, van een datum voorziene, kosteloze publicatie vermeld;in éénzelfde publicatie kunnen verschillende toeristische bezienswaardigheden voorgesteld worden voor zover ze deel uitmaken van een technische bedrijfseenheid of eenzelfde thema binnen een beperkte omtrek. De geactualiseerde uurregelingen en tarieven kunnen in een bijlage gepubliceerd worden; 8° de toeristische bezienswaardigheid als voor de bezoekers toegankelijk geheel is net en onderhouden;9° de houder van de vergunning verstrekt het Commissariaat-generaal voor Toerisme uiterlijk 31 januari van elk jaar, de gegevens over de toeristische bezoekersaantallen van het afgelopen kalenderjaar, op de wijze bepaald door het Commissariaat-generaal voor Toerisme;10° de toeristische bezienswaardigheid heeft een bedrijfscapaciteit die minstens 30 personen tegelijk toelaat. TITEL 3 - Indeling en herziening van de indeling in categorieën HOOFDSTUK I. - Beginselen

Art. 132.D - De toeristische bezienswaardigheden zijn ertoe verplicht de door de Regering vastgestelde criteria met het oog op hun indeling in categorieën na te leven.

Die criteria kunnen betrekking hebben op : 1° de openingsperiodes;2° het aantal bezoekers en indien mogelijk de minimumverhouding der bezoekers die beantwoorden aan de definitie van dagtoerist of toerist. Zij kunnen eveneens betrekking hebben op de ontvangst, de voorgestelde dienstverlening, de toegang, de veiligheid en de hygiëne.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert een indeling aan die bezienswaardigheden bij het afleveren van een machtiging om de benaming te gebruiken.

Art. 133.BWR - De criteria waaraan de toeristische bezienswaardigheden voldoen met het oog op hun indeling in categorieën zijn in bijlage 5 opgenomen.

Art. 134.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert aan de vergunninghouder een schild af dat overeenstemt met de toegewezen benaming en categorie-indeling. Dat schild blijft eigendom van het Gewest. De Regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan.

Niemand kan van het schild of elke andere tekening of elk ander teken dat naar een categorie-indeling verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over de daarop betrekking hebbende vergunning.

Art. 135.BWR - Het schild bedoeld in artikel 134.D van het decreet vermeldt de benaming bedoeld in artikel 1.D, 3°, ervan, en de indeling van de toeristische bezienswaardigheid. Het wordt op een zichtbare wijze aangebracht bij de hoofdingang ervan.

Art. 136.BWR - De Minister bepaalt het model van het schild bedoeld in artikel 134.

Art. 137.MB - Het model van het schild toegekend aan de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming bedoeld in artikel 1.D, 3° wordt bepaald in bijlage 6.

Art. 138.BWR - Het schild wordt teruggegeven binnen de dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing tot intrekking van de vergunning of tot herziening van de indeling. Bij beroep wordt het binnen de dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing, als het een beslissing tot verwerping betreft, teruggegeven.

Indien men vrijwillig van het gebruik van de benaming afziet, wordt daar bij ter post aangetekend schrijven kennis van gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het schild wordt erbij gevoegd.

Art. 139.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme herziet de categorie-indeling van een toeristische bezienswaardigheid indien die indeling overeenstemt met de voorwaarden die beantwoorden aan de indeling bij een hogere of lagere categorie.

Art. 140.D - Bij wijze van uitzondering kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme een afwijking toestaan van één of meerdere criteria voor de categorie-indeling indien het van mening is dat de toeristische bezienswaardigheid, rekening houdend met diens bijzondere kenmerken, technisch in de onmogelijkheid verkeert om aan die criteria te voldoen. De regering kan het aantal criteria die voor een afwijkingsmaatregel in aanmerking komen, beperken.

Art. 141.BWR - Er kan geen afwijking worden toegestaan voor meer dan twee indelingscriteria.

Art. 142.D - De vergunninghouder meldt het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die de toegewezen categorie-indeling zou kunnen beïnvloeden, bij ter post aangetekend schrijven, binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging. HOOFDSTUK II. - Verzoek om herziening van de categorie-indeling Art. 143.D - Indien de vergunninghouder om de herziening van de categorie-indeling verzoekt en daarbij al dan niet een verzoek indient om af te wijken van een criterium van de categorie-indeling, gebeurt dat bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme door middel van het door de regering vastgestelde formulier.

Daarbij worden alle inlichtingen en documenten gevoegd die de herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, het toestaan van de afwijking mogelijk zouden maken.

Art. 144.BWR - De aanvraag tot herziening van de indeling wordt, al dan niet samen met een aanvraag tot afwijking van een indelingscriterium, ingediend door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 145.D - Indien het van mening is dat het verzoek alle bestanddelen omvat om met perfecte kennis van zaken over het verzoek te beslissen, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven binnen de vijftien dagen na ontvangst van het verzoek een bericht van ontvangst over waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Indien dat niet het geval is, richt het binnen dezelfde termijn een bij ter post aangetekend schrijven aan de verzoeker waarbij laatstgenoemde verzocht wordt om de ontbrekende inlichtingen mede te delen en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. Binnen de vijftien dagen na ontvangst ervan richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven een bericht van ontvangst aan de aanvrager waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Art. 146.D - Indien verzocht wordt om afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het verzoek voor advies over aan de voorzitter van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden en tegelijk geeft hij kennis aan de verzoeker van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden brengt een gemotiveerd advies uit en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de verzoeker, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan.

Art. 147.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de verzoeker.

Bij elke vergadering van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen tot herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, tot afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling.

Het uitblijven van de kennisgeving aan de verzoeker binnen de termijn bepaald in het eerste lid staat met een beslissing tot weigering gelijk. HOOFDSTUK III. - Herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme

Art. 148.D - Indien de herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme gebeurt, wordt diens beslissing getroffen overeenkomstig de artikelen 125.D tot en met 129.D. TITEL 4. - Beroepen HOOFDSTUK I. - Beroepsprocedure

Art. 149.D - De verzoeker of de houder van een vergunning, hierna eveneens "de verzoeker" genoemd, kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen tegen de beslissing : 1° tot weigering of tot intrekking van de vergunning; 2° tot weigering om een afwijking van de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning of van het gebruik van de benaming overeenkomstig artikel 130.D, tweede lid, of van de criteria inzake de categorie-indeling overeenkomstig artikel 140.D toe te kennen; 3° tot herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme;4° tot weigering om de herziening van de categorie-indeling toe te kennen. Het beroep wordt ingediend binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing.

Het wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en daarbij wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.

Het beroep is niet opschortend behalve indien het betrekking heeft op een beslissing tot intrekking van de vergunning of herziening van de categorie-indeling. In beide gevallen wordt de beslissing opgeschort tijdens het tijdsbestek dat aan de verzoeker wordt gewaarborgd om zijn beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de regering die over het beroep beslist.

Art. 150.D - Binnen de tien dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de verzoeker.

Hij richt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep aan de voorzitter van de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden bedoeld in artikel 156.D.

Art. 151.D - De verzoeker kan vragen om door de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden te worden gehoord, ofwel in diens beroepschrift ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van die commissie binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst door de verzoeker van het bericht van ontvangst van diens beroep.

De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere van diens gemachtigden plaatsvinden. Er wordt een proces-verbaal opgesteld.

De verzoeker wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 152.D - Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na een hoorzitting te hebben gehouden en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme evenals van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elke door de verzoeker overgemaakt stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting kennis gegeven aan de verzoeker bij ter post aangetekend schrijven.

Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid uitspreekt, geeft diens voorzitter kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de verzoeker medegedeeld document.

Art. 153.D - De regering beslist over het beroep en richt zijn beslissing aan de verzoeker binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 150.D. Indien de regering zich niet achter het advies van de beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden schaart, geeft zij daarvoor de redenen op.

Van de beslissing van de regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de verzoeker. De beslissing wordt tegelijk medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische bezienswaardigheid gelegen is. Bij elke vergadering van het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen die over de beroepen getroffen zijn.

Art. 154.D - Indien de verzoeker de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 153.D, eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat schrijven wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt.

Indien de kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het aangetekend schrijven dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de Regering geacht een beslissing tot verwerping uit te maken.

Art. 155.BWR - De Minister is ermee belast over de beroepen bedoeld in dit hoofdstuk te beslissen. HOOFDSTUK II. - Beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden

Art. 156.D - Er wordt een beroepsadviezencommissie voor de toeristische bezienswaardigheden opgericht, hierna "de commissie" genoemd, die ermee belast is om adviezen uit te brengen over de beroepen waarvan sprake in artikel 149.D.

Art. 157.D - § 1. De commissie bestaat uit : 1° één voorzitter;2° twee gewone leden voorgedragen door de verenigingen ter bescherming van de verbruikers;3° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden. § 2. De Regering benoemt de voorzitter en de commissieleden.

Voor elk gewoon lid, behalve de voorzitter, benoemt de Regering een plaatsvervanger. § 3. Een bijkomend lid dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme vertegenwoordigt, kan met raadgevende stem de vergaderingen van de commissie bijwonen. § 4. Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een personeelslid van het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 158.D - De leden voorgedragen door het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden dienen buiten eigen kring gekozen te worden.

Art. 159.D - De ambten van voorzitter, commissieleden en hun plaatsvervangers hebben een duur van vijf jaar ingaand te rekenen van de datum van hun benoemingsbesluit. Elk mandaat is hernieuwbaar.

In afwijking van vorig lid wordt de samenstelling van de adviescommissie herzien binnen de zes maanden volgend op de hernieuwing van het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden. De commissie vergadert evenwel op geldige wijze zolang diens hernieuwing niet plaatsgevonden heeft.

Art. 160.D - De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen weegt de stem van de voorzitter door.

De commissie beraadslaagt enkel op geldige wijze als minstens de voorzitter en twee andere leden aanwezig zijn.

De adviezen worden door de aanwezige leden uitgebracht.

Art. 161.D - De Regering bepaalt de procedure voor de benoeming van de voorzitter en de commissieleden, diens werkingswijze en het bedrag van de vergoedingen en retributies die eventueel worden toegekend aan de voorzitter en aan de leden.

Art. 162.BWR - De Minister is ermee belast de voorzitter en de gewone en de plaatsvervangende leden van de commissie bedoeld in artikel 156.D te benoemen.

Art. 163.BWR - De in artikel 156.D bedoelde commissieleden, voorgedragen door het technische comité van de toeristische bezienswaardigheden, worden gekozen uit een lijst van zes namen.

Art. 164.BWR - De meest representatieve verenigingen ter bescherming van de consumenten worden door de Minister verzocht een lijst van zes kandidaten die zullen zetelen in de commissie bedoeld in artikel 156.D voor te dragen.

Art. 165.BWR - De plaatsvervangende leden worden benoemd volgens dezelfde procedure als die voor de gewone leden en op grond van dezelfde lijsten.

Art. 166.BWR - Het plaatsvervangend lid kan zetelen indien het gewone lid voor wie hij als plaatsvervanger optreedt, verhinderd is.

Art. 167.BWR - Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door het oudste gewone lid.

Art. 168.BWR - De Minister beëindigt het mandaat van de commissieleden die de hoedanigheid verliezen op grond waarvan ze benoemd zijn.

De Minister kan de voorzitter of een lid afzetten bij kennelijk wangedrag of ernstige tekortkoming aan de plichten uit zijn ambt of een lid dat van meer dan drie opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, behalve in geval van overmacht.

Voor elke afzetting wordt de betrokken persoon gehoord door de Minister of diens vertegenwoordiger.

Art. 169.BWR - Valt een mandaat open vóór het verstrijkt, wordt de plaatsvervanger als gewoon lid benoemd voor de overblijvende duur van het mandaat.

Er wordt in zijn vervanging als plaatsvervangend lid voorzien binnen de zestig dagen volgend op diens benoeming als gewoon lid. Daartoe dragen het technisch comité van de toeristische bezienswaardigheden of de overeenkomstig artikel 164.BWR ondervraagde verenigingen een lijst van twee namen voor.

Art. 170.BWR - Het is elk lid, met inbegrip van de voorzitter, verboden te zetelen indien het een rechtstreeks belang heeft in wat besproken wordt, ofwel persoonlijk, ofwel via een tussenpersoon, ofwel als zaakgelastigde.

Art. 171.BWR - De voorzitter en de commissieleden hebben recht op : 1° een aanwezigheidsgeld van zestig euro per vergadering die zij bijwonen en per technisch bezoek dat ze afleggen;2° de terugbetaling van hun rondreis- of verblijfkosten berekend op dezelfde regelgevende basis als die welke van toepassing is op de ambtenaren van rang A3 van het Waalse Gewest. Het bedrag bedoeld onder 1° wordt aan het indexcijfer aangepast volgens de regels bepaald bij de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Het wordt gekoppeld aan spilindex 138.01 van 1 januari 1990.

Art. 172.BWR - De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.

TITEL 5. - Subsidies HOOFDSTUK I. - Algemeen

Art. 173.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kent de regering een subsidie toe voor de uitrusting, de aanleg en de verbetering van de infrastructuren van een toeristische bezienswaardigheid, evenals voor het ereloon in verband met de werkzaamheden.

De belasting over de toegevoegde waarde kan inbegrepen zijn in het bedrag van de aankopen en werkzaamheden die voor subsidie in aanmerking komen, indien die belasting niet door de verzoeker gerecupereerd wordt.

Art. 174.D - De toekenning van een subsidie wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende voorwaarden : 1° de verzoeker dient houder te zijn van de vergunning bedoeld in artikel 110.D of zich er schriftelijk toe te verbinden uiterlijk tegen de voltooiing van de werkzaamheden om de vergunning te verzoeken; 2° de verzoeker dient ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 182.D voor te leggen.

De subsidiegerechtigde dient de bestemming van het goed tijdens vijf jaar, ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is, in stand te houden.

Er wordt geen enkele subsidie verleend indien een andere overheid reeds een subsidie heeft verleend voor die werken of aankopen. HOOFDSTUK II. - Subsidiepercentage en -bedrag

Art. 175.D - Het subsidiepercentage bedraagt 20% van de kostprijs van de aankopen en werken bedoeld in artikel 173.D. De Regering kan evenwel prioritaire investeringen bepalen waarvoor zij gemachtigd is het subsidiepercentage, dat 50% van de kostprijs van de aankopen en de werken bedoeld in artikel 173.D kan bedragen, nader te bepalen.

Art. 176.D - Van de aankopen en werken waarvoor een subsidie verleend kan worden krachtens artikel 173.D, stelt de Regering een nauwkeurige opgave vast.

Art. 177.BWR - Er wordt in een subsidie voorzien tegen het percentage bepaald in artikel 175.D, lid 1, voor zover zij enkel de delen van de toeristische bezienswaardigheid betreffen die voor het publiek toegankelijk zijn en ze aantrekkelijker maken : 1° de ruwbouw, de afwerking en de renovatie van onroerende goeden, meer bepaald de grondwerken, het metselwerk, het schrijnwerk, de beglazing, de betegeling, de wand- en vloerbekleding, het pleisterwerk, het verfwerk, de dakbedekking;2° de volgende installaties : a) de verwarming, de elektriciteit en de watertoevoer;b) de airconditioning en de luchtzuivering;c) de liften.3° volgende buitenwerken en Binrichtingen : a) wijzigingen in het bodemreliëf;b) de aanleg of de inrichting van paden en wegen;c) de verlichting;d) het aanplanten van binnenlandse soorten;e) de aankoop van gemotoriseerd onderhoudsmateriaal en van vuilnisbakken.

Art. 178.BWR - De volgende uitrustingen worden als prioritaire investeringen in de zin van artikel 175.D, lid 2, beschouwd : a) het meubilair voor de ontvangst, de informatieverstrekking of voor de bezoekers en het ontvangstpersoneel;b) de sanitaire installaties, de vestiaires en toebehoren;c) de speelruimten;d) parkeerplaatsen voor de bezoekers, met inbegrip van de ruimten voorzien voor de tweewielers;e) de toeristische signalisatie, de bewegwijzering en de informatieborden van de toeristische bezienswaardigheid;f) de uitrustingen voor preventie en veiligheid, met inbegrip van videobewaking;g) de riolen en het zuiveringsstation;h) de installatie van het brandbestrijdingsmaterieel;i) de vuilnisbakken voor de selectieve afvalsortering;j) de specifieke inrichtingen voor de ontvangst van personen met verminderde beweeglijkheid, met het oog, meer bepaald, op conformering aan de artikelen 414 en 415 van het WWROSP;k) de specifieke inrichtingen voor de ontvangst van de bezoekers in minstens drie talen;l) de ticketverkoop en de informatica-uitrustingen voor de inzameling van statistische gegevens;m) de inrichtingen die besparingen mogelijk moeten maken van minstens 30 % op het energieverbruik van een uitrusting die de toeristische bezienswaardigheid vormt.

Art. 179.BWR - In de gevallen bedoeld in artikel 178BWR, lid 1, a tot en met i, bedraagt het subsidiepercentage 40 %.

In de gevallen bedoeld in artikel 178.BWR, lid 1, j tot en met m, bedraagt het subsidiepercentage 50%.

Art. 180.D - Er kan geen enkele subsidie worden toegekend indien de kostprijs van de aankopen en werken lager is dan 1.500 euro, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.

Art. 181.D - § 1. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend voor een toeristische bezienswaardigheid kan 100.000 euro per periode van drie jaar niet overschrijden, zelfs bij verandering van eigenaar.

De Regering is gemachtigd om een maximumbedrag per categorie werken vast te leggen. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidie-aanvraag krijgt voor een toeristische bezienswaardigheid, het de minimis-subsidiebedrag toegekend voor die toeristische bezienswaardigheid in de loop van de twee begrotingsjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de aangevraagde subsidie, indien toegekend, vastgelegd zou worden.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid van deze paragraaf niet overschrijden.

Indien het bedrag van een subsidie het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 bereikt, kan er enkel een nieuwe subsidie worden toegekend op grond van een nieuwe aanvraag, die pas ingediend kan worden twee jaar na de vastlegging van de vorige subsidie.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het de minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun. HOOFDSTUK III. - Procedures voor de toekenning, de vereffening en de controle over het gebruik van de subsidies

Art. 182.D - De aanvraag voor een subsidie dient bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De Regering stelt de inhoud vast en bepaalt de vorm van de subsidie-aanvraag. Het aantal exemplaren van het dossier dat de aanvraag dient te bevatten wordt door de Regering nader bepaald.

Art. 183.BWR - Elke aanvraag tot het verkrijgen van de subsidie wordt ingediend aan de hand van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme, dat uitdrukkelijk de verwoording van artikel 174.D, lid 3, vermeldt.

Samen met de aanvraag worden alle nuttige documenten en gegevens ingediend, en minstens : 1° een nota dat het nut van de investeringen uiteenzet;2° in voorkomend geval, een plan met afmetingen van het overwogen of uitgevoerde werk;3° een ontwerp met raming, beschrijvende opmetingsstaat en eenheidsprijzen;4° een afschrift van de titel met betrekking tot de betrokken site waaruit blijkt dat de aanvrager over voldoende rechten beschikt om de werken uit te voeren; 5° in voorkomend geval, de verbintenis bedoeld in artikel 174.D, lid 1, 1°; 6° desgevallend de volledige inlichtingen over de andere de minimis Bsteun verkregen van andere overheden of openbare instellingen tijdens de drie jaar die aan de aanvraag zijn voorafgegaan.

Art. 184.D - Elke persoon die vraagt dat een subsidie wordt toegekend krachtens artikel 173.D, geeft daardoor de Regering de toelating om zonder verplaatsing elke nuttig geachte verificatie door te voeren.

De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld in artikel 174.D.

Art. 185.D - § 1. Elke subsidie kan tegen maximum 75% na overlegging van de uitgavestukken ter verantwoording van de aankopen of de werken tegen minstens 20% van de voorziene uitgave vereffend worden.

De eindafrekening dient uiterlijk voor verstrijken van de twaalfde maand volgend op de datum van de laatste voorlopige vereffening te worden voorgelegd. § 2. De werken, de materiaalleveringen of de dienstverleningen waarvoor een subsidie wordt aangevraagd dienen ten vroegste aan te vangen op de datum van indiening van die aanvraag en uiterlijk binnen de drie jaar te rekenen van de kennisgeving van de toekenning van de subsidie voltooid te zijn.

De toeristische bezienswaardigheid dient in werking te zijn op het tijdstip van de uiteindelijke vereffening. § 3. Bij niet-naleving van de termijnen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 en behoudens verlenging toegekend door de Regering op grond van een behoorlijk verantwoorde aanvraag ingediend door de subsidiegerechtigde voor het verstrijken van de aanvankelijke termijn dienen de onverschuldigd gestorte sommen terugbetaald te worden.

Art. 186.D - De subsidie wordt vereffend aan degene die de materiaalaankopen of de werken financiert voor zover hij steeds eigenaar of vergunningshouder is op de dag van de vereffening.

Art. 187.D - De Regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 174.D, 185.D en 186.D nageleefd worden.

De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikel 174.D, 185.D of 186.D niet naleeft.

Art. 188.D - Behoudens voorafgaandelijke andersluidende beslissing van de Regering dient de subsidiegerechtigde de subsidie in verhouding tot het aantal overblijvende jaren terug te betalen indien binnen de termijn van vijf jaar ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is, niet meer aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 174.D voldaan wordt.

Art. 189.BWR - De Minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+ en 2 aan die belast zijn met : 1° de verificaties ter plaatse bepaald in artikel 184.D van het decreet; 2° de controle bepaald in artikel 187.D van het decreet.

TITEL 6. - Overtredingen en straffen HOOFDSTUK I. - Toezicht en vaststelling van de overtredingen

Art. 190.D - § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de ambtenaren en de personeelsleden aangewezen door de Regering ermee belast over de naleving van de regels vastgesteld bij of krachtens dit Boek te waken. Daartoe kunnen ze bij de uitoefening van hun opdracht : 1° alle plaatsen, zelfs gesloten en overdekt, op elk uur van de dag en de nacht betreden indien zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er een overtreding van het Boek bestaat;indien het een, zelfs tijdelijke, woonplaats betreft, is de schriftelijke toestemming van de vergunninghouder, van de bewoner(s) of de voorafgaandelijke toelating van de politierechter vereist, die nagaat of er aanwijzingen voor een overtreding bestaan; 2° de bijstand van de politie vragen;3° op grond van ernstige aanwijzingen voor een overtreding, elke doorzoeking, elke controle en elk onderzoek verrichten en elke inlichting vergaren die ze noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet en diens uitvoeringsbepalingen worden nageleefd, en meer bepaald : a.elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nodig is voor het uitoefenen van het toezicht en van die verhoren processen-verbaal op te stellen die tot het bewijs van het tegendeel bewijskracht hebben; b. zich ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen. De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in het eerste lid hebben de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie. Zij zijn ertoe gehouden eed af te leggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats. § 2. In geval van overtreding van dit Boek kunnen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 : 1° voor elke overtreder een termijn vastleggen om zich met de wet in overeenstemming te brengen;die termijn kan slechts eenmalig verlengd worden; het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de procureur des Konings in over de getroffen schikkingen; bij verstrijken van de termijn of, al naar gelang van het geval, bij verlenging ervan stelt de ambtenaar of het personeelslid verslag op; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt het bij ter post aangetekend schrijven binnen de tien dagen aan de overtreder en aan de procureur des Konings over; 2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft;het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt dat proces-verbaal bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de procureur des Konings en aan de overtreder over binnen de tien dagen volgend op de datum waarop het opgesteld is of na verstrijken van de termijn bedoeld onder punt 1°.

Een afschrift ervan wordt in dezelfde termijn gericht aan de burgemeester van de gemeente waar het betrokken goed gelegen is en, bij ter post aangetekend schrijven, aan diens eigenaar en aan de vergunninghouder, gericht.

Art. 191.BWR - De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in artikel 190.D worden door de Minister aangewezen onder de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+ en 2 van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. HOOFDSTUK II. - Administratieve geldboeten

Art. 192.D - § 1. In geval van overtreding van de artikelen 119.D, 122.D, 142.D, 188.D of van de bepalingen ter uitvoering van die artikelen loopt de overtreder een administratieve geldboete op waarvan het bedrag 125 euro niet mag overschrijden.

In geval van overtreding van de artikelen 110.D, 130.D, eerste lid, 134.D, tweede lid of van de bepalingen ter uitvoering van die artikelen, evenals in geval van smaad of ernstige bedreiging aan gemachtigde personeelsleden of in geval van weigering of vrijwillige verhindering van het inspectierecht bepaald in artikel 190 loopt de overtreder een administratieve geldboete op waarvan het bedrag 25.000 euro niet mag overschrijden.

De overtreder is aansprakelijk voor het beheer van de toeristische bezienswaardigheid behalve indien hij aantoont dat hij geen enkele fout begaan heeft omdat hij alle maatregelen getroffen heeft die hij bij machte was te treffen om te voorkomen dat het materiële bestanddeel van de overtreding werkelijkheid wordt.

In afwijking van vorig lid kan bij smaad of ernstige bedreiging enkel de dader vervolgd worden. § 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het Openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.

De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. § 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het Openbaar ministerie binnen de vijftien dagen na opstellen ervan.

Het Openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen. § 4. Indien het Openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.

De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd.

Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder bij ter post aangetekend schrijven, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de regering.

De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.

De betaling van de boete beëindigt het optreden van het bestuur. § 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van een afschrift van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.

De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. § 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag. § 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen de drie jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.

De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.

De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit de verjaring. Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn. § 8. De Regering kan de wijze van inning van de boete bepalen. HOOFDSTUK III. - Strafrechtelijke sancties

Art. 193.D - Bestraft wordt met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen en een geldboete van 1 tot 25 euro of met slechts één van die straffen degene die de artikelen 119.D, 122.D, 142.D, 188.D of de bepalingen getroffen ter uitvoering van die artikelen overtreedt.

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op die overtredingen.

Art. 194.D - Bestraft wordt met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en een geldboete van 26 tot 5.000 euro, of met slechts één van die straffen degene die de artikelen 110.D, 130.D, eerste lid, 134.D, tweede lid, of de bepalingen getroffen ter uitvoering van die artikelen overtreedt, evenals in geval van smaad of ernstige bedreiging ten opzichte van de gemachtigde personeelsleden of in geval van weigering of vrijwillige verhindering van de uitoefening van het inspectierecht bepaald in artikel 190.D. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op die overtredingen.

Art. 195.D - De overtreder is aansprakelijk voor het beheer van de toeristische bezienswaardigheid behalve indien laatstgenoemde aantoont dat hij geen enkele fout begaan heeft omdat hij alle maatregelen getroffen heeft die hij bij machte was te nemen om te voorkomen dat het materiële bestanddeel van de overtreding werkelijkheid wordt.

In afwijking van vorig lid kan bij smaad of ernstige bedreiging enkel de dader vervolgd worden.

Art. 196.D - § 1. Naast de boeten bepaald in de artikelen 193.D en 194.D beveelt de rechter op verzoek van het Commissariaat-generaal voor Toerisme de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in oorspronkelijke staat.

De rechter kan bevelen dat de veroordeelde op straffe van een dwangsom binnen de acht dagen volgend op de dag waarop het vonnis definitief is geworden een zekerheid ten voordele van het Waalse Gewest stelt waarvan het bedrag gelijk is aan de geraamde kost van de bevolen maatregelen.

Die zekerheid bestaat uit een neerlegging bij de Deposito- en Consignatiekas of uit een onafhankelijke bankwaarborg uitgegeven door een erkende kredietinstelling ofwel bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ofwel bij een overheid van een lidstaat van de Europese Unie die gemachtigd is om de kredietinstellingen te controleren.

Onverminderd de toepassing van hoofdstuk XXIII van boek IV van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek beveelt de rechter dat, indien de plaats niet in oorspronkelijke staat is hersteld binnen de voorgeschreven termijn, het Commissariaat-generaal voor Toerisme van ambtswege in de tenuitvoerlegging ervan kan voorzien en de kosten ervan terug kan vorderen indien de werken zijn uitgevoerd op grond van een gewone staat opgesteld door de regering. Die staat is uitvoerbaar. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan voor de politie- of correctionele rechtbank treden om naast de boeten bepaald in de artikelen 193.D en 194.D de veroordeling tot staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.

Het kan eveneens voor de burgerlijke rechtbank treden om de veroordeling tot de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.

TITEL 7 B Overgangs- en slotbepalingen

Art. 197.D - De toeristische bezienswaardigheden die op 1 juni 2007 uitgebaat worden onder die benaming of elk ander woord, vertaling of schrijfwijze die aanleiding zou kunnen geven tot verwarring dienen binnen de zes maanden volgend op die inwerkingtreding een vergunningsaanvraag in bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme overeenkomstig artikel 114.D. In afwijking van artikel 110.D kunnen de toeristische bezienswaardigheden die zich geschikt hebben naar vorig lid die benaming verder blijven gebruiken totdat over hun aanvraag is beslist.

In afwijking van artikel 116.D richt het Commissariaat-generaal voor Toerise het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, eerste of tweede lid, van dit artikel aan de aanvrager binnen een termijn van zestig dagen.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag bedoeld in het eerste lid door zich te schikken naar artikel 111.D en geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van zes maanden te rekenen van het bericht van ontvangst bedoeld in vorig lid in afwijking van artikel 117.D, eerste en tweede lid.

Art. 198.BWR B De bepalingen van dit Boek treden in werking op 1 juni 2007.

BOEK III. - TOERISTISCHE LOGIESVERSTREKKENDE INRICHTINGEN TITEL 1. - Publicatie van toeristische brochures

Art. 199.D - Op vraag van het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn de houders van een krachtens dit boek afgeleverde vergunning en de verenigingen voor sociaal toerisme ertoe verplicht hem binnen de dertig dagen na ontvangst van zijn verzoek de gegevens te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de publicatie van brochures ter bevordering van de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. De aard van die gegevens wordt door de Regering bepaald.

Indien er geen antwoord volgt binnen de termijn bepaald in het eerste lid, hernieuwt het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn verzoek bij ter post aangetekend schrijven.

De krachtens dit Boek afgeleverde vergunning en erkenning kunnen ingetrokken worden indien de vergunninghouder of de vereniging voor sociaal toerisme tijdens twee jaar na elkaar geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek om inlichtingen. Er wordt beslist overeenkomstig de procedure bepaald bij de artikelen 217.D tot 221.D voor een vergunning en bij de artikelen 320.D tot 324.D voor een erkenning. Het beroep tegen die beslissing gebeurt volgens de voorwaarden en de procedure die respectievelijk in de artikelen 228.D tot 293.D en 325.D tot 330.D worden vastgesteld.

Art. 200.BWR - de houders van een vergunning en de verenigingen voor sociaal toerisme worden ertoe verplicht om het Commissariaat-generaal voor Toerisme alle inlichtingen te verschaffen overeenkomstig artikel 199.D betreffende respectivelijk : 1° de toegelaten uitrusting van de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen en van hun centra voor sociaal toerisme;2° de basiscapaciteit en de maximale capaciteit van hun toeristische logiesverstrekkende inrichting en van hun centra voor sociaal toerisme;3° de voorgestelde dienstverlening;4° de toegepaste tarieven;5° in voorkomend geval, hun « gastentafel » en de presentatie van hun streekaanbod.

Art. 201.BWR - Op grond van de krachtens artikel 200.BWR ingewonnen inlichtingen publiceert het Commissariaat-generaal voor Toerisme jaarlijks een officiële brochure van het hotelwezen, een officiële brochure van het streekgebonden toerisme, een officiële brochure van de gemeubileerde vakantiewoningen, een officiële brochure van de toeristische kampeerterreinen, een officiële brochure van de centra voor sociaal toerisme en een officiële brochure van de vakantiedorpen.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan evenwel verschillende soorten toeristische logiesverstrekkende inrichtingen in één en dezelfde brochure bundelen.

Indien de inlichtingen bedoeld in artikel 200.BWR niet tijdig zijn verstrekt, wordt de toeristische logiesverstrekkende inrichting enkel met naam en adres in de brochure vermeld.

TITEL 2. - Hotelbedrijven, streekgebonden toeristisch logies, gemeubileerde vakantiewoningen, toeristische kampeerterreinen, vakantiedorpen en toerismeverblijven HOOFDSTUK I. - Vergunning Afdeling 1. - Beginsel, inhoud en gevolgen van de vergunning

Art. 202.D - Zonder schriftelijke en uitdrukkelijke voorafgaandelijke vergunning mag niemand in het kader van de uitbating van een toeristische logiesverstrekkende inrichting gebruik maken van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 14°, 18°, 19°, 22°, 29°, 32°, 36° en 44°of van een andere term, vertaling of schrijfwijze die voor verwarring zou kunnen zorgen.

De vergunning bedoeld in het eerste lid wordt hierna "de vergunning" genoemd.

Art. 203.D - De vergunning vermeldt : 1o de identiteit van de houder; 2° de identificatie en de ligging van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;3° de benaming die de toeristische logiesverstrekkende inrichting toegewezen wordt; 4o in voorkomend geval, de afwijkingen die toegestaan worden overeenkomstig artikel 222.D, §2; 5o de categorie waarbij de toeristische logiesverstrekkende inrichting is ingedeeld en, in voorkomend geval, de afwijkingen van de indelingscriteria toegestaan overeenkomstig artikel 264.D; 6o de basiscapaciteit en de maximale capaciteit van de toeristische logiesverstrekkende inrichting; 7o in voorkomend geval, de duur van de vergunning.

Daarnaast vermeldt de vergunning betreffende een toeristisch kampeerterrein : 1° behalve voor de kampeerterreinen op een hoeve, de gebieden die bestemd zijn om respectievelijk kampeerders op doortocht, seizoensgebonden en residentiële kampeerders onder te brengen;2° in voorkomend geval, het overstroombare deel van het terrein. Daarnaast wordt in de vergunning voor een vakantiedorp diens omtrek aangegeven en, bijgaand, de lijst van de verblijfseenheden.

Art. 204.D - De vergunning kan in de tijd beperkt zijn.

Art. 205.D - De vergunning geldt enkel voor de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen waarvoor hij is afgeleverd en voor de vergunninghouder aan wie hij is afgeleverd. Afdeling 2. - Vergunningsprocedure

Art. 206.D - De vergunningsaanvraag wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Daarin wordt de benaming die de aanvrager wenst te gebruiken, aangegeven.

De vergunningsaanvraag kan ook een aanvraag bevatten tot afwijking van de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning en voor het gebruik van de benaming bedoeld in artikel 222.D, § 1, leden 1° en 2° of van de indelingscriteria bedoeld in artikel 262.D. De Regering stelt de inhoud van de vergunningsaanvraag vast en kan het aantal exemplaren van het dossier waaruit die aanvraag dient te bestaan, aangeven. Hij bepaalt de vorm van de aanvraag.

Art. 207.BWR -De vergunningsaanvraag wordt overgemaakt door middel van het formulier afgegeven door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Daarbij gaan volgende documenten : 1° een korte uiteenzetting waarin de hoofdkenmerken van de toeristische logiesverstrekkende inrichting opgegeven worden, opgemaakt door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme; 2° in geval van toepassing van artikel 332.D, een afschrift van het brandveiligheidsattest; 3° in geval van toepassing van artikel 347.D, een afschrift van het vereenvoudigd controleattest; 4° in voorkomend geval, een afschrift van de vereiste administratieve vergunningen, die definitief geworden moeten zijn;5° een uittreksel van het strafregister, bestemd voor een overheidsbestuur en afgeleverd sinds minder dan drie maanden op naam van de verzoeker en, voor de hotelbedrijven, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristisch kampeerterreinen en de vakantiehuizen, van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting en voor de vakantiedorpen, van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vertegenwoordigende instantie;6° voor de hotelbedrijven, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen en de toeristische huizen die bedreven worden door een handelsmaatschappij, een afschrift van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de akte tot oprichting van de maatschappij en diens eventuele wijzigingen en voor de vakantiedorpen, een afschrift van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de akte tot oprichting van de vertegenwoordigende instantie en diens eventuele wijzigingen; 7° voor de toeristische kampeerterreinen, de kampeerterreinen op een hoeve uitgezonderd, een nauwkeurige plattegrond op schaal 1/500e of 1/1 000e waarop de inrichting, de uitrusting van het terrein, de verschillende stroken bedoeld in artikel 203.D, tweede lid, 1°, evenals het aantal plaatsen per strook en waaruit opgemaakt kan worden dat de voorwaarden van de artikelen 245.BWR tot 250.BWR nageleefd worden, evenals een uittreksel uit de kadastrale legger waarop de belendingen van de betrokken percelen vermeld zijn; 8° voor de kampeerterreinen op een hoeve, een op schaal opgemaakte plattegrond waaruit opgemaakt kan worden dat de voorwaarden van de artikelen 250 en 252 nageleefd worden, evenals een uittreksel uit de kadastrale legger waarop de belendingen van de betrokken percelen vermeld zijn; 9° voor de vakantiedorpen, een plattegrond opgemaakt door een landmeter of een architect, op schaal 1/1 000e, waarop de omtrek ervan afgebakend wordt en de plaatsen van de verschillende verblijven en andere gebouwen worden gesitueerd, en waaruit de inrichtingen en de uitrustingen ervan blijken en waaruit kan worden opgemaakt dat de voorwaarden van de artikelen 254.BWR tot 260.BWR worden nageleefd; 10° indien artikel 206.D, lid 3, van toepassing is, alle documenten en inlichtingen die de toekenning van de aangevraagde afwijking mogelijk zouden maken.

De Minister kan de gegevens bedoeld in de opsomming van het vorige lid nader bepalen.

Art. 208.D - § 1. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven.

Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Indien het toekennen van een afwijking bedoeld in artikel 222.D, tweede lid, op eigen initiatief gebeurt of indien de aanvrager in zijn vergunningsaanvraag een afwijking als bedoeld in artikel 206.D, derde lid, heeft aangevraagd, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies aan de voorzitter van het technische comité bevoegd volgens de betrokken toeristische logiesverstrekkende inrichting, hierna genoemd het « bevoegd technisch comité », en terzelfdertijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.

Het bevoegd technisch comité brengt een met redenen omkleed verslag uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter wordt overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Art. 209.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 208.D, §1, tweede lid.

Die termijn wordt op vier maanden gebracht in de veronderstelling bedoeld in artikel 208.D, §2, eerste lid.

De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven aan de verzoeker betekend. Tegelijk wordt ze aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische logiesverstrekkende inrichting gevestigd is, gericht. Bij elke vergadering van het bevoegd technisch comité geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht van de beslissingen tot toekenning dan wel intrekking van vergunningen.

Indien de kennisgeving aan de aanvrager binnen de al naar gelang in het eerste of het tweede lid bepaalde termijn uitblijft, staat dat gelijk met een beslissing tot weigering.

Art. 210.D - § 1. Bij afstand van een toeristische logiesverstrekkende inrichting dient de overnemer binnen drie maanden te rekenen van de afstand een vergunningsaanvraag in. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in artikelen 206.D tot en met 209.D. § 2. Bij overlijden van de vergunninghouder dient de overnemer een vergunningsaanvraag in binnen de zes maanden te rekenen van het overlijden. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in artikelen 206 tot en met 209.

In afwijking van het eerste lid bestaat de aanvraag, indien de uitbating overgenomen wordt door de samenwonende, een bloedverwant in opgaande dan wel nederdalende lijn in de eerste graad, uit een uittreksel van het strafregister en behoeve van een overheidsbestuur en die aan de aanvrager is afgeleverd sinds minder dan drie maanden.

Dat bewijs wordt binnen zes maanden na het overlijden gericht aan het Commissariaat-general voor Toerisme, bij ter post aangetekend schrijven. Binnen de dertig dagen na ontvangst ervan beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de vergunningsaanvraag en geeft er kennis van aan de aanvrager. Indien de kennisgeving aan de aanvrager binnen die termijn uitblijft, staat dat gelijk met een beslissing tot afleveren van de vergunning. § 3. In afwijking van de artikelen 202.D en 205.D kan de benaming in de gevallen bepaald in paragrafen 1 en 2 gebruikt blijven worden tot en met de kennisgeving van de komende beslissing of het verstrijken van de termijn van dertig dagen bepaald in paragraaf 2, tweede lid, voor zover de aanvraag binnen de vastgestelde termijn is ingediend.

Art. 211.D - Binnen de drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van het hotelbedrijf, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein, het vakantiedorp of het toerismeverblijf laat de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur geworden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en die op naam van de vervanger is afgeleverd sinds minder dan drie maanden.

Art. 212.D - De vergunning wordt aangeplakt op door de Regering bepaalde wijze.

Art. 213.BWR - De vergunning wordt in de betrokken toeristische logiesverstrekkende inrichting op zichtbare wijze aangeplakt.

Art. 214.D - De vergunninghouder meldt aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die van invloed zouden kunnen zijn op de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning, bij ter post aangetekend schrijven binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging.

Art. 215.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde vragen dat een nieuw uittreksel van het strafregister ten behoeve van een overheidsbestuur overgemaakt wordt en dat sinds minder dan drie maanden aan de vergunninghouder of aan de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting is afgeleverd.

Dat verzoek geschiedt minstens vijfjaarlijks. Afdeling 3. - Intrekking van de vergunning

Art. 216.D - De vergunning kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken : 1° indien de voorschriften van dit Boek niet worden nageleefd;2° indien de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein, het vakantiedorp of het toerismeverblijf veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden en die in België voor een inbreuk omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek of in het buitenland wegens een feit dat gelijkaardig is aan feit dat één van die overtredingen vormt, is uitgesproken, behalve indien de tenuitvoerlegging van de straf is opgeschort en de veroordeelde het voordeel van de opschorting niet verloren heeft;3° indien de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks bestuur van het hotelbedrijf, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein, het vakantiedorp of het toerismeverblijf veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden wegens een overtreding van de bepalingen van dit Boek; 4° wat betreft de vakantiedorpen, indien bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bezwaar aanhangig is gemaakt op grond van artikel 311.D en indien dat bezwaar ontvankelijk en gegrond is geacht.

Art. 217.D - Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een vergunning, licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme diens houder bij ter post aangetekend schrijven in over de grond voor de vooropgestelde intrekking.

De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden.

In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De verzoeker wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 218.D - Binnen de tien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de vergunninghouder of nadat laatstgenoemde is gehoord of bij uitblijven van reactie zijnerzijds binnen de opgelegde termijn, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verzoek om adviesverlening aan de voorzitter van het bevoegd technisch comité.

Een afschrift van de briefwisseling bedoeld in artikel 217.D, eerste en tweede lid, en, in voorkomend geval, van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de houder medegedeeld stuk worden bijgevoegd.

Art. 219.D - Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om adviesverlening brengt het bevoegd technisch comité een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de houder. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Art. 220.D - Van de beslissing tot intrekking wordt aan de vergunninghouder kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven (met ontvangbewijs).

Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het bevoegd technisch comité schaart, geeft het er de redenen voor op.

De beslissing wordt gelijktijdig medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichting gelegen is en aan de voorzitter van het bevoegd technisch comité.

Art. 221.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen en licht de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven over in.

Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 217.D, eerste lid. Indien die termijn wordt overschreden, wordt de procedure tot intrekking van de vergunning als onbestaand beschouwd. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor de toekenning van de vergunning en het gebruik van een benaming Afdeling 1. - Algemeen

Art. 222.D - § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 224.D, 228.D tot 232.D, 244.D en 253.D worden in het kader van de uitbating van een toeristische logiesverstrekkende inrichting de toekenning van de vergunning en het gebruik van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 11°, 15°, 16°, 19°, 26°, 29°, 33° et 41°, of van een andere term, vertaling of schrijfwijze die voor verwarring zou kunnen zorgen, ondergeschikt gemaakt aan de naleving van de voorwaarden door de Regering bepaald.

Die kunnen betrekking hebben op : 1° de kenmerken van het gebouw en diens naaste omgeving of van het toeristisch kampeerterrein zoals meer bepaald hun ruimte-indeling, hun uitrusting of de kenmerken van de verblijfseenheden, hun naaste omgeving en de uitrustingen die in de omtrek van het vakantiedorp gelegen zijn;2° de basiscapaciteit en de maximale capaciteit;3° de staat van onderhoud, gezondheid en schoonheid, het comfort en de veiligheid van het gebouw en diens naaste omgeving of van het toeristisch kampeerterrein of de verblijfseenheden, hun naaste omgeving en de uitrustingen die in de omtrek van het vakantiedorp gelegen zijn;4° de zedelijkheid van de vergunningsaanvrager, de houder ervan of van het persoon die verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;5° het voor elke bewoning te ondertekenen contract;6° de ontvangst die de toeristen voorbehouden wordt;7° de identificatie van de ligging van de toeristische logiesverstrekkende inrichting. Naast wat in vorig lid is bepaald, kunnen die voorwaarden eveneens betrekking hebben op : 1° de minimumtijd van de terbeschikkingstelling van het streekgebonden toeristisch logies, het gemeubileerd vakantieverblijf en de verblijfseenheid;2° de eerbiediging van de rust van de buurt voor inrichtingen met een groot onderkomen;3° het voedsel en de dienstverlening voor wat betreft de gasttafels;4° wat betreft de toeristische kampeerterreinen, de perceelindelingen, de technische uitrusting van de percelen, de bestemming van de percelen, het soort toegelaten verblijf, de maximumoppervlakte van de verblijven in verhouding tot de afmetingen van de percelen, het verkeer op het terrein en de dwingende voorwaarden opgelegd wegens het bestaan van een overstroombaar grondstuk. §2. Bij wijze van uitzondering kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme of, na een beroep, de Regering de houders of de toekomstige houders van de vergunning afwijkingen toestaan van de voorwaarden opgelegd overeenkomstig punten 1° en 2 van het eerste lid van de vorige paragraaf, om rekening te houden met specifieke of regionale situaties. De Regering kan het aantal voorwaarden waarvan een afwijking kan worden toegestaan, verder inperken.

Art. 223.D - De duur van het verblijf in toeristische logiesverstrekkende inrichtingen mag niet minder bedragen dan één nacht. Afdeling 2. Hotelbedrijven

Art. 224.D - Het hotelbedrijf beantwoordt aan volgende voorwaarden tegelijk : 1° het verzorgt hoofdzakelijk de verblijven van individuele klanten op doortocht;2° de kamers worden dagelijks onderhouden;3° de klanten hebben geen toegang tot de lokalen waar de maaltijden bereid worden.

Art. 225.BWR - Elk hotelbedrijf moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° het gebouw waarin voor de ontvangst gezorgd wordt, dient minimaal zes kamers te tellen die uitsluitend voorbehouden zijn voor het cliënteel.Dat aantal wordt op tien gebracht in de steden met meer dan 150 000 inwoners; 2° het dient te voldoen aan de minimumvoorwaarden van categorie 1, opgenomen in bijlage 7;3° de installatie dient in het geheel in een goede algemene staat van onderhoud te verkeren;4° het personeel moet correct gekleed zijn;5° het bijgebouw, indien bestaand, dient aan dezelfde voorwaarden te voldoen als het hoofdgebouw, de voorwaarde onder 1° uitgezonderd. Enkel voor de voorwaarden opgenomen onder 1° en 2° van vorig lid kan daarvan afgeweken worden.

Art. 226.BWR - Naast de voorwaarden bepaald in artikel 225.BWR dient elk hotelbedrijf dat onder de benaming "motel" bedreven wordt of onder elke andere benaming die aan laatstgenoemde benaming zou kunnen herinneren, te voldoen aan volgende voorwaarden : 1° opgetrokken zijn buiten de agglomeraties in de zin van artikel 2.12 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer; 2° rechtstreeks toegankelijk zijn vanaf een weg die openstaat voor het verkeer van motorvoertuigen;3° de klanten de mogelijkheid bieden om hun maaltijden te nuttigen in een restaurant dat geheel deel uitmaakt van het hotelbedrijf of dat zich er in de onmiddellijke ligging van bevindt, zonder dat zij daartoe verplicht zouden zijn;4° de klanten de mogelijkheid bieden om hun voertuig te parkeren op een privé-plaats die geheel deel uitmaakt van het hotelbedrijf. Enkel voor de voorwaarden opgenomen onder 3° en 4° van vorig lid kan daarvan afgeweken worden.

Art. 227.BWR - het hotelbedrijf maakt zich bekend door een specifieke naam die duidelijk vermeld wordt. Afdeling 3. - Streekgebonden toeristische logies en gemeubileerde

vakantiewoningen

Art. 228.D - Enkel natuurlijke personen kunnen houder zijn van een vergunning voor het aanbieden van streekgebonden toeristisch logies.

Een houder en diens samenwonende kunnen niet meer dan vijf landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad of vakantiewoningen op de hoeve als streekgebonden toeristisch logies te huur aanbieden.

Een houder en diens samenwonende kunnen niet meer dan vijf gastenkamers of gastenkamers op de hoeve te huur aanbieden.

Art. 229.D - In het streekgebonden toeristisch logies wordt de toerist ontvangen door de vergunninghouder.

Art. 230.D - In landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad of vakantiewoningen op de hoeve worden geen maaltijden aangeboden.

Art. 231.D - De houder van een vergunning voor een vakantiewoning op de hoeve of een gastenkamer op de hoeve dient landbouwuitbater of bloedverwant tot in de derde graad zijn.

Art. 232.D - De toerist die in een gastenkamer ontvangen wordt, moet het ontbijt kunnen nemen en deelnemen aan het gezinsleven in de woning bedoeld in artikel 1, 18°, d.

De toerist die in een gastenkamer op de hoeve ontvangen wordt, moet het ontbijt kunnen nemen in het landbouwbedrijf bedoeld in artikel 1.D, 15°, d.

Art. 233.BWR - He streekgebonden toeristisch logies en de gemeubileerde vakantiewonigen voldoen aan de respectievelijke minimumvoorwaarden van de categorie-indeling van categorie 1 opgenomen in bijlage 8.

Elke woonruimte dient zo geconcipieerd en uitgerust te zijn dat de functie die aan die ruimte is toegekend, er weldegelijk uitgeoefend kan worden.

Art. 234.BWR - In één en hetzelfde gebouw mogen vergunde toeristische logiesverstrekkende inrichtingen en kamers die als woning verhuurd worden voor minder dan tien maanden en waarvoor geen enkele vergunning is toegekend, niet naast elkaar bestaan.

Art. 235.- BWR - De gastenkamer is in één of meerdere woonruimten van de woning van de houder gelegen. Er is minstens toegang tot één woonruimte voor de toeristen om er het ontbijt te nuttigen en deel te nemen aan het gezinsleven. De voor toeristen toegankelijke ruimtes dienen er verzorgd uit te zien en zich in een perfecte staat van schoonheid en hygiëne te bevinden.

Art. 236.BWR - Het streekgebonden toeristisch logies en de gemeubileerde vakantiewoning worden aan de hand van een nummer of een specifieke naam, op zichtbare wijze aangebracht, geïdentificeerd.

Art. 237.AGW - Grote onderkomens zijn uitgerust met buitenruimtes voor privé-parkeergelegenheid en ontspanning die aangepast zijn aan de maximumcapaciteit van de toeristische logiesverstrekkende inrichting zonder lager te mogen zijn dan één are per tien bedden. Daarnaast voldoet hij aan één van beide volgende criteria : 1° ofwel hij is gelegen buiten een bewoonde kern op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert;2° de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks beheer van de toeristische logiesverstrekkende inrichting of bij gebrek een behoorlijk gemandateerde verantwoordelijke verblijft permanent ter plaatse of in de onmiddellijke nabijheid.Hij waakt erover dat het huurcontract goed wordt toegepast en dat de rust van de omwonenden strikt wordt nageleefd.

De vergunninghouder zorgt ervoor dat de bewoners van zijn toeristische logiesverstrekkende inrichting de omwoners en hun normale rust eerbiedigen.

Indien de betrokken burgemeester bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme tussenbeide moet komen omdat de bewoners van de toeristische logiesverstrekkende inrichting de rust van de omwonenden verstoren, licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme de burgemeester in over het gevolg dat gegeven is aan diens tussenkomst binnen de drie maanden na ontvangst ervan.

Art. 238.BWR - Het streekgebonden toeristisch logies of de gemeubileerde vakantiewoning worden tijdens een minimumduur van jaarlijks vier maanden, waaronder minstens een periode van één maand tussen februari en mei, een periode van twee maanden tussen juni en september en een periode van één maand tussen oktober en januari, ter beschikking van de toeristen gesteld.

Art. 239.BWR - Voor de landelijke vakantiewoningen, de vakantiewoningen in de stad, de vakantiewoningen op de hoeve en de gemeubileerde vakantiewoningen wordt er in het voor elke bewoning ondertekende contract minstens melding gemaakt van : 1° de wezenlijke kenmerken van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;2° de identificatie van de woning door middel van ofwel de huurcode, ofwel het officiële vergunningsnummer, ofwel de naam en het nummer dat door de houder aan diens toeristische logiesverstrekkende inrichting is toegewezen;3° de basiscapaciteit en de maximale capaciteit, evenals de categorie-indeling van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;4° de huurprijs en de gedetailleerde opgaven van de huurlasten, met inbegrip van de toeristenbelasting per overnachting, de kostprijs en de berekeningswijze ervan;5° de voorwaarden voor de bewoning ervan en het eventuele waarborgbedrag;6° de duur van de bewoning;7° voor de grote onderkomens, de voorwaarden waaronder het respect voor en de rust van de omwonenden worden gewaarborgd.

Art. 240.BWR - De houder van een vergunning voor streekgebonden toeristisch logies, een persoon die onder hetzelfde dak leeft of occasioneel een familielid geven de toeristen de best mogelijke ontvangst, stellen alles in het werk om hun verblijf makkelijk te maken en hen te helpen bij het zoeken naar toeristische informatie. De ontvangst wordt ter plaatse aangeboden aan het begin van het verblijf.

Art. 241.BWR - Binnen- en buitenkant van de toeristische logiesverstrekkende inrichting dienen er verzorgd uit te zien en in een perfecte staat van schoonheid en hygiëne te verkeren. Vóór de inrichting verhuurd wordt, dient zij volledig schoon te worden gemaakt en te worden verlucht. Afdeling 4. - Gastentafels en presentatie van het streekaanbod.

Art. 242.BWR - De gastentafel stelt geen spijskaart voor maar enkel een dagmenu of dagschotel.

De gastentafel is eenvoudig maar verzorgd.

De Minister kan andere technische voorwaarden vastleggen.

Art. 243.BWR - De presentatie van het streekaanbod gebeurt in een gebouw dat minstens één streekgebonden toeristisch logies bevat, in één van de voor de logerende toeristen vrij toegankelijke ruimtes.

Die presentatie is verzorgd en de producten worden regelmatig vervangen.

De Minister kan andere technische voorwaarden vastleggen. Afdeling 5. B Toeristische kampeerterreinen

Art. 244.D - De niet-verplaatsbare verblijven die bijkomend op een toeristisch kampeerterrein geplaatst worden, dienen de eigendom van de vergunninghouder of van de eigenaar van het toeristische kampeerterrein te blijven.

Art. 245.BWR - Elk toeristisch kampeerterrein dient te voldoen aan de minimumvoorwaarden van de categorie-indeling van categorie 1, opgenomen in bijlage 9, en moet de vereiste administratieve vergunningen hebben gekregen.

Art. 246.BWR - Om aan de gezondheidsvoorwaarden te voldoen, dient het toeristisch kampeerterrein te voldoen aan volgende voorwaarden : 1° het moet op een gezonde plaats gelegen zijn;2° indien het zich langs een waterloop bevindt, moet er een strook zonder enige installatie met een minimumbreedte van acht meter, berekend vanaf de gewoonlijke oever van die waterloop, voorhanden zijn;de breedte van die strook mag evenwel naar vijftien meter worden uitgebreid indien die verbreding verantwoord is door de geografische kenmerken van het terrein.

Art. 247.BWR - Om aan de uitrustingsvoorwaarden van de plaats, van het terrein te beantwoorden, dient het toeristisch kampeerterrein voorzien te zijn van : 1° een systeem voor de bevoorrading met drinkwater dat aan de volgende voorwaarden beantwoordt : a) zo opgevat zijn dat het verdeelde water niet verontreinigd kan worden;b) een dagelijks minimumwaterdebiet van honderd liter per standplaats waarborgen en per geheel van vijfentwintig standplaatsen of een breukdeel daarvan minstens één tappunt in hard materiaal bevatten waar de lozing van afvalwater mogelijk is;c) het gebruik van niet-drinkbaar water is enkel toegestaan voor de werking van de douche- en toiletinstallaties en daar dient op zeer zichtbare wijze op gewezen te worden;2° een elektrisch systeem voor de verlichting van de installaties waar een collectief gebruik van wordt gemaakt, samen met daarnaast, per geheel van tien standplaatsen of een breukdeel daarvan, een stopcontact dat bij de wastafels geplaatst is.

Art. 248.BWR - Om aan de gezondheidsvoorwaarden te voldoen, dient het toeristisch kampeerterrein te voldoen aan volgende voorwaarden : 1° een gesloten en overdekt gebouw dat speciaal voor de kampeerders is ingericht, waarin het sanitair zich bevindt, met afzonderlijke toegangen en gebouwdelen voor mannen en vrouwen;die installaties moeten minstens bestaan uit : a) een wc met spoeling en een wastafel met wandspiegel en plankje, per geheel van tien standplaatsen of een breukdeel ervan;dit aantal wordt op twintig gebracht voor de standplaatsen die op de waterverdeling of op de riolering aangesloten worden; b) een urinoir met spoeling per geheel van veertig standplaatsen of een breukdeel ervan;c) een douche met lopend warm en koud water per geheel van vijftig standplaatsen of een breukdeel ervan;d) een afvoer voor chemische wc's per sanitair gebouw. Voor de toepassing van de punten a en c bedoeld in vorig lid wordt het minimumaantal wc's, wastafels of douches op twee gebracht indien het totaal aantal standplaatsen respectievelijk tien en vijftig niet overschrijdt. Het aantal sanitaire installaties voor mannen en vrouwen is in gelijke mate opgedeeld. Er wordt geen rekening gehouden met individuele sanitaire uitrustingen; 2° een materiaal voor de inzameling van afval bestaande uit ofwel van een deksel voorziene vuilnisbakken ofwel plastic zakken ofwel gesloten containers, en dat te allen tijde operationeel dient te zijn.

Art. 249.BWR - De standplaatsen en de kampeerverblijven dienen aan volgende voorwaarden te beantwoorden : 1° de standplaatsen voorbehouden voor de tenten dienen een minimumoppervlakte van 50 m2 te bekleden;2° de mobiele kampeerverblijven, terrassen, luifel en voortent in zeil inbegrepen, hebben een grondoppervlakte die maximum een derde van de oppervlakte van de standplaats bedraagt, terwijl de oppervlakte van het mobiele kampeerverblijf hoogstens 40 m2 bedraagt;de minimale oppervlakte van een standplaats voor een rijcaravan is minimum 80 m5 en de minimale oppervlakte van een standplaats voor een stacaravan is 100 m5; 3° de niet-verplaatsbare kampeerverblijven, terrassen, luifel en voortent in zeil inbegrepen, hebben een grondoppervlakte die maximum een derde van de oppervlakte van de standplaats bedraagt, terwijl de oppervlakte van het niet-verplaatsbare kampeerverblijf hoogstens 70 m2 bedraagt;4° een terras kan worden toegevoegd bij het mobile kampeerverblijf op de volgende cumulatieve voorwaarden : - onafhankelijk zijn van het mobiele kampeerverblijf; - op de bodem of op een drager waarvan de hoogte kleiner is dan 10 centimeter en dit zonder verankering aangelegd worden; - in perfecte onderhoudstaat gehouden worden; - niet voorzien zijn van allerlei inrichtingen en bouwen; - de mobiliteit van het mobiele kampeerverblijf niet kunnen hinderen; - een enig terrasmodel wordt toegelaten per toeristisch kampeerterrein; 5° de niet-verplaatsbare verblijven uitgezonderd dienen alle bovenvermelde kampeerverblijven uit hun ontwerp en hun bestemming permanent verplaatsbaar te blijven.Dissel en wielen dienen permanent gebruiksklaar te blijven. Zij mogen enkel gestabiliseerd worden met behulp van de poten die de bouwer daarvoor voorzien heeft. Die mogen enkel op een niet aan de grond vastgemaakte sokkel geplaatst worden om te voorkomen dat steunpoten en wielen in de grond zakken.

De sokkel mag niet hoger zijn dan dertig centimeter om het kampeerverblijf makkelijk en snel te kunnen verplaatsen; 6° aanbouwen, of niet-verplaatsbaar of afbreekbaar, zoals terrassen, windschermen, bovenbouw, loggia's, leuningen of enig ander bouwwerk, zijn bij alle kampeerverblijven verboden, luifels of voortenten in zeil en opberghokjes die uitsluitend daartoe bestemd zijn evenwel uitgezonderd, die onafhankelijk zijn van de kampeerverblijven en die aan volgende voorwaarden beantwoorden : a) één enkel model van opberghokje wordt per toeristisch kampeerterrein toegelaten en één enkel opberghokje per standplaats wordt toegelaten;het gebruik ervan is uitsluitend bestemd voor de berging en wordt in een perfecte staat van onderhoud gehouden; b) het opberghokje dient op eenvoudig mondeling verzoek van de personeelsleden en ambtenaren daartoe aangewezen in artikel 251.BWR bezocht te kunnen worden; c) de grondoppervlakte van het opberghokje, met inbegrip van de overhangende daken, beslaat maximum 4 m2 en de hoogte beslaat maximum 2,25 meter;d) het materiaal waaruit dat opberghokje opgetrokken is bestaat ofwel uit donker getint hout, verf uitgesloten, zodat de natuurlijke textuur van het hout zichtbaar blijft, met een donkerkleurig afdak ofwel uit metalen éénkleurige wanden (wit, grijs, donkerbruin of donkergroen, met verbod voor alle andere kleuren), waarbij de bedekking van de metalen opberghokjes dezelfde kleur moeten hebben als de wanden of een donkerder kleur moeten hebben;e) de wanden zijn verticaal en zonder openingen, de toegangsdeur uitgezonderd.Het materiaal waaruit de wanden bestaan dienen uitsluitend uit hout of uit metaal te zijn, al naar gelang het gekozen model; f) het dient een zadeldak te zijn met aan beide kanten dezelfde hellingsgraad tussen 15 en 35 graden, de overhangende delen zijn tot het strikt noodzakelijke beperkt voor de bescherming van de wanden, de eventuele zijplanken zijn recht en zonder versiering, bijkomende dakgoten en regenpijpen zijn verboden;het materiaal van het dak bestaat voor de metalen verblijven ofwel uit metaal van dezelfde kleur als de wanden of van een donkerder kleur, ofwel, voor de houten opberghokjes, uit houtplanken, de houten dakspanen evenals de dakspanen uit vezelcement zonder asbestvezels van een donkere kleur of uit natuurlei, elke andere stof uitgesloten. Per toeristisch kampeerterrein wordt slechts één soort materiaal voor de daken van de opberghokjes toegestaan; g) de hechting aan de grond mag in geen enkel geval zichtbaar zijn op een hoogte van meer dan 10 centimeter;h) het opberghokje mag enkel geplaatst worden op een strook die voorbehouden is voor de stacaravans en mag de verplaatsbaarheid van de kampeerverblijven niet in de weg staan. Het opberghokje mag in geen enkel geval door enig middel opgehoogd worden; indien het een hellend terrein betreft, moet het opberghokje gedeeltelijk in de grond ingegraven worden, het mag niet opgehoogd worden om het hoogteverschil ongedaan te maken.

Wat de plaatsing ervan betreft, dient ervoor te worden gezorgd dat de plaats een harmonisch geheel blijft vormen.

Indien er een toeristisch kampeerterrein opgericht of uitgebreid wordt, worden de opberghokjes in alle geval op de grens van de standplaats ofwel in het verlengde van de caravan waarmee ze verbonden zijn, ofwel in één van de hoeken van de standplaats gevestigd, en de nok van het dak wordt voorzien in de richting van het bodemreliëf.

Bij de opberghokjes mag er geen enkele aanbouw voorzien zijn zoals dierenhokken of bergruimtes voor gasflessen. Op de opberghokjes mogen geen antennes geplaatst worden, zij mogen niet op de waterverdeling worden aangesloten, noch uitgerust worden met verwarmingsmiddelen of andere installaties; 7° op elke standplaats mag slechts één verplaatsbaar verblijf worden geplaatst.De houder kan evenwel de plaatsing van een bijkomende tent op éénzelfde standplaats toestaan op voorwaarde dat de standplaats bezet wordt door gezinsleden van de persoon die de standplaats gehuurd heeft en enkel op standplaatsen die voorbehouden zijn voor kampeerders op doortocht; 8° de op de grond berekende minimumafstand tussen de op verschillende standplaatsen geplaatste kampeerverblijven bedraagt vier meter;9° op éénzelfde toeristisch kampeerterrein dienen de verplaatsbare en de niet-verplaatsbare verblijven gesorteerd te worden in duidelijk gescheiden stroken en het aantal niet-verplaatsbare verblijven mag niet meer bedragen dan 20 % van het totaal aantal standplaatsen van het kampeerterrein.Zij worden uitsluitend voorbehouden voor de verhuur aan kampeerders op doortocht en seizoenskampeerders; 10° op het kampeerterrein dienen alle standplaatsen voor kampeerverblijven materieel afgebakend te zijn en op zichtbare wijze individueel geïdentificeerd te worden aan de hand van een doorlopende en permanente nummering die overeen dient te stemmen met het plan dat bij de toekenning van de vergunning is goedgekeurd;zij mogen enkel omgeven worden met eenvormige omheiningen die de verplaatsbaarheid van de kampeerverblijven niet in de weg staan. In de gemiddelde en hoge voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van het toeristisch kampeerterrein mag er echter geen enkele omheining geplaatst worden; 11° Minstens 20% van het totaalaantal standplaatsen voor kampeerverblijven moeten voor tijdelijke toeristen bestemd worden;12° de vrije standplaatsen, evenals de delen van standplaatsen die niet bezet zijn door kampeerverblijven en eventuele opberghokjes, dienen een grasachtig uitzicht te behouden;13° de treden en trappen met trapleuning voor de toegang tot het verblijf zijn wegneembaar en beperkt door hun afmetingen tot hun strikte functies.Uitzonderlijk kan een verplaatsbare leuning een gemakkelijker toegang voor de mindervaliden mogelijk maken. Zij mogen de verplaatsbaarheid van het kampeerverblijf geenszins in de weg staan; 14° onder geen enkele caravan mogen voorwerpen opgeborgen worden, behalve tijdens de daadwerkelijke duur van het verblijf van de kampeerders, wat bovendien beperkt dient te blijven tot zaken die in een onmiddellijk verband staan met hun verblijf.Enkel zeilen die onmiddellijk verwijderd kunnen worden, mogen als bedekking van de onderkant van het kampeerverblijf dienen.

Art. 250.BWR - § 1. De hoge voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein mag geen residentiële kampeerder ontvangen. Het kan kampeerders op doortocht en, tijdens de periode van 15 maart tot 15 november, seizoensgebonden kampeerders ontvangen.

In de hoge voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein is elke bouw, elke inrichting, elke stacaravan of elke vaste installatie die het lozen van het water zou kunnen hinderen, verboden behalve als laatstgenoemde beschikt over een stedenbouwkundige vergunning.

De gemiddelde en geringe voorkomingsomtrek van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein mag kampeerders op doortocht, seizoenskampeerders of residentiële kampeerders ontvangen.

In de gemiddelde voorkomingsomtrekken van het overstroombare gedeelte van een toeristisch kampeerterrein moeten de volgende bijkomende maatregelen getroffen worden : - de luifel en voortent in zeil en de andere gelijksoortige inrichtingen alsmede de buitenmeubels worden voor de periode tussen 15 november en 15 maart weggenomen; - elke bouw, elke inrichting, elke stacaravan of elke vaste installatie die het lozen van het water zou kunnen hinderen en die gelegen is op minder dan 25 meter van de oever van de waterlopen is verboden behalve als laatstgenoemde beschikt over een stedenbouwkundige vergunning. § 2. De aanvrager of de houder van de vergunning kan evenwel één of meerdere afwijkingen van de in vorige paragraaf bedoelde bepalingen vragen. Dat verzoek om afwijking bewijst dat de schade in geval van overstroming aanzienlijk beperkt wordt door minstens één van de volgende elementen gemotiveerd : - de uitvoering van inrichtingen na het opmaken van de cartografie van het risico op overstromingen en voor zover die inrichtingen in voorkomend geval het voorwerp hebben uitgemaakt van een stedenbouwkundige vergunning; - de verbintenis om inrichtingen uit te voeren die, in voorkomend geval, het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitieve stedenbouwkundige vergunning; - een duidelijke vergissing in de cartografie van het risico op overstromingen.

De aanvragen tot afwijking bedoeld in laastgenoemd lid mag te allen tijde ingediend worden; ze wordt behandeld overeenkomstig de beroepsprocedure bedoeld in artikelen 288.D, lid 3, en 289.D tot 294.BWR. Zodra een dergelijke aanvraag om afwijking volgens de modaliteiten bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bovendien een aanvraag om gemotiveerd advies aan de bevoegde Directie van de Waalse Overheidsdienst volgens het type categorie betrokken waterlopen. Het advies wordt binnen veertig dagen uitgebracht door de betrokken Directie.

Onmiddellijk na ontvangst van dat advies maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme er een afschrift van over aan de aanvrager en aan de Voorzitter van de Beroepscommissie.

Art. 251.AGW - De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in artikel 249.BWR, 6°, b, worden door de Minister aangewezen onder de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 of 3 van het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 252.BWR - In afwijking van de artikelen 245.BWR tot en met 249.BWR dient het kampeerterrein op een hoeve enkel aan volgende voorwaarden te beantwoorden : 1° per landbouwbedrijf mag er slechts één terrein voor het toeristisch kamperen bestemd zijn;2° op dat terrein mogen er niet meer dan vijftien verplaatsbare verblijven en vijfenveertig personen ontvangen worden, behalve tijdens de periode van 10 juli tot en met 16 augustus, waarin die cijfers respectievelijk op twintig en zestig worden gebracht.Die verblijven dienen zich in de onmiddellijke nabijheid van de hoevegebouwen te bevinden, volledig deel uit te maken van een landbouwbedrijf en gevestigd te zijn op een gezond terrein met een minimumoppervlakte van één are per verplaatsbaar verblijf; 3° het terrein dient voorzien te zijn van een systeem voor de bevoorrading met drinkwater en van minstens twee wc's met spoeling en een douche in de hoevegebouwen of in een verblijf dat voor de kampeerders voorbehouden is;4° het terrein kan enkel bezet worden tijdens de periode die aanvangt vijftien dagen vóór Pasen en eindigt jaarlijks op 15 november, evenals tijdens de periode gaande van 15 december tot en met 15 januari van het daarop volgende jaar. Afdeling 6. - De vakantiedorpen en hun verblijfseenheden

Art. 253.D - Enkel een vertegenwoordigende instantie mag een vergunning betreffende een vakantiedorp houden.

Art. 254.BWR - De vakantiedorpen en de verblijfseenheden voldoen aan de respectievelijke minimumvoorwaarden van de categorie-indeling van categorie 1 vermeld in bijlage 10.

De verblijfseenheden zijn uitgerust met een doeltreffende en snelle verwarming.

Elke woonruimte dient zo geconcipieerd en uitgerust te zijn dat de functie die aan die ruimte is toegekend, er weldegelijk uitgeoefend kan worden.

Art. 255.BWR - De vakantiedorpen en de verblijfseenheden worden geïdentificeerd aan de hand van een nummer of een specifieke naam die goed zichtbaar aangebracht wordt.

Art. 256.BWR - De verblijfseenheden zijn uitgerust met buitenruimten voor het privé-parkeren en de ontspanning, aangepast aan hun maximumcapaciteit, zonder lager te zijn dan één are per tien bedden.

Art. 257.BWR - De verblijfseenheid wordt ter beschikking gesteld van de toeristen tijdens een minimumduur van jaarlijks zes maanden tussen 1 april en 31 december.

Art. 258.BWR - Voor de verblijfseenheden vermeldt het contract dat voor elke bezetting ondertekend wordt minstens : 1° de wezenlijke kenmerken van de verblijfseenheid;2° de identificatie van de verblijfseenheid door middel van ofwel de handelscode, ofwel het officiële vergunningsnummer, ofwel de naam, ofwel het nummer dat door de eigenaar is toegekend;3° de basis- en maximumcapaciteit, evenals de categorie-indeling van de verblijfseenheid;4° de huurprijs en de gedetailleerde opgave van de lasten, met inbegrip van de toeristenbelasting per overnachting, de kostprijs ervan en de berekeningswijze ervan;5° de voorwaarden voor de bewoning ervan en het eventuele waarborgbedrag;6° de duur van de bewoning.

Art. 259.BWR - Elk vakantiedorp beschikt in zijn omtrek over een lokaal voor de ontvangst en de informatieverstrekking, parkeerplaatsen en een ruimte voor sport en spel die aan de onderkomenscapaciteit ervan aangepast is.

Art. 260.BWR - De omgeving, de buiteninrichting en de collectieve uitrustingen van de vakantiedorpen en de binnenhuisinrichting van de verblijfseenheden dienen er verzorgd uit te zien, regelmatig onderhouden te zijn en in een perfecte staat van schoonheid en hygiëne te verkeren. Vóór de inrichting verhuurd wordt, dient zij volledig schoon te worden gemaakt en te worden verlucht. Afdeling 7. B Toerismeverblijf

Art. 261.BWR - Elk toerismeverblijf moet de volgende voorwaarden vervullen : - aan de minimale voorschriften overeenkomstig categorie-indeling 1 van de toerismeverblijven, opgenomen in bijlage 28; - de installatie dient in het geheel in een goede algemene staat van onderhoud te verkeren; - het personeel moet correct gekleed zijn; - de bijgebouwen, indien bestaand, moeten aan dezelfde voorwaarden als het hoofdgebouw voldoen; aan de hand van een specifieke naam die op zichtbare wijze is aangebracht geïndentificeerd worden. HOOFDSTUK III. - Indeling en herziening van de indeling in categorieën Afdeling 1. - Beginselen

Onderafdeling 1. - Algemeen

Art. 262.D - De hotelbedrijven, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, de kampeerterreinen op een hoeve en de vakantiedorpen uitgezonderd, dienen te voldoen aan de criteria vastgesteld door de Regering met het oog op hun categorie-indeling.

Die criteria kunnen betrekking hebben op de inrichting, de uitrusting en de concipiëring van de toeristische logiesverstrekkende inrichting, diens naaste omgeving en toegangswegen, evenals op de netheid en het onderhoud van de inrichting en op de dienstverlening, de ontvangst, de voorgestelde activiteiten en vrijetijdsactiviteiten. Daarnaast kunnen die criteria, wat de vakantiedorpen betreft, eveneens betrekking hebben op hun kader en dichtheid.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert een indeling aan die toeristische logiesverstrekkende inrichtingen bij het afleveren van een machtiging om de benaming te gebruiken.

Art. 263.BWR - De normen waaraan de hotelbedrijven, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, de kampeerterreinen op een hoeve de vakantiedorpen en de verblijfseenheden ervan uitgezonderd, dienen te voldoen met het oog op hun categorie-indeling, zijn opgenomen in de bijlagen 7 tot en met 10 en in bijlage 28.

Art. 264.D - Bij wijze van uitzondering kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme een afwijking toestaan van één of meerdere criteria voor de categorie-indeling indien het van mening is dat het hotelbedrijf, het streekgebonden toeristische logies, de gemeubileerde vakantiewoning, de toeristische kampeerterrein, het vakantiedorp, de verblijfseenheid of het toerismeverblijf, rekening houdend met diens bijzondere kenmerken, technisch in de onmogelijkheid verkeert om aan die criteria te voldoen. De Regering kan het aantal criteria die voor een afwijkingsmaatregel in aanmerking komen, beperken.

Art. 265.D - De vergunninghouder meldt het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die de toegewezen categorie-indeling zou kunnen beïnvloeden, bij ter post aangetekend schrijven, binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging.

Onderafdeling 2. B Bijzondere bepalingen voor vakantiedorpen en verblijfseenheden

Art. 266.D - § 1. De verblijfseenheden van een vakantiedorp zijn ertoe verplicht de door de Regering vastgestelde criteria met het oog op hun indeling in categorieën na te leven. Die criteria kunnen betrekking hebben op hun bewoonbare oppervlakte, hun uitrustingen en hun comfort. § 2. Enkel de vertegenwoordigende instantie is ertoe gemachtigd de indeling van een verblijfseenheid bij een categorie en elke afwijking of daarop betrekking hebbend beroep aan te vragen. § 3. De vertegenwoordigende instantie die houder is van een vergunning is ertoe verplicht elke eigenaar van een verblijfseenheid die in de omtrek van het vakantiedorp gelegen is, te vertegenwoordigen in het kader van de procedures bedoeld in vorige paragraaf.

Onderafdeling 3. B Bijzondere bepalingen voor gastenkamers

Art. 267.D - Indien meerdere gastenkamers of gastenkamers op de hoeve in eenzelfde gebouw toegelaten zijn, wordt hen één enkele en enige categorie-indeling toegekend.

Elke kamer dient de criteria noodzakelijk voor de toegewezen categorie-indeling na te leven.

De categorie-indeling van de gastenhuizen en gastenhuizen op de hoeve wordt op dezelfde wijze verricht.

Onderdeling 4. - Schilden

Art. 268.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert aan de vergunninghouder een schild af dat overeenstemt met de toegewezen benaming en categorie-indeling. Dat schild blijft eigendom van het Waalse Gewest. De Regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan.

Niemand kan van het schild of elke andere tekening of elk ander teken dat naar een categorie-indeling verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over de daarop betrekking hebbende vergunning.

Art. 269.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert aan de vertegenwoordigende instantie een schild voor het vakantiedorp en voor elke verblijfseenheid af dat overeenstemt met de toegewezen benaming en categorie-indeling. Dat schild blijft eigendom van het Waalse Gewest. De Regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan.

Niemand kan van het schild of elke andere tekening of elk ander teken dat naar een categorie-indeling verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over de daarop betrekking hebbende vergunning.

Art. 270.BWR - Het schild vermeldt de toegelaten benaming en de categorie waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichting ingedeeld wordt. Hij moet op zichtbare wijze op de toeristische logiesverstrekkende inrichting en bij de hoofdingang aangeplakt worden.

Voor de gastenkamers, de gastenkamers op de hoeve, de gastenhuizen en de gastenhuizen op de hoeve wordt er een bijkomend schild aangebracht boven de toegangsdeur van elke vergunde kamer.

Onverminderd het tweede lid wordt er, indien er in een gebouw verschillende logiesverstrekkende inrichtingen zijn ondergebracht die voor dezelfde benaming en een identieke categorie-indeling in aanmerking komen, één enkel schild in de nabijheid van de hoofdtoegang aangebracht.

Het schild dat voor elke verblijfseenheid van een vakantiedorp afgeleverd wordt, vermeldt de categorie-indeling. Hij moet op zichtbare wijze op de verblijfseenheid en bij de hoofdingang ervan aangeplakt worden.

Art. 271.BWR - De Minister bepaalt het model van het schild bedoeld in artikel 268.D en 269.D.

Art. 272.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11°, overgenomen in bijlage 11.

Art. 273.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 15°, a, b en c, overgenomen in bijlage 12.

Art. 274.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1, 15°, d, e, f en g, overgenomen in bijlage 13 en 13 bis.

Art. 275.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 16°, overgenomen in bijlage 14.

Art. 276.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 26° en 29°, overgenomen in bijlage15° en 15 bis.

Art. 277.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 33°, overgenomen in bijlage 16.

Art. 278.MB - Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 34°, overgenomen in bijlage 17.

Art. 279.BWR - Het schild wordt teruggegeven binnen de dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing tot intrekking van de vergunning of tot herziening van de indeling, of in geval van beroep, van zijn bevestiging.

Indien men vrijwillig van het gebruik van de benaming afziet, wordt daar bij ter post aangetekend schrijven kennis van gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het schild wordt erbij gevoegd. Afdeling 2. - Verzoek om herziening van de categorie-indeling

Art. 280.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme herziet de categorie-indeling van een hotelbedrijf, een streekgebonden toeristisch logies, een gemeubileerde vakantiewoning, een toeristische kampeerterreinen, een vakantiedorp en een verblijfseenheid of een toerismeverblijf indien die indeling overeenstemt met de voorwaarden die beantwoorden aan de indeling bij een hogere of lagere categorie.

Art. 281.D - Indien de vergunninghouder om de herziening van de categorie-indeling verzoekt en daarbij al dan niet een verzoek indient om af te wijken van een criterium van de categorie-indeling, gebeurt dat bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme door middel van het door de Regering vastgestelde formulier.

Daarbij worden alle inlichtingen en documenten gevoegd die de herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, het toestaan van de afwijking mogelijk zouden maken.

Art. 282.BWR - De aanvraag tot herziening van de indeling wordt, al dan niet samen met een aanvraag tot afwijking van een indelingscriterium, ingediend door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 283.BWR - Er kan geen afwijking worden toegestaan voor meer dan twee indelingscriteria.

Art. 284.D - Indien het van mening is dat het verzoek alle bestanddelen omvat om met perfecte kennis van zaken over het verzoek te beslissen, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven binnen de vijftien dagen na ontvangst van het verzoek een bericht van ontvangst over waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Indien dat niet het geval is, richt het binnen dezelfde termijn een gecertificeerde zending aan de verzoeker waarbij laatstgenoemde verzocht wordt om de ontbrekende inlichtingen mede te delen en geeft het aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. Binnen de vijftien dagen na ontvangst ervan richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven een bericht van ontvangst aan de aanvrager waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Art. 285.D - Indien verzocht wordt om afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het verzoek voor advies over aan de voorzitter van het bevoegd technisch comité en tegelijk geeft hij kennis aan de verzoeker van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Het bevoegd technisch comité brengt een met redenen omkleed verslag uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter wordt overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Art. 286.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

De beslissing van het Commissariaat-generaal wordt bij ter post aangetekend schrijven aan de verzoeker betekend. Bij elke vergadering van het bevoegd technisch comité wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen tot herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, tot afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling.

Het uitblijven van de kennisgeving aan de verzoeker binnen de termijn bepaald in het eerste lid staat met een beslissing tot weigering gelijk.

Art. 287.D - Indien de herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme gebeurt, wordt diens beslissing getroffen overeenkomstig artikelen 217.D tot en met 221.D. HOOFDSTUK IV. - Beroepen Afdeling 1. - Beroepsprocedure

Art. 288.D - De verzoeker of de houder van een vergunning, hierna eveneens "de verzoeker" genoemd, kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen tegen de beslissing : 1° tot weigering of tot intrekking van de vergunning;2° tot toelating onder een benaming die van de aangevraagde benaming verschilt; 3° tot weigering om een afwijking van de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning of van het gebruik van de benaming overeenkomstig artikel 222.D, tweede lid, of van de criteria inzake de categorie-indeling overeenkomstig artikel 264.D toe te kennen; 4° tot herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van voorwaardelijke toekenning;5° tot weigering om de herziening van de categorie-indeling toe te kennen; Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in de gevallen bepaald in artikelen 209.D, vierde lid, en 286.D, derde lid, na de datum waarop de beslissing tot weigering als vaststaand wordt beschouwd.

Het wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.

Het beroep is niet opschortend behalve indien het betrekking heeft op een beslissing tot intrekking van de vergunning of herziening van de categorie-indeling bedoeld in lid 1, 4°. In beide gevallen wordt de beslissing opgeschort tijdens het tijdsbestek dat aan de verzoeker wordt gewaarborgd om zijn beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de Regering die over het beroep beslist.

Art. 289.D - Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst per gecertificeerde zending aan de verzoeker.

Hij richt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep aan de voorzitter van de beroepsadviezencommissie bedoeld in artikel 295.D.

Art. 290.D - De verzoeker kan vragen om door de beroepsadviezencommissie te worden gehoord, ofwel in diens beroepschrift ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van die commissie binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst door de verzoeker van het bericht van ontvangst van diens beroep.

De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere van diens gemachtigden plaatsvinden. Er wordt een proces-verbaal opgesteld.

De verzoeker wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 291.D - Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de beroepsadviezencommissie een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na een hoorzitting te hebben gehouden en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme evenals van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elke door de verzoeker overgemaakt stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting kennis gegeven aan de verzoeker bij ter post aangetekend schrijven. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in lid 1 uitspreekt, geeft diens voorzitter binnen de vijf volgende dagen kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de verzoeker medegedeeld document.

Art. 292.D - De Regering beslist over het beroep en richt zijn beslissing aan de verzoeker binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 289.D. Indien de Regering zich niet achter het advies van de beroepsadviezencommissie schaart, geeft hij daarvoor de redenen op.

Van de beslissing van de Regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de verzoeker. Tegelijk wordt ze aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische logiesverstrekkende inrichting gevestigd is, gericht. Bij elke vergadering van het bevoegd technisch comité wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen die over de beroepen getroffen zijn.

Art. 293.D - Indien de verzoeker de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 292.D, eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Deze wordt per gecertificeerde zending gestuurd aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt.

Indien de kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van de gecertificeerde zending dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de Regering geacht een beslissing tot verwerping van het beroep uit te maken.

Art. 294.BWR - De Minister is ermee belast zich uit te spreken over de beroepen bedoeld in hoofdstuk IV van titel II van dit Boek. Afdeling 2. - Beroepsadviescommissie

Art. 295.D - Er wordt een beroepsadviezencommissie opgericht, hierna "de commissie" genoemd, die ermee belast is om adviezen uit te brengen over de beroepen waarvan sprake in artikelen 288.D en 325.D.

Art. 296.D - § 1. De commissie bestaat uit : 1° één voorzitter;2° twee gewone leden voorgedragen door de verenigingen ter bescherming van de verbruikers;3° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité hotelbedrijf;4° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité streekgebonden toerisme en gemeubileerde vakantiewoningen;5° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité openluchtwezen;6° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité sociaal toerisme;7° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité vakantiedorpen en toerismeverblijven. § 2. De Regering benoemt de voorzitter en de commissieleden.

Voor elk gewoon lid, behalve de voorzitter, benoemt de Regering een plaatsvervanger. § 3. Een bijkomend lid dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme vertegenwoordigt, kan met raadgevende stem de vergaderingen van de commissie bijwonen. § 4. Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een personeelslid van het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 297.D - De leden voorgedragen door de technische comités dienen buiten eigen kring gekozen te worden.

Zij zetelen enkel indien het uit te brengen advies het soort toeristische logiesverstrekkende inrichting betreft die onder de bevoegdheid valt van het technisch comité dat zij vertegenwoordigen.

Art. 298.D - De ambten van voorzitter, commissieleden en hun plaatsvervangers hebben een duur van vijf jaar ingaand te rekenen van de datum van hun benoemingsbesluit. Elk mandaat is hernieuwbaar.

In afwijking van vorig lid wordt de samenstelling van de adviescommissie herzien binnen de zes maanden volgend op de hernieuwing van de technische comités. De commissie vergadert evenwel op geldige wijze zolang diens hernieuwing niet plaatsgevonden heeft.

Art. 299.D - De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen weegt de stem van de voorzitter door.

De commissie beraadslaagt enkel op geldige wijze als minstens de voorzitter en twee andere leden aanwezig zijn.

De adviezen worden door de aanwezige leden uitgebracht.

Art. 300.D - De Regering bepaalt de procedure voor de benoeming van de voorzitter en de commissieleden, diens werkingswijze en het bedrag van de vergoedingen en retributies die eventueel worden toegekend aan de voorzitter en aan de leden.

Art. 301.BWR - De leden voorgedragen door de technische comités zijn gekozen uit een lijst van zes namen die door elk technisch comité voorgedragen wordt.

Art. 302.BWR - De meest representatieve verenigingen ter bescherming van de consumenten worden door de Minister verzocht een lijst van zes kandidaten die zullen zetelen in de commissie bedoeld in artikel 295.D voor te dragen.

Art. 303.BWR - De plaatsvervangende leden worden benoemd volgens dezelfde procedure als die voor de gewone leden en op grond van dezelfde lijsten.

Het plaatsvervangend lid kan zetelen indien het gewone lid voor wie hij als plaatsvervanger optreedt, verhinderd is.

Art. 304.BWR - De Minister is ermee belast de voorzitter en de gewone en de plaatsvervangende leden van de Commissie bedoeld in artikel 295.D te benoemen.

Art. 305.BWR - Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door het oudste gewone lid.

Art. 306.AGW - Het mandaat van de commissieleden eindigt bij verlies van de hoedanigheid waarvoor het lid is benoemd.

De Minister kan de voorzitter of een lid afzetten bij kennelijk wangedrag of ernstige tekortkoming aan de plichten uit zijn ambt of een lid dat van meer dan drie opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, behalve in geval van overmacht.

Voor elke afzetting wordt de betrokken persoon gehoord door de Minister of diens vertegenwoordiger.

Art. 307.BWR - Valt een mandaat open vóór het verstrijkt, wordt de plaatsvervanger als gewoon lid benoemd voor de overblijvende duur van het mandaat.

Er wordt in zijn vervanging als plaatsvervangend lid voorzien binnen de zestig dagen volgend op diens benoeming als gewoon lid. Daartoe dragen het betrokken technisch comité of de overeenkomstig artikel 302.D ondervraagde verenigingen een lijst van twee namen voor.

Art. 308.BWR - Het is elk lid, met inbegrip van de voorzitter, verboden te zetelen indien het een rechtstreeks belang heeft in wat besproken wordt, ofwel persoonlijk, ofwel via een tussenpersoon, ofwel als zaakgelastigde.

Art. 309.BWR - De voorzitter en de commissieleden hebben recht op : 1° een aanwezigheidsgeld van veertig euro per vergadering die zij bijwonen en per technisch bezoek dat ze afleggen;2° de terugbetaling van hun rondreis- of verblijfkosten berekend op dezelfde regelgevende basis als die welke van toepassing is op de ambtenaren van rang A 3 van het Waalse Gewest;3° op de terugbetaling van de kosten voor het nemen van foto's die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun opdracht, op grond van de passende bewijsstukken. De forfaitaire vergoeding bedoeld in het eerste lid onder punt 1° wordt jaarlijks aangepast om rekening te houden met de waarde van de index van de consumptieprijzen volgens de formule : 40 euro x nieuw indexcijfer/aanvankelijk indexcijfer waarbij de aanvankelijke index, de index van 1 januari 2005 is en de nieuwe index, de index van de jaardag van die inwerkingtreding.

In ieder geval worden de bedragen die op grond van vorig lid worden aangepast, naar de lagere eenheid afgerond indien de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid indien de decimaal gelijk zou zijn aan of hoger zou zijn dan 50.

Art. 310.BWR - De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd. HOOFDSTUK V. - Bezwaren

Art. 311.D - De eigenaar van één of meerdere verblijfseenheden kan een gemotiveerd bezwaar bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme indienen tegen : 1° de weigering van de vertegenwoordigende instantie om een verzoek tot categorie-indeling, de herziening van de categorie-indeling, (subsidie)- of afwijkingsaanvraag of desbetreffende beroepen in te dienen;2° de weigering van de vertegenwoordigende instantie om de eigenaars van verblijfseenheden op niet-discriminerende wijze te behandelen.

Art. 312.D - Voorafgaandelijk aan de indiening van elk bezwaar is de eigenaar ertoe gehouden de vertegenwoordigende instantie in gebreke te stellen om diens verplichtingen uit te voeren, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.

Indien de vertegenwoordigende instantie binnen de dertig dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven niet tot handelen is overgegaan of geen voldoende antwoord geeft, kan de eigenaar van een verblijfseenheid het bezwaar bedoeld in artikel 311.D indienen.

Het bezwaar wordt ingediend binnen de dertig dagen volgend op het einde van de termijn bedoeld in vorig lid.

Het is gemotiveerd en wordt bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en daarbij wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.

Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme het dossier ontvankelijk en de middelen gegrond acht, schakelt het van ambtswege de procedure in voor intrekking van de vergunning volgens de procedure bepaald in artikelen 217.D tot en met 221.D. TITEL 3. - Sociaal toerisme HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor de erkenning van de verenigingen.

Art. 313.D - Als vereniging voor sociaal toerisme wordt erkend elke vereniging zonder winstoogmerk die aan volgende voorwaarden voldoet : 1° de bevordering van het sociaal toerisme als voornaamste voorwerp hebben;2° sinds minstens drie jaar bestaan;3° in het Waalse Gewest over drie centra voor sociaal toerisme hebben en duizend leden per provincie hebben in minstens drie in het Waalse Gewest gelegen provincies;4° in diens toeristische logiesverstrekkende inrichtingen een beleid inzake sociaal toerisme tot stand brengen;5° diens dagelijks bestuur toevertrouwen aan een persoon van onberispelijk zedelijk gedrag. HOOFDSTUK II. - Procedure voor de erkenning van de verenigingen

Art. 314.D - § 1. De vergunningsaanvraag van een vereniging wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De Regering stelt de inhoud van de vergunningsaanvraag vast en kan het aantal exemplaren van het dossier waaruit die aanvraag dient te bestaan, aangeven. Hij bepaalt de vorm van de aanvraag.

Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven.

Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Gelijktijdig met het versturen aan de aanvragende vereniging van de kennisgeving van het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies over aan het technisch comité sociaal toerisme.

Het technisch comité sociaal toerisme brengt een gemotiveerd advies uit en geeft daarvan kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvragende vereniging, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan.

Art. 315.BWR - Bij de aanvraag tot erkenning van een vereniging worden volgende stukken gevoegd : 1° een afschrift van de laatst bijgewerkte statuten van de vereniging; 2° elk bewijsstuk waaruit blijken kan dat aan de voorwaarde bedoeld in artikel 313.D, 3°, is voldaan; 3° elk stuk waaruit blijkt dat de vereniging een sociaal-toerismebeleid uitstippelt in zijn toeristische logiesverstrekkende inrichtingen;4° een uittreksel van het strafregister bestemd voor een openbaar bestuur en afgeleverd sinds minder dan drie maanden op naam van de persoon die belast is met het dagelijks bestuur van de vereniging.

Art. 316.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvragende vereniging binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 314.D, §1, vierde lid.

Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het technische comité voor sociaal toerisme schaart, geeft het de redenen voor opgegeven.

De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven aan de verzoeker betekend. Bij elke vergadering van het technische Comité voor sociaal toerisme geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht van de beslissingen tot toekenning dan wel intrekking van vergunningen.

Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een weigeringsbeslissing.

Art. 317.D - Binnen drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vereniging voor sociaal toerisme laat de vergunninghouder per gecertificeerde zending een uittreksel van het strafregister ten behoeve van een overheidsbestuur geworden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en die op naam van de vervanger is afgeleverd sinds minder dan drie maanden.

Art. 318.D - De aanvragende vereniging meldt aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die van invloed zouden kunnen zijn op de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning, bij ter post aangetekend schrijven binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging. HOOFDSTUK III. - Intrekking van de erkenning

Art. 319.D - De erkenning van de vereniging voor sociaal toerisme kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken indien : 1° de voorschriften van dit Boek niet worden nageleefd;2° de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vereniging voor sociaal toerisme veroordeeld is bij beslissing van de rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden en in België is uitgesproken wegens een overtreding omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek of die in het buitenland is uitgesproken wegens een feit dat één van die overtredingen uitmaakt, behalve indien de tenuitvoerlegging van de straf opgeschort is en de veroordeelde het voordeel van de opschorting niet verloren heeft;3° de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vereniging voor sociaal toerisme veroordeeld is bij beslissing van de rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden wegens een overtreding van de bepalingen van dit Boek.

Art. 320.D - Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een erkenning licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme de houder ervan bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in over de grond voor de voorgenomen intrekking.

De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden.

In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De aanvrager wordt minstens acht dagen voor de vastgestelde datum over die hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 321.D - Binnen de tien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de vereniging voor sociaal toerisme of na laatstgenoemde te hebben gehoord, of bij uitblijven van een reactie van laatstgenoemde binnen de opgelegde termijn richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verzoek om adviesverlening aan de voorzitter van technisch comité sociaal toerisme. Een afschrift van de briefwisseling bedoeld in artikel 320.D, eerste en tweede leden, en, in voorkomend geval, van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de vereniging voor sociaal toerisme medegedeeld stuk worden bijgevoegd.

Art. 322.D - Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om adviesverlening brengt het technische comité voor sociaal toerisme een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de vereniging voor sociaal toerisme.

Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de overheid die moet beslissen, aan voorbijgegaan.

Art. 323.D - Van de beslissing tot intrekking wordt aan de vereniging kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven (met ontvangbewijs).

Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het technische comité voor sociaal toerisme schaart, geeft het de redenen voor opgegeven.

De beslissing wordt tegelijk medegedeeld aan de voorzitter van het technisch comité sociaal toerisme.

Art. 324.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen en licht de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven over in.

Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 320.D, eerste lid. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden en procedure voor het beroep

Art. 325.D - Elke vereniging kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen tegen de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning.

Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in het geval bedoeld in artikel 316.D, vierde lid, na de datum waarop de weigeringsbeslissing als vaststaand wordt beschouwd.

Het wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.

Het beroep is niet opschortend, behalve indien het een intrekkingsbeslissing betreft. In dat geval wordt de beslissing opgeschort tijdens het tijdsbestek waarover de vereniging beschikt om het beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de Regering die zich over het beroep uitspreekt.

Art. 326.D - Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst per gecertificeerde zending aan de aanvragende vereniging.

Hij richt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep aan de voorzitter van de beroepsadviezencommissie bedoeld in artikel 295.D.

Art. 327.D - De verzoeker kan vragen om door de beroepsadviezencommissie te worden gehoord, ofwel in diens beroepschrift ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van die commissie binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst door de verzoeker van het bericht van ontvangst van diens beroep.

De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere van diens gemachtigden plaatsvinden. Er wordt een proces-verbaal opgesteld.

De aanvragende vereniging wordt minstens acht dagen voor de vastgestelde datum over die hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 328.D - Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de beroepsadviezencommissie een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na een hoorzitting te hebben gehouden en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme evenals van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elke door de aanvragende vereniging overgemaakt stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting kennis gegeven aan de aanvragende vereniging bij ter post aangetekend schrijven. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, geeft diens voorzitter kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijf volgende dag van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de aanvragende vereniging medegedeeld document.

Art. 329.D - De Regering beslist over het beroep en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvragende vereniging binnen de vier maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 326.D. Indien de Regering zich niet achter het advies van de beroepsadviezencommissie schaart, geeft hij daarvoor de redenen op.

Van de beslissing van de Regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de aanvragende vereniging. Bij elke vergadering van het bevoegd technisch Comité voor sociaal toerisme wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen die over de beroepen getroffen zijn.

Art. 330.D - Indien de aanvragende vereniging de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 329.D, eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Deze wordt per gecertificeerde zending gestuurd aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt.

Indien de kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van de gecertificeerde zending dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de Regering geacht een beslissing tot verwerping van het beroep uit te maken.

Art. 331.BWR - De Minister is ermee belast zich uit te spreken over de beroepen bedoeld in dit hoofdstuk.

TITEL 4.- Brandbescherming HOOFDSTUK I. - Brandveiligheidsattest Afdeling 1. - Princiepen

Art. 332.D - Geen enkele toeristische logiesverstrekkende inrichting kan worden uitgebaat zonder brandveiligheidsattest behalve indien het een toeristisch kampeerterrein betreft voor wat de mobiele verblijven en de niet voor kampeerders toegankelijke gebouwen aangaat.

Het attest bedoeld in het eerste lid wordt hierna « het brandveiligheidsattest » genoemd.

In afwijking van het eerste lid worden de gebouwen waarin exclusief groepen worden ondergebracht die lid zijn van een jeugdvereniging erkend door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap of ook nog door de bevoegde overheid van elke lidstaat van de Europese Unie, onderworpen aan de brandveiligheidsnormen vastgelegd door de Regering volgens de procedure die zij bepaalt.

Art. 333.D - Een brandveiligheidsattest dient te worden bekomen voor elk gebouw of gebouwgedeelte.

Art. 334.D - Het brandveiligheidsattest wordt afgeleverd door de burgemeester indien voldaan wordt aan de specifieke veiligheidsnormen voor het betrokken gebouw of gebouwgedeelte.

Die normen worden door de Regering bepaald waarbij rekening gehouden wordt met de maximumcapaciteit inzake logiesverstrekking, het type dienstverlening en de bewoningsdichtheid van het gebouw.

Art. 335.BWR - Bij toepassing van artikel 332.D zijn de specifieke veiligheidsnormen bedoeld in de bijlagen 18 tot en met 22 van toepassing in de gebouwen of gebouwdelen overeenkomstig onderstaande tabel :

Maximale capaciteit van de toeristische logiesverstrekkende inrichting

Minder dan 10 personen

Tussen 10 en 15 personen

Meer dan 15 personen

Nieuw gebouw

Ander gebouw

Nieuw gebouw

Ander gebouw

Nieuw gebouw

Ander gebouw

Inrichting van type A

Bijlage 18

Bijlage 18

Bijlage 19

Bijlage 19

Bijlagen 20 en 22

Bijlagen 21 en 22

Inrichting van type B

Bijlage 18

Bijlage 18

Bijlagen 20 en 22

Bijlagen 21 en 22

Bijlagen 20 en 22

Bijlagen 21 en 22


Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid zijn de normen bedoeld in bijlage 23 van toepassing, wanneer verschillende toeristische logiesverstrekkende inrichtingen met een maximale capaciteit van minder dan 10 personen, die een gebouwgedeelte in de zin van artikel 1.D, 39°, vormen, binnen hetzelfde gebouw gelegen zijn, waarvan de maximale toegevoegde capaciteit meer dan 15 personen bedraagt.

Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid zijn de in bijlage 25 bedoelde bijzondere veiligheidsnormen van toepassing op de toeristische kampeerterreinen.

In afwijking van het eerste lid, wordt het brandveiligheidsattest afgegeven op grond van de in bijlage 24 bepaalde specifieke veiligheidsdnormen, voor de gebouwen bedoeld in artikel 332.D, derde lid.

Art. 336.D - Het brandveiligheidsattest kan gecombineerd worden met de verplichting om binnen een hernieuwbare termijn werken uit te voeren om de toeristische logiesverstrekkende inrichting in overeenstemming te brengen met de specifieke veiligheidsnormen.

De termijn en de hernieuwingen ervan mogen in totaal de dertig maanden niet overschrijden. De burgemeester beslist over de hernieuwingsaanvraag na advies van de territoriaal bevoegde brandweerdienst.

Het niet-naleven van de opgelegde vervaldagen resulteert van rechtswege in het vervallen van het brandveiligheidsattest. De burgemeester belast de territoriaal bevoegde brandweerdienst ermee de naleving van die termijnen te controleren. Indien vastgesteld wordt dat die termijnen niet worden nageleefd, stelt de burgemeester een vaststelling van verval op waarvan hij kennis geeft aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de brandveiligheidsattesthouder.

Art. 337.D - § 1. Het brandveiligheidsattest heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, behalve voor het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen en de verblijfseenheden, waar het een geldigheidsduur van tien jaar heeft.

Deze termijn begint op de datum van ondertekening van het brandveiligheidsattest door de bevoegde overheid.

De duur van het brandveiligheidsattest wordt evenwel verlengd tot aan het einde van de behandeling van de hernieuwingsaanvraag voor zover die aanvraag minstens zes maanden vóór verstrijken van de termijnen bedoeld in vorig lid wordt ingediend. § 2. In afwijking van vorig lid vervalt het bestaande brandveiligheidsattest en een nieuw brandveiligheidsattest dient bekomen te worden indien het gebouw, het gebouwgedeelte of de uitrusting ervan zodanig verbouwd worden dat de brandveiligheid ervan op het spel gezet zou kunnen worden en in ieder geval bij : 1° inrichting van nieuwe lokalen voor gasten bestemd, zoals kamer, vergaderzaal, keuken, salon;2° wijziging van een evacuatieweg of van het traject dat ze gebruiken;3° uitvoering van omvangrijke werkzaamheden voor de installatie van een personen- of een goederenlift;4° installatie, wijziging of uitbreiding van een gas- of elektriciteitsnet;5° elke wijziging waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. De geldigheidsduur van het vorige brandveiligheidsattest wordt evenwel verlengd tot aan het einde van de behandeling van de aanvraag voor een nieuw brandveiligheidsattest voor zover die aanvraag uiterlijk binnen dertig dagen na beëindiging van de werkzaamheden wordt ingediend.

Indien de werkzaamheden onderbroken worden, dient de aanvraag, wil men voor verlenging in aanmerking komen, ingediend worden binnen de dertig dagen te rekenen van die onderbreking. Afdeling 2. B Procedure voor het afleveren van het

brandveiligheidsattest

Art. 338.D - Het brandveiligheidsattest wordt per gecertificeerde zending gericht aan de burgemeester van de gemeente op wiens grondgebied het betrokken gebouw of gebouwgedeelte gelegen is.

De Regering bepaalt de vorm van de aanvraag en inhoud ervan.

Eenzelfde aanvraag voor een brandveiligheidsattest kan betrekking hebben op meerdere gebouwen.

Indien de aanvrager ervoor kiest om meerdere aanvragen voor brandveiligheidsattesten in te dienen voor eenzelfde toeristische logiesverstrekkende inrichting, kan de burgemeester ze samenvoegen en ze samen behandelen.

Art. 339.BWR - De aanvraag wordt ingediend door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 340.D - Binnen tien dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag maakt de burgemeester er een afschrift van over aan de territoriaal bevoegde brandweerdienst.

Art. 341.D - De brandweerdienst richt zijn verslag aan de burgemeester en aan de aanvrager binnen zestig dagen na ontvangst van het dossier.

Art. 342.D - De burgemeester beslist over de aanvraag voor het brandveiligheidsattest na inzage van het brandweerverslag en, in voorkomend geval, op grond van het besluit van de Regering waarbij de afwijkingen overeenkomstig de artikelen 344.D tot 346.D worden toegekend.

Indien de burgemeester van het brandweerverslag afwijkt, geeft hij daar de redenen van op.

Van de beslissing wordt kennis gegeven aan de aanvrager per gecertificeerde zending binnen drie maanden te rekenen van de ontvangst van de aanvraag door de burgemeester.

Behalve in geval van weigering houdt die kennisgeving de weergave van de artikelen 336.D en 337.D in. Tegelijkertijd stuurt de burgemeester een volledig afschrift van deze kennisgeving aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 343.D - De kennisgeving door de aanvrager aan de burgemeester van een afwijkingsaanvraag gericht aan de Regering schort de termijnen bepaald in de artikelen 341.D en 342.D op tot aan de ontvangst van de beslissing die de Regering heeft getroffen overeenkomstig artikel 344.D. De burgemeester deelt onverwijld de afwijkingsaanvraag mee aan de brandweerdienst. Afdeling 3.- Afwijkingen

Art. 344.D - Een afwijking van de specifieke veiligheidsnormen kan worden toegestaan door de Regering voorzover het brandveiligheidsniveau voldoening blijft schenken.

Daartoe kan de Regering compenserende maatregelen opleggen.

De beslissing beoogt de bepalingen waarvan afgeweken mag worden.

Art. 345.D - De afwijkingsaanvraag wordt aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht per gecertificeerde zending waarbij in voorkomend geval een afschrift van het verslag van de brandweerdienst wordt gevoegd.

Zij is gemotiveerd en geeft nauwkeurig de punten aan waarop de aanvraag slaat.

Het beroep bedoeld in artikel 354.D kan een dergelijke afwijkingsaanvraag inhouden op voorwaarde dat ze uitdrukkelijk wordt vermeld. In dat geval worden de afwijkings- en beroepsprocedure samengevoegd.

Art. 346.D - De afwijkingsaanvraag wordt volgens de procedure omschreven in de artikelen 354.D tot en met 359.D bepaald. HOOFDSTUK II. - Vereenvoudigd controleattest

Art. 347.D - In afwijking van artikel 332.D kan de Regering bij reglementair besluit een vereenvoudigd controleattest opleggen voor een gebouw waarin een toeristische logiesverstrekkende inrichting is ondergebracht waarvan de maximumcapaciteit lager is dan tien personen en waarin meerdere toeristische logiesverstrekkende inrichtingen zijn ondergebracht indien hun maximumcapaciteit samengeteld lager is dan tien personen.

Die vereenvoudigde controle betreft minstens de hoofduitrustingen en -installaties.

Art. 348.BWR - De logiesverstrekkende inrichting(en) gelegen in éénzelfde gebouw en waarvan de (samengetelde) maximumcapaciteit lager is dan tien personen mag (mogen) niet in bedrijf genomen worden zonder het vereenvoudigd controleattest bedoeld in artikel 347.D.

Art. 349.BWR - Het vereenvoudigd controleattest wordt afgeleverd door de burgemeester na voorlegging van een conformiteitsattest afgeleverd door een erkende instelling, dat betrekking heeft op : 1° de elektrische installatie;2° de verwarmingsinstallatie;3° de gasinstallatie, met inbegrip van de apparaten die op die installatie zijn aangesloten. De conformiteitsattesten bedoeld in het eerste lid dienen afgeleverd te zijn sedert minder dan twee jaar vóór de datum van indiening van de aanvraag voor het vereenvoudigd controleattest en er mogen geen werkzaamheden zoals omschreven in artikel 350.BWR, § 2, ondernomen zijn nadat die conformiteitsattesten zijn afgeleverd.

Art. 350.BWR - Het vereenvoudigd controleattest heeft een geldigheidsduur van zeven jaar. De termijn gaat in de dag van kennisgeving aan de aanvrager.

Het vereenvoudigd controleattest kan evenwel worden verlengd tot na de behandeling van de hernieuwingsaanvraag voor zover die aanvraag ingediend is minstens zes maanden voor verstrijken van de termijnen bedoeld in vorig lid. § 2. In afwijking van vorige paragraaf vervalt het vereenvoudigd controleattest en dient er een nieuw attest bekomen te worden indien het gebouw of de uitrusting ervan zodanig verbouwd zijn dat de brandveiligheid ervan in het gedrang zou kunnen komen, en in ieder geval bij : 1° de oprichting van nieuwe lokalen bestemd voor de gasten zoals kamer, vergaderzaal, keuken, salon;2° de installatie, de wijziging of de uitbreiding van een gas- of elektriciteitsnet;3° elke verbouwing waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. Het vereenvoudigd controleattest wordt evenwel verlengd tot na de behandeling van de aanvraag voorzover die is ingediend uiterlijk dertig dagen na het einde van de werken. Indien de werken onderbroken worden, dient de aanvraag, om voor verlenging in aanmerking te komen, ingediend te worden binnen dertig dagen te rekenen van die onderbreking.

Art. 351.BWR - De aanvraag voor het vereenvoudigd controleattest wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de burgemeester van de gemeente op het grondgebied waarvan betrokken gebouw gelegen is, gericht, aan de hand van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 352.BWR - De burgemeester beslist over de aanvraag voor het vereenvoudigd controleattest en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager per gecertificeerde zending binnen drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 351. Die kennisgeving bevat meer bepaald de vermelding van artikel 350.BWR.

Art. 353.BWR - De aanvrager kan bij de minister een gemotiveerd beroep indienen : 1° tegen de weigering van het vereenvoudigd controleattest; 2° indien hij de beslissing van de burgemeester niet gekregen heeft binnen een termijn van vijfennegentig dagen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 351.BWR. Dat beroep staat open binnen de vorm en de termijn bedoeld in de artikelen 354.D tot 359.D. HOOFDSTUK III. - Beroepen

Art. 354.D - De aanvrager kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen : 1° tegen de weigering om het brandveiligheidsattest af te leveren of tegen de verplichtingen opgelegd krachtens artikel 336.D; 2° indien hij de beslissing van de burgemeester niet gekregen heeft binnen vijfennegentig dagen te rekenen van de ontvangst van zijn beroep door de burgemeester. Het beroep is niet opschortend, behalve indien het ingediend wordt tegen een beslissing om de hernieuwing van het brandveiligheidsattest te weigeren of tegen een beslissing om een nieuw brandveiligheidsattest te verlenen, in de veronderstellingen bedoeld, respectievelijk, in artikel 337.D, § 1, tweede lid en § 2, tweede lid, en voorzover de aanvragen zijn ingediend binnen de vereiste termijn.

In beide gevallen wordt de geldigheid van het vorige brandveiligheidsattest verlengd tijdens het tijdsbestek waarover de aanvrager beschikt om een beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de Regering over het beroep.

Het wordt gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending en daarbij wordt een afschrift van de aanvraag gevoegd, van het brandweerverslag en van de omstreden beslissing, indien bestaand.

Het wordt binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing ingediend of, in de veronderstelling van het eerste lid, 2°, na de datum vanaf wanneer de aanvrager zijn beroep kan indienen.

Art. 355.D - Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst per gecertificeerde zending aan de aanvrager.

Het verstuurt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep en diens bijlagen aan de voorzitter van de commissie brandveiligheid bedoeld in artikel 361.D en licht er de betrokken burgemeester over in.

Art. 356.D - De aanvrager kan, ofwel in diens beroep, ofwel per gecertificeerde zending gericht aan de voorzitter van die commissie binnen vijftien dagen te rekenen van ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van diens beroep, verzoeken om gehoord te worden door de commissie brandveiligheid.

De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere gemachtigden plaatsvinden, eventueel tijdens het bezoek ter plaatse dat door hen wordt verricht. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. Er wordt een proces-verbaal opgesteld.

De aanvrager wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 357.D - Binnen een termijn van vier maanden te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de commissie een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na de aanvrager te hebben gehoord, en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, evenals van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk stuk dat door de aanvrager medegedeeld wordt.

Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting per gecertificeerde zending kennis gegeven aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de Regering aan voorbijgegaan.

Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid uitspreekt, geeft diens voorzitter kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de aanvrager medegedeeld document.

Art. 358.D - De Regering beslist over het beroep na advies van de commissie brandveiligheid en richt haar beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van zeven maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 355.D. Indien de Regering zich niet achter het advies van de commissie brandveiligheid schaart, geeft hij de redenen daarvoor op.

Indien het beroep enkel de door de burgemeester opgelegde voorwaarden in twijfel trekt, wordt de bevoegdheid van de Regering niet beperkt tot de behandeling van die voorwaarden zodanig dat hij het brandveiligheidsattest kan weigeren.

Van de beslissing van de Regering wordt aan de aanvrager kennis gegeven per gecertificeerde zending. Behalve in geval van weigering houdt die kennisgeving meer bepaald de weergave van de artikelen 336.D en 337.D in. Van de beslissing wordt eveneens kennis gegeven aan de betrokken burgemeester en de bevoegde brandweerdienst.

Art. 359.D - Indien de aanvrager de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 358.D, eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat schrijven wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht. De inhoud ervan dient het woord « herinnering » te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt.

Indien de kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van de gecertificeerde zending dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de Regering geacht een beslissing tot verwerping van het beroep uit te maken.

Art. 360.BWR - De Minister is ermee belast zich uit te spreken over de beroepen bedoeld in dit hoofdstuk en over de afwijkingsaanvragen bedoeld in afdeling III van hoofdstuk I van deze titel. HOOFDSTUK IV. - Commissie brandveiligheid

Art. 361.D - Er wordt een commissie brandveiligheid opgericht belast met het uitbrengen van adviezen over de beroepen waarvan sprake in artikel 354.D en over de afwijkingsaanvragen bepaald in artikel 344.D. De commissie heeft eveneens een algemene adviserende bevoegdheid terzake van brandveiligheid in de toeristische sector.

Art. 362.§ 1. D - De commissie brandveiligheid bestaat uit : 1° één voorzitter;2° twee gewone leden, brandveiligheidsdeskundigen;3° twee gewone leden, voorgedragen door het technisch comité hotelwezen;4° twee gewone leden, voorgedragen door het technisch comité streekgebonden toerisme en gemeubileerde vakantieverblijven;5° twee gewone leden, voorgedragen door het technisch comité openluchtwezen;6° twee gewone leden, voorgedragen door het technisch comité sociaal toerisme;7° twee gewone leden, voorgedragen door de Hoge Raad voor Toerisme;8° twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité vakantiedorpen en toerismeverblijven. Voor elk gewoon lid, met uitzondering van de voorzitter, benoemt de Regering een plaatsvervanger. § 3. Een bijkomend lid dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme en een ander lid dat de Minister vertegenwoordigt, kunnen met raadgevende stem de vergaderingen van de commissie bijwonen. § 4. Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een personeelslid van het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 363.D - De leden voorgedragen door de technische comités et door de Hoge Raad voor Toerisme kunnen buiten eigen kring gekozen worden.

Ze zetelen enkel indien het uit te brengen advies betrekking heeft op het type toeristische logiesverstrekkende inrichting dat onder de bevoegdheid van het technisch comité dat ze vertegenwoordigen, valt.

De leden voorgedragen door de Hoge Raad voor Toerisme zijn personen die een toeristische logiesverstrekkende inrichting uitbaten die niet gebruik maakt van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 11°, 15°, 16°, 26°, 29°, 33°of 41°, met uitsluiting van de centra voor sociaal toerisme. Ze zetelen enkel indien het uit te brengen advies betrekking heeft op een toeristische logiesverstrekkende inrichting die niet bedoeld is in het eerste lid.

Art. 364.D - De ambten van voorzitter, commissieleden en hun plaatsvervangers hebben een duur van vijf jaar ingaand te rekenen van de datum van hun benoemingsbesluit. Elk mandaat is hernieuwbaar.

In afwijking van vorig lid dient de samenstelling van de commissie te worden herzien binnen zes maanden volgend op de hernieuwing van de Hoge Raad voor Toerisme. De commissie vergadert evenwel op geldige wijze zolang diens hernieuwing niet plaatsgevonden heeft.

Art. 365.D - De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen weegt de stem van de voorzitter door.

De commissie beraadslaagt enkel op geldige wijze als minstens de voorzitter en drie andere leden aanwezig zijn. De adviezen worden door de aanwezige leden uitgebracht.

Art. 366.D - De Regering bepaalt de procedure voor de benoeming van de voorzitter en de commissieleden, diens werkingswijze en het bedrag van de vergoedingen en retributies die eventueel worden toegekend aan de voorzitter en aan de leden.

Art. 367.BWR - De deskundige leden van de brandweerdiensten worden door de Minister gekozen op grond van een oproep tot de kandidaten bij de regionale brandweerdiensten en na advies van de Minister bevoegd voor de plaatselijke besturen.

De leden voorgedragen door de technische comités en de Hoge Raad voor Toerisme zijn gekozen uit een lijst van zes namen voorgedragen door respectievelijk elk technisch comité en de Hoge Raad voor Toerisme.

Art. 368.BWR - De plaatsvervangende leden worden benoemd volgens dezelfde procedure als die voor de gewone leden en op grond van dezelfde lijsten.

Het plaatsvervangend lid zetelt indien het gewone lid wiens plaatsvervanger hij is, verhinderd is of indien de door de commissie gedragen werklast daartoe noopt.

Art. 369.BWR - Bij verhindering van de voorzitter wordt deze vervangen door het oudste gewone lid.

Art. 370.BWR - Het mandaat van de commissieleden eindigt bij verlies van de hoedanigheid waarvoor het lid is benoemd.

De Minister kan de voorzitter of een lid ontslaan bij kennelijk wangedrag of indien hij ernstig tekortkomt aan de plichten van zijn ambt of indien hij voor meer dan drie opeenvolgende vergaderingen afwezig blijft, behalve in geval van overmacht.

Voor elke afzetting wordt de betrokken persoon gehoord door de Minister of diens vertegenwoordiger.

Art. 371.BWR - Valt een mandaat open vóór het verstrijkt, wordt de plaatsvervanger als gewoon lid benoemd voor de overblijvende duur van het mandaat.

Er wordt in de vervanging van de plaatsvervanger voorzien in zestig dagen volgend op diens benoeming.

Indien het een lid betreft dat voorgedragen is door een technisch comité, wordt een lijst van twee namen voorgedragen en indien het een deskundig lid van de brandweerdiensten betreft, wordt er een oproep tot de kandidaten verricht bij de regionale brandweerdiensten.

Art. 372.BWR - Het is elk lid, met inbegrip van de voorzitter, verboden te zetelen indien het een rechtstreeks belang heeft in wat besproken wordt, ofwel persoonlijk, ofwel via een tussenpersoon, ofwel als zaakgelastigde.

Art. 373.BWR - De voorzitter en de commissieleden hebben recht : 1° op aanwezigheidsgeld van veertig euro per vergadering die zij bijwonen en per technisch bezoek dat ze afleggen;2° de terugbetaling van hun rondreis- of verblijfkosten berekend op dezelfde regelgevende basis als die welke van toepassing is op de ambtenaren van rang A3 van het Waalse Gewest.3° op de terugbetaling van de kosten voor het nemen van foto's die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun opdracht, op grond van de passende bewijsstukken. De forfaitaire vergoeding bedoeld in het eerste lid onder punt 1° wordt jaarlijks aangepast om rekening te houden met de waarde van de index van de consumptieprijzen volgens de formule : 70 euro x nieuw indexcijfer/aanvankelijk indexcijfer waarbij de aanvankelijke index, de index van 1 januari 2005 is en de nieuwe index, de index van de jaardag van die inwerkingtreding.

In ieder geval worden de bedragen die op grond van vorig lid worden aangepast, naar de lagere eenheid afgerond indien de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid indien de decimaal gelijk zou zijn aan of hoger zou zijn dan 50.

Art. 374.BWR - De Commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de Minister wordt voorgelegd.

Art. 375.BWR - De Minister is ermee belast de voorzitter en de gewone en de plaatsvervangende leden van de Commissie bedoeld in artikel 361.D te benoemen.

TITEL 5.- Subsidies HOOFDSTUK I. - Subsidies voor hotelbedrijven

Art. 376.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor de aankoop van materiaal, de werken en het ereloon dat daarop betrekking heeft, bestemd voor de bouw, de inrichting, de vergroting en de uitrusting van hotelbedrijven.

Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor de aankoop van roerende goeden of materiaal, werken en het ereloon dat daarop betrekking heeft, bestemd om de gebouwen of gebouwgedeelten die gebruikt worden onder de benaming « hotelbedrijf » in overeenstemming te brengen met de basisnormen of de specifieke normen.

Art. 377.D - Van de aankopen en werken waarvoor een subsidie verleend kan worden krachtens artikel 376.D, eerste lid, stelt de Regering een nauwkeurige opgave vast.

Art. 378.BWR - Een subsidie zoals bedoeld in artikel 376.D kan worden verleend voor : 1° de ruwbouw, de afwerking en de renovatie van onroerende goeden, meer bepaald de grondwerken, het metselwerk, het schrijnwerk, de beglazing, de betegeling, de wand- en vloerbekleding, het pleisterwerk, het verfwerk, de dakbedekking;2° de volgende installaties indien zij geplaatst worden in de kamers of in de delen van gemeenschappelijke lokalen die voorbehouden zijn aan het ondergebrachte cliënteel : a) verwarming;b) warm en koud water;c) gas en elektriciteit;d) telefoon in de kamers en aangesloten op het telefoonnetwerk;e) teledistributie, met inbegrip van televisie- en radiotoestellen;f) airconditioning en luchtzuivering;g) sanitair en toebehoren;h) liften;i) uitrustingen voor de veiligheid, met inbegrip van telebewaking;j) informatica-uitrustingen voor het cliënteel;k) de specifieke inrichtingen met het oog op de overeenstemming met alle bepalingen van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium of genomen krachtens laatstgenoemde;deze bepalingen betreffen de specifieke inrichtingen voor de opvang van personen met een verminderde beweeglijkheid; 3° het meubilair en de decoratie indien zij bestemd zijn voor de kamers of de delen van de gemeenschappelijke lokalen die voor het ondergebrachte kliënteel voorbehouden zijn : a) bed en toebehoren, namelijk onderbed, matras, dekbed en oorkussens;b) (over)gordijnen en bedsprei;c) kasten en hangkasten, tafels, stoelen en zetels;d) decoratie-elementen zoals spiegels en verlichtingsapparatuur;e) haardrogers, minibars, schoenpoets-machines en brandkasten;4° de buiteninrichting, roerend zowel als onroerend, aanpalend aan het hotelbedrijf of gelegen in de onmiddellijke nabijheid ervan en voorbehouden voor het ondergebrachte kliënteel, om het imago van het hotelbedrijf sterker te maken : a) terrassen, luifels, zonnetenten en veranda's;b) aanleg van tuinen, parken en perken, tuinmeubilair;c) decoratie-elementen zoals fonteinen, waterbekkens annex bloembakken en verlichtingsapparatuur;d) al dan niet lichtend uithangbord;5° de uitrustingen die volledig deel uitmaken van het hotelbedrijf, aanpalend aan of gelegen in de onmiddellijke nabijheid en hoofdzakelijk bestemd voor het ondergebrachte kliënteel : a) vergaderzalen, evenals de specifieke uitrusting daarvoor;b) sport- en ontspanningsuitrustingen zoals zwembad, jacuzzi, tennisveld, fitnesszaal;c) parkeerplaatsen en garages;g) riolen en zuiveringsstation;6° de kosten eigen aan de installatie van de verkeerssignalisatie van het hotelbedrijf, beantwoordend aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale regelgeving;7° de aankoop en de installatie van het materieel voor de productie van hernieuwbare energieën.

Art. 379.D - Het subsidiepercentage bedraagt 30 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 376.D, eerste lid.

Het subsidiepercentage kan evenwel tot 50 % oplopen van de kostprijs van de investeringen die de Regering als prioritair vastgelegd heeft.

Het subsidiepercentage bedraagt 50 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 376.D, tweede lid.

Art. 380.D - Geen enkele subsidie kan verleend worden indien de kostprijs van de aankopen, de werken en het ereloon lager is dan 5.000 euro per hotelbedrijf, aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.

In afwijking van het eerste lid wordt geen enkele minimumkostprijs vereist indien die aankopen, die werken en dat ereloon dienen om de basisnormen of de specifieke veiligheidsnormen te halen.

Art. 381.D. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend voor een hotelverblijf mag 50.000 euro per periode van drie jaar overschrijden, zelfs bij verandering van eigenaar of van houder van de vergunning.

De Regering is gemachtigd om een maximumbedrag per categorie werken vast te leggen. HOOFDSTUK II. - Subsidies voor het streekgebonden toeristisch logies

Art. 382.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor bepaalde aankopen van roerende goeden, bepaalde renovatie- of inrichtingswerken en het ereloon met betrekking tot die werken, bestemd voor de inrichting, de modernisering van streekgebonden toeristisch logies in gebouwen die sinds minstens tien jaar bestaan en voor het ereloon met betrekking tot die werken.

Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor de aankopen van roerende goeden en materiaal, de werken en het ereloon met betrekking tot die werken, bestemd om de gebouwen of gebouwgedeelten die onder een benaming bedoeld in artikel 1.D, 15°, gebruikt worden, in overeenstemming te brengen met de basisnormen of de specifieke normen.

Art. 383.D - De Regering geeft de aard van de renovatie- en inrichtingswerken aan, evenals van de aankopen waarvoor een subsidie verkregen kan worden krachtens artikel 382.D, eerste lid.

Art. 384.BWR - Een subsidie zoals bedoeld in artikel 382.D, eerste lid, kan worden verleend voor : 1° werken met een onroerend karakter en aankopen van materiaal, zonder dat de oppervlakte waarop werken worden verricht ter uitbreiding van het streekgebonden toeristisch logies 25 % van de totaal bestaande nuttige oppervlakte mag overschrijden;2° de onroerende buiteninrichtingen aanpalend aan het streekgebonden toeristisch logies of gelegen in nabijheid van de onmiddellijke omgeving ervan, in verhouding tot de maximumcapaciteit van het streekgebonden toeristisch logies;3° de specifieke inrichtingen met het oog op het naleven van alle bepalingen van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, of krachtens dat wetboek genomen, met betrekking tot de inrichtingen die specifiek zijn voor de ontvangst van personen met verminderde beweeglijkheid;4° het meubilair dat enkel bestemd is voor de uitrusting van de kamers;5° de kosten eigen aan de installatie van de verkeerssignalisatie van het streekgebonden toeristisch logies, beantwoordend aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale regelgeving;6° de aankoop of het maken van meubilair voor de presentatie van het streekaanbod of van een standaard voor toeristische documentatie;7° de aankoop en de installatie van het materieel voor de productie van hernieuwbare energieën; 8° de conformiteitsattesten afgeleverd door een erkende instelling overeenkomstig artikel 349.BWR.

Art. 385.D - Het subsidiepercentage bedraagt 30 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 382.D, eerste lid.

Het subsidiepercentage kan evenwel tot 50 % oplopen van de kostprijs van de investeringen die als prioritair door de Regering worden vastgelegd.

Het subsidiepercentage bedraagt 50 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 382.D, tweede lid.

Art. 386.D - Er kan geen enkele subsidie verleend worden indien de kostprijs van de aankopen, de werken en het ereloon lager is dan volgende bedragen, aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen : 1° 1.250 euro per landelijke vakantiewoning, vakantiewoning op de hoeve of vakantiewoning in de stad met uitzondering van het klein onderkomen; 2° 500 euro per gastenkamer, gastenkamer op de hoeve en het klein onderkomen. In afwijking van het eerste lid wordt er geen enkel minimale kostprijs geëist indien die aankopen, die werken en dat ereloon dienen om de basisnormen of de specifieke veiligheidsnormen te halen.

Art. 387.D - Per periode van tien jaar kan het totaalbedrag van de subsidies bedoeld in artikel 382.D, eerste lid, niet hoger liggen dan volgende bedragen zelfs indien van eigenaar veranderd wordt : 1° 15.000 euro per inrichting met een groot onderkomen; 2° 12.000 euro per landelijke vakantiewoning, vakantiewoning op de hoeve en vakantiewoning in de stad met uitzondering van de inrichtingen met een groot onderkomen en de inrichtingen met een klein onderkomen; 3° 2.500 euro per klein onderkomen; 4° 2.000 euro per gastenkamer en gastenkamer op de hoeve.

Per periode van tien jaar kan het totaalbedrag van de subsidies bedoeld in artikel 382.D, tweede lid, niet hoger liggen dan volgende bedragen zelfs indien van eigenaar veranderd wordt : 1° 12.500 euro per inrichting met een groot onderkomen; 2° 5.000 euro per landelijke vakantiewoning, vakantiewoning op de hoeve en vakantiewoning in de stad met uitzondering van de inrichtingen met een groot onderkomen en de inrichtingen met een klein onderkomen; 3° 750 euro per gastenkamer, gastenkamer op de hoeve en klein onderkomen. De Regering is gemachtigd om een maximumbedrag per categorie werken vast te leggen. HOOFDSTUK III. - Subsidies voor gemeubileerde vakantiewoningen

Art. 388.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor de aankopen van roerende goeden of materiaal, de werken en het ereloon met betrekking erop, bestemd om de gebouwen of gebouwgedeelten die onder de benaming « gemeubileerde vakantiewoning » gebruikt worden, in overeenstemming te brengen met de basisnormen of de specifieke normen.

Art. 389.D - Het subsidiepercentage bedraagt 50 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 388.D.

Art. 390.D - Per periode van tien jaar kan het totaalbedrag van de subsidies verleend voor een gemeubileerde vakantiewoning niet hoger liggen dan volgende bedragen, zelfs indien van eigenaar veranderd wordt : 1° 12.500 euro per inrichting met een groot onderkomen; 2° 5.000 euro per gemeubileerde vakantiewoning; 3° 750 euro per inrichting met een klein onderkomen. De Regering is gemachtigd om een maximumbedrag per categorie werken vast te leggen. HOOFDSTUK IV. - Subsidies voor toeristische kampeerterreinen

Art. 391.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor de inrichtings- en uitrustingswerken voor toeristische kampeerterreinen en het ereloon met betrekking erop, voor de aankoop van materiaal noodzakelijk voor de uitvoering van werken bestemd voor de inrichting, de vergroting en de modernisering van toeristische kampeerterreinen, met inbegrip van de aankoop van het meubilair voor binnen- en buitenuitrusting en van het gemotoriseerde onderhoudsmateriaal, toebehoren inbegrepen, evenals voor de kosten voor animatie.

Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting verleent de Regering een subsidie voor de werken bestemd voor de inrichting, de vergroting en de modernisering van het sanitair en kleedruimtes in een kampeerterrein op de hoeve evenals voor het ereloon met betrekking tot die werken en voor de aankoop van materiaal dat noodzakelijk is voor de uitvoering van die werken.

Er wordt geen enkele subsidie verleend voor werken wegens schaden veroorzaakt door water op een overstroombaar gedeelte van een toeristisch kampeerterrein.

Art. 392.D - De Regering omschrijft de aankopen en werken waarvoor een subsidie verkregen kan worden krachtens artikel 391.D.

Art. 393.BWR - Een subsidie zoals bedoeld in artikel 391.D, eerste lid, kan worden verleend voor : 1° de werkzaamheden betreffende de aanleg en de uitrusting van de installaties voor de behandeling, de zuivering en de lozing van het afvalwater met inbegrip van de algemene riolering en de ontsmettingssytemen;2° de installatie van sanitair en toebehoren;3° de plaatsing van stopcontacten voor de kampeerplaatsen;4° de aanleg van terreinen voor sport en spel, evenals wegneembare uitrustingen die deel uitmaken van die inrichting;5° de installatie van een gemeenschappelijk lokaal, met inbegrip van het meubilair;6° de installatie van een restaurant of een cafetaria, met inbegrip van het meubilair;7° de verlichting van de toegangswegen en de binnenwegen voor het verkeer van voertuigen op het toeristisch kampeerterrein;8° de aanleg van de toegangswegen en de wegen op het toeristisch kampeerterrein;9° de installaties voor de verzameling en de selectieve afvalsortering met inbegrip van de containers;10° het aanplanten van binnenlandse soorten;11° de aansluiting van het toeristisch kampeerterrein en van de kampeerplaatsen op de telecommunicatienetwerken;12° de aanleg van watertappunten op het toeristisch kampeerterrein of op de kampeerplaatsen;13° de nodige inrichtingen en aankopen voor de overeenstemming met de specifieke of basisnormen inzake brandveiligheid;14° het verstevigen en het verhogen van de oevers van een waterloop die gelegen is langs het toeristisch kampeerterrein, op voorwaarde dat de beheerder van de bedding of de waterloop of andere er verplicht de toelating voor geeft;15° de aanleg van parkeerruimten; 16° het optrekken van identieke onverplaatsbare hokjes op het hele toeristische kampeerterrein, waarbij het in aanmerking komend bedrag voor dat werk maximum 7.500 euro per hokje bedraagt, met een minimum van drie onverplaatsbare hokjes; 17° de kosten eigen aan de installatie van de verkeerssignalisatie van het hotelbedrijf, beantwoordend aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale regelgeving;18° de kosten voor het afbakenen van het toeristisch kampeerterrein en de nummering van de kampeerplaatsen;19° de werken en uitrustingen met betrekking tot de aanleg van een geluidsinstallatie en de veiligheid van het toeristisch kampeerterrein, met inbegrip van de bewaking;20° de installatie van een openbare telefooncel, met inbegrip van het telefoontoestel en de aansluiting ervan;21° de aanleg van een washok, met inbegrip van de wasmachines en droogkasten;22° de aanleg van compleet uitgeruste ruimten voor de ontvangst van campers;23° de aanleg van een lokaal bestemd voor de ontvangst, met inbegrip van een balie, het informatica- en informatiematerieel en de software, evenals een aanpalende conciërgewoning waarin een gezin ondergebracht kan worden;24° de aanleg van watertappunten en de aankoop van pompmaterieel, en de aanleg van regenwatertanks;25° de aankoop, de plaatsing en de aansluiting van een hoogspanningstransformator;26° de aanleg van de percelen;27° de infrastructuren voor de animatie en de kosten voor de animatie tijdens de schoolvakantieperiodes, en die verenigbaar zijn met de rust van de kampeerders;28° de versteviging en de verhoging van de oevers van een watervlak;29° de aankoop van gemotoriseerd onderhoudsmaterieel;30° de aanleg en de modernisering van de hangar of het berghok voor gereedschap en gemotoriseerd onderhoudsmaterieel;31° de aankoop en de installatie van het materieel voor de productie van hernieuwbare energieën;32° de specifieke inrichtingen met het oog op de overeenstemming met alle bepalingen van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium of genomen krachtens laatstgenoemde;deze bepalingen betreffen de specifieke inrichtingen voor de opvang van personen met een verminderde beweeglijkheid.

De Minister is bevoegd om de animatiekosten waarvoor een subsidie verleend kan worden, nader te bepalen.

De in het eerste lid, 22°, bedoelde inrichtingen zijn prioritaire investeringen in de zin van artikel 395.D, § 3, mits naleving van de volgende voorwaarden : - de bewegwijzeringsborden van het toeristische kampeerterrein zijn voorzien van een specifiek logo waarvan het model door de Minister wordt bepaald; - binnen het toeristische kampeerterrein wordt het traject tot de ruimte met pijlen aangegeven; - de afmeting van de weg tot de ruimte voor de ontvangst van de campers (auto's -caravans) is voldoende om een vlotte doorgang van dergelijke voertuigen mogelijk te maken; - de ruimte is uitsluitend bestemd voor de ontvangst van de campers (auto's-caravans) en is voorzien van parkeerplaatsen die voor hen specifiek zijn; - de ruimte is voorzien van een paal die minstens bestemd is om de camper (auto-caravan) te bevoorraden met water en elektriciteit en om de afvoer van afvalwater mogelijk te maken; - in de ruimte voor de ontvangst van de campers (auto's-caravans) is de bodem vlak en gestabiliseerd; - er wordt toeristische informatie over de andere ruimten van campers (auto's-caravans) gelegen in een straal van dertig kilometer verstrekt.

De Minister wordt ertoe gemachtigd om deze voorwaarden te bepalen.

Art. 394.BWR - Er kan een subsidie zoals bedoeld in artikel 391.D, tweede lid, verleend worden voor de plaatsing, in de gebouwen van de hoeve of in een hok, van wc's, douches, wastafels of kleedkamers voorbehouden voor de kampeerders, evenals voor de installaties voor de afvoer, de zuivering en de lozing van afvalwater.

Art. 395.D - § 1. Het subsidiepercentage bedraagt 30 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden, ereloon en animatiekosten bedoeld in artikel 391.D, eerste lid.

Indien de werken, aankopen en animatiekosten evenwel verwezenlijkt worden op een toeristisch kampeerterrein dat minstens 25 % van diens plaatsen voorbehoudt voor kampeerders op doortocht, wordt dat subsidiepercentage opgetrokken tot 40 %.

In afwijking van het eerste lid bedraagt het subsidiepercentage 50 % indien de inrichtings- en uitrustingswerken voor de installaties de behandeling, de zuivering en de lozing van afvalwater van een toeristisch kampeerterrein betreffen, met inbegrip van de algemene riolering. § 2. Het subsidiepercentage bedraagt 30 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 391.D, tweede lid. § 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2 kan het subsidiepercentage tot 50 % van de kostprijs van de investeringen die de Regering als prioritair vastlegt, oplopen.

Art. 396.D - Er kan geen enkele subsidie verleend worden indien de kostprijs van de aankopen, de werken en het ereloon lager ligt dan 5.000 euro per toeristisch kampeerterrein en 1.000 euro pe kampeerterrein op de hoeve, aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.

Art. 397.D - Indien het subsidiepercentage 30 % van de kostprijs van de aankopen, de werken en het ereloon en animatiekosten bedoeld in artikel 391.D, eerste lid, bedraagt, kan het totaalbedrag van de subsidies die verleend worden voor een toeristisch kampeerterrein 50.000 euro per periode van drie jaar niet overschrijden, zelfs indien van eigenaar veranderd wordt.

Indien het subsidiepercentage 40 % van de kostprijs van de aankopen, het ereloon en de animatiekosten bedoeld in artikel 391.D, eerste lid, bedraagt, kan het totaalbedrag van de verleende subsidies 70.000 euro per periode van drie jaar niet overschrijden.

Indien het subsidiebedrag 50 % bedraagt, kan het totaalbedrag van de verleende subsidies 85.000 euro per periode van drie jaar niet overschrijden.

In afwijking van het eerste lid kan het totaalbedrag van de subsidies die verleend worden voor een kampeerterrein op de hoeve 2.000 euro per periode van drie jaar niet overschrijden.

De Regering is gemachtigd om een maximumbedrag per categorie werken vast te leggen. HOOFDSTUK V. - Subsidies voor de vakantiedorpen en de verblijfseenheden Afdeling 1. B Subsidies voor de gemeenschappelijke uitrustingen van de

vakantiedorpen

Art. 398.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kent de Regering een subsidie toe voor de aanleg en de uitrusting van vakantiedorpen, evenals voor het ereloon in verband ermee en voor de aankoop van de materialen die nodig zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden bestemd voor de oprichting of de modernisering van de vakantiedorpen, alsmede voor de kosten voor animatie.

Art. 399.D - De aankopen en werken waarvoor een subsidie verleend kan worden krachtens artikel 398.D zijn de volgende : 1° de werkzaamheden betreffende de aanleg en de uitrusting van de installaties voor de behandeling, de zuivering en de lozing van het afvalwater met inbegrip van de algemene riolering en de ontsmettingssytemen;2° de aanleg van speel- en sportterreinen alsmede de onafzetbare uitrustingen die deel uitmaken van die aanleg voor zover hun toegang vrij en gratis is voor de gasten;3° de installaties voor de verzameling en de selectieve afvalsortering met inbegrip van de containers;4° de inrichting van parken, tuinen en bloemperken op basis van plaatselijke soorten;5° de werken voor de overeenstemming met de specifieke of basisnormen inzake brandveiligheid;6° de verkeersbebakening van het vakantiedorp die voldoet aan de criteria van de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke en federale reglementering alsmede de interne bebakening van het vakantiedorp;7° de inrichting van een onthaallokaal, met inbegrip van zijn balie, het computer- en informatiemateriaal en de software alsmede een ruimte met verbinding zonder draad met internetnetwerk;8° de installatie van een systeem voor de opvang en het gebruik van regenwater;9° de aankoop en de installatie van het materiaal voor de productie van hernieuwbare energieën dat uitsluitend voor het vakantiedorp bestemd is, alsmede de vervanging van uitrustingen van het vakantiedorp, waardoor het energieverbruik van de betrokken structuur met minstens 30 % verminderd kan worden;10° de specifieke inrichtingen met het oog op de overeenstemming met alle bepalingen van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium of genomen krachtens laatstgenoemde;deze bepalingen betreffen de specifieke inrichtingen voor de opvang van personen met een verminderde beweeglijkheid.

Art. 400.D - § 1. Het subsidiepercentage bedraagt 30% van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 398.D. In afwijking van het eerste lid, bedraagt het subsidiepercentage 50% van de kostprijs van de investeringen bedoeld in artikel 399.D, 1°, 5°, 9° en 10°. § 2. Er kan geen enkele subsidie worden toegekend indien de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon lager is dan 5000 euro per vakantiedorp, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen. § 3. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend voor een vakantiedorp mag 50.000 euro per periode van drie jaar overschrijden, zelfs bij verandering van eigenaar. » Afdeling 2. B Subsidies voor de verblijfseenheden

Art. 401.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kent de Regering een subsidie toe voor de aankoop van roerende goederen of materialen en voor de werkzaamheden en het ereloon : 1° bestemd om een verblijfseenheid van een vakantiedorp in overeenstemming te brengen met de specifieke of basisnormen inzake brandveiligheid;2° bestemd om het globale energieverbruik van de verblijfseenheid met minstens 30 % te verminderen.

Art. 402.D - Het subsidiepercentage bedraagt 50 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 401.D, 1°.

Het subsidiepercentage bedraagt 30% van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 401.D, 2°.

Per periode van tien jaar kan het totaalbedrag van de voor een verblijfseenheid toegekende subsidies niet hoger zijn dan 5000 euro zelfs in geval van verandering van eigenaar.

De Regering is gemachtigd om een maximumbedrag per categorie werken vast te leggen. HOOFDSTUK VI. - Bepalingen gemeen aan de subsidies voor de hotelbedrijven, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, de vakantiedorpen en de verblijfseenheden Afdeling 1 - Algemeen

Art. 403.D - De belasting over de toegevoegde waarde kan inbegrepen zijn in het bedrag van de aankopen, werkzaamheden en ereloon die voor subsidie in aanmerking komen, indien die belasting niet door de aanvrager gerecupereerd wordt.

Art. 404.BWR - De Minister bepaalt de prioritaire investeringen bedoeld in de artikelen 379.D, tweede lid, 385.D, tweede lid, en 395.D, § 3. Afdeling 2.- Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de

subsidies

Art. 405.D - De toekenning van de in de artikelen 376.D, 382.D, 388.D, 391.D, 398.D en 401.D bedoelde subsidies wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende voorwaarden : 1° de aanvrager of de vertegenwoordigende eenheid wanneer de aanvrager de eigenaar is van een verblijfseenheid of een vakantiedorp, dient houder te zijn van de vergunning die overeenstemt met het type toeristische logiesverstrekkende inrichting waarvoor de subsidie wordt aangevraagd of zich er schriftelijk toe verbinden de vergunning aan te vragen, uiterlijk na voltooiing der werken; 2o de aanvrager dient ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 407.D voor te leggen.

De begunstigde dient te bestemming van het goed gedurende vijf jaar ingaand te rekenen van 1 januari volgend op het laatste jaar waarvoor de subsidie is uitbetaald, in stand te houden.

Er wordt geen enkele subsidie verleend indien een andere overheid reeds een subsidie heeft verleend voor die werkzaamheden, ereloon of aankopen. Afdeling 3. - Aanpassing van de percentages en de maximumbedragen

Art. 406.D- De Regering is gemachtigd om de bedragen bepaald in de artikelen 380.D, 381.D, 386.D, 387.D, 390.D, 396.D, 397.D, 400.D en 402.D aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand januari 2005 volgens de formule : bedrag bepaald in respectievelijk elk artikel x nieuw indexcijfer/aanvankelijk indexcijfer waarbij het aanvankelijk indexcijfer, het indexcijfer is van de maand januari 2005 en het nieuwe indexcijfer, het indexcijfer van de maand van het lopende jaar.

In ieder geval worden de op grond van lid 1 aangepaste bedragen naar de lagere eenheid afgerond indien de decimaal kleiner is dan 50 en naar de hogere eenheid indien de decimaal gelijk is aan of hoger is dan 50. Afdeling 4. - Procedures voor de toekenning, de vereffening en de

controle over het gebruik van de subsidies

Art. 407.D - De aanvraag tot toekenning van een subsidie dient per gecertificeerde zending te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme middels het door de Regering bepaalde formulier.

De Regering stelt de inhoud vast en bepaalt de vorm van de subsidie-aanvraag. Ze bepaalt het aantal exemplaren dat het dossier dient te bevatten.

Art. 408.BWR - De aanvraag van een subsidie zoals bedoeld in artikel 376.D, 382.D, 391.D, 398.D of 401.D dient door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme, dat uitdrukkelijk de bepaling van artikel 405.D, derde lid, citeert, ingediend te worden.

Bij die aanvraag worden alle nuttige stukken en inlichtingen gevoegd en minstens : 1° een afschrift van de vereiste bestuurlijke vergunningen die een definitief karakter dienen te bezitten;2° in voorkomend geval, een plan met afmetingen van het overwogen of uitgevoerde werk;3° een geraamd ontwerp, bestekken of facturen waarop de eenheidsprijzen en de hoeveelheden in detail vermeld worden;4° een verklaring waarin de gekregen, aangevraagde of verwachte subsidies van andere overheden nader aangegeven worden;5° in voorkomend geval, vergunningen voor de plaatsing van verkeerssignalisatie;6° in voorkomend geval, een stuk uitgaand van de eigenaar van de toeristische logiesverstrekkende inrichting waaruit blijkt dat hij instemt met de uitvoering van de werken;7° een eigendomsattest afgeleverd door het territoriaal bevoegde registratiekantoor; 8° in voorkomend geval, de verbintenis bedoeld in artikel 405.D, lid 1, 1°; 9° volledige informatie over de elders verkregen tegemoetkomingen van andere overheden of openbare instellingen tijdens de drie jaar die aan de aanvraag zijn voorafgegaan en waarop Verordening (EG) nr.1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun van toepassing is.

Art. 409.D - § 1. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag voor een hotelbedrijf, een toeristisch kampeerterrein of een vakantiedorp krijgt, het bedrag van de subsidies die toegekend worden voor die toeristische logiesverstrekkende inrichting tijdens de twee begrotingsjaren die voorafgaan aan het jaar waarin de aangevraagde subsidie vastgelegd zou worden indien ze wordt toegekend.

Indien het een subsidieaanvraag voor het streekgebonden toeristisch logies betreft, bepaalt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het bedrag van de subsidies die respectievelijk worden toegekend op grond van artikel 382.D, eerste en tweede lid, voor die toeristische logiesverstrekkende inrichting tijdens de negen begrotingsjaren die voorafgaan aan het begrotingsjaar waarin de aangevraagde subsidie vastgelegd zou worden indien ze wordt toegekend.

Indien het een subsidieaanvraag voor een gemeubileerde vakantiewoning of voor een verblijfseenheid betreft, bepaalt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het bedrag van de subsidies die toegekend worden voor die toeristische logiesverstrekkende inrichting tijdens de negen begrotingsjaren die voorafgaan aan het begrotingsjaar waarin de aangevraagde subsidie vastgelegd zou worden indien ze wordt toegekend. § 2. De subsidie bedoeld in artikel 376.D kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in artikel 381.D en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

De subsidie bedoeld in artikel 391.D kan het maximumbedrag bedoeld in artikel 397.D en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

De subsidie bedoeld in artikel 382.D, eerste lid, kan het maximumbedrag bedoeld in artikel 387.D, eerste lid, en het bedrag bepaald overeenkomstig het tweede lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

De subsidie bedoeld in artikel 398.D kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in artikel 400.D, § 3 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

De subsidie bedoeld in artikel 401.D kan het maximumbedrag bedoeld in artikel 402.D, tweede lid, en het bedrag bepaald overeenkomstig het derde lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

De subsidie bedoeld in artikel 382.D, tweede lid, kan het maximumbedrag bedoeld in artikel 387, tweede lid, en het bedrag bepaald overeenkomstig het tweede lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

De subsidie bedoeld in artikel 388.D kan het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 390 en het bedrag bepaald overeenkomstig het derde lid van paragraaf 1 niet overschrijden.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme waakt er daarnaast over dat Verordening nr. 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het E.G.-verdrag op de minimis-steun nageleefd wordt.

Indien het bedrag van een subsidie voor een hotelbedrijf, een toeristisch kampeerterrein of een vakantiedorp het maximumbedrag bepaald in respectievelijk de artikelen 381.D, 397.D en 400.D bereikt, kan er enkel op grond van een nieuwe aanvraag die ten vroegste twee jaar na de vastlegging van de voorgaande subsidie wordt ingediend, een nieuwe subsidie worden verleend.

Indien het bedrag van een subsidie die toegekend wordt voor streekgebonden toeristisch logies op grond van artikel 382.D, eerste lid, of op grond van artikel 382.D, tweede lid, het maximumbedrag bepaald respectievelijk in artikel 387.D, eerste en tweede lid, bereikt, kan er enkel op grond van een nieuwe aanvraag die ten vroegste negen jaar na de vastlegging van de voorgaande subsidie een nieuwe subsidie worden verleend.

Indien het bedrag van een subsidie voor een gemeubileerde vakantiewoning het maximumbedrag bepaald in artikel 390.D of 402.D bereikt, kan er enkel op grond van een nieuwe aanvraag die ten vroegste negen jaar na de vastlegging van de voorgaande subsidie wordt ingediend, een nieuwe subsidie worden verleend. § 3. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun.

Art. 410.D - Elke persoon die de toekenning van een subsidie krachtens artikel 376.D, 382.D, 388.D, 391.D, 398.D of 401.D aanvraagt, geeft de Regering daardoor toelating om ter plaatse elke nuttig geachte verificatie door te voeren.

De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld in artikel 405.D.

Art. 411.D - De uitbetaling van de subsidie wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van de volgende voorwaarden : 1° de aankopen dienen uitgevoerd te zijn ten vroegste op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van indiening van de aanvraag en uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op de budgettaire vastlegging van de subsidie;de werken dienen ten vroegste op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar van indiening van de aanvraag aangevat en uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op de budgettaire vastlegging van de subsidie voltooid te zijn; 2° de data van de omstandige facturen met betrekking tot de aankopen en de werken bedoeld onder 1° dienen tussen de twee daar bedoelde data begrepen te zijn;indien de werken evenwel voltooid zijn in de loop van het laatste kwartaal van het jaar volgend op dat van de budgettaire vastlegging, wordt de facturatietermijn met drie maanden te rekenen van het einde van de werken verlengd; 3° de aankopen en de werkzaamheden waarvoor ze toegekend is, worden voltooid en de toeristische logiesverstrekkende inrichting moet functioneel zijn;4° de originele facturen, met een minimumbedrag van 125 euro elk, dienen te worden voorgelegd;5° de begunstigde of de vertegenwoordigende eenheid als het gaat om een verblijfseenheid, dient de machtiging te hebben bekomen die overeenstemt met het type toeristische logiesverstrekkende inrichting waarvoor de subsidie is aangevraagd;6° de facturen betreffende de onroerende werkzaamheden worden enkel in aanmerking genomen voor zover ze opgesteld worden door bij de Federale Overheidsdienst Financiën geregistreerde ondernemingen;7° elke factuur die rechtstreeks of via een gebonden persoon, namelijk de onderneming waarvan de aanvrager of zijn bloedverwant tot de derde graad of elke samenwonende persoon, de bediende, de beheerder of de eigenaar is, opgesteld is door de eigenaar of de beheerder van de toeristische logiesverstrekkende inrichting wordt in aanmerking genomen; In afwijking van het eerste lid, 4°, wordt geen enkel minimaal bedrag vereist voor de facturen betreffende aankopen, werken en erelonen die dienen om de basisnormen of de specifieke veiligheidsnormen te halen.

Art. 412.D - De subsidie wordt vereffend aan degene die de materiaalaankopen of de werken financiert voor zover hij steeds eigenaar of vergunningshouder is op de dag van de vereffening.

Art. 413.D - De Regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 405.D, 411.D en 412.D nageleefd worden.

De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikel 405.D, 411.D of 412.D niet naleeft.

Art. 414.D - Behoudens voorafgaandelijke andersluidende beslissing van de Regering dient de subsidiegerechtigde de subsidie in verhouding tot het aantal overblijvende jaren terug te betalen indien binnen de termijn van vijf jaar ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is, niet meer aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 405.D voldaan wordt.

Art. 415.BWR - De Minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 en 3 aan die belast zijn met : 1° de verificaties ter plaatse bepaald in artikel 410.D; 2° de controle bepaald in artikel 413.D. HOOFDSTUK VII. - Subsidies ter zake van sociaal toerisme Afdeling 1 - Algemeen

Art. 416.D - Om het sociaal toerisme te bevorderen en te ontwikkelen, kan de Regering binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting tussenbeide komen in de uitgaven verricht door de verenigingen voor sociaal toerisme die de voorwaarden vastgesteld in artikel 418.D vervullen.

De subsidie van het Waalse Gewest kan betrekking hebben op uitgaven aangaande : 1° de aankopen of de herbestemmingen van gronden of installaties of de bouwwerken bestemd voor de totstandbrenging van toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die onder het sociaal toerisme vallen;2° de binneninrichting, de roerende uitrusting en het groot onderhoud van de gronden, installaties en bouwwerken bedoeld onder punt 1°. Het ereloon met betrekking tot de werken bedoeld in het tweede lid kan gesubsidieerd worden.

De belasting over de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de begunstigde vereniging.

Art. 417.D - De Regering kan de subsidieerbare uitgaven omschrijven. Afdeling 2.- Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de

subsidies

Art. 418.D - De Regering kan de subsidies bedoeld in artikel 416.D, tweede lid, toekennen aan de verenigingen voor sociaal toerisme die volgende voorwaarden vervullen : 1° de toeristische logiesverstrekkende inrichting waarvoor de subsidie is aangevraagd leeft de sanitaire uitrustingsnormen vastgesteld door de Regering, de basisnormen en de specifieke veiligheidsnormen na;2° de vereniging voor sociaal toerisme voorziet in een uitrusting en een uitbating die voldoende zijn om een rationeel en doeltreffend beheer mogelijk te maken;3° zij verdedigt een project dat kadert in het algemeen beleid dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;4° per kalenderjaar besteedt ze in verhouding tot het aantal overnachtingen minstens 51 % van de werkelijke bezetting van de betrokken toeristische logiesverstrekkende inrichting aan het onderbrengen van aangesloten leden;5° de vergoeding van de prestaties die aan haar aangesloten leden aangeboden worden, overschrijdt niet, enerzijds, drie vierde van de gemiddelde prijs die voor een vergelijkbare prestatie in een hotelbedrijf betaald moet worden en, anderzijds, drie vierde van de prijs die zij in de toeristische logiesverstrekkende inrichting vraagt van niet-leden; 6o de aanvrager dient ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 424.D voor te leggen.

Er wordt geen enkele subsidie toegestaan indien de werken, het ereloon of de aankopen gesubsidieerd kunnen worden krachtens andere wets- of regelgevende bepalingen behalve indien vastgesteld wordt dat zij zonder die bijkomende steun niet verwezenlijkt zouden kunnen worden.

Art. 419.D - De Regering is gemachtigd om de sanitaire veiligheidsnormen bedoeld in artikel 418.D, eerste lid, 1°, vast te stellen.

Art. 420.BWR - De krachtens artikel 418.D, eerste lid, 1°, door de toeristische logiesverstrekkende inrichting na te leven normen voor de sanitaire uitrustingen waarvoor een vereniging voor sociaal toerisme een subsidie aanvraagt, zijn : 1° gemiddelde lucht per kamer : minstens 8m;per persoon; 2° minstens één douche per acht personen; 3° minstens één W.C. per acht personen; 4° minstens één wastafel per drie personen.

Art. 421.D - De vereniging voor sociaal toerisme dient in het onderhoud van de met de subsidie doorgevoerde verwezenlijking te voorzien en de bestemming ervan in stand te houden gedurende een termijn van vijftien jaar ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin zij voor de subsidie in aanmerking is gekomen.

Die termijn wordt tot zeven jaar teruggebracht voor de aankopen van roerende goeden. Afdeling 3.- Subsidiepercentages en -bedragen

Art. 422.D - De subsidie bedraagt maximum 75 % van het bedrag van de uitgaven bedoeld in artikel 416, tweede lid, voorzover er bedden worden opgericht.

De subsidie bedraagt maximum 60 % van het bedrag van de uitgaven bedoeld in artikel 416.D, tweede lid, zonder oprichting van bedden.

Art. 423.D - Het maximaal subsidieerbare bedrag wordt vastgesteld op 12.500 euro per op te richten bed, behalve indien de Regering de toelating geeft om het maximumbedrag te overschrijden.

Het bedrag wordt jaarlijks op 1 april aangepast ten opzichte van het indexcijfer van de bouwkostprijs van 5 april 1997 volgens de formule : 12.500 x indexcijfer waarbij het indexcijfer van de bouwkostprijs van 5 april 1997 gelijk is aan 469 en het nieuwe indexcijfer, het indexcijfer van de bouwkostprijs is van de maand maart van het lopende jaar.

In ieder geval wordt de op grond van het tweede lid aangepaste bedrag afgrond naar de lagere eenheid in de veronderstelling dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid in het geval waarin de decimaal gelijk zou zijn aan of hoger zou zijn dan 50.

De Regering maakt jaarlijks de lijst van de beslissingen inzake de overschrijding van het maximumbedrag en de verantwoordingen ervan aan de Waalse Gewestraad over.

De kostprijsberekening per bed houdt rekening met alle uitgaven bedoeld in artikel 416.D, tweede lid, en met het ereloon van de architect, andere honoraria bedoeld in artikel 416.D, derde lid, uitgesloten. De belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot die uitgaven, de kosten verbonden aan de aankoop van panden en de uitgaven voor de inrichting ten behoeve van de opvang van gehandicapten worden buiten de berekening gelaten. Afdeling 4. - Procedures voor de toekenning, de vereffening en de

controle over het gebruik van de subsidies

Art. 424.D - De subsidieaanvraag dient per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme te worden gericht.

De Regering stelt de inhoud vast en bepaalt de vorm van de subsidie-aanvraag. Ze bepaalt het aantal exemplaren dat het dossier dient te bevatten.

Art. 425.BWR - Bij de aanvragen met betrekking tot de uitgaven bedoeld in artikel 416.D, tweede lid, worden volgende stukken in tweevoudig exemplaar gevoegd : 1° een korte uiteenzetting waarin de hoofdkenmerken van de toeristische logiesverstrekkende inrichting opgegeven worden, opgemaakt door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme;2° in voorkomend geval, een afschrift van het brandveiligheidsattest;3° in voorkomend geval, een attest waaruit blijkt dat de elektriciteitsinstallatie conform is, afgeleverd door een erkende instelling;4° een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en dat op naam van de persoon belast met het dagelijks beheer van het centrum voor sociaal toerisme is afgeleverd sinds minder dan drie maanden;5° de plattegronden, het bestek en een gedetailleerde raming van de investeringen en de uitgaven waarvoor de subsidie is aangevraagd;6° een nota waaruit de toeristische gepastheid blijkt en waarmee vastgesteld wordt dat de werken of aankopen conform zijn aan de wettelijke en regelgevende bepalingen;de motivering van de werken of aankopen ten opzichte van de zorgvuldige exploitatie van de toeristische logiesverstrekkende inrichting of de oprichting ervan; de summiere analyse van de lokale behoeften inzake uitrustingen; 7° een afschrift van de vereiste bestuurlijke vergunningen, die een definitief karakter moeten hebben;8° een afschrift van de eigendomstitel of van de huurpacht; 9° de lijst van de voor hypotheek in aanmerking komende goeden, eigendomstitels of huurpachten, een recente hypothecaire staat in verband met die goeden en, in voorkomend geval, een recent attest van de hypothecaire schuldeiser waaruit het bedrag van zijn schuldvordering in hoofdsom en in rente blijkt indien de aangevraagde subsidie het bedrag van 100.000 euro overschrijdt; 10° een afschrift van de laatst bijgewerkte statuten van de vereniging voor sociaal toerisme;11° de balansen en resultaatrekeningen van de laatste twee jaar;12° een financieringsplan voor de uitvoering van de werken;13° een op drie jaar opgestelde raming van het beheer.

Art. 426.D - Elke vereniging voor sociaal toerisme die om een subsidie krachtens artikel 127 verzoekt geeft de Regering daardoor toelating om ter plaatse de verificaties die ze nuttig acht te laten verrichten om te beoordelen of vanuit technisch, toeristisch en sociaal oogpunt het project aan de vooropgestelde doelstellingen en aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 418.D beantwoordt.

De weigering om zich aan die verificaties te onderwerpen of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden dat aan die doelstellingen en voorwaarden niet voldaan is, met zich mee.

Art. 427.D - § 1. Indien de subsidie 100.000 euro overschrijdt, wordt diens terugbetaling gewaarborgd door een wettelijke hypotheek op de in Belgie gelegen goeden van de begunstigde en zijn voor hypotheek vatbaar.

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de Regering. De inschrijving vindt plaats niettegenstaande verweer, bestrijding of beroep.

De inschrijvingskosten van de wettelijke hypotheek dienen door de subsidiegerechtigde te worden overgenomen. § 2. Indien de subsidieaanvrager evenwel niet over voor hypotheek vatbare goeden beschikt en de subsidie 100.000 euro overschrijdt, dient de terugbetaling gewaarborgd te worden door een conventionele hypotheek waarvan de lasten door de aanvrager worden overgenomen.

Art. 428.D - § 1. De subsidie die beantwoordt aan de aankoop van panden, een overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, kan uitbetaald wordt ter hoogte van maximum 90 % na voorlegging van de stukken van uitgaven die de aankoop, de werken, de leveringen of dienstverleningen ter hoogte van minstens één derde van de voorziene uitgave verantwoorden.

De eindafrekening dient uiterlijk vóór verstrijken van de twaalfde maand volgend op de datum van de laatste voorlopige uitbetaling te worden voorgelegd. § 2. De aankoop van panden waarvoor een subsidie verkregen kan worden, dient ten vroegste op de datum van indiening van de subsidieaanvraag en uiterlijk binnen twaalf maanden na kennisgeving van de toekenning ervan plaats te vinden.

De werken, leveringen of dienstverleningen dienen ten vroegste op de datum van indiening van de subsidieaanvraag en uiterlijk binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen van de kennisgeving van de toekenning ervan plaats te vinden en dienen uiterlijk drie maanden na de aanvang van de werken, leveringen of dienstverleningen voltooid te zijn. § 3. Bij niet-naleving van de termijnen bepaald in de paragrafen 1 en 2 en behoudens verlenging toegestaan door de Regering op grond van een behoorlijk verantwoorde aanvraag die door begunstigde wordt ingediend vóór verstrijken van de aanvankelijke termijn, dienen de onverschuldigd gestorte sommen te worden terugbetaald.

Art. 429.D - De Regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 418.D, 421.D en 428.D nageleefd worden.

De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikel 418.D, 421.D of 428.D niet naleeft.

Art. 430.D - § 1. De begunstigde vereniging die ophoudt te voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 418 en 421, eerste lid, dient, behoudens voorafgaandelijke toelating door de Regering, de subsidie die op grond van artikel 416 toegekend is, volledig terug te betalen indien de gebeurtenis die de teruggave verantwoordt, plaatsvindt binnen een termijn van vijf jaar ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie is uitbetaald.

Indien die gebeurtenis plaatsvindt na verstrijken van die termijn van vijf jaar, dient de begunstigde vereniging de subsidie verminderd met één tiende voor elke periode van twaalf jaar die verstreken is na de voornoemde termijn van vijf jaar, terug te betalen. § 2. Indien de subsidie die toegekend is op grond van artikel 416 de aankoop van roerende goeden betreft, dient de begunstigde vereniging ze behoudens voorafgaandelijke toelating door de Regering terug te betalen in verhouding tot het aantal nog te lopen jaren indien binnen een termijn van zeven jaar ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin zij voor subsidie in aanmerking is gekomen, niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 418.D en 421.D, tweede lid.

Art. 431.D - Naast de algemene boekhouding houdt de subsidiegerechtigde vereniging afzonderlijke boeken die de opstelling van een resultatenrekening en van een jaarbalans voor elk centrum voor sociaal toerisme omvatten.

Art. 432.BWR - De Minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 of 3 aan die belast zijn met : 1° de verificaties ter plaatse bepaald in artikel 426.D; 2° de controle bepaald in artikel 429.D; 3° de controle van de naleving van de termijnen bepaald in artikel 428.D en de verlenging ervan overeenkomstig de bepaling van dat artikel.

Art. 433.BWR - De Minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1 of 2+ aan die belast zijn met : 1° het opvragen van de inschrijving der hypotheken bepaald in artikel 427.D. 2° het ondertekenen van de akten van handlichting onder voorbehoud van de voorafgaandelijke toelating van de Regering bepaald in artikel 430.D. TITEL 6. - Kampplaatsen HOOFDSTUK I. - Label

Art. 434.D - De eigenaar of de beheerder van een kampplaats kan om de toekenning van het label voor zijn toeristische logiesverstrekkende inrichting door een erkende instelling vragen. Het label kan aangevuld worden met een indeling in drie categorieën volgens de normen die door de Regering op basis van de criteria bedoeld in artikel 462.D bepaald worden.

Art. 435.D - Het label wordt voor maximum tien jaar verleend.

Art. 436.D - Het label is niet overdraagbaar. HOOFDSTUK II. - Procedure

Art. 437.D - De aanvraag van een label wordt per gecertificeerde zending bij de erkende instelling ingediend. Om ontvankelijk te zijn wordt de betaling van de forfaitaire bijdrage, waarvan het bedrag door de Regering wordt bepaald, eerst bij de erkende instelling verricht.

Art. 438.BWR - Het bedrag van de forfaitaire bijdrage bedoeld in artikel 437.D bedraagt : - 160 euro voor een plaats waar minder dan 40 jongeren worden opgevangen; - 200 euro voor een plaats waar 40 tot minder dan 60 jongeren worden opgevangen; - 240 euro voor een plaats waar minder dan 60 jongeren worden opgevangen;

Deze bedragen worden jaarlijs aangepast om rekening te houden met de waarde van de met de waarde van de index der consumptieprijzen, volgens de formule : voorzien bedrag x nieuw indexcijfer/aanvankelijk indexcijfer waarbij het aanvangsindexcijfer het indexcijfer is van de maand van inwerkingtreding van dit Boek en het nieuwe indexcijfer, het indexcijfer van de verjaardatum van die inwerkingtreding.

In ieder geval worden de op grond van het vorige lid aangepaste bedragen afgerond naar de lagere euro, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 centen en naar de hogere euro, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50 centen.

Art. 439.D - De Regering stelt de inhoud vast en bepaalt het label-aanvraag. Zij bepaalt de vorm van de aanvraag.

Art. 440.BWR - De labelaanvraag van de eigenaar of de beheerder van een kampplaats wordt ingediend aan de hand van het formulier opgemaakt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme; dat formulier bevat met name een beschrijving van de hoofdzakelijke kenmerken van de kampplaats.

Daarbij gaan volgende documenten : 1° in geval van toepassing van artikel 332.D, een afschrift van het brandveiligheidsattest; 2° in geval van toepassing van artikel 347.D, een afschrift van het vereenvoudigd controleattest; 3° in voorkomend geval, een afschrift van de vereiste administratieve vergunningen, die definitief geworden moeten zijn;4° een uittreksel van het strafregister, bestemd voor een overheidsbestuur en afgeleverd sinds minder dan drie maanden op naam van de aanvrager en, in voorkomend geval, van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting;5° wanneer de uitbating waargenomen wordt door een handelsvennootschap of door een vereniging, een afschrift van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de bijgewerkte en gecoördineerde statuten van de vennootschap of de vereniging.

Art. 441.BWR - Het attest betreffende de afgifte van het label wordt op zichtbare wijze in een hermetisch raam aangeplakt binnen de betrokken kampplaats. Het label identificeert verplicht de kampplaats en zijn maximale opslagcapaciteit

Art. 442.D - Indien de aanvraag onvolledig is, richt de erkende instelling binnen de vijftien dagen na ontvangst per gecertificeerde zending een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan de erkende instelling per gecertificeerde zending.

Binnen vijftien dagen na ontvangst ervan richt de erkende instelling per gecertificeerde zending een bericht van ontvangst aan de aanvrager waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Art. 443.D - De erkende instelling beslist over de labelaanvraag en richt zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 442, tweede lid.

Tegelijk wordt ze aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische logiesverstrekkende inrichting gevestigd is, gericht.

Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een weigeringsbeslissing.

Art. 444.D - § 1. In geval van afstand van een kampplaats dient de overnemer binnen drie maanden te rekenen van de afstand een label-aanvraag in. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 437.D tot en met 442.D. Bij overlijden van de vergunninghouder dient de overnemer een label-aanvraag in binnen zes maanden te rekenen van het overlijden.

Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 437.D tot 442.D. § 2. In afwijking van § 1 bestaat de aanvraag, indien de kampplaats overgenomen wordt door de samenwonende, een bloedverwant in opgaande dan wel nederdalende lijn in de eerste graad, uit een uittreksel van het strafregister ten behoeve van een overheidsbestuur en die namens de aanvrager is afgeleverd sinds minder dan drie maanden. Dat bewijs wordt binnen zes maanden na het overlijden gericht aan de erkende instelling, per gecertificeerde zending. Binnen dertig dagen na ontvangst ervan beslist de erkende instelling over de labelaanvraag en geeft er kennis van aan de aanvrager. Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een beslissing tot weigering van toekenning van het label. § 3. In afwijking van artikel 435.D kan het label in de gevallen bepaald in de paragrafen 1 en 2 gebruikt blijven worden tot en met de kennisgeving van de komende beslissing of het verstrijken van de termijn van dertig dagen bepaald in paragraaf 2 voor zover de aanvraag binnen de vastgestelde termijn is ingediend.

Art. 445.D - Binnen drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de kampplaats laat de labelhouder per gecertificeerde zending een uittreksel van het strafregister ten behoeve van een overheidsbestuur geworden aan de erkende instelling en die op naam van de vervanger is afgeleverd sinds minder dan drie maanden.

Art. 446.D - Het label vermeldt : - de identiteit van de houder; - de identificatie en de ligging van de kampplaats; - in voorkomend geval, de indelingscategorie; - de basiscapaciteit en de maximale capaciteit van de kampplaats; - in voorkomend geval, de duur waarvoor hij wordt verleend.

Het label wordt aangeplakt op door de Regering bepaalde wijze.

Art. 447.D - De labelhouder meldt aan de erkende instelling elke wijziging die van invloed zou kunnen zijn op de voorwaarden voor de toekenning van het label of de indeling, bij certificeerde zending binnen dertig dagen te rekenen van de wijziging.

Art. 448.D - De erkende instelling of het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde vragen dat een nieuw uittreksel van het strafregister ten behoeve van een overheidsbestuur overgemaakt wordt en dat sinds minder dan drie maanden aan de labelhouder of aan de persoon belast met het dagelijks bestuur van de kampplaats is afgeleverd.

Dat verzoek geschiedt minstens vijfjaarlijks. HOOFDSTUK III. - Intrekking van het label

Art. 449.D - Het label kan ingetrokken worden door de erkende instelling of het Commissariaat-generaal voor Toerisme : 1° indien de bepalingen van dit Boek of diens uitvoeringsbesluiten niet in acht genomen worden;2° indien de labelhouder of de persoon belast met het dagelijks bestuur van de kampplaats veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden en die in België voor een inbreuk omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek of in het buitenland wegens een feit dat gelijkaardig is aan feit dat één van die overtredingen vormt.

Art. 450.D- Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een label, licht de erkende instelling of het Commissariaat-generaal voor Toerisme diens houder per gecertificeerde zending in over de grond voor de vooropgestelde intrekking.

De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen per gecertificeerde zending aan de initiatiefnemer van de procedure tot intrekking over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden.

In dit geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme in aanwezigheid van de erkende instelling. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De aanvrager en de erkende instelling worden minstens acht dagen vóór de vastgestelde datum over die hoorzitting ingelicht. De aanvrager kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 451.D - Binnen zes maanden na de termijn bedoeld in artikel 450.D, tweede lid, maakt de initiatiefnemer van de procedure zijn beslissing per gecertificeerde zending aan de labelhouder over.

De beslissing wordt gelijktijdig medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichting gelegen is en aan ofwel het Commissariaat-generaal voor Toerisme, ofwel aan de erkende instelling. HOOFDSTUK IV. - Erkende instelling

Art. 452.D - Onverminderd artikel 449.D moet de erkende instelling de labelaanvragen behandelen, het label toekennen of weigeren, zorgen voor een regelmatige controle op de conformiteit van de kampplaatsen met de labelnormen en op eigen initiatief of op verzoek van de betrokkene overgaan tot de herziening of de intrekking van het label.

Art. 453.D - De erkende instelling wordt na een oproep tot de kandidaten bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad aangewezen door de Regering voor een periode van vijf jaar die eenmaal verlengd kan worden.

Art. 454.D - De oproep tot de kandidaten wordt bepaald door de Regering en vermeldt de in artikel 455.D bedoelde voorwaarden, de in artikel 457.D bedoelde selectiecriteria en de procedure tot aanwijzing van de erkende instelling.

Art. 455.D - Om ontvankelijk te zijn moet elke kandidatuur de volgende voorwaarden vervullen : 1° ze wordt opgesteld door een VZW waarvan het maatschappelijke doel verenigbaar is met de opdracht van de erkende instelling;2° de VZW heeft onder haar leden minstens twee jeugdbewegingen erkend door de Franse Gemeenschap;3° de statuten van de VZW garanderen haar pluralisme en stellen elke jeugdorganisatie die kampen organiseert in het Franse taalgebied en die erkend is door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap of nog door de bevoegde overheid van elke Lidstaat van de Europese Unie, in staat om er gewoon lid van te worden;4° de VZW neemt minstens één persoon in dienst met een kwalificatie die minstens gelijkwaardig is aan die van de baccalaureus, of verbindt zich ertoe een dergelijke persoon in dienst te nemen;5° de bestuurders en de personeelsleden van de VZW hebben een blanco strafregister;6° de VZW presenteert een organisatieprogramma, waarbij minstens een tweejarige controle op de inrichtingen voorzien van een kwaliteitslabel wordt gewaarborgd en engageert zich voor dat programma.

Art. 456.BWR - De in artikel 454.D bedoelde oproep tot de kandidaten wordt door de Minister georganiseerd.

De kandidaturen moeten binnen de maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad gezonden worden naar het adres vermeld in de oproep en moeten vergezeld gaan van de documenten waaruit blijkt dat de in artikel 455.D bedoelde ontvankelijkheidsvoorwaarden worden vervuld en waarin wordt bepaald dat er aan de voorwaarden bedoeld in hetzelfde artikel alsmede in artikel 458.D zal worden voldaan.

Binnen een termijn van 20 dagen na het sluiten van de oproep wijst de Minister de erkende instelling aan op grond van de criteria bedoeld in artikel 457.D. § 2. Binnen de perken bepaald in artikel 453.D en uiterlijk 4 maanden na het verstrijken van haar erkenning, kan de erkende instelling per gecertificeerde zending een aanvraag om verlenging van haar erkenning bij de Minister indienen; ze voegt bij haar aanvraag alle nodige documenten en inlichtingen die de naleving van de voorwaarden bepaald in artikel 455 bevestigen.

De verlenging wordt door de Minister beslist binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag om verlenging die als volledig wordt beschouwd.

Om een voortzetting van het beheer te waarborgen kan de instelling, waarvan de erkenning is verjaard, evenwel haar opdracht voortzetten zolang de beslissing betreffende de aanvraag om verlenging van de erkenning niet betekend is door de Minister.

De verlenging van de erkenning wordt geweigerd als de erkende instelling de voorwaarden bepaald in artikel 455.D niet meer vervult of zich niet heeft aangepast aan de verplichtingen van de artikelen 452.D en 458.D.

Art. 457.D - De Regering wijst de erkende instelling aan onder de ontvankelijke kandidaturen en op basis van de volgende criteria : 1° de representativiteit van de leden van de VZW ten opzichte van het aantal leden van jeugdorganisaties erkend door de Franse Gemeenschap en die kampen in het Franse taalgebied organiseren;2° de kwaliteit van het voorgestelde organisatieprogramma waarin de wijze wordt omschreven waarop de opdrachten inzake de behandeling van het label-aanvragen optimaal zullen worden uitgeoefend;3° de kwalificatie van de door de VZW aangeworven personen;4° elk ander criterium dat als gepast wordt beschouwd en geformuleerd door de Regering bij de oproep tot de kandidaten.

Art. 458.D - De erkende instelling : 1° maakt voortdurend en per computer het geheel van de gegevens betreffende de labelaanvragen toegankelijk voor de diensten van het Commissariaat-generaal voor Toerisme en op de van een label voorziene kampplaatsen;2° maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme haar jaarlijkse rekeningen alsmede een jaarlijks opdrachtverslag over;3° verstrekt zo spoedig mogelijke elke informatie aangevraagd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme betreffende haar opdracht;4° maakt het geheel van het gelabelliseerde aanbod, zijn eigenschappen en zijn omschrijving op een web-site bekend. De Regering is ertoe gemachtigd om de inhoud van het jaarlijkse opdrachtverslag te bepalen.

Art. 459.BWR - Het jaarlijkse verslag bedoeld in artikel 458.D, 2°, zal minstens de volgende informatie bevatten : - het aantal ingediende aanvragen om labeling, het aantal toegekende labellen en indelingen alsmede de opvangcapaciteiten; - het aantal indelingsherzieningen en deelnemingen aan beroepsverhoren; - het aantal bezoek- en raadgevingsdagen en afgelegde kilometers; - de voortgangen, vergaderingen, seminaria en diverse acties die nodig zijn voor de ontwikkeling van het netwerk van kampplaatsen; - de bevorderingsacties enerzijds en de aansporingen tot de opening van nieuwe kampplaatsen anderzijds; - elke actie en voortgang die nodig is voor de opdracht van de erkende instelling.

Art. 460.D - Als de erkende instelling de in de artikelen 455.D en 458.D bedoelde voorwaarden niet meer naleeft, maakt de Regering haar een ingebrekestelling over met vermelding van de geopperde bezwaren.

Als de erkende instelling zich binnen de volgende zestig dagen niet volledig heeft aangepast aan de bij de artikelen 455.D of 458.D bepaalde voorwaarden, trekt de Regering de erkenning in en lanceert een nieuwe openbare procedure voor de oproep tot de kandidaten.

Gedurende de voor de aanwijzing van een nieuwe erkende instelling nodige termijn, worden de opdrachten van laatstgenoemde uitgeoefend door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 461.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kent de Regering een subsidie toe aan de erkende instelling volgens de structuur bedoeld in artikel 11 van de wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt.

In geval van intrekking van de erkenning wordt de subsidie verminderd naar gelang van de periode waarin de vzw de erkenning heeft genoten.

De onbehoorlijk gestorte sommen zullen terugbetaald worden.

HOOFDTUK V. - Voorwaarden voor de toekenning van het label, de handhaving, de indeling en de herziening ervan

Art. 462.D - Het label, met inbegrip van de indeling, van een kampplaats is afhankelijk van de naleving van de door de Regering bepaalde voorwaarden.

Die kunnen betrekking hebben op : 1° de kenmerken van het gebouw en diens naaste omgeving zoals meer bepaald de ruimteindeling en de uitrusting ervan;2° de basiscapaciteit en de maximale capaciteit;3° de specifieke normen inzake hygiëne, comfort en veiligheid van het gebouw en diens naaste omgeving;4° het zedelijk gedrag van de aanvrager, van de labelhouder en van de persoon belast met het dagelijks beheer van de kampplaats;5° het voor elke bewoning te ondertekenen contract;6° de maximale prijs van de overnachting per persoon en de voor de lasten verlangde kostprijs;7° de identificatie van de ligging van de kampplaats;8° de minimale duur van de terbeschikkingstelling van de kampplaats;9° de naleving van de kalmte van de buurt;10° het afvalbeheer;11° het percentage energieverbruik.

Art. 463.BWR - Elke kampplaats moet de volgende criteria vervullen : 1° hij stemt overeen met de minimale uitrustings- en dienstnormen van categorie 1, die bedoeld zijn in bijlage 26; 2° hij is niet gelegen in hetzelfde gebouw als een toeristische logiesverstrekkende inrichting die gemachtigd is om één van de benamingen bedoeld in artikel 1.D, 11°, 15°, 16°, 19°, 26°, 29°, 33°, 34°, 41° te gebruiken; 3° hij is inderdaad beschikbaar als kampplaats tijdens een minimale duur van 6 weken in de zomer;4° de buitenkant en de binnenkant van de kampplaats zien er verzorgd uit, zijn in goede staat van netheid en hygiëne;voor elke verhuring wordt hij volledig gereinigd en verlucht; 5° hij voldoet aan één van beide volgende criteria : ofwel hij is gelegen buiten een bewoonde kern op een afstand die de kalmte van de omwoners verzekert; ofwel de labelhouder of de persoon belast met het dagelijkse beheer van de kampplaats of bij gebrek een behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke woont voortdurend ter plaatse of in de onmiddellijke nabijheid; hij zorgt voor de goede toepassing van het huurcontract en voor de strikte naleving van de kalmte van de omwoners. § 2. Voor elk gebruik als kampplaats sluit de labelhouder een contract met de bewoner dat de volgende voorwaarden vervult : het bevat minstens de elementen bedoeld in bijlage 27; de verhuurprijs per persoon en per nacht is kleiner dan 3 euro, lasten niet inbegrepen. § 3. De labelhouder zorgt ervoor dat de bewoners van de kampplaats de omwoners en hun normale rust eerbiedigen.

Art. 464.BWR - De normen waaraan de kampplaatsen moeten voldoen met het oog op hun indeling in categorieën zijn in bijlage 26 opgenomen

Art. 465.D - Het label van een kampplaats is onverenigbaar met de vergunning tot gebruik van een benaming bedoeld in artikel 1.D, 11° tot 16°, 26°, 28°, 33°, 34° en 41°.

Art. 466.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert, via de erkende instelling, aan de labelhouder een schild af waarop de toegewezen categorie-indeling wordt aangegeven. Dat schild blijft eigendom van het Waalse Gewest. De Regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan.

Art. 467.BWR - Het schild vermeldt het toegelaten label « Kampplaats ». Het moet op zichtbare wijze op het gelabelde gebouw en bij de hoofdingang aangeplakt worden.

Onverminderd het vorige lid en wanneer een gebouw verschillende gelabelde kampplaatsen omvat, wordt slechts één enig schild aangeplakt bij de hoofdingang.

Art. 468.BWR - Elk schild wordt teruggeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme op het adres van de erkende instelling in geval van vrijwillige afstand van het gebruik van het label. Het wordt ook binnen dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving van de beslissing tot intrekking van het label of, in geval van beroep, van de bevestiging ervan, teruggegeven.

Art. 469.D - Niemand kan van het schild of elke andere tekening of elk ander teken dat naar het label of een categorie-indeling verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over het label of de daarop betrekking hebbende indeling.

Art. 470.BWR - De Minister wordt ermee belast het model van het schild bedoeld in artikel 466.D te bepalen.

Art. 471.D - De erkende instelling herziet de indeling van een kampplaats indien laatstgenoemde overeenstemt met de voorwaarden die beantwoorden aan de indeling bij een hogere of lagere categorie.

Art. 472.D - Wanneer een herziening van de indeling door de labelhouder wordt aangevraagd, wordt de aanvraag per gecertificeerde zending ingediend bij de erkende instelling aan de hand van het door de Regering bepaalde formulier. Om ontvankelijk te zijn moet de betaling van de forfaitaire bijdrage bij de erkende instelling uitgevoerd zijn.

Daarbij worden alle inlichtingen en documenten gevoegd die de herziening van de indeling mogelijk zouden maken.

Art. 473.BWR - Elke herzieningsaanvraag wordt ingediend aan de hand van het formulier opgemaakt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme

Art. 474.D - Indien ze van mening is dat het verzoek alle bestanddelen bevat om met perfecte kennis van zaken over het verzoek te beslissen, maakt de erkende instelling per gecertificeerde zending binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek een bericht van ontvangst over waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Indien dat niet het geval is, richt ze binnen dezelfde termijn een gecertificeerde zending aan de aanvrager waarbij laatstgenoemde verzocht wordt om de ontbrekende inlichtingen mede te delen en geeft ze aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. Binnen vijftien dagen na ontvangst ervan richt de erkende instelling per gecertificeerde zending een bericht van ontvangst aan de aanvrager waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

Art. 475.D - De erkende instelling geeft kennis van haar beslissing binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is.

De erkende instelling kan, in voorkomend geval, de kampplaats indelen in een categorie die door de aanvrager niet aangevraagd wordt.

De beslissing van de erkende instelling wordt per gecertificeerde zending aan de aanvrager betekend. Het uitblijven van de kennisgeving aan de aanvrager binnen de termijn bepaald in het eerste lid staat met een beslissing tot weigering gelijk. HOOFDSTUK IV. - Beroepen

Art. 476.D - De aanvrager of de labelhouder, hierna eveneens "de aanvrager" genoemd, kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen tegen de beslissing : 1° tot weigering of intrekking van het label;2° tot herziening van de indeling op initiatief van de erkende instelling;3° tot weigering om de herziening van de indeling toe te kennen. Het beroep wordt ingediend binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in de gevallen bepaald in de artikelen 443.D, 444.D, § 2 en 475.D na de datum waarop de beslissing tot weigering als vaststaand wordt beschouwd.

Het wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.

Het beroep is niet opschortend behalve indien het betrekking heeft op een beslissing tot intrekking van het label of herziening van de indeling. In beide gevallen wordt de beslissing opgeschort tijdens het tijdsbestek dat aan de aanvrager wordt gewaarborgd om zijn beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de Regering die over het beroep beslist.

Art. 477.D - Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst per gecertificeerde zending aan de aanvrager.

Art. 478.D - In zijn beroep kan de aanvrager erom verzoeken gehoord te worden. De hoorzitting kan ofwel voor het Commissariaat-generaal voor Toerisme ofwel voor diens gemachtigde plaatsvinden. Er wordt een proces-verbaal opgemaakt. De aanvrager wordt minstens acht dagen voor de vastgestelde datum over die hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Art. 479.D - Binnen drie maanden na de zending van het in artikel 477.D bedoelde bericht van ontvangst, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verslag aan de Regering over, die over het beroep beslist, en richt zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 477.D. Van de beslissing van de Regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor toerisme en, per gecertificeerde zending, aan de aanvrager en aan de erkende instelling. De beslissing wordt tegelijk medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waar de kampplaats gelegen is.

Art. 480.BWR - De Minister beslist over het beroep bedoeld in dit hoofdstuk.

Art. 481.D - Indien de aanvrager de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 479.D, eerste lid, kan hij een rappelbrief versturen. Deze wordt per gecertificeerde zending gestuurd aan de Regering op het adres van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord « herinnering » te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt.

Indien de kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van de gecertificeerde zending dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de Regering geacht een beslissing tot verwerping van het beroep uit te maken. HOOFDSTUK VII . - Subsidies

Art. 482.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kent de Regering een subsidie toe voor de aankoop van uitrustingen of van materialen en voor de werkzaamheden en het desbetreffende ereloon om de gebouwen of gebouwgedeelten in overeenstemming te brengen met de basisnormen of specifieke normen inzake brandveiligheid en hygiëne.

Art. 483.D - Het subsidiepercentage bedraagt 50 % van de kostprijs van de aankopen, werkzaamheden en ereloon bedoeld in artikel 482.D.

Art. 484.D - Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend voor een kampplaats kan 12.500 euro per periode van tien jaar niet overschrijden, zelfs bij verandering van eigenaar of van de labelhouder.

Art. 485.D - De belasting over de toegevoegde waarde is inbegrepen in het bedrag van de aankopen, werkzaamheden en ereloon die voor subsidie in aanmerking komen, indien die belasting niet door de aanvrager gerecupereerd wordt.

Art. 486.D - De toekenning van de in artikel 482.D bedoelde subsidie wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende voorwaarden : 1° de aanvrager is houder van de label « kampplaats » of verbindt zich er schriftelijk toe om dat label aan te vragen uiterlijk aan het einde van de werkzaamheden; 2° de aanvrager dient ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 487.D voor te leggen.

De subsidiegerechtigde houdt de bestemming van het goed en het voordeel van het label in stand tijdens tien jaar vanaf 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is.

Er wordt geen enkele subsidie verleend indien een andere overheid reeds een subsidie heeft verleend voor die werkzaamheden, ereloon of aankopen.

Art. 487.D - De aanvraag om toekenning van een subsidie wordt per gecertificeerde zending aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht op het formulier bepaald door de Regering.

De Regering bepaalt de inhoud en de vorm van de subsidieaanvraag. Het aantal exemplaren dat het dossier dient te bevatten worden nader bepaald.

Art. 488.BWR - Elke subsidieaanvraag wordt in één exemplaar ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan de hand van het door hem opgemaakte formulier.

Art. 489.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidie-aanvraag krijgt voor een kampplaats, het subsidiebedrag toegekend voor die toeristische logiesverstrekkende inrichting in de loop van de negen begrotingsjaren voorafgaand aan het begrotingsjaar waarin de aangevraagde subsidie, indien toegekend, vastgelegd zou worden.

De subsidie bedoeld in artikel 482.D mag het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in artikel 484.D en het bedrag bepaald overeenkomstig het vorige lid niet overschrijden.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de minimis-steun.

Art. 490.D - De uitbetaling van de subsidie wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van de volgende voorwaarden : 1° de aankopen worden uitgevoerd op zijn vroegst op 1 januari van het jaar van de indiening van de aanvraag en uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op het jaar van de vastlegging van de subsidie in de begroting;de werkzaamheden beginnen op zijn vroegst op 1 januari van het jaar van de indiening van de aanvraag en uiterlijk op 31 december volgend op het jaar van de vastlegging van de subsidie in de begroting; 2° de data van de gedetailleerde facturen betreffende de aankopen en werkzaamheden bedoeld in punt 1° zijn inbegrepen tussen de twee data die erin bedoeld zijn;wanneer de werkzaamheden evenwel gedurende het laatste kwartaal van het jaar volgend op het jaar van de vastlegging in de begroting geëindigd worden, wordt de factureringstermijn evenwel met drie maanden verlengd te rekenen van het einde van de werkzaamheden; 3° de aankopen en de werkzaamheden waarvoor ze toegekend is, worden voltooid en de toeristische logiesverstrekkende inrichting moet functioneel zijn;4° de toeristische logiesverstrekkende inrichting heeft het label « kampplaats » gekregen.

Art. 491.D - De subsidie wordt vereffend aan degene die de materiaalaankopen of de werken financiert voor zover hij steeds eigenaar of vergunningshouder is op de dag van de vereffening. HOOFDSTUK VIII. - Algemene bepalingen

Art. 492.D - De Regering is gemachtigd om de bedragen bepaald in artikel 484.D aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand januari 2005 volgens de formule : waarbij het aanvangsindexcijfer het indexcijfer is van de maand januari 2005 en het nieuwe indexcijfer, het indexcijfer van de maand januari van het lopende jaar.

Art. 493.D - De Regering gaat na of de in artikel 486.D bedoelde voorwaarden vervuld worden. De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikel 486.D, tweede lid, niet naleeft.

Behoudens voorafgaandelijke andersluidende beslissing van de Regering dient de subsidiegerechtigde de subsidie in verhouding tot het aantal overblijvende jaren terug te betalen indien binnen de termijn van tien jaar ingaand op 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is, niet meer aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 486.D, tweede lid, voldaan wordt.

TITEL 7. - Overtredingen en straffen HOOFDSTUK I. - Toezicht en vaststelling van de overtredingen

Art. 494.D - § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de ambtenaren en personeelsleden aangewezen door de Regering belast met het toezicht op de naleving van de regels vastgesteld bij of krachtens dit Boek. Daartoe kunnen ze bij de beoefening van hun opdracht : 1° alle plaatsen, zelfs gesloten en overdekt, op elk uur van de dag en de nacht betreden indien zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er een overtreding van het decreet of diens uitvoeringsbepalingen bestaat;indien het een, zelfs tijdelijke, woonplaats betreft, is de schriftelijke toestemming van de vergunninghouder, van de bewoner(s) of de voorafgaandelijke toelating van de politierechter vereist, die nagaat of er aanwijzingen voor een overtreding bestaan. Hetzelfde geldt voor kamers die eventueel onbewoond zijn; 2° de bijstand van de politie vragen;3° op grond van ernstige aanwijzingen voor een overtreding, elke doorzoeking, elke controle en elk onderzoek verrichten en elke inlichting vergaren die ze noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit Boek en diens uitvoeringsbepalingen worden nageleefd, en meer bepaald : a.elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nodig is voor het uitoefenen van het toezicht en van die verhoren processen-verbaal op te stellen die tot het bewijs van het tegendeel bewijskracht hebben; b. zich ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen. De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in het eerste lid hebben de hoedanigheid van officier van de gerechtelijke politie. Zij zijn ertoe gehouden eed af te leggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats. § 2. In geval van overtreding van dit Boek kunnen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 : 1° voor elke overtreder een termijn vastleggen om zich met de wet in overeenstemming te brengen;die termijn kan slechts eenmalig verlengd worden; het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de procureur des Konings in over de getroffen schikkingen; bij verstrijken van de termijn of, al naar gelang van het geval, bij verlenging ervan stelt de ambtenaar of het personeelslid verslag op; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt het bij ter post aangetekend schrijven binnen de tien dagen aan de overtreder en aan de procureur des Konings over; 2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft;het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt dat proces-verbaal per gecertificeerde zending aan de procureur des Konings en aan de overtreder over binnen tien dagen volgend op de datum waarop het opgesteld is of na verstrijken van de termijn bedoeld onder punt 1°.

Een afschrift ervan wordt in dezelfde termijn gericht aan de burgemeester van de gemeente waar het betrokken goed gelegen is en, per gecertificeerde zending, aan diens eigenaar en aan de vergunninghouder, gericht.

Art. 495.BWR - De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in artikel 494.D worden door de minister aangewezen onder de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 of 3 van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. HOOFDSTUK II. - Administratieve geldboetes

Art. 496.D - § 1. In geval van overtreding van de artikelen 211.D, 214.D, 265.D, 318.D, 414.D, 430.D of van de bepalingen ter uitvoering van die artikelen loopt de overtreder een administratieve geldboete op waarvan het bedrag 125 euro niet mag overschrijden.

In geval van overtreding van de artikelen 202.D, 222.D, § 1, eerste of tweede lid, 1° tot 3°, 224.D, 228.D, 229.D, 230.D, 231.D, 232.D, 244.D, 268.D, tweede lid, en 269.D, tweede lid, of van de bepalingen ter uitvoering van die artikelen, evenals in geval van smaad of bedreiging aan gemachtigde personeelsleden of in geval van weigering of vrijwillige verhindering van het inspectierecht bepaald in artikel 481 loopt de overtreder een administratieve geldboete op waarvan het bedrag 25.000 euro niet mag overschrijden.

In geval van overtreding van de artikelen 222.D, §1, tweede lid, 4o, 332.D, 347.D of van de bepalingen ter uitvoering van die artikelen loopt de overtreder een administratieve geldboete op waarvan het bedrag 50.000 euro niet mag overschrijden.

De overtreder is aansprakelijk voor het beheer van de toeristische logiesverstrekkende inrichting behalve indien laatstgenoemde aantoont dat hij geen enkele fout begaan heeft omdat hij alle maatregelen getroffen heeft die hij bij machte was te nemen om te voorkomen dat het materiële bestanddeel van de overtreding werkelijkheid wordt.

In afwijking van vorig lid kan in geval van smaad of ernstige bedreiging enkel de dader ervan worden vervolgd. § 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.

De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. § 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het openbaar ministerie binnen vijftien dagen na opstellen ervan.

Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen. § 4. Indien het openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.

De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd.

Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder per gecertificeerde zending, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de Regering.

De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.

De betaling van de boete beëindigt het optreden van het bestuur. § 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van een afschrift van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.

De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. § 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling Thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag. § 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen drie jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.

De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.

De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit de verjaring. Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn. § 8. De Regering kan de wijze van inning van de boete bepalen.

Art. 497.BWR - De overtreder wordt uitgenodigd om zich van de boete bedoeld in artikel 496.D te kwijten binnen een termijn van dertig dagen. HOOFDSTUK III. - Strafrechtelijke sancties

Art. 498.D - Bestraft wordt met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen en een geldboete van 1 tot 25 euro of met slechts één van die straffen degene die de artikelen 211.D, 214.D, 265.D, 318.D, 414.D, 430.D of de bepalingen getroffen ter uitvoering van die artikelen overtreedt.

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op die overtredingen.

Art. 499.D - Bestraft wordt met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en een geldboete van 26 tot 5.000 euro, of met slechts één van die straffen degene die de artikelen 202.D, 222.D, § 1, eerste of tweede lid, 1° tot en met 3°, 224.D, 228.D, 229.D, 230.D, 231.D, 232.D, 244.D, 268.D, tweede lid, en 269.D, tweede lid, of de bepalingen getroffen ter uitvoering van die artikelen overtreedt, evenals in geval van smaad of ernstige bedreiging ten opzichte van de gemachtigde personeelsleden of in geval van weigering of vrijwillige verhindering van de uitoefening van het inspectierecht bepaald in artikel 494.D. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op die overtredingen.

Art. 500.D - Bestraft wordt met een gevangenisstraf van één tot zeven dagen en een geldboete van 26 tot 10.000 euro of met slechts één van die straffen degene die de artikelen 222.D, § 1, tweede lid, 4°, 332.D en 347.D of de bepalingen getroffen ter uitvoering van die artikelen overtreedt.

De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op die overtredingen.

Naast de boetes bepaald in het eerste lid kan de rechter, indien de dader een rechtspersoon is, de straffen bepaald in de artikelen 36, 37 en 37bis van het Strafwetboek uitspreken.

Art. 501.D - De overtreder is aansprakelijk voor het beheer van de toeristische logiesverstrekkende inrichting behalve indien laatstgenoemde aantoont dat hij geen enkele fout begaan heeft omdat hij alle maatregelen getroffen heeft die hij bij machte was te nemen om te voorkomen dat het materiële bestanddeel van de overtreding werkelijkheid wordt.

In afwijking van vorig lid kan in geval van smaad of ernstige bedreiging enkel de dader ervan worden vervolgd.

Art. 502.D - § 1. Naast de boetes bepaald in de artikelen 498.D, 499.D en 500.D beveelt de rechter op verzoek van het Commissariaat-generaal voor Toerisme de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in oorspronkelijke staat.

De rechter kan bevelen dat de veroordeelde op straffe van een dwangsom binnen acht dagen volgend op de dag waarop het vonnis definitief is geworden een zekerheid ten voordele van het Waalse Gewest stelt waarvan het bedrag gelijk is aan de geraamde kost van de bevolen maatregelen.

Die zekerheid bestaat uit een neerlegging bij de Deposito- en Consignatiekas of uit een onafhankelijke bankwaarborg uitgegeven door een erkende kredietinstelling ofwel bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ofwel bij een overheid van een lid-Staat van de Europese Unie die gemachtigd is om de kredietinstellingen te controleren.

Onverminderd de toepassing van hoofdstuk XXIII van boek IV van het Deel IV van het Gerechtelijk Wetboek beveelt de rechter dat, indien de plaats niet in oorspronkelijke staat is hersteld binnen de voorgeschreven termijn, het Commissariaat-generaal voor Toerisme van ambtswege in de tenuitvoerlegging ervan kan voorzien en de kosten ervan terug kan vorderen indien de werken zijn uitgevoerd op grond van een gewone staat opgesteld door de Regering. Die staat is uitvoerbaar. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan voor de politie- of correctionele rechtbank treden om naast de boeten bepaald in de artikelen 498.D, 499.D en 500.D, de veroordeling tot staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.

Het kan eveneens voor de burgerlijke rechtbank treden om de veroordeling tot de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.

TITEL 8. - Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen Afdeling 1. - Hotelbedrijven, streekgebonden toeristisch logies,

gemeubileerde vakantiewoningen en toeristische kampeerterreinen

Art. 503.D - Met de vergunning worden gelijkgesteld : 1° de vergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 9 november 1990 betreffende de voorwaarden voor de uitbating van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen; 2° onverminderd artikel 492.D, de vergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers; 3° de camping-caravaningvergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen;4° de vergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 20 juli 1976 van de Cultuurraad van de Franse Gemeenschap tot regeling van het hoevekamperen.

Art. 504.D - Onverminderd de toepassing van de artikelen 280.D tot en met 287.D, 505.D en 507.D behouden de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen de categorie-indeling die hen is toegewezen ter uitvoering van de vóór de inwerkingtreding van dit Boek vigerende decreten en besluiten.

Art. 505.D - § 1. De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die onder de benaming « gemeubileerde vakantiewoning », « landelijke vakantiewoning » of « vakantiewoning op de hoeve » uitgebaat worden overeenkomstig het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers dienen, binnen zes maanden te rekenen van 1 januari 2005, een vergunningsaanvraag in bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich in overeenstemming hebben gebracht met vorig lid, kunnen hun uitbating voortzetten onder de benaming « gemeubileerde vakantiewoning », « landelijke vakantiewoning » of « vakantiewoning op de hoeve » totdat definitief over hun aanvraag is beslist. § 2. De aanvraag wordt gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme per gecertificeerde zending. De Regering stelt de inhoud van de vergunningsaanvraag vast en kan het aantal exemplaren van het dossier dat het moet omvatten, vast. Zij bepaalt de vorm van de aanvraag. § 3. Binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de vergunningsaanvraag door zich in overeenstemming te brengen met artikel 203.D en geeft per gecertificeerde zending kennis van zijn beslissing aan de aanvrager. § 4. Bij ontstentenis van kennisgeving van beslissing aan de aanvrager binnen de termijn bepaald in paragraaf 3 is de toeristische logiesverstrekkende inrichting gemachtigd om dezelfde benaming en dezelfde categorie-indeling te gebruiken als die welke respectievelijk toegelaten en toegewezen zijn vóór 1 januari 2005.

Indien er een nieuwe categorie-indeling of nieuwe benaming toegewezen wordt, vervangen zij de voorgaande. § 5. Er wordt in een beroep voorzien tegen de beslissing die getroffen is krachtens paragraaf 3 in de vormen en binnen de termijn bepaald in de artikelen 288.D tot 293.D.

Art. 506.D - Indien de houder en diens samenwonende meer dan vijf streekgebonden toeristische verblijven te huur aanbieden als landelijke vakantiewoning, vakantiewoning op de hoeve, gastenkamer of gastenkamers op de hoeve op 1 januari 2005, kan van artikel 228.D afgeweken worden.

Art. 507.D - De vergunningsaanvraag die ingediend wordt vóór 1 januari 2005 wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende procedure.

In afwijking van het eerste lid geldt het verzoek om toelating om de benaming « gemeubileerde vakantiewoning », « landelijke vakantiewoning » of « vakantiewoning op de hoeve » te gebruiken als aanvraag in de zin van artikel 206.D en het wordt voortgezet volgens de procedure bepaald in de artikelen 208.D tot 215.D. In afwijking van artikel 208.D, § 1, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de dertig dagen na inwerkingtreding van dit Boek de gecertificeerde zending bedoeld in artikel 208.D, § 1, eerste lid, of het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 208.D, § 1, tweede lid, aan de aanvrager.

Art. 508.BWR - De vergunningsaanvraag bepaald in artikel 505.D wordt ingediend door middel van het formulier afgeleverd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 509.BWR - Indien er op 1 januari 2005 in een gebouw een toeristische logiesverstrekkende inrichting is ondergebracht waarvan de maximumcapaciteit lager is dan tien personen ofwel meerdere toeristische logiesverstrekkende inrichtingen waarvan de samengetelde maximumcapaciteit lager is dan tien personen, beschikt de vergunninghouder over een termijn van twaalf maanden, te rekenen van de inwerkingtreding van dit besluit, om een aanvraag voor een vereenvoudigd controleattest aan de burgemeester te richten. Afdeling 2. - Sociaal toerisme

Art. 510.D - De verenigingen die erkend zijn op grond van het koninklijk besluit van 23 januari 1951 betreffende het verlenen van toelagen voor de bevordering van de arbeidersvakantie en het volkstoerisme of van het decreet van 6 maart 1997 betreffende het sociaal toerisme zijn geacht erkend te zijn als verenigingen voor sociaal toerisme in de zin van artikel 313.D. Afdeling 3.- Brandbescherming

Art. 511.D - De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die uitgebaat worden op 1 januari 2005 zonder dat ze over een brandveiligheidsattest beschikken, beschikken over een termijn van twaalf maanden, te rekenen van 1 januari 2005, om een aanvraag voor een brandveiligheidsattest aan de burgemeester te richten.

De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich in overeenstemming hebben gebracht met vorig lid kunnen hun uitbating voortzetten totdat definitief over hun aanvraag wordt beslist.

Art. 512.D - De Regering kan een termijn bepalen waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die uitgebaat worden op 1 januari 2005 zich in overeenstemming moeten brengen met artikel 347.D. De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich binnen de in voorkomend geval door de Regering opgelegde termijn in overeenstemming daarmee hebben gebracht, kunnen hun uitbating voortzetten totdat over hun aanvraag beslist wordt.

Art. 513.D - De behandeling van de aanvraag voor een brandveiligheidsattest die ingediend wordt vóór 1 januari 2005 wordt voortgezet volgens de procedure die voor die datum geldig was.

Art. 514.D - Wat betreft de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die niet bedoeld zijn bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 houdende vaststelling van de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 houdende vaststelling van de modaliteiten en van de procedure voor het bekomen van het veiligheidsattest voor de logiesverstrekkende inrichtingen die op 1 januari 1991 bestaan en houdende vaststelling van de veiligheidsnormen inzake brandbeveiliging, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 10 juli 1997 en 13 september 2001, kan het eerste afgeleverde brandveiligheidsattest verbonden worden aan een hernieuwbare termijn om de toeristische logiesverstrekkende inrichting in overeenstemming te kunnen brengen met de specifieke normen. De burgemeester beslist over de hernieuwingsaanvraag na advies van de territoriaal bevoegde brandweerdienst. De aanvankelijke termijn, verlengd met eventuele hernieuwingen en de duur van de procedures, mag een door de Regering bepaalde termijn niet overschrijden.

Het niet-naleven van de termijn om de inrichting in overeenstemming te brengen brengt het verval van het brandveiligheidsattest teweeg. De burgemeester belast de bevoegde brandweerdienst ermee na te kijken of de termijn nageleefd wordt. Indien vastgesteld wordt dat de termijn niet wordt nageleefd, stelt de burgemeester een vaststelling van verval mee waarvan hij kennis geeft aan de houder van het brandveiligheidsattest en aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, per gecertificeerde zending.

Art. 515.BWR - De termijn bedoeld in artikel 514.D, eerste lid, mag de tien jaar niet overschrijden.

Art. 516.D - De gebouwen bedoeld in artikel 332.D, derde lid, die uitgebaat worden op 21 mei 2009 zonder dat ze over een brandveiligheidsattest beschikken, beschikken over een termijn van twaalf maanden, te rekenen van 21 mei 2009, om een aanvraag voor een brandveiligheidsattest aan de burgemeester te richten.

De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich in overeenstemming hebben gebracht met vorig lid kunnen hun uitbating voortzetten totdat definitief over hun aanvraag wordt beslist.

Art. 517.BWR - Overeenkomstig artikel 335.BWR, tweede lid, beschikt de houder van de vergunning over een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze bepaling om een aanvraag om vereenvoudigd controleattest bij de burgemeester in te dienen.

De toeristische campings die zich geschikt hebben naar vorig lid, kunnen hun uitbating voortzetten totdat over hun aanvraag is beslist. Afdeling 4. - Subsidies

Art. 518.D - De subsidies die verleend worden op grond van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 november 1990 betreffende de voorwaarden voor de uitbating van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers en van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen blijven aan die teksten en aan hun uitvoeringsbesluiten onderworpen.

De behandeling van de subsidieaanvragen die ingediend worden vóór 1 januari 2005 wordt voortgezet volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.

Art. 519.D - De gemeubileerde vakantiewoningen, de landelijke vakantiewoningen en de vakantiewoningen op de hoeve zoals omschreven en vergund op grond van het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers die de toekenningsvoorwaarden voor een vergunning en het gebruik van een benaming vastgesteld bij dit Boek niet vervullen, worden voor de toekenning van de subsidies, gelijkgesteld met een vakantiewoning in de stad, een landelijke vakantiewoning of een vakantiewoning op de hoeve gedurende tien jaar te rekenen van 1 januari 2005, voorzover ze de voorwaarden bepaald bij of krachtens het voornoemd decreet van 16 juni 1981 blijven vervullen.

Art. 520.D - § 1. Binnen een termijn van één jaar te rekenen van 1 januari 2005 dienen de verenigingen die een subsidie voor sociaal toerisme gekregen hebben voor die inwerkingtreding, dienen het Waalse Gewest te laten weten of ze ervoor kiezen om : 1° geregeld te blijven worden door de vroegere bepalingen; 2° voor het terugbetalingssysteem bepaald in artikel 430.D opteren, op voorwaarde dat het Waalse Gewest, in voorkomend geval, een hypotheek kan inschrijven overeenkomstig artikel 427.D. § 2. Die keuze dient per gecertificeerde zending gericht te worden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De subsidiegerechtigde dient in voorkomend geval de lijst van voor hypotheek vatbare goeden, de eigendomstitels of de erfpachttitels, een recente hypothecaire staat met betrekking tot die goeden en recent attest van de hypothecaire schuldeiser die het bedrag van diens schuldvordering als hoofdsom en intresten aantoont, bij zijn schrijven te voegen. § 3. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme meldt ontvangst van dat schrijven binnen vijftien dagen.

Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen dezelfde termijn aan de subsidiegerechtigde per gecertificeerde zending een lijst van de ontbrekende stukken en geeft aan dat diens keuze enkel geldig wordt uitgedrukt bij mededeling van die stukken. § 4. Indien een geldige keuze binnen de opgelegde termijn wordt uitgebracht, wordt de subsidiegerechtigde geacht ervoor gekozen te hebben om geregeld te blijven worden door de vroegere wetgeving.

Art. 521.D - § 1. De v.z.w.'s die subsidies voor sociaal toerisme gekregen hebben tegen de voorwaarden van de koninklijke besluiten van 23 januari 1951 (zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1996), 14 februari 1967 en 24 september 1969 of het Waalse decreet van 6 maart 1997 beschikken over een overgangstermijn van twee jaar : - ofwel om zich om te vormen tot een handelsvennootschap of een maatschappij met maatschappelijk doel, voorzover een termijn van vijf jaar minstens verstreken is op datum van de omvorming sinds de toekenning van de laatste subsidie en er geen enkele vordering tot teruginning ingediend is voor de inwerkingtreding van dit Wetboek; - ofwel om hun toeristische activiteiten af te staan, voorzover een termijn van vijf jaar minstens verstreken is op datum van de omvorming sinds de toekenning van de laatste subsidie en dat er geen enkel vordering tot teruginning ingediend is voor de inwerkingtreding van dit Wetboek. § 2. Het naleven van deze bepaling zal voor gevolg hebben dat geen enkele vordering tot teruginning van de gestorte subsidies ingediend zal kunnen worden daar zij definitief vaststaand blijven.

Voor de v.z.w.'s die ervoor gekozen zullen hebben om zich niet om te vormen om hun sociale toeristische activiteiten niet af te staan en waarvan vastgesteld zou worden dat ze de susbidiëringsvoorwaarden niet hebben nageleefd, zal het Waalse Gewest op het einde van de overgangsperiode op initiatief van de bevoegde minister een vordering tot teruginning van de gestorte subsidies indienen door zich in overeenstemming te brengen met volgende bepalingen : 1.de vordering tot terugbetaling wordt enkel naar verhouding tot de jaren waarin de voorwaarden voor toekenning van de subsidies niet of niet meer zijn vervuld, uitgeoefend; 2.de vordering tot terugbetaling wordt enkel uitgeoefend voorzover het Waalse Gewest op initiatief van de bevoegde Minister bij gemotiveerd advies aan de v.z.w. de niet-naleving van de wettelijke criteria binnen drie maanden te rekenen van de dag waarop die criteria niet of niet meer nageleefd zijn, betekend heeft.

De interesten, berekend tegen de wettelijke rentevoet, beginnen te lopen vanaf de datum van die betekening.

De vordering tot terugbetaling verjaart na vijf jaar te rekenen van de dag waarop de criteria niet of niet meer zijn nageleefd, voorzover er een betekening heeft plaatsgehad. HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen

Art. 522.BWR - De bepalingen van dit Boek treden in werking op 1 januari 2005.

Art. 523.D - In afwijking van artikel 522.BWR treedt artikel 267.D in werking op 1 januari 2010 en treedt artikel 202.D, voor wat betreft de vakantiedorpen, in werking op 1 januari 2007.

Voor de vakantiedorpen worden de termijnen van de procedure bepaald in de artikelen 208.D, 209.D, 210.D, 211.D, 281.D, 284.D, 285.D, 288.D, 289.D, 290.D, 291.D, 292.D en 293.D tot 1 januari 2007 verdubbeld.

Art. 524.BWR - In afwijking van artikel 522.BWR treden de decretale bepalingen van Titel VI van dit Boek in werking op 30 april 2009.

Art. 525.BWR - De Minister is belast met de uitvoering van de reglementaire bepalingen van dit Boek.

BOEK IV. - DE GEMARKEERDE TOERISTISCHE WANDELROUTES, DE WANDELKAARTEN EN DE ROUTEBESCHRIJVINGEN TITEL 1. - Machtiging en erkenning. HOOFDSTUK I. - Beginselen

Art. 526.D -Alle vaste wandelroutes, met uitsluiting van de wandelroutes ingesteld in het kader van Ravel (autonoom net voor traag verkeer) dienen het voorwerp uit te maken van een voorafgaande en uitdrukkelijke machtiging.

De wandelkaarten en routebeschrijvingen kunnen erkend worden. HOOFDSTUK II. - Machtigings- of erkenningsvoorwaarden Afdeling 1. - Vaste wandelroutes

Art. 527.D - Om gemachtigd te worden, dient een vaste wandelroute aan volgende voorwaarden te voldoen : 1° het genormeerde teken dient over de gehele lengte van het parcours identiek te zijn en overeen te komen met de door de regering omschreven normen;2° er dienen een vertrekbord met minstens de door de regering omschreven inlichtingen en een eenvoudig richtingaanwijzend markeringsteken te worden aangebracht op het vertrekpunt van de vaste wandelroute;3° er dienen volledige richtingaanwijzende markeringstekens met minstens de door de regering omschreven inlichtingen aangebracht te worden op de voornaamste toegangspunten tot de vaste wandelroute;4° de markeringstekens en de markering dienen overeen te stemmen met de door de regering omschreven normen. In afwijking van het eerste lid, moetde vaste wandelroute, als zij,deel uitmaakt van een netwerk van grote internationale wandelroutes, om toegelaten te worden, uitsluitend voldoen aan de voorwaarden 1° en 4° bedoeld in het vorig lid.

Art. 528.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het Waalse Gewest en de « maisons du tourisme » kunnen binnen de perken van hun bevoegdheid de wandelroute en de desbetreffende dragers gebruiken zonder de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de vergunninghouder.

Art. 529.D - De regering is gemachtigd om de voorwaarden die vervuld dienen te worden om een machtiging voor de markering van een vaste wandelroute te krijgen, nader te bepalen.

Art. 530.BWG - De machtiging om een vaste wandelroute te markeren is onderworpen aan de volgende algemene voorwaarden : a) de markering van een vaste wandelroute bestaat uit volledige richtingaanwijzende markeringstekens, eenvoudige richtingaanwijzende markeringstekens en bakenstokken waarvan de normen in het normenboek zijn vastgesteld (bijlage 29);b) de vertrekborden, de richtingaanwijzende markeringstekens en de bakenstokken zijn voorzien met de in het normenboek bedoelde standaardtekens. De machtiging kan bovendien ondergeschikt worden gemaakt aan de plaatsing van toponymische markeringstekens en informatieborden bepaald bij het normenboek, alsook aan de plaatsing van een vertrekbord en een eenvoudig richtingaanwijzend markeringsteken op het vertrekpunt van de toegangswegen tot de gemarkeerde wandelroute.

In afwijking van de leden 1 en 2 kan de Minister andere specifieke genormeerde tekens erkennen dan die welke bepaald zijn in het normenboek, voor vaste wandelroutes met een gewestelijke, nationale of internationale bestemming.

Art. 531.D - Voor de wandelroutes die verband houden met een specifiek thema uit de geschiedenis, de folklore of de plaatselijke cultuur kan de regering afwijkingen van de door haar omschreven normen toelaten. Afdeling 2 - Wandelkaarten

Art. 532.D - Om erkend te worden, dient een wandelkaart aan volgende voorwaarden te voldoen : 1° op de kaart staan enkel vaste wandelroutes vermeld en aangegeven;2° de kaart is op schaal, met duidelijke opgave van de schaal op kaft en kaart;3° op de kaft van de kaart waarvan het model door de regering is vastgesteld, worden de types betrokken gebruikers aangegeven;4° de kaart neemt elke vaste wandelroute in een register op in functie van de types betrokken gebruikers;5° het tracé van de vaste wandelroutes, evenals de juiste vorm en kleur van de op het terrein aangebrachte genormeerde tekens worden aangegeven zonder dat de belangrijke gegevens vermeld op de achtergrond van de kaart weggelaten worden;6° op de kaart worden de afstanden, de éénrichtingswegen en, in voorkomend geval, de moeilijkheidsgraad van de verschillende vaste wandelroutes aangegeven;7° op de kaart worden de aansluitingen op netwerken van vaste wandelroutes op naburige grondgebieden aangegeven;8° op de kaart worden de verschillende uitrustingen voor de opvang van en de informatieverlening aan de toerist aangegeven, waaronder minstens de door de regering omschreven bestanddelen, zonder dat de belangrijke gegevens vermeld op de achtergrond van de kaart weggelaten worden.

Art. 533.BWR - De Minister wordt ertoe gemachtigd de lijst met de uitustingen voor de opvang van en de informatieverlening aan de toerist op te stellen die minstens in de wandelkaart moeten worden opgenomen zoals bedoeld in artikel 532.D, 8°, alsook de manier om die op de kaart te vermelden.

Art. 534.D - De regering is gemachtigd om de normen nader te bepalen waaraan de wandelkaarten, om erkend te worden, dienen te voldoen.

Art. 535.BWR - Om erkend te worden ? dient een wandelkaart aan de volgende normen te voldoen : 1° ze bevat ten minste de volgende gegevens : a) het gewestelijk erkenningsteken, zoals bepaald bij het normenboek, alsook het erkenningsnummer op de kaft van de kaart;b) de adviezen voor het respect voor en de bescherming van de natuur en een duidelijke aanwijzing van ongemarkeerde wegen en paden die voor het verkeer openstaan en die ook toegangelijk zijn voor het wandelen met inachtneming van het Boswetboek; het tracé en de titel van de betrokken vaste wandelroutes, hun machtigingsnummer en het type gebruikers voor wie ze aanbevolen zijn; c) de naam en de adresgegevens van de houder van de machtiging voor elke betrokken vaste wandelroute alsook die van de verantwoordelijke uitgever;d) een samenvattende omschrijving van de wandelroute met de lengte en/of de duur van het parcours, de soorten wegverharding die men tegenkomt, de toegankelijkheid voor de gezinnen met kinderen en voor de personen met een verminderde beweeglijkheid;2° de achtergrond van de kaart moet topografisch zijn, met inbegrip van de ongemarkeerde wegen en paden;wat de wandelroutes betreft die uitsluitend in stadsgebied liggen, bestaat de achtergrond van de kaart uit het stadsplan met vermelding van de naam van alle straten van de plaats voor zover de gebruikte schaal het toelaat; 3° de achtergrond van de kaart moet minstens de volgende kenmerken vermelden : a) de altimetrische gegevens;b) het geheel van de wegen;c) het geheel van de paden en wegen zoals die bestaan op het terrein;d) de bos-, stads-, bebouwde gebieden;e) de waterlopen (stromen, rivieren, beken, beekjes);f) de spoorwegen;g) de bewoonde en onbewoonde gebouwen;h) de naam van de gehuchten, dorpen, steden, streken en provincies;i) de naam van de wegen;j) iedere opmerkelijke bezienswaardigheid die voor de gebruiker als oriëntatiepunt kan dienen (kerktoren, calvarieberg, historisch monument, standbeeld, kasteel, Y);k) de elementen met toeristische waarde;l) de voornaamste aanwijzingen die het vertrekpunt van de wandelingen bereikbaar maken (namelijk de parkeerplaatsen, de stations, de bushalten en de buslijnen);m) de schaal van de kaart en een windroos;4° behalve wat betreft de plaatsnamen zullen de aanwijzingen, legenda's, opmerkingen en verklaringen minstens in twee talen worden vertaald (Frans-Nederlands of Frans-Duits). Afdeling 3 - Routebeschrijvingen

Art. 536.D - Om erkend te worden, beschrijft een wandelbeschrijving enkel vaste wandelroutes.

Art. 537.D - De regering is gemachtigd om de normen nader te bepalen waaraan de routebeschrijvingen, om erkend te worden, dienen te voldoen.

Art. 538.BWR - Om erkend te worden, dient de routebeschrijving aan de volgende algemene voorwaarden te voldoen : 1° zij bevat het gewestelijk erkenningsteken en het erkenningsnummer op de kaft;2° zij identificeert de betrokken gebruikerstypes op de kaft;3° zij bevat een technische omschrijving van de vaste wandelroutes : vertrekplaats, lengte, gemiddelde duur van de wandeling, globale moeilijkheid van het traject, cumulatie van niveauverschillen, eventueel minimale en maximale hoogte;4° zij omschrijft en maakt een verrijkende ontdekking van de doorgereisde plaatsen mogelijk;5° zij kan een schematisch tracé van de vaste wandelroutes inhouden. HOOFDSTUK III. - Machtiging en erkenningsprocedure

Art. 539.D - Elke aanvraag tot het bekomen van een machtiging om een vaste wandelroute te markeren of een wandelkaart dan wel -beschrijving te laten erkennen dient bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De regering bepaalt de vorm van de aanvraag voor de machtiging van een vaste wandelroute, evenals diens inhoud en het aantal in te dienen exemplaren.

De regering bepaalt de vorm van de erkenning van de wandelkaarten en routebeschrijvingen, evenals hun inhoud en het aantal in te dienen exemplaren.

Art. 540.BWR - De aanvraag tot het krijgen van een machtiging voor een vaste wandelroute wordt ingediend door middel van het formulier verstrekt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme en dient volgende stukken en gegevens te bevatten : 1° indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornaam en woonplaats;als het gaat om een rechtspersoon, de benaming of de firmanaam, haar rechtsvorm, het adres van haar maatschappelijke zetel alsook de hoedanigheid van de ondertekenaar van de aanvraag; 2° een voorontwerp van grondgebruiksplan waarin volgende gegevens worden ingeschreven : a) een kaart op schaal 1/10.000e, of 20.000e of 25.000e of 50.000e (voor de lange-afstandswandelroutes) die voor elke wandelroute het geplande tracé en de plaatsing van alle markeringstekens van verschillende types vermeldt; b) het aantal van elk type markeringsteken;c) het identificatienummer van de wandelroute of zijn benaming;d) het materiaal van de markeringstekens, alsook de vestigingstechnieken die zullen worden uitgevoerd;e) voor elke wandelroute, het gewenste genormeerde teken;f) een grafisch model van een informatiebord.3° een kostenraming voor de uitvoering van de vaste wandelroute;4° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme verstrekte type-formulier, de doorgangsvergunningen waardoor de betrokken eigenaars de doorgang van de gebruikers op hun grond toelaten, behalve als er een openbare erfdienstbaarheid van overgang op weegt;5° een document dat de toeristische opportuniteit van de aanleg van de wandelroute(s) en het verwachte publiek ten opzichte van de toegelaten wandelroutes in het geografisch gebied motiveert;6° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme afgegeven type-formulier, de verbintenis van de aanvrager van de machtiging tot het onderhoud van de markeringstekens gedurende acht jaar;de aanvrager van de machtiging is er ook toe verplicht de geplande middelen en de eventuele samenwerkingsverbanden te beschrijven die noodzakelijk zijn voor het onderhoud van de bebakening en van de paden.

Art. 541.BWR - De aanvraag tot erkenning van de wandelkaarten en routebeschrijvingen moet de volgende stukken en vermeldingen bevatten : 1° een afschrift van de machtiging tot het markeren van de betrokken vaste wandelroutes; 2° het ontwerp van de kaart of van de beschrijving van de wandelroute die het voorwerp van de aanvraag is met de schets van de in respectievelijk de artikelen 534.D, 535.BWR, 536.D en 538.BWR bedoelde gegevens.

Art. 542.D - Is de aanvraag onvolledig, richt het Commissariaat-generaal binnen de vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw aanvangt. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal bij ter post aangetekend schrijven.

Art. 543.D - § 1. Binnen vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Indien de vooropgestelde wandelroute geheel of gedeeltelijk door het bos loopt, richt het Commissariaat-generaal de machtigingsaanvraag voor advies aan de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu, hierna de inspecteur-generaal genoemd en terzelfdetijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in vorige paragraaf.

Binnen een termijn van vijfenveertig dagen te rekenen van het tijdstip waarop het dossier hem is overgemaakt, brengt de inspecteur-generaal een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan. § 3. Gesteld dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme het ongunstig advies van de inspecteur-generaal niet deelt, richt het binnen de vijftien dagen na ontvangst van dat advies de machtigingsaanvraag voor eensluidend advies aan de gewestelijke commissie. Terzelfdertijd richt het bij ter post aangetekend schrijven een afschrift van dat verzoek om advies aan de aanvrager.

Binnen de zestig dagen te rekenen van het tijdstip waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt, brengt de gewestelijke commissie een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme voorbijgegaan.

Art. 544.D - er wordt een gewestelijke commissie opgericht.

De gewestelijke commissie bestaat uit : a) de commissaris-generaal voor toerisme of zijn afgevaardigde;b) de inspecteur-generaal van de Afdeling Natuur en Bossen of zijn afgevaardigde;c) een afgevaardigde van de « Conseil supérieur wallon de la Chasse » (Waalse hoge jachtraad) die de hoedanigheid van jager heeft;d) twee afgevaardigden van de "Conseil supérieur wallon des Forêts et de la Filière Bois" (Waalse Hoge Raad voor het Bos en de Houtkolom); de ene met de hoedanigheid van privé-boseigenaar, de andere met de hoedanigheid van bosuitbater; c) een afgevaardigde van de Conseil supérieur wallon de la Conservation de la Nature » (Waalse Hoge Raad voor het Natuurbehoud) met de hoedanigheid van lid van een vereniging voor natuurbehoud;f) twee uitwerkers en twee gebruikers van vaste wandelroutes;g) een afgevaardigde van de « Conseil supérieur des villes, communes et provinces de la Région wallonne » (Hoge Raad van de steden, gemeenten en provincies van het Waalse Gewest). De Regering organiseert een openbare oproep tot de kandidaten wat betreft de leden bedoeld in het vorige lid, punt f.

De Raden leggen de Regering een dubbele lijst van gewone en plaatsvervangende kandidaten voor.

De Regering benoemt de leden van de gewestelijke commissie en wijst onder die leden de voorzitter en de ondervoorzitter aan.

De gewestelijke commissie vergadert op geldige wijze ongeacht het aantal aanwezige leden.

De gewestelijke commissie heeft het recht om elke persoon die ze wenst te horen over de besproken problemen, op haar zittingen uit te nodigen.

De gewestelijke commissie bepaalt haar huishoudelijk reglement en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.

Het mandaat van de leden duurt vijf jaar. De mandaten zijn persoonlijk en verlengbaar. Bij vacature vüür het verstrijken van een mandaat voleindigt het onlangs aangewezen lid het mandaat van zijn voorganger.

Een lid dat de vergaderingen van de gewestelijke commissie gedurende twee opeenvolgende jaren niet heeft bijgewoond, wordt van ambtswege als ontslagnemend beschouwd.

De functies van lid van de gewestelijke commissie worden a rato van 50 euro per vergadering bezoldigd. Met uitzondering van de leden bedoeld in 1° en 2° hebben de leden van de gewestelijke commissie recht op de vergoeding wegens reiskosten ten laste van de begroting van het Waalse Gewest. Daartoe worden deze leden gelijkgesteld met ambtenaren.

Art. 545.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag voor de machtiging tot het markeren van een vaste wandelroute en geeft kennis van diens beslissing aan de aanvrager binnen de zes maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 543.D, § 1.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de aanvraag tot erkenning van een wandelkaart of routebeschrijving en geeft kennis van diens beslissing binnen de zestig dagen te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 543.D, § 1.

Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de aanvrager. In voorkomend geval wordt een afschrift gericht aan de inspecteur-generaal.

Het uitblijven van kennisgeving aan de aanvrager binnen de gestelde termijn staat gelijk met een weigeringsbeslissing.

Art. 546.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert voor elke vaste wandelroute, elke erkende wandelkaart of routebeschrijving een gewestelijk identificatienummer af.

Art. 547.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt jaarlijks een officiële gids van wandelingen in Wallonië betreffende de vaste wandelroutes bekend.

Art. 548.D - Zodra een ontwerp voor een permanente gemarkeerde toeristische wandelroute een vergunning krijgt van de bevoegde overheden, wordt het van openbaar nut en de verkrijger van de vergunning wordt, voor het aanbrengen van de markeringen, een houder van een wegvergunning die ertoe gemachtigd wordt die markeringen aan te brengen op elke aan de weg grenzend element zoals muren, gevels, palen langs de openbare weg en op elk element dat op het openbaar domein gevestigd is en aan de overheid of aan elke wegbeheerder of houder van een wegvergunning behoort, voor zover de plaatsing van de markeringen geen overtreding uitmaakt van andere wet- of regelgevende bepalingen, geen belemmering vormt voor de functie van het gebruikte element en het recht van de domeinbeheerder niet verhindert om te allen tijde op te leggen wat vereist wordt door de noden en het nut van de gemeenschap. HOOFDSTUK IV. - Procedure tot intrekking van de machtiging of erkenning

Art. 549.D - De machtiging of de erkenning kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken indien de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen niet nageleefd worden.

Indien de machtiging verleend wordt voor een vaste wandelroute die geheel of gedeeltelijk door een bos loopt, kan de inspecteur-generaal aan het Commissariaat-generaal vragen om die machtiging in te trekken indien hij vaststelt dat de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen niet nageleefd zijn.

Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme van mening is dat de machtiging behouden kan blijven, wordt het verzoek van de inspecteur-generaal ter advies voorgelegd aan de gewestelijke commissie. De eindbeslissing ligt bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

Art. 550.D - Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een machtiging of een erkenning licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn de houder ervan bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in over de motieven van de in het vooruitzicht gestelde intrekking.

De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden.

In dat geval wordt hij gehoord door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Er wordt een proces-verbaal opgesteld.

De houder wordt minstens acht dagen vóór vastgestelde datum over de hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing aan de houder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.

Art. 551.D - Het Commissariaat-generaal voor toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen, waarover hij dan de houder van de machtiging of van de erkenning bij ter post aangetekend schrijven inlicht.

Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het sturen van het schrijven bedoeld in artikel 550.D, eerste lid.

Art. 552.D - Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de inspecteur-generaal in over de beslissingen tot intrekking van de machtiging om een vaste wandelroute die geheel of gedeeltelijk door een bos loopt, te markeren. HOOFDSTUK V. - Voorwaarden voor het uitoefenen van het beroep en procedure

Art. 553.D - De aanvrager of de houder van de machtiging of van de erkenning, hierna eveneens de "aanvrager" genoemd, kan een gemotiveerd beroep indienen bij de regering tegen de beslissing tot weigering of intrekking van de machtiging of de erkenning.

Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in het geval bedoeld in artikel 530.D, vierde lid, na de datum waarop de weigeringsbeslissing als vaststaand wordt beschouwd.

Het wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en bij het beroep wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd.

Het beroep is niet opschortend, behalve indien het een intrekkingsbeslissing betreft. In dat geval wordt de intrekkingsbeslissing opgeschort tijdens de termijn die de aanvrager gegund wordt om het beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot en met de beslissing van de regering over het beroep.

Art. 554.D - Binnen de tien dagen na ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de aanvrager.

De aanvrager kan verzoeken om gehoord te worden, ofwel in zijn beroep, ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen volgend op de ontvangst door de aanvrager van het bericht van ontvangst van zijn beroep.

De aanvrager wordt minstens acht dagen voor de datum vastgesteld voor de hoorzitting daarover ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Er wordt een proces-verbaal van de hoorzitting opgesteld.

Art. 555.D - De regering beslist over het beroep en geeft kennis van haar beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van zestig dagen volgend op het sturen door het Commisariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 539.D. Van de beslissing van de regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de verzoeker. In voorkomend geval wordt er een afschrift van verstuurd aan de inspecteur-generaal.

Indien de aanvrager de beslissing van de regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn vastgesteld in het eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat gebeurt bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en dient om duidelijk te verzoeken dat er beslist wordt over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd.

Indien van de beslissing van de regering niet kennis wordt gegeven in een termijn van dertig dagen volgend op de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het aangetekend herinneringsschrijven, wordt het stilzwijgen van de regering geacht een beslissing tot verwerping uit te maken.

Art. 556.BWR - De Minister beslist over het beroep bedoeld in dit hoofdstuk. HOOFDSTUK VI. - Certificering van de markering van een vaste wandelroute

Art. 557.D - Met de certificering van een vaste wandelroute wordt nagegaan of de markering van de toegelaten vaste wandelroute overeenstemt met de bepalingen van dit decreet of met de krachtens dit decreet genomen bepalingen en met de toelating om te markeren.

De certificering kan voorlopig zijn als minstens 90 % van de elementen die de markering van een toegelaten vaste wandelroute vormen, geplaatst worden en conform zijn. De voorlopige certificering bepaalt de niet-conforme of ontbrekende elementen nader.

De certificering is definitief wanneer alle elementen die de markering van een toegelaten vaste wandelroute vormen, geplaatst worden en conform zijn.

Het Commissariaat-generaal voor Toerisme of een erkende persoon kan de voorlopige of definitieve certificering van de markering van een vaste wandelroute afgeven.

Art. 558.D - Elke persoon die voor de door het Commissariaat-generaal voor Toerisme georganiseerde markeringsexamen slaagt, geniet de in artikel 557.D bedoelde erkenning.

Het examen wordt minstens één keer per jaar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme georganiseerd en bestaat uit een schriftelijk onderdeel over de kennis van de regelgeving en uit een terreinexamen. Het examen wordt minstens één maand voor het organiseren ervan via de algemene pers aangekondigd.

Als de kandidaat minstens 80 % van de punten van het schriftelijke examen behaalt, kan hij deelnemen aan het terreinexamen.

Het terreinexamen bestaat erin een vaste wandelroute van minstens 5 km te analyseren en alle niet-conforme elementen precies te identificeren.

De erkenning heeft een geldigheid van zeven jaar.

De lijst van de erkende personen wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme bekendgemaakt.

Art. 559.D - De erkende persoon mag geen certificering afgeven voor een vaste wandelroute die ze uitgedacht of verricht heeft, of als ze een rechtstreekse band heeft met de uitwerker of de ontwerper van de vaste wandelroute. De Commissaris-generaal voor Toerisme kan de erkenning intrekken van de persoon die dit artikel overtreedt, nadat hij haar erom verzocht heeft haar argumenten te laten gelden en, als ze erom verzocht heeft, nadat hij haar gehoord heeft.

TITEL 2 - Subsidies HOOFDSTUK I. - Algemeen

Art. 560.D - Binnen de perken van de kredieten uitgetrokken op de begroting kan de regering een subsidie verlenen voor : 1° het ontwerp, het leveren en het plaatsen van markeringen voor de vaste wandelroutes;2° de erkende wandelkaarten en routebeschrijvingen. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor de toekenning en het behoud van de subsidies

Art. 561.D - De mogelijkheid om subsidies te verlenen wordt ondergeschikt gemaakt aan volgende voorwaarden : 1° de vaste wandelroute, de wandelkaart of routebeschrijving kan bijdragen tot de ontwikkeling van het toerisme in het Waalse gewest;2° de aanvrager verbindt zich om de wandelkaarten en routebeschrijvingen niet te verkopen tegen een prijs van over acht euro per exemplaar;daartoe vult de aanvrager het formulier vastgesteld door de regering in. Het kaft van de wandelkaart en -beschrijving vermeldt respectievelijk de zinnen "Deze wandelkaart mag niet verkocht worden tegen een prijs van meer dan 8 euro" en "Deze routebeschrijving mag niet verkocht worden tegen een prijs van meer dan 8 euro".

De regering is gemachtigd om het bedrag bepaald in vorige zin aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule : nieuw indexcijferbovenbedoeld voorzien bedrag x --°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°aanvankelijk indexcijfer waarbij het aanvankelijk indexcijfer, het indexcijfer van juni 2007 is en het nieuwe, het indexcijfer van de maand juni van het lopende jaar In alle geval wordt het aangepaste bedrag afgerond naar de lagere eenheid, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50; 3° de aanvrager verbindt zich ertoe de wandelkaarten en routebeschrijvingen te verkopen in een verspreidingsnetwerk dat ruimer is dan dat van de plaatselijke toeristische instanties;daartoe vult de aanvrager het door de regering vastgestelde formulier in. HOOFDSTUK III. - Percentages en bedragen van de tegemoetkoming

Art. 562.D - § 1. Het tegemoetkomingspercentage wordt vastgesteld op 60% van het ontwerp, het leveren en het plaatsen van de markeringen, evenals van het leveren van de reservemarkeringen die maximum 40% van de te plaatsen markeringen vertegenwoordigen.

Dat percentage mag evenwel tot 80% verhoogd worden indien de aanvrager andere activiteiten die verband houden met toerisme in zijn wandelroute opneemt mits inachtneming van volgende voorwaarden : 1° zijn toeristisch project wordt uitgewerkt op een ruimer grondgebied waarbij uitgegaan wordt van een toeristische eenheid, en zonder dat noodzakelijkerwijs verwezen wordt naar de bestuurlijke grenzen van één of meer gemeenten;2° hij voorziet in een overleg en in een samenwerking tussen de verschillende plaatselijke toeristische actoren om een gemeenschappelijke strategie rond één project tot stand te brengen;3° de toeristen worden ingelicht over de logiesmogelijkheden, over de andere vaste wandelroutes en de toeristische plaatsen en activiteiten in zijn streek;4° hij vestigt de bevordering van zijn product op een samenhangend imago dat eigen is aan de betrokken streek. § 2. De subsidie wordt forfaitair vastgesteld op 60 euro per vierkante decimeter basiskaart en met een maximumbedrag van 3.000 euro voor het ontwerp, de uitgave en het drukken van de wandelkaarten. § 3. Het tegemoetkomingspercentage wordt vastgesteld op 40% van het ontwerp, de uitgave en het drukken van de routebeschrijvingen. De subsidie wordt evenwel vastgesteld op maximum 4.000 euro. § 4. Er wordt geen enkele subsidie verleend voor het ontwerp, het leveren en het plaatsen van oorspronkelijke of reservemarkeringen, noch voor het ontwerp, de uitgave en het drukken van de wandelkaarten en routebeschrijvingen indien zij subsidiabel zijn krachtens andere wets- of regelgevende bepalingen behalve indien vaststaat dat zij zonder die bijkomende tegemoetkoming niet verwezenlijkt zouden kunnen worden. § 5. De regering is gemachtigd om de bedragen bepaald in de paragrafen 2 en 3 aan te passen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van dit decreet, volgens de formule : nieuw indexcijferbedrag voorzien in paragraaf 2 of 3 x -----°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° aanvankelijk indexcijfer waarbij het aanvankelijk indexcijfer, het indexcijfer van juni 2007 is en het nieuwe, het indexcijfer van de maand juni van het lopende jaar In alle geval wordt het aangepaste bedrag afgerond naar de lagere eenheid, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50. § 6. Voor de berekening van het deel van de subsidie betreffende de certificering van de markeringen wordt het overwogen maximumbedrag bepaald op 50 euro per kilometer gecertificeerde markeringen. HOOFDSTUK IV. - Procedure voor het toekennen van de vereffening en controle over het gebruik van de subsidies

Art. 563.D - Elke subsidie-aanvraag dient bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De aanvraag moet gemotiveerd worden.

Art. 564.D - De regering stelt de inhoud van de subsidie-aanvraag evenals het aantal exemplaren dat de aanvraag dient in te houden, vast.

Art. 565.BWR - De subsidieaanvraag om een vaste wandelroute aan te leggen, bevat de volgende stukken en vermeldingen : 1° indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, zijn naam, voornaam en woonplaats;als het gaat om een rechtspersoon, de benaming of de firmanaam, haar rechtsvorm, het adres van haar maatschappelijke zetel, de hoedanigheid van de ondertekenaar van de aanvraag en de rechtvaardiging van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van laatstgenoemde; 2° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme verstrekte formulier, de verbintenis om de uitbetaalde bedragen volledig terug te betalen indien, behoudens voorafgaandelijke toelating door de Regering, binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van 1 januari volgend op de datum van de vereffening, het geheel of een deel van de subsidie niet toegerekend wordt op datgene waarvoor ze voorzien was, indien niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 561.D of nog indien de machtiging ingetrokken wordt; 3° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme afgegeven formulier, de verbintenis van de aanvrager om de met één derde verminderde subsidie terug te betalen voor elke periode van twaalf maanden die verstreken is na de termijn van vijf jaar indien de gebeurtenis die aanleiding geeft tot terugbetaling plaatsvindt na het verstrijken van die termijn van vijf jaar. De aanvraag tot erkenning van de wandelkaarten en routebeschrijvingen moet de volgende stukken en vermeldingen bevatten : 1° het ontwerp van de kaart of van de beschrijving van de wandelroutes;2° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme afgegeven formulier, de verbintenis dat de wandelkaarten of de routebeschrijvingen tegen een prijs van ten hoogste acht euro worden verkocht;3° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme afgegeven formulier dient de aanvrager de wandelkaarten en routebeschrijvingen in een verspreidingsnetwerk dat ruimer is dan dat van de plaatselijke toeristische instanties te verkopen; 4° op het door het Commissariaat-generaal voor Toerisme verstrekte formulier, de verbintenis om de uitbetaalde bedragen volledig terug te betalen indien, behoudens voorafgaandelijke toelating door de Regering, binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van 1 januari volgend op de datum van de vereffening, het geheel of een deel van de subsidie niet toegerekend wordt op datgene waarvoor ze voorzien was, indien niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 561.D betreffende de gemarkeerde toeristische wandelroutes of nog indien de machtiging ingetrokken wordt; 5° desgevallend de volledige inlichtingen over de andere de minimis Bsteun verkregen van andere overheden of openbare instellingen tijdens de drie jaar die aan de aanvraag zijn voorafgegaan.

Art. 566.D - Elke persoon die vraagt dat een subsidie wordt toegekend, geeft daardoor de regering de toelating om zonder verplaatsing elke nuttig geachte verificatie door te voeren.

De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld in artikel 561.D.

Art. 567.D - § 1. Elke subsidie die toegekend wordt voor de verwezenlijking van een vaste wandelroute kan vereffend worden tegen maximum 90% bij overlegging van de uitgavestukken die het ontwerp, het leveren of het plaatsen van markeringen van die wandelroute verantwoorden, ter hoogte van minstens één derde van de bepaalde uitgave en voorzover de vaste wandelroute voorlopig of definitief gecertificeerd werd door een erkende persoon.

De eindafrekening dient uiterlijk vóór verstrijken van de twaalfde maand volgend op de datum van de laatste voorlopige vereffening voorgelegd te worden. § 2. Het ontwerp of het leveren van de markeringen dient aan te vangen uiterlijk binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de kennisgeving van de toekenning van de subsidie en de markeringen dienen geplaatst te worden uiterlijk twaalf maanden te rekenen van hun ontwerp of levering. § 3. In geval van niet-naleving van de termijnen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 en behoudens verlenging door de regering, dienen de onverschuldigd gestorte sommen op grond van een behoorlijk verantwoorde aanvraag ingediend door de gerechtigde vóór verstrijken van de aanvankelijke termijn, terugbetaald te worden.

Art. 568.D - Elke subsidie die toegekend wordt voor de verwezenlijking van wandelkaarten of routebeschrijvingen wordt enkel uitbetaald na hun uitgave en na overlegging van minstens drie exemplaren ervan en van de verantwoordingsstukken van de kostprijs van hun verwezenlijking.

Art. 569.D - De regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 561.D, 567.D en 568.D nageleefd worden.

De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikel 561.D, 567.D of 568.D niet naleeft.

Art. 570.D - Indien de subsidie niet toegerekend wordt op datgene waarvoor ze voorzien was, of indien niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 561.D of nog indien de machtiging of de erkenning ingetrokken wordt, dient de gerechtigde, behoudens voorafgaandelijke toelating door de regering, de subsidie volledig terug te betalen indien de gebeurtenis die de teruggave verantwoordt plaatsvindt binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van 1 januari volgend op het laatste jaar waarin de subsidie vereffend is.

Voor de subsidies bedoeld in artikel 560.D, 1°, dient de gerechtigde, indien die gebeurtenis plaatsvindt na verstrijken van die termijn van vijf jaar, de met één derde verminderde subsidie terug te betalen voor elke periode van twaalf maanden die verstreken is na de termijn van vijf jaar als hogervermeld.

Art. 571.BWR - De Minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+, 2 en 3 aan die belast zijn met : 1° de verificaties ter plaatse bepaald in artikel 566.D; 2° de controle van de naleving van de termijnen bepaald in artikel 567.D van het decreet en de verlenging ervan overeenkomstig de bepaling van dat artikel; 3° de controle bepaald in artikel 569.D. TITEL 3 - Overtredingen en straffen HOOFDSTUK I. - Administratieve geldboetes

Art. 572.D - § 1. Degene die onrechtmatig gebruik maakt van het gewestelijk erkenningsteken, een vaste wandelroute markeert zonder machtiging of met behulp van tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 1.D, 46°, of een vaste wandelroute behoudt zonder machtiging of een wandelroute, aangegeven door tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 1.D, 46°, wordt gestraft met een geldboete waarvan het bedrag 10.000 euro niet mag overschrijden.

Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, wordt gestraft met een geldboete waarvan het bedrag 10.000 euro niet mag overschrijden.

Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, wordt gestraft met een geldboete waarvan het bedrag 2.000 euro niet mag overschrijden.. § 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1, worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het Openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.

De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. § 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het Openbaar ministerie binnen de vijftien dagen na opstellen ervan.

Het Openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen. § 4. Indien het Openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.

De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd.

Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder bij ter post aangetekend schrijven, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de regering.

De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.

De betaling van de boete beëindigt het optreden van het bestuur. § 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van een afschrift van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.

De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. § 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag. § 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen de drie jaar te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.

De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.

De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit de verjaring. Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn. § 8. De regering kan de wijze van inning van de boete bepalen.

Art. 573.D - Degene die onrechtmatig gebruik maakt van het gewestelijk erkenningsteken, een vaste wandelroute markeert zonder machtiging of met behulp van tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 1.D, 46°, of een vaste wandelroute behoudt zonder machtiging of een wandelroute, aangegeven door tekens die niet overeenstemmen met de markeringen bedoeld in artikel 55.D, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25° euro.

Degene die op welke wijze ook kwaadwillig markeringen van een gemarkeerde wandelroute vernietigt, beschadigt of wegneemt, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.

Degene die een gesubsidieerde wandelkaart of routebeschrijving verkoopt tegen een prijs boven 8 euro, wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro.

Art. 574.D - De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, gelden voor de overtredingen bepaald in artikel 573.D. HOOFDSTUK II. - Strafrechtelijke sancties

Art. 575.D - § 1. Naast de boetes bepaald in artikel 573.D beveelt de rechter op verzoek van het Commissariaat-generaal voor Toerisme de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in oorspronkelijke staat.

De rechter kan bevelen dat de veroordeelde op straffe van een dwangsom binnen de acht dagen volgend op de dag waarop het vonnis definitief is geworden een zekerheid ten voordele van het Waalse Gewest stelt waarvan het bedrag gelijk is aan de geraamde kost van de bevolen maatregelen.

Die zekerheid bestaat uit een neerlegging bij de Deposito- en Consignatiekas of uit een onafhankelijke bankwaarborg uitgegeven door een erkende kredietinstelling ofwel bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ofwel bij een overheid van een lidstaat van de Europese Unie die gemachtigd is om de kredietinstellingen te controleren.

Onverminderd de toepassing van hoofdstuk XXIII van boek IV van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek beveelt de rechter dat, indien de plaats niet in oorspronkelijke staat is hersteld binnen de voorgeschreven termijn, het Commissariaat-generaal voor Toerisme van ambtswege in de tenuitvoerlegging ervan kan voorzien en de kosten ervan terug kan vorderen indien de werken zijn uitgevoerd op grond van een gewone staat opgesteld door de regering. Die staat is uitvoerbaar. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan voor de politie- of correctionele rechtbank treden om naast de boeten bepaald in de artikel 573.D de veroordeling tot staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.

Het kan eveneens voor de burgerlijke rechtbank treden om de veroordeling tot de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen. HOOFDSTUK III. - Toezicht en vaststelling van de overtredingen

Art. 576.D - § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de ambtenaren en de personeelsleden aangewezen door de regering ermee belast over de naleving van de regels vastgesteld bij of krachtens dit boek te waken. Daartoe kunnen ze bij de uitoefening van hun opdracht : 1° de bijstand van de politie vragen;2° op grond van ernstige aanwijzingen voor een overtreding, elke doorzoeking, elke controle en elk onderzoek verrichten en elke inlichting vergaren die ze noodzakelijk achten om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit boek en diens uitvoeringsbepalingen worden nageleefd, en meer bepaald : a) elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nodig is voor het uitoefenen van het toezicht en van die verhoren processen-verbaal op te stellen die tot het bewijs van het tegendeel bewijskracht hebben;b) zich ter plaatse elk document, stuk of titel die voor de vervulling van hun opdracht noodzakelijk is, laten voorleggen of ze onderzoeken, er een fotografisch of ander afschrift van nemen of het tegen ontvangstbewijs meenemen. De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in het eerste lid zijn bekleed met de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie.

Zij zijn ertoe gehouden eed af te leggen voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats. § 2. In geval van overtreding op dit boek kunnen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 : 1° voor elke overtreder een termijn vastleggen om zich met de wet in overeenstemming te brengen;die termijn kan slechts eenmalig verlengd worden; het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de procureur des Konings in over de getroffen schikkingen; bij verstrijken van de termijn of, al naar gelang van het geval, bij verlenging ervan stelt de ambtenaar of het personeelslid verslag op; het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt het bij ter post aangetekend schrijven binnen de tien dagen aan de overtreder en aan de procureur des Konings over; 2° een proces-verbaal opstellen dat tot bewijs van het tegendeel bewijskracht heeft;het Commissariaat-generaal voor Toerisme maakt dat proces-verbaal bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de procureur des Konings en aan de overtreder over binnen de tien dagen volgend op de datum waarop het opgesteld is of na verstrijken van de termijn bedoeld onder punt 1°.

Een afschrift ervan wordt in dezelfde termijn gericht aan de burgemeester van de gemeente waar het betrokken goed gelegen is en, bij ter post aangetekend schrijven, aan diens eigenaar en aan de vergunninghouder, gericht.

Art. 577.BWR - De Minister wijst in het Commissariaat-generaal voor Toerisme en in de Afdeling Natuur en Bossen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu de ambtenaren en personeelsleden van niveau 1, 2+ en 2 aan bedoeld in artikel 576.D. TITEL 4.- Overgangs- en slotbepalingen

Art. 578.D - Elke machtiging tot het markeren van een vaste wandelroute toegekend op grond van artikel 196 van het Boswetboek wordt gelijkgesteld met de krachtens artikel 526.D vereiste machtiging.

Art. 579.D - De bakenstokken die voor 1 juni 2007 buiten de bossen zijn aangebracht mogen vijf jaar in stand gehouden worden te rekenen van 1 juni 2007.

De bakenstokken van de permanente netwerken van wandelwegen aangebracht voor 1 juni 2007 kunnen in stand gehouden worden op voorwaarde dat er voor het genormeerde teken een ministerieel goedkeuringsbesluit bestaat op grond van de artikelen 196 en volgende van het Boswetboek.

Art. 580.BWR - De bepalingen van dit Boek treden in werking op 1 juni 2007.

Art. 581.D - In afwijking van artikel 580.BWR treedt artikel 548.D in werking op 14 november 2008.

Art. 582.D - De Minister is belast met de uitvoering van de reglementaire bepalingen van dit Boek.

BOEK V. - DE SUBSIDIES VOOR DE BEVORDERING VAN HET TOERISME TITEL 1. - Begripsomschrijving

Art. 583.D - In afwijking van artikel 1.D, 3° wordt verstaan onder toeristische bezienswaardigheid, in de zin van dit Boek : de plaats van bestemming, bestaande uit een geheel van geïntegreerde en duidelijk identificeerbare activiteiten en diensten, die op regelmatige wijze uitgebaat wordt als natuurlijke, culturele of recreatieve waardevolle kern en die aangelegd is met het doel toeristen, dagtoeristen en plaatselijke bezoekers zonder voorafgaandelijke reservering te ontvangen;

TITEL 2 - Subsidies HOOFDSTUK I. - Subsidies aan de toeristische instellingen

Art. 584.D - Binnen de perken van de begrotingskredieten verleent de Regering aan de erkende provinciale federaties voor toerisme, huizen voor toerisme, diensten voor toerisme en VVV's een subsidie voor het voeren van acties of campagnes ter bevordering van het toerisme in hun respectievelijk gebied.

De subsidie van het Waalse Gewest heeft met name betrekking op : 1° het uitdenken, de verwezenlijking en het afdrukken van basisdragers ter verspreiding van de campagne;2° het uitdenken, de verwezenlijking of de reorganisatie van een internetsite volgens de modaliteiten omschreven door de Regering;3° de auteursrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de acties bedoeld onder 1° en 2°. De belasting op de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de aanvrager.

Art. 585.D - Van de uitgaven waarvoor een subsidie bedoeld in artikel 584.D verleend kan worden, stelt de Regering een nauwkeurige opgave vast. HOOFDSTUK II. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters.

Art. 586.D - Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Regering tussenbeide komen in de uitgaven betreffende de verwezenlijking van acties of campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters.

De subsidie van het Waalse Gewest heeft met name betrekking op : 1° het uitdenken, de verwezenlijking en het afdrukken van basisdragers ter verspreiding van de campagne;2° het uitdenken, de verwezenlijking of de reorganisatie van een internetsite volgens de modaliteiten omschreven door de Regering;3° de auteursrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de acties bedoeld onder 1° en 2°. De belasting op de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de aanvrager.

Art. 587.D - Van de uitgaven waarvoor een subsidie bedoeld in artikel 586.D verleend kan worden, stelt de Regering een nauwkeurige opgave vast. HOOFDSTUK III. - De subsidies voor de verwezenlijking van acties of promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen.

Art. 588.D - Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Regering tussenbeide komen in de uitgaven betreffende de verwezenlijking van acties of promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen.

De subsidie van het Waalse Gewest heeft met name betrekking op : 1° het uitdenken, de verwezenlijking en het afdrukken van basisdragers ter verspreiding van de campagne;2° het uitdenken, de verwezenlijking of de reorganisatie van een internetsite volgens de modaliteiten omschreven door de Regering;3° de auteursrechten die nodig zijn voor de uitvoering van de acties bedoeld onder 1° en 2°. Onder gewestelijke toeristische vereniging wordt verstaan elke vereniging zonder winstoogmerk die aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° het promoten als maatschappelijk doel hebben van een toeristisch product dat overeenkomt met één van de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks worden bepaald door de Regering;2° houders van een vergunning als lid hebben die minstens 10 % van de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die in het Franse taalgebied gevestigd zijn, vertegenwoordigen, op voorwaarde dat deze inrichtingen over minstens drie provincies verspreid zijn en tot één van de volgende categorieën behoren : a) hotelverblijven;b) gastenkamers, landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad;c) gastenkamers op de hoeve en vakantiewoningen op de hoeve;d) toeristische kampeerterreinen;e) gemeubileerde vakantiewoningen : b) vakantiedorpen;3° als vereniging voor sociaal toerisme erkend zijn;4° een toeristisch product promoten dat op het grondgebied van minstens drie in het Waalse Gewest gelegen provincies voorkomt. De belasting op de toegevoegde waarde kan gesubsidieerd worden voorzover ze niet gerecupereerd kan worden door de aanvragende vereniging.

Art. 589.D - Van de uitgaven waarvoor een subsidie bedoeld in artikel 588.D verleend kan worden, stelt de Regering een nauwkeurige opgave vast. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden voor de toekenning van de subsidies Afdeling 1. - Subsidies aan de toeristische instellingen

Art. 590.D - De Regering kan een subsidie bedoeld in artikel 584.D toekennen als : 1° de aanvrager een erkende provinciale federatie voor toerisme, een huis voor toerisme, een dienst voor toerisme of een VVV is;2° de actie of toeristische promotiecampagne in het algemeen beleid kadert dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;3° de actie of toeristische promotiecampagne coherent is met de acties en toeristische promotiecampagnes gevoerd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme en de Dienst voor de bevordering van het toerisme;4° de actie of toeristische promotiecampagne voor de bevordering zorgt van heel het geografisch gebied van de aanvrager of de geïntegreerde bevordering verzekert van meerdere toeristische trekpleisters of toeristische bezienswaardigheden die in het geografisch gebied van de aanvrager gevestigd zijn;5° de actie of toeristische promotiecampagne grotendeels gevoerd wordt in een geografisch gebied dat het gebied van de aanvrager overschrijdt; 6° de aanvrager ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 600.D voorlegt. Afdeling 2. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of

campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters.

Art. 591.D - De Regering kan een subsidie bedoeld in artikel 586.D toekennen als : 1° de aanvrager de beheerder of uitbater is van meerdere toeristische trekpleisters of toeristische bezienswaardigheden;2° de actie of toeristische promotiecampagne in het algemeen beleid kadert dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;3° de actie of toeristische promotiecampagne coherent is met de acties en campagnes gevoerd door het huis (de huizen) voor toerisme in het gebied waarvan de toeristische trekpleister of toeristische bezienswaardigheid gevestigd is;4° de actie of toeristische promotiecampagne grotendeels gevoerd wordt in een geografisch gebied dat het gebied overschrijdt van het huis (de huizen) voor toerisme in het gebied waarvan de toeristische trekpleister of toeristische bezienswaardigheid gevestigd is; 5° de aanvrager ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 600.D voorlegt. Afdeling 3. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of

promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen

Art. 592.D - De Regering kan een subsidie bedoeld in artikel 588.D toekennen als : 1° de aanvrager een gewestelijke toeristische vereniging is;2° de actie of toeristische promotiecampagne in het algemeen beleid kadert dat door het Waalse Gewest inzake toerisme gevoerd wordt;3° de actie of toeristische promotiecampagne coherent is met de acties en toeristische promotiecampagnes gevoerd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme en de Dienst voor de bevordering van het toerisme;4° de actie of toeristische promotiecampagne namelijk wordt uitgevoerd buiten het grondgebied van het Franse taalgebied van het Waalse Gewest; 5° de aanvrager ter staving van zijn verzoek het dossier bedoeld in artikel 600.D voorlegt. Afdeling 4. B Gemeenschappelijke bepaling

Art. 593.D - Eenzelfde uitgave mag niet het voorwerp uitmaken van subsidies toegekend op grond van de artikelen 584.D, 586.D of 588.D. HOOFDSTUK V. - Subsidiepercentage en -bedrag Afdeling 1. - Subsidies aan de toeristische instellingen

Art. 594.D - Het subsidiepercentage bedoeld in artikel 584.D bedraagt 30 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.

Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald of die minstens twee huizen voor toerisme verenigen, wordt het percentage van de subsidie op 50 % gebracht.

Art. 595.D - § 1. Het bedrag van de subsidies die jaarlijks worden toegekend op grond van artikel 584 mag de volgende bedragen niet overschrijden : 1° 5.000 euro per VVV en per dienst voor toerisme; 2° 7.500 euro per provinciale federatie voor toerisme; 3° 20.000 euro per huis voor toerisme.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid, 3°, wordt verhoogd met : a) 500 euro per gemeente die lid is van het huis voor toerisme;b) 500 euro per toeristische bezienswaardigheid die op 1 januari die voorafgaat aan de aanvraag tot subsidiëring, gevestigd is op het gebied van het huis voor toerisme; c) 500 euro per schijf van 25.000 toeristische nachten in het gebied van het huis voor toerisme tijdens het jaar dat voorafgaat aan het jaar van de aanvraag tot subsidiëring.

Het totaalbedrag van de aan een huis voor toerisme jaarlijks toegekende subsidies op grond van artikel 584.D, mag echter niet 75.000 euro overschrijden. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag krijgt, het subsidiebedrag voor de VVV, de dienst voor toerisme, het huis voor toerisme of de provinciale federatie voor toerisme vanaf 1 januari van het jaar van de aanvraag.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid van deze paragraaf niet overschrijden.

De subsidie mag bovendien het verschil tussen het totaalbedrag van de krachtens artikel 584.D subsidieerbare uitgaven en de inkomsten die er rechtstreeks mee verbonden zijn, niet overschrijden. Deze inkomsten bestaan o.a. uit overheidshulp, het verkopen van commerciële en publicitaire ruimtes, sponsoring en mecenaat. § 3. De Regering mag de bedragen bepaald in paragraaf 1 aanpassen om rekening te houden met de waarde van de index der consumptieprijzen van de maand van inwerkingtreding van de bepalingen van dit Boek, volgens de formule : Bepaalde prijs in paragraaf 1 x nieuwe index/aanvankelijke index waarbij de aanvankelijke index, de index is van de maand van inwerkingtreding van de bepalingen van dit Boek en de nieuwe index, de index van de maand waarop die inwerkingtreding verjaart.

In alle geval wordt het bedrag aangepast op basis van het eerste lid, afgerond naar de lagere eenheid, gesteld dat de decimaal lager zou zijn dan 50 en naar de hogere eenheid, mocht de decimaal gelijk zijn aan of hoger zijn dan 50. Afdeling 2. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of

campagnes ter bevordering van toeristische bezienswaardigheden of toeristische trekpleisters

Art. 596.D - Het percentage van de subsidie bedoeld in artikel 586.D bedraagt 20 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.

Het percentage van de subsidie bedoeld in het eerste lid wordt verhoogd met : 1° 10 % voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald;2° 10 % als de aanvrager houder is van een vergunning om de benaming "toeristische bezienswaardigheid" te gebruiken, voor zover deze bezienswaardigheid in haar rangschikking over minstens drie zonnen beschikt;3° 10 % als het gaat om acties of toeristische promotiecampagnes die betrekking hebben op minstens drie toeristische trekpleisters of toeristische bezienswaardigheden.

Art. 597.D - § 1. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend voor de bevordering van een toeristische trekpleister of een toeristische bezienswaardigheid mag geen 100.000 euro per periode van drie jaar overschrijden, zelfs bij verandering van eigenaar, beheerder of exploitant. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag krijgt voor een toeristische trekpleister of een toeristische bezienswaardigheid, het de minimis-subsidiebedrag voor die toeristische trekpleister of toeristische bezienswaardigheid in de loop van de twee begrotingsjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de aangevraagde subsidie, indien toegekend, vastgelegd zou worden.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid niet overschrijden.

De subsidie mag bovendien het verschil tussen het totaalbedrag van de krachtens artikel 587.D subsidieerbare uitgaven en de inkomsten die er rechtstreeks mee verbonden zijn, niet overschrijden. Deze inkomsten bestaan o.a. uit overheidshulp, het verkopen van commerciële en publicitaire ruimten, sponsoring en mecenaat. § 3. Indien het bedrag van een subsidie het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 bereikt, kan er enkel een nieuwe subsidie worden toegekend op grond van een nieuwe aanvraag, die pas ingediend kan worden twee jaar na de vastlegging van de vorige subsidie. § 4. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het de minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimis-steun. Afdeling 3. - Subsidies voor de verwezenlijking van acties of

promotiecampagnes door gewestelijke toeristische verenigingen.

Art. 598.D - Het percentage van de subsidie bedoeld in artikel 588.D bedraagt 30 % van de kostprijs van de actie of toeristische promotiecampagne.

Voor de acties of toeristische promotiecampagnes opgenomen in de thema's die jaarlijks of meerjaarlijks door de Regering worden bepaald, wordt het percentage van de subsidie op 50 % gebracht.

Art. 599.D - § 1. Het totaalbedrag van de subsidies die worden verleend aan een gewestelijke toeristische vereniging mag geen 100.000 euro per periode van drie jaar overschrijden. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme bepaalt, indien het een subsidieaanvraag krijgt voor de bevordering van een gewestelijke toeristische vereniging, het de minimis-subsidiebedrag voor die vereniging in de loop van de twee begrotingsjaren voorafgaand aan het boekjaar waarin de aangevraagde subsidie, indien toegekend, vastgelegd zou worden.

De subsidie kan het bedrag gelijk aan het verschil tussen het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 en het bedrag bepaald overeenkomstig het eerste lid niet overschrijden.

De subsidie mag bovendien het verschil tussen het totaalbedrag van de krachtens artikel 588.D subsidieerbare uitgaven en de inkomsten die er rechtstreeks mee verbonden zijn, niet overschrijden. Deze inkomsten bestaan o.a. uit overheidshulp, het verkopen van commerciële en publicitaire ruimten, sponsoring en mecenaat. § 3. Indien het bedrag van een subsidie het maximumbedrag bedoeld in paragraaf 1 bereikt, kan er enkel een nieuwe subsidie worden toegekend op grond van een nieuwe aanvraag, die pas ingediend kan worden twee jaar na de vastlegging van de vorige subsidie. § 4. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme licht de subsidiegerechtigde in over het de minimis-karakter van die tegemoetkoming overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimis-steun. HOOFDSTUK VI. - Procedures voor het toekennen van de vereffening en controle over het gebruik van de subsidies

Art. 600.D - De aanvraag voor een subsidie dient per schrijven te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.

De Regering stelt de inhoud vast en bepaalt de vorm van de subsidie-aanvraag. Ze bepaalt het aantal exemplaren dat het dossier dient te bevatten.

Art. 601.D - Elke persoon die vraagt dat een subsidie wordt toegekend, geeft daardoor de Regering de toelating om zonder verplaatsing elke nuttig geachte verificatie door te voeren.

De weigering om zich te onderwerpen aan die verificaties of het verhinderen ervan brengt het weerlegbare vermoeden teweeg dat niet voldaan wordt aan de toekenningsvoorwaarden vastgesteld, naargelang het geval, in de artikelen 590.D, 591.D, 592.D of 593.D.

Art. 602.D - De uitbetaling van de subsidies wordt ondergeschikt gemaakt aan de naleving van de volgende voorwaarden : 1° de acties en promotiecampagnes dienen uitgevoerd te zijn ten vroegste op 1 januari van het jaar tijdens hetwelke de aanvraag tot subsidie wordt ingediend en uiterlijk op 31 oktober van het jaar volgend op de budgettaire vastlegging van de subsidie;2° de data van de omstandige facturen met betrekking tot de acties en campagnes bedoeld onder 1° dienen tussen de twee daar bedoelde data begrepen te zijn;3° de originele facturen, met een minimumbedrag van 75 euro elk, dienen te worden voorgelegd;4° de begunstigde dient de bewijzen te leveren van de effectieve uitvoering van de acties en promotiecampagnes waarvoor de subsidie is verleend.

Art. 603.D - De subsidie wordt vereffend aan degene die de acties of promotiecampagnes financiert, op grond van de overlegde facturen.

Art. 604.D - De Regering controleert of de voorwaarden vastgesteld in de artikelen 590, 591, 592, 593 en 602 nageleefd worden.

De weigering om zich te onderwerpen aan een controle of het verhinderen ervan brengt het vermoeden teweeg dat de subsidiegerechtigde de voorwaarden vastgesteld in artikel 590.D, 591.D, 592.D, 593.D of 602.D niet naleeft. HOOFDSTUK VII. - Toelagen voor de aankoop van meubilair en materiaal ter bevordering van toeristische activiteiten

Art. 605.BWR - Binnen de perken van de op de begroting uitgetrokken kredieten kan de Minister van Toerisme toelagen verlenen voor de aankoop van meubilair en materiaal met het oog op het administratieve of promotionele beheer van toeristische activiteiten.

Er worden echter geen toelagen verleend voor de aankoop van voorzieningen of accessoires waarvan het gebruik, omwille van hun aard, van korte duur is.

Art. 606.BWR - De volgende aanvragers kunnen toelagen verkrijgen, voor zover zij het bewijs leveren van een ononderbroken activiteit van minstens drie jaar : - de provinciale federaties voor toerisme, - de verenigingen ter bevordering van het vreemdelingenverkeer, de gewestelijke groeperingen voor vreemdelingenverkeer, opgericht als vzw's; - de gemeentelijke VVV-kantoren.

Art. 607.BWR - Om deze toelagen te verkrijgen moeten de in artikel 606.BWR bedoelde aanvragers de volgende voorwaarden vervullen : 1. beschikken over vaste toeristische onthaalruimten en informatiebureaus die minstens zes maanden per jaar regelmatig gebruikt worden;2. het meubilair en het materiaal slechts voor de in de aanvraag vermelde doeleinden bestemmen;3. beschikken over voldoende financiële middelen voor het onderhoud en de gewone herstellingen van het gesubsidieerd meubilair en materiaal;4. beschikken over lokalen voor toeristische activiteiten, waar het gesubsidieerd meubilair en materiaal veilig gebruikt en/of opgeslagen kunnen worden;5. de installaties en de bestemming van het gesubsidieerd meubilair en materiaal laten controleren door het bevoegde personeel van het Commissariaat-generaal voor Toerisme;6. zich verbinden tot de terugbetaling van de toelage in geval van staking van de activiteiten binnen een termijn van vijf jaar met ingang van 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de toelage bij de begroting is ondergebracht.

Art. 608.BWR - De aanvragen om toelagen moeten bij aangetekende brief aan de Minister van Toerisme gezonden worden.

Ze bevatten : 1. een beschrijving en een kostenraming van het aan te kopen meubilair en materiaal;2. een afschrift van de prijsopgaven van minstens 3 leveranciers;3. een beschrijving van de bestemming van het meubilair en het materiaal;4. de statuten van de vereniging wanneer de aanvrager een vzw.is, alsook haar laatste beheersrekeningen.

Art. 609.BWR - § 1. De Minister van Toerisme bepaalt het type, de kwaliteit, de hoeveelheid en de maximumprijs van het meubilair en het materiaal waarvoor een toelage verleend kan worden.

Bij het onderzoek van elk dossier houdt hij rekening met de toeristische activiteiten van de aanvrager alsook met het meubilair en het materiaal waarover hij beschikt. § 2. De toelage wordt, na aftrek van de BTW, op 50 % van de waarde van het meubilair en het materiaal vastgesteld en mag niet hoger zijn dan het bedrag dat de Minister van Toerisme bepaalt, na aftrek van elke tegemoetkoming voor dezelfde aankoop. § 3. Er wordt geen toelage verleend voor aankopen van minder dan 600 euro, excl. BTW. Wanneer verschillende aanvragers hun aankoop van meubilair en materiaal groeperen voor de schaalvoordelen, kunnen de toelagen evenwel zonder inachtneming van een minimumbedrag verleend worden. In dit geval wordt voor het geheel van de aanvragers slechts één subsidiedossier, waarin elke begunstigde opgenomen is, bij de Minister van Toerisme ingediend. § 4. De toelagen die aan de aanvrager, of aan elke aanvrager in geval van gegroepeerde aankoop, verleend worden, mogen niet meer dan 7.500 euro per kalenderjaar bedragen.

Art. 610.MB - Het type, de kwaliteit, de hoeveelheid en de maximumprijs van het meubilair en het materiaal waarvoor een toelage kan worden verleend, staan in bijlage 30 en maken er noodzakelijk deel van uit.

Art. 611.MB - Onverminderd artikel 614.BWR wordt de ministeriële omzendbrief van 12 september 1991 die op hetzelfde voorwerp betrekking heeft, opgeheven.

Art. 612.BWR - De begunstigde mag het meubilair en het materiaal noch afstaan noch lenen gedurende een periode van vijf jaar met ingang van de uitkering van de toelage.

Hij heeft evenwel het volle genot ervan en neemt alle onderhouds- en herstelkosten op zich.

Hij draagt de volle verantwoordelijkheid voor het gebruik en de instandhouding ervan.

In geval van ontbinding tijdens de in alinea 1 van dit artikel bedoelde periode is de gerechtigde instelling gehouden de Minister van Toerisme daarvan onmiddellijk op de hoogte te brengen. Deze laatste moet ook zo snel mogelijk in kennis gesteld worden van de verdwijning of de gehele of gedeeltelijke vernietiging van het gesubsidieerde meubilair en materiaal.

De terugbetaling van de toelage wordt vereist als de bepalingen van dit besluit niet in acht genomen worden, alsook in geval van verdwijning of vernietiging zoals bedoeld in het vorig lid.

In dit laatste geval wordt de terugbetaling evenwel niet vereist als de begunstigde kan bewijzen dat de verdwijning of de vernietiging te wijten is aan overmacht.

Art. 613.BWR - De toelagen worden slechts uitgekeerd na overlegging aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van de bewijsstukken van de uitgaven en van het bewijs dat voor de aankoop van het gesubsidieerd meubilair en materiaal een beroep op de concurrentie is gedaan.

Behoudens behoorlijk gemotiveerde materiële onmogelijkheid moeten de bewijsstukken in de vorm van originele stukken overgelegd worden.

Art. 614.BWR - Het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 10 juni 1991 houdende de bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van toelagen voor het aankopen van materiaal ter bevordering van de toeristische activiteiten wordt voor het Franse taalgebied opgeheven.

Het blijft evenwel van toepassing voor de aanvragen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn ingediend.

TITEL 3.- Overgangs- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen

Art. 615.D - De subsidies toegekend op grond van het koninklijk besluit van 14 februari 1967 tot regeling van de toekenning van subsidies voor toeristische propaganda en van het ministerieel besluit van 6 maart 1967 waarbij regelen worden gesteld voor het indienen van de aanvragen om subsidies voor toeristische propaganda blijven onderworpen aan deze teksten.

Art. 616.D - Het onderzoek naar de aanvragen tot subsidie ingediend vóór de inwerkingtreding van dit Boek, wordt voortgezet volgens de van kracht zijnde bepalingen vóór die datum. HOOFDSTUK II. - B Slotbepalingen Art. 617.D - De datum van inwerkingtreding van dit Boek wordt door de Regering vastgelegd.

Art. 618.BWR - De artikelen 605.BWR tot en met 614.BWR treden in werking op 16 januari 1996.

Art. 619.BWR - De Minister van Toerisme is belast met de uitvoering van de artikelen 605.BWR tot en met 614.D. Namen, 1 april 2010.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN

LIJST VAN DE BIJLAGEN - Bijlage 1 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming « Fédération provinciale du Tourisme » (Provinciale federatie voor Toerisme) (artikel 33.D van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 2 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming « Maison du Tourisme » (Huis voor Toerisme) (artikel 34.D van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 3 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming « Office du Tourisme » (Dienst voor Toerisme) (artikel 38.D van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 4 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming « Syndicat d'initiative » (VVV) (artikel 39.D van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 5 : Indelingsrooster voor de toeristische bezienswaardigheden (artikel 133.BWR van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 6 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming « Attraction touristique » (Toeristische bezienswaardigheid) (artikel 134.D en 137.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 7 : Indelingsnormen voor de hotelinrichtingen (artikel 225.BWR van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 8 : Indelingsnormen voor streekgebonden toeristisch logies en gemeubileerde vakantiewoningen (artikel 233.BWR van het Waals Toerismewetboek) - Bijlage 9 : Indelingsnormen voor toeristische kampeerterreinen (artikel 245.BWR van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 10 : Indelingsnormen voor de vakantiedorpen en hun verblijfseenheden (artikel 254.BWR van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 11 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming "hôtel, appart-hôtel, hostellerie, motel, auberge, pension ou relais » (hotel, appart-hotel, herberg, motel, eethuis, pension of relais) (artikelen 268.D en 272.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 12 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen "gîte rural, gîte citadin, gîte à la ferme » (landelijke vakantiewoning, stedelijke vakantiewoning, vakantiewoning op de hoeve) (artikelen 268.D en 273.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 13 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen "chambre d'hôtes et chambres d'hôtes à la ferme » (gastenkamer en gastenkamer op de hoeve) (artikelen 268.D en 274.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 13 bis : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benamingen "maison d'hôtes et maison d'hôtes à la ferme » (gastenhuis en gastenhuis op de hoeve) (artikelen 268.D en 274.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 14 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming "meublé de vacances » (gemeubileerde vakantiewoning) (artikel 268.D en 275.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage15 : Model van het schild dat bestemd is voor de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming "terrain de camping touristique » (toeristisch kampeerterrein) (artikelen 268 en 276 van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 15 bis : Model van het schild dat bestemd is voor de houders van een vergunning tot gebruik van de benaming "terrain de camping à la ferme » (kampeerterrein op de boerderij) (artikelen 268.D en 276.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 16 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming "village de vacances » (vakantiedorp) (artikelen 269.D en 277.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlage 17 : Model van het schild dat bestemd is voor de houder van een vergunning tot gebruik van de benaming "unité de séjour » (verblijfseenheid) (artikel 269.D en 278.MB van het Waals Toerismewetboek); - Bijlagen 18 tot 22 : Veiligheidsnormen die door de gebouwen bedoeld in artikel 335.BWR, eerste lid, moeten vervuld worden om het attest bedoeld in artikel 332.D te verkrijgen; - Bijlage 23 : Veiligheidsnormen die door de gebouwen bedoeld in artikel 335.BWR, tweede lid, moeten vervuld worden om het attest bedoeld in artikel 332.D te verkrijgen; - Bijlage 24 : Veiligheidsnormen die door de gebouwen bedoeld in artikel 335, derde lid, moeten vervuld worden om het attest bedoeld in artikel 332 te verkrijgen; - Bijlage 25 : Specifieke normen inzake brandveiligheid voor de kampeerterreinen; - Bijlage 26 : Indelingsrooster van de kampplaatsen; - Bijlage 27 : Gegevens die verplicht vermeld moeten worden in elk huurcontract van een kampplaats; - Bijlage 28 : Indelingsnormen voor de toerismeverblijven; - Bijlage 29 : Normenboek inzake markeringen bedoeld in artikel 530.BWR, eerste lid, a), die moeten worden nageleefd om de vergunning bedoeld in artikel 527.D te verkrijgen; - Bijlage 30 : Tot bepaling van het type, de kwaliteit, de hoeveelheid en de maximumprijs van het meubilair en materiaal die gesubsidieerd kunnen worden.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 1 april 2010 tot codificatie van de wetgevingen betreffende het toerisme met het oog op de invoering van een Waals Toerismewetboek.

Namen, 1 april 2010.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN

Raadpleging van bl. 26646 tot 26744 Beeld van de publicatie deel 1 Raadpleging van bl. 26745 tot 26844 Beeld van de publicatie deel 2 Raadpleging van bl. 26845 tot 26944 Beeld van de publicatie deel 3 Raadpleging van bl. 26945 tot 27044 Beeld van de publicatie deel 4 Raadpleging van bl. 27045 tot 27150 Beeld van de publicatie deel 5

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^