Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit
gepubliceerd op 07 september 2006

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006201395
pub.
07/09/2006
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

1 MEI 2006. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2005, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid, betreffende de permanente vorming.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 mei 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 oktober 2005 Permanente vorming (Overeenkomst geregistreerd op 18 november 2005 onder het nummer 77035/CO/220) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de voedingsnijverheid. § 2. Met "bedienden" worden de mannelijke en de vrouwelijke bedienden bedoeld. HOOFDSTUK II. - Permanente vorming

Art. 2.De werkgever is eraan gehouden een volume professionele vorming te organiseren voor de bedienden, overeenstemmend op jaarbasis met 0,70 pct. van het totaal volume van de gepresteerde arbeidstijd van alle bedienden van de onderneming.

Art. 3.De werkgever dient de informatie over de toepassing van deze maatregel te organiseren zoals artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 12 september 1972, gesloten in de Nationale Arbeidsraad tot coördinatie van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden en de reglementering betreffende de sociale balans het, voorschrijf.

Paritair commentaar : De werkgever zal op het einde van elk jaar moeten kunnen bewijzen dat hij een aantal uren vorming georganiseerd heeft ten belope van 0,70 pct. van het totaal van de gepresteerde arbeidsuren van alle bedienden samen.

De sociale partners raden aan deze berekeningen te laten overeenstemmen met deze van de sociale balans.

Het totaal volume arbeidstijd komt overeen met het aantal gepresteerde uren opgegeven in de sociale balans onder de rubriek 101. Het aantal opleidingsuren staat onder de rubrieken 5802 en 5812.

Voor het begrip professionele vorming verwijzen we eveneens naar de definitie in de sociale balans. Maar ook elke professionele vorming, intern of extern, in seminarievorm, "on the job" of gebruik makend van nieuwe didactische technieken, komt in aanmerking.

De tijd besteed aan professionele vorming dient beschouwd te worden als arbeidstijd vermits de bediende ter beschikking van de werkgever staat. HOOFDSTUK III. - Vorming

Art. 4.Gedurende de jaren 2006-2007 zal het IPV 0,20 pct. van de brutolonen van de sector aanwenden voor de vorming van werkenden, werkzoekenden en industriële leerlingen. Drie vierden hiervan, dus 0,15 pct. van de brutolonen, zal door de sector besteed worden aan de vorming van werkenden en werkzoekenden uit de risicogroepen. HOOFDSTUK IV. - Definitie van de risicogroepen

Art. 5.Worden als risicogroepen beschouwd : - de werklozen in het algemeen en werklozen jonger dan 30 jaar in het bijzonder; - de laaggeschoolde werknemers; - de werknemers ouder dan 50 jaar; - de werknemers bedreigd door een herstructurering, een collectief ontslag of een sluiting van onderneming; - de ontslagen werknemers; - de gehandicapten; - de allochtonen; - de industriële leerlingen. HOOFDSTUK V. - Berekening van de theoretische verplichting tot het aanwerven van jongeren met een startbaanovereenkomst voor de sector

Art. 6.Volgens de recentste statistische gegevens van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven stelden de ondernemingen van de sector met 50 of meer werknemers, op 30 juni 2003 samen 51321 werknemers tewerk.

Op basis van deze gegevens is de sector theoretisch verplicht om voor 1 539 personen startbaanovereenkomsten te sluiten. HOOFDSTUK VI. - Inspanningen ten voordele van de risicogroepen

Art. 7.Volgende inspanningen zullen worden gedaan tijdens de jaren 2006-2007 : - het aantal industriële leerlingen gespreid over twee jaar zal minstens 200 bedragen; - het aantal werkzoekenden en werkenden uit de risicogroepen dat een IPV-vorming geniet zal jaarlijks minstens 3 000 bedragen; - de vorming van werkzoekenden onder de risicogroepen zal zodanig georganiseerd worden dat de kansen op tewerkstelling in de sector reëel zijn. HOOFDSTUK VII. - Geldigheidsduur

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2006 en geldt voor onbepaalde tijd.

De collectieve arbeidsovereenkomst kan opgezegd worden door één van de partijen, met een opzegging van drie maanden betekend bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid en aan de erin vertegenwoordigde organisaties.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 mei 2006.

De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^