Document
gepubliceerd op 14 januari 1999
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

V A D E M E C U M betreffende de toepassing van de nieuwe procedureregels VOORAFGAANDE OPMERKING Wanneer in dit vademecum bepaald wordt dat de griffie een partij verzoekt binnen een termijn van 15 dagen een welbepaalde handeling te stellen I. AKTEN VAN

bron
raad van state
numac
1998021292
pub.
14/01/1999
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

RAAD VAN STATE


V A D E M E C U M betreffende de toepassing van de nieuwe procedureregels VOORAFGAANDE OPMERKING Wanneer in dit vademecum bepaald wordt dat de griffie een partij verzoekt binnen een termijn van 15 dagen een welbepaalde handeling te stellen, gaat die termijn in de dag waarop de brief van de griffie ter post wordt aangetekend.

I. AKTEN VAN RECHTSINGANG. A. RECHT. A. GEWONE VORDERINGEN TOT SCHORSING. 1. 1.Gewone vorderingen tot schorsing, ingesteld door EEN ENKELE verzoeker. 2. 1) ZONDER een verzoekschrift tot nietigverklaring. a) bij een vordering tot schorsing waarop voor 7.000 frank aan zegels is aangebracht.

Deze vordering wordt op de rol gebracht, waarna de normale schorsingsprocedure wordt gevolgd. b) bij een ongezegelde vordering tot schorsing. De griffie nodigt de verzoeker uit de ontbrekende zegels binnen een termijn van 15 dagen aan te brengen. De vordering wordt niet op de rol gebracht, maar ingeschreven in een apart wachtregister.

De vordering wordt definitief op de rol gebracht zodra de zegels naar behoren zijn aangebracht. c) bij een vordering tot schorsing waarop onvoldoende zegels zijn aangebracht. De oplossing is dezelfde als voor de ongezegelde vorderingen. De griffie nodigt de verzoeker schriftelijk uit de nog verschuldigde zegels binnen een termijn van 15 dagen aan te brengen. De vordering wordt ingeschreven in een wachtregister en wordt pas op de rol gebracht de dag waarop de nog ontbrekende zegels worden aangebracht. 3. 2) SAMEN MET een verzoekschrift tot nietigverklaring. a) bij een vordering tot schorsing waarop voor 7.000 frank aan zegels is aangebracht.

Deze vordering wordt op de rol gebracht, waarna de normale schorsingsprocedure wordt gevolgd. Op het verzoekschrift tot nietigverklaring behoeven nog niet onmiddellijk zegels te worden aangebracht. b) bij een ongezegelde vordering tot schorsing, terwijl zegels ten belope van 7.000 frank zijn aangebracht op een apart blad.

Deze zegels worden geacht te gelden voor het eerste nuttige processtuk, namelijk de vordering tot schorsing, zelfs indien de vordering tot schorsing wordt ingediend samen met een verzoekschrift tot nietigverklaring, aangezien op dat verzoekschrift tot nietigverklaring geen zegels behoeven te worden aangebracht. c) bij een ongezegelde vordering tot schorsing, terwijl op het verzoekschrift tot nietigverklaring voor 7.000 frank aan zegels is aangebracht.

De zegels aangebracht op het verzoekschrift tot nietigverklaring worden geacht te gelden voor de vordering tot schorsing. De vordering tot schorsing wordt onmiddellijk op de rol gebracht en de procedure kent haar verloop. d) waarbij op de vordering tot schorsing, op het verzoekschrift tot nietigverklaring of op een apart blad niet genoeg zegels zijn aangebracht. De griffie meldt verzoeker schriftelijk dat de vordering tot schorsing niet op de rol kan worden gebracht omdat niet genoeg zegels werden aangebracht en nodigt hem uit het nog verschuldigde zegelrecht binnen een termijn van 15 dagen te kwijten. Zodra het volledige zegelrecht is gekweten, wordt de vordering tot schorsing op de rol gebracht. Er moet dus in totaal voor ten minste 7.000 frank aan zegels worden aangebracht om de zaak op de rol te brengen en de schorsingsprocedure in te stellen. 4. 2.Gewone vorderingen tot schorsing, ingesteld door MEER DAN EEN verzoeker. 5. 1) ZONDER een verzoekschrift tot nietigverklaring a) bij een collectieve vordering tot schorsing waarop voor zoveel keer 7.000 frank aan zegels is aangebracht als er verzoekers zijn.

Deze vordering wordt op de rol gebracht, waarna de normale schorsingsprocedure wordt gevolgd. b) bij een collectieve vordering tot schorsing waarop géén zegels zijn aangebracht of waarop voor minder dan 7.000 frank aan zegels is aangebracht.

De griffie schrijft de zaak niet in op de rol en nodigt alle verzoekers schriftelijk uit het vereiste bedrag aan zegels naargelang van het aantal verzoekers en zo nodig de ontbrekende zegels aan te brengen binnen een termijn van 15 dagen opdat de zaak alsnog op de rol kan worden gebracht. c) bij een collectieve vordering tot schorsing waarop slechts voor één keer 7.000 frank aan zegels is aangebracht, terwijl er meer dan één verzoeker is. * Deze vordering wordt voor de eerste verzoeker op de rol gebracht, aangezien voor ten minste 7.000 frank aan zegels is aangebracht. De schorsingsprocedure kent haar gewone verloop. Tegelijk nodigt de griffie alle andere verzoekers schriftelijk uit de ontbrekende zegels binnen een termijn van 15 dagen aan te brengen, waarbij zij er de aandacht op vestigt dat de vordering alleen voor de eerste verzoeker op de rol is gebracht. * Wanneer op de vordering bijvoorbeeld voor twee keer 4.000 frank aan zegels is aangebracht, gaat de griffie ervan uit dat dit geldt als 7.000 frank voor de eerste verzoeker, brengt zij de zaak op de rol, meldt zij alle andere verzoekers schriftelijk welk verschil nog binnen een termijn van 15 dagen moet worden bijgepast en vestigt zij er de aandacht op dat de vordering alleen voor de eerste verzoeker op de rol is gebracht. 6. 2) SAMEN MET een verzoekschrift tot nietigverklaring. De griffie gaat na of het dezelfde personen zijn die de collectieve vordering tot schorsing en het collectieve beroep tot nietigverklaring hebben ingesteld. a) De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring zijn ingesteld door dezelfde personen : Wanneer op de vordering tot schorsing voldoende zegels zijn aangebracht, d.w.z. in verhouding tot het aantal verzoekers, wordt de vordering op de rol gebracht en kent de schorsingsprocedure haar gewone verloop.

Wanneer voor 7.000 frank aan zegels is aangebracht op de vordering tot schorsing of op het verzoekschrift tot nietigverklaring (doch niet op de vordering tot schorsing), wordt de vordering tot schorsing op de rol gebracht voor de eerste verzoeker. De griffie nodigt de andere verzoekers schriftelijk uit de ontbrekende zegels aan te brengen binnen een termijn van 15 dagen.

Wanneer op de vordering tot schorsing en/of op het verzoekschrift tot nietigverklaring voor minder dan 7.000 frank aan zegels is aangebracht, nodigt de griffie de verzoekers uit binnen een termijn van 15 dagen de ontbrekende zegels aan te brengen, tot een zodanig bedrag als nodig. Zodra voor ten minste 7.000 frank aan zegels is aangebracht, wordt de vordering tot schorsing op de rol gebracht. b) Het beroep tot nietigverklaring wordt ingesteld door dezelfde personen die de schorsing vorderen en, bovendien, door andere personen. De vordering tot schorsing en het verzoekschrift tot nietigverklaring moeten worden beschouwd als afzonderlijke akten en de zegels aangebracht op het ene verzoekschrift gelden niet voor het andere.

Wanneer op de vordering tot schorsing voor zoveel keer 7.000 frank aan zegels is aangebracht als er verzoekers tot schorsing zijn en op het verzoekschrift tot nietigverklaring voor zoveel keer 7.000 frank aan zegels is aangebracht als er personen zijn die alleen de nietigverklaring vorderen, kan de schorsingsprocedure haar gewone verloop kennen.

Wanneer op de vordering tot schorsing voor ten minste 7.000 frank aan zegels is aangebracht, wordt de vordering op de rol gebracht voor de eerste verzoeker en vraagt de griffie de andere verzoekers schriftelijk de nog verschuldigde zegels binnen een termijn van 15 dagen aan te brengen.

Wanneer op de vordering tot schorsing geen zegels of zegels ten belope van minder dan 7.000 frank zijn aangebracht, wordt de vordering tot schorsing niet op de rol gebracht zolang de griffie niet voor ten minste 7.000 frank aan zegels heeft ontvangen.

Wanneer op het verzoekschrift tot nietigverklaring niet voor zoveel keer 7.000 frank aan zegels is aangebracht als er personen zijn die alleen de nietigverklaring vorderen, nodigt de griffie deze verzoekers uit om de zegels binnen een termijn van 15 dagen aan te brengen.

De zegels aangebracht op een apart blad worden geacht in de eerste plaats verband te houden met de vordering tot schorsing en dit in de volgorde waarin de verzoekers in de vordering tot schorsing voorkomen.

B. VORDERINGEN TOT SCHORSING WEGENS UITERST DRINGENDE NOODZAKELIJKHEID. 7. De vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid wordt op de rol gebracht zelfs indien het vereiste zegelrecht niet is gekweten, waarna de procedure haar gewone verloop kent.Wanneer in een arrest over de kosten van de schorsingsprocedure uitspraak wordt gedaan, en de zegels niet werden aangebracht in de loop van de schorsingsprocedure, zal het zegelrecht worden geïnd door toedoen van de hoofdgriffier.

C. PRO-DEOAANVRAGEN. 8. De artikelen 676 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek bepalen welke stukken de verzoekers bij hun verzoek om rechtsbijstand moeten voegen.9. 1.Gewone vorderingen tot schorsing. a) vordering tot schorsing ingesteld samen met een pro-Deoaanvraag waarbij de vereiste stukken zijn gevoegd. De vordering tot schorsing wordt op de rol gebracht en over de pro-Deoaanvraag wordt uitspraak gedaan. b) vordering tot schorsing ingesteld samen met een pro-Deoaanvraag waarbij de vereiste stukken niet zijn gevoegd. De vordering tot schorsing wordt niet op de rol gebracht en de griffie nodigt de verzoeker schriftelijk uit de stukken binnen een termijn van 15 dagen toe te sturen of binnen diezelfde termijn de onmogelijkheid daarvan aan te tonen. Bij ontvangst van het antwoord van de verzoeker wordt de vordering tot schorsing op de rol gebracht en doorgestuurd naar de kamervoorzitter opdat deze bij beschikking over de pro-Deoaanvraag uitspraak doet. Wanneer de verzoeker niet reageert, wordt de vordering tot schorsing niet op de rol gebracht. 10. 2.Vorderingen tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid.

De vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid wordt op de rol gebracht. De verzoeker beschikt vanaf de indiening van zijn pro-Deoaanvraag over een termijn van 15 dagen om de vereiste stukken in te dienen of de onmogelijkheid daarvan aan te tonen.

Daaruit volgt dat het arrest kan voorafgaan aan de beschikking over de pro-Deoaanvraag. Zodra de termijn van 15 dagen is verstreken, treft de voorzitter een beschikking waarin hij het pro Deo verleent of weigert.

Deze beschikking wordt door de griffie, samen met het arrest waarin de kosten worden bepaald, toegestuurd aan de administratie van registratie en domeinen met het oog op de invordering van de kosten. 11. 3.Vorderingen tot schorsing ingediend samen met een pro-Deoaanvraag en een beroep tot nietigverklaring.

De verzoeker moet een pro-Deoaanvraag indienen voor de schorsingsprocedure en zal een nieuwe pro-Deoaanvraag moeten indienen als hij in voorkomend geval om de voortzetting van de procedure verzoekt.

B. ANDERE ELEMENTEN MET BETREKKING TOT DE AKTEN VAN RECHTSINGANG. 12. 1.Bij de gewone vordering tot schorsing en/of het verzoekschrift tot nietigverklaring zit geen afschrift van de bestreden handeling.

Wanneer op de gewone vordering tot schorsing en/of op het verzoekschrift tot nietigverklaring voldoende zegels zijn aangebracht maar een afschrift van de bestreden handeling ontbreekt, brengt de griffie de vordering of het beroep op de rol en nodigt zij de verzoeker uit om binnen een termijn van 15 dagen een afschrift te bezorgen van de bestreden handeling of van het stuk waardoor hij daarvan kennis heeft gekregen. De procedure kent haar gewone verloop. 13. 2.Bij de gewone vordering tot schorsing en/of bij het verzoekschrift tot nietigverklaring zit geen verklaring van KEUZE VAN WOONPLAATS. Wanneer voldoende zegels zijn aangebracht op de gewone vordering tot schorsing en een verklaring van keuze van woonplaats ontbreekt, brengt de griffie de zaak op de rol en nodigt zij de verzoeker uit de verklaring van keuze van woonplaats in België binnen een termijn van 15 dagen toe te sturen. De procedure kent haar gewone verloop.

Dezelfde procedure wordt gevolgd wanneer een verzoekschrift tot nietigverklaring van een verklaring van keuze van woonplaats vergezeld dient te gaan. 14. 3.Bij de gewone vordering tot schorsing en/of het verzoekschrift tot nietigverklaring zitten geen (of onvoldoende) EENSLUIDEND VERKLAARDE AFSCHRIFTEN van het origineel van het verzoekschrift.

Wanneer op de vordering of het verzoekschrift voldoende zegels zijn aangebracht, wordt de zaak op de rol gebracht. De griffie nodigt de verzoeker uit het vereiste aantal of de nog ontbrekende eensluidend verklaarde afschriften toe te sturen binnen een termijn van 15 dagen.

De griffie maakt daartoe gebruik van een modelbrief met de vermelding "Om het normale verloop van de procedure te verzekeren... » . Zodra de afschriften ontvangen zijn, kent de procedure haar gewone verloop. 15. 4.De gewone vordering tot schorsing en/of het verzoekschrift tot nietigverklaring gaan niet vergezeld van de STATUTEN van de vennootschap of de vereniging en/of een stuk waaruit blijkt dat tot het beroep is besloten en dat het is ingesteld overeenkomstig de geldende wetsbepalingen of statutaire voorschriften (BESLISSING OM IN RECHTE OP TE TREDEN).

Wanneer op de vordering of het verzoekschrift voldoende zegels zijn aangebracht, wordt de zaak op de rol gebracht. De griffie nodigt de verzoeker uit de ontbrekende stukken binnen een termijn van 15 dagen te bezorgen. De procedure kent haar gewone verloop. 16. 5.Bij de gewone vordering tot schorsing en/of het verzoekschrift tot nietigverklaring zit geen OPGAVE VAN DE TAALROL in de bij wet bepaalde gevallen.

Wanneer op de vordering of het verzoekschrift voldoende zegels zijn aangebracht, wordt de zaak op de rol gebracht en nodigt de griffie de verzoeker uit binnen een termijn van 15 dagen mede te delen tot welke taalrol hij behoort. De procedure kent haar gewone verloop.

II. TUSSENKOMST. 17. A.GEWONE VORDERING TOT SCHORSING ZONDER VERZOEKSCHRIFT TOT NIETIGVERKLARING. 18. 1.Op het verzoekschrift tot tussenkomst is voor 5.000 frank aan zegels aangebracht.

Deze tussenkomst doet geen enkel probleem rijzen. 19. 2.Op het verzoekschrift tot tussenkomst zijn geen of onvoldoende zegels aangebracht.

De griffie licht de personen in die belang hebben bij de beslechting van de zaak en dezen kunnen tussenkomen. Aangezien de griffie er in die brief op wijst dat op het verzoekschrift tot tussenkomst voor zo veel keer 5.000 frank aan zegels moet worden aangebracht als er verzoekers tot tussenkomst zijn, stuurt zij geen rappelbrief wanneer zij vaststelt dat op het verzoekschrift tot tussenkomst geen of onvoldoende zegels zijn aangebracht. 20. B.VORDERING TOT SCHORSING WEGENS UITERST DRINGENDE NOODZAKELIJKHEID. Het verzoek tot tussenkomst wordt onderzocht zelfs indien de vereiste zegels niet zijn aangebracht. 21. C.GEWONE VORDERING TOT SCHORSING SAMEN MET EEN VERZOEKSCHRIFT TOT NIETIGVERKLARING. 22. 1.Op het verzoekschrift tot tussenkomst is voor 5.000 frank aan zegels aangebracht.

Wanneer op het verzoekschrift tot tussenkomst voor 5.000 frank aan zegels is aangebracht en onmogelijk met zekerheid kan worden bepaald of dat verzoek tot tussenkomst betrekking heeft op de vordering tot schorsing dan wel op het beroep tot nietigverklaring, wordt ervan uit gegaan dat de tussenkomst betrekking heeft op de schorsingsprocedure.

Wanneer er voor de schorsing en voor de nietigverklaring een afzonderlijk verzoek tot tussenkomst wordt ingediend, ongeacht of dat met één akte dan wel met twee onderscheiden akten wordt ingediend, dan moet op het verzoekschrift tot tussenkomst dat op de schorsing betrekking heeft voor 5.000 frank aan zegels worden aangebracht en wordt het verzoekschrift tot tussenkomst dat op het beroep tot nietigverklaring betrekking heeft in debet ingeschreven als de procedure wordt voortgezet. 23. 2.Op het verzoekschrift tot tussenkomst zijn geen of onvoldoende zegels aangebracht.

In het kader van de schorsingsprocedure licht de griffie de personen in die belang hebben bij de beslechting van de zaak en dezen kunnen tussenkomen. Aangezien de griffie er in die brief op wijst dat op het verzoekschrift tot tussenkomst voor zo veel keer 5.000 frank aan zegels moet worden aangebracht als er verzoekers tot tussenkomst zijn, stuurt zij geen rappelbrief wanneer zij vaststelt dat op het verzoekschrift tot tussenkomst geen of onvoldoende zegels zijn aangebracht. 24. D.BEROEP TOT NIETIGVERKLARING ZONDER VORDERING TOT SCHORSING. In de brief aan degenen die belang hebben bij de beslechting van de zaak, preciseert naargelang van het geval de auditeur-generaal of de griffie dat op het verzoekschrift tot tussenkomst voor 5.000 frank aan zegels moet worden aangebracht. Als op het ingediende verzoekschrift tot tussenkomst geen of onvoldoende zegels zijn aangebracht, wordt bijgevolg geen rappelbrief gestuurd.

III. VERZOEK TOT VOORTZETTING VAN DE PROCEDURE. 25. A.Op welk tijdstip wordt de regeling betreffende het verzoek tot voortzetting van de procedure toegepast ? De regeling betreffende het verzoek tot voortzetting van de procedure veronderstelt dat een beroep tot nietigverklaring werd ingesteld vóór de kennisgeving van het arrest waarbij over de vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan. Het ogenblik waarop regelmatig van het arrest kennis wordt gegeven, is dus bepalend.

Wanneer de griffie kennis geeft van het arrest waarbij over de vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan, gaat zij na of al dan niet een verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend. * Als een verzoekschrift tot nietigverklaring reeds is ingediend wanneer kennis wordt gegeven van het arrest waarbij over de vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan, laat de griffie de kennisgeving van dat arrest vergezeld gaan van een bijlage met de relevante bepalingen betreffende het verzoek tot voortzetting van de procedure. * Als de griffie vaststelt dat nog geen verzoekschrift tot nietigverklaring is ingediend wanneer kennis wordt gegeven van het arrest waarbij over de vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan, beperkt zij zich ertoe het arrest over de vordering tot schorsing ter kennis te brengen, zonder de bijlage met de relevante bepalingen betreffende het verzoek tot voortzetting van de procedure.

Als de eerste zending terugkomt, ook al was de kennisgeving regelmatig, en de griffie tot een nieuwe verzending overgaat, wordt geen rekening gehouden met een in de tussentijd ingesteld beroep tot nietigverklaring. * Wanneer een verzoekschrift tot nietigverklaring wordt ingediend na de kennisgeving van het arrest waarbij over de vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan, wordt het op de rol gebracht als op het verzoekschrift voldoende zegels zijn aangebracht of niet op de rol gebracht als op het verzoekschrift geen of onvoldoende zegels zijn aangebracht, waarna de griffie de verzoeker uitnodigt alle zegels of de nog verschuldigde zegels aan te brengen binnen een termijn van 15 dagen. Op dat ogenblik begint een gewone vernietigingsprocedure, los van de schorsingsprocedure. Niettemin krijgen beide procedures hetzelfde rolnummer om eventuele problemen met betrekking tot de bepaling van de kosten te vermijden, bijvoorbeeld indien de kosten niet zijn bepaald in het arrest betreffende de vordering tot schorsing. * Wanneer van het arrest waarbij uitspraak wordt gedaan over de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid aan de partijen kennis wordt gegeven per fax, bepaalt het dictum van het arrest enerzijds dat daarvan per fax kennis wordt gegeven en vormt die kennisgeving anderzijds voor de partijen het tijdstip waarmee de griffie rekening dient te houden om te bepalen wanneer de termijn voor de indiening van een eventueel verzoek tot voortzetting van de procedure ingaat. 26. B.Voortzetting van de procedure na een arrest waarbij de vordering tot schorsing wordt afgewezen. 27. 1.Het arrest wijst de vordering tot schorsing af en er is slechts één verzoeker.

Het staat aan de verzoeker om de voortzetting van de procedure te vragen binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing wordt afgewezen. a) Recht. Op straffe van niet-ontvankelijkheid moet het verzoek tot voortzetting van de procedure, voorzien van zegels ten belope van 7.000 frank, binnen dezelfde termijn van 30 dagen worden ingediend. Aangezien bij de kennisgeving van het arrest dat de vordering tot schorsing afwijst aan de verzoeker meegedeeld is welk recht hij binnen een termijn van 30 dagen moet betalen als hij om de voortzetting van de procedure verzoekt, stuurt de griffie geen rappelbrief. b) Wanneer de verzoeker reeds bij het begin zowel op zijn vordering tot schorsing als op zijn verzoekschrift tot nietigverklaring voor 7.000 frank aan zegels heeft aangebracht.

De zegels aangebracht op het verzoekschrift tot nietigverklaring worden geacht te gelden voor het verzoek tot voortzetting van de procedure dat later door de verzoeker wordt ingediend. c) De pro-Deoaanvraag wordt samen met het verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Wanneer het pro Deo wordt gevraagd bij het instellen van de vordering tot schorsing, wordt in de beschikking betreffende het pro Deo alleen uitspraak gedaan over de vraag daartoe wat de vordering tot schorsing betreft, zelfs al is er ook een beroep tot nietigverklaring ingesteld, en indien nodig wordt in de beschikking gesteld dat de pro-Deoaanvraag, wat het beroep tot nietigverklaring betreft, voorbarig is.

De verzoeker moet samen met zijn verzoek tot voortzetting van de procedure een nieuwe pro-Deoaanvraag indienen. d) In het arrest wordt besloten dat er geen grond is om uitspraak te doen over de vordering tot schorsing of wordt de afstand van de vordering tot schorsing toegewezen. De griffie stelt dezelfde procedure in als bij de afwijzing van de vordering tot schorsing. e) Wanneer de bestreden handeling wordt ingetrokken nadat kennis is gegeven van het arrest waarbij alleen de vordering tot schorsing wordt afgewezen. De regeling van het verzoek tot voortzetting van de procedure door de verzoeker blijft van toepassing. De griffie zendt het dossier pas over aan het auditoraat wanneer de termijn voor het indienen van het verzoek tot voortzetting verstreken is. 28. 2.Het arrest wijst de vordering tot schorsing af en er is meer dan één verzoeker.

De griffie brengt het arrest waarbij de vordering tot schorsing wordt afgewezen ter kennis van alle verzoekers die ieder afzonderlijk de voortzetting van de procedure kunnen vragen.

Een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend door ten minste één verzoeker volstaat opdat de procedure ten gronde wordt voortgezet. 29. C.Voortzetting van de procedure na een arrest waarbij de schorsing wordt bevolen.

Drie gevallen moeten worden onderscheiden : - de verwerende partij vraagt de voortzetting van de procedure; - alleen "degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak" - en NIET de verwerende partij - vraagt de voortzetting van de procedure; - "degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak" EN de verwerende partij vragen de voortzetting van de procedure. 30. 1.Verwerende partij vraagt de voortzetting van de procedure. a) 1 verzoeker - 1 verwerende partij - geen derde-belanghebbende - geen tussenkomende partij. Wanneer de verwerende partij een administratieve overheid is en zij de voortzetting van de procedure vraagt, wordt het zegelrecht van 7.000 frank in debet ingeschreven. b) 1 verzoeker - 2 of meer verwerende partijen - geen derde-belanghebbende - geen tussenkomende partij. Wanneer de als verwerende partij opgegeven partij bijvoorbeeld de Belgische Staat is, die wordt vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken en door de Minister van Justitie, is er slechts één verwerende partij, namelijk de Belgische Staat. De procedure is dezelfde als onder a), zelfs indien slechts één minister de voortzetting van de procedure vraagt.

Wanneer de als verwerende partijen opgegeven partijen bijvoorbeeld het Waalse Gewest en de stad Namen zijn, zijn er twee verwerende partijen.

In geval beide verwerende partijen de voortzetting van de procedure zouden vragen, wordt het recht van 7.000 frank slechts één keer in debet ingeschreven. c) Meer dan één verzoeker - 1 of meer verwerende partijen -geen derde-belanghebbende - geen tussenkomende partij. Wanneer één of meer verwerende partijen de voortzetting van de procedure vragen, wordt het recht van 7.000 frank vermenigvuldigd met het aantal verzoekers en in debet ingeschreven. d) Hoe verloopt de procedure ten gronde na het verzoek tot voortzetting ingediend door de verwerende partij ? De termijnen voor de indiening van de memories worden niet ingekort wanneer de procedure wordt voortgezet.In dat geval zijn er verscheidene mogelijkheden : - de verwerende partij dient gewoon een verzoek tot voortzetting van de procedure in binnen een termijn van 30 dagen vanaf de kennisgeving van het schorsingsarrest : in dit geval kan ze nog een memorie van antwoord indienen binnen een termijn van 60 dagen vanaf de kennisgeving van het schorsingsarrest; - de verwerende partij dient een memorie van antwoord in binnen een termijn van 30 dagen vanaf de kennisgeving van het schorsingsarrest zonder uitdrukkelijk te vermelden dat zij de voortzetting van de procedure vraagt : deze memorie geldt als verzoek tot voortzetting van de procedure; - de verwerende partij dient een memorie van antwoord in na het verstrijken van de termijn van 30 dagen : deze memorie van antwoord is niet-ontvankelijk bij ontstentenis van een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend binnen een termijn van 30 dagen; - de verwerende partij dient een verzoek tot voortzetting van de procedure in na het verstrijken van de termijn van 30 dagen : dit verzoek is niet-ontvankelijk. 31. 2.ALLEEN "degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak" verzoekt om de voortzetting van de procedure. a) Om de toepassing van artikel 17, § 4bis, van de gecoördineerde wetten mogelijk te maken, geeft de griffie van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen kennis aan degenen die belang hebben bij de beslechting van de zaak, ook als zij in het kader van de schorsingsprocedure geen verzoekschrift tot tussenkomst hebben ingediend. Aangezien het verzoek tot voortzetting van de procedure moet worden ingediend binnen een termijn van 30 dagen vanaf de kennisgeving van het schorsingsarrest, en "degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak" tussenkomende partij moet zijn in de procedure ten gronde, moeten het verzoek tot voortzetting van de procedure en het verzoek tot tussenkomst worden ingediend binnen deze termijn van 30 dagen, waarbij het verzoek tot tussenkomst kan vervat zijn in het verzoek tot voortzetting van de procedure.

Het verzoek tot voortzetting van de procedure alleen wordt geïnterpreteerd als zijnde tevens een verzoek tot tussenkomst, wat impliceert dat de kamer zelfs in dat geval een beschikking moet treffen waarbij het verzoek tot tussenkomst althans voorlopig wordt ingewilligd teneinde een termijn toe te staan voor het indienen van een memorie van tussenkomst. b) Recht verschuldigd voor het verzoek tot voortzetting en voor de tussenkomst. Het recht met betrekking tot het verzoek tot voortzetting van de procedure en het recht met betrekking tot het verzoek tot tussenkomst worden in debet ingeschreven. c) Plaats van de verwerende partij tijdens de voortzetting van de procedure ten gronde. Wanneer een verzoek tot voortzetting van de procedure geldig is ingediend, kent de procedure ten gronde haar "normale" verloop en worden de memories uitgewisseld. 32. 3.Zowel de verwerende partij als "degene die belang heeft bij de beslechting van de zaak" verzoeken om de voortzetting van de procedure.

In dit geval dient dezelfde werkwijze te worden gevolgd als wanneer de verwerende partij om de voortzetting van de procedure verzoekt. Alle verschuldigde rechten worden in debet ingeschreven.

D. Vragen die gelden voor alle verzoeken tot voortzetting van de procedure. 33. 1.Handelingsbevoegdheid.

De partij die haar handelingsbevoegdheid reeds in de schorsingsprocedure heeft aangetoond, moet deze niet nogmaals aantonen wanneer zij een verzoek tot voortzetting van de procedure indient, tenzij haar rechtspositie gewijzigd is. 34. 2.Eensluidend verklaarde afschriften van het verzoek tot voortzetting van de procedure.

De griffie nodigt de partij die om de voortzetting van de procedure verzoekt uit binnen een termijn van 15 dagen het vereiste aantal of het nog verschuldigde aantal eensluidend verklaarde afschriften toe te zenden.

De griffie maakt daartoe gebruik van een modelbrief met de vermelding « Om het normale verloop van de procedure te verzekeren... » . Zodra de afschriften ontvangen zijn, kent de procedure haar gewone verloop. 35. 3.Verdere afwikkeling van het beroep tot nietigverklaring in geval van weigering van het pro Deo bij een schorsing.

In de brief houdende kennisgeving van de beschikking waarbij de pro-Deoaanvraag betreffende de vordering tot schorsing wordt verworpen, geeft de griffie aan dat de verzoeker 15 dagen heeft om op zijn vordering tot schorsing het vereiste bedrag aan zegels aan te brengen, als hij wil vermijden dat de vordering van de rol wordt afgevoerd, en dat hij "zijn beroep tot nietigverklaring in overeenstemming dient te brengen met de artikelen 70, 71, 78 en 83 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State". 36. 4.Keuze van woonplaats.

Van het arrest waarbij over de vordering tot schorsing uitspraak wordt gedaan, wordt geldig kennis gegeven op de laatste gekozen woonplaats voor de schorsingsprocedure.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^