Etaamb.openjustice.be
Document
gepubliceerd op 19 december 2016

Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie van 1 december 2016 tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Val-I-Pac, Koningin Astridlaan 59, bus 11, 1780 Wemmel, als organisme voor verpakkingsafval De Interregionale Verpakkingsc Gelet op de Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreff(...)

bron
interregionale verpakkingscommissie
numac
2016018400
pub.
19/12/2016
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

Besluit van de Interregionale Verpakkingscommissie van 1 december 2016 tot erkenning van de vereniging zonder winstoogmerk Val-I-Pac, Koningin Astridlaan 59, bus 11, 1780 Wemmel, als organisme voor verpakkingsafval De Interregionale Verpakkingscommissie, Gelet op de Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal Richtlijnen, zoals gewijzigd;

Gelet op de Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals gewijzigd;

Gelet op de Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden, zoals gewijzigd;

Gelet op het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, zoals gewijzigd door het Samenwerkingsakkoord van 2 april 2015, verder aangeduid met de term "samenwerkingsakkoord";

Gelet op de beslissingen van de Interregionale Verpakkingscommissie van 21 januari 2016, van 3 maart 2016 en van 14 april 2016 houdende aanduiding van de voorzitter en de ondervoorzitters van het Beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie;

Gelet op de erkenningsaanvraag van Val-I-Pac, ingediend op 20 mei 2016; gelet op de beslissing van de Interregionale Verpakkingscommissie van 7 juli 2016, waarin de onvolledigheid en de gedeeltelijke onontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag werd vastgesteld, die aan Val-I-Pac ter kennis werd gebracht op 1 augustus 2016;

Gelet op de eerste correctie en vervollediging van de erkenningsaanvraag door Val-I-Pac op 26 augustus 2016;

Gelet op de tweede correctie en vervollediging van de erkenningsaanvraag door Val-I-Pac op 22 september 2016;

Gelet op de ontvankelijkheid en de volledigheid van de erkenningsaanvraag na beide correcties en vervolledigingen, zoals vastgesteld op 10 november 2016;

Gelet op de hoorzitting met het organisme Val-I-Pac op 10 november 2016;

Gelet op de hoorzitting met Go4Circle en Coberec op 10 november 2016;

Overwegende dat krachtens de statuten van Val-I-Pac, neergelegd ter griffie voor publicatie in het Belgisch Staatsblad op 10 september 2004, Val-I-Pac is opgericht als vereniging zonder winstgevend doel en als uitsluitend statutair doel heeft het voor rekening van de leden ten laste nemen van de terugnameplicht krachtens artikel 6 van het samenwerkingsakkoord;

Overwegende dat de beheerders van Val-I-Pac en de personen die Val-I-Pac kunnen verbinden, hun burgerlijke en politieke rechten bezitten en niet zijn veroordeeld voor een inbreuk op de milieuwetgeving van de gewesten of van een lidstaat van de Europese Unie;

Overwegende dat Val-I-Pac over de nodige middelen beschikt om de terugnameplicht te vervullen;

Overwegende dat huidige erkenning de voorwaarden bepaalt waaraan het erkende organisme zich moet houden;

Overwegende dat het tot de bevoegdheid van de Interregionale Verpakkingscommissie behoort om het werkingsgebied van Val-I-Pac vast te leggen;

Overwegende dat het noodzakelijk is om een voorbeeldenlijst op te stellen om te bepalen welke verpakkingen doorgaans bestemd zijn voor gebruik door bedrijven;

Overwegende dat deze lijst moet kunnen aangepast worden aan de technologische vooruitgang en de wijzigende verpakkingstechnieken, waarbij evenwel moet opgelet worden geen rechtsonzekerheid te creëren;

Overwegende dat het wenselijk is om een nauwkeurige definitie van recuperant te voorzien, gelet op zijn rol in het verificatieproces van de effectieve recyclage van het bedrijfsmatig verpakkingsafval; dat het tevens van groot belang is om voor de stromen bedrijfsmatig verpakkingsafval die in recyclage worden gebracht, het meetpunt voor de verwerkingsstatistieken duidelijk vast te leggen, zodat dubbeltellingen kunnen worden vermeden; dat dit meetpunt zowel in de afvalfase kan liggen als in de "einde-afvalfase", zoals bedoeld in artikel 6 van de Richtlijn 2008/98/EG; dat de registratie van de stromen in se los staat van de indeling van de materialen als afvalstof of als product;

Overwegende dat het erkende organisme voor de materialen die een relevant deel uitmaken van het bedrijfsmatige verpakkingsafval, de in het samenwerkingsakkoord bepaalde minimum recyclagepercentages per materiaal moet bereiken;

Overwegende dat het moeilijk is om voor bedrijfsmatige samengestelde verpakkingen de doelstellingen inzake recyclagepercentages apart te berekenen, gezien de grote diversiteit van deze samengestelde verpakkingen;

Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie krachtens artikel 3, § 2, van het samenwerkingsakkoord bevoegd is om de methodes uit te werken voor de berekening van de recyclagepercentages overeenkomstig het Europees recht en dat zij krachtens artikel 26, § 2, van het samenwerkingsakkoord moet kunnen verifiëren hoe de recyclagepercentages worden bereikt;

Overwegende dat deze methodes ook in de contracten van Val-I-Pac met de operatoren moeten worden voorzien;

Overwegende dat de teller van de recyclagebreuk berekend wordt op basis van de hoeveelheden verpakkingsafval die door de operatoren waarmee Val-I-Pac heeft gecontracteerd, worden ingezameld; dat deze operatoren echter niet steeds onderscheid maken tussen bedrijfsmatig verpakkingsafval en andere bedrijfsmatige afvalstoffen;

Overwegende dat Val-I-Pac ook met publieke operatoren contracten kan afsluiten; dat het hier in beginsel om dezelfde contracten gaat als worden afgesloten met de private operatoren, wanneer deze publieke operatoren bedrijfsmatig verpakkingsafval inzamelen; dat dit evenwel niet vanzelfsprekend is wanneer het gaat om ingezameld huishoudelijk verpakkingsafval dat afkomstig is van bedrijfsmatige verpakkingen; dat hiervoor nieuwe of aangepaste modelcontracten zullen moeten uitgewerkt worden, waarover de Interregionale Verpakkingscommissie zich moet kunnen uitspreken; dat deze modelcontracten immers moeten geacht worden een impliciete aanvulling van de erkenningsaanvraag uit te maken; dat een eenvoudige goedkeuringsprocedure zich daarom opdringt;

Overwegende dat het van belang is dat dubbele betalingen vermeden worden, met name wat betreft de kosten van de containerparken; dat, wanneer bedrijven gebruik maken van de containerparken, zij ook de kosten hiervoor moeten dragen;

Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie alle mogelijke waarborgen moet hebben voor de correcte vaststelling van het percentage van bedrijfsmatig verpakkingsafval in de bedrijfsmatige afvalstromen;

Overwegende dat artikel 3, § 1, 4°, van het samenwerkingsakkoord het beginsel van de dekking van de totale en reële kosten als algemeen principe oplegt;

Overwegende dat de hoogte van de totale en reële kosten voor het beheer van bedrijfsmatig verpakkingsafval mede afhankelijk is van de marktwaarde van de materialen; dat een regelmatige opvolging van de prijs van de materialen zich opdringt;

Overwegende dat het de taak is van Val-I-Pac om voorstellen te doen om te komen tot een zo goed mogelijke dekking van de totale en reële kosten;

Overwegende dat er, in toepassing van artikel 14, 4°, van het samenwerkingsakkoord, een aparte aanpak nodig is ten opzichte van de KMO's om de financiële tussenkomsten van Val-I-Pac in de kosten voor het beheer van bedrijfsmatig verpakkingsafval van de kleine ontpakkers en de kleinhandelaars te vergroten; dat specifieke communicatieacties hiervoor noodzakelijk zijn; dat ook projecten zoals het Clean Site System in dit kader passen; dat de Interregionale Verpakkingscommissie de uitdrukkelijke taak heeft om artikel 14, 4°, te doen uitvoeren;

Overwegende dat voor deze aparte aanpak, zoals hierboven in algemene bewoordingen beschreven, door Val-I-Pac in de gecorrigeerde en vervolledigde erkenningsaanvraag een globaal budget werd vooropgesteld; dat dit bedrag door de Interregionale Verpakkingscommissie gepast wordt geacht, maar dat een indexering naar de toekomst zich opdringt en dat moet vermeden worden dat er kosten worden in rekening gebracht die niet in dit kader thuishoren; dat Val-I-Pac tijdens de hoorzitting van 10 november 2016 duidelijk heeft aangegeven dat de startforfaits niet thuishoren binnen dit globaal budget;

Overwegende dat het ook nuttig is om te specifiëren voor welke concrete maatregelen dit budget zal worden gebruikt; dat hierbij kan worden uitgegaan van de concrete maatregelen die Val-I-Pac in zijn gecorrigeerde en vervolledigde erkenningsaanvraag voorstelt ten behoeve van de KMO's; dat het bovendien wenselijk is om een periodieke herziening te voorzien van deze maatregelen, teneinde snel te kunnen inspelen op acute behoeften; dat het initiatiefrecht hiervoor bij Val-I-Pac ligt;

Overwegende dat het instellen van bijzondere opvolgingsmechanismen, zoals budgetindicatoren, aangewezen is;

Overwegende dat Val-I-Pac luidens artikel 14, 7°, van het samenwerkingsakkoord de verplichting heeft om een maximaal aantal bedrijfsmatige ontpakkers aan te sporen tot selectieve inzamelingen; dat Val-I-Pac daarom moet streven naar een zeer laagdrempelige benadering;

Overwegende dat men moet nagaan welke types ontpakkers de recyclage- en containerforfaits ontvangen; dat het eveneens noodzakelijk is om na te gaan of deze bedrijven in orde zijn met de bepalingen van het Samenwerkingsakkoord en het bijzonder met de terugname- en informatieplicht;

Overwegende dat Val-I-Pac in zijn gecorrigeerde en vervolledigde erkenningsaanvraag een gevoelige verlaging voorstelt van het totale budget voor de container- en recyclageforfaits; dat deze verlaging evenwel niet de KMO's en KKMO's treft;

Overwegende dat Val-I-Pac ondanks deze verlaging uitgaat van een sterke verdere toename van de selectieve inzameling van bedrijfsmatig verpakkingsafval; dat de Interregionale Verpakkingscommissie zelf uitgaat van minder gunstige prognoses dan Val-I-Pac, maar dat uiteindelijk alles zal afhangen van het toekomstige gedrag van de ontpakkers, hetgeen onmogelijk met enige zekerheid kan worden ingeschat;

Overwegende dat daarom, uit voorzichtigheid, uitdrukkelijk aan Val-I-Pac wordt gevraagd om een voorstel tot bijsturing te doen wanneer de gunstige prognoses van Val-I-Pac niet gehaald zouden worden;

Overwegende dat, overeenkomstig artikel 14, 5°, van het Samenwerkingsakkoord, de uitzonderlijke positie van Val-I-Pac op de markt niet mag leiden tot enige vorm van discriminatie; dat wat de ontpakkers betreft, de toegang tot de financiële tussenkomsten wordt verleend aan elke ontpakker; dat wat de operatoren betreft, elk contract de nodige garanties moet bevatten inzake transparantie en vrije concurrentie;

Overwegende dat het contract met de operatoren de overdracht van gegevens met betrekking tot de eindbestemming van bedrijfsmatig verpakkingsafval moet voorzien; dat men een aangepast en afdoende controleniveau moet opleggen zodat zowel de Interregionale Verpakkingscommissie, overeenkomstig artikel 26, § 2, van het Samenwerkingsakkoord, als Val-I-Pac de juistheid van het bereiken van de doelstellingen inzake recyclage en nuttige toepassing met voldoende zekerheid kunnen vaststellen; dat in dit opzicht alle mogelijk garanties geboden moeten worden om een vertrouwelijke behandeling te verzekeren van de gegevens die verkregen zijn door de verschillende controlesystemen;

Overwegende dat het in beeld brengen en kwantificeren van de eerste en de tweede stap van de recyclageketen, met respect voor de regels van de confidentialiteit, integraal deel uitmaakt van de hierboven aangehaalde controlestrategie; dat dit tevens moet toelaten om op statistisch correcte manier in te schatten waar en hoe het Belgisch bedrijfsmatig verpakkingsafval effectief in recyclage wordt gebracht;

Overwegende dat ook de verwezenlijking van studies naar de trading van afvalstoffen door "handelaars" of "makelaars" (in de zin van de Richtlijn 2008/98/EG) en de recyclage in Azië en Oost-Europa integraal deel uitmaakt van de hierboven aangehaalde controlestrategie; dat Val-I-Pac zelf voorstelt om jaarlijks een bezoek te brengen aan recycleurs van Belgische bedrijfsmatig verpakkingsafval, alternerend in Azië en Oost-Europa; dat de Interregionale Verpakkingscommissie deze strategie onderschrijft; dat de Interregionale Verpakkingscommissie in 2018 en 2020 een meer omstandige studie verwacht dan in de andere jaren;

Overwegende dat door Val-I-Pac een "werkgroep operatoren" werd opgericht; dat de erkenningsaanvraag verwijst naar een "beslissing" van deze werkgroep, met name inzake een vergoeding voor de operatoren; dat het dan ook noodzakelijk is voor de Interregionale Verpakkingscommissie om een beperkt toezicht te verzekeren op deze werkgroep;

Overwegende dat Val-I-Pac met zijn operationeel scenario de totaliteit van het Belgisch grondgebied wil bestrijken; dat Val-I-Pac een multi-materiaal en multi-sectorieel erkend organisme wil zijn; dat Val-I-Pac principieel alle verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong wil in rekening brengen, zonder onderscheid naar de oorsprong ervan;

Overwegende dat men een verpakkingsverantwoordelijke niet mag verplichten om een contract van lange duur aan te gaan met Val-I-Pac, gezien de uitzonderlijke positie van deze laatste op de markt;

Overwegende dat de gecorrigeerde en vervolledigde erkenningsaanvraag geen berekeningsmethode voor de tarieven van de leden bevat en dat de tarieven jaarlijks door een beslissing van de bevoegde organen van Val-I-Pac worden bepaald; dat dit gebrek in de erkenningsaanvraag slechts kan aanvaard worden indien de Interregionale Verpakkingscommissie een toetsingsrecht heeft op de tarieven die Val-I-Pac zich voorneemt te hanteren; dat evenwel de toetsing van de Interregionale Verpakkingscommissie beperkt moet worden tot het strikt noodzakelijke;

Overwegende dat de kosten van de opening van een dossier maar één keer in rekening kunnen gebracht worden; dat de bijdragen maximaal in verhouding moeten staan tot de op de markt gebrachte verpakkingen en dat het forfaitair karakter van de zogenaamde "minimale bijdrage" zo beperkt mogelijk moet blijven;

Overwegende dat de retroactieve aansluiting in de regel verplicht moet zijn, vanuit het principe dat een verpakkingsverantwoordelijke geen voordeel mag halen uit het niet respecteren van zijn wettelijke verplichtingen; dat dit principe bevestigd wordt door artikel 12, 4°, van het samenwerkingsakkoord dat voorschrijft dat de bijdragen geen discriminerend effect mogen veroorzaken;

Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie kan ingaan op de uitdrukkelijke vraag van Val-I-Pac om de minimale bijdrage volledig te forfaitariseren, maar dat het voorgestelde bedrag van 50 EUR per jaar slechts tot en met het aangiftejaar 2018 kan aanvaard worden en dat het nadien gevoelig moet verhoogd worden, waarbij een onderscheid moet worden gemaakt tussen grote en minder grote verpakkingsverantwoordelijken; dat het gaat om een regularisatieactie en dat dergelijke acties principieel in de tijd beperkt moeten worden; dat aan Val-I-Pac voldoende tijd wordt gelaten om de freeriders te sensibiliseren en hen ervan te overtuigen om snel aan te sluiten;

Overwegende dat in toepassing van artikel 10, § 2, 5°, van het samenwerkingsakkoord het modelcontract met de verpakkingsverantwoordelijken, ook "toetredingscontract" genoemd, deel uitmaakt van het aanvraagdossier voor erkenning; dat de Interregionale Verpakkingscommissie elke wijziging van het toetredingscontract moet kunnen toetsen aan het wettelijk en reglementair kader;

Overwegende dat in het kader van het (inter)gewestelijke beleid inzake preventie bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de impact van de tarifering en de evolutie van de plasticsoorten die op de markt worden gebracht;

Overwegende dat Val-I-Pac in zijn erkenningsaanvraag, met name in het hoofdstuk "Duurzame verpakkingen", aangeeft een prominente bijdrage te willen leveren inzake duurzaamheid en de circulaire economie; dat de Interregionale Verpakkingscommissie ingaat op deze wens van Val-I-Pac, die verantwoord is vanuit de algemene doelstellingen van het samenwerkingsakkoord;

Overwegende dat men Val-I-Pac een bepaald aantal bijzondere informatieplichten moet opleggen met het oog op het versterken van de transparantie van het Val-I-Pac-systeem en het vergroten van zijn controleerbaarheid;

Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie moet kunnen beschikken over bepaalde gegevens die essentieel zijn voor het vervullen van haar taken;

Overwegende dat inzake de potentieel gevaarlijke verpakkingen de inzameling van de gegevens bedoeld in artikel 18, § 1, 6°, van het samenwerkingsakkoord door Val-I-Pac een afzondelijke rapportage door de leden van Val-I-Pac overbodig kan maken; dat een dergelijke administratieve vereenvoudiging kadert binnen de globale doelstellingen van een erkend organisme;

Overwegende dat Val-I-Pac een raamovereenkomst heeft met de vzw Agrirecover, het vroegere Phytofar Recover, maar dat deze nog geen rekening houdt met de eerder recente recyclage van sommige primaire verpakkingen door Agrirecover; dat hierdoor een fenomeen van dubbele betaling is ontstaan, dat moet worden rechtgezet;

Overwegende dat de Gewesten nood hebben aan betrouwbare indicatoren betreffende de bedrijfsmatige afvalstromen die door de operatoren, waarmee Val-I-Pac een contract heeft afgesloten, worden ingezameld en die bedrijfsmatig verpakkingsafval bevatten of bevat hebben, dit ter evaluatie van het beleid rond selectieve inzamelingen;

Overwegende dat deze stromen nu reeds in opdracht en voor rekening van Val-I-Pac worden geanalyseerd, teneinde aan Val-I-Pac toe te laten zijn wettelijke doelstellingen inzake recyclage en nuttige toepassing te behalen; dat het voor Val-I-Pac vrij eenvoudig is om deze individuele analyses op een systematische manier statistisch te verwerken; dat dit bijzonder relevante informatie is, zowel voor Val-I-Pac als voor de Interregionale Verpakkingscommissie, met het oog op een diepgaande controle van de behaalde resultaten;

Overwegende dat de Gewesten vragen om op dit vlak een samenwerking tot stand te brengen, om tot een gemeenschappelijk wenselijk resultaat te komen, namelijk een verhoging van de selectieve inzameling van bedrijfsmatig verpakkingsafval; dat de Gewesten met hun beleid ook de doelstellingen van het erkend organisme ondersteunen en dat de aan Val-I-Pac gevraagde inspanningen redelijk zijn en in verhouding tot het nagestreefde doel;

Overwegende dat Val-I-Pac zich tijdens de hoorzitting van 10 november 2016 bereid heeft getoond om samen met de Gewesten en de Interregionale Verpakkingscommissie een dergelijk monitoringsysteem te ontwikkelen;

Overwegende dat het past om in de erkenning duidelijk aan te geven welke resultaten moeten voortvloeien uit het op te zetten monitoringsysteem, zodat hieromtrent geen discussie kan ontstaan, maar dat de praktische uitwerking van het systeem in nauwe samenwerking moet gebeuren tussen Val-I-Pac, de Gewesten en de Interregionale Verpakkingscommissie;

Overwegende dat het samen op te zetten monitoringsysteem moet aangevuld worden met een gericht communicatie- en actievoorstel, teneinde snel te kunnen inspelen op de resultaten van de monitoring;

Overwegende dat Val-I-Pac niet eenzijdig wijzigingen mag aanbrengen in zijn systeem om aan zijn terugnameplicht te voldoen; dat Val-I-Pac alle wijzigingen voorafgaandelijk moet meedelen aan de Interregionale Verpakkingscommissie; dat het instrument "erkenning" principieel inhoudt dat slechts op het moment van het verlenen of vernieuwen van de erkenning, er fundamentele aanpassingen kunnen gebeuren aan het systeem en dit op basis van de voorstellen opgenomen in de erkenningsaanvraag; dat op het moment van verlenen of verlengen van de erkenning immers het juiste evenwicht bepaald wordt tussen de verschillende betrokken private en publieke belanghebbenden en dat dit evenwicht naderhand niet unilateraal mag verstoord worden;

Overwegende evenwel dat de mogelijkheid moet voorzien worden om op een vlotte manier aanpassingen te doen om in te spelen op gewijzigde omstandigheden en marktevoluties; dat de juiste evenwichten moeten gezocht worden;

Overwegende dat Val-I-Pac in de praktijk een zeer nauwe werkrelatie heeft met andere organisaties die activiteiten van commerciële aard kunnen uitoefenen; dat binnen deze werkrelaties regelmatig personeel en expertise worden uitgewisseld; dat de nodige maatregelen moeten worden genomen om te garanderen dat de financiële bijdragen van de verpakkingsverantwoordelijken alleen worden gebruikt voor het vervullen van de terugnameplicht en om de confidentialiteit van de gegevens van de bedrijven te garanderen;

Overwegende dat voor de opvolgingscommissie een centrale rol is weggelegd om de implementatie van de aan Val-I-Pac opgelegde erkenningsvoorwaarden te begeleiden;

Overwegende dat Val-I-Pac als nationaal georganiseerd organisme de reglementeringen inzake taalgebruik van de 3 gewesten moet respecteren en dat de 3 gewesten ook op gelijke voet moeten behandeld worden;

Overwegende dat een erkenning kan worden toegekend voor de maximale periode voorzien in het samenwerkingsakkoord, Besluit : Afdeling 1. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Val-I-Pac wordt erkend als organisme zoals voorzien in artikel 9 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, onder de voorwaarden vermeld in dit besluit. § 2. Deze erkenning wordt verleend voor het verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong.

Val-I-Pac werkt, samen met de Interregionale Verpakkingscommissie en het bedrijfsleven, per productfamilie een gedetailleerde lijst uit van verpakkingen die doorgaans bestemd zijn voor gebruik door bedrijven.

De finaal door de Interregionale Verpakkingscommissie goedgekeurde lijst wordt door Val-I-Pac gebruikt als enig criterium om te bepalen of voor de verpakkingen moet aangesloten worden bij Val-I-Pac. Wanneer de goedgekeurde lijst voor een bepaalde verpakking niet eenduidig kan worden toegepast, wordt de lijst vervolledigd.

De lijst kan jaarlijks worden geactualiseerd door de Interregionale Verpakkingscommissie, in samenspraak met Val-I-Pac en het bedrijfsleven. De goedgekeurde lijst is in zijn officiële versie beschikbaar bij de Interregionale Verpakkingscommissie. Val-I-Pac stelt aan elk van zijn leden die daarom verzoekt, een kopie van de lijst ter beschikking.

Art. 2.Als recuperant wordt beschouwd : de natuurlijke of rechtspersoon die, vertrekkende van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong, een voorbereidende fase in het recyclageproces uitvoert dat mogelijks een toegevoegde waarde aan het materiaal geeft, die economisch gezien impliceert dat deze eerste fase gevolgd wordt door andere fasen die finaal leiden tot een afgewerkt product. De recuperant krijgt mono-materiaalstromen binnen die hij verder behandelt tot stromen die beantwoorden aan specifieke kwaliteitseisen van de afnemers. Deze activiteiten van de recuperant maken de eerste stap van de recyclageketen uit, zoals bedoeld in artikel 6, § 2. Afdeling 2. - Recyclagevoet

Art. 3.Zonder afbreuk te doen aan de beslissingen die op Europees niveau genomen worden met betrekking tot de Richtlijn 94/62/EG, gebeurt de berekening van de recyclagevoet, zoals voorzien in artikel 4, voor de volgende materialen : -papier-karton; - plastics; - metalen; - hout.

Voor de berekening van de recyclagevoet behoren de samengestelde verpakkingen tot het overwegend verpakkingsmateriaal.

Art. 4.§ 1. Val-I-Pac moet zich aanpassen aan de berekeningsmodaliteiten voor de recyclagevoet, zoals uitgewerkt door de Interregionale Verpakkingscommissie. Deze modaliteiten worden gedetailleerd omschreven in de §§ 2 tot en met 4. § 2. De noemer van de recyclagevoet stemt overeen met de hoeveelheid eenmalig verpakkingsmateriaal, uitgedrukt in gewicht, die door de verpakkingsverantwoordelijken op de markt werd gebracht en waarvoor zij aangesloten zijn bij Val-I-Pac. § 3. 1° Worden in rekening gebracht voor de berekening van de hoeveelheden bedrijfsmatig verpakkingsafval die in recyclage of nuttige toepassing gegaan zijn, de gewogen hoeveelheden bedrijfsmatig verpakkingsafval van Belgische oorsprong dat in recyclage of nuttige toepassing gebracht is door de operatoren die met Val-I-Pac het voorgeschreven modelcontract afgesloten hebben, zoals beschreven in artikel 6 van huidige erkenning.

Worden eveneens in rekening gebracht : - de hoeveelheden verpakkingsafval die afkomstig zijn van typisch bedrijfsmatige verpakkingen, zoals bijvoorbeeld IBC's, plastic en metalen industriële vaten, stuwhout, bedrijfsmatig EPS en paletten, en die op de containerparken ingezameld worden door de rechtspersonen van publiekrecht die voor hun grondgebied verantwoordelijk zijn voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, voor zover deze afvalstoffen door Val-I-Pac vergoed worden op basis van een contract dat in overeenstemming is met de gewestelijke wetgeving en dat door de Interregionale Verpakkingscommissie werd goedgekeurd; - de hoeveelheden verpakkingsafval uit papier/karton die ingezameld worden door de rechtspersonen van publiekrecht die voor hun grondgebied verantwoordelijk zijn voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, in het kader van de normale huishoudelijke selectieve inzameling, en die manifest niet van huishoudelijke oorsprong zijn, voor zover deze afvalstoffen door Val-I-Pac vergoed worden op basis van een contract dat in overeenstemming is met de gewestelijke wetgeving en dat door de Interregionale Verpakkingscommissie werd goedgekeurd; het gaat hier om een contract dat te sluiten is tussen ofwel Val-I-Pac en het erkende organisme voor huishoudelijk verpakkingsafval, ofwel Val-I-Pac en de rechtspersonen van publiekrecht. 2° De hoeveelheden bedrijfsmatig verpakkingsafval bedoeld in het eerste lid van 1° worden bepaald op basis van statistische analyses die door een onafhankelijk analysebureau, desgevallend onder toezicht van Val-I-Pac, uitgevoerd worden bij elke operator die met Val-I-Pac het voorgeschreven modelcontract heeft afgesloten. De modaliteiten voor de uitvoering van de statistische analyses, met inbegrip van de te gebruiken bemonsteringsprocedure, worden opgenomen in een ontwerpcontract dat voorafgaandelijk aan de Interregionale Verpakkingscommissie wordt voorgelegd.

Over elke statistische analyse wordt door het onafhankelijk analysebureau een rapport opgemaakt. Dit rapport omvat meer bepaald : - de datum waarop de analyses zijn begonnen en hun duurtijd; - de beschrijving van de bij de analyse aanwezige personen; - de coördinaten van de gecontroleerde operator; - de eigenschappen van het geanalyseerde staal en de methode van staalname; - per materiaal bedoeld in artikel 3, het tonnage verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong afkomstig van het Belgisch grondgebied en afkomstig van eenmalige verpakkingen, waarbij de hoeveelheden onderscheiden worden die bestemd zijn voor recyclage en voor nuttige toepassing en waarbij de gedetailleerde berekening van dit tonnage wordt gevoegd; - een inschatting van de foutmarge op de resultaten en de omstandigheden die deze marge mogelijks hebben beïnvloed.

Dit rapport wordt door het onafhankelijk analysebureau gelijktijdig aan Val-I-Pac en aan de Interregionale Verpakkingscommissie toegezonden. Alle communicatie tussen het onafhankelijk analysebureau en Val-I-Pac verloopt in principe per e-mail, met de Interregionale Verpakkingscommissie in kopie. 3° Teneinde de Interregionale Verpakkingscommissie toe te laten om de controleopdracht te vervullen die haar is toegekend door het samenwerkingsakkoord, informeert Val-I-Pac de Interregionale Verpakkingscommissie minstens 2 werkdagen op voorhand over de plaats en datum van de uitvoering van de statistische analyses bedoeld in 2°. § 4. Berekening van de gerecycleerde hoeveelheden verpakkingsafvalstoffen De gerecycleerde hoeveelheden verpakkingsafvalstoffen (QN,i) worden berekend aan de ingang van het recyclageproces. De hoeveelheid van het gerecycleerd verpakkingsmateriaal (i) wordt verkregen door de hoeveelheden verpakkingsafval (QD,i), ingezameld en gesorteerd, binnengaande in het recyclageproces, te vermenigvuldigen met de zuiverheidgraad van het verpakkingsafval (1 - Xi) en met het forfaitair recyclagerendement (?*P,i).

QN,i = QD,i . (1 - Xi) . ?*P,i met : QN,i : hoeveelheid gerecycleerd verpakkingsafval van het materiaal (i).

QD,i : hoeveelheid verpakkingsafval van het verpakkingsmateriaal (i) dat ingezameld en gesorteerd is en dat in het recyclageproces wordt ingebracht en gemeten conform artikel 4, § 3 van de huidige erkenning.

Xi : percentage onzuiverheden aanwezig in het ingezameld en gesorteerd verpakkingsafval van het materiaal (i).

Men verstaat onder "onzuiverheden van verpakkingsafval" elke materie die verschillend is van het verpakkingsmateriaal (i) zoals het op de markt gebracht is en verrekend in de noemer van de recyclagedoelstellingen van het materiaal (i).

Het begrip "onzuiverheden" omvat dus enerzijds het geheel van verontreinigingen (inhoudsresten, vlekken, vocht, ...) verschillend van het verpakkingsmateriaal en anderzijds de verpakkingsmaterialen die verschillend zijn van het verpakkingsmateriaal (i). ?*P,i : forfaitair recyclagerendement te wijten aan verliezen van verpakkingsmaterialen (i) in de loop van het recyclageproces.

Dit rendement staat in functie van de aard van het verpakkingsmateriaal (i) en van het type recyclageproces. Bij afwezigheid van een voldoende kennis van de prestaties van het recyclageproces zal dit rendement forfaitair verbonden worden aan het rendement van het technisch minst hoge prestatie leverende recyclageproces van het materiaal (i).

Zonder afbreuk te doen aan de beslissingen die op Europees niveau genomen worden met betrekking tot de Richtlijn 94/62/EG, wordt de formule [(1 - Xi) . ?*P,i] voor de duur van deze erkenning gelijkgesteld aan 1 voor alle verpakkingsmaterialen, echter onder voorbehoud van een eventuele aanpassing van de erkenningsvoorwaarden overeenkomstig artikel 26, § 1, 4°, van het samenwerkingsakkoord. Afdeling 3. - Vergoeding van de bedrijfsmatige ontpakkers

Art. 5.§ 1. Val-I-Pac is er toe gehouden alle middelen in te zetten en systemen toe te passen die nodig zijn om de uitvoering van de haar opgedragen terugnameplicht te vervullen. § 2. Val-I-Pac zet minstens de volgende middelen en systemen in : 1° Een containerforfait bedoeld om de selectieve inzameling van bedrijfsmatig verpakkingsafval te stimuleren.Het containerforfait wordt door Val-I-Pac aan de ontpakker betaald als tussenkomst in de huurkost van selectieve containers voor bedrijfsmatig verpakkingsafval. Het maakt deel uit van de vergoeding van de totale en reële kosten voor het beheer van bedrijfsmatig verpakkingsafval. 2° Een recyclageforfait bestemd voor het stimuleren van de recyclage van sommige materialen.Het recyclageforfait wordt door Val-I-Pac aan de ontpakker betaald. Het maakt deel uit van de vergoeding van de totale en reële kosten voor het beheer van bedrijfsmatig verpakkingsafval. 3° Een startforfait dat bedoeld is als een eenmalige premie voor de ontpakker die begint met de selectieve inzameling van zijn verpakkingsafval.4° Een KMO-plan dat tot doel heeft om bij de kleine ontpakkers, zijnde de ontpakkers die minder dan 50 werknemers hebben, en bij de kleinhandelaars : - de selectieve inzameling van bedrijfsmatig verpakkingsafval te bevorderen, bijvoorbeeld door het instellen of in stand houden van aangepaste forfaits of andere financiële tussenkomsten, waarbij rekening wordt gehouden met de gewestelijke initiatieven inzake de inzameling van afval bij KMO's; - het Clean Site System uit te werken en nationale systemen voor de selectieve inzameling van bepaalde soorten bedrijfsmatig verpakkingsafval op te zetten naar het voorbeeld van het Clean Site System, met een gedeelde financiering vanwege enerzijds Val-I-Pac en anderzijds de verpakkingsverantwoordelijken die de betreffende verpakkingen op de markt brengen; - in het kader van het Clean Site System projecten tot stand te brengen om de inzameling van harde plastics te stimuleren; - de communicatie en sensibilisering verder te ontwikkelen en deze aan de doelgroepen aan te passen; - de praktische coördinatie te organiseren van acties naar kleine ontpakkers, in samenwerking met gemeenten, intercommunales, gewesten, (feitelijke) verenigingen van kleine ontpakkers en andere erkende organismen.

Voor dit KMO-plan stelt Val-I-Pac jaarlijks een totaal budget ter beschikking van minstens 700.000 EUR, jaarlijks aangepast aan de index van de consumptieprijzen, exclusief de personeelskosten van het management en exclusief de forfaits bedoeld in 1°, 2° en 3°, voor de financiering van : - het communicatieplan ten behoeve van de ontpakkers en met name de kleine ontpakkers, zijnde de ontpakkers die minder dan 50 werknemers hebben, dat tot doel heeft om er door middel van gerichte communicatiecampagnes, aangepast aan de doelgroepen, voor te zorgen dat elke beroepssector en elk type ontpakker een maximale toegang heeft tot het systeem voor de vergoedingen van de ontpakkers; het communicatieplan richt zich in het bijzonder op de zones waar de sorteerresultaten het zwakst zijn; - het deel dat Val-I-Pac financiert in het Clean Site System en analoge projecten, met inbegrip van de forfaits bedoeld in 1° en 2°, dit laatste in afwijking op de hierboven gestelde regel; - het voortzetten en verder ontwikkelen van de samenwerking met de intercommunales in hun actieplannen ter stimulering van selectieve inzameling bij KMO's, zoals : - op (betalende) containerparken, - via aparte, betalende, inzamelroutes voor verpakkingsafval; - projecten ter stimulering van selectieve inzameling bij KMO's op bedrijventerreinen en bij landbouwers; - de nieuwe initiatieven die genomen worden in het kader van deze erkenning.

Betreffende de in te zetten middelen en systemen blijft Val-I-Pac minstens gehouden tot de engagementen aangegaan in zijn erkenningsaanvraag. De projecten en hun financiering kunnen jaarlijks door Val-I-Pac, na overleg met en op gunstig advies van de Interregionale Verpakkingscommissie, herzien worden. Val-I-Pac formuleert de voorstellen tot herziening in het kader van de rapportering voorzien in artikel 18, § 2, van deze erkenning.

Wanneer de door Val-I-Pac in de erkenningsaanvraag vooropgestelde prognoses inzake de stijging van enerzijds het aantal bedrijven dat deelneemt aan de selectieve inzamelingen, en anderzijds het gewicht van de selectief ingezamelde hoeveelheden ten opzichte van de totale stroom bedrijfsmatig verpakkingsafval niet gehaald worden, doet Val-I-Pac aan de Interregionale Verpakkingscommissie een voorstel tot bijsturing. § 3. De forfaits bedoeld in § 2 kunnen onderling gecombineerd worden. § 4. De volgende containers worden minstens aangemerkt als een selectieve recipiënt voor bedrijfsmatig verpakkingsafval : - selectieve afzetcontainer (die ten minste 90% monomateriaal verpakkingsafval bevat dat gerecycleerd wordt of die 80% multimateriaal recycleerbaar bedrijfsmatig verpakkingsafval bevat en geen stoffen die de recyclage kunnen verhinderen); - selectieve grote rolcontainer (een rolcontainer van meer dan 1000 liter die ten minste 70% monomateriaal verpakkingsafval bevat dat gerecycleerd wordt); - kleine rolcontainer (een rolcontainer met een inhoud van minstens 660 liter en minder dan 1000 liter die ten minste 70% monomateriaal verpakkingsafval bevat dat gerecycleerd wordt); - draadcontainers van meer dan 2,16 m® en inzamelbakken (680-800 liter) voor verpakkingsafval, als gevaarlijk afval beschouwd, dat gerecycleerd wordt; - plastieken bakken van 500 tot en met 680 liter en draadcontainers van 500 liter tot en met 2,16 m® waarvan de inhoud gerecycleerd wordt; - zakken voor de inzameling van plastic folies en zakken voor de inzameling van EPS. § 5. Val-I-Pac deelt jaarlijks en tegen uiterlijk 31 oktober aan de Interregionale Verpakkingscommissie de bedragen mee van de container-, recyclage- en startforfaits voor het volgende kalenderjaar.

Via de container- en recyclageforfaits en via het actieplan bedoeld in § 2, 3°, streeft Val-I-Pac naar een dekking van de totale en reële kosten voor het beheer van verpakkingsafval door de hoogte van de forfaits op het gemiddelde niveau van de totale en reële kosten te brengen en te houden en door de forfaits toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk aantal bedrijfsmatige ontpakkers. § 6. Val-I-Pac onderzoekt bij de ontpakkers van bedrijfsmatig verpakkingsafval die de forfaits bedoeld in § 2 ontvangen, of zij reeds Val-I-Pac-lid zijn. Val-I-Pac onderzoekt tevens het bedrijfsprofiel en de geografische ligging van deze ontpakkers.

Val-I-Pac stelt een globale indicator op, die bestaat uit het aandeel van de kosten van de container- en recyclageforfaits in de totale lasten van de Val-I-Pac-begroting. Val-I-Pac maakt in de opvolgingscommissie de nodige afspraken met het permanent secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie voor het opstellen van aanvullende indicatoren.

Val-I-Pac maakt de globale resultaten van zijn onderzoek, alsook de evolutie van de indicatoren, jaarlijks over volgens de praktische modaliteiten bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie na bespreking in de opvolgingscommissie. § 7. Ongeacht of een bedrijfsmatige ontpakker lid is van Val-I-Pac, heeft hij recht op de door Val-I-Pac voorziene vergoedingen, in de mate evenwel dat hij kan aantonen in orde te zijn met de terugname- en informatieplichten. Wanneer een bedrijfsmatige ontpakker niet kan aantonen in orde te zijn met de bepalingen van het samenwerkingsakkoord, komt hij voor geen enkele vergoeding vanwege Val-I-Pac in aanmerking. Afdeling 4. - Operationele aspecten

Art. 6.§ 1. Val-I-Pac zal zijn modelovereenkomst met de operatoren, zoals toegevoegd in de erkenningsaanvraag, aanpassen aan de bepalingen van huidige erkenning.

Elke overeenkomst met een operator voorziet in de verplichting voor de operator om zich te onderwerpen aan de in deze erkenning omschreven controles en om alle noodzakelijke verduidelijkingen te verstrekken voor het goede begrip van de gecontroleerde gegevens.

De operatoren moeten er zich concreet toe engageren om alle relevante informatie betreffende de finale bestemming van het bedrijfsmatig verpakkingsafval aan Val-I-Pac mee te delen en om in te gaan op elke bijkomende vraag van Val-I-Pac in dat verband. De finale bestemming kan zich zowel in de afvalfase als in de einde-afvalfase bevinden. De operatoren moeten ermee rekening houden dat al deze informatie door Val-I-Pac zal worden overgemaakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie. De operatoren mogen hieromtrent slechts het voorbehoud maken dat de desbetreffende informatie, in de mate dat ze vertrouwelijk zou zijn, alleen ter kennis mag worden gebracht van de, krachtens artikel 29, § 1, van het samenwerkingsakkoord specifiek met controle belaste leden van het permanent secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie.

De aangepaste modelovereenkomst met de operatoren zal in zijn definitieve versie voor goedkeuring aan de Interregionale Verpakkingscommissie worden voorgelegd, uiterlijk binnen een termijn van zes maanden na de toekenning van de erkenning. § 2. Val-I-Pac brengt zowel de eerste als de tweede stap van de recyclageketen in beeld, kwantificeert deze stappen en rapporteert hierover volledig aan de Interregionale Verpakkingscommissie. De eerste stap van de recyclageketen is de levering van mono-materiaalstromen aan een trader, een eindrecycleur of een "tussenstap in de recyclage". De tweede stap is de levering van dezelfde of samengevoegde mono-materiaalstromen door de ontvanger van de afvalstoffen in de eerste stap aan zijn afnemers. § 3. Val-I-Pac zal voor elke vergadering van zijn "werkgroep operatoren" minstens 5 werkdagen op voorhand aan de Interregionale Verpakkingscommissie de agenda en de documenten voor deze vergadering bezorgen.

Het verslag van de vergadering zal binnen de 5 werkdagen na de vergadering aan de Interregionale Verpakkingscommissie bezorgd worden.

De Interregionale Verpakkingscommissie kan aan Val-I-Pac toelichting en/of verantwoording vragen betreffende elk besproken onderwerp.

Art. 7.Val-I-Pac is ertoe gehouden om aan de Interregionale Verpakkingscommissie op eenvoudig verzoek een kopie te bezorgen van elke overeenkomst die hij met een operator afsluit.

Art. 8.§ 1. Val-I-Pac kan slechts een contract afsluiten met een operator die ten minste voldoet aan volgende voorwaarden : - waarborg van naleving van de toepasselijke milieureglementeringen; - aanwezigheid van de vereiste technische capaciteiten die hem in staat stellen zijn taak te volbrengen; - aanwezigheid van de vereiste logistieke en administratieve capaciteiten die hem in staat stellen de kwaliteit van de aan Val-I-Pac overgemaakte informatie te garanderen; - aanvaarding om aan Val-I-Pac alle door hem gevraagde gegevens ter beschikking te stellen betreffende de aard, de oorsprong en de bestemming van het ingezamelde bedrijfsmatig verpakkingsafval. § 2. Elke operator die door Val-I-Pac wordt geweigerd omwille van één van de redenen vermeld in § 1, mag een nieuwe aanvraag indienen om met Val-I-Pac te contracteren nadat hij het bewijs geleverd heeft de noodzakelijke maatregelen te hebben genomen. § 3. De tonnages van een operator waarmee Val-I-Pac een contract heeft, kunnen niet geweerd worden uit de resultaten. § 4. Val-I-Pac mag niet discrimineren tussen operatoren.

Art. 9.§ 1. Val-I-Pac is gehouden alle noodzakelijke maatregelen te nemen om een controleniveau te garanderen dat een voldoende waarborg biedt voor de juistheid van de informatie inzake recyclage en nuttige toepassing. Val-I-Pac moet binnen een termijn van 3 maanden na het afleveren van deze erkenning een controlestrategie ter goedkeuring voorleggen aan de Interregionale Verpakkingscommissie. Deze controlestrategie moet voorzien in : 1° jaarlijkse eigen controles van Val-I-Pac bij de operatoren;2° jaarlijkse boekhoudkundige controles van de jaardeclaratie bij elk van de operatoren door een expertisebureau dat volkomen onafhankelijk optreedt;3° gerichte controles door een expertisebureau dat volkomen onafhankelijk optreedt volgens de door Val-I-Pac vastgestelde noodzakelijkheid bij één of meer operatoren die met Val-I-Pac een contract hebben gesloten;4° een programma voor de steekproefsgewijze verificatie, in samenspraak met de Interregionale Verpakkingscommissie, van de effectieve recyclage van het bedrijfsmatig verpakkingsafval dat vermarkt wordt in België, in andere landen van de Europese Unie of buiten de Europese Unie. § 2. De controles bedoeld in § 1 hebben onder meer tot doel na te gaan dat het verpakkingsafval dat de operatoren die een contract hebben met Val-I-Pac, aangeven als zijnde gerecycleerd of nuttige toegepast : 1° wordt opgehaald bij bedrijfsmatige ontpakkers op het Belgisch grondgebied;2° effectief verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong en van eenmalige verpakkingen is, ontstaan op het Belgisch grondgebied;3° volledig en effectief werd toevertrouwd aan een inrichting voor recyclage of nuttige toepassing of aan een recuperant, met het oog op de recyclage of nuttige toepassing ervan. Voor het vervullen van zijn taak overeenkomstig § 1, 2° en 3°, heeft het onafhankelijk expertisebureau toegang tot elke informatie, confidentiële of andere, die betrekking heeft op de uitvoering van het contract tussen Val-I-Pac en de operatoren. Het onafhankelijk expertisebureau kan overgaan tot elke inspectie, monsterneming, peiling, analyse of controle die nodig is voor de goede uitoefening van zijn taak. Het onafhankelijk expertisebureau respecteert de regels van de confidentialiteit.

Na afloop van de controle-opdrachten overeenkomstig § 1, 2° en 3°, maakt het onafhankelijk expertisebureau een rapport op betreffende de gehanteerde methodes voor controle, staalname, peiling en analyse en betreffende de aard van de gegevens die gecontroleerd werden. Dit rapport geeft een gemotiveerde opinie betreffende de goede uitvoering van de contracten die tussen Val-I-Pac en de operator gesloten werden, en de betrouwbaarheid van de gegevens die door deze operatoren werden overgemaakt. Het expertisebureau maakt het rapport over aan de operator, zodat deze zijn opmerkingen hierover kan formuleren. Deze opmerkingen worden als bijlage aan het rapport toegevoegd. Het expertisebureau stuurt het eindrapport, met inbegrip van de bijlagen, gelijktijdig op naar Val-I-Pac en naar de Interregionale Verpakkingscommissie. Het eindrapport bevat de gedetailleerde berekening van het gecontroleerde en van het aanvaarde tonnage. § 3. Teneinde aan de Interregionale Verpakkingscommissie toe te laten om de haar door het Samenwerkingsakkoord toevertrouwde controle-opdrachten uit te voeren, informeert Val-I-Pac of het expertisebureau de Interregionale Verpakkingscommissie minstens 5 werkdagen op voorhand over de controles bedoeld in § 1, 1°, 2° en 3°. § 4. Het contract tussen Val-I-Pac en de operatoren voorziet de noodzakelijke maatregelen die toegepast moeten worden in het geval de operator de vooraf bepaalde controleregels niet respecteert of het onafhankelijk expertisebureau bij controles in de zin van § 1, 2° en 3°, dan wel de controleur bij controles in de zin van § 1, 1°, afwijkingen groter dan 10% vaststelt in de verklaringen aan Val-I-Pac betreffende de hoeveelheden bedrijfsmatig verpakkingsafval die door de operator gerapporteerd werden. § 5. Val-I-Pac houdt de rapporten van de controles bedoeld in § 1, 1° -3°, en § 2 gedurende 5 jaar ter beschikking van de Interregionale Verpakkingscommissie.

Art. 10.Het programma voor de verificatie, te bepalen in samenspraak met de Interregionale Verpakkingscommissie, van de effectieve recyclage van het bedrijfsmatig verpakkingsafval dat vermarkt wordt in België, in andere landen van de Europese Unie of buiten de Europese Unie, zal bijzondere aandacht schenken aan de controle van de trading door "handelaars" of "makelaars" (in de zin van de Richtlijn 2008/98/EG). Hierbij kan specifieke aandacht worden geschonken aan de aspecten van geografie, materiaal en recyclageprocédé.

Val-I-Pac zal in de loop van de kalenderjaren 2018 en 2020 een omstandige studie uitvoeren van de recyclageketens van het verpakkingsafval dat in andere landen van de Europese Unie of buiten de Europese Unie wordt verwerkt. In dit kader zal bijzondere aandacht worden gegeven aan de milieu-, sociale en economische omstandigheden waarin de recyclage plaatsvindt. Deze studies nemen als uitgangspunt concrete en recente stromen Belgisch verpakkingsafval die door "handelaars" of "makelaars" (in de zin van de Richtlijn 2008/98/EG) naar andere landen van de Europese Unie of buiten Europa gebracht werden voor verwerking. Relevante bedrijfsbezoeken buiten Europa vormen de basis voor deze studies. Het exacte controleprogramma is af te spreken met het permanent secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie in het kader van de opvolgingscommissie. Afdeling 5. - Toetredingscontract met de verpakkingsverantwoordelijken

Art. 11.§ 1. Val-I-Pac moet de toetreding aanvaarden van elke verpakkingsverantwoordelijke die wenst toe te treden voor het geheel van zijn bedrijfsmatige verpakkingen. § 2. De verpakkingsverantwoordelijke heeft voor de duur van deze erkenning het recht om zijn toetredingscontract met Val-I-Pac eenzijdig op te zeggen bij het einde van elk kalenderjaar, zonder dat hiervoor enige schadevergoeding verschuldigd is, op voorwaarde dat hij een vooropzeg van 6 maanden respecteert. § 3. Val-I-Pac deelt aan de Interregionale Verpakkingscommissie de lijst mee van de leden die hun lidmaatschap opzeggen omwille van het feit dat zij krachtens artikel 6 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 niet langer aan de terugnameplicht onderworpen zijn.

Val-I-Pac deelt deze lijst mee binnen de termijnen die worden afgesproken in de opvolgingscommissie.

Art. 12.§ 1. Val-I-Pac legt jaarlijks en tegen uiterlijk 31 oktober zijn tarieven voor de leden voor aan de Interregionale Verpakkingscommissie. Deze tarieven voldoen minstens aan de principiële voorwaarde dat het huidige verband van de tarifering met de recycleerbaarheid van de verpakkingen wordt behouden.

Indien de tarieven niet aan deze voorwaarde voldoen, kan de Interregionale Verpakkingscommissie de tarieven weigeren, in welk geval Val-I-Pac nieuwe voorstellen overmaakt. § 2. Vanaf het eerste aansluitingsjaar betalen de leden aan Val-I-Pac een `minimale bijdrage' van 50 EUR per jaar.

Art. 13.§ 1. Val-I-Pac moet een retroactieve aansluiting toepassen voor de 5 kalenderjaren die het jaar van de ondertekening van het toetredingscontract voorafgaan. De jaarlijkse bijdrage wordt forfaitair vastgelegd op 50 EUR. Vanaf het kalenderjaar 2019 wordt deze forfaitaire jaarlijkse bijdrage verhoogd tot 250 EUR voor de bedrijven die in het jaar van aansluiting verpakkingsverantwoordelijke zijn voor meer dan 50 ton eenmalige verpakkingen, en tot 100 EUR voor de bedrijven die in het jaar van aansluiting verpakkingsverantwoordelijke zijn voor maximum 50 ton eenmalige verpakkingen.

De retroactieve bijdragen zijn niet verschuldigd voor de jaren waarvoor : 1. geen verpakkingen op de Belgische markt werden gebracht;2. de verpakkingsverantwoordelijke op een duidelijke wijze kan aantonen dat hij zijn terugnameplicht zelf of via een derde heeft vervuld;3. de verpakkingsverantwoordelijke een strafsanctie heeft ondergaan, zoals voorzien in artikel 32 van het samenwerkingsakkoord. § 2. In afwijking van § 1 mag Val-I-Pac geen retroactieve aansluiting toepassen indien de verpakkingsverantwoordelijke een controle heeft ondergaan in de zin van artikel 29 van het samenwerkingsakkoord, waarbij tegen hem een proces-verbaal werd opgesteld door de Interregionale Verpakkingscommissie en dit op straffe van nietigheid van de retroactieve aansluiting. Dit verbod om de retroactiviteit toe te passen, wordt ongedaan gemaakt door de betaling van de administratieve geldboete, opgelegd krachtens artikel 31 van het samenwerkingsakkoord. § 3. In het geval van een retroactieve toetreding mag Val-I-Pac voor de 5 kalenderjaren die het jaar van aansluiting voorafgaan, verwijlintresten opleggen, die overeenstemmen met het bedrag dat de verschuldigde bijdragen als interest zouden hebben opgebracht aan de wettelijke interestvoet. Val-I-Pac zal evenwel de nodige afbetalingsmodaliteiten voorzien. § 4. Onverminderd de verplichting voor Val-I-Pac om overeenkomstig artikel 19, 1°, van het samenwerkingsakkoord jaarlijks de volledige lijst van de aangesloten verpakkingsverantwoordelijken mede te delen, maakt Val-I-Pac elk kwartaal aan de Interregionale Verpakkingscommissie de lijst over van de nieuwe retroactieve aansluitingen.

Art. 14.Elke wijziging aan het toetredingscontract tijdens de loop van deze erkenning moet voorafgaandelijk ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Interregionale Verpakkingscommissie. De Interregionale Verpakkingscommissie doet een uitspraak over het voorstel tot wijziging binnen een termijn van vier maanden, te rekenen vanaf de integrale ontvangst van het voorstel. Afdeling 6. - Andere verplichtingen van het erkend organisme

Art. 15.Val-I-Pac moet zich verzekeren voor de volledige contractuele en extra-contractuele aansprakelijkheid die kan voortvloeien uit elk van zijn activiteiten. De dekking mag niet in beperkende termen worden gesteld.

Art. 16.§ 1. Val-I-Pac deelt aan de Interregionale Verpakkingscommissie de nodige informatie mede betreffende de impact van zijn tarifering op de kwantitatieve en kwalitatieve preventie en op de promotie van herbruikbare verpakkingen. § 2. Val-I-Pac maakt volgens de praktische modaliteiten afgesproken in de opvolgingscommissie aan de Interregionale Verpakkingscommissie een studie over betreffende de door de verpakkingsverantwoordelijken op de Belgische markt gebrachte plastic verpakkingen, waarin wordt nagegaan welke plasticsoorten op de markt werden gebracht en in welke onderlinge verhoudingen. Als plasticsoorten worden aangemerkt : (LD)PE, HDPE, PET, PVC, PP, PS (exclusief EPS), EPS en "andere". § 3. Val-I-Pac onderneemt bij de verpakkingsverantwoordelijken communicatie- en informatieacties met betrekking tot de preventie aan de bron van verpakkingen, het stimuleren van het gebruik van duurzame verpakkingen en het hergebruik van verpakkingen. Deze acties zijn uniform op het Belgische grondgebied.

Val-I-Pac onderneemt bij de verpakkingsverantwoordelijken communicatie- en informatieacties met betrekking tot de promotie van gemakkelijk recycleerbare verpakkingen, alsook het gebruik van gerecycleerde materialen.

Val-I-Pac onderzoekt hoe het acties kan ontwikkelen in de waardeketen van plastic verpakkingen om te evolueren naar een meer circulair model. Afdeling 7. - Informatieverplichtingen

Art. 17.§ 1. Jaarlijks en uiterlijk op 31 maart maakt Val-I-Pac aan de Interregionale Verpakkingscommissie, zowel in het Nederlands als in het Frans, een verslag over betreffende de uitvoering en de naleving van de bepalingen van deze erkenning en van het samenwerkingsakkoord in de loop van het voorbije burgerlijke jaar.

Dit verslag handelt met name over de volgende punten : - de verwezenlijking van de doelstellingen van recyclage en nuttige toepassing; - de gegevens van de informatieplicht, zoals voorzien in artikel 18 en 19 van het samenwerkingsakkoord; - per verpakkingsmateriaal, de operatoren waarmee Val-I-Pac een contract heeft gesloten in de zin van de afdeling 4 van de huidige erkenning; - per verpakkingsmateriaal, de globale tonnages, opgesplitst in de categorieën die door de Interregionale Verpakkingscommissie worden geïdentificeerd na overleg met Val-I-Pac in het kader van de opvolgingscommissie, waarvoor Val-I-Pac een contract heeft gesloten in de zin van de afdeling 4; - per verpakkingsmateriaal, de recuperanten, recyclagebedrijven of bedrijven voor nuttige toepassing waaraan het in rekening gebrachte verpakkingsafval werd afgestaan door de operatoren die met Val-I-Pac een contract hebben gesloten in de zin van de afdeling 4, overeenkomstig de praktische modaliteiten voor de jaarlijkse declaratie door de contractanten betreffende de verwerking van het verpakkingsafval, zoals bepaald in toepassing van artikel 6, § 1, van huidige erkenning; - de tenlastelegging van de verpakkingsverantwoordelijken van de kosten verbonden aan de terugnameplicht en de wijze waarop de kosten van de ontpakkers voor het beheer van bedrijfsmatig verpakkingsafval worden gedekt; - de forfaits bedoeld in artikel 5, § 2; - de sociale tewerkstelling; - de beoordeling van de door Val-I-Pac uitgevoerde controles in de loop van het voorbije jaar.

Jaarlijks en uiterlijk op 30 september maakt Val-I-Pac aan de Interregionale Verpakkingscommissie, zowel in het Nederlands als in het Frans, het verslag over betreffende de opvolging van de tweede stap van de recyclageketen, zoals voorzien in artikel 6, § 2, van huidige erkenning.

Op basis van deze verslagen en van haar eigen controles bepaalt de Interregionale Verpakkingscommissie de door Val-I-Pac behaalde resultaten inzake recyclage en nuttige toepassing, overeenkomstig artikel 26, § 2, van het samenwerkingsakkoord. § 2. Val-I-Pac maakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie ook de gegevens betreffende potentieel gevaarlijke verpakkingen over, zoals voorzien in artikel 18, § 1, 6°, van het samenwerkingsakkoord, volgens de praktische modaliteiten bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie na bespreking in de opvolgingscommissie.

Val-I-Pac deelt de gegevens bedoeld in artikel 18, § 1, 1° en 4°, van het samenwerkingsakkoord tevens mee voor het verpakkingsmateriaal "glas". § 3. Val-I-Pac maakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie alle gegevens over waarover hij beschikt en die nodig zijn voor de verplichte rapportage door de Belgische overheid aan de Europese Commissie.

In de gegevens betreffende de recyclage en de nuttige toepassing van het verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong dat afkomstig is van het Belgische grondgebied, wordt per verpakkingsmateriaal bedoeld in artikel 3 het onderscheid gemaakt tussen het in rekening gebracht verpakkingsafval met binnenlandse bestemming en dat met buitenlandse bestemming, hierbij verder onderscheid makend tussen een bestemming binnen of buiten de Europese Unie. § 4. Val-I-Pac maakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie per materiaal de geglobaliseerde gegevens over van de aangiftes die bij hem worden gedaan door de leden van de vzw AgriRecover, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de gevaarlijke en de niet-gevaarlijke verpakkingen. Val-I-Pac bezorgt tevens de cijfers betreffende de verwijdering en de nuttige toepassing van het verpakkingsafval, zoals aangeleverd door de vzw AgriRecover.

Val-I-Pac bezorgt binnen een termijn van 3 maanden na het toekennen van deze erkenning een voorstel voor een aangepaste raamovereenkomst met de vzw AgriRecover ter goedkeuring aan de Interregionale Verpakkingscommissie. Deze raamovereenkomst gaat uit van het principe dat de bijdragen per ton die de leden van de vzw AgriRecover aan Val-I-Pac betalen voor de verpakkingen die door de vzw AgriRecover in recyclage gebracht worden, door Val-I-Pac aan de vzw AgriRecover worden terugbetaald. § 5. De leden van het Permanent Secretariaat van de Interregionale Verpakkingscommissie hebben vrij en zonder voorafgaande kennisgeving toegang tot het geheel van de basisgegevens van Val-I-Pac. Deze gegevens zijn toegankelijk via een informatiedrager compatibel met het informaticasysteem van de Interregionale Verpakkingscommissie.

Val-I-Pac voorziet een volledige en online toegang ("read-only") tot zijn databanken met de gegevens van de gerecycleerde en nuttige toegepaste hoeveelheden en met de gegevens van de certificaten in het kader van de verschillende forfaits bedoeld in artikel 5, § 2. § 6. Val-I-Pac maakt aan de Interregionale Verpakkingscommissie, aanvullend op het voorgaande en op de elektronische wijze aangegeven door de Interregionale Verpakkingscommissie, alle gevraagde gegevens over aan de Interregionale Verpakkingscommissie en dit binnen de gestelde termijnen.

Art. 18.Val-I-Pac bezorgt aan de Interregionale Verpakkingscommissie jaarlijks en telkens tegen 31 oktober, zowel in het Nederlands als in het Frans, een rapport betreffende de bedrijfsmatige verpakkingsafvalstromen die door de operatoren waarmee hij een contract heeft afgesloten, worden verwerkt of verhandeld.

Dit rapport betreft de totaliteit van de hierboven beschreven afvalstromen en geeft, opgesplitst per gewest, voor het geheel van de operatoren de totaalcijfers per materiaal, zowel voor het verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong als voor het deel dat geen verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong is. Indien extrapolaties moeten gemaakt worden voor het opstellen van het rapport, geeft Val-I-Pac de gebruikte extrapolatiemethode op.

Dit rapport geeft het aantal ondernemingen weer dat de hierboven beschreven afvalstromen laat inzamelen en geeft een overzicht van het aantal selectieve stromen dat ingezameld wordt per onderneming. De selectieve stromen betreffen minimaal restafval, papier en karton, hout, glas, metalen, kunststoffolie en EPS. Het geeft, opgesplitst per gewest, voor het geheel van de operatoren de totaalcijfers per activiteitensector en per materiaal, zowel voor inzameling via recipiënten die uitsluitend voor verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong gebruikt worden, als via recipiënten die deels voor de inzameling van verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong gebruikt worden. De basisgegevens voor het rapport zullen aan het ondernemingsnummer van de onderneming die zijn afval laat inzamelen, gekoppeld worden, zodat een koppeling naar sector (NACE-code) en geografische eenheid (postcode) mogelijk is. Indien extrapolaties moeten gemaakt worden voor het opstellen van het rapport, geeft Val-I-Pac de gebruikte extrapolatiemethode op.

Het rapport betreft geen afvalstromen die in de regel geen verpakkingsafval van bedrijfsmatige oorsprong bevatten of bevat hebben, en die daarom niet ofwel geheel of gedeeltelijk gerapporteerd worden aan Val-I-Pac, ofwel geanalyseerd en/of geauditeerd worden door of in opdracht van Val-I-Pac.

Val-I-Pac is verplicht om binnen een termijn van 3 maanden na het afleveren van deze erkenning, samen met de Gewesten en met de Interregionale Verpakkingscommissie, een monitoringsysteem uit te werken met als doel de effectiviteit en de efficiëntie van het door Val-I-Pac in de gewesten gevoerde beleid inzake sortering en selectieve inzameling te kunnen evalueren en om gegevens per gewest en/of voor het subgewestelijke niveau te kunnen aanleveren. Binnen een termijn van 6 maanden moet Val-I-Pac in overleg met de Gewesten en de Interregionale Verpakkingscommissie een monitoringsysteem uitwerken om ook gegevens per activiteitensector te kunnen aanleveren.

Het monitoringsysteem houdt bovendien rekening met de ingezette middelen en de bekomen resultaten per gewest en per activiteitensector. Acties tot bijsturing zullen worden uitgevoerd in de zones waar de sorteerresultaten het zwakst zijn.

Art. 19.Val-I-Pac maakt jaarlijks ter attentie van de gewestelijke overheden een communicatie- en actievoorstel op, dat gericht is op de selectieve inzameling door bedrijven, en dat rekening houdt met de gewestelijke en lokale bijzonderheden en met de vastgestelde resultaten inzake de selectieve inzameling per gewest en per activiteitensector.

Art. 20.§ 1. Val-I-Pac maakt jaarlijks en telkens tegen 31 oktober aan de Interregionale Verpakkingscommissie, zowel in het Nederlands als in het Frans, een verslag over betreffende de verkoopprijzen van de materialen, waarbij tevens de opvolging van de verkoopprijzen van de materialen wordt toegelicht. De vorm van dit verslag en de modaliteiten voor overmaking worden bepaald door de Interregionale Verpakkingscommissie na bespreking in de opvolgingscommissie. § 2. Jaarlijks tegen 30 november maakt Val-I-Pac aan de Interregionale Verpakkingscommissie, zowel in het Nederlands als in het Frans, een stand van zaken over betreffende de uitvoering van het KMO-plan voorzien in artikel 5, § 2, 4°, van huidige erkenning en bezorgt hij, zowel in het Nederlands als in het Frans, de nodige voorstellen betreffende de implementatie van het KMO-plan in het volgende kalenderjaar.

Art. 21.§ 1. Val-I-Pac brengt zijn begroting jaarlijks en onmiddellijk na de goedkeuring ervan door zijn bevoegde organen en uiterlijk tegen 15 december ter kennis van de Interregionale Verpakkingscommissie. § 2. Overeenkomstig artikel 12, 5°, van het samenwerkingsakkoord moet Val-I-Pac op elke vraag van de Interregionale Verpakkingscommissie betreffende zijn financiële inkomsten ingaan, met inbegrip van de retroactieve bijdragen.

De retroactieve bijdragen moeten als afzonderlijke post vermeld worden in de boeken van Val-I-Pac. § 3. Val-I-Pac brengt elke voorgenomen aanpassing aan haar aangiftesysteem voor de verpakkingsverantwoordelijken, zowel in het Nederlands als in het Frans, ter kennis van de Interregionale Verpakkingscommissie ten laatste 2 maanden vóór het in voege treden van de aanpassing. Het aangiftesysteem mag geen discriminatie tussen de verpakkingsverantwoordelijken die aansluiten bij Val-I-Pac, inhouden.

Art. 22.Elke aanpassing van de door Val-I-Pac aangewende middelen en systemen om de uitvoering van de hem opgedragen terugnameplicht te vervullen, moet schriftelijk meegedeeld worden aan de Interregionale Verpakkingscommissie, zowel in het Nederlands als in het Frans.

Elke significante aanpassing moet minstens twee maanden op voorhand, schriftelijk en afdoende toegelicht, aan de Interregionale Verpakkingscommissie worden voorgelegd. Deze aanpassing kan slechts van toepassing worden na overleg met en op gunstig advies van de Interregionale Verpakkingscommissie.

Als significante aanpassing wordt onder meer beschouwd : - het afschaffen of invoeren van een forfait in de zin van artikel 5, § 2, 1°, 2° of 3° ; - het verlagen van de hoogte van een dergelijk forfait ten opzichte van de bedragen die zich in de erkenningsaanvraag bevinden; - de inhoudelijke aanpassing van één van de modelcontracten, waarvan sprake is in deze erkenning.

Val-I-Pac mag op geen enkele wijze terugkomen op de engagementen die in de erkenningsaanvraag werden aangegaan. Afdeling 8. - Samenwerking met derden

Art. 23.Als Val-I-Pac personeel of expertise ter beschikking stelt van een derde persoon met het oog op consultancy, op de statistische verwerking van gegevens inzake afvalstoffen of op eender welk ander doel dat vreemd is aan de terugnameplicht, moet dat gebeuren in volledige transparantie naar de Interregionale Verpakkingscommissie toe en tegen een kostendekkende vergoeding.

Val-I-Pac verzekert op elk ogenblik de confidentialiteit van de gegevens bevat in zijn diverse databanken ten aanzien van derden aan zijn organisatie. Afdeling 9. - Opvolgingscommissie

Art. 24.Er is een opvolgingscommissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Permanent Secretariaat en van Val-I-Pac, wiens rol het is de impact van de beslissingen van de Interregionale Verpakkingscommissie, genomen in het kader van deze erkenning, te evalueren.

Deze opvolgingscommissie beschikt niet over een beslissingsmacht.

Van elke vergadering van de opvolgingscommissie wordt een verslag opmaakt in het Frans en in het Nederlands.

Het voorzitterschap en het secretariaat van de opvolgingscommissie worden verzekerd door het Permanent Secretariaat. Afdeling 10. - Slotbepalingen

Art. 25.Deze erkenning doet op geen enkele wijze afbreuk aan de bepalingen van het samenwerkingsakkoord en aan de rechten en verplichtingen daarin vervat.

Elke bepaling in de erkenningsaanvraag die, letterlijk of in haar uitvoering, strijdig zou zijn met de bepalingen van het samenwerkingsakkoord moet voor onbestaande gehouden worden.

Art. 26.Val-I-Pac respecteert de reglementering inzake het gebruik van de talen en waakt er over om elke officiële communicatie naar de Interregionale Verpakkingscommissie minstens in het Nederlands en het Frans te doen.

Art. 27.De erkenning vangt aan op 1 januari 2017. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van 26, § 1, 4° van het samenwerkingsakkoord, blijft de erkenning geldig tot en met 31 december 2021.

Brussel, 1 december 2016.

Martine GILLET, Ondervoorzitster van de Interregionale Verpakkingscommissie Francis RADERMAKER, Ondervoorzitter van de Interregionale Verpakkingscommissie Danny WILLE, Voorzitter van de Interregionale Verpakkingscommissie

^