Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 01 september 2004
gepubliceerd op 29 september 2004

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 2004, gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2004202685
pub.
29/09/2004
prom.
01/09/2004
ELI
eli/besluit/2004/09/01/2004202685/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

1 SEPTEMBER 2004. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 2004, gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 2004, gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, tot vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden.

Art. 2.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 september 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken Collectieve arbeidsovereenkomst van 31 maart 2004 Vaststelling van de loon- en arbeidsvoorwaarden (Overeenkomst geregistreerd op 18 mei 2004 onder het nummer 71249/CO/132) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters, hierna "werklieden" genoemd, van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken. HOOFDSTUK II. - Minimumuurlonen

Art. 2.De minimumuurlonen van de werklieden worden vanaf 1 januari 2004 als volgt vastgesteld in verhouding tot het minimumuurloon van toepassing voor "categorie I - geschoolde" : - Categorie I - geschoolde : 100 pct.; - Categorie II - geoefende 1e graad : 90 pct.; - Categorie III - geoefende 2e graad : 85 pct.; - Categorie IV - ongeschoolde : 77 pct.

De bekomen bedragen worden afgerond volgens de formule vastgesteld bij artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 januari 2002 tot koppeling van de lonen en vergoedingen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (koninklijk besluit van 14 maart 2003, Belgisch Staatsblad van 23 mei 2003), bedoeld in artikel 15.

Art. 3.Het minimumuurloon voor "categorie I - geschoolde" wordt vastgesteld op 11,12 EUR op 1 januari 2004, gekoppeld aan het indexquotiënt van toepassing op 1 januari 2004.

De lonen gelden voor een maximum wekelijkse arbeidsduur van 38 uren. HOOFDSTUK III. - Omschrijving van de categorieën

Art. 4.Categorie I - Geschoolde : een werknemer die op zelfstandige wijze alle landbouwtechnische werkzaamheden kan uitvoeren.

Categorie II - Geoefende 1e graad : een werkman in het bezit van een diploma A3 mechanica of scholing mechanica (middenstandsopleiding) of een ander diploma of getuigschrift door de werkgever als gelijkwaardig aanvaard en met vijf jaar ervaring in de sector als geoefende 2e graad, of zeven jaar ervaring als geoefende 2e graad waarvan twee jaar opeenvolgend binnen de tewerkstellende onderneming.

Categorie III - Geoefende 2e graad : een werkman in het bezit van een diploma A3 mechanica (middenstandsopleiding) of een ander diploma of getuigschrift door de werkgever als gelijkwaardig aanvaard en met twee jaar ervaring in de sector, of vijf jaar ervaring in de sector waarvan er minstens twee jaar opeenvolgend in de tewerkstellende onderneming.

Categorie IV - Ongeschoolde : alle andere werklieden. HOOFDSTUK IV. - Anciëniteitstoeslag

Art. 5.De werkgever is er toe gehouden aan de werklieden een anciënniteitstoeslag te betalen, als volgt vastgesteld : - voor de werklieden die 5 tot 10 jaar anciënniteit hebben in de onderneming : toeslag van 0,05 EUR per uur; - voor de werklieden die 10 tot 15 jaar anciënniteit hebben in de onderneming : toeslag van 0,15 EUR per uur; - voor de werklieden vanaf 15 jaar anciënniteit in de onderneming : toeslag van 0,25 EUR per uur.

De bepalingen voorzien in dit artikel treden in werking op 1 april 2004. HOOFDSTUK V. - Vergoedingen

Art. 6.De werkgever is ertoe gehouden aan de werklieden op verplaatsing de kost te verstrekken. Wanneer de werkgever werkelijk in de onmogelijkheid is de kost te verstrekken wordt aan die werklieden een dagelijkse vergoeding van 12,78 EUR betaald vanaf 1 januari 2004.

Art. 7.De werkgever is ertoe gehouden aan de werklieden op verplaatsing een behoorlijke huisvesting te bezorgen. Wanneer de werkgever in de onmogelijkheid is de huisvesting te verschaffen moet hij een vergoeding voor huisvesting van 12,78 EUR per nacht betalen vanaf 1 januari 2004.

Art. 8.De werklieden op verplaatsing hebben recht op een scheidingsvergoeding van 6,92 EUR per volledige werkdag of van 4,09 EUR per halve werkdag van minimum vier uren, vanaf 1 januari 2004.

Art. 9.Voor de berekening van het loon, worden al de uren in aanmerking genomen gedurende welke de werklieden ter beschikking van de werkgever zijn mits aftrek van de duur der schafttijden. HOOFDSTUK VI. - Minimumweekloon

Art. 10.Een minimumweekloon, gelijk aan het gemiddeld loon verdiend gedurende de voorgaande twee weken, dat niet minder mag bedragen dan het loon voor het van kracht zijnde aantal wekelijkse arbeidsuren, is gewaarborgd aan de werklieden.

Het minimumweekloon wordt aan de werklieden gewaarborgd voor elke week tijdens dewelke zij niet meer dan één dag onvrijwillig werkloos zijn. HOOFDSTUK VII. - Reiskosten

Art. 11.De werkgever is ertoe gehouden aan de werklieden op verplaatsing alle reiskosten terug te betalen, behalve wanneer hijzelf voor de verplaatsing instaat.

Deze terugbetaling geschiedt volgens de tarieven van de reizen in 2e klasse, bekendgemaakt in de in voege zijnde officiële reisgids van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.

Art. 12.De bijkomende reiskosten, voortvloeiend uit de verplaatsing van de bedrijvigheid van de onderneming, worden aan de werklieden terugbetaald volgens de tarieven van de reizen in 2e klasse, bekendgemaakt in de in voege zijnde officiële reisgids van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. HOOFDSTUK VIII. - Nachtwerk

Art. 13.Voor de arbeid verricht tussen 22 uur en 6 uur (23 uur en 7 uur in de zomeruurregeling), is de werkgever verplicht de betrokken werklieden een toeslag van 20 pct. op het loon te betalen.

Art. 14.De werkhervatting mag voor de werklieden die nachtwerk hebben verricht slechts volgen na een rustperiode van minstens acht uren wanneer dit nachtwerk zich uitzonderlijk voordoet en geen normaal en vastgesteld arbeidsstelsel is. HOOFDSTUK IX. - Koppeling van de lonen en vergoedingen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Art. 15.Het minimumuurloon en de vergoedingen vastgesteld bij de artikelen 3, 6, 7 en 8, evenals de werkelijk betaalde lonen en vergoedingen worden gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 januari 2002, gesloten in het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken, tot koppeling van de lonen en vergoedingen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (koninklijk besluit van 14 maart 2003, Belgisch Staatsblad van 23 mei 2003). HOOFDSTUK X. - Bijzondere bepalingen

Art. 16.Onverminderd de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, blijven de gunstiger loon- en arbeidsvoorwaarden, voorzien bij particuliere akkoorden gesloten op het vlak van de onderneming behouden. HOOFDSTUK XI. - Geldigheid

Art. 17.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2004 en is gesloten voor een onbepaalde duur.

Zij vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 januari 2002 betreffende de loon- en arbeidsvoorwaarden.

Zij kan door elk van de ondertekenende partijen worden opgezegd mits een opzegging van ten minste drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 1 september 2004.

De Minister van Werk, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE

^