Koninklijk Besluit van 01 maart 2000
gepubliceerd op 23 maart 2000
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot bepaling van het bedrag van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 71, 1° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de wer

bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
numac
2000012156
pub.
23/03/2000
prom.
01/03/2000
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

1 MAART 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot bepaling van het bedrag van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 71, 1° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, en tot bepaling van de modaliteiten van de besteding van deze opbrengst aan het Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de RSZ (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, inzonderheid op artikel 71, 1°;

Gelet op het koninklijk besluit van 5 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector;

Gelet op het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot bepaling van het bedrag van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 71, 1° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, en tot bepaling van de modaliteiten van de besteding van deze opbrengst aan het Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de RSZ;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 december 1999;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 21 december 1999;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 1989 en van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het dwingend is dat de werkgevers van de non-profitsector vanaf 1 januari 2000 de maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid kunnen blijven genieten, maatregelen die beogen de in dat kader in het leven geroepen banen te behouden en te dien einde de noodzakelijke middelen zonder discontinuïteit toegewezen dienen te worden aan de sectorale fondsen;

Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, van Onze Minister van Volksgezondheid en van Onze Minister van Sociale Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het artikel 2 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot bepaling van het bedrag van de opbrengst van de forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 71, 1° van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, en tot bepaling van de modaliteiten van de besteding van deze opbrengst aan het Fonds voor de ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de RSZ, wordt gewijzigd als volgt : « Voor het eerste semester 2000, stort de Rijksdienst voor sociale zekerheid ten titel van voorschot, aan het Fonds voor de Ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen van de publieke sector aangesloten bij de Rijksdienst voor sociale Zekerheid het volgende bedrag : 153 986 500 frank.

Het bedrag bedoeld in het voorgaande lid kan herzien worden rekening houdend met de bepalingen van artikel 1. »

Art. 2.Het artikel 4, eerste lid wordt gewijzigd als volgt : « Voor de periode die aanvangt op 1 januari 2000 en die eindigt op het moment van inrichting van het beheerscomité, stort de Rijksdienst voor sociale zekerheid de maandelijkse voorschotten aan de volgende instellingen : Akademisch Ziekenhuis te Gent : 11 904 702 frank;

C.H.U. Sart-Tilman te Luik : 8 500 075 frank;

Hôpital psychiatrique Le Chêne aux Haies te Bergen : 1 103 138 frank;

Openbaar psychiatrisch centrum te Rekem : 1 218 048 frank;

Hôpital psychiatrique Les Marronniers te Doornik : 1 743 353 frank;

Openbaar psychiatrisch ziekenhuis te Geel :1 195 066 frank.

Art. 3.Het tweede lid van artikel 4 wordt geschrapt.

Art. 4.In artikel 4, derde lid worden de woorden « en het tweede lid » worden geschrapt.

Art. 5.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.

Art. 6.Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 1 maart 2000.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Volksgezondheid, Mevr. M. AELVOET De Minister van Sociale Zaken, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad Wet van 26 maart 1999, Belgisch Staatsblad van 1 april 1999. Koninklijk besluit van 5 februari 1997, Belgisch Staatsblad van 27 februari 1997.

Koninklijk besluit van 3 mei 1999, Belgisch Staatsblad van 9 juni 1999.

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^