Erratum van 17 oktober 2011
gepubliceerd op 25 november 2011
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit houdende de categorisering en de bescherming van nucleaire documenten. - Erratum

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federaal agentschap voor nucleaire controle
numac
2011000737
pub.
25/11/2011
prom.
17/10/2011
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&c(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN EN FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR NUCLEAIRE CONTROLE


17 OKTOBER 2011. - Koninklijk besluit houdende de categorisering en de bescherming van nucleaire documenten. - Erratum


In het Belgisch Staatsblad nr. 319 van 8 november 2011, moet op pagina 67470, het advies nr 49.676/2 van de afdeling wetgeving van de Raad van State ingevoegd worden na het verslag aan de Koning.

ADVIES 49.676/2 VAN 7 JUNI 2011 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, tweede kamer, op 10 mei 2011 door de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "houdende de categorisering en de bescherming van nucleaire documenten", heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.

Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.

Voorafgaande vormvereisten 1. In een advies van 6 juli 2009 over het onderzochte ontwerp heeft de Inspecteur van Financiën het volgende opgemerkt : « De adviezen van de gemachtigden van Financiën aangesteld bij het IRE en het SCK zijn absoluut onontbeerlijk om de impact op de federale staatsbegroting te kennen van deze ontwerpen. Deze gemachtigden werden precies aangesteld omdat ze over de vereiste kennis en het vertrouwen van de bevoegde voogdijministers beschikken".

Uit het aan de Raad van State overgezonden dossier blijkt niet dat deze bijkomende adviezen zouden zijn aangevraagd.

Indien dit nog niet is geschied, dient de steller van het ontwerp er voor te zorgen dat deze adviezen verkregen worden en in de aanhef vermeld worden.

Algemene opmerking Meermaals wordt in het ontwerp bepaald dat het agentschap gemachtigd is om aanbevelingen op te stellen met betrekking tot de uitvoering van een aantal bepalingen van het besluit (1). Het juridisch statuut van die aanbevelingen wordt door het ontworpen besluit niet nader bepaald.

Die verschillende aanbevelingen en instructies zijn van reglementaire aard, wanneer de adressaten ervan deze verplicht in acht dienen te nemen, in welk geval deze dan ook moeten worden vastgesteld in de vorm van verordeningsbesluiten. In dat geval zou de bevoegdheid om deze vast te stellen moeten worden toevertrouwd aan de minister, of eventueel aan het agentschap als die regels alleen een beperkte, welbepaalde en volledige draagwijdte hebben en het daarbij alleen gaat om louter bestuurlijke en in hoofdzaak technische maatregelen waarvoor geen enkele beleidskeuze vereist is (2).

Bijzondere opmerkingen Aanhef 1. In het eerste lid volstaat het te verwijzen naar artikel 17ter, §§ 5 en 6, van de betrokken wet als rechtsgrond voor het ontwerp en moet de wijzigingswet van 30 maart 2011 alleen met de datum en niet met het volledige opschrift ervan worden aangegeven.2. In het tweede lid moet eveneens melding worden gemaakt van het advies dat de Inspecteur van Financiën op 6 juli 2009 gegeven heeft. Er wordt voor het overige verwezen naar opmerking 1 die geformuleerd is met betrekking tot de voorafgaande vormvereisten. 3. Wat het derde lid betreft is uit het dossier dat aan de Raad van State is overgelegd gebleken dat de datum van de akkoordbevinding waarvan sprake in dat lid, vervangen moet worden door de meer recente datum van 28 april 2011. 4. In het vierde lid schrijve men "met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;".

Dispositief Artikel 1 1. In de tekst die volgt op het 3e en 4e streepje (lees : onderdeel 3° en 4° ) (3) behoren de veiligheidscontroleovereenkomst en het aanvullend protocol bij die overeenkomst niet gedefinieerd te worden als zijnde respectievelijk de wet van 14 maart 1975 en de wet van 13 november 2002, maar als zijnde de overeenkomst en het aanvullend protocol die bij die wetten zijn goedgekeurd.2. In de tekst die volgt op het 9e streepje (lees : onderdeel 9° ) zijn de woorden "en belast met het toezicht op de naleving van de fysieke beveiligingsregels in een nucleaire installatie of een nucleair vervoerbedrijf' overbodig, aangezien de verwijzing naar de afgevaardigde voor de fysieke beveiliging op zichzelf voldoende is om zijn functie nader te omschrijven. Artikel 2 1. In paragraaf 4, tweede lid, van de Franse versie van het ontwerp, moet het woord "inappropriée" worden weggelaten.2. In dezelfde paragraaf, derde lid, van de Franse versie van het ontwerp, moet het woord "inappropriée" ingevoegd worden tussen het woord "L'utilisation" en het woord "susvisée". Artikel 6 1. In paragraaf 2 van de Franse tekst moet het werkwoord "soit" vervangen worden door het werkwoord "est".Dezelfde opmerking geldt voor paragraaf 3. 2. Met betrekking tot paragraaf 4 moeten de volgende opmerkingen worden geformuleerd : - artikel 52, § 1, van de gecoördineerde wetten op het gebruik ter talen in bestuurszaken is niet van toepassing in casu; - wanneer een te categoriseren nucleair document in een andere taal dan het Nederlands of het Frans werd opgemaakt, heeft het weinig zin om, gelet op het nagestreefde doel, te bepalen dat de taal die gebruikt wordt voor het opstellen van de vermelding van de categorisering en de verwijzing bedoeld in paragraaf 3, juist die is van de auteur van het document, welke noch het Nederlands, noch het Frans is.

De tekst behoort te worden herzien. (1) Zie de artikelen 7 tot 9 van het ontwerp.(2) De afdeling Wetgeving heeft er meermaals aan herinnerd dat het toekennen van reglementaire bevoegdheden aan openbare instellingen of organen ervan, moeilijk in overeenstemming te brengen valt met de algemene principes van het Belgisch publiek recht, aangezien erdoor wordt geraakt aan het beginsel van de eenheid van de verordenende macht en terzake iedere rechtstreekse parlementaire controle ontbreekt.Verordeningen van die aard ontberen daarenboven de waarborgen waarmee de klassieke regelgeving gepaard gaat, zoals die inzake de bekendmaking en de preventieve controle van de afdeling Wetgeving van de Raad van State. Het toekennen van verordenende bevoegdheden aan een openbare instelling of een orgaan ervan valt enkel te billijken indien de aldus toegekende bevoegdheid een beperkte draagwijdte heeft en van een zodanig technische aard is dat ervan mag worden uitgegaan dat de betrokken instelling of het betrokken orgaan, die de desbetreffende reglementering zullen moeten toepassen, het best geplaatst zijn om deze met kennis van zaken en, in voorkomend geval, met de vereiste spoed, nader uit te werken en de aldus gedelegeerde bevoegdheid uit te oefenen. (3) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbevelingen 58 en 59.

De kamer was samengesteld uit : De heer Y. Kreins, kamervoorzitter;

De heer P. Vandernoot en Mevr. M. Baguet, staatsraden;

Mevr. B. Vigneron, griffier.

Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Ronvaux, auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van Mevr. M. Baguet.

De griffier, B. Vigneron.

De voorzitter, Y. Kreins

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^