Huishoudelijk Règlement van 23 september 2013
gepubliceerd op 06 december 2013
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Huishoudelijk reglement van het Directiecomité

bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
numac
2013014703
pub.
06/12/2013
prom.
23/09/2013
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

23 SEPTEMBER 2013. - Huishoudelijk reglement van het Directiecomité


HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.De samenstelling van het Directiecomité van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, hierna genoemd "het Directiecomité" wordt bepaald door artikel 4 van het koninklijk besluit van 7 november 2000 houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan elke federale openbare dienst.

Art. 2.De Voorzitter van het Directiecomité staat in voor de goede werking, opent, leidt en besluit de besprekingen.

In geval de Voorzitter verhinderd is, duidt hij het lid van het Directiecomité aan dat hem vervangt. Bij ontstentenis van dergelijke aanwijzing wordt het voorzitterschap waargenomen door het lid dat het langst in het Directiecomité zetelt.

Art. 3.De Voorzitter duidt een secretaris en eventueel een adjunct-secretaris aan, die belast worden met de voorbereiding van de vergaderingen, het akte nemen van de beslissingen of beraadslagingen van het Directiecomité en het opstellen van de notulen.

Art. 4.De agenda's, documenten en verslagen van de vergaderingen worden elektronisch bewaard en op dezelfde wijze door de secretaris of de adjunct-secretaris ter beschikking gesteld aan de leden van het Directiecomité.

Art. 5.Het Directiecomité vergadert op uitnodiging van de Voorzitter.

Semestrieel wordt een planning van de vergaderingen opgesteld.

Daarnaast kan de Voorzitter het Directiecomité uitnodigen voor bijkomende vergaderingen op eigen initiatief of op vraag van een of meerdere van de leden.

Art. 6.De agenda en de documenten betreffende de te bespreken punten zijn ten minste drie kalenderdagen voor de vergadering beschikbaar voor de leden van het Directiecomité. Bij dringendheid kan een document tijdens de zitting worden uitgedeeld.

Het Directiecomité kan zich laten bijstaan door personen die omwille van hun bijzondere bevoegdheden of expertise, hem nuttig kunnen inlichten over een punt van de agenda.

Art. 7.De Voorzitter keurt de agenda goed. Het lid dat, na het ontvangen van de agenda, een punt aan de agenda wenst toe te voegen, deelt dit voor de vergadering mee aan de Voorzitter.

Tijdens de vergadering kunnen enkel bij eenparigheid van de aanwezige leden, nieuwe punten aan de agenda worden toegevoegd; deze punten mogen echter niet worden toegevoegd als ze specifiek betrekking hebben op de diensten die ressorteren onder een lid dat verhinderd is. Op gemotiveerde aanvraag van een lid kan de Voorzitter beslissen het onderzoek van één of meerdere punten te verdagen.

Art. 8.Het Directiecomité kan slechts geldig beraadslagen indien de meerderheid van de leden aanwezig is. Indien dat quorum niet bereikt wordt, kan het Directiecomité, na een tweede uitnodiging, geldig beraadslagen over dezelfde agenda ongeacht het aantal aanwezige leden.

Art. 9.De leden dienen principieel aanwezig te zijn op de vergaderingen. Elk lid van het Directiecomité dat verhinderd is de vergadering geheel of slechts gedeeltelijk bij te wonen, kan zich zo nodig laten vervangen. De persoon die het afwezige lid van het Directiecomité vervangt, moet hiertoe een duidelijk en op naam gesteld beslissingsmandaat krijgen. Dit mandaat kan niet gegeven worden voor de behandeling van personeelsaangelegenheden, zoals de bevorderingen, de tuchtprocedures, het reglement arbeidstijden, de toepassing van het syndicaal statuut, enz. waarover vervangers zich niet kunnen uitspreken.

Vervangingen worden voor de vergadering aangekondigd bij de secretaris van het Directiecomité en de Voorzitter.

Art. 10.De beslissingen worden bij consensus genomen of, bij ontstentenis hiervan, bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Voor de berekening van de stemmen worden de onthoudingen niet in aanmerking genomen. In geval van staking van stemmen is de stem van de Voorzitter of van het lid van het Directiecomité dat de Voorzitter bij verhindering vervangt overeenkomstig artikel 2, tweede lid van dit reglement, doorslaggevend.

De beslissingen over de individuele personeelsaangelegenheden worden genomen bij geheime stemming. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen.

Alle leden zijn ertoe gehouden de beslissingen en afspraken binnen het Directiecomité, collegiaal en loyaal uit te voeren en te verdedigen.

Art. 11.Het ontwerp van notulen wordt ter goedkeuring aan de leden voorgelegd, hetzij tijdens de vergadering, hetzij tijdens een volgende vergadering.

Onverminderd de toepassing van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en, in het kader van de bevorderingen in niveau A, van artikel 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, zijn de beraadslagingen, de notulen en de aan het directiecomité voorgelegde documenten vertrouwelijk, tenzij anders wordt beslist door het Directiecomité. Alle personen die er bij het uitoefenen van hun functie kennis van krijgen, zijn tot geheimhouding verplicht.

Art. 12.Bij tuchtprocedures en bevorderingsprocedures worden de notulen opgesteld in de taal van de betrokken personeelsleden. Bij de rangschikking van kandidaten van een verschillende taalrol worden de notulen in het Nederlands en in het Frans opgesteld.

Art. 13.De documenten die aan de beraadslagingen van het Directiecomité worden voorgelegd zijn opgesteld in de taal van hun auteur. Elk document dat ter beslissing aan het Directiecomité wordt voorgelegd bevat zowel een voorstel van beslissing als een ontwerptekst voor communicatie aan het personeel.

Art. 14.Met betrekking tot iedere vergadering wordt een communicatie aan het personeel opgesteld over de beslissingen. De communicatie wordt goedgekeurd tijdens de zitting of tijdens een volgende vergadering. HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen in disciplinaire aangelegenheden

Art. 15.Het Directiecomité neemt in zitting kennis van ieder voorlopig tuchtvoorstel toegezonden door de bevoegde hiërarchische meerdere; vanaf die datum is de tuchtzaak bij het Directiecomité aanhangig.

Art. 16.Het Directiecomité houdt geldig zitting in disciplinaire aangelegenheden als tenminste drie leden, waaronder de Voorzitter of zijn plaatsvervanger, aanwezig zijn. Onder deze drie leden dient minimaal één lid van dezelfde taalrol te zijn als de ambtenaar op wie het voorlopig tuchtvoorstel betrekking heeft.

Ingeval één of meer leden tijdens de periode gedurende dewelke een ingeleide zaak in behandeling is om een dwingende reden verhinderd zijn, kunnen deze leden vervangen worden door andere leden.

Art. 17.Het Directiecomité kan bij de behandeling van een zaak nadere gegevens inwinnen. Het kan eveneens personen horen die niet in de tuchtprocedure tussenbeide kwamen.

Art. 18.Elke individuele beslissing in tuchtzaken genomen ten opzichte van een ambtenaar geschiedt bij een geheime stemming en bij gewone meerderheid van stemmen. Onthoudingen worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de stemmen.

Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. In dit geval wordt een ander voorstel ter stemming voorgelegd.

Art. 19.Kan niet zetelen in, noch deelnemen aan de beraadslaging van het Directiecomité in tuchtzaken: 1° het lid tegen wie de tuchtvordering is ingesteld;2° het lid dat heeft deelgenomen aan de instelling van de tuchtvordering of dat in enige hoedanigheid aan de tuchtprocedure heeft deelgenomen, voorafgaand aan het onderzoek door het Directiecomité. Ingeval dit de Voorzitter is, vinden de zitting en de beraadslaging plaats onder het voorzitterschap van een plaatsvervanger die wordt aangeduid overeenkomstig artikel 2 van dit reglement.

Art. 20.Het definitief tuchtvoorstel wordt opgesteld in de taal van de ambtenaar op wie het voorstel betrekking heeft. Hij of zij ontvangt een afschrift van het definitief tuchtvoorstel, overeenkomstig artikel 79, § 3, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel. HOOFDSTUK III. - Bijzondere bepalingen in het kader van de bevorderingsprocedures

Art. 21.Iedere medewerker die kandideert voor een bevorderingsprocedure van niveau A3, A4 of A5 wordt door het Directiecomité uitgenodigd voor een interview waarop gepeild wordt naar zijn motivatie en waarbij de kandidaat zijn ervaring en competenties persoonlijk kan toelichten. Op basis van de elementen uit dit interview, van de verstrekte informatie uit het curriculum vitae en de kandidatuur en tevens van de interne kennis van het Directiecomité, gaat het Directiecomité daarna over tot het opstellen van een rangschikking van de kandidaten. Conform artikel 12 van dit reglement ontvangen de kandidaten een afschrift in hun eigen taalrol van de rangschikking van de kandidaten en van de beslissing van het Directiecomité.

Art. 22.Het huishoudelijk reglement van 29 juli 2008, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 20 augustus 2008 en zoals aangevuld op 19 oktober 2009 (BS 14 januari 2010) wordt opgeheven.

Het huishoudelijk reglement treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Goedgekeurd door het Directiecomité tijdens zijn zitting van 23 september 2013.

De Voorzitter L. LEDOUX

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^