Etaamb.openjustice.be
Document
gepubliceerd op 12 april 2007

Werkovereenkomst tussen de Europese Octrooiorganisatie en de Belgische Staat De Europese Octrooiorganisatie , vertegenwoordigd door de heer Alain Pompidou, President van het Europees Octrooibureau (hierna(...) Enerzijds, en de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de heer Marc Verwilghen, Minister van Ec(...)

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2007011127
pub.
12/04/2007
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE


Werkovereenkomst tussen de Europese Octrooiorganisatie en de Belgische Staat De Europese Octrooiorganisatie (hierna : "de Organisatie"), vertegenwoordigd door de heer Alain Pompidou, President van het Europees Octrooibureau (hierna "het EOB") Enerzijds, en de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de heer Marc Verwilghen, Minister van Economie, verantwoordelijk voor intellectuele eigendom Anderzijds, - overwegende dat het Internationaal Octrooi Instituut (hierna het "Instituut"), krachtens Artikel 1 van de Overeenkomst van Den Haag van 6 juni 1947, herzien te Den Haag op 16 februari 1961, tot taak had aan de regeringen van de staten die partij zijn bij deze overeenkomst met redenen omklede verslagen uit te brengen over de nieuwheid van uitvindingen die het onderwerp vormen van octrooiaanvragen die bij de verschillende nationale bureaus voor industriële eigendom zijn ingediend; - overwegende dat ingevolge het Protocol betreffende de centralisatie en invoering van het Europese Octrooisysteem, dat een integraal deel vormt van het Europees Octrooiverdrag van 5 oktober 1973, het EOB de taken zal voortzetten die op het Instituut rustten ingevolge de Overeenkomst van Den Haag; - overwegende dat ingevolge het Protocol de taken die rustten op het Instituut op 5 oktober 1973 en in het bijzonder die taken die werden uitgevoerd ten opzichte van zijn Lidstaten en die taken waarvan de uitvoering werd aanvaard ten tijde van inwerkingtreding van het Europese Octrooiverdrag ten opzichte van staten die op die datum zowel deelnemer waren in het Instituut als partij in het Verdrag, werden overgenomen door het EOB; - overwegende dat ingevolge de Wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien (hierna "Wet van 1984") een octrooiaanvraag gevolgd wordt door het opstellen van een verslag van onderzoek naar de stand van de techniek vergezeld van een schriftelijke opinie, opgemaakt door een intergouvernementele instelling, die door de Koning aangeduid wordt; - overwegende dat, overeenkomstig het Koninklijk Besluit van 2 december 1986 met betrekking tot de uitvoering van de Wet van 1984, het EOB aangeduid is als instelling belast met het opstellen van genoemde onderzoeksverslagen, krachtens een werkovereenkomst gesloten tussen de Organisatie enerzijds, en de Belgische Staat anderzijds; - overwegende dat als gevolg daarvan het EOB bevoegd is mee te werken aan het opstellen van de verslagen van nieuwheidsonderzoek voorzien in de Wet van 1984; - overwegende dat de internationale PCT-procedure een internationaal verslag van nieuwheidsonderzoek vergezeld van een schriftelijke opinie omvat en dat de Europese procedure een uitgebreid Europees verslag van nieuwheidsonderzoek ("Extended European Search Report") omvat; - overwegende dat het wenselijk is om de aanvrager geharmoniseerde procedures aan te bieden die hem in de gelegenheid stellen vroegtijdig informatie te verkrijgen omtrent de mogelijke uitkomst van een onderzoek naar de octrooieerbaarheid van zijn uitvinding, Zijn overeengekomen als volgt : HOOFDSTUK I. - Dienstverlening door het EOB Sectie 1. - Omschrijving van de diensten Artikel 1 (1) Het EOB verplicht zich om, in opdracht van de Dienst voor de Intellectuele Eigendom (hierna de "Dienst"), onderzoeken naar de stand van de techniek uit te voeren nodig voor het opstellen van verslagen van nieuwheidsonderzoek als bedoeld in Artikel 21 van de Wet van 1984, en om genoemde verslagen op te stellen.(2) Op verzoek van de Dienst zullen genoemde verslagen opgesteld worden in de vorm van verslagen van nieuwheidsonderzoek van het internationaal type als bedoeld in Artikel 21, paragraaf 9, van de Wet van 1984.(3) De overeenkomstig paragrafen 1 en 2 door het EOB opgestelde verslagen van nieuwheidsonderzoek zullen, tenzij Artikelen 5 en 21 van toepassing zijn, vergezeld gaan van een schriftelijke opinie als bedoeld in Artikel 21, paragraaf 1, van de Wet van 1984 of al dan niet is gebleken dat de uitvinding nieuw is, op uitvinderswerkzaamheid berust en vatbaar is voor toepassing op het gebied van de nijverheid. Sectie 2. - Indiening van het verzoek Artikel 2 (1) Elk verzoek voor een onderzoek dat de Dienst aan het EOB zendt, bevat de volgende gegevens : - nummer en datum van indiening van de octrooiaanvraag en eventueel de door de Dienst toegekende classificatie; - datum, land van indiening en nummer van elke octrooiaanvraag waarvan voorrang wordt ingeroepen; - nummer en datum van indiening van de eerdere octrooiaanvraag in het geval van een afgesplitste octrooiaanvraag; - de titel van de octrooiaanvraag; - de naam van de aanvrager en, in voorkomend geval, van de gemachtigde; - bij een verzoek om een onderzoek van internationaal type, een desbetreffende aanduiding. (2) Elk verzoek dient vergezeld te gaan van : - een volledig exemplaar van de te onderzoeken octrooiaanvraag, opgesteld in het Nederlands, Frans of Duits; - indien het EOB daarom verzoekt, een exemplaar van een octrooiaanvraag waarvan voorrang wordt ingeroepen.

Artikel 3 De in Artikel 2 bedoelde documenten worden door het EOB bewaard gedurende een periode die in onderling overleg vastgelegd wordt door de President van het EOB en de Directeur-Generaal van de Algemene Directie Regulering en Organisatie van de Markt binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, bevoegd voor de Dienst (hierna "de Directeur-Generaal").

Sectie 3. - Onderlinge contacten en geheimhouding Artikel 4 Voor de uitvoering van de aan haar toevertrouwde werkzaamheden zal het EOB uitsluitend contacten onderhouden met de Dienst, met uitsluiting van elke andere instantie, elke octrooiaanvrager en elke derde. Het EOB zal alle geëigende maatregelen nemen om geheimhouding van de uitvindingen te waarborgen. De President van het EOB en de Directeur-Generaal beslissen in onderling overleg omtrent een wijze van verzending waarbij geheimhouding is gewaarborgd, aan alle veiligheidseisen is voldaan en elke schade aan het verzondene wordt voorkomen.

Sectie 4. - Nieuwheidsonderzoeken en opstellen van verslagen van nieuwheidsonderzoek Artikel 5 (1) Indien de octrooiaanvraag een eerste octrooiaanvraag is (d.w.z. een octrooiaanvraag die geen voorrang inroept), zal het EOB het verslag van nieuwheidsonderzoek vergezeld van een schriftelijke opinie opstellen. (2) Indien de octrooiaanvraag niet een eerste octrooiaanvraag is (d.w.z. een octrooiaanvraag die voorrang inroept op grond van tenminste één eerdere octrooiaanvraag), kan de Dienst het EOB verzoeken een verslag van nieuwheidsonderzoek zonder een schriftelijke opinie op te stellen. De Dienst zal het EOB in kennis stellen van de datum vanaf welke verslagen van nieuwheidsonderzoek voor tweede indieningen niet langer vergezeld dienen te gaan van een schriftelijke opinie.

Artikel 6 (1) a) Het EOB stelt ingevolge Artikel 1, paragraaf 1, van deze overeenkomst verslagen van nieuwheidsonderzoek op in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement van het Europees Octrooiverdrag, in het bijzonder Regel 44, paragrafen 1, 2, 3, 4 en 6, en volgens de Richtlijnen voor onderzoek bij het EOB, in het bijzonder deel B dat betrekking heeft op bovenvermelde voorschriften van het genoemde uitvoeringsreglement.b) Het EOB stelt ingevolge Artikel 1, paragraaf 2, van deze overeenkomst verslagen van nieuwheidsonderzoek op in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement van het Samenwerkingsverdrag inzake Octrooien, in het bijzonder Regel 43, paragrafen 1 t/m 3 en 5 t/m 10, en met de Richtlijnen en Administratieve Instructies vastgelegd door de Directeur-Generaal van de WIPO met betrekking tot internationale nieuwheidsonderzoeken, voor zover zij van toepassing zijn op een nieuwheidsonderzoek van het internationaal type.c) Het EOB stelt ingevolge Artikel 1, paragraaf 3, van deze overeenkomst schriftelijke opinies op in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement van het Samenwerkingsverdrag, in het bijzonder Regel 43bis en deel V van de Richtlijnen van het Samenwerkingsverdrag voor internationale nieuwheidsonderzoeken met betrekking tot bovengenoemde bepaling in het Uitvoeringsreglement.d) De specifieke regelingen voor toepassing van genoemde Richtlijnen voor het opstellen van de verslagen van nieuwheidsonderzoek en de schriftelijke opinies worden overeengekomen in onderling overleg tussen de President van het EOB en de Directeur-Generaal.(2) Indien het EOB vaststelt dat de octrooiaanvraag niet voldoet aan de eis van eenheid van uitvinding, zal het EOB een verslag van nieuwheidsonderzoek opstellen voor die delen van de octrooiaanvraag die betrekking hebben op de uitvinding of de groep uitvindingen die als eerste in de conclusies wordt genoemd.Dit zal als zodanig worden aangegeven in het verslag van nieuwheidsonderzoek en, indien van toepassing, in de schriftelijke opinie. (3) Het EOB is niet verplicht een nieuwheidsonderzoek uit te voeren voor een octrooiaanvraag indien en voor zover die betrekking heeft op een onderwerp dat niet vatbaar is voor octrooiering ingevolge de Artikelen 3, 4 § 1 en 7 § 2 van de Wet van 1984.(4) Indien het EOB van mening is dat de octrooiaanvraag tekortkomingen bevat die het onmogelijk maken een zinvol nieuwheidsonderzoek uit te voeren met betrekking tot een of meer van de conclusies, a) ofwel omdat deze betrekking heeft op een onderwerp waarvoor het EOB ingevolge paragraaf 3 geen nieuwheidsonderzoek hoeft uit te voeren, b) of omdat de beschrijving, conclusies of tekeningen onduidelijkheden, inconsistenties of tegenstrijdigheden bevatten, zal het EOB een gemotiveerde verklaring afleveren dat een zinvol nieuwheidsonderzoek niet mogelijk is of, voor zover mogelijk, een gedeeltelijk verslag van nieuwheidsonderzoek opstellen.De verklaring van het EOB of het gedeeltelijke verslag zullen beschouwd worden als het verslag van nieuwheidsonderzoek als bedoeld in deze overeenkomst. (5) a) Het verslag van nieuwheidsonderzoek zal opgesteld worden in de taal van de octrooiaanvraag en aangeboden worden in een formulier ontworpen door de Dienst in overleg met het EOB.b) Bij verslagen van nieuwheidsonderzoek volgens Artikel 1, paragraaf 1, wordt de schriftelijke opinie verstrekt in de taal van de octrooiaanvraag.c) Bij verslagen van nieuwheidsonderzoek volgens Artikel 1, paragraaf 2, wordt de schriftelijke opinie verstrekt in de taal van de octrooiaanvraag indien die taal een officiële taal van de Organisatie is.Indien die taal geen officiële taal is, dan wordt de schriftelijke opinie verstrekt in het Engels. d) De schriftelijke opinie wordt aangeboden in een formulier ontworpen door de Dienst in overleg met het EOB. Artikel 7 Elk verslag van nieuwheidsonderzoek dat betrekking heeft op een afgesplitste octrooiaanvraag wordt beschouwd als een zelfstandig verslag van nieuwheidsonderzoek. Verslagen van nieuwheidsonderzoek met betrekking tot een afgesplitste octrooiaanvraag gaan vergezeld van een schriftelijke opinie, tenzij Artikelen 5 en 21 van toepassing zijn.

Artikel 8 Het EOB zal op verzoek van de Dienst elk aanvullend nieuwheidsonderzoek uitvoeren dat nodig blijkt te zijn in de procedure voor de Dienst. Elk aanvullend verslag van nieuwheidsonderzoek wordt beschouwd als een zelfstandig verslag van nieuwheidsonderzoek.

Aanvullende verslagen van nieuwheidsonderzoek gaan vergezeld van een schriftelijke opinie, tenzij Artikelen 5 en 21 van toepassing zijn.

Artikel 9 Het EOB zal kostenloos alle informatie verschaffen die de Dienst nodig acht betreffende elk punt in elk verslag van nieuwheidsonderzoek of schriftelijke opinie, opgesteld door het EOB. Artikel 10 Het EOB stuurt de Dienst het verslag van nieuwheidsonderzoek en de aangehaalde documenten, alsmede de in Artikel 1, paragraaf 3, bedoelde schriftelijke opinie, waarvan het aantal exemplaren vastgesteld wordt in onderling overleg tussen de President van het EOB en de Directeur-Generaal.

Artikel 11 (1) Indien de octrooiaanvraag een eerste octrooiaanvraag is (d.w.z. een octrooiaanvraag die geen voorrang inroept), zal het EOB het verslag van nieuwheidsonderzoek, vergezeld van de schriftelijke opinie, opstellen binnen negen maanden na de datum waarop de octrooiaanvraag is ingediend, op voorwaarde dat het verzoek om een nieuwheidsonderzoek niet later is ontvangen dan vijf maanden na de datum van indiening van de octrooiaanvraag. Als het verzoek om een nieuwheidsonderzoek later is ontvangen dan vijf maanden na de datum van indiening, zal het EOB zich inspannen om het verslag van nieuwheidsonderzoek op te stellen voordat de periode van voorrang is verstreken. (2) Indien de octrooiaanvraag niet een eerste octrooiaanvraag is (d.w.z. een octrooiaanvraag die voorrang inroept op grond van tenminste één eerdere octrooiaanvraag) zal het EOB het verslag van nieuwheidsonderzoek, waar van toepassing vergezeld van de schriftelijke opinie, zo snel mogelijk opstellen, met inachtneming van de termijn die in het algemeen geldt bij het opstellen van verslagen van nieuwheidsonderzoek voor nationale octrooiaanvragen die geen eerste octrooiaanvraag zijn en die aan het EOB zijn toevertrouwd ingevolge werkovereenkomsten met Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Turkije. (3) De termijn vastgelegd in paragraaf 1 kan bij onderlinge overeenkomst tussen de President van het EOB en de Directeur-Generaal worden gewijzigd. HOOFDSTUK II. - Documentatie Artikel 12 Het EOB voert de nieuwheidsonderzoeken ingevolge deze overeenkomst uit in de documentatie die geraadpleegd wordt bij het opstellen van verslagen van het Europese en het internationale nieuwheidsonderzoek.

HOOFDSTUK III. - Financiële bepalingen Artikel 13 Alle bedragen die de Dienst verschuldigd is ingevolge deze overeenkomst worden door de Dienst in euro's overgemaakt naar de door het EOB aangegeven rekening.

Artikel 14 (1) Voor elk door het EOB opgesteld verslag van nieuwheidsonderzoek betaalt de Dienst het EOB een vergoeding. Het bedrag van deze vergoeding is gelijk aan de volledige kostprijs van het verslag van nieuwheidsonderzoek, waar van toepassing vergezeld van een schriftelijke opinie, onder aftrek van een korting vastgesteld op grond van objectieve factoren. Deze objectieve factoren hebben in het bijzonder betrekking op het aantal Europese en internationale octrooiaanvragen waarbij voorrang wordt ingeroepen van een nationale octrooiaanvraag waarvoor het EOB reeds een verslag van nieuwheidsonderzoek heeft opgesteld, de administratiekosten van deze dossiers, de tijdbesparing voor een onderzoeker tijdens de daaropvolgende Europese en internationale procedures, en de regelingen voor het toewijzen en classificeren van dossiers.

Het bedrag van de vergoeding voor een verslag van nieuwheidsonderzoek vergezeld van een schriftelijke opinie volgens Artikel 1, paragraaf 3, en het bedrag van de vergoeding voor een verslag van nieuwheidsonderzoek dat niet vergezeld gaat van een schriftelijke opinie volgens Artikel 5 of Artikel 21 wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur van de Organisatie voor een periode van drie jaar en is hetzelfde als de voor de overige voormalige lidstaten van het Instituut geldende bedragen.

In het jaar voorafgaand aan het eind van genoemde periode van drie jaar herbeziet het EOB het bedrag van de in alinea 3 bedoelde vergoeding en neemt daarbij elke wijziging van de objectieve factoren in aanmerking, in het bijzonder het bedrag van de door het EOB voor de Europese en internationale procedures vastgestelde taks voor het nieuwheidsonderzoek. (2) De in paragraaf 1 bedoelde vergoeding wordt voor elk verslag verhoogd met een vast bedrag, vastgesteld door het EOB, ter dekking van de kostprijs van de exemplaren van de documenten bedoeld in Artikel 10. Artikel 15 Het EOB verstrekt de Dienst maandelijks een overzicht van de aan haar verschuldigde bedragen. De Dienst voldoet deze bedragen binnen dertig dagen na ontvangst.

HOOFDSTUK IV. - Andere bepalingen Artikel 16 Het EOB en de Dienst oefenen gezamenlijk kwantitatieve en kwalitatieve controle uit op de werkzaamheden die worden uitgevoerd ingevolge deze overeenkomst en bestuderen mogelijkheden tot verbetering van de uitvoering van deze overeenkomst.

Artikel 17 Indien de Dienst daarom verzoekt en onder voorwaarden overeengekomen in onderling overleg tussen de President van het EOB en de Directeur-Generaal, zal het EOB haar medewerking verlenen bij het opleiden van technisch personeel van de Dienst en zal het EOB zijn personeel op tijdelijke basis ter beschikking stellen van de Dienst om werkzaamheden in het kader van deze overeenkomst uit te voeren.

Artikel 18 Elk geschil tussen de Belgische Staat en de Organisatie betreffende de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst dat niet in der minne kan worden geschikt, wordt onderworpen aan het oordeel van een arbitragecommissie, bestaande uit drie leden, die een bindende beslissing neemt. Eén arbiter wordt benoemd door de Belgische Staat, één door de Organisatie en een derde, die als voorzitter optreedt, wordt benoemd door de eerste twee. Indien binnen drie maanden na hun benoeming de eerste twee arbiters geen overeenstemming kunnen bereiken over de benoeming van de derde, wordt deze op verzoek van de Belgische Staat of de Organisatie aangewezen door de Voorzitter van het Internationale Gerechtshof.

Artikel 19 Deze overeenkomst kan worden herzien, in het bijzonder door uitwisseling van brieven, op verzoek van elk der partijen bij deze overeenkomst.

Artikel 20 Deze overeenkomst wordt van kracht op 1 januari 2007.

Voor alle op of na 1 januari 2007 bij de Dienst ingediende octrooiaanvragen stelt het EOB een verslag van nieuwheidsonderzoek op, vergezeld van een schriftelijke opinie zoals bepaald ingevolge Artikel 1, paragraaf 3.

Artikel 21 In een overgangsperiode stelt het EOB voor octrooiaanvragen vóór 1 januari 2007 bij de Dienst ingediend, een verslag van nieuwheidsonderzoek zonder schriftelijke opinie op.

In een overgangsperiode is voor octrooiaanvragen vóór 1 januari 2007 bij de Dienst ingediend, de vergoeding behorend bij een verslag van nieuwheidsonderzoek zonder schriftelijke opinie zoals aangegeven in Artikel 14, paragraaf 1 verschuldigd.

In een overgangsperiode blijft Artikel 14 van de overeenkomst tussen de Organisatie en de Belgische Staat van 19 juli 1999 van toepassing op vóór 1 januari 2007 bij de Dienst ingediende octrooiaanvragen.

Artikel 22 Deze overeenkomst treedt in de plaats van de werkovereenkomst tussen de Organisatie en de Belgische Staat van 19 juli 1999.

Opgemaakt te Brussel op 19 december 2006 in twee exemplaren in het Duits, Engels, Frans en Nederlands, waarbij de vier teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Voor de Europese Octrooiorganisatie : De President van het Europees Octrooibureau, A. POMPIDOU Voor de Belgische Staat : De Minister van Economie, M. VERWILGHEN

^