Koninklijk Besluit van 01 september 2004
gepubliceerd op 20 oktober 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004202611
pub.
20/10/2004
prom.
01/09/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

1 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf, betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 september 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003 Arbeids- en loonvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 27 juli 2004 onder het nummer 72104/CO/326) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf evenals op de gebaremiseerde werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk, in dienst getreden op 1 januari 2002 of een later datum.

Onder "gebaremiseerde werknemer" wordt verstaan : de werknemer op wie het in deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen kwalificatie- en barema bezoldigingsysteem van toepassing is.

De werknemers waarop de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 december 2003 betreffende de waarborg van de rechten van de werknemers van de bedrijfstak elektriciteit en gas, van toepassing is, zijn uitgesloten van de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK II. - Inwerkingtreding en duur van de overeenkomst

Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten voor een onbepaalde duur en heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Opzegging § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen geheel of gedeeltelijk opgezegd worden met een vooropzeg van 3 maanden betekend bij aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het paritair comité en aan de andere partijen.

De aangetekende brief vermeldt de punten van de collectieve arbeidsovereenkomst waarop de opzegging betrekking heeft en de redenen ervan.

De opzeggingsduur gaat in op de eerste dag van de maand volgend op deze gedurende dewelke de opzegging werd betekend. HOOFDSTUK III. - Tewerkstelling in de ondernemingen behorende tot het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf

Art. 3.§ 1. De werknemers worden aangeworven met een arbeidsovereenkomst als bedienden voor onbepaalde duur, bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk. § 2. De werknemers kunnen zowel op voltijdse als op deeltijdse basis worden aangeworven. De toegekende wettelijke en buitenwettelijke voordelen zijn pro rata temporis de duur van hun tewerkstelling verkregen, tenzij dit uitdrukkelijk anders bepaald wordt. HOOFDSTUK IV. - Bezoldiging Maandloon

Art. 4.§ 1. Het maandloon wordt bepaald op basis van de in bijlage 1 gevoegde weddenschaal en is in euro uitgedrukt; (indexcoëfficiënt = 1 - basis gezondheidsindex 1996).

De loonschalen hebben een minimumloon, "norm" en een maximumloon "norm+".

Het maandloon van de werknemer wordt bepaald door : - de kwalificatie van de functie gebaseerd op de inhoud van de functie en de vereiste competenties nodig voor uitvoering van de functie. Deze kwalificatie bepaalt de indeling in één van de loonschijven. - de "baremische" anciënniteit in de onderneming. Op basis van vroeger verworven ervaring in andere ondernemingen kan deze anciënniteit worden opgetrokken bij aanwerving of na de proefperiode; De toekenning van de jaarlijkse anciënniteitsverhoging is ambtshalve verworven volgens de "norm". - de uitoefening van zijn functie. Bij normale uitoefening van de functie wordt in het barema het minimumloon "norm" vastgesteld in functie van de anciënniteit.

Het barema bij de uitoefening van de functie volgens de "norm" en de individuele loonevolutie bij "norm+" uitoefening van de functie bevinden zich in de hoger genoemde bijlage 1.

Maandelijks uurloon § 2. Het maandelijks uurloon is gelijk aan het maandloon gedeeld door het gemiddelde aantal uren die maandelijks gepresteerd worden, te weten, 165,3 uren. De berekeningsformule is als volgt vastgelegd : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 3. De kwalificatie van de functies geschiedt volgens de regels vastgesteld door de paritair samengestelde "kwalificatiecommissie voor de bedienden van de gas- en elektriciteitsbedrijven", voorzien door het Paritair Comité voor het gas en elektriciteit. Zij is bevoegd voor alle aangelegenheden betreffende de principes en de methode van kwalificatie.

De procedure en de toepassingsmodaliteiten van de kwalificatiemethode uitgewerkt door de "kwalificatiecommissie" en de "nationale jury" zijn van toepassing.

De kwalificatie van de functies gebeurt op basis van de 14 vermelde klassen in de hoger genoemde loonschaal.

Zolang het huidige classificatiesysteem van toepassing blijft, worden de functies gerangschikt in 8 overeenstemmende betalingsschijven, als volgt : - in klasse 1 en 2 worden betaald in de schijf A; - in klasse 3 en 4 worden betaald in de schijf B; - in klasse 5 en 6 worden betaald in de schijf C; - in klasse 8 worden betaald in de schijf E; - in klasse 9 worden betaald in de schijf F; - in klasse 10 worden betaald in de schijf G; - in klasse 11 tot 14 worden betaald in de schijf H. Indien in het paritair comité zou beslist worden tot invoering van een nieuw classificatiesysteem, dan worden de functies : - gerangschikt met een gespecialiseerd organisme, volgens de conventioneel vastgelegde modaliteiten; - uitbetaald in de overeenstemmende weddenschaal A tot H en de vastgelegde vork voor iedere klasse.

Indexering van de lonen § 4. De lonen vastgesteld in de weddenschaal worden gekoppeld aan de schommelingen van het viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex, dat op het einde van elke maand in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en stemt overeen met het peil 108,97 van de viermaandelijkse gezondheidsindex (basis 1996 = 100) van september 2001.

De lonen worden aangepast bij stijging - en in geval van daling met vrijwaring van één maand - op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarop het indexcijfer der consumptieprijzen betrekking heeft, door toepassing van een vermenigvuldigingscoëfficiënt voor indexering, die overeenstemt met het door dit indexcijfer bereikte peil.

Betaling § 5. De laatste werkdag van de lopende maand van prestatie, of de voorafgaande werkdag indien de laatste werkdag op een zondag of op een feestdag valt, wordt het normale maandloon en eventuele meerprestaties van de betrokken werknemer uitbetaald. De rechtzetting op basis van laattijdig ingevoerde elementen geschiedt op de laatste werkdag van de volgende maand.

Aanstelling in een functie van lagere kwalificatie § 6. Een werknemer die aangesteld wordt in een lager gekwalificeerde functie, behoudt het loon van de hogere functie, indien de aanstelling in de lager gekwalificeerde functie het gevolg is van : 1° een fusie van ondernemingen;2° een administratieve reorganisatie, beslist door de onderneming;3° een vermindering van de bekwaamheid als werknemer ten gevolge van een arbeidsongeval of van een beroepsziekte voorkomend op de wettelijke lijst of erkend door het Fonds voor beroepsziekten. Tijdelijke vervanging van een werknemer behorende tot een hogere salarisschijf § 7. Onder "tijdelijke vervanging" verstaat men : uitsluitend de volledige en werkelijke vervanging van een werknemer, behorende tot een hogere weddenschijf, die tijdelijk verhinderd is zijn functie uit te oefenen.

De vervanger moet uitdrukkelijk en nominatief aangewezen zijn door een hiërarchisch meerdere.

Om ter gelegenheid van een tijdelijke vervanging aanspraak te kunnen maken op het aanvullend loon bepaald hieronder, moet de vervanger bij wijze van proef tijdelijke vervangingen vervuld hebben gedurende een totaal van ten minste dertig werkdagen, gespreid over een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren.

De vervangingen tijdens vakantieperioden komen niet in aanmerking voor de berekening van de dertig dagen.

Het aanvullend loon voor tijdelijke vervanging wordt verkregen per volledige vervangingsdag.

Dit aanvullend loon is het verschil, op dagelijkse basis, tussen het werkelijke loon van de vervanger en het loon in de hogere weddenschijf overeenkomstig de anciënniteit van de vervanger aan de "norm".

Indien de tijdelijke vervanging een ononderbroken periode van 1 jaar bereikt wordt op dat ogenblik een beslissing genomen. HOOFDSTUK V. - Arbeidsduur, arbeidsregimes, uurroosters Arbeidsduur

Art. 5.§ 1. 1. Iedere werknemer moet 1 656,8 uren per jaar effectief presteren gespreid over 218 dagen.

De gelijkgestelde perioden voorzien in hoofdstuk 3 van de arbeidswet van 16 maart 1971 (Belgisch Staatsblad van 30 maart 1971) evenals de gronden van schorsing voorzien in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1978) zijn in deze 1 656,8 uren inbegrepen.

De wettelijke verlofdagen, 20 dagen, en de bijkomende vakantiedagen in toepassing van artikel 8, § 1, van deze collectieve arbeidsovereenkomst, 13 dagen, zijn hiervan uitgesloten.

Gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis 2. Iedere werknemer presteert gemiddeld 35,83 uren per week rekening houdend met de toekenning van 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting. Werkelijk te presteren wekelijkse arbeidsduur 3. Iedere werknemer presteert 38 uren per week. Werkelijk te presteren dagelijkse arbeidsduur 4. Iedere werknemer presteert 4 dagen van 7,75 uren van maandag tot donderdag en 1 dag van 7 uren op vrijdag of eventueel zaterdag indien deze dag beschouwd wordt als een gewone werkdag is. In de glijdende of alternatieve uurroosters wordt de werkelijk te presteren dagelijkse arbeidsduur aangepast.

Valorisatie van de dag in gelijkgestelde periodes 5. Voor elke schorsingsdag van de arbeidsovereenkomst, worden 7,6 uren aangerekend. Arbeidsregimes § 2. De werknemers presteren 218 dagen per jaar : de berekening gebeurt als volgt : 365 dagen - 52 zondagen - 52 niet-gepresteerde dagen van de week, in principe de zaterdag - 10 feestdagen - 20 wettelijke vakantiedagen - 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkortingverkorting.

Er bestaan 2 arbeidsregimes : - het regime in discontinudienst : de werknemer presteert 5 dagen per week; - het regime in continudienst : de werknemer presteert in functie van vooropgestelde beurtrollen die zonodig gespreid worden over 7 dagen per week.

Uurroosters Dagelijkse prestatiegrens § 3. 1. De dagelijkse prestatiegrens bevindt zich tussen 6 uur en 20 uur.

Normale uurroosters 2. Elke ondernemingsraad bepaalt in het arbeidsreglement de uurroosters die normaal van toepassing zijn binnen de onderneming, of de respectievelijke technische bedrijfseenheden. Iedere werknemer wordt aangeworven in het raam van een glijdend uurrooster voor zover en zodra een controleerbaar meetsysteem wordt opgesteld. Het basisprincipe van een glijdend uurrooster bestaat in een zekere met de dienstnoodwendigheden verenigbare vrijheid in het bepalen van het uur van aankomst en van vertrek. Het reglement van het glijdend uurrooster wordt in elke ondernemingsraad en bij ontstentenis met de syndicale afvaardiging uitgewerkt.

Andere uurroosters Uurroosters bepaald in de ondernemingsraad en bij ontstentenis met de syndicale afvaardiging 3. a.De ondernemingsraden kunnen zelf alternatieve uurroosters bepalen waarbij de volgende absolute maximumgrenzen geëerbiedigd moeten worden : - de wekelijkse arbeidstijd mag 45 uren niet overschrijden; - de dagelijkse arbeidstijd mag 12 uren niet overschrijden.

De werkgever voorkomt in de mate van het mogelijke dat op geen enkel ogenblik in de loop van het jaar de totale duur van de verrichte arbeid het werkelijk te presteren gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren, vermenigvuldigd met het aantal weken of delen van een week die reeds tijdens het jaar zijn verlopen, met meer dan 65 uren overschrijdt.

Overlonen en voorafgaandelijke verwittiging b. In de alternatieve uurroosters worden de eerste acht uren van de dag aan 100 pct.betaald, het negende en tiende uur aan 120 pct. Het elfde en twaalfde uur worden betaald aan 150 pct. Deze coëfficiënten worden niet gecumuleerd met eventuele andere coëfficiënten.

Indien voor bepaalde tijdelijke werken beroep gedaan wordt op deze uurroosters, dienen de betrokken werknemers ten minste zeven kalenderdagen op voorhand hiervan verwittigd te worden.

Zaterdagprestaties § 4. In het raam van deze alternatieve uurroosters levert de werknemer per kalenderjaar maximaal 10 zaterdagprestaties leveren. Het overloon voor deze prestaties bedraagt 50 pct. Deze coëfficiënt wordt niet gecumuleerd met eventuele andere coëfficiënten.

Verschoven uurrooster § 5. Er is sprake van een "verschoven uurrooster" indien geen alternatief uurrooster is toegewezen en wanneer men minimaal 4 uren verschuift ten overstaan van het bestaande uurrooster van de werknemer.

Het overloon verbonden aan de verschuiving bedraagt 10 pct. en heeft betrekking op het geheel van de prestaties.

Meting § 6. Een controleerbaar meetsysteem wordt opgesteld voor het registreren van de prestaties die verricht worden in het raam van alternatieve, verschoven en glijdende uurroosters.

Toe te passen uurrooster § 7. De werknemer mag niet weigeren een uurrooster uit te voeren dat in artikel 5 bepaald is. HOOFDSTUK VI. - Specifieke regelingen Continudienst - dienst in opeenvolgende ploegen Begrippen

Art. 6.§ 1. 1. "Continudienst" is een arbeidsorganisatie die 24 uren op 24 uren en 7 dagen op 7 dagen dekt. "Dienst in opeenvolgende ploegen" is een arbeidsorganisatie die : - de daguren tussen 6 uur en 22 uur dekt. De beurten bedragen 8 uren; - de eventuele nachtprestaties lopen van 22 uur tot 6 uur.

Verhogingscoëfficiënt 2. Een verhogingscoëfficiënt wordt toegepast op het maandloon van de werknemers die in continudienst werken. Voor de vaststelling van deze verhogingscoëfficiënt wordt rekening gehouden met : a. de nachtdienst;b. het werk tijdens de dagdienst tussen 6 uur en 22 uur;c. de zaterdagsdienst;d. de zondagsdienst. Voor de vaststelling van deze coëfficiënt wordt rekening gehouden met het stelsel van de ononderbroken arbeidsregeling.

Voor het zaterdag werk bedraagt het overloon 100 pct.

Voor het zondag werk bedraagt het overloon 100 pct.

Voor de nachtdiensten bedraagt het overloon 25 pct.

Voor de dagdiensten bedraagt het overloon 10 pct.

De forfaitaire verhogingscoëfficiënt bedraagt thans in functie van de werkelijk te presteren wekelijkse arbeidsduur van 38 uur in een : - zes weken ploegenstelsel : 1,31 pct.; - zeven weken ploegenstelsel : 1,26 pct.; - acht weken ploegenstelsel : 1,23 pct.

De berekeningsmethode is opgenomen in bijlage 2 en kan op andere stelsels worden toegepast.

De verhogingscoëfficiënt wordt toegepast op : - het maandloon verbonden aan elke effectieve arbeidsmaand; - het maandloon van de maand tijdens dewelke de werknemer zijn jaarlijkse wettelijke en conventionele bijkomende vakantie neemt; - de 13e maand; - het loon dat als basis genomen wordt voor de berekening van de uitkeringen verleend als gewaarborgd inkomen in geval van een arbeidsongeval of van een ongeval op de weg van of naar het werk, of in geval van beroepsziekte gedurende het 1e jaar.

Deze coëfficiënt wordt toegepast in zoverre de solidariteitsregel gerespecteerd wordt volgens de in bijlage 3 opgenomen beginselen.

Deze coëfficiënt wordt niet toegepast op het loon dat als basis genomen wordt voor de berekening van : - de jubilarispremie; - het aanvullend pensioeninkomen voor ouderdom, ziekte, invaliditeit en overleving; - het gewaarborgd maandloon.

Verhoging van het loon voor werk in opeenvolgende ploegen 3. In geval van dienst in opeenvolgende ploegen gedurende de daguren tussen 6 uur en 22 uur wordt een verhogingscoëfficiënt van 10 pct.op de totale prestatie toegekend.

In geval van dienst in opeenvolgende ploegen gedurende dag- en nachturen worden de specifieke coëfficiënten van 10 pct. en van 25 pct. voor de nachtdienst toegekend.

Verhogingscoëfficient voor nachtarbeid 4. De verhogingscoëfficiënt voor nachtarbeid bedraagt 25 p.ct. Onder "nachtarbeid" : worden de prestaties van 22 uur tot 6 uur of van 23 uur tot 7 uur verstaan. 5. De prestaties in continudienst en integratie in een wachtdienst kunnen slechts na akkoord van de werknemer plaatsvinden. Wacht Soorten wacht : interventiewacht en telewacht Begrippen § 2. 1. De werknemer van wacht heeft een handelings- en bewegingsvrijheid die verenigbaar is met de uitoefening van zijn wacht. Hij kan via alle door de werkgever bepaalde communicatiemiddelen opgeroepen worden.

Er bestaan twee soorten wacht : - Een "interventiewacht ter plaatse" : deze wacht heeft tot doel in gevallen van hoogdringendheid en in een door de werkgever bepaalde maximumtermijn tussen te komen op het net of bij een klant in de sector vastgelegd door de werkgever. - Een "telewacht" : de tussenkomsten van de werknemer worden telefonisch of via computer uitgevoerd.

Verhogingscoëfficiënt Interventiewacht ter plaatse 2. a.De verhogingscoëfficiënt voor interventiewacht wordt toegepast op het maandloon van de werknemers die een wachtdienst waarnemen.

Voor een verzekerde wachtdag tussen maandag en vrijdag is de verhogingscoëfficiënt gelijk aan 1,0158 per wachtdag.

Voor een verzekerde wachtdag op zaterdag, zondag of feestdag is de verhogingscoëfficiënt verdubbeld, wat op 1,0316 neerkomt.

Voor een wachtweek gedurende 7 opeenvolgende dagen is de coëfficiënt gelijk aan 1,1422.

Voor een wachtweek die een feestdag bevat, is de coëfficiënt dan gelijk aan 1,1580.

Telewacht b. De helft van de in artikel 6, § 2, 2, a, bepaalde coëfficiënten voor interventiewachten wordt toegepast. Betalingsmodaliteiten c. De wacht wordt in beginsel gepresteerd volgens een vaste beurtrol en met toepassing van de solidariteitsregel;de betaling gebeurt forfaitair per maand en heeft invloed op de 13e maand en het dubbel vakantiegeld.

Indien de wacht tijdens een week of een dag bij wijze gebeurt buiten de vaste beurtrol en zonder toepassing van de solidariteitsregel, gebeurt de betaling per wacht.

Effectieve wachtprestaties tijdens de wachtdiensten (artikel 26, §§ 1, en 2 van de arbeidswet van 16 maart 1971), inhaalrust, betaling van het loon. 3. Effectieve wachtprestaties op een dag van de week met inbegrip van de niet gepresteerde werkdag : indien effectieve arbeidsuren worden verricht, wordt geen inhaalrust verleend voor deze uren en het hieraan verbonden loon wordt betaald. Effectieve wachtprestaties op een zondag of een feestdag : indien effectieve arbeidsuren op een zondag of op een feestdag worden verricht, worden ze gecompenseerd volgens de hierna vermelde principes met betrekking tot overuren op een zondag.

Overlonen voor effectieve wachtprestaties in het raam van artikel 26, §§ 1 en 2, van de arbeidswet van 16 maart 1971. 4. De overlonen van toepassing zijn deze voorzien in geval van prestatie van overuren zoals bepaald in artikel 6, § 3.5. De werknemer mag niet weigeren een wacht uit te voeren waarvan de beurtrol gelijk of lager is dan 1 week op 4 weken.Uitzonderlijk kan dit tijdelijk 1 week op 3 weken zijn.

Overuren Algemene regels § 3. 1. De ondernemingen verbinden zich ertoe het verrichten van overuren te beperken tot een met de werkelijke eisen van de dienst verenigbaar minimum, behoudens de gevallen van overmacht en tevens rekening houdend met de wettelijke beperkingen terzake.

Definities 2. a.Worden als "overuren" beschouwd : de arbeidsuren volbracht boven de dagelijkse grens vastgesteld in het uurrooster dat van toepassing is op de werknemer op het moment van de prestatie, te weten : - in het raam van een normaal vast uurrooster, zijn de overuren degene die dit uurrooster overschrijden, m.a.w boven de 7,75 uren voor de 4 dagen van de week waarop men 7,75 uren, in principe van maandag tot donderdag, en boven de 7 uren voor de 5e prestatiedag van de week - in het raam van een normaal glijdend uurrooster, zijn de overuren degene die de maximale duur van de dag overschrijden, met andere woorden 9 uren; - in het raam van een alternatief uurrooster, zijn de overuren degene die de voorziene arbeidsduur van het uurrooster van de dag waarop deze prestatie verricht wordt, overschrijden; - de wekelijkse grens van 38 uren; - de gelijkgestelde perioden vermeld in artikel 5, § 1, a. zijn in deze grens inbegrepen; - en, in ieder geval, boven de jaargrens van 1.656,8 uren, zoals vastgesteld in artikel 5, § 1 hierboven. b. Worden "bijkomende uren" genoemd : de uren verricht boven de deeltijdse contractuele wekelijkse arbeidstijd wanneer deze minder bedraagt dan de conventionele arbeidsduur van 38 uren per week en dit tot een maximum van 12 uren per maand. De uren die dit maximum overschrijden worden als overuren aangezien.

Lonen, overlonen en inhaalrust 3. De gepresteerde overuren geven recht op inhaalrust of betaling van het loon wanneer inhaalrust door de wet niet voorzien is. Behoudens andersluidende reglementering zullen overuren gepresteerd in hierna volgende gevallen ter gelegenheid van een voorgekomen of dreigend ongeval of in het kader van dringende arbeid aan eigen machines en installaties in toepassing van artikel 26, §§ 1 en 2 van de arbeidswet van 16 maart 1971, aanleiding geven tot betaling van het loon zonder inhaalrust.

Een gedetailleerde tabel met de overurentypes wordt in bijlage 4 opgenomen.

Modaliteiten van de inhaling 4. De onderstaande inhalingsmodaliteiten zijn van toepassing : a.de bijkomende uren en de overuren worden ingeschreven op de individuele maandelijkse rekening; b. de ondernemingsraad of de syndicale afvaardiging van de onderneming ontvangt maandelijks mededeling van een globale samenvattende staat van de overuren per type (zie eveneens bijlage 4);c. de inhaalrust wordt overeenkomstig artikel 26bis, § 3, 3e lid van de arbeidswet van 16 maart 1971 in volledige dagen opgenomen binnen de door de wet voorziene termijnen (zie bijlage 4) en met akkoord van de hiërarchie;met akkoord van de hiërarchie kan deze ook opgenomen worden in fracties van minimum 2 uren; d. elke volledige inhaalrustdag is gelijk aan 7,6 uren;e. indien de driemaandelijkse rekening, opgemaakt zoals hierboven bepaald is, het recht op een fractioneel aantal inhaalrustdagen aangeeft, wordt de fractie van het ene kwartaal op het andere overgedragen tot dat de som van de fracties gelijk is aan de bovengenoemde deler en aldus recht geeft op een dag inhaalrust;f. de inhaalrustdagen opgelegd door de wet worden bij voorkeur zo spoedig als mogelijk opgenomen op verzoek van de werknemer, naargelang de dienst het toelaat, en in ieder geval binnen de termijn voorgeschreven door de wet;g. voor de gevallen waarvoor de wet geen inhaalrust voorziet, worden de prestaties betaald. Betalingsmodaliteiten 5. De overuren verricht in overschrijding van de dagelijkse, wekelijkse of jaarlijkse arbeidstijd van de werknemer, worden samengeteld;de arbeid verricht gedurende de dag waarop normaal niet wordt gewerkt, wordt aan het totaal toegevoegd.

Overeenkomstig met de wet worden : - al de uren van het aldus bekomen totaal betaald tegen een overloon van 50 pct.; - de overuren verricht op een zondag, een wettelijke feestdag of zijn vervangingsdag tegen het overloon van 100 pct.

In uitzondering op de wettelijke bepalingen, worden de overuren verricht op een zaterdag tegen het overloon van 100 pct. betaald op voorwaarde dat op deze dag geen prestaties vooraf gepland waren in het raam van een alternatief uurrooster.

Voor de uren waarvoor inhaalrust bestaat, wordt de toeslag voor het overloon met de prestaties van de maand betaald. Voor de andere, waarbij geen inhaalrust bestaat wordt zowel het normale loon als het overloon met de prestaties van de maand betaald.

Voor de overuren, gepresteerd in het raam van een buitengewone vermeerdering van werk en tussenkomst ingeval van een voorgekomen of dreigend ongeval voor rekening van derden waarvoor de inhaalrust niet genomen is binnen de door de wet voorziene 6 maanden, wordt het normale loon betaald met de prestaties van de maand die volgt op die periode van 6 maanden.

Overurenkrediet 6. Er is een overurenkrediet van 65 uren voorzien in toepassing van artikel 26bis, § 2bis van de arbeidswet van 16 maart 1971.Dit overurenkrediet van 65 uren is overdraagbaar naar het volgend kalenderjaar.

Onvoorziene terugroeping naar het werk § 4. Onder "onvoorziene terugroeping naar het werk" verstaat men : de terugroeping van een werknemer die na volbrachte dagtaak naar huis is teruggekeerd of op een dag waarop hij niet werkt, wat de reden van deze inactiviteit ook moge zijn, en van deze eventuele terugroeping in de loop van de dag of voordien niet werd ingelicht. Het betreft hier werknemers die geen wachtdienst vervullen op het ogenblik van de terugroeping.

De verrichte arbeid wordt bezoldigd voor zijn werkelijke duur, overeenkomstig de bepalingen betreffende de overuren.

Bovendien wordt ter compensatie van de hinder die de werknemer ondervindt een forfaitaire vergoeding verleend overeenstemmend met 2 uren loon van de werknemer in geval van terugroeping naar het werk op een dag dat gewoonlijk gewerkt wordt, en met 4 uren loon van de werknemer in geval van terugroeping op een zaterdag, een zondag, een wettelijke feestdag of zijn vervangingsdag.

Deze forfaitaire vergoeding dekt de verplaatsingstijd naar de plaats van interventie en het ongemak.

Indien de werknemer zijn eigen voertuig gebruikt om zich naar de arbeidsplaats te begeven, wordt hem de heen- en terugrit betaald op basis van het geldende kilometertarief voor dienstverplaatsingen met eigen voertuig.

Wanneer de werknemer wegens de terugroeping naar het werk uitgaven heeft moeten doen voor eten, ontvangt hij hiervoor een vergoeding op basis van een onkostennota overeenkomstig de regels van toepassing in de onderneming.

Verminderbare aanpassingspremie bij wijziging van de structuur van de wacht- en continudiensten Reorganisatie § 5. 1. Wanneer het bedrijf de organisatie van de wacht- en continudiensten wijzigt of afschaft, wordt aan de betrokken werknemers die minimum 3 jaar aaneensluitend zulke prestaties leverden, bij wijze van overgangsmaatregel, een verminderbare aanpassingspremie toegekend voor een maximale periode van vijf jaar.

Gezondheidsredenen, disciplinaire redenen 2. Kan geen aanspraak maken op deze aanpassingspremie de werknemer die van de continudienst of wachtdienst ontheven wordt omwille : - van gezondheidsredenen ten gevolge van ziekte of ongeval "privé-leven", vastgesteld door zijn tussenkomst of door die van de onderneming; - eigen verzoek om alle andere redenen; - van ontheffing van de dienst om disciplinaire redenen, behoorlijk vastgesteld ingevolge de procedure bepaald in het arbeidsreglement.

Arbeidsongeval en beroepsziekte 3. Indien een werknemer van de continudienst of wachtdienst ontheven wordt wegens gezondheidsredenen voortvloeiend uit een beroepsziekte of een arbeidsongeval, wordt de verminderbare aanpassing eveneens toegekend.4. Deze verminderbare aanpassing wordt berekend en bepaald als volgt : a.berekeningsbasis : - in geval van afschaffing : het geïndexeerd bedrag aan de laatste loonindex op het ogenblik van regimeverandering, van de wacht- of continuvergoeding, in euro uitgedrukt, op het ogenblik dat voor het laatst volgens bestaand regime werd gewerkt; - in geval van vermindering van de wacht- of continudienst : wordt dit bedrag volgens de pro rata van de vermindering aangepast.

Indexering b. Het bedrag wordt niet meer geïndexeerd.c. Bepaling van de verminderbare aanpassingspremie : het bedrag van de aanpassingspremie, aangeduid in deze collectieve arbeidsovereenkomst, is degressief en is vastgesteld op : - 100 pct.gedurende het eerste jaar; - 80 pct. gedurende het tweede jaar; - 60 pct. gedurende het derde jaar; - 40 pct. gedurende het vierde jaar; - 20 pct. gedurende het vijfde jaar; om na het vijfde jaar algeheel te verdwijnen. d. Aanrekening en modaliteiten van betaling : - de verminderbare aanpassing wordt, tezamen met het lopend maandloon, uitbetaald (13 maal per jaar); - de verminderbare aanpassing zal, in aanmerking komen voor de berekening van het dubbel vakantiegeld; - de loonwijzigingen resulterend uit anciënniteitsverhogingen, promotie of algemene verhogingen voor sociale programmatie, verminderen het bedrag van de verminderbare aanpassing. 5. De werknemers die uit de wacht- of continudienst worden verwijderd of van wie de dienst wordt verminderd, ingevolge de wijziging van de structuur van de diensten, genieten van de voorrang om terug in de wacht of continu te treden wanneer een gelijkwaardige functie in wacht of continu beschikbaar komt, hetzij in hun huidige, hetzij in een andere bedrijfseenheid, en die verenigbaar is met hun mogelijkheden. In voorkomend geval vervalt de verminderbare aanpassing. 6. Voor zover de vereiste opleiding of omscholing wordt verstrekt, mag de werknemer gedurende de periode van uitbetaling van de verminderbare aanpassingspremie een aangeboden functie in wacht- of continudienst niet weigeren, wat het oorspronkelijk arbeidsregime ook moge zijn.Bij het ongegrond weigeren van dergelijke aangeboden functie vervalt onmiddellijk de aanpassingspremie. 7. De verminderbare aanpassingspremie kan niet gecumuleerd worden met specifieke overlonen verbonden aan prestaties in een alternatief uurrooster, in een verschoven uurrooster, bij opeenvolgende ploegen, bij wacht- of continudiensten.Indien een werknemer, die van de verminderbare aanpassingspremie geniet, de hem gevraagde prestaties in verschoven uurrooster, wacht, continu of opeenvolgende ploegen zou weigeren, verliest hij onmiddellijk het voordeel van de verminderbare aanpassing.

Overeenkomstig de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst kan nachtarbeid slechts na akkoord van de werknemer plaatsvinden indien deze voorafgaandelijk geen nachtarbeid presteerde. Bij niet-akkoord wordt dit beschouwd als een gegronde reden van weigering. 8. De verminderbare aanpassing vervalt vanaf het ogenblik dat de betrokken werknemer de mogelijkheid heeft om in om het even welk regime van vervroegde uitstap te treden, ongeacht of hij van deze mogelijkheid gebruik maakt of niet.9. Voor de werknemers met een "bevoegdheidsverklaring in de nucleaire installaties" zijn de regels voorzien in de bestaande akkoorden in de kerncentrales van toepassing. Mobiliteit § 6. In afwachting van een specifieke collectieve arbeidsovereenkomst zijn de geldende afspraken in de onderneming van toepassing. HOOFDSTUK VII. - Premies en andere voordelen Eindejaarspremie

Art. 7.§ 1. Samen met de loonbetaling in december, wordt een eindejaarspremie uitbetaald gelijk aan één maandloon aan de werknemers met minimum één jaar dienst op 31 december.

De toekenning gebeurt naar rata van de gepresteerde maanden vanaf de aanwervingsdatum, voor diegenen die in het vorige jaar werden aangeworven.

Indien de werknemer niet meer in dienst is op 31 december, wordt de eindejaarspremie naar rata van de gepresteerde maanden verworven tenzij bij ontslag om dringende redenen.

Premies en overlonen zijn hiervan uitgesloten. De eindejaarspremie wordt niet opgenomen in de berekening van het vakantiegeld.

Premie, gekoppeld aan de evolutie van het dividend § 2. In de maand juni van elk jaar wordt een premie toegekend, gekoppeld aan de evolutie van het dividend van de onderneming.

De hoogte van deze premie bedraagt 371,85 EUR waarop vakantiegeld wordt berekend.

De waarde van deze premie van 371,85 EUR varieert proportioneel met de evolutie van het dividend gestort aan de aandeelhouders : - indien het dividend van het afgesloten boekjaar x pct. hoger is dan het dividend van het vorige boekjaar, wordt de waarde van de premie 371,85 EUR (1 + (x : 100)) met een maximale stijging van 0,25 pct.; - indien het dividend van het afgesloten boekjaar x pct. lager is dan het dividend van het vorige boekjaar, wordt de waarde van de premie 371,85 EUR (1 - (x : 100)) met een maximale daling van 0,25 pct.

Korting op de producten gas en elektriciteit van de ondernemingen § 3. Een korting vastgelegd op basis van de wettelijke bepalingen terzake wordt verleend op de facturen voor verkoop aan particulieren van elektriciteit en gas en is van toepassing na het beëindigen van de proefperiode.

Deze korting geldt uitsluitend voor verbruik in België en is enkel van toepassing op de wettelijke woonplaats van de werknemer, te weten, de woonplaats vermeld op de fiscale fiche. Het wordt niet toegepast op een tweede verblijfplaats.

Deze korting geldt uitsluitend voor verbruik van gas en elektriciteit geproduceerd of vervoerd of geleverd of verkocht door de betrokken onderneming.

Deze korting geldt voor verbruik voor persoonlijke behoeften, evenals die van al de personen ten laste van de gerechtigde die onder hetzelfde dak leven, zijn huishouden delen en werkelijk tot zijn last zijn.

De voor handels-, ambachts- en landbouwdoeleinden verbruikte energie komt niet in aanmerking.

Indien het verbruik niet opneembaar is, in de uitzonderlijke gevallen waarbij de gerechtigde geen meter op zijn naam heeft, moet een gelijkwaardige formule worden toegepast om het tariefvoordeel te berekenen in functie van het aantal personen die in het gezin leven waartoe de werknemer behoort.

Gezondheidszorgen en hospitalisatie § 4. 1. Conform de aanbeveling van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van 3 augustus 2000 wordt de tegemoetkoming van de ondernemingen in de kosten van medische behandelingen en van farmaceutische voorschriften uitgevoerd door een bevoegde en gespecialiseerde verzekeringsmaatschappij op basis van controleerbare en originele kostenstaten.

Het Fonds voor Aanvullende Vergoedingen (FAV) van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf is, conform zijn statuten, belast met en waakt over de uitvoering. 2. Voor zover ze aanleiding geven tot een wettelijke tegemoetkoming, dat ze door een geneesheer voorgeschreven of uitgevoerd zijn, en dat ze gemaakt werden buiten hospitalisatie, zijn gedekt : - alle kosten in verband met een medische behandeling; - alle aankopen van geneesmiddelen, door een geneesheer voor de verzekerde voorgeschreven; - in het algemeen, alle ambulante kosten met tussenkomst van de Ziekte en Invaliditeitsverzekering, sector der geneeskundige verzorging, stelsel der werknemers; - de magistrale bereidingen, met of zonder tegemoetkoming van de Ziekte en Invaliditeitsverzekering, sector der geneeskundige verzorging, stelsel der werknemers.

De tegemoetkoming bestaat in het verschil tussen de gemaakte kosten voor dewelke er een wettelijke tegemoetkoming is en het bedrag van de wettelijke tegemoetkoming.

De tegemoetkoming is in principe gelijk aan 100 pct. van dit verschil maar is beperkt tot het bedrag van de wettelijke tegemoetkoming voor iedere prestatie, vóór toepassing van de vrijstelling. 3. De tegemoetkomingen voor medische behandelingen en farmaceutische voorschriften voor het personeelslid worden verleend zodra zijn kosten per jaar de vrijstelling van 24,79 EUR overschrijden, indexeerbaar aan de loonindex van de maand januari.4. Eventuele uitbreidingen aan de bovenvermelde tegemoetkomingen dienen gefinancierd te worden door het budget sociaal fonds van de onderneming of technische bedrijfseenheid van de betrokken werknemer. Basisdekking hospitalisatie 5. Een basisdekking hospitalisatie met een vaste vrijstelling van 123,95 EUR per verzekerde persoon en per jaar wordt voorzien. De v.z.w. Fonds voor Aanvullende Vergoeding (FAV) bepaalt de modaliteiten hiervan.

Waarborg van inkomen in geval van ziekte en ongeval privé-leven, in geval van beroepsziekte en arbeidsongeval Ziekte van minder dan één jaar § 5. 1. Een waarborg van inkomen wordt verleend ingeval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval. Geen enkel overloon of premie, met uitzondering van de eindejaarspremie, wordt in de basis van deze waarborg van inkomen opgenomen.

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen, wordt de eerste maand arbeidsongeschiktheid gedekt door het gewaarborgd loon houdende alle elementen die bepaald zijn bij de normale betaling van het loon alsof de werknemer actief was.

Vanaf de 31e dag wordt een aanvulling op de vergoeding van de mutualiteit of op de wetsverzekering betaald door een verzekeringsorganisme.

De tegemoetkoming van de verzekeraar bestaat uit een bruto aanvulling die de inkomsten van de werknemer tot 80 pct. van zijn referentie gewaarborgd loon optrekt.

In geval van terugkeer na een afwezigheid van 10 maanden, wordt een controle uitgevoerd om te bepalen of de werknemer in staat is om het werk te hervatten. Deze controle wordt in principe uitgevoerd door een door de werkgever aangeduide geneesheer; deze kan door een arbeidsgeneesheer uitgevoerd worden indien het Comité voor preventie en bescherming op het werk het voorziet.

Elk hervallen of nieuwe ziekte die binnen de 6 maanden van de hervatting voorkomt wordt met de vorige afwezigheid gecumuleerd zodat berekend kan worden of de werknemer een afwezigheid van 1 jaar bereikt.

Sociaal fonds § 6. Elk jaar wordt in de onderneming of de technische bedrijfseenheid een budget toegekend ten bedrage van 377,42 EUR aan index december 2000 = 106,27, per tewerkgestelde werknemer aan een in de door de ondernemingsraad paritair beheerd sociaal fonds.

Dit budget wordt aangewend voor de toekenning van sociaal gerichte voordelen.

Maandelijkse toelage voor wettelijke hulpverlening § 7. Wanneer een werknemer die houder is van het getuigschrift afgeleverd door een met dat doel door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg erkend organisme, waarin zijn geschiktheid voor het toedienen van de eerste hulp bij een ongeval wordt vastgesteld, met zijn instemming belast wordt met het verlenen van die eerste hulp, ter uitvoering van de artikels 174, 176, 2°, lid 2, en 177 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, wordt hem vanaf de datum waarop hij met deze opdracht belast wordt een forfaitaire maandelijkse vergoeding van 14,11 EUR (index basis 1996 = 100) toegekend. Ze is gekoppeld aan de schommelingen van de gezondheidsindex, zoals de lonen.

De vergoeding wordt maandelijks uitbetaald, samen met het loon.

De vergoeding wordt uitbetaald voor zover de werknemer werkelijk met de taak van hulpverlener belast is.

De vergoeding wordt niet toegekend aan het verplegingspersoneel, voor wie deze activiteit het blijvend hoofdelement van hun taak is.

Jubilarispremie § 8. Een jubilarispremie gelijk aan 3 maanden loon wordt toegekend in de maand die volgt op de maand waarin de werknemer een anciënniteit van 25 jaar bereikt heeft in een onderneming begrepen in het toepassingsgebied van het deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Bij het bereiken van een anciënniteit van 30 jaar wordt een jubilarispremie gelijk aan 2 maanden loon toegekend, bij 35 jaar 1 maand loon. HOOFDSTUK VIII. - Jaarlijkse vakantie Aantal dagen

Art. 8.§ 1. De werknemers hebben benevens de wettelijke jaarlijkse vakantie, recht op 13 bijkomende vakantiedagen die in mindering te brengen zijn op elke werktijdverkorting vastgelegd in het kader van artikel 28 van de arbeidswet van 16 maart 1971 door collectieve arbeidsovereenkomst algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit.

Er is conventioneel overeengekomen dat een verlofdag voor werktijdverkorting gelijk is aan 10 minuten van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur op jaarbasis.

De werknemer heeft het recht te beslissen om in de loop van het kalenderjaar het geheel of een gedeelte van deze 13 extralegale verlofdagen op te nemen.

Indien hij ze niet opneemt, wordt het loon dat betrekking heeft op de dagen die vóór 31 december van het kalenderjaar niet opgenomen worden, betaald met het loon van de maand januari die volgt.

Opnemen van de verlofdagen § 2. De bovenwettelijke verlofdagen van een kalenderjaar kunnen worden opgenomen tegen einde februari van het volgend jaar.

De verlofdagen worden opgenomen in akkoord met de hiërarchie rekening houdend met de dienstnoodwendigheden, de wettelijke bepalingen en de door het arbeidsreglement vastgestelde bepalingen.

De verlofdagen kunnen uitzonderlijk opgenomen worden voor een deel van de dag met een minimum van 2 uren.

Valorisatie Valorisatie in tijd § 3. 1. Voor een volledige dag, en wat het voorziene uurrooster van de werknemer voor deze dag ook mag zijn, worden 7,6 uren aangerekend.

Aangezien de valorisatie van een gelijkgestelde dag 7,6 uren bedraagt, wordt het verlof als volgt omgezet in uren, te weten (20 + 13) x 7,6 uren = 250,8 uren.

Valorisatie in loon van de bijkomende vakantiedagen 2. Het loon dat betrekking heeft op een niet opgenomen bijkomende vakantiedag in toepassing van artikel 8, § 1, (alleen de 13 verlofdagen die in mindering te brengen zijn op elke arbeidsduurverkorting) wordt als volgt berekend : maandelijks uurloon x 7,6 uren.3. De niet opgenomen vakantiedagen op het einde van februari worden uitbetaald. Enkel en dubbel vakantiegeld § 4. Bij de berekening van het wettelijk enkel en dubbel vakantiegeld wordt rekening gehouden met de overlonen voortvloeiend uit de overuren, de alternatieve uurroosters, de uurroosters in opeenvolgende ploegen, de uurroosters voor continudiensten, de verschoven uurroosters en de wachtdiensten, die tijdens het vakantiedienstjaar werden gepresteerd. HOOFDSTUK IX. - Aanvullend inkomen voor ouderdom en overlijden

Art. 9.Aan de werknemers wordt een aanvullende verzekering voor ouderdom en overlijden toegekend. Het pensioenfonds "Enerbel" wordt hiertoe opgericht. HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen

Art. 10.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in toepassing van artikel 14, 3° van de wet van 15 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. De voorzitter van het Paritair Comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf heeft geconstateerd, bij protocol van 29 september 2003, gevoegd als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, dat alle organisaties vertegenwoordigd in het paritair comité, betrokken bij het arbeidsgeschil over de loon- en arbeidsvoorwaarden voor werknemers in dienst getreden op 1 januari 2002 of een latere datum in onderneming van de bedrijfstak, nadat de werkgevers van de bedrijfstak op 16 november 2001 een merendeel van de bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten en collectieve akkoorden hadden opgezegd, hun instemming hebben betuigd met de inhoud van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 2004.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld x1 : Norm gegarandeerdx2 : Norm + mogelijks iedere 2 jaar x1 : Norme garantie x2 : Norme + possible tous les 2 ans Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Bijlage 2 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het gas en elektriciteitsbedrijf, betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden Berekening van de toe te passen coëfficiënten 1. Globale overlonen - voor ploegwerk op zondagen :52 x 24 x 100/100 = 1.248 - voor ploegwerk op feestdagen : 10 x 24 x 100/100 = 240 - voor ploegwerk op zaterdagen : 52 x 24 x 100/100 = 1.248 - voor ploegwerk op werkdagen : (behalve op zaterdag) - dagploegen : 251 x 16 x 10/100 = 401,6 - nacht : 251 x 8 x 25/100= 502 ______ Totaal 3.639,6 2. Globale lonen voor een volledig jaar - bij zesploegenstelsel : 6 x 38 x 52 = 11.856 - bij zevenploegenstelsel : 7 x 38 x 52 = 13.832 - bij achtploegenstelsel : 8 x 38 x 52 = 15.808 3. Toe te passen coëfficiënten - bij zesploegenstelsel : = 11.856 + 3.639,6/11.856 = 1,3070 (afgerond op 1,31) - bij zevenploegenstelsel : 13.832 + 3.639,6/13.832 = 1,2632 (afgerond op 1,26) - bij achtploegenstelsel : 15.808 + 3.639,6/15.808 = 1,2303 (afgerond op 1,23) Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 2004.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

Bijlage 3 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het gas en elektriciteitsbedrijf, betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden SOLIDARITEITSREGEL Bij afwezigheid ingevolge een beslissing van de directie (bij voorbeeld het in opleiding sturen van een personeelslid in continudienst of wacht- en permanentiedienst) of op uitnodiging van de Directie (bij voorbeeld ondernemingsraad, CPBW, paritair overleg) duidt de directie een vervanger aan.

De directie duidt eveneens een vervanger aan bij ziekte of arbeidsongeval van een personeelslid in continudienst, in zoverre de directie of de hiërarchische lijn hiervan tijdig verwittigd werd.

Indien de directie of de hiërarchische lijn niet tijdig werd verwittigd, zal het personeelslid wiens beurtrol afgelopen is, deze beurtrol verderzetten tot een vervanger werd aangeduid.

In beide gevallen is er sprake van meerprestaties, geleverd door de plaatsvervanger.

In de andere gevallen moeten de personeelsleden de continuïteit van de dienst verzekeren en zelf hun vervanger zoeken als zij afwezig wensen te blijven. In deze gevallen worden de door de vervanger verrichte prestaties niet als meerprestaties beschouwd.

De toepassing van de solidariteitsregel mag niet indruisen tegen wettelijke en conventionele bepalingen Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 2004.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE Bijlage 4 bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 2003, gesloten in het Paritair Comité voor het gas en elektriciteitsbedrijf, betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden WET BETREFFENDE DE ARBEIDSDUUR (16 maart 1971) (koninklijk besluit nr. 225 betrekking hebbend op overuren) (niet van toepassing op het leidinggevend personeel en vertouwenposten) 1. Omschrijving van overuren : elke prestatie verricht boven 7u45 (7u) per dag of 38u per week, of andere door de ondernemingsraad vastgelegde uurrooster.2. Loon : werkdagen : + 50 pct. zaterdag, zondag, feestdag, vervangingsdag : + 100 pct. 3. Gevallen waarvoor overuren toegelaten zijn : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 2004. De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^