Etaamb.openjustice.be
Internationale Overeenkomst van 09 januari 1989
gepubliceerd op 10 maart 2005

Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Zwitserse Confederatie inzake de betrekkingen op het gebied van de film

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2005200607
pub.
10/03/2005
prom.
09/01/1989
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP


9 JANUARI 1989. - Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Zwitserse Confederatie inzake de betrekkingen op het gebied van de film


De Regering van het Koninkrijk België en de Bondsraad van de Zwiterse Confederatie, Overwegend dat het wenselijk is een kader te scheppen voor hun betrekkingen op filmgebied, met name inzake coprodukties, Zich ervan bewust dat kwaliteitsprodukties aan de ontwikkeling van de filmindustrie en filmcultuur van beide landen alsmede aan een toename van hun economisch en cultureel verkeer kunnen bijdragen, Ervan overtuigd dat deze economische en culturele samenwerking de betrekkingen tussen beide landen nauwer kan aanhalen, Zijn overeengekomen als volgt : I. - COPRODUKTIES Artikel I Binnen de perken van hun respectieve wetgevingen passen de Overeenkomstsluitende Partijen op films die door de coproducenten van beide landen in coproduktie worden vervaardigd, de bepalingen van deze Overeenkomst toe.

Artikel II 1. Films die in het kader van deze Overeenkomst in coproduktie zijn vervaardigd, worden door de autoriteiten van beide landen beschouwd als nationale films.2. Zij genieten rechtens de voordelen die worden toegekend op grond van de bepalingen die elk van beide landen van kracht zijn of aldaar mochten worden uitgevaardigd.3. Voor de aanvang van de opnamen dient bij de bevoegde autoriteiten een intentieverklaring te worden nedergelegd.Voor het einde van de opnamen dienen coproduktiefilms waarop de onderhavige bepalingen van toepassing zijn, als zodanig door de bedoelde autoriteiten te worden aangemerkt.

De bevoegde autoriteiten zijn : Voor Zwitserland :Département Fédéral de l'Intérieur Office Fédéral de la Culture Section Cinéma Voor België : Ministerie van Economische Zaken Dienst Film. 4. De erkenning geschiedt onder voorbehoud dat het coproduktieplan wordt uitgevoerd. Artikel III Om aangemerkt te worden als coproduktiefilm moeten de films worden vervaardigd door producenten die beschikken over een goede technische en financiële organisatie en over de vereiste vakkennis.

Artikel IV De producenten en regisseurs van de coproductiefilms, alsmede de technici, acteurs en ander produktiepersoneel, die aan de vervaardiging van de coproduktiefilms meewerken, moeten de Belgische of Zwitserse nationaliteit bezitten, dan wel de status van ingezetene in België of de status van vreemdeling met een vestigingsvergunning in Zwitserland.

Medewerking van andere technici of acteurs dan degenen bedoeld in de eerste paragraaf kan, wanneer dit voor de coproduktie vereist is, worden toegestaan na overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten van beide landen.

Artikel V De omvang van de respectieve inbreng van de coproducenten van beide landen kan variëren van twintig (20) tot tachtig (80) procent per coproduktiefilm.

De eigenlijke opnamen alsmede de vervaardiging van de tekenfilmfragmenten en de registratie van de stemmen dienen in België en Zwitserland te gebeuren, waarbij naar een algemeen evenwicht in de verdeling van de werkzaamheden dient te worden gestreefd. Wanneer het scenario of de handeling dat vereist en wanneer Belgische en Zwitserse technici aan de opnamen meewerken, mogen binnen- of buitenopnamen worden gemaakt in natuurlijke decors in een land dat niet aan de coproduktiefilm deelneemt.

Het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng dient in principe een tastbare technische en artistieke deelname te omvatten.

Het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng inzake technici en acteurs dient in principe in verhouding te zijn tot zijn investering.

De autoriteiten van beide landen moedigen de uitwisseling van stagiairs aan.

Artikel VI De bevoegde autoriteiten van beide landen overwegen welwillend de verwezenlijking van coproduktiefilms door Belgische en Zwitserse producenten en producenten uit landen die met België en Zwitserland een coproduktieovereenkomst hebben gesloten.

Het aandeel van de coproducent met de kleinste inbreng in zodanige coproduktiefilms mag niet lager zijn dan 15 % per coproduktiefilm, wanneer de totale gezamenlijke inbreng van België en Zwitserland 30 % bedraagt.

Het aandeel van de coproducenten met de kleinste inbreng dient noodzakerlijkerwijze een tastbare technische en artistieke deelname te omvatten.

Artikel VII Elke coproducent is, in ieder geval, medeëigenaar van het originele beeld- en geluidnegatief, waar dit negatief ook is gedeponeerd. Elke coproducent heeft, in ieder geval, het recht te beschikken over een tussennegatief in zijn eigen versie. Indien een van de coproducenten van dit recht afziet, zal het negatief op een door beide coproducenten overeengekomen plaats worden gedeponeerd.

Artikel VIII De originele geluidsband van elke coproduktiefilm is in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Italiaans of uitzonderlijk in nog een andere taal. Er mag gelijktijdig in diverse van deze talen worden gedraaid. In de coproduktiefilm mogen dialogen in andere talen worden gevoerd, wanneer het scenario dit vereist.

Voor de nasynchronisatie en de ondertiteling kan in België of Zwitserland worden gezorgd, indien technisch mogelijk.

Artikel IX Binnen de perken van hun wetten en voorschriften vergemakkelijken België en Zwitserland de binnenkomst van en het verblijf op hun grondgebied van het technische en artistieke personeel van de producenten van het andere land. Zij staan ook de tijdelijke invoer en de wederuitvoer toe van het materiaal dat nodig is voor in het kader van de Overeenkomst gemaakte coproduktiefilms.

Artikel X De verdeling van de opbrengsten geschiedt naar rato van de totale inbreng van elk der coproducenten.

Deze verdeling kan worden opgesplitst of geografisch geschieden dan wel via een combinatie van beide verdeelsleutels, waarbij rekening wordt gehouden met de kwantitatieve verschillen tussen de afzetmarkten van de ondertekenende landen.

Artikel XI De goedkeuring van een coproduktieprojekt door de bevoegde autoriteiten van beide landen houdt voor geen van hen de verplichting in tot het verlenen van het exploitatievisum voor de aldus gerealiseerde coproduktiefilm.

Artikel XII Wanneer een coproduktiefilm wordt uitgevoerd naar een land waar de invoer van films en beeldbanden aan invoerbeperkingen is onderworpen : a) wordt deze coproduktiefilm in principe in mindering gebracht van het contingent van het land met de meerderheidsparticipatie;b) wordt, bij gelijke inbreng van de coproducenten, deze coproduktiefilm in mindering gebracht van het contingent van het land dat de beste exportmogelijkheden heeft;c) wordt, desnoods, deze coproduktiefilm in mindering gebracht van het contingent van het land waarvan de regisseur een onderdaan is. Artikel XIII Een coproduktiefilm moet worden voorgesteld met de vermelding "Belgisch-Zwitserse coproduktie" of "Zwitsers-Belgische coproduktie".

Deze vermelding dient voor te komen in de titelrol, de reclame en het promotiemateriaal en bij de voorstelling van de coproduktiefilm.

Artikel XIV Tenzij de coproducenten een andere beslissing nemen, wordt een coproduktiefilm op internationale festivals voorgesteld door het land van de coproducent met de grootste inbreng of, in geval van gelijke inbreng van de coproducenten, door het land waarvan de regisseur een onderdaan is.

Artikel XV De bevoegde autoriteiten van beide landen bepalen samen de regels voor de coproduktie, rekening houdend met de in België en Zwitserland geldende wetten en voorschriften. Deze regels worden aan de onderhavige Overeenkomst gehecht en maken er een integrerend deel van uit.

II.- UITWISSELING VAN FILMS Artikel XVI De invoer, de distributie en de exploitatie in België van Zwitserse films en audiovisuele produkties, en van Belgische films en audiovisuele produkties in Zwitserland, zijn aan geen enkele beperking onderworpen, onder voorbehoud van de in beide landen van kracht zijnde wetten en voorschriften.

De bevoegde autoriteiten kunnen maatregelen in verband met de verspreiding alsmede bijzondere maatregelen ter bevordering van de produktie overwegen.

III. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel XVII Zolang deze Overeenkomst loopt, dient een algemeen evenwicht nagestreefd te worden op het gebied van de financiële inbreng van elk land alsmede met betrekking tot het artistiek en technisch personeel, de acteurs en de technische middelen (studio en laboratoria).

De bevoegde autoriteiten van beide landen onderzoeken de toepassingsvoorwaarden van deze Overeenkomst ten einde eventuele moeilijkheden bij de tenuitvoerlegging ervan op te lossen. Zo nodig doen zij aanbevelingen voor wijzigingen die wenselijk zijn ten einde de samenwerking bij het vervaardigen van films en beeldbanden in het wederzijds belang van beide landen te ontwikkelen.

Er wordt een gemengde Commissie opgericht, belast met het toezicht op de toepassing van deze Overeenkomst. Zij komt in principe om de twee jaar beurtelings in elk land bijeen.

Zij kan echter ook worden bijeengeroepen op verzoek van een der bevoegde autoriteiten, onder meer wanneer de wetten of voorschriften betreffende de filmproduktie in een van beide landen belangrijke wijzigingen ondergaan of wanneer de Overeenkomstsluitende Partijen bij de toepassing van deze Overeenkomst op ernstige moeilijkheden stuiten.

Artikel XVIII 1) Deze Overeenkomst is voorlopig van toepassing vanaf de dag van de ondertekening;2) De Regering van de ene Overeenkomstsluitende Staat stelt de Regering van de andere Overeenkomstsluitende Staat ervan in kennis wanneer is voldaan aan de constitutionele procedures die, wat haar betreft, vereist zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Deze treedt in werking dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving; 3) Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkintreding, en wordt telkens voor eenzelfde periode stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging door één van de Overeenkomstsluitende Partijen drie maanden voor de datum waarop zij afloopt. Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe naar behoren gevolmachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Gedaan te Bern, op 9 januari 1989, in tweevoud, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk rechtsgeldig.

Voor de Regering van het Koninkrijk België, M. C. LEMMENS Voor de Bondsraad van de Zwitserse Confederatie, A. DEFAGO

^