Koninklijk Besluit van 01 september 2004
gepubliceerd op 04 oktober 2004
OpenJustice.be: Open Data & Open Source

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszeker

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004202683
pub.
04/10/2004
prom.
01/09/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&(...)
Document Qrcode

1 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid "Sociale Maribel" en bepaling van zijn statuten (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2003, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende de oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid "Sociale Maribel" en bepaling van zijn statuten.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 september 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten Collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 2003 Oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid "Sociale Maribel" en bepaling van zijn statuten (Overeenkomst geregistreerd op 4 november 2003 onder het nummer 68270/CO/305.02) HOOFDSTUK I. - Oprichting

Artikel 1.Bij onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst en bij toepassing van artikel 1 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid (Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958) richt het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten een fonds voor bestaanszekerheid op, genaamd "Fonds Sociale Maribel" waarvan de statuten hierna zijn vastgesteld.

Art. 2.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, te weten : 1. de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de service-flats, de dagverzorgingscentra en de centra voor dagopvang;2. de diensten voor thuisverpleging;3. de Nederlandstalige revalidatiecentra die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4. de Franstalige en Duitstalige revalidatiecentra die gelegen zijn in het Waalse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;5. de bicommunautaire gezondheidsinrichtingen en -diensten die gelegen zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;6. de Nederlandstalige instellingen en diensten die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;7. de Franstalige en Duitstalige instellingen en diensten die gelegen zijn in het Waalse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;8. de Nederlandstalige kinderkribben, peutertuinen, buitenschoolse opvang, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen en gelijkaardige instellingen en diensten voor de opvang van kinderen, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;9. de Franstalige en Duitstalige kinderkribben, peutertuinen, buitenschoolse opvang, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen, "maisons communales d'accueil de l'enfance" en gelijkaardige instellingen en diensten voor de opvang van kinderen die gelegen zijn in het Waalse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; 10. de Wijkgezondheidscentra ook nog "Geïntegreerd Gezondheidscentra" genoemd, dit wil zeggen, deze die : - opgericht zijn onder de vorm van een v.z.w.; - een medisch multidisciplinair zorgaanbod op de eerste lijn bieden waar meerdere disciplines, gegroepeerd zijn onder een dak; - een akkoord van forfait toepassen zoals bedoeld in artikel 52, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 of die erkend zijn of een gewestelijke of regionale subsidiëring ontvangen als "Geïntegreerd Gezondheidscentrum" of "Centre de Santé intégré".

Art. 3.Het fonds is ingedeeld in tien sectoren die volgens hun activiteiten geïdentificeerd worden overeenkomstig de codes die voor de R.S.Z. multifunctionele verklaring gebruikt worden, zijnde : 1. de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de service-flats, de dagverzorgingscentra en de centra voor dagopvang;2. de diensten voor thuisverpleging;3. de Nederlandstalige revalidatiecentra die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.Zijn evenwel uitgesloten, de revalidatiecentra die een dienst uitmaken van een ziekenhuis of een opvoedingsinstelling en als dusdanig onder de beheersverantwoordelijkheid vallen van dit ziekenhuis of opvoedingsinstelling; 4. de Franstalige en Duitstalige revalidatiecentra die gelegen zijn in het Waalse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.Zijn evenwel uitgesloten, de revalidatiecentra die een dienst uitmaken van een ziekenhuis of een opvoedingsinstelling en als dusdanig onder de beheersverantwoordelijkheid vallen van dit ziekenhuis of opvoedingsinstelling; 5. de bicommunautaire gezondheidsinrichtingen en -diensten die gelegen zijn in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.Zijn evenwel uitgesloten, de diensten voor de thuisverpleging, de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de service-flats, de dagverzorgingscentra en de centra voor dagopvang; 6. de Nederlandstalige instellingen en diensten die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.Zijn evenwel uitgesloten : de autonome revalidatiecentra, de diensten voor thuisverpleging, de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de service-flats, de dagverzorgingscentra, de centra voor dagopvang, de kinderkribben, peutertuinen, buitenschoolse opvang, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen en gelijkaardige instellingen en diensten voor de opvang van kinderen; 7. de Franstalige en Duitstalige instellingen en diensten die gelegen zijn in het Waalse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zijn evenwel uitgesloten : de autonome revalidatiecentra, de diensten voor thuisverpleging, de rustoorden voor bejaarden, de rust- en verzorgingstehuizen, de service-flats, de dagverzorgingscentra en de centra voor dagopvang, de kinderkribben, peutertuinen, buitenschoolse opvang, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor de thuisopvang van zieke kinderen en gelijkaardige instellingen en diensten voor de opvang van kinderen; 8. de Nederlandstalige kinderkribben, peutertuinen, buitenschoolse opvang, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen en gelijkaardige instellingen en diensten voor de opvang van kinderen, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;9. de Franstalige en Duitstalige kinderkribben, peutertuinen, buitenschoolse opvang, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen, "maisons communales d'accueil de l'enfance" en gelijkaardige instellingen en diensten voor de opvang van kinderen die gelegen zijn in het Waalse Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; 10. de Wijkgezondheidscentra ook nog "Geïntegreerd Gezondheidscentra" genoemd, dit wil zeggen, deze die : - opgericht zijn onder de vorm van een v.z.w.; - een medisch multidisciplinair zorgaanbod op de eerste lijn bieden waar meerdere disciplines, gegroepeerd zijn onder een dak; - een akkoord van forfait toepassen zoals bedoeld in artikel 52, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 of die erkend zijn of een gewestelijke of regionale subsidiëring ontvangen als "Geïntegreerd Gezondheidscentrum" of "Centre de Santé intégré".

Art. 4.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking op 1 januari 2003 en is gesloten voor onbepaalde tijd. Zij kan door elk der partijen worden opgezegd voor 30 juni van ieder jaar, met uitwerking op 1 januari van het daaropvolgend jaar. De opzegging dient betekend te worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, en waarvan deze laatste een kopij aan elk der ondertekenende partijen laat geworden.

Art. 5.De maatschappelijke en administratieve zetel van het fonds is gevestigd bij VESOFO, te 1000 Brussel, Handelskaai 48. Deze zetel kan bij beslissing van het paritair samengesteld beheerscomité van het fonds, zoals voorzien door artikel 8 hierna, verlegd worden. HOOFDSTUK II. - Doel

Art. 6.Het fonds heeft tot hoofdzakelijk doel het beheer van de werkgeversbijdrageverminderingen zoals voorzien in artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 tot vaststelling van de algemene principes van de sociale zekerheid voor werknemers (Belgisch Staatsblad van 2 juli 1981) teneinde de financiering van bijkomende tewerkstelling in strikte conformiteit met de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling alsmede elk ander doel uitdrukkelijk voorzien door dit koninklijk besluit in de non-profit sector te verzekeren.

Art. 7.De uitvoering van dit doel wordt gerealiseerd door de collectieve arbeidsovereenkomsten die voor de in voornoemd artikel 2 vermelde 9 sectoren uitdrukkelijk de in artikel 8 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 voorziene elementen specificeren, te weten : - de precieze omschrijving van de geviseerde betrokken werkgevers; - de verbintenis van iedere activiteitssector om de bijdrageverminderingen integraal aan te wenden voor de financiering van bijkomende tewerkstelling; - de modaliteiten om de integrale besteding van de toegekende verminderingen aan de netto toename van de tewerkstelling te waarborgen; - de kalender met betrekking tot de realisatie van de netto toename van de tewerkstelling; - de inlichtingen die de werkgevers aan het fonds moeten verstrekken en die het fonds moeten toelaten op elk moment met kennis van zaken te beslissen over de financiering van de bijkomende tewerkstelling; - het mechanisme dat het fonds moet toelaten de middelen die ter beschikking van de werkgevers werden gesteld, te controleren. HOOFDSTUK III. - Financiering

Art. 8.De financiële middelen van het fonds bestaan uit de dotaties die door de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid gestort worden overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 3 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002, inclusief de intresten; deze middelen worden onder de in artikel 2 vermelde 10 subsectoren verdeeld pro rata sensu stricto het aantal werknemers in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 bedoeld en door de R.S.Z. bepaald overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd in artikel 6 van hetzelfde besluit. Voor het jaar 2003 wordt de dotatie pro rata verdeeld tussen de verschillende "Kamers" op basis van de dotatie van het eerste semester van 2002.

De dotaties die aan de verschillende sectoren worden toegewezen tijdens het 2e semester 2002 worden verzekerd voor het 1e semester van 2003. De verhogingen van de dotatie 2003 zullen door de raad van beheer worden verdeeld tussen de verschillende sectoren. HOOFDSTUK IV. - Administratie en beheer

Art. 9.Het fonds wordt beheerd door een beheerscomité van 36 leden verkozen door het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, voor de helft op voorstel van de representatieve werkgeversorganisaties en voor de andere helft op voorstel van de representatieve werknemersorganisaties. Deze leden worden ten minste voor de helft gekozen binnen de leden van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten. De overige leden kunnen voorgedragen worden door de betrokken erkende werkgevers- en werknemersorganisaties, mits aanvaarding door het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, en dit zowel wat betreft de werkgevers- als de werknemersdelegatie.

Art. 10.Het beheerscomité zal in zijn midden en voor de in voornoemd artikel 3 vermelde 10 deelsectoren specifieke secties oprichten, hierna "Kamers" (maximaal 10) genoemd. De leden van deze Kamers zullen voor minstens de helft verkozen worden onder de leden van het beheerscomité of onder andere leden van het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten in functie van hun representativiteit van de deelsector. Deze Kamers zijn bovendien samengesteld voor de helft uit de representatieve werkgeversorganisaties en voor de andere helft uit de representatieve werknemersorganisaties.

Art. 11.In het kader van de wetgeving betreffende de Sociale Maribel, meer bepaald het koninklijk besluit van 18 juli 2002, en van de collectieve arbeidsovereenkomsten geciteerd in voornoemd artikel 7, zal ieder der Kamers voor zijn deelsector bij unanimiteit voorstellen doen over de toekenning van de gerealiseerde bijkomende tewerkstellingen.

De beslissingen en maatregelen die hieruit voortvloeien zullen nochtans door het beheerscomité dienen bekrachtigd te worden.

In geval van tekortkomende functionering van één of meerdere Kamers zal het beheerscomité voor de betrokken deelsector(en) de nodige beslissingen en maatregelen dienen te nemen.

Art. 12.De beheerders van het fonds nemen, uit hoofde van de verplichtingen die door het fonds worden aangegaan, geen enkele persoonlijke verplichting op zich. Hun verantwoordelijkheid is beperkt tot de uitvoering van het mandaat dat zij ontvingen.

Art. 13.Het beheerscomité kiest onder zijn leden en voor een periode van telkens twee jaar, een voorzitter en een ondervoorzitter, die elk tot een verschillende taalrol behoren en alternerend uit de werkgeversorganisaties en de werknemersorganisaties voortspruiten.

Art. 14.§ 1. Binnen de grenzen van de wetgevende en reglementaire teksten die de Sociale Maribel regelen beschikt het beheerscomité over de ruimste bevoegdheden inzake administratie en beheer van het fonds.

Het beheerscomité kan een huishoudelijk reglement vastleggen. § 2. Het beheerscomité wordt in al zijn handelingen en voor ieder doel, hierin begrepen de rechtsvervolgingen zowel als eiser als verweerder, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter en ondervoorzitter van het beheerscomité of door het(de) lid(leden) die zij delegeren teneinde in die vertegenwoordiging te voorzien.

Art. 15.Het beheerscomité heeft onder meer tot taak : a) controle uit te oefenen en alle maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van huidige collectieve arbeidsovereenkomst;b) jaarlijks de administratiekosten te bepalen, alsmede de hoegrootheid van de jaarlijkse ontvangsten die aan deze kosten besteed worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 van de programmawet van 30 december 2001;c) in te staan voor de eventuele aanwerving en ontslag van het personeel van het fonds of van de vereniging van fondsen waartoe hij(zij) behoort;d) jaarlijks in de maand juni een schriftelijk verslag over de uitvoering van zijn taak over te maken aan het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.

Art. 16.Het beheerscomité vergadert minstens één maal per semester op de zetel van het fonds. De oproepingen moeten de agenda vermelden. De notulen worden door de secretaris opgesteld en door de voorzitter en de ondervoorzitter ondertekend.

Art. 17.1. Het beheerscomité kan slechts geldig beslissen indien minstens de helft zowel van de werkgeversorganisaties als van de werknemersorganisaties aanwezig of vertegenwoordigd is. 2. De beslissingen van het beheerscomité worden genomen bij meerderheid van de stemgerechtigden op iedere bank.3. In afwachting van een definitieve hersamenstelling van het Paritair Comité voor de gezondheidsdiensten, heeft elk lid van het beheerscomité recht op twee volmachten.

Art. 18.Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, duidt het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten een bedrijfsrevisor aan ter controle van het beheer van het fonds. Deze licht het beheerscomité regelmatig in over de resultaten van zijn onderzoeken en doet de aanbevelingen die hij nuttig acht.

Art. 19.Balans en jaarrekeningen De balans en de jaarrekeningen worden op 31 december afgesloten en voor het eerst op 31 december 2003. HOOFDSTUK V. - Ontbinding en vereffening

Art. 20.Het fonds is opgericht voor onbepaalde duur.

Art. 21.Het wordt ontbonden door het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten. Dit paritair subcomité beslist over de bestemming van de goederen en waarden van het fonds na betaling van het passief. Deze bestemming moet in overeenstemming zijn met het doel waartoe het fonds werd opgericht.

Voornoemd paritair subcomité duidt de vereffenaars aan onder de leden van het beheerscomité.

Art. 22.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 december 2002 houdende oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid "Sociale Maribel" en bepaling van zijn statuten, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 2004.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

Etaamb biedt de inhoud van de Belgisch Staatsblad aan gesorteerd op afkondigings- en publicatiedatum, behandeld om gemakkelijk leesbaar en afprintbaar te zijn, en verrijkt met een relationele context.
^